Sinds 1 januari 1989 de naamgeving van het voormalige Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie, de staat was rond 1990 aandeelhouder, met als werkmaatschappijen PTT-post BV en PTT-Telecommunicatie BV.

PTT-Nederland NV verschafte werk aan 100.000 werknemers in 1990 met in totaal 81.000 taken en is daarmee één van de grootste werkgevers van ons land. De PTT-Post BV omvatte vijf regiodirecties waaronder 167 bestuurscentra, veelal hoofdpostkantoren genoemd, ressorteren. Onder deze centra werkten 1463 postkantoren en 1121 postagentschappen met in totaal circa 4000 balie-werkplekken. De gemeenten Jisp, Oostzaan, Wormer en Zaanstad functioneerden onder de bestuurscentra Wormerveer en Zaandam. Ingaande 1991 werden beide centra samengevoegd tot één directie Zaanstad. De resultaat verantwoordelijk eenheid, zoals dit in PTT-jargon heette, ressorteerde onder de regio-directie Noord-West. Onder de hoofddirectie van PTT-Telecommunicatie fungeerden 13 district-directies. De telefoondienst in de Zaanstreek ressorteerde onder het telefoondistrict Amsterdam.

Posterijen

Het besturen van grote gebieden vanuit een centraal punt leidde in Europa reeds tijdens het Romeinse Keizerrijk tot een toename van het berichtenverkeer. De Romeinen beschikten over een uitstekende postdienst; de Cursus Publicus, waarbij langs de Romeinse wegen gebruik werd gemaakt van wisselplaatsen voor personeel en paarden, de zogenaamde mutatio posita in. Na het uiteenvallen van het Romeinse Rijk verdween het georganiseerde postwezen om eerst na 1100 in de vorm van bodediensten terug te keren, aanvankelijk in opdracht van de heersende koningen en later ook van edellieden, bankiers, gerechtshoven en stadsbesturen. Bij het ontstaan van het centrale gezag in veel Europese landen in de Middeleeuwen kwam er structuur in deze postdiensten. Daar het bestuur in Holland geen eenheid was ontwikkelde deze structuur zich hier later.

In de 14e eeuw ontstond in de Hollandse steden de functie van stadsbode, door het stadsbestuur aangewezen ondernemers. Uit deze functie van stadsbode kwam die van postmeester voort. Deze functionarissen lieten het gevaarlijke uitvoerende werk over aan hun meestal slecht betaalde personeel. Na 1700 trokken de stadsbesturen het lucratieve ambt van postmeester naar zich toe en benoemden ambtenaren op deze functies. Misstanden en daardoor legio klachten waren het gevolg. De Staten van Holland verklaarden in 1799 de posterijen nationaal. De in 1806 optredende Lodewijk Napoleon voerde hier het systeem van de Franse posterijen in en op 17 april 1807 werd de eerste postwet afgekondigd, waarin de mogelijkheid voor het vaststellen van de tarieven en de monopoliebepalingen werden vastgelegd.

Er kwamen hoofdkantoren, zoals te Zaandam in 1810 en distributeurs, zoals te Wormerveer in 1848. In onze waterrijke streek vond het postvervoer hoofdzakelijk plaats per schip. Schippers droegen de vervoerde brieven over aan de door de gemeenten benoemde boden. Daarnaast waren er enige postritten, per boot, diligence en boden te paard, met dagelijkse verbindingen naar Amsterdam en Haarlem. Op l november 1868 werd een aanvang gemaakt met het vervoer van post per trein en werden de overige verbindingen geleidelijk buiten dienst gesteld.

Op l mei 1810 werd te Zaandam een postkantoor gevestigd van waaruit de bezorging in de gehele huidige gemeente Zaanstad en Jisp en Wormer werd geregeld en uitgevoerd door gemeentelijke bodes. Als uitvloeisel van de postwet van 1850 kwamen nadien in Wormerveer een postkantoor en in andere gemeenten hulppostkantoren in gebruik. De kantoren waren gevestigd in de woningen van de directeuren of brievengaarders. De toename van het postverkeer maakte deze situatie ongewenst en de overheid bracht de postdienst naar rijksgebouwen over.

Zaandam kreeg in 1875 een Rijkspost- en Telegraafkantoor aan de Gedempte Gracht, nadat eerder een telegraafkantoor was gebruikt in het voormalige raadhuis van Oostzaandam. In 1918 verhuisde de PTT naar een nieuw gebouw aan de Dam, dat wegens verzakkingsverschijnselen al snel moest worden vervangen door het, in 1930, in dienst gestelde gebouw, dat in 1987 werd gerenoveerd en omgezet in een aan de moderne eisen aangepast lokettenkantoor. Tevens werd in dat jaar een lokettenkantoor in gebruik gesteld in het winkelcentrum Het Trefpunt. Het bestuurscentrum, de directiezetel, was vanaf 1985 in de vestiging Blooksven ondergebracht tot in 1989 het nieuwe hoofdpostkantoor aan het Mahoniehout gereed kwam.

In Wormerveer werd het eerste rijksgebouw op 1 mei 1878 in gebruik genomen. Dit gebouw werd gesloopt voor de aanleg van de Provincialeweg Zaandam-Uitgeest. Het daarvoor in 1932 in de plaats gekomen gebouw aan de Esdoornlaan werd in 1984 door het kantoor uit 1990 vervangen. De hulpkantoren Koog aan de Zaan en Zaandijk werden in 1881 samengevoegd en gevestigd in een rijksgebouw aan de Stationsstraat te Koog aan de Zaan. Dit postkantoor werd na de ingebruikneming van het nieuwe kantoor in 1939 afgestoten.

Ook Krommenie beschikte sinds 1985 over een modern postkantoor ter vervanging van het op dezelfde plaats gevestigde oude rijkskantoor. Het hulpkantoor Westzaan werd in 1988 verbouwd en aan moderne eisen aangepast. Ook in Assendelft, Oostzaan en Wormer waren postkantoren gevestigd.

Aanvankelijk beperkte de postale wetgeving en daarmee de taakstelling van het bedrijf zich tot het vervoer van brieven. Het vervoer van zwaardere stukken, zoals boeken, kranten en baar geld werd gemeden. Uit sociale overwegingen, namelijk de toenemende behoefte om dagelijks nieuwsbladen te lezen en aan de verzending van lonen en salarissen werd ingaande 1807 voor deze zaken een tarief vastgesteld. Later is voor het vervoer van geld de postwisseldienst gekomen en in 1875 volgde het postbewijs en de kwitantiedienst. Op 15 maart 1852 werd in het hele land de pakketpost ingevoerd. Eén en ander zorgde uiteraard voor een toename van het loketbezoek.

De belangrijke plaats, die de lokettenfunctie van de postkantoren in de samenleving is gaan innemen, is ook voor een belangrijk deel toe te rekenen aan de oprichting van de Rijkspostspaarbank in 1881 en de postcheque- en girodienst in 1918. De automatisering van het betalingsverkeer na de Tweede Wereldoorlog had tot gevolg dat de afdeling loketdiensten haar omzet zag dalen. De leiding van PTT-Post heeft zich beraden om de terugloop om te buigen in gezonde groei. Daartoe heeft sinds 1977 het assortiment van producten en diensten zich uitgebreid tot in 1989 zo'n 70 stuks.

Het lokettenbedrijf van PTT-Post bv fungeerde later als een echt dienstverleningscentrum, een winkel waar men allerlei producten kon kopen. Nog slechts 15% van de lokethandelingen geschiedden voor het postbedrijf, de overige 85% werden uiteraard tegen betaling voor derden verricht. In 1988 was de landelijke omzet aan lokethandelingen 216 miljoen transacties; gemiddeld 14.7 handelingen per inwoner.

In oktober 1990 kondigde de PTT grootscheepse reorganisatieplannen aan. Volgens die plannen zouden in de Zaanstreek de postkantoren te Westzaan en Westerwatering in postagentschappen worden omgezet, het postkantoor in het Trefpunt te Zaandam en de postagentschappen aan de Cor Bruynweg te Wormerveer en aan de E. Heimansstraat te Zaandam zouden gesloten worden. De reorganisatieplannen ontmoetten protest. Te noemen valt ook de opkomst van de, buiten verantwoordelijkheid van de PTT vallende, stadspostdiensten.
Zie: Stadspost.

Telegraaf

Aanvankelijk ressorteerde de telegraafdienst onder het ministerie van binnenlandse zaken en de postdienst onder dat van financiën. Als gevolg daarvan werden deze diensten in aparte gebouwen met eigen directeuren gevestigd. Na veel aandrang van de gemeentebesturen en het bedrijfsleven werd op 1 maart 1856 te Zaandam in het tegen de Oostzijderkerk leunende gebouw een Rijkstelegraafkantoor gevestigd. Op l oktober 1856 volgde de opening van het telegraafkantoor Wormerveer. De twee rijksdiensten posterijen en telegrafie werden in 1886 samengevoegd tot een afdeling van het Ministerie van Waterstaat. In het land vonden de fusies op lokaal niveau geleidelijk plaats; in Wormerveer en Zaandam respectievelijk op 1 september 1889 en op 16 december 1890. De telegraafverbindingen werden in stand gehouden via bovengrondse leidingen met gebruik van morse-apparatuur. Deze bovengrondse leidingen zijn later buiten gebruik gesteld, het verkeer werd via de telefoonkabels geleid. Deze verbindingen hebben dienst gedaan tot 1951 en werden toen vervangen door de teletype; een elektrische schrijfmachine die correspondeerde met een zelfde apparaat op een andere plaats. Naast de teletype beschikten enkele kantoren ook over Faxpost, waarmee documenten, tekeningen en dergelijke kunnen worden overgebracht.

Telefoon

In 1881 startte de Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij (NBTM) het eerste telefoonnet in Nederland. Reeds op 27 januari 1882 verleende het gemeentebestuur van Zaandam aan deze maatschappij concessie voor de exploitatie van een openbaar telefoonnet. Op 18 april van datzelfde jaar verkreeg de NBTM eveneens concessies van de gemeenten Wormerveer, Koog aan de Zaan en Zaandijk. De firma Wessanen en Laan te Wormerveer had reeds in 1882 telefoonverbindingen aangelegd tussen haar kantoor en de fabrieken in Wormer en Wormerveer. Op 7 december 1885 nam dit bedrijf een eigen verbinding met het lokale net van Amsterdam in gebruik. De NBTM stelde pas twee jaar later de interlokale verbinding Zaandam- Amsterdam in dienst. De telefooncentrales waren gevestigd te Zaandam in een houten gebouwtje op de plaats waar nu het postkantoor Dam is gelegen en in Wormerveer op het gemeentehuis. In 1897 besloot de regering de interlokale telefoonnetten in eigen beheer te nemen en belastte de Technische Dienst van de Posterijen en Telegrafie met de uitvoering hiervan. Op 1 januari 1913 nam het rijk ook de lokale netten van de NBTM over.

Vanaf 1 januari 1916 werd de telefoondienst bediend vanuit een in het postkantoor gevestigde handcentrale. In Zaandam bleef de centrale in het Waaggebouw tot het gereedkomen van het nieuwe Post- en Telegraafkantoor aan de Dam op 30 juli 1918. In 1931 (Zaandam) en in 1933 (Wormerveer) werd de lokale telefoon geautomatiseerd. In 1968 kwam in Zaandam het telefoongebouw aan het Krimp gereed en kon begonnen worden met de plaatsing van vervangingsapparatuur voor de op het postkantoor aanwezige lokale- en knooppunt centrale. De werkzaamheden aan de knooppuntcentrale waren op 16 maart 1971 in zoverre gereed dat de exploitatie kon beginnen. Het duurde echter nog tot 1984 alvorens alle lokale nummers naar het Krimp waren verhuisd.

Successievelijk werden in het land steeds meer PRX-centrales gebouwd. De eerste van Nederland op 19 juli 1974 te Wormerveer. Het belangrijkste voordeel van deze centrales was de grotere betrouwbaarheid, de ruimtebesparing, de lagere kosten en de flexibiliteit in het gebruik. Door het computerprogramma te wijzigen kunnen nieuwe diensten worden toegepast, zonder dat een centrale moet worden verbouwd of gewijzigd. Voorbeelden van nieuwe mogelijkheden waren het gebruik van de druktoetstelefoonapparaten, het dataverkeer en beeldtelefonie. Ook PTT-Telecom BV werkte meer marktgericht met de primafoon, een winkel voor telefoontoestellen en hulpapparatuur voor de particuliere klant en zijn adviescentra voor het zakenleven.

Radiodistributie

Ook op het gebied van het doorgeven van radio-programma's heeft de Zaanstreek een voortrekkersrol vervuld. De eerste ondernemer was de Koger Bauling die in 1924 enkele abonnees op zijn ontvangsttoestel aansloot. Hij was ook de eerste, die van een regelende overheid een machtiging voor de exploitatie van een radiodistributienet ontving. In 1927 hadden in Wormerveer vijf exploitanten reeds circa 250 abonnees. In 1935 waren het weer Zaankanters, die als eersten buitenlandse programma's doorgaven met uitzondering van de verboden Russische uitzendingen.

Tijdens de Duitse bezetting moesten de particuliere exploitanten hun netten overdragen aan de Telefoondienst. Na de Tweede Wereldoorlog werd de radiodistributie draadomroep. In plaats van dat de radiocentrale zijn programma per gewone radio opving en verder distribueerde, werden nu de programma's per telefoonlijn rechtstreeks vanaf de studio's doorgegeven. Het betekende een belangrijke verbetering van de ontvangstkwaliteit. Desondanks won het eigen radiotoestel steeds meer terrein en moest de PTT besluiten de onrendabele dienst op te heffen. In de Zaanstreek werden de laatste 1500 abonnees, van wie 300 te Wormerveer, eind 1971 opgezegd.

Toch bleef de PTT een belangrijke schakel in het transport van radio- en tv signalen door het beheren van de zenderparken, het exploiteren van torens voor de straalverbindingen en het doorgeven van beeld en geluid met mobiele apparatuur van uitzendingen overal in het land.

G.P. van der Laan

  • ptt_nederland.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/01/23 13:39
  • door zaanlander