wagenschotzagerij

Onderdeel van de houtzagerij, waarbij men zich toelegde op het zagen van wagenschot, een fijn soort eikehout dat werd gebruikt als wandbekleding in interieurs. Ook wagenmakers gebruikten wagenschot, maar de naam is mogelijk een verbastering van “weeg' ('wand'). Wagenschotzagerij werd uitgevoerd in paltroks. Bij de wagenschotzagers waren grote houttuinen, waar de gezaagde 'bladen' te drogen werden gezet. Als de bladen 'winddroog' waren, werden zij in loodsen geplaatst.

De wagenschotzagerij was vooral van belang door de export naar Engeland. Met name in de jaren 1630-'50 en 1715-'30 kende de Zaanse houtzagerij hierdoor bloeiperioden. Vanaf rond 1740 hieven de Engelsen zeer hoge invoerrechten op buitenlands gezaagd hout en in 1752 volgde een invoerverbod in de Zuidelijke Nederlanden; dit betekende feitelijk de doodklap voor de Zaanse wagenschotzagerij.

Zie ook: Economische geschiedenis 2.6.2.

  • wagenschotzagerij.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/05/01 18:18
  • door jan