schipper_jacob

Zaandam, 19 december 1915 - Zaandijk, 20 juli 2010

Architect BNA te Zaandam Jaap Schipper ontving zijn opleiding aan de HTS te Haarlem in 1935 en de Academie van Bouwkunst te Amsterdam in 1942. In 1935 werd hij als stedebouwkundig tekenaar bij de gemeente Velsen aangesteld, vervolgens van 1943-45 als stedebouwkundige bij de Dienst Noordoostpolder Werken te Zwolle en van 1946 tot 1948 als assistent van Ir. W. van Tijen aan de herbouwplannen van Velsen en IJmuiden. In 1948-'49 werd hij als winnaar van de Prix de Rome 1946 in de gelegenheid gesteld een studiereis te maken naar Zuid-Italië, Noord-Afrika en Spanje. In 1950 maakte hij een studie van de Zaanse houtbouw, hetgeen leidde tot oprichting van Stichting Zaans Schoon die de bouw van het reservaat van houten huizen, de Zaanse Schans stimuleerde. Van 1948 tot 1982 was hij als particulier architect gevestigd te Zaandam, zijn bureau werd voortgezet door Ir. R. R. F. Verbeek en Ir. J. Zijlstra onder de naam Schipper-Verbeek-Zijlstra.

Van Jaap Schipper werden circa 1000 woningen in Zaandam, Velsen, Amsterdam en Rotterdam-Zuidwijk uitgevoerd. In Alkmaar realiseerde hij de stadsvernieuwingsgebieden Keizerstraat en het gebied nabij de Grote Kerk. In Zaandam volgden de bejaardentehuizen Mennistenerf en Groenland, in Koog het tehuis Parkzicht, en in Wormerveer het tehuis d' Acht Staten, alsmede bejaardentehuizen, dan wel complexen bejaardenwoningen in Velsen, Alkmaar, Amersfoort, Twisk en Landsmeer. Naast een aantal fabrieken en kantoren, zoals het kantoor van Houthandel William Pont, later kantoor Medicopharma ontwierp Schipper in de Nationale Parken De Hoge Veluwe en De Kennemerduinen de restaurants De Koperen Kop en Parnassia alsmede in De Zaanse Schans het restaurant De Hoop op de Swarte Walvis.

In de na-oorlogse jaren liepen in Velsen, Rutten (Noordoostpolder) en Nieuwe Niedorp Hervormde kerken van de band. Amsterdam nodigde Schipper uit het voormalige gebouw van de Nederlandse Bank te restaureren en tot Allard Piersonmuseum in te richten en de Archeologische Instituten van de Universiteit van Amsterdam. Voorts was Schipper auteur van een aantal publicaties die, al dan niet deels, de Zaanstreek behandelen. Van het meeste belang voor de Zaanstreek is De Polder Oostzaan uit 1979, dat hij samenstelde en waarvoor hij het artikel Blik in het verleden schreef. Andere publicaties zijn In de Gecroonde Duvvekater uit 1978, Wie water deert (Edam 1969) en De stolp te kijk (Wormerveer 1990).

Schipper stond aan de basis van restauraties van de Hoogduitse synagoge aan het J.D. Meyerplein, later het Joods Historisch Museum, evenals het bijgebouw van het Westfries museum te Hoorn.

Naast restauraties van woonhuizen in de Zaanstreek, Edam, Monnickendam, Medemblik, Alkmaar en Amsterdam, werden Hervormde kerken gerestaureerd in Zaandam, Koog, Westzaan, Purmerend, De Rijp, Twisk, Lambertschaag, Doopsgezinde kerken te Zaandam en Westzaan, en Lutherse kerken te Zaandam en Edam. Het Luthers Oude mannen- en vrouwenhuis te Amsterdam werd gerestaureerd en ingericht tot verpleeghuis, het Landswerf te Medemblik, een mannengebouw uit 1795, werd omgebouwd voor bewoning door kleine gezinnen. Naar de Zaanse Schans werden acht woningen, een theekoepel en een scheepswerf overgeplaatst en gerestaureerd.


Op 13 oktober 1960 verschijnt er een interview met Jaap Schipper in het Stan Huygens’ Journaal van de Telegraaf over de ontwikkelingen rond het 'reservaat'.

Hij zet eeuwenoude houten huizen langs de Zaan

,,Ik ben tussen houten huisjes in Zaandam opgegroeid“, vertelde de Zaanse architect Jacob Schipper Jr. mij gisteren in zijn houten kantoor, dat nu voor een gedeelte in beslag wordt genomen door grote tekeningen van deze verdwijnende huizentrots van de Zaanstreek, die door de steeds verder schrijdende industrialisatie bedreigd wordt.

„Het ging me daarom zo aan mijn hart dat al die mooie huisjes plaats moesten maken voor fabrieken en stadsuitbreidingen en dat niemand er eigenlijk iets aan deed om ze te bewaren. Daarom ben ik in 1947 met het plan gekomen om een terrein buiten de stad aan te wijzen en al deze houten- monumenten daar neer te zetten. En dan niet met de bedoeling er een soort openluchtmuseum van te maken, maar gewoon een dorpje dat bewoond wordt.” Tien jaar lang is het plan een plan gebleven, en de heer Schipper heeft er vaak over gewanhoopt dat het ooit iets anders zou worden dan een ideaal op papier. Plotseling kwam er drie jaar geleden beweging bij de Rijksdienst voor Monumentenzorg, die voorzag wat er te gebeuren stond met al dat Zaanse schoons en vanaf die tijd ging het snel. „Dit jaar.“ zo vertelde de heer Schipper mij, „is het eerste huisje op de Zaanse Schans neergezet en daar woont op het ogenblik een medewerker van mij in. Dat is het begin. Nu wachten we alleen even op de goedkeuring van Gedeputeerde Staten, die binnenkort afkomt en dan gaan we verder. Over vijftien jaar hopen we helemaal klaar te zijn.”

Bewoners

,,Dan staan er veertig specifieke Zaanse huizen op een nieuw plekje langs de Zaan en dat zal dan een gemeenschap zijn, waar we bij voorkeur kunstenaars of artistiek voelende mensen als bewoners hopen te krijgen.” Een belangrijk punt in de verwerkelijking van een dergelijk lofwaardig ideaal zijn uiteraard de financiën. ,,Daar hoeven we echter niet zo erg bang meer voor te zijn.“ verzekerde de heer Schipper mij. „Het gaat bij elkaar ongeveer 3 1/2 miljoen gulden kosten en dat geld krijgen we van het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, de provincie en van een aantal van de Zaanse gemeenten.”

,,Natuurlijk is dat niet helemaal genoeg, maar het gat dat overblijft hopen we te stoppen met de bijdragen van industriëlen die dan als tegenprestatie één van hun personeelsleden in zo’n huisje mogen laten wonen.” Dit mooie plan is ontstaan doordat architect Schipper in 1946 de belangrijke „Prix de Rome“ voor de bouwkunst won met een vooruitstrevend ontwerp voor een kerkcomplex. De prijs bestond uit een buitenlandse reis en een binnenlandse opdracht. „De reis heb ik gemaakt naar Italië uiteraard en verder naar Spanje en Noord-Afrika,” vertelde de heer Schipper, die in die tijd ook secretaris van de stichting Zaans Schoon was, „en als binnenlandse opdracht kreeg ik een studie te maken van de houten bouw in de Zaanstreek. Het noodlot van al die huisjes is in de eerste plaats dat ze voor het grootste gedeelte langs de Zaan zijn gebouwd; een aantrekkelijke plaats om fabrieken te bouwen.

Puinhoop

Daardoor zijn ze steeds verder ingebouwd en komt het langzamerhand zover dat ze moeten verdwijnen. Een punt van overweging hierbij is ook dat de twee- á drie honderd jaar oude huizen voor een belangrijk deel nog uitstekend intact zijn. De bewoners hebben echter niet zo erg veel belangstelling om deze monumenten goed te onderhouden en de gemeente kan iemand wel verbieden zijn huis af te breken, maar niet, dat hij het langzaam maar zeker tot een puinhoop laat vervallen. Het is misschien een beetje gek idee om deze huizen in hun geheel over te plaatsen, maar vroeger werd het niet anders gedaan. Het materiaal was toen zo duur, dat men nooit iets weggooide. Het was dan ook normaal dat iemand zijn huis meenam van Amsterdam naar Zaandijk bij voorbeeld.“

Reservaat

De belangstelling van de Zaankanters voor dit plan is verheugend groot en men heeft zo de smaak van conserveren van het verleden te pakken, dat men nu ook een initiatief heeft ontwikkeld de oude molens die gevaar lopen op te gaan in de grote koek- en houtfabrieken naar de Zaanse Schans te verplaatsen. Dat wordt dan een soort van reservaat voor molens. De meelmolen „De Dood” staat er al en men is nu bezig met de verfmolen „De Duinjager“. „Zijn er genoeg mensen die de ongemakken van het wonen in een oud huis willen nemen?”, vroeg ik de Zaanse huizenverplaatser.

„Wonen aan het water is altijd bijzonder aantrekkelijk“, vond de heer Schippers. „En de ongemakken zijn niet zo erg groot. Er komt telefoon en verder allemaal dingen die het leven aantrekkelijk maken. Alleen staat er in het huurcontract dat er aan de buitenkant van de huizen niets gewijzigd mag worden. Televisieantennes zijn er dus niet bij. De man die er op het ogenblik als eerste woont, bezit televisie. Hij heeft zijn toestel, omdat hij geen antenne mag hebben, op zolder staan, maar daar heeft hij een prachtig beeld hoor.”

  • schipper_jacob.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/04/16 15:04
  • door zaanlander