ijsgang

Toen de Zaanstreek nog grotendeels was aangewezen op vervoer over water hadden strenge winters ernstige gevolgen voor de economische bedrijvigheid. IJsgang, vooral die op het IJ, maakte de aan- en afvoer van goederen vrijwel onmogelijk. Voordat men met sleden over het IJ en de Zaan durfde diende het ijs zeer sterk te zijn. Ook toen de zeilvaart door stoomvaart was vervangen trad geen verbetering in: de stoomboten werden bij strenge vorst uit de vaart genomen. De Zaangemeenten waren hierdoor menigmaal vrijwel geïsoleerd, zodat vele bedrijven verstoken bleven van grondstoffen.

Zo deed zich een onverdraaglijke toestand voor in de winter van 1875-'76, toen het scheepvaartverkeer gedurende niet minder dan 14 weken stil lag. Dit werd vervolgens als argument gebruikt om bij de rijksoverheid aan te dringen op goede spoorverbindingen.

Later, toen de streek door de Hembrug beter per spoor bereikbaar was, vormde ijsgang in het Noordzeekanaal een hindernis voor het inmiddels groeiende wegverkeer doordat de met de hand bediende Hempont uit de vaart was genomen. Nu werd bij het Rijk aangedrongen op vervanging door een stoompont (1911), maar dat verzoek bleef vooralsnog zonder resultaat.

Op Voor- en Achterzaan werd het goederenvervoer 's winters vaak ten dele met sleden gaande gehouden, totdat ijsbrekers van voldoende vermogen de vaargeul konden openhouden.

  • ijsgang.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/10/12 20:26
  • door zaanlander