timmerfabrieken

Bedrijven, nauw verwant aan de meubelmakerijenplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigMeubelmakerij

Tak van nijverheid waarin fabrieksmatig of op ambachtelijke manier meubelen worden vervaardigd van hout, metaal, kunststof en combinaties hiervan. De producten zijn veelsoortig. Er worden o.a. opbergmeubels, zit- of ligmeubels, tafels, accessoires voor huiselijk gebruik gefabriceerd, als ook meubels bestemd voor kantoren.
en de molenmakerijenplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigMolenmakerij

Ambachtelijke bedrijfstak, waarin men zich bezig houdt met de bouw en inrichting van windmolens alsmede met de reparatie daarvan.

Over de Zaanse molenmakerij in het verleden is weinig bekend. Er is ook nauwelijks over gepubliceerd. Toch ligt de conclusie voor de hand dat er ettelijke bedrijven en een groot aantal vaklieden bij betrokken moeten zijn geweest. De grote concentratie van industriemolens in de Zaanstreek is immers vrijwel binnen honderd jaar in de 17e eeuw tot stand gek…
, rond de laatste eeuwwisseling in de Zaanstreek ontstaan. In de loop der tijd was er een tiental timmerfabrieken in de streek, veelal met een kleine bezetting. Begin jaren '90 waren daar nog enkele van over.

De eerste timmerfabrieken ontstonden aan het eind van de 19e eeuw. De invoering van stoomplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigStoomkracht

Aandrijfmiddel van machines; in de Zaanstreek stapten de industrieën in de tweede helft van de 19e eeuw massaal op stoomkracht over. Het ontstaan van stoomfabrieken in de Zaanstreek. Door de eeuwen heen heeft de mens geprobeerd om de spierkracht, nodig bij het in beweging krijgen van werktuigen, door andere krachten te vervangen. De meest voor de hand liggende manier was het gebruiken van dierkracht in de vorm van
als energiebron was daar mede de oorzaak van. Met het beschikbaar komen van elektrische energie, rond 1920, breidde het mechanische timmerbedrijf zich uit. Daardoor kon beter op plaatselijke behoeften ingesprongen worden. Timmerfabrieken leveren deuren, ramen en kozijnen tot en met volledige betimmeringen van huizen. In de Zaanstreek was (door de molenmakerijen) in ruime mate voldoende geschoold personeel aanwezig. Daarnaast was er door de houtbouw relatief veel werk in de Zaanstreek. De timmerfabrieken kregen allengs meer het karakter van industriële ondernemingen. Waar eerst het grootste deel van de werkzaamheden nog met de hand werd gedaan, kwamen later vele soorten apparaten ter beschikking van de werknemers.

Aanvankelijk werd vooral in serie gewerkt, in de jaren '70 kwam er een ommekeer naar meer specifieke, eenmalige orders. De beide wereldoorlogen zorgden voor een beperking in de aanvoer van hout. Ook de crisisjarenplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigCrisis jaren '30

Naam voor de economische malaise die zich in de jaren '30 van de 20e eeuw deed voelen. Voor Nederland lagen de crisisjaren vooral tussen 1932 en 1936. In de Zaanstreek werd de economische situatie minder slecht dan in omringende gebieden. De crisis van de jaren '30 zette in met de beurskrach van Wall Street op 'zwarte donderdag', 24 oktober 1929. De '“opgeblazen economie' van de Verenigde Staten zakte als een pudding ineen, Westeuropese economieen volgden. Het handelsrijke Nede…
betekenden voor de bedrijfstak een slechte tijd. Na de bevrijding kwamen de timmerfabrieken moeilijk op gang. Voor hout was een toewijzing nodig, waardoor bijvoorbeeld timmerfabriek K. Visser en Zonen in Zaandam de 'tijd vulde' met het maken van meubelen, zoals eiken tafels, stoelen en lectuurbakken. De jaren '50, '60 en '70 werden gekenmerkt door steeds groter wordende kozijnen, verregaande mechanisatie en later specialisatie. Daardoor en door en de blijvende noodzaak tot woningbouw ontwikkelde de bedrijfstak zich sterk: waren er in 1930 nog maar drie bedrijven met 169 mensen in dienst, in 1950 had dit zich uitgebreid tot elf bedrijven met 1028 personeelsleden.

De Zaanstreek kende in verhouding tot andere gebieden steeds een belangrijke concentratie van timmerfabrieken. Na 1950 werkte ongeveer 15% van het personeel van de Nederlandse timmerfabrieken in de Zaanstreek. De oliecrisis van de jaren '70 zorgde voor inkrimping van de bouw, en daarmee de ondergang van enkele fabrieken. De groeiende interesse in monumentenzorg en de zogenoemde historiserende bouw voorkwamen verdere teruggang. In de Zaanstreek waren in 1990 een tiental bedrijven die zich timmerfabriek kunnen noemen.

Literatuur: P.J. Middelhoven, Hout en Trouw, Zaandijk 1975.

  • /home/zaanwiki/domains/zaanwiki.nl/private_html/encyclopedie/data/pages/timmerfabrieken.txt
  • Laatst gewijzigd: 2020/09/07 12:07
  • (Externe bewerking)