orion

Oliebedrijf te Zaandam, opgericht 1 februari 1899 door Jan van Heijningen (1874-1960) in de percelen Westzijde 328 t/m 342. Het bedrijf ontwikkelde zich voorspoedig. Omstreeks 1910 werd een fabriek van vier verdiepingen gebouwd onder leiding van de toen achttienjarige Cor Kakes. In 1924 volgde een uitbreiding, machinefabriek P.M. Duyvis plaatste er een lift.

Eigen producten waren onder meer spenenvet voor het melken van koeien, remvloeistof, gezien de daarbij verwerkte alcohol was er regelmatig douanecontrole in de fabriek, poetsolie en tweetakt-olie, ook voor race-motoren. Orion importeerde voorts oliën en vetten uit Amerika, die in kleinverpakking, soms na menging, onder eigen merknaam werden verkocht. Het bedrijf raakte landelijk bekend via op de consument gerichte producten als rijwielolie, naaimachine-olie, vaseline en consistentvet. Belangrijk handelsproduct was carbid ten behoeve van het autogeen lassen en gedurende de oorlog voor verlichtingsdoeleinden. Enkele geïmporteerde synthetische lakverven en huisbrandolie werden onder eigen label werden verkocht.

Op 26 oktober 1937 maakt de Minister van Waterstaat, Johannes Antonius Marie van Buuren bekend tot wederopzegging goed te keuren het door de Firma J. van Heijningen Oliefabriek Orion, te Zaandam, op 8 oktober 1937 ingezonden rijwielachterlicht met reflector, voorzien van het ingeschreven handelsmerk: 'Jeveha', onder bepaling, dat achterlichten van deze soort voorzien moeten zijn van het Rijksmerkteken: „Rijkskeur — 26 D“, en dat het handelsmerk het Rijksmerkteken moet zijn aangebracht geheel overeenkomstig de wijze, waarop dit is geschied op de twee door de N.V. tot Keuring van Electrotechnische Materialen, te Arnhem, gewaarmerkte exemplaren van dit achterlicht. 's Gravenhage, 26 October 1937.

Toen de rijwielen in 1939 geen carbid meer nodig hadden en de motoren zodanig werden geperfectioneerd, dat het olieverbruik aanzienlijk verminderde, werd de koers opnieuw gewijzigd en een tweede afdeling aan de zaak toegevoegd; de handel onder de merknaam Jeveha in technische- en verlichtingsartikelen en rijwielonderdelen in de meest uitgebreide zin als de bekende rijwiellampen en batterijen. De Orion-oliën en -vetten bleven echter een rol op de voorgrond spelen. Tevens werden automobielen en motoren aan het assortiment toegevoegd.

Omstreeks 1942 werd het bedrijf door Jan van Heijningen, die geen opvolger had, overgedragen aan D.H. Reijnders te Hilversum, die de bedrijfsactiviteiten na de Tweede Wereldoorlog uitbreidde met benzine-verkoop en daarvoor op het platteland diverse verkooppunten realiseerde. De naam werd toen veranderd in Orion Aardolieproducten Onderneming nv. In de Westzijde werd een garage voor tankauto's bijgebouwd met bovenwoning en het kantoor werd uitgebreid.

Op 16 juni 1947 bleken 324 paar heren handschoenen te zijn gestolen. Onderzoek leverde op, dat ook autobanden voor diefstal gereed stonden evenals dozen jasbeschermers. De politie stelde een onderzoek in en trof 120 paar aan op het Waterlooplein. Twee Amsterdamse verkopers kochten de waar van twee Zaandammers waarvan één werkzaam bij de Orion. Ter zake kundig waren de inbrekers binnen geslopen. Via een brandladder wisten zij tot de vierde etage weten door te dringen. Een ruitje werd verbrijzeld en zo kon men in de fabriek komen. Daar sloeg men zijn slag. Om verdenking op een ander te laden stopten zij twintig paar in een jute zak van een metselaar die aan de fabriek werkzaam was. Een deel van de buit, 63 paar, werd direct afgegeven, doch de Amsterdammers werden aangehouden door belastingcommiezen wegens zwarte handel. Alles werd in beslag genomen. De Zaandammers werden naar De Koepel in Haarlem gebracht, de Amsterdammers aangeklaagd wegens schuldheling. Van de 324 paar bleven 121 paar spoorloos.

Tijdens de zitting in oktober 1947 bleek dat K. een gedeelte van de buit te Amsterdam voor ƒ 100 had verkocht en dat het andere deel in beslag genomen is. K. had het geld niet met de andere verdachte gedeeld. Het O.M. merkte op dat beide verdachten reeds eerder waren veroordeeld en dat Van D. als a-sociaal bekend staat. De rechtbank Haarlem veroordeelde de verdachten S.K. en H.J.A. van D. tot een gevangenisstraf van twee jaar met aftrek van preventief tot en met 16 oktober 1947.

G.P.D.R, uit Amsterdam, directeur van de oliefabriek Orion werd er van beschuldigd een arbeider te hebben ontslagen zonder over de nodige vergunning te beschikken. Verdachte beweerde, dat deze arbeider ongeschikt voor het werk was. Hij had op de ontslagbrief willen schrijven: wegens luiheid, maar op het Gewestelijk Arbeidsbureau had men hem geadviseerd te spreken van: wegens reorganisatie, hetgeen was geschied. Er was volgens hem dringende reden tot ontslag. Verdere behandeling van de zaak werd aangehouden tot 24 september 1949 om de ontslagen arbeider en de directeur van het Arbeidsbureau te horen.

Bij monde van burgemeester Thomassen ontving de heer S. de Jong, Eendrachtstraat 7, bedrijfsleider van de oliefabriek Orion, op 14 november 1949 de bij Koninklijk Besluit toegekende medaille in zilver, verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau. De Jong, die meesterknecht is, kent het bedrijf als ware het zijn woning; hij wist alles van olie en van de artikelen die door De Orion in de handel worden gebracht.

Ondanks de enorme concurrentie op het gebied van olie voorzag Orion Nederland van olie. Daar zorgen tien vertegenwoordigers, het tienkoppig kantoorpersoneel en twaalf fabrieksarbeiders voor. Van hen was de heer J. Meester de oudste in dienstjaren. Hij was in het jubileumjaar 1949, waarin het vijftigjarig bestaan werd gevierd, ruim 48 jaar aan de zaak verbonden.

Verduistering door procuratiehouder

De Zaandammer van L, procuratiehouder bij de Orion Oliefabriek te Zaandam, meldde zichzelf begin januari 1952 bij de politie en bekende tienduizenden guldens bij de firma te hebben ontvreemd. De man werd terstond ingesloten. Hij verduisterde geld via het verrichten van boekingen die verborgen bleven omdat hij twee kassen beheerde: één van de vorige- en één van de huidige eigenaar. Bij controle vulde hij het tekort in de te tellen kas aan met geld uit de andere. Met de jarenlang gepleegde fraude zou totaal f 60.000 gemoeid zijn.

Aangezien ook Reijnders geen opvolger had werd het bedrijf in 1968 overgenomen door Burmah Trading Nederland nv te Voorburg, die streefde naar integratie met haar bekende merk Castrol. De integratie kwam evenwel niet van de grond; het merk Orion verdween voor deze productenrange van de markt.

De loods achter Westzijde 326 werd verkocht aan de aangrenzende Drankenhandel Kaptein en in 1971 verwierf B.J. Baerveldt het hoofdcomplex Westzijde 328 t/m 342. Hij bouwde aan de Zaan het houten gebouw waarin zich later het restaurant Sans Pareil vestigde; bar en keuken van dit restaurant bevinden zich in de voormalige machinekamer van Orion. In 1978 werd het complex aangekocht door Reinder Kakes en co. Het fabrieksgebouw maakte plaats voor een kantoor, dat in 1981 werd betrokken. De in hardsteen uitgebeitelde ster Orion en een permanente expositie van Orion-producten en reclame-materiaal houden de herinnering aan dit eens roemruchte Zaanse merk in ere.

  • orion.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/02/15 09:50
  • door zaanlander