blauwepad

Pad aan de Westzijde te Zaandam, in het verleden vooral bekend als Jacob Claesz. Noomenpad. Het padreglement van het Jacob Claes Noomenpad werd vastgesteld in 1656, maar het pad was veel ouder. In een vermelding uit 1638 is reeds sprake van Het Jacob Claes Nomespad, anders het Blauwe Padt. Waarschijnlijk is ook in de naam Blauwepad een familie vernoemd. Het Blauwe Pad en het Mr. Cornelispad, Mr. Cornelis was een chirurgijn-heelmeester, in de volksmond meestal Meester Keezenpad genoemd, vormden twee evenwijdig aan elkaar liggende, door een sloot gescheiden, oude en indertijd zeer belangrijke paden.

​Het Meester Cornelis en Blauwe Pad. Foto: Qoop

Zowel voor 't Blauwe Pad als voor het Mr. Cornelispad waren Padmeesters aangesteld, die, evenals bij het Hollandse Pad, de Paden bij Reglement bestuurden, reglementen die voor deze paden Conventiën werden genoemd. Sipke Lootsma schrijft dat in een bundel processtukken uit 1791 betreffende het Blauwe Pad en Mr. Cornelispad wordt gesproken van De Burgemeesters der beide Paden. In deze stukken, behelzende enige vragen van de geraadpleegde advocaat, leest men onder andere „Ik vind bij geen der Conventiën de naam van Padmeesters, wel van keurmeesters, dus is de vraag: hoe komen de Eysschers aan die naam?'' waarop het antwoord luidde: ,,Keurmeesters, opzieners, gecommitteerden of Padmeesters zijn alle namen van dezelfde betekenis, het is thans gewoon ze te noemen Padmeesters“. Tussen het Mr. Cornelispad en het Blauwe pad liep een sloot. De kop van die sloot was vlak aan de weg, waar op de Noordelijke hoek van het Mr. Cornelispad het huis van de familie Bruijn stond.

De glorie van het buurtje is met het dempen van de sloot verdwenen. Het was een schilderachtig buurtje, dat veel vreemdelingenbezoek trok. De oude huisjes aan weerszijden, aan het Mr. Cornelispad staat nog een huis met een dooddeur, de erfjes van het Blauwe Pad waarop veel geboomte niet alleen de daar staande huisjes en schuurtjes te midden van het groen op hun voordeligst deed uitkomen, doch ook door de weerspiegeling in het water aan het buurtje luister bijzetten, gaven aanleiding rond 1910 hiervoor heel mooie platen in koperdiepdruk in de handel te brengen. Platen, die men nog zo nu en dan ingelijst bij families aantreft.

Waarom de naam Jacob Claesz Noomen padt in die van Blauwe Pad gewijzigd is, is niet bekend. De oorzaak kan niet worden gevonden in de aanwezigheid van een molen aan 't Blauwe Pad of in het verlengde van dit pad, die 'n naam had waarin het woord blauw voorkomt. Aan het pad zelf toch stond de onttakelde Snuif- en Mosterdmolen De Huisman en de nog in werking zijnde specerijenmolen Oost Indisch welvaren. Verdwenen zijn:

  • paltrok-houtzaagmolen Hamburg,
  • krijtmolen De Grauwe Hengst,
  • houtzaagmolen De Zwarte Hengst,
  • oliemolen De Groene Ridder,
  • houtzaagmolen De Liefde,
  • olie- later verfmolen De Krab,
  • houtzaagmolen De Witte Beer,
  • Paltrok-houtzaagmolen De Jonge Ridder.

Allen stonden in het verlengde van het Blauwe Pad. Wellicht zal de vraag later worden opgelost.

Het amper bereikbare Blauwe Pad, uiteindelijk door de oprukkende omgeving opgeslokt.

Hoe oud Zaandam werd doodgedrukt tussen nieuwe complexen, bewees het Blauwe Pad, weggestopt achter nieuwe huizen van de Westzijde en met een ingang, die ronduit luguber kon worden genoemd. Van de Westzijde uit was het Blauwepad nagenoeg niet te vinden. Men verkreeg er toegang door een heel nauw stukje straat, dat bovendien in de schaduw lag van grote gebouwen en enige boompjes. En over een slikje, afgezet met een paaltje, opdat er geen auto's door zouden rijden, werd toegang verschaft tot een nieuwe wijk, de Schildersbuurt. Hier vond men nog de oude huizen en al werden er dan ook in de loop van de jaren nieuwe deuren ingezet en heeft men er slaapkamers opgebouwd, toch bevonden zich hier nog de oude geveltjes. De gewone man moest het aangaande z'n arbeiderswoning stellen met eenvoudige lijsten en zelfgemaakte ornamenten.

In de jaren '30 zijn hier de grote blokken huizen verrezen, die scherp afstaken tegen de huisjes op het Blauwepad. En het moderne verkeer denderde door de nauwe straten. Tot oud-Zaandam hadden ze geen toegang, omdat ze het gehele pad in beslag zouden nemen en gevaar opleverden voor de bewoners. Door sprekende borden werden ze dan ook geweerd. Het Blauwepad werd doodgedrukt, zoals geheel oud-Zaandam werd doodgedrukt, maar toch was het verkwikkend hier te vertoeven, omdat er de sfeer van de oude, nijvere Zaanstreek nog viel te proeven.

Van Zaandam moest, ingevolge plannen, stammend uit 1939, een betere woonstad worden gemaakt. De gemeente Zaandam ijverde na de bevrijding voor het dempen van stinkende sloten en voor een rioleringsplan voor westelijk Zaandam. Daardoor zou de volksgezondheid, ook door het verdwijnen van vele honderden privaattonnen, worden gediend. Het Blauwe Pad maakte deel uit van een ingrijpende sanering en verdween uiteindelijk als gevolg van de stadsvernieuwing tussen 1958 en 1970 geheel van de kaart.

De bewoners stonden niet altijd gunstig bekend. Freek de Jonge schreef ​in zijn boekje ​Zaans Veem ​over de beruchte Blauwe-padders​, voor wie hij bang was.

Lees hier hoe Cor Visser, geboren op 21 feb­ru­ari 1935 en getogen op het Blauwepad in de Zuidkanter uitgebreid verhaalt over zijn jeugd op en rond het pad. De eigenaar van de Timmerfabriek Visser aan de Noorder IJ- en Zeeweg in Zaandam woonde als scholier vlak­bij de school. ,,Als de fluit ging kon je met een beetje geluk nog op tijd komen. De school was streng. Als je niet op tijd achter het hek was, ging dat dicht.”

Bron o.a. De Westzijde te Zaandam in 1883 van Gerrit Jan Blees Kzn en het Zaans Volksblad

  • blauwepad.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/06/16 07:43
  • door zaanlander