zaadhandel

Voor het vervoer van graan en zaden was de bodem van de schepen belegd met matten. Het Zaanse woord matschudding betekent 'afval'. Er werd het zaad mee aangeduid dat na de lossing tussen en onder de matten was achter gebleven. Dit afval werd dikwijls door de schippers verhandeld. Overigens kent het Zaans ook de uitdrukking matschudding maken, in de zin van 'drukte maken', of 'ruzie zoeken' om niets.

Gezien het grote aantal olie- en pelmolens en bedrijfstakken zoals stijfselmakerij en beschuitbakkerij, wekt het geen verwondering dat ook de handel in zaden (bijvoorbeeld kool-. lijn-, maan- en mosterdzaad, gerst, tarwe, maïs, hennepzaad, sla- en komkommerzaad, 'canarijzaad' en grote en kleine noten) tot bloei kwam. Vele Zaanse kooplieden hebben zich hiermee, geslachten achtereen, bezig gehouden. Een groot aantal pakhuizen in de streek was bestemd voor de opslag van zaden. Voor het vervoer ervan was de bodem van de schepen belegd met matten.

Het is niet doenlijk alle graan- en zaadhandelaren op te sommen. Zij importeerden uit vele landen en handelden daartoe op de beurs in Amsterdam. In 1849 werd echter, om de handel te stimuleren, in Zaandam een eigen korenbeurs geopend, waar behalve alle graan- en zaadsoorten ook boter, kaas en zelfs vee kon worden aangeboden. Deze beurs was aanvankelijk een groot succes, maar werd niettemin in 1870 gesloten.

Ook Wormerveer had een aantal jaren een graan- en zaadmarkt. De aanvoer van granen en zaden naar de Zaanstreek was omvangrijk. Zo werden in het Koger Polder Kanaal (zie: Kanaal- en Zaanverbindingmaatschappij) in 1877 200.000 balen rijst en minstens 5000 last (van 3000 liter) lijnzaad overgeslagen. In volgende jaren steeg vooral de rijstaanvoer naar de haven in Zaandam, tot een hoogtepunt in 1908 van bijna 1.267.000 balen.

Zie ook: Economische geschiedenis 2.6.3.

  • zaadhandel.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/09/01 18:57
  • door han