Polder, oorspronkelijk Sluispolder, gelegen buiten de Noorder IJ- en Zeedijk in Zaandam, het meest zuidelijke gebied van Zaanstad, aan drie zijden omgeven door Zijkanaal G, het Noordzeekanaal en Zijkanaal H. Vermoedelijk viel de Sluispolder rond de 13e eeuw, de tijd van de eerste omvangrijke bedijkingen, droog. De polder werd in de 16e eeuw ingedijkt. Weliswaar dateert de polder uit de Middeleeuwen maar was in die periode nooit bewoond of bebouwd. Ook industrie, in de vorm van molens, scheepswerven of traankokerijen, ontbrak. Het gebied is tot in de 20ste eeuw in gebruik geweest als veeteeltgebied.

Doordat niet alleen Amsterdam maar ook de landelijke overheid zich met het ontwerp van het in 1876 geopende Noordzeekanaal bemoeide kreeg de polder in 1879 een rechtstreekse verbinding met de zeesluizen bij IJmuiden.

De Eerste Wereldoorlog maakte de aanleg van een militair vliegveld binnen de Stelling van Amsterdam noodzakelijk. Gehaast werd er in augustus 1914, een mini-luchthaven aangelegd in de Achtersluispolder. Afgezien van het naastgelegen, in aanbouw zijnde pakhuis De Vrede was de grond daar toen nog maagdelijk. Met de aanleg van een start- en landingsbaan werd het prototype van Schiphol een feit. Dat wil zeggen: voor even. De polderbodem was namelijk zo zompig dat er ’s winters geen vliegtuig van de grond kon komen. Er moest dus een nieuwe plek worden gevonden en daarmee was de rol die Zaandam in de geschiedenis van de luchtvaart speelde voorbij.

Vanaf 1917 werd de Achtersluispolder een vestigingsplaats voor industrie. Toen werd De Vrede, nog steeds het meest markante gebouw in het industriegebied, gebouwd waarna de jachtwerf van Kraaier werd gevestigd.

Gedurende de tweede wereldoorlog werd de Achtersluispolder door de Duitsers geheel onder water gezet om een geallieerde landing in de Zaanstreek tegen te gaan.

Na de Tweede Wereldoorlog ontstond er behoefte in Zaandam een gebied in te richten ten behoeve van het bedrijfsleven. Met name waar ruimte kon worden gecreëerd voor de zwaardere industrie. De landelijke politiek stuurde aan op vertrek van grote bedrijven uit de binnensteden door systematischer en consequenter op te treden zo nodig onder dwang van het vergunningenstelsel. Door deze ontwikkeling ontstond ook bij ondernemers de wens zich buiten de bebouwing van de steden gaan vestigen. Daarnaast boden de buitengebieden de industrie meer mogelijkheden in vergelijking met de binnenstedelijke huisvesting, waarbij sprake is een betere bereikbaarheid en ontsluiting. De beslissing de Achtersluispolder te vestigen, destijds natuurgebied, resulteerde tot enig verzet van de natuurminnende burger, niettemin werden de eerste palen voor bebouwing geslagen en wel aan de Sluispolderweg, die als een slagader door het gebied voert.

Als eersten vestigden zich grote houthandels en machinefabriek Bührs in het gebied. De Achtersluispolder was het eerste buiten de bebouwde kom ontwikkelde industriegebied van de Zaanstreek. De eind jaren vijftig gegraven Isaac Baart- en Dirk Metselaar-haven vormden een belangrijke vestigingsfactor. Nadien vestigde Ahold een distributiecentrum en een Centrale Slagerij in de Achtersluispolder. De Achtersluispolder is volledig in gebruik als industriegebied. De aanvankelijk slechte bereikbaarheid over land werd verbeterd in 1987, toen er een aansluiting op de Coentunnelweg kwam.

De Belangenvereniging Industriegebied Achtersluispolder 1) is opgericht om voorwaarden te creëren opdat de leden van de BIA optimaal kunnen ondernemen, door middel van belangenbehartiging en stimulering van samenwerking tussen de bedrijven onderling en met de overheden.

Dankzij de tweede Coentunnel is de bereikbaarheid van het industriegebied aanmerkelijk verbeterd.

In 2016 werden vluchtelingen opgenomen in de zogenoemde Bajesboot, afgemeerd aan de Isaac Baart-haven. In 2017 werd een fietspad opgeleverd waardoor fietsers autoluw en stoplichtloos naar Amsterdam-Noord kunnen.

Zie ook: Economische geschiedenis 3.6.3


  • achtersluispolder.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/05/03 09:53
  • door jan