koning6

Verzekeringsmaatschappij in Zaandijk.

Na de bevrijding uit de Franse overheersing deed in geheel Nederland de behoefte aan verzekeren zich geleidelijk meer kennen. Het aantal maatschappijen waaraan men zijn belangen kon toevertrouwen was (behalve de louter plaatselijk werkende, of specifiek gerichte, 'onderlingen') echter nog gering. Tegen die achtergrond kan het in 1819 genomen besluit worden gezien om ook in de Zaanstreek te komen tot de oprichting van een commercieel opgezette verzekeringsmaatschappij op onderlinge basis.

Deze tendens deed zich na het verkrijgen van de zelfstandigheid overal in den lande voor, zoals dat bijvoorbeeld weer het geval was toen na de Belgische afscheiding een aantal hier werkzame Belgische maatschappijen hun populariteit verloren. In een dagboek van Jacob Honig Jz. te Zaandijk staat aangetekend: 'Anno 1819 alhier opgericht een Onderlinge Brandwaarborg Maatschappij onder het bestuur van Jan Koning als directeur en zes commissarissen als Klaas Mul te Zaandam, Westzijde, Dirk van Voorst, Zaandam, Oostzijde, Klaas Baas te Koog, Dirk Stolp te Westzaan, Jacob Honig Jansz te Zaandijk en Martinus van Gelder te Wormerveer. De laatste, kort na zijn aanstelling bedankt hebbende, is daarvoor in de plaats gekomen Cornelis Prins te Wormerveer'.

De maatschappij ving haar feitelijke werkzaamheden aan op 26 maart 1820. In het eerste uitgegeven reglement staan enkele redenen voor de oprichting nog eens expliciet vermeld: de premies, die bij de weinige in Amsterdam gevestigde maatschappijen betaald moeten worden, achtten de oprichters te hoog. Bovendien verzekerden de Amsterdamse maatschappijen wel woonhuizen, fabrieken en andere gebouwen, maar geen gereedschappen en goederen in molens, goederen in pakhuizen, noch de inboedel in woonhuizen (overigens werd in 1833 reeds besloten met de afzonderlijke verzekering van molens te stoppen).

Directeur Jan Koning

De eerste directeur van de 'Onderlinge Brand-Waarborg-Maatschappij aan de Zaan enz.' was Jan Koning, een der notabelen van Zaandijk. Geboren in 1779, werd hij onder andere in 1797 benoemd tot kloppersgeldophaalder. Inmiddels ook oliemolenbezitter en makelaar geworden, werd hij in 1809 benoemd in het gemeentebestuur en in 1812 tot maire. Na de omwenteling in 1813 bleef Koning hoofd van het gemeentebestuur met de titel van burgemeester. Vanaf 1817 vervulde hij de functie van schouten secretaris, waaruit hij in 1825 ontslag vroeg om zich geheel aan de directie van de 'Onderlinge' te wijden.

In 1833 werd als mede-directeur 'geadsumeerd' Albert Boeke, eveneens een Zaandijker en koopmanstelg. geboren in 1805. Van hem is nog bekend dat hij als tweede luitenant van de vrijwillige schutterij uit de Zaanlanden deelnam aan de Tiendaagse Veldtocht. Tot de bouw van een eigen kantoorgebouw aan de Lagedijk (nr. 33) in Zaandijk - in 1896 voltooid - werd kantoor gehouden ten huize van de fungerende directeur, vergaderd werd meestal in het koffiehuis De Zwaan of eveneens bij de directeur thuis. Na het overlijden van directeur Koning in maart 1838 werden de woorden 'onder dé directie van de firma Koning & Boeke' blijvend aan de naam van de Onderlinge toegevoegd.

De namen van de eerste twee directeuren - Albert Boeke trok zich in 1869 terug - werden aldus (en via de huidige naam van de nv nog steeds) in ere gehouden. De ontwikkeling van de maatschappij, die al direct landelijk was gaan werken, was tot 1875 zeer geleidelijk en niet spectaculair. Weinig aandacht werd geschonken aan uitbreiding van het agenten- of correspondentencorps. De resultaten bleken echter in het algemeen zodanig dat een omslag geheven kon worden beneden die welke elders betaald zou moeten worden. Op dat punt voldeed de maatschappij dus aan haar uitgangspunt.

Niettemin werd de tijd rijp om voor verzekerden en agenten grotere zekerheid en regelmaat op het punt van de wisselende omslagen te scheppen en wel via een (vaste) premieverzekeringsmaatschappij, die het risico der wisselende omslagen voor haar rekening kon nemen. In 1875 werd deze naast de bestaande Onderlinge opgericht als NV Brand-Premie Verzekering Maatschappij. Het bestuur van deze nv werd gevoerd door dezelfde personen die het bestuur over de Onderlinge voerden. De Onderlinge werd bovendien herverzekeraar van de door de nv zelf te sluiten posten. Het maatschappelijk aandelenkapitaal van de nv bedroeg in 1875 100.000 gulden (250 aandelen van 400 gulden), waarop 25 procent gestort.

Eigen vermogen

Het eigen vermogen is bij de nv altijd een zeer geringe rol blijven spelen. De verhoudingsgewijs omvangrijke vrije reserves, die in de loop der jaren konden worden opgebouwd, echter des te meer. Nu de gelegenheid bestond om bij de Onderlinge - via de vaste premie-maatschappij, hetzij rechtstreeks daarbij - te verzekeren namen de gecombineerde bedrijven een redelijke vlucht. De buitendienst-organisatie werd via vrije tussenpersonen uitgebouwd tot één die de Maatschappijen in nagenoeg geheel Nederland vertegenwoordigde. In 1939 ging de nv, die inmiddels ook storm- inbraak- en bedrijfsschade verzekerde, ook varia-verzekeringen voeren. De daarvoor in het buitenland ondergebrachte herverzekeringen konden in de oorlogsjaren op bevredigende wijze in Nederland worden ondergebracht en aldus uit Duitse handen gehouden worden.

Na 1945 kwam, naarmate het scala van varia-verzekeringen zich uitbreidde, het accent van de activiteiten ook steeds meer daarop dan op louter brandverzekering te liggen. In 1958 aanvaardde de maatschappij de opdracht om in het kader van een managementcontract de op- en uitbouw te realiseren van een schadeverzekering-maatschappij ten behoeve van de RVS in Rotterdam, die zich tot dat moment uitsluitend bezig had gehouden met levensverzekeringen. De directie van Koning & Boeke was daarbij tot 1968 tevens verantwoordelijk voor de technische directie van de nv schadeverzekering maatschappij RVS. terwijl in de eerste jaren van het contract alle technische activiteiten van de jonge maatschappij in Zaandijk plaats hadden.

In 1964 werd de Onderlinge opgeheven, vermogen en portefeuille werden in de nv ingebracht. De snelle groei van het premie-inkomen die zich in de laatste reeks van jaren onverminderd had doorgezet, stelde - gezien ook de in 1980 te verwachten EEG-richtlijnen, die een eigen vermogen van 16 à 18 procent van het totale bruto-premie-inkomen zouden voorschrijven - de noodzaak van een sterke stijging van het eigen vermogen in het vooruitzicht, die wellicht niet zonder meer door inhoudingen uit de winsten verkregen zou worden. Bovendien zocht de maatschappij naar financieringsmogelijkheden voor het ontplooien van verdere activiteiten op verzekeringsgebied, onder meer op dat van de levensverzekeringen.

Overname door het assurantieconcern Stad Rotterdam Anno 1720 nv gaf de maatschappij de financiële zekerheid voor verdere commerciële uitbreidingsmogelijkheden bij een zo groot mogelijke waarborg van behoud van eigen identiteit en blijvende vestiging in Zaandijk. Eind 1979 aanvaardden de aandeelhouders het door bestuur, ondernemingsraad en vakorganisaties volledig ondersteunde aanbod tot overname van de aandelen van de nv door Stad Rotterdam en voegde de maatschappij zich onder het dak van dit concern. Het premie-inkomen bedroeg toen ongeveer 38,5 miljoen gulden. De technische en vrije reserves en het (geringe) gestorte kapitaal en andere voorzieningen ongeveer 40 miljoen gulden.

Gesteund door het Stad Rotterdam-concern presenteert Koning & Boeke van 1819 zich, met eigen binnen- en buitendienst-organisatie, momenteel zowel op het volledige schadeverzekerings- als levensverzekeringsterrein. Het bedrijf wordt nog steeds uitgeoefend aan de Lagedijk (nrs. 31, 33, 35 en 82). Bij Koning & Boeke werken 90 personen (1991).

Zie ook: Verzekeringswezen

Drs. D.H. Hueting

  • koning6.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/08/02 20:07
  • door han