westzaandam

Dit is een oude revisie van het document!


Vroegere naam voor het ten westen van de Zaan gelegen deel san Zaandam. dat deel uitmaakte van de Banne van Westzanen. Het dorp is. in tegenstelling tot Oostzaandam. nooit zelfstandig geweest - en dat terwijl het in de loop der geschiedenis in economisch opzicht en wat betreft het aantal inwoners belangrijker werd dan zijn 'overbuur`. De oorzaak van de aanvankelijke, tot 181 1 in .stand gebleven scheiding tussen West- en Oostzaandam was eenvoudigweg dat de dorpen in verschillende rechtsgebieden waren gelegen. De scheiding was van waterstaatkundig-bestuurlijke aard. Hoewel er sprake is geweest van een zekere rivaliteit. werd naar buiten nauwelijks onderscheid gemaakt tussen beide plaatsen. Er werd elders gesproken van Sardam, Saendam, Saenredam enzovoort. ln de 17e en 18e eeuw hebben Westzaandamse notabelen meermalen pogingen ondernomen om meer invloed te krijgen in het bestuur van de Banne, waarin het dorp een minderheid van het aantal zetels bezette. Zo wilden zij in 1729 bijvoorbeeld een zelfstandigere positie bereiken door deel te nemen in de aankoop van de ambachtsrechten. Westzaan blokkeerde deze poging en kreeg de Staten van Holland aan zijn kant. Het hoofddorp van de Banne (Westzaan, intussen al lang overvleugeld door Westzaandam) betaalde f 300.000 voor het hele gebied en hield de meerderheid in het bansbestuur. Pas in de Franse tijd (1796) ging deze meerderheid verloren; Westzaan behield slechts 4 van de 18 zetels. Westzaandam kreeg er 7. Vijftien jaar later veranderde de bestuurlijke situatie definitief: bij keizerlijk decreet van 21 oktober 181 1 werden Oost- en Westzaandam samengevoegd tot de stad Zaandam Dit betekende meteen het einde van het begrip “Westzaandam`. Zie ook: Bestuur en rechtspraak 2.2.1. en 2.2.3. Naam en wapen De naam behoeft geen verklaring: de nederzetting ontstond immers ten westen van de dam in de Zaan. (Dat in deze encyclopedie consequent Oost- en Westzaandam aaneen worden geschreven, dus zonder koppelteken, gebeurt in navolging van eerdere, gezaghebbende auteurs, zij het in het besef dat deze spelling discutabel is). Westzaandam had geen eigen wapen, maar voerde het wapen van de Banne van Westzanen. Om rang en oppervlakte Binnen de gemeenschap bestonden vier buurten (kwartieren). te weten: De Horn (het oudste gedeelte van het dorp, aan de Hogendijk, aansluitend aan de Dam), de Molenbuurt (de Lagedijk, die later Westzijde ging heten, tussen Dam en Papenpadsluis, met de haaks daarop staande paden), de Noord (dezelfde Lagedijk, met haaks erop staande paden, tussen de Papenpadsluis en de Mallegatsluis) en de Westzaner Overtoom (de Westzanerdijk tussen Jaap Haversluis en Overtoom). Sinds het begin van de 18e eeuw was de Molenbuurt in twee wijken gesplitst, zodat Westzaandam daarna tot het einde der Republiek (l795) vijf wijken kende. Het tot het dorp gerekende gebied werd aan vier kanten door water begrensd: in het zuiden lag het IJ, in het westen de Gouw, in het noorden de Mallegatsloot en in het oosten uiteraard de Zaan. Tot het dorp werden ook het buiten de zeedijk gelegen schiereiland de Hem en de in het ll liggende eilanden De Hoorn en De Waard gerekend. Van Braam, Prof. dr. Aris van schatte het Westzaandamse vierendeel van de banne op zes vierkante kilometer. Bevolking Westzaandam was aanvankelijk kleiner dan Oostzaandam. Aan het begin van de 17e eeuw had het dorp ten oosten van de Zaan ongeveer twee maal zoveel inwoners; voor hetjaar 1622 stelde Van Braam, Prof. dr. Aris van de bevolking op 1800 inwoners. Dat betekent trouwens dat het dorp in de voorgaande eeuw sterk was gegroeid. ln 1613 verklaarden enkele bejaarde inwoners dat zij bij overleve ring in hun jeugd hadden vernomen dat aan de westzijde op Zaanerdam niet meer dan zeven huizen stonden. ln 1543 werden er 46 huizen bij en op de Dam geteld. ln de 17e eeuw volgde een bijna explosieve groei, zodat in 1742 6315 inwoners konden worden geteld. daarna nam de bevolking met ongeveer 50 perjaar af in samenhang met een economische neergang. Omstreeks 1789 werd een dieptepunt van 4500 inwoners bereikt, waarna weer een stijging intrad. In 1795 werd een bevolking van 5179 personen geregistreerd. In de Franse tijd liep dit aantal, zoals overal elders, terug. In 1812 - dus kort na de samenvoeging - telde het eerdere Westzaandam 4644 inwoners. Kerkelijke gezindher'd Procentueel was de verhouding in 1742 als volgt: gereformeerden (= hervormden) 58%, doopsgezinden 25 %, luthersen 9% en katholieken bijna 8% (afgeronde percentages). Daarnaast was er een kleine groep van 29 oud-katholieken. Er wordt wel eens gedacht dat Zaandam overwegend doopsgezind was. De hiervoor gegeven percentages weerspreken dat. Relatief maakten de 1600 dopersen die Westzaandam in 1742 telde een kleiner deel van de bevolking uit dan in bijvoorbeeld Wormerveer (51%) en Koog (bijna 40%). We'l vormden de Westzaandamse dopersen in economisch opzicht de meest invloedrijke groepering. Het aantal van 588 luthersen dat in 1742 werd geteld is opmerkelijk. Van der Woude, Ad van der gaf voor dat jaar de cijfers van 28 Noordhollandse gemeenten. Uitgezonderd West- en Oostzaandam waren er nergens meer dan 25 luthersen. Een verband met de intensieve handel op de (lutherse) landen in het Oostzeegebied ligt voor de hand. ln 1809 was het aandeel doopsgezinden met bijna 12% verminderd ten opzichte van 1742. De overige kerkgenootschappen waren, in procenten uitgedrukt, ongeveer even sterk vertegenwoordigd als zestig jaar daarvoor. Er waren in 1809: 2983 hervormden, 963 doopsgezinden, 488 katholieken, 470 luthersen, 78 joden (een niet eerder aanwezige, althans niet getelde, bevolkingsgroep) en 29 oud-katholieken. Bewoningsgeschiedenis Feitelijk zou de geschiedenis van Westzaandam al met die van het dorp Oud-Zaenden kunnen beginnen. Voor de schaarse gegevens over deze verdwenen nederzetting (in 1 155 door Drechter Friezen verwoest) wordt verwezen naar het trefwoord Zaanden Tot het eind van de 15e eeuw is het gebied ten noorden van de IJ-dijken en tussen Zaan en Gouw nauwelijks bewoond geweest, er zijn althans geen berichten daarover bekend. Pas toen vestigden zich uit Westzaan a?tomstige bewoners langs de Hogendijk, in de richting van de Dam. De Lagedijk (de latere Westzijde) was blijkbaar vooralsnog te weinig aantrekkelijk voor veilige bewoning. Daarin kwam in de loop van de 16e eeuw verandering. De bevolking nam er zelfs zodanig toe dat men naar andere bouwlokaties ging uitküken. Aanvankelijk ontstond er enige komvorming bij Dam en Hogendijk. maar er werd snel ook langs de Zaan gebouwd. Toen de Lagedijk volraakte werden doodlopende paden. die soms tot de Vaart het veld invoerden, bebouwd. Daarbij waren ook bestaande molenpaden. Ze lagen haaks op de Lagedijk, dus in de richting Oost-West. Op deze paden ontstonden typisch Zaanse padgemeenschappen. Later werden verschillende ervan samengevoegd en door slootdemping verbreed. De huidige Gedempte Gracht is bijvoorbeeld een samenvoeging san vier verschillende paden. Zo werd het hele gebied. van de Hogendijk tot aan de Papenpadsluis (en later nog verder in noordelijke richting) bebouwd. Zie voor latere wijzigingen in de bebouwing: Zaandam. Middelen van bestaan ln economisch opzicht vormden Oost- en Westzaandam een eenheid. Er ontstond de belangrijkste concentratie van bedrijven in de Zaanstreek. Daardoor groeiden de aanvankelijk arme dorpen uit tot bloeiende gemeenschappen. Van Braam, Prof. dr. Aris van is in zijn studie 'Westzaandam in de tijd van de Republiek` uitgebreid ingegaan op de economische structuur van het dorp. Hij concludeerde dat een lange periode van expansie (1590-1730) gevolgd werd door een periode van geleidelijke teruggang (1730-1795). Daarbinnen onderscheidde hij: een periode van snelle vooruitgang (16001650), een fase van vertraagde groei (globaal van 1650 tot 1710), een tweede periode van groei (ongeveer van 1710 tot 1730), vervolgens een tijd van wankeling en recessie (tot omstreeks 1760) en - na een kortstondige opleving - een fase van definitief verval (na 1760). De Franse tijd, tenslotte, was zoals bekend een periode van algemene malaise. Om deze analyse te staven. trachtte Van Braam de 'toppen' van de economische bedrijvigheid vast te leggen, waarbij hij de volgende indicatoren koos: Oostzeevaart, nieuwbouw molens, scheepsbouw, walvisvaart en houtveilingen. De Oostzeevaart kwam het eerst tot bloei. Tussen 1614 en 1623 werd het hoogtepunt bereikt. vervolgens trad verval in tot het eind van de 17e. eeuw en tenslotte ging deze handel geheel teloor. De Westzaandamse molenbouw had haar meest produktieve jaren tussen 1640 en 1649. Na een soms onstuimige groei vanaf 1690, volgde een periode van verval tot het tweede kwart van de 18e eeuw. Daarna was er meer sprake van incidentele bouwopdrachten. De groei van de scheepsbouw was gestager. Na een bescheiden aanzet aan het begin van de 17e eeuw groeide deze sector uit tot de motor van de Zaanse economie. Rond 1700 werd het hoogtepunt bereikt, daarna volgde een geleidelijke teruggang, een stabiele periode tussen 1760 en 1770 en een depressie in de volgende jaren. De walvisvaart wist zich lange tijd als bestaansbron te handhaven en is in Westzaandam tussen 1680 en 1730 voortdurend van betekenis geweest. Wellicht was de oorzaak mede dat de scheepsbouwers hun voor eigen risico gebouwde en niet verkochte schepen zelf ter walvisvaart uitreedden. Na 1730 volgde een periode van verval, met dieptepunten tijdens de Engelse oorlogen. De Westzaandamse houtveilingen hadden hun hoogtepunt rond 1720. Het was bereikt dankzij gestage groei van de houthandel sinds 1690. Na 1725 trad snel verval in tot 1740, daarna vlakte de neergaande lijn af. Tot zover Van Braam. Overzichten van Hart en Van der Woude, Ad van der geven een aardige indruk van de bedrijvigheid in Westzaandam in 1731. ln dat jaar waren in het dorp de volgende bedrijven: zaagmolens 159 oliemolens 13 pelmolens 4 papiennolens 5 tabaksstampers 6 verfmolens 4 meelmolens 1 runmolens 1 mosterdmolens 1 stijfselhuizen 1 traankokerijen 1 1ijnbanen 1 weefhuizen 1 leerlooierijen 1 kaashuizen 2 timmerwerven 2 pakhuizen 73 kaarsen 1 0 scheepstimmerwerven 15 Totaal aantal bedrijven 301 Zie ook: Economische geschiedenis geschiedenis 1.1.3., 2.3.1., 2.3.2., 2.3.3., 2.5.1.. 2.5.5., 2.6.2., 2.6.3.. 2.7.. 2.8.1., 2.8.2., 2.9.1., 2.9.2.. 2.9.3.. 210.1.. 210.2., 2.103., 3.1.1. Literatuur.' A. van Braam. Westzaandam in de tijd van de Republiek, Zaandam 1978; J.W. Groesbeek, Bestuursaangelegenheden en -problemen rond de samenvoeging van Oost- en Westzaandam in 181 l, in: Zaandam 150jaar stad 1911-1961, Zaandam 1962', S. Hart, de Zaanstreek en Oostzaandam in het bijzonder in het jaar 1731, in: Geschrift en getal, Dordrecht 1976; MA. Verkade, Den derden dach, Alkmaar 1982; AM. van der Woude, Het Noorderkwartier. Utrecht 1976; K. Woudt en J .J . Zonjee, Blees` aan de Westzijde. Zaandam 1982.

  • westzaandam.1451387042.txt.gz
  • Laatst gewijzigd: 2016/09/27 10:51
  • (Externe bewerking)