zaandam

Voormalige zelfstandige gemeente, die zowel wat betreft inwonertal als economische betekenis de belangrijkste bewoningskern van de Zaanstreek vormde. Zaandam ontstond in de Franse tijd door de samenvoeging van Oostzaandam en Westzaandam, bij keizerlijk decreet van 21 oktober 1811. Daarbij werden aan de nieuwgevormde gemeente stadsrechten verleend. Per 1 januari 1974 verloor Zaandam zijn zelfstandigheid bij de samenvoeging van zeven Zaangemeenten tot Zaanstad.

Naam, bijnamen van de bewoners

Zaandam dankt zijn naam aan de dam die waarschijnlijk aan het eind van de 13e eeuw in de Zaan is opgeworpen. Deze dam sloot de Zaanse wateren af van het IJ ter hoogte van de huidige Damstraat in de richting van de Oostzijderkerk. Boekenoogen vermeldt dat Zaai-dam vermoedelijk als eigenlijke naam gold. Hiervan bestonden in het verleden echter allerlei varianten, zoals Saardam of Saerdam, Zanerdam of Sanerdam, Saenredam of Zaanredam en Saenderdam of Zaanderdam.

Zaandammers droegen tot ver in de 19e eeuw de bijnaam 'koekvreters'. Dit gold overigens ook voor inwoners van Koog en Krommenie. Een andere en oudere bijnaam was 'galgezagers'. Deze naam ontstond na het Turfoproer in 1678, toen onbekende Zaandammers de galgen hadden omgezaagd waaraan de veronderstelde aanstichters van dit oproer waren terechtgesteld.

Het honderdjarig bestaan van gemeente Zaandam in 1912 als stad ging zonder enig feestbetoon voorbij vanwege de geringe medewerking onder de bevolking.

Wapen

Gemeentewapen van Zaandam. Bron Wikimedia

Het wapen van de voormalige gemeente is in of direct na 1813 samengesteld uit onder meer het eerdere wapen van Oostzaandam en dat van de Banne van Westzanen. De Fransen hadden in 1810 het gebruik van wapens afgeschaft. Op alle gemeentelijke documenten moest de keizerlijke adelaar worden gebruikt. Na de omwenteling in 1813 stelde Koning Willem I het gebruik van gemeentewapens weer in. Aangezien Zaandam, als nieuwe gemeente geen eigen wapen had, moest dit worden ontworpen. G.J. Honig noemde mr. J.C. Honig als de vermoedelijke ontwerper, anderen betwijfelden dit.

De tekenaar heeft in elk geval nieuwe elementen willen toevoegen aan de eerdere wapens van Oostzaandam en de Banne van Westzanen en koos daartoe de Mercuriusstaf als zinnebeeld van de handel en de haan als symbool van de waakzaamheid. Het hartschild bevat, naar wordt aangenomen, een verbeelding van of verwijzing naar de Zaan. De als wapenhouder dienende leeuw is wellicht afkomstig van het wapen van Oostzaandam, waaraan soms ook een zittende leeuw was toegevoegd. De ontwerper completeerde dit geheel met de koninklijke kroon en een zwaard.

Later is, in afwijking van het ingewikkelde ontwerp, een enkele maal een staande, in plaats van een zittende leeuw gebruikt. De juiste versie is nog steeds te vinden aan de gevel van het voormalige stadhuis op de Burcht. Volledigheidshalve volgt hier de officiële omschrijving van het Zaandamse wapen. zoals die is vastgelegd door de Hoge Raad van Adel: Gevierendeeld, in het eerste kwartier een Mercuriusstaf in natuurlijke kleur; het tweede kwartier is nogmaals gevierendeeld en bevat het wapen van de banne Westzanen; het derde kwartier wordt benut voor de afbeelding van het wapen van Oostzaandam; het vierde kwartier toont een naar links gewende zilveren haan op een veld van azuur. Over dit alles heen bevindt zich een hartschild, doorsneden in drieën, waarbij het bovenste deel azuur, het middelste sabel en het onderste zilver is gekleurd; het zilver wordt doorsneden door drie golvende dwarsbalken van sinopel. De gebezigde termen voor de kleuraanduidingen betekenen: azuur is blauw, sabel zwart, sinopel groen.

Omvang en oppervlakte

De gemeente Zaandam bestond niet alleen uit Oostzaandam en Westzaandam; ook 't Kalf, Haaldersbroek en de gehele Kalverpolder werden in 1811 bij de samenvoeging betrokken. Voordien vormden 't Kalf en Haaldersbroek het zogenaamde 'Haler-vierendeel' binnen de banne van Oostzanen. Doordat de gemeentegrenzen meermalen zijn gewijzigd, bleef ook de oppervlakte niet geheel gelijk. In 1851 registreerde Van der Aa een oppervlakte van ruim 1983 hectare. Een belangrijke grenswijziging had plaats als gevolg van de inpoldering van het IJ en de aanleg van het Noordzeekanaal. Had eerder het IJ, zelfs tot voorbij Westzaan, met daarin buitendijks land en de eilanden Zaenderhorn en De Waard tot Zaandams grondgebied behoord, na de inpoldering werd een groot deel van de nieuwe gronden aan Amsterdam en een kleiner deel aan Westzaan toegewezen. Zo gingen Zaenderhorn en De Waard tot Amsterdam horen.

Er stond tegenover dat Zaandam er met de Zaandammerpolder vruchtbare landbouwgrond bijkreeg. Het Noordzeekanaal werd de zuidelijke grens van de gemeente. Het kanaal zelf valt ter plaatse sinds de aanleg onder de gemeente Amsterdam. Thans (1991) meet Zaandam, als deelgemeente van Zaanstad, 2187 hectare. De grenzen, voor zover daarvan nog kan worden gesproken, lopen als volgt: in het oosten wordt Zaandam van de gemeente Oostzaan gescheiden door de Watering. Het Kalf grenst langs de Wijdewormer-ringvaart aan de per 1-1-1991 gevormde gemeente Wormerland. De Engewormer-ringdijk scheidt Zaandam van Wormer, tegenwoordig Wormerland, en vormt in feite de meest noordelijke grens. Aan de westkant van de Zaan lag de noordgrens veel zuidelijker. Zaandam en Koog aan de Zaan werden namelijk van elkaar gescheiden door de Mallegatsloot. Hier ging de noordgrens over in de westelijke grens met Westzaan, die door de Gouw liep.

Eerder is al opgemerkt dat de Zaandammer polder tot Zaandam behoorde en dat het Noordzeekanaal de zuidgrens vormde. Vóór de samenvoeging tot Zaanstad lag de westgrens van oostelijk Zaandam met de gemeenten Koog aan de Zaan, Zaandijk en Wormerveer midden in de Zaan. De wijken in voormalig Zaandam hebben bij benadering de volgende oppervlakte: Poelenburg 124 hectare, Peldersveld en Hoornseveld 118 ha, Zaandam-Zuid 340 ha, Rosmolenbuurt 100 ha, Kogerveld 116 ha, 't Kalf en Plan Kalf 417 ha, Russische Buurt en Havenbuurt 168 ha, Westerwatering 635 ha en Oud-West 103 ha.

Bevolking

Bij de samenvoeging in 1811 had Oostzaandam iets meer inwoners dan Westzaandam, respectievelijk 4668 en 4306 personen. Samen dus 8974. De nieuwe gemeente werd gevormd in een periode dat het aantal bewoners terugliep. Dat leidde enkele jaren later, in 1815, tot een dieptepunt van 8376 inwoners. Daarna nam het aantal toe, in 1840 werden 11.139 en in 1869 ruim 12.000 inwoners geteld. De industrialisatie van de Zaanse bedrijven trok vervolgens nieuwe bewoners aan en bovendien leidden een betere gezondheidszorg en hygiëne tot een stijgend geboorte-overschot. Tegen het begin van de 20e eeuw telde Zaandam door een en ander 21.146 inwoners. De groei zette zich daarna voort met een toename van gemiddeld ruim 400 inwoners per jaar. In 1930 werden 32.578, in 1940 al 38.024 en in 1950 43.218 inwoners geregistreerd.

Na de jaren vijftig volgde een sterkere toename: tot 48.910 personen in 1960 en zelfs 63.573 in 1970. Sindsdien ging de gemeente deel uitmaken van Zaanstad. Ondanks de bouw van de nieuwe wijk Westerwatering nam de bevolking niet meer zo snel toe. Bedroeg het aantal inwoners in 1980 67.163, per 1 januari 1989 woonden er 67.467 personen in de deelgemeente Zaandam, iets meer dan de helft van het totale aantal inwoners van Zaanstad.

Kerkelijke gezindheid

De Hervormde, tot de doleantie1) Gereformeerd genoemde staatsgodsdienst was tot na de Tweede Wereldoorlog in Zaandam steeds de belangrijkste kerkelijke richting. In de 19e eeuw vormden de Doopsgezinden een kleinere, maar zeker niet minder invloedrijke groepering. Van hen behoorden relatief velen tot de bestuurlijke en economische elite in de stad. De Rooms-Katholieken, hoewel getalsmatig even sterk, hadden daarentegen weinig invloed, de meesten van hen behoorden tot de armere inwoners. Zij woonden vooral op 't Kalf en in de Oostzijde, waar ook hun kerken stonden. Bij de samenvoeging in 1811 was de verdeling naar godsdienst als volgt: Nederlands Hervormd 5875. Rooms-Katholiek 1118, Oud-Katholiek 79, Doopsgezind 1116, Luthers 669 en Joods 117.

Hierbij vallen de in verhouding tot andere gemeenten grote aantallen Luthersen en Joden op. Zij woonden voornamelijk in het voormalige Westzaandam. In de 17e en 18e eeuw hadden vele Lutherse immigranten hier werk en huisvesting gevonden. De reden van vestiging van de Joodse bevolkingsgroep is niet duidelijk. Tot aan de Tweede Wereldoorlog is deze groep nagenoeg stabiel aanwezig gebleven. Van der Aa telde in 1851 140 Joden en daarnaast 1000 Luthersen, 1700 Rooms-Katholieken, 6700 Hervormden, 1130 Doopsgezinden en een ongenoemd aantal Oud-Katholieken.

Opvallend is hierbij de groei van de aantallen Luthersen en Rooms-Katholieken. Het aantal Lutheranen zou vervolgens echter afnemen. In 1947 behoorden zij, evenals Doopsgezinden, Oud-Katholieken en Joden, tot de toen niet meer gespecificeerde verzamelgroep overigen. Op een totaal van 41.698 inwoners bestond deze groep toen uit 3354 personen, voorts waren er 7328 Nederlands-Hervormden, 6859 Rooms-Katholieken en 4752 Gereformeerden.

De ontkerkelijking was toen al in volle gang, zodat het aantal van 19.405 niet-kerkelijken geen verwondering wekt. Bij de laatste telling in 1960 was het aantal onkerkelijken toegenomen, hoewel het nog juist onder de 50 procent bleef: 24.600 van de 49.382 ontvangen opgaven bevatten de mededeling geen godsdienst. De Rooms-Katholieken, 9061 in getal, hadden inmiddels alle andere godsdienstige groeperingen overvleugeld. De Hervormden handhaafden zich op 7444 en de Gereformeerden waren in aantal toegenomen tot 5502. Er werden nog slechts 2775 overigen geregistreerd.

Politieke gezindheid

De Zaanstreek werd en wordt soms nog wel eens rood genoemd. Dat wil zeggen overwegend socialistisch en communistisch. Dit komt vooral door de samenstelling van de Zaandamse gemeenteraad aan het begin van de 20e eeuw. Links domineerde daarin van 1913 af. Veel opzien baarde een jaar later de benoeming van Kornelis ter Laan tot burgemeester. Hij was de eerste socialist die in dit ambt werd benoemd. In de eerste jaren van zijn burgemeesterschap vormde zijn partij met 10 van 19 zetels een raadsmeerderheid. Door invoering van het algemeen kiesrecht en vooral het vrouwenkiesrecht in 1922 nam het aantal raadszetels toe, maar daalde het aantal zetels van de SDAP, althans relatief.

Vlak na de Tweede Wereldoorlog maakte Zaandam zijn reputatie als rode gemeente echter opnieuw waar. De PvdA en de CPN bezetten toen samen 17 van de 25 raadszetels. Zij zouden deze gezamenlijke meerderheid pas bij de verkiezingen van 1966 kwijtraken, doordat de PSP toen in opmars was. In 1970 waren PvdA en CPN samen toch weer goed voor 18 van de 33 zetels. Hieruit mag niet worden afgeleid dat beide partijen samenwerkten. Integendeel, tijdens de zogenoemde 'Koude oorlog' in met name de jaren vijftig tot zeventig van de 20e eeuw konden zij slecht met elkaar overweg.

De PvdA en haar voorloper SDAP, als ook de CPN en haar voorloper CPH, hadden niet als enige een stabiele vertegenwoordiging in de Zaandamse raad. Zo bezette de Vrijzinnig Democratische Bond van 1909 tot 1940 steeds tenminste één raadszetel. De rooms-katholieken, politiek georganiseerd in de Rooms-Katholieke Staats Partij (RKSP) en later in de Katholieke Volks Partij (KVP) waren ook van 1909 af permanent in de Zaandamse raad vertegenwoordigd. Hetzelfde gold voor de Anti-Revolutionaire Partij (ARP), die, samen met de Christelijk Historische Unie, de CHU, vaak als Protestants Christelijke Groepering (PCG) naar buiten trad.

De Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) was sinds 1946 steeds in de gemeenteraad vertegenwoordigd, in 1970 zelfs met 6 van de 31 zetels. Ruim 60 jaar eerder, in 1909, bezetten de liberalen echter 9 van de 19 raadszetels. Bij de hier volgende tabel passen enkele opmerkingen. Tot 1922 was er nog geen algemeen kiesrecht. Toen dit was ingevoerd wijzigde zich zowel het aantal als de verdeling van de raadszetels. Ook gingen dikwijls stemmen verloren doordat meedingende kleine partijen de kiesdrempel niet haalden, zo hebben de Staatkundig Gereformeerde Partij en het Gereformeerd Politiek Verbond meermalen tevergeefs aan de verkiezingen deelgenomen.

De verdeling van de raadszetels geeft daardoor een wat grof beeld van de politieke verhoudingen. Tenslotte behoeven enkele afkortingen uitleg: RSP staat voor Revolutionair Socialistische Partij, RSAP voor Revolutionair Socialistische Arbeiders Partij, PSP voor Pacifistisch Socialistische Partij, LSP voor Liberale Staats Partij en Middenst. B. voor Middenstands-Economische Bond, Arb. Kiesver. voor Arbeiders-Kiesvereniging, Burger Kv. voor Burger-Kiesvereniging en Soc. Partij voor Socialistische partij. De 'Groep De Vries' haalde als lokale groepering in 1931 één zetel.

Burgemeesters

In zijn 162-jarige kreeg Zaandam niet minder dan 24 burgemeesters over de vloer. Een van de oorzaken daarvan was dat de stad in de beginperiode een meerhoofdig burgemeesterschap kende. De eerste Maire was Hendrik Christiaan Gobel. De koopman Dirk Dekker volgde hem op, maar deelde deze functie met de houtkoopman Engel van de Stadt en met Cornelis Visser, ieder van dit driemanschap was bij toerbeurt president. Dekker was dat van januari 1814 tot maart 1815, en van januari 1819 tot februari 1820 en van januari 1823 tot juli 1828.

Van de Stadt was in de tussenliggende periodes tweemaal president-burgemeester. Visser vervulde deze functie alleen tussen januari 1817 en januari 1818. Om het nog ingewikkelder te maken, tijdens het eerste presidentschap van Van de Stadt werd ook notaris Jan Evenblij tot burgemeester benoemd. Deze was in 1820 een klein jaar president-burgemeester en van juli 1831 tot augustus 1832 waarnemend president. Tussen deze twee ambtstermijnen lagen bovendien nog twee periodes waarin de inmiddels benoemde koopman Jan Vander president van de toen vier burgemeesters was van januari 1822 tot januari 1823 en van juli 1829 tot juli 1831.

Tot 1871 werden steeds burgemeesters benoemd, die doorgaans als koopman of fabrikant uit de eigen gemeente afkomstig waren. Zo was Huybert van de Stadt, een telg uit het bekende houtkopersgeslacht en zoon van de in 1819 gestorven Engel van de Stadt, burgemeester van 1832 tot 1838, toen hij op eigen verzoek terugtrad. Hij werd opgevolgd door Gerrit van Orden, tabakshandelaar en boekverkoper, die bovendien plaatsvervangend vrederechter (1817-1828), gemeenteraadslid (1828-1850), wethouder (1836) en Statenlid (1837) is geweest. In die tijd kon een burgemeester tevens raadslid zijn. Van Orden, die ook bekendheid kreeg als penningkundige, overleed in 1854. Hij vervulde 9 jaar het burgemeestersambt.

Zaandam had in die tijd nog een tweede burgemeester, Cornelis van de Stadt, de derde telg uit hetzelfde houtkopersgeslacht, in twee perioden, van 1844 tot 1852 en in 1854. Mr. Hendrik Jan Smit volgde hem op. Deze verenigde een groot aantal functies en beroepen: advocaat, koopman, oliefabrikant, gemeenteraadslid, Statenlid, lid van de Tweede en later de Eerste Kamer en eerste voorzitter van de Kamer van Koophandel. Hij trad in 1871 af als burgemeester, omdat hij het niet voor zijn verantwoording wilde nemen dat tijdens het zogenoemde Kermisoproer van dat jaar door het optreden van een detachement huzaren een dode was gevallen.

Zaandam
naam plaats periode
Hendrik Christiaan Göbel Maire Zaandam 1812-1814
Dirk Dekker Pres. Zaandam jan. 1814 tot maart 1815
Engel van de Stadt Pres.Zaandam jan.1816 tot jan.1817
Cornelis Visser Pres.Zaandam jan.1817 tot jan.1818
Jan Evenblij Pres.Zaandam jan. 1820 tot jan. 1822
Jan Vander Pres.Zaandam jan.1822 tot jan.1823
Huybert van de Stadt Zaandam 09-08-1832 tot 22-12-1838
Gerrit van Orden Zaandam 05-01-1839 tot december 1844
Cornelis van de Stadt Zaandam februari 1845 tot 25-05-1852
Hendrik Jan Smit Zaandam 22-06-1852 tot 01-12-1871
Arnoldus Greebe Zaandam 02-12-1871 tot 30-11-1877
Hendrik Jacob Versteeg Zaandam 1878 – 1894
Hendrik Johan Christiaan van Tienen Zaandam 1895 – 1902
Carl Adolph Elias Zaandam 1902 – 1914
Kornelis ter Laan Zaandam 14-01-1914 / 08-02-1937
Joris in 't Veld Zaandam 01-04-1937 tot 04-03-1941
Cornelis van Ravenswaay (wnd) Zaandam maart 1941 – april 1942
Barthold Arnold van der Sluys (wnd) Zaandam 3 april 1942 / mei 1942
G. Nieuwenhuijs (wnd) Zaandam mei 1942 - juli 1942
Hendrik Vitters (wnd) Zaandam 13-07-1942 tot 05-05-1945
Joris in 't Veld Zaandam 05-05-1945 tot 15-05-1948
Wim Thomassen Zaandam 16-05-1948 - 26-04-1958
Gerrit Johan Daniël Franken Zaandam 27-04-1958 - 15-04-1966
Isaac Baart Zaandam 16-04-1966 tot 17-10-1967
Reint Laan Zaandam/ Zaanstad 01-03-1968 tot 01-04-1979

Met de in 1871 benoemde Arnoldus Greebe, die eerder gemeente-secretaris was geweest, maakte Zaandam voor het eerst kennis met een niet-Zaankanter als burgemeester. Hij vertrok in 1878, om plaats te maken voor de burgemeester van Westzaan H.J. Versteeg. Deze werd in 1894 benoemd tot burgemeester van Schiedam, waardoor in dat jaar jhr. mr. Carel Adolf Elias Zaandam als burgemeester ging dienen. Hij bleef twintig jaar en had het als liberaal verre van gemakkelijk, doordat de Zaandamse raad steeds duidelijker socialistisch werd. Hij kreeg tenslotte te maken met 'rode' wethouders. Langzamerhand was de tijd daarvoor rijp geworden. Zaandam kreeg in 1914 als eerste gemeente in het land een socialist als burgemeester, Kornelis, vaak ook Klaas genoemd, ter Laan. Dat hij zich in een zeer onrustige eerste periode, tijdens de moeilijke jaren van de Eerste Wereldoorlog, in de roerige jaren twintig en tijdens de crisis van de jaren dertig als een zeer verdienstelijk bestuurder deed kennen, wordt al bewezen door zijn lange ambtsperiode.

In 1937, na vier ambtstermijnen, werd Ter Laan opgevolgd door een partijgenoot, mr. dr. J. in 't Veld, die zich zeer geliefd in Zaandam heeft gemaakt. Officieel vervulde hij het burgemeestersambt van april 1937 tot maart 1948; wegens zijn opstelling jegens de Duitse bezetters werd hij echter op 4 maart 1941 ontslagen. Tijdens de oorlog werden als zijn vervangers achtereenvolgens de pro-Duitsers Cornelis van Ravenswaay, Barthold van der Sluijs2), C. Nieuwenhuys en Hendrik Vitters3) benoemd. Direct na de bevrijding keerde In 't Veld terug, zijn ontslag werd met terugwerkende kracht ongedaan gemaakt. Twee jaar later verliet hij Zaandam in verband met zijn benoeming tot minister van Wederopbouw.

Zijn opvolger was Wim Thomassen, die in de tien jaar dat hij Zaandam als eerste burger bestuurde veel veranderingen doorvoerde. Daarna zou hij hetzelfde doen als burgemeester van achtereenvolgens Enschede en Rotterdam. In 1958 werd G.J.D. Franken in Zaandam benoemd. Langzamerhand tekende zich af dat de Zaangemeenten naar een hechtere bestuurlijke eenheid dienden te groeien. Toen Franken na 7,5 jaar een functie in het bedrijfsleven aanvaardde, werd Isaac Baart in 1966 tot zijn opvolger benoemd. Hij had mede tot taak de samenvoeging van een aantal gemeenten voor te bereiden. Door ziekte kwam hij daar niet aan toe, al in oktober 1967 overleed hij, op nog jonge leeftijd. Reint Laan, die nog in hetzelfde jaar werd benoemd, bracht de onderhandelingen die tot de vorming van Zaanstad leidden tot een goed einde.

In 1974 werd hij de eerste burgemeester van de nieuwe, samengevoegde gemeente Zaanstad.

Bewoningsgeschiedenis

Zaandam behield eeuwenlang hetzelfde uiterlijk. De hoge en lage dijken waren tot zeer ver in de 19e eeuw vrijwel de enige verkeerswegen, waarlangs woningen en bedrijven waren gesitueerd. Aan de binnenzijde van de dijken lagen wegsloten, met daaroverheen een groot aantal vrij hoge bruggetjes. Deze gaven toegang tot de haaks op de dijk aangelegde paden, die onderling vaak ook door sloten van elkaar gescheiden waren. De vele molens stonden grotendeels 'in het veld', een aantal ervan was vrijwel alleen over het water te bereiken.

Deze situatie was volgens Van der Aa nog in 1851 aanwezig: ,,De ligging van Zaandam en de gehele gesteldheid van de plaats is even eigenaardig als het uitwendig voorkomen van haar gebouwen en woningen. Voor een gedeelte aan de Voorzaan gebouwd, vormt de stad aldaar een brede kom, waar in het midden de drie sluizen met de omliggende gebouwen, de uitstekende punten en sieraden zijn. Aan die kom sluiten zich, noordwaarts op, en door de Binnen- of Achterzaan gescheiden, twee lange streken, aan welke, van afstand tot afstand, weer in oostelijke of westelijke richting, kleinere grachten of zogenoemde paden grenzen, van een ongelijke lengte, en die op het veld of op verschillende fabrieken uitlopen.

Daarboven loopt aan de Westzijde van de stad, langs de binnenzijde en de gehele lengte van de streek, een tot in Wormerveer doorgaande vrij brede sloot, over welke, als middel van gemeenschap, met de daartegenover liggende paden en fabrieken, tamelijk hoge en zwaar gebouwde bruggen gelegd zijn. Het eerste om de doortocht van de kleinere vaartuigen niet te belemmeren, het laatste om de bruggen tegen het overtrekken van brandspuiten en haar geleiders te verzekeren. Sloot en bruggen ontsieren intussen grotelijks de stad, hetwelk, vooral bij vergelijking met de Oostzijde. in het oog valt, waar beide sinds het jaar 1830 gedempt en weggenomen zijn, en nu de verbrede weg opnieuw bestraat en voor een goed gedeelte met iepebomen beplant, een aangenaam gezicht oplevert.''

Esthetisch oordeel

Over smaak valt niet te twisten, ook niet over die van Van der Aa. Hoe anders zou het esthetisch oordeel nu luiden als in de Westzijde wegsloot, bruggen en houten huisjes gehandhaafd waren gebleven! Natuurlijk was het dempen van de wegsloot en van de meeste sloten langs en tussen de paden noodzakelijk, niet om de stad een stedelijker aanzien te verlenen maar vooral uit hygiënisch oogpunt. De sloten dienden immers tot vuilnisbelt, openbaar toilet en wasgelegenheid. Soms werd er zelfs nog drinkwater uit betrokken. Dat hierdoor epidemieën ontstonden was niet verwonderlijk. Het zijn vooral de artsen geweest die zich inspanden voor de demping. Het besluit om de wegsloot langs de Westzijde (de Molenbuurt) te dempen werd in 1853 genomen. Het werk werd in 1857 voltooid. Nadien volgden de meeste sloten langs de paden.

Toch bleef Zaandam tot na de aanleg van de spoorweg, nog tot het eind van de 19e eeuw, zijn traditionele en eigen dorpse karakter behouden. De Spoorbuurt was de eerste Zaandamse wijk 'over de Vaart'. Er ontstonden ook andere wijkjes, zoals door de bebouwing van het 'lange land de Langestraat (met Reigerstraat, Ooievaarstraat en Valkstraat) en tussen Hogendijk en Rozengracht de Russische Buurt. Vroeger of later werden de weilanden tussen de paden zo volgebouwd, maar pas in de jaren dertig van de 20e eeuw vond een doorbraak plaats, mogelijk gemaakt door de aanleg van de Provincialeweg van de Hempont in noordelijke richting naar Alkmaar.

In Zaandams noordwesthoek ontstond de Schildersbuurt. Eerder was al de Havenbuurt tot stand gekomen, mede doordat de Artillerie Inrichtingen woningbouw realiseerden ten behoeve van uit Delft meegekomen werknemers. Een andere uitbreiding was de bebouwing van het Ooster-Kattegat, waarvan steeds meer bedrijven waren vertrokken. Het Eiland kreeg ook voor een deel een woonfunctie. Aan de oostkant van de Zaan was de wijk rond de Belgischestraat tot stand gekomen en waren woningbouwverenigingen actief in de wijk rond de Klaas Katerstraat. Het voert te ver om alle ontwikkelingen in de woningbouw op te sommen, maar het mag duidelijk zijn dat na de Eerste Wereldoorlog het oude 'halve-visgraatpatroon' van een dijk met haaks daarop staande paden geheel doorbroken werd. Niettemin is in een deel van de huidige wijken nog steeds de lang gevolgde bebouwingstraditie enigermate terug te vinden.

Na de Tweede Wereldoorlog volgden in hoog tempo bouwactiviteiten in vooral oostelijk Zaandam. Hier ontstonden de Vijfhoek, Poelenburg, Peldersveld en Hoornseveld, Kogerveld en Plan Kalf. Later (toen Zaandam al in Zaanstad was opgegaan) kreeg ook de westkant van de stad een grote nieuwe wijk: Westerwatering. Inmiddels had de infrastructuur van de streek grondige wijzigingen ondergaan door de aanleg van de Coentunnel en de aansluitende A8 met bijbehorende kunstwerken. Binnen de bebouwde kom volbracht de gemeente een aantal structurele wijzigingen. Genoemd worden de trajecten Peperstraat-Gedempte Gracht en Prins Bernhardweg-Vincent van Goghweg. De Den Uylbrug, met de daarbij behorende aansluitingen op het snelwegennet, vormde het voorlopig sluitstuk van alle maatregelen om de steeds toenemende verkeersdruk het hoofd te bieden.

Wellicht zal de voorgenomen verdubbeling van de Coentunnel weer nieuwe aanpassingen vergen. In 1991 zijn in het stadswinkelcentrum aan en rond de Gedempte Gracht ingrijpende wijzigingen in de verkeerscirculatie doorgevoerd, waarvan de effecten nog onvoldoende bekend zijn.

Middelen van bestaan

De grondslagen voor de economische ontwikkeling van Zaandam zijn in de 17e eeuw gelegd. De ontwikkelingen tot het jaar van de samenvoeging, 1811, zijn behandeld onder de trefwoorden Oostzaandam en Westzaandam.

Door de eigen haven en de nabijheid van Amsterdam was de gemeente in een bevoorrechte positie en kon de 17e-eeuwse opbloei in het vierde kwart van de 19e eeuw min of meer worden herhaald. Na de Franse tijd duurde het lang voordat de economie zich kon herstellen. De Zaanse moleneigenaren gingen laat gebruik maken van de nieuwe energiebron stoom. Mede daardoor kwam de Zaanse economie pas in de jaren tachtig van de 19e eeuw weer goed op gang, ook de Zaandamse. Het was de tijd dat de grote voedingsmiddelen-industrieën langs de Zaan verrezen, de rijstpellerijen vooral, maar ook een bedrijf als Verkade en cacaofabrieken. In dezelfde tijd of iets 1ater werd ook de basis gelegd voor de latere grootwinkelbedrijven, waarvan Ahold tot grote internationale expansie kwam.

Zaandam was lange tijd afhankelijk geweest van de houthandel en -zagerij en van bedrijvigheid die in het spoor daarvan was ontstaan, zoals de scheepsbouw. Deze 'monocultuur' maakte de Zaanse economie kwetsbaar. Na 1811 bleef aanvankelijk ook het molenbedrijf van groot belang. In 1851 stonden er nog 192 molens in de gemeente: 82 zaagmolens, 60 oliemolens, 34 pelmolens en verder een kleiner aantal verf- en andere molens. Hun producten werden voor een deel naar het buitenland geëxporteerd. Het aantal daarbij betrokken kooplieden en handelaren was niet gering. Nog in 1811 is een overzicht van de mannelijke beroepsbevolking (van 21 jaar en ouder) opgemaakt. Van de 2065 werkenden, waren er, toen al, 217 betrokken bij de handel. Alleen de categorie arbeiders was met 798 personen nog aanzienlijk groter. Verkeer (121), landbouw (109), bouwbedrijven (106) en houtbewerking (104) waren ook van belang.

Door de invoering van stoomkracht als energiebron wijzigde zich geleidelijk ook de Zaandamse arbeidsmarkt. Het aantal fabrieksarbeiders nam toe. Hun arbeidsomstandigheden waren vooralsnog onvoldoende geregeld, doordat er - zoals ook elders het geval was - bij de veranderde productietechnieken te weinig rekening werd gehouden met de menselijke factor. In Zaandam vormde zich een proletariaat van zo'n omvang dat het aan het begin van de 20e eeuw de politiek ging domineren.

Ondanks vergaande industrialisatie bleef ook de handel voor Zaandam van belang. Dat was al eerder tot uitdrukking gekomen door de oprichting van een Korenbeurs (1849), maar ook daarna vertoonde deze sector groei. Niet alleen de import van grondstoffen, de export van producten en de handel met het binnenland breidde zich uit, daarnaast ontwikkelde de stad zich in de 20e eeuw als regionaal centrum van de detailhandel. Vanuit de gehele Zaanstreek. maar ook uit wijdere omgeving, ging men in toenemende mate voor zijn inkopen naar Zaandam.

In 1930 werkte bijna 30 procent van de beroepsbevolking in de handel of het verkeer, 51 procent was werkzaam in de industrie, 1,75 procent in de landbouw en 17,25 procent in andere beroepen. In de jaren die volgden groeide het aantal werknemers in de dienstverlenende sector sterk, niet alleen absoluut, maar ook procentueel. Van de 26.251 in 1973 getelde beroepsbeoefenaars werkte 48,1 procent in de dienstverlening. Dat was meer dan in welke andere gemeente in de Zaanstreek ook.

Het percentage werkenden in de nijverheid was licht gedaald tot 44,3 procent, verder werkte 7,5 procent in de bouwnijverheid en nog maar 0,1 procent in de landbouw en visserij. Bij een overzicht uit 1988 dat van de beroepsbevolking is opgemaakt bleek dat de landelijke stijging van de werkgelegenheid in de dienstverlenende sector ook in Zaandam doorzette. In totaal werkte 62,7 procent van de 26.229 werkzame personen in de dienstverlening. Deze groei ging ten koste van de nijverheid, die tot 29.8 procent was gedaald (ter vergelijking: 1930 51 procent, 1973 44,3 procent).

De daling van de werkgelegenheid in de industrie kan enerzijds worden verklaard uit de toenemende toepassing van arbeidsbesparende maatregelen in de sfeer van automatisering. Anderzijds is de Zaandamse economie na de Tweede Wereldoorlog getroffen door verscheidene bedrijfssluitingen, reorganisaties met banenverlies en verplaatsing van ondernemingen naar elders. Waar dit vooral grote bedrijven betrof, was het negatieve effect op de werkgelegenheid vrij langdurig merkbaar.

Er ontstonden echter ook kleinere en middelgrote bedrijven, die in een aantal gevallen een snelle groei vertoonden. Daarbij kan een verheugend grote differentiatie worden geconstateerd; de in de 19e eeuw nog eenzijdig genoemde industrie vertoont anno 1991 veel meer verscheidenheid. Het bedrijfsleven in zijn geheel is meer dan ooit aangewezen op snelle bereikbaarheid, en niet alleen die uit de naaste omgeving. De infrastructuur, directe aansluitingen op het net van grote autowegen, snelle treinverbindingen en goede bereikbaarheid van de internationale luchthaven op korte afstand zijn onderwerpen waarop bedrijfsleven en overheid gezamenlijk de aandacht gericht houden.

Zie ook: Economische geschiedenis, de paragrafen 3.1.1.. 3.1.3.. 3.2.2.. 3.2.3.. 3.4.. 3.5.1., 3.5.3., 3.6.1. tot en met 3.6.12., 3.7.2., 3.7.3., 3.8.1. tot en met 3.8.4.. 3.9.1. tot en met 3.9.5., 3.10.l. tot en met 3.105.. 3.1 1. en

Economische geschiedenis structuur 2.2. tot en met 2.5. Bestuur en Rechtspraak 2.2.4. en 2.2.5.

Literatuur:

  • A.J. van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, Gorinchem 1851;
  • G.J. Boekenoogen, De Zaanse Volkstaal, Zaandijk 1971;
  • J.W. Groesbeek, Bestuursaangelegenheden en -problemen rond de samenvoeging van Oost- en Westzaandam in de Franse tijd, in: Zaandam 150 jaar stad. Zaandam 1962;
  • G.J. Honig, Beschrijving en geschiedenis der Zaanlandsche gemeentewapens, in: Algemeen Nederlandsch familieblad. 1887;
  • id. De Zaanse burgemeesters sedert 1814. in: De Zaende 1951;
  • W. Klinkenberg. Adieu Zaandam, Zaandam 1975;
  • H. Roovers en P.H. Zijl, Onvoltooid verleden. Zaandijk 1980;
  • H.N. ter Veen e.a., Problemen der samenvoeging van Zaangemeenten, Haarlem 1941;
  • M.A. Verkade, Handel, nijverheid en verkeer. in: Zaandam 150 jaar stad, Zaandam 1962;
  • A.M. van der Woude, Het Noorderkwartier, Utrecht 1983;
  • Zaanstad in cijfers, Zaanstad 1989;
  • Zaanstreek in cijfers, Zaandam 1975.

  • zaandam.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/05/17 11:27
  • door jan