Houtzagerij

Het zagen van hout in Houtzaagmolens en later in stoomhoutzagerijen. De Zaanse familiebedrijven in het houtvak hielden zich zowel met de handelskant als met de zagerij bezig; de ontwikkeling van de Zaanse houtzagerij is daardoor niet los te zien van de Zaanse Houthandel. zie aldaar.

In het verleden was de Zaanse houtzagerij onder te verdelen in het zagen van wagenschot met de zogenoemde Wagenschotzagerij en het zagen van balken met de Balkenzager, terwijl er voorts een klein aantal Latten- of veerzagerij-, veer- en duigenzagers was. Volgens opgave van Pieter Boorsma hebben in totaal 367 houtzaagmolens in de Zaanstreek gestaan, waarvan er 213 als balkenzager werkten.

In de 19e eeuw nam de balkenzagerij een steeds groter aandeel van de houtzagerij in. Gerangschikt naar type waren er 237 paltroks. 109 bovenkruiers, 15 wipmolens en zes molens van onbekend type. De houtzagerij was geconcentreerd in Westzaandam en in mindere mate in Oostzaandam en Westzaan. De Zaanse balkenzagerijen waren van oudsher familiebedrijven, en bleven dat ook toen de stoomzagerijen opkwamen. De Zaanstreek dankte de sterke positie als zaaggebied mede aan het feit dat uit het aangevoerde rondhout iedere afmeting kon worden geleverd.

De scheepswerven, van oudsher belangrijke afnemers, vroegen afmetingen die dikwijls niet voorkwamen in de specificaties van buitenlandse zagerijen. Een moeilijkheid was door de jaren heen dat de zagerijen geheel op invoer van balken uit het buitenland waren aangewezen. Gezaagd hout werd aanvankelijk nauwelijks ingevoerd.

De Eerste Wereldoorlog maakte een einde aan de invoer van het hout, waardoor de houtzagerij grotendeels stil kwam te liggen. Na de oorlog nam de vraag op de wereldmarkt naar gezaagd hout sterk toe. Maar aangezien in de productielanden inmiddels zelf houtzagerijen waren opgericht, en er bovendien beperkingen werden gesteld aan de export van ongezaagd hout, kon de Zaanse houtzagerij zich slechts zeer moeizaam herstellen. Russische kapbalken maakten in deze periode het hoofdbestanddeel uit van de import van ongezaagd rondhout. Deze import was in handen van William Pont die de inkoop, bevrachting en lossing der schepen verzorgde, alsmede het opvlotten van de balken. De aanvoer voltrok zich in de maanden juni tot en met november. Voor en na die tijd waren de verschepingshavens Leningrad en Archangel door ijsgang onbereikbaar.

Aanvankelijk kochten de Zaanse houtzagers de rondbalken afzonderlijk op bij Pont; later verenigden zij zich in de zogenoemde Grote Combinatie (nv Jan Dekker, nv Pieter de Lange, nv H. Simonsz en nv Remmert Aten - zie: De Bark) en de Kleine Combinatie (nv Gebr. Endt, nv Kamphuis & Van Loosbroek, nv P. Schipper Gzn en nv H. van Doesburgh). Deze situatie bleef ongeveer tot de Tweede Wereldoorlog bestaan. Beide combinaties kochten ook wel zelfstandig rondhout in de Baltische staten Letland en Litouwen. De kwaliteit van de daar gekochte balken was evenwel matig.

De houtwerkersstaking van 1929 had een bijzonder negatieve invloed op de Zaanse houtzagerij. De productie werd sterk beperkt en veel afnemers zochten zagerijen elders. Vrijwel direct daarop werden de gevolgen van de crisis in de zagerij sterk gevoeld.

Een flauw herstel trad op na de devaluatie van 1937, dat voortduurde tot de Tweede Wereldoorlog. Ook bij het uitbreken van de oorlog bleek de afhankelijkheid van de Zaanse houtzagerij van het buitenland weer: de aanvoer van rondhout viel weg en de zagerijen kwamen praktisch stil te staan. Van regeringswege werd het Rijksbureau voor Hout opgericht, dat (voor zover nog mogelijk) de aanvoer van zowel rondhout als gezaagd hout regelde. Ofschoon er de eerste twee jaar nog op bescheiden schaal (kwalitatief matig) inlands rondhout uit de Nederlandse bossen werd gezaagd ging het hout 'op de bon'.

De laatste oorlogsjaren lagen de zagerijen volledig stil. Onder het Rijksbureau werd de houthandel gedwongen zich te organiseren in branchegerichte vakgroepen en ondervakgroepen, die nauw betrokken waren bij de verdeling van de schaarse grondstoffen. Deze situatie bleef na de oorlog geruime tijd gehandhaafd. Doordat de Zaanse zagers in deze organisatie sterk vertegenwoordigd waren, kregen zij een groot deel van het na de oorlog ingevoerde ongezaagde hout. Dit betrof met name oregon pine balken uit de Verenigde Staten en Canada, die tot bouwhout werden verwerkt. Voorts kwamen er grote hoeveelheden rondhout uit Duitsland in het kader van vergoeding van de oorlogsschade. Gaandeweg kwam ook weer de aanvoer van Scandinavisch hout op gang.

De eerste jaren na de oorlog draaide de Zaanse houtzagerij al met al goed. Deze laatste opleving was echter niet van lange duur. De hout-exporterende landen legden steeds meer beperkingen op aan de uitvoer van ongezaagd rondhout, terwijl het pakket gezaagd hout van deze landen beter aansloot op de vraag van de in deze jaren zeer omvangrijke utiliteits- en woningbouw. Enkele Zaanse zagerijen deden nog een poging om door moderniseringen een verbetering in de situatie aan te brengen. Zo nam het Houtfactorsbedrijf Wijtenkamp in de Nieuwe Zeehaven van Zaandam een ontbastingsmachine in gebruik.

Er was nog een betrekkelijk grote aanvoer van Russische balken, die direct na aankomst van de bast ontdaan en opgevlot werden. De Zaanse zagerijen konden hierdoor efficiënter functioneren en garandeerden Wijtenkamp daarom een bepaalde minimum-afname. De inkoop van rondhout kwam na de oorlog vrijwel volledig in handen van de (nationale) Coöperatieve lnkoopvereniging BINIC, waarin alle belangrijke zagerijen waren vertegenwoordigd. Door hun aantal hadden de Zaanse zagers een belangrijke invloed in deze vereniging, die tot 1968 bevredigend functioneerde.

Midden jaren `60 ontwikkelde de gemeente Zaandam plannen tot verwerving van het Westzijderveld, waarin alle overgebleven zagerijen waren gevestigd. Een onderzoek naar de mogelijkheden van verplaatsing van de zagerijen had een negatieve uitkomst: in verband met de onzekere toekomstige aanvoer van ongezaagd rondhout en de inzakkende vraag naar het, weliswaar betere maar ook aanzienlijk duurdere, eigen product, werd verplaatsing onverstandig geacht. Hiermee viel het doek voor de Zaanse houtzagerij. De handelsbedrijven in gezaagd hout werden wel verplaatst. Zie ook: Economische geschiedenis geschiedenis 2.6.2. en 3.6.3. H. Hallie

  • houtzagerij.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/12/02 07:29
  • door zaanlander