Grote Sluis

Schutsluis in de Dam te Zaandam, westelijk van de Wilhelminasluis, ook wel Hondsbossche sluis genoemd. De aanduiding Grote Sluis geeft meermalen aanleiding tot verwarring, doordat men de Wilhelminasluis, die inderdaad groter is, dikwijls ten onrechte zo noemt. De eerste sluis in de Dam die de naam Grote Sluis kreeg werd reeds in 1544 gebouwd. Dat gebeurde op initiatief van het Hoogheemraadschap de Hondsbossche en Duinen tot Petten, dat verzekerd wilde zijn van geregelde aanvoer van materiaal voor de bouw van de Hondsbossche zeewering. Daarom liet men het oude Westzaner Overtoom sluisje in de Dam slopen en de Grote Sluis aanleggen; de kosten voor de overkapte sluis werden opgebracht door het Hoogheemraadschap, de stad Alkmaar en de banne van Westzanen, die in ruil daarvoor een kosteloze doorgang kreeg voor alle inwoners, zolang de sluis zou bestaan.

De sluis uit 1544 werd in 1722 vervangen door een nieuwe Grote Sluis, een kunstwerk met een lengte van 28 meter, een breedte van 5,10 meter en een diepte van 2,60 meter beneden A.P. De aanleg van deze Grote Sluis kostte het Hoogheemraadschap meer geld dan was begroot, desondanks besloot men als kroon op het kunstwerk twee wapenstenen te plaatsen, die gemaakt werden door de Alkmaarse beeldhouwer Jacob van der Beek en de wapens van de Hondsbossche en van de Dijkgraaf en Heemraden voorstellen.

Wie de sluis wilde passeren moest schutgeld betalen. Voor het incasseren daarvan was een pachter aangesteld, die jaarlijks een vastgesteld bedrag moest afstaan aan het Hoogheemraadschap, ongeacht het aantal geschutte schepen. Vooral tijdens de Franse tijd verviel de pachter daardoor tot armoede. In de tweede helft van de 19e eeuw werd steeds duidelijker dat de Grote Sluis te klein werd voor het schutten van vaartuigen. Reeds in 1853 had de Kamer van Koophandel de gemeente Zaandam verzocht de Voor- en Achterzaan verder uit te diepen en tot de bouw van een nieuwe sluis over te gaan. In 1880 volgde een nieuw voorstel van de Kamer van Koophandel, nu tot verbetering van de Grote Sluis. De sluis had inmiddels haar belang voor de Hondsbossche verloren en werd in 1884 voor een bedrag van f 30.000 verkocht aan het Hoogheemraadschap der Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en West-Friesland te Edam.

Een jaar later probeerden de gezamenlijke Zaangemeenten de sluis over te nemen, maar Uitwaterende Sluizen weigerde zelfs maar te onderhandelen. Daarna werd een plan ontwikkeld voor de bouw van een geheel nieuwe sluis ten westen van de Grote Sluis op de plaats van de vroegere Overtoom. Het werd evenwel door de minister van Waterstaat ir. Cornelis Lely afgekeurd, omdat de beoogde sluis te klein was. Hetzelfde lot was een tweede plan beschoren.

Pas het derde plan kreeg goedkeuring. In 1903 kwam de Wilhelminasluis oostelijk van de Grote Sluis gereed. De Grote Sluis is nog aanwezig en kan nog steeds dienst doen voor uitwatering en schutting, maar wordt in de praktijk niet meer gebruikt.