Amsterdam, maart 1698 - Wormer, 2 Maart 1808

Jacob Jansz, de man die in drie eeuwen leefde

Jacob Janse, ook wel Jacob Janz. of Jacob Jansen, Wormer walvisvaarder, wiens grootste verdienste was dat hij in drie eeuwen leefde. Deze sterke der sterken, die in een lijnbaan, als doodgraver, jager, nachtwacht in Amsterdam en visser verdiende tot na zijn honderdste levensjaar de kost.

Tot de bezienswaardigheden van het Oudheidkundig museum te Zaandijk, behoort een prent van de Zaankanter. Jacob Janse heeft door deze prestatie de aandacht van het nageslacht op zich gevestigd, wat hem anders niet ten deel zou zijn gevallen, daar hij niet door bijzondere daden onderscheiden is.

Toch is het interessant zijn levensloop te volgen, daar de indruk zou kunnen ontstaan, dat hij zich geen enkele levenswijs heeft opgelegd, om die hoge leeftijd te bereiken. Alleen zou men mogen vast stellen, het is mogelijk een tikje ondeugend, bij het aandachtig bekijken van zijn konterfeitsel, dat hij het vlees onder de pekel heeft gehouden, als een voorbehoedmiddel tegen ziekten en kwalen en daardoor zijn levensavond tot uitzonderlijke hoogte heeft weten op te voeren.

Huiselijk aangelegd

Dat Jacob Janse huiselijk was aangelegd, mag worden vastgesteld uit het feit, dat hij driemaal gehuwd is geweest. Geboren in 1698 en gedoopt op 7 Maart in de Westerkerk te Amsterdam van dat jaar, groeide hij op tot volwassen man in de Amstelveste. In de touwbaan had hij gearbeid, doch de zee trok hem ook en zowel naar Oost en West, als de walvisvaart naar het Groenlandse heeft hij meegemaakt. Op dertigjarige leeftijd huwde hij voor de eerste maal. Als doodgraver en nachtwaker verdiende hij zijn brood.

Uit zijn eerste huwelijk werden elf kinderen geboren. Bij zijn overlijden waren er daarvan nog drie in leven. Een jaar na het overlijden van zijn eerste vrouw huwde hij voor de tweede maal, doch deze verbintenis duurde niet lang, daar zijn tweede vrouw spoedig overleed, hem geen kinderen nalatend uit dit tweede huwelijk.

Een nieuwe werkkring

Dat hij over een benijdenswaardige vitaliteit de beschikking heeft gehad, wordt wel bewezen door het feit, dat hij op 80-jarige leeftijd voor de derde maal huwde en uit dit huwelijk nog vier kinderen werden geboren. Oud en arm, dat was echter op hem niet toepasselijk. Hij had een grote liefhebberij in vissen en zorgde voor het levensonderhoud van zijn gezin, door een handel in kanaries, putters én andere kleine zangertjes, zodat men hem op 100-jarige leeftijd nog op de Dam in de hoofdstad kon aantreffen, zaken doende, in zijn vogeltent.

Tot in zijn laatste levensjaren bleef hij werkzaam en als nettenknoper maakte hij zich verdienstelijk in Wormer, waar hij zich had gevestigd. Tot weinige uren voor zijn dood zat hij in de stoel, waarin hij ook vereeuwigd is, en bij het passeren van de honderdjarige leeftijd talrijke belangstellenden heeft ontvangen, die hem versnaperingen brachten, doch ook gaarne met hem van gedachten wisselden, daar hij tot in zijn laatste levensuren geestelijk volkomen bij is geweest, naar tijdgenoten over hem hebben verhaald.

Op 110-jarige leeftijd, 2 maart 1808, kwam voor hem het einde. Vindt men in de levensgeschiedenissen van grote mannen, dat zij bij hun overlijden, arm, oud en vergeten waren, om na hun overlijden in het licht van de schijnwerpers te komen, denk daarbij aan grote figuren van dichters en schilders uit de gouden eeuw, dit was niet het geval bij Jacob Jansz. Zijn begrafenis werd door een grote menigte bijgewoond, uit alle rang en stand.

Een korte levensschets van Jacob Janse, geboren te Amsterdam, anno 1698 en overleden te Wormer, den 2den van lentemaand 1808:

De kunst'naar zag natuur; zo groot in zeldzaamheden,
En sloeg, verrukt, het oog op Wormers beste Vaér;
Hij trof haar grijzen Zoon. Nu roept de kunst hem mede
In 't leven weer terug, schoon ’t graf zijn stof vergaêr.

Ziet dan in dit tafreel , kunstminnende Amstellaren!
Den Man, die, in uw Vest, het leven 't eerst ontving;
Den Man, wiens ouderdom was honderd en tien jaren;
Het belge u niet dat ik zijn levensloop bezing.\\-

Bij u bragt hij net eerst zijn vroege kindsche leven
In eene Touwbaan door; maar, kreeg toen meerder zin
Om zich naar de Oost en West , en Groenland te begeven,
Tot Hij, van daar gekeerd , geboeid werdt door de Min.

Hij huwde voor het eerst oud omtrent dertig jaren;
En teld' uit dezen echt elf Kind'ren als zijn kroost.
Doch zijne Gade stierf — Maar Hij, gezind te paren,
Zogt in een andere vrouw, voor dit verlies, zijn troost.v

Helaas! die Echt - Vriendin verloor hij spoedig weder,
Zij liet geen kind'ren na. Hij, om 't gemis begaan,
Zogt ook weer nieuwen troost, — en ving; nog even teder,
Op 't tagtigst Levensjaar, zijn derde Huwlijk aan.

Hij zag zich in deez' echt op nieuw als Vader eeren
Twee Dochters en twee Zoons vergrootten het gezin,
Die nog in Leven zijn, en elders zich geneeren;
Maar onze beste Vaêr verloor deez' Echt - Vriendin.

Het aardsch en nodig werk der doodengraf te maken
Was ’t dagwerk, doch des nachts bleef hij de Burgerij
Nog. meer dan Veertig jaar, als Nachtwacht trouw bewaken;
Doch oud geworden wordt hij van dien lastpost vrij.

Hij dreef toen handel in Kanaries , Putters, Vinken,
Waarmee Hij op den Dam veel jaren heeft gestaan;
('t Is of wij onder 't Zeil Hem nog zijn glas zien drinken)
Maar door den Ouderdom begaf hem dit bestaan.

Hij koos de stille rust, en ging te Wormer woonen;
Daar maakte Hij den visch, hij hoopen, zich ten uit,
Tot drie jaar voor zijn dood bleef Hij zijn krachten tonen,
En zat geheel alleen te heng’len in een schuit.

Doch later bleef hij thuis; zijn werk was netten knopen,
Terwijl van Oost en West een ieder hem kwam zien
Om een gedachtenis van Jacob Janz te koopen,
Waar voor men Hem dan koek , tabak of geld kwam biën.

Zoo sleet in stille rust die kluizenaar zijn dagen,
Was altoos vergenoegd; zette aan een bruidspartij,
Vier maanden voor zijn dood; wie zou hier niet van wagen?
Door wagts- en zeemanszang nog grooter luister bij.

Tot aan zijn laatsten stond was Hem 't genot gegeven
Van ieder zintuig: doch in 't eind bezweek de Man,
Die meermaal zeggen kon „’k Mogt in drie Eeuwen leeven.“
Hoe zelden ziet men toch hier enig voorbeeld van!

Herkent in deze prent, geachte landgenooten!
Naar waarheid U geschetst , dien achtbaren grijzen Man,
Die Huflands kunst verstond en 't aanzien kan vergrooten,
Van Wormer, dat weleer een grooten naam gewan.

  • janse.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/12/18 11:18
  • door zaanlander