overtoom

Een verlaagd en van glooiingen voorzien dijkgedeelte waarover schepen werden gehaald ('gewonden'). In de Zaanstreek zijn verschillende overtomen geweest, waarvan die te Zaandam verreweg het belangrijkst was. Oost-plugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigOostzaandam

Voormalige naam van de bewoningsconcentratie ten oosten van de Zaan nabij de Dam, tot 1795 behorend tot de gemeente Oostzaan, tussen 1795 en 1811 min of meer een zelfstandige gemeente en sinds 1811 deel uitmakend van de stad Zaandam. Oostzaandam behoorde tot de
en Westzaandamplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigWestzaandam

Westzaandam, vroegere naam voor het ten westen van de Zaan gelegen deel van Zaandam, dat deel uitmaakte van de Banne van Westzanen. Het dorp is, in tegenstelling tot Oostzaandam, nooit zelfstandig geweest, en dat terwijl het in de loop der geschiedenis in economisch opzicht en wat betreft het aantal inwoners belangrijker werd dan zijn 'overbuur'. De oorzaak van de aanvankelijke, tot 1811 in stand gebleven scheiding tussen West- en Oostzaandam was eenvoudigweg dat de dorpen in versc…
hadden hun welvaart in de 17e eeuw mede te danken aan omvangrijke Scheepsbouwplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigScheepsbouw

Nijverheid, het produceren (en/of repareren) van vaartuigen. Dit kunnen houten, metalen, betonnen en/of kunststof schepen zijn, zowel voor de binnen- als voor zeevaart. De bouw van bijvoorbeeld booreilanden wordt ook tot de scheepsbouw gerekend; deze sector is echter nooit in de Zaanstreek bedreven. De
. Deze had aanvankelijk vooral plaats langs de oevers van de Binnenzaanplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigBinnenzaan

Soms nog gebruikte benaming voor de Zaan benoorden de sluizen te Zaandam, herinnerend aan de tijd dat IJ en Voorzaan nog een open verbinding met de Zuiderzee vormden; de naam duidde zo de tegenstelling met het buitenwater aan. Meer algemeen was en is de aanduiding
, die door de Damplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigDam

Straat te Zaandam die zijn naam ontleent aan de Hogedam in de Zaan, waar Zaandam naar werd vernoemd.

De Dam, die de Zaan van het buitenwater, IJ/Zuiderzee, afsloot, was in het zuiden eeuwenlang de enige landverbinding tussen de oostelijke en de westelijke Zaanstreek. Het is niet bekend wanneer de Dam precies werd opgeworpen. Zeker is dat hij er in 1314 was; vermoed wordt dat hij aan het einde van de 13e eeuw werd aangelegd. De Hogedam was van uitermate groot belang voor de ontginning en h…
was afgesloten van de Voorzaanplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigVoorzaan

Het deel van de Zaan tussen het Eiland, de Prins Hendrikkade en de sluis te Zaandam, met andere woorden: het deel van de Zaan vóór de Dam. In het verleden maakte ook het huidige Zijkanaal G. deel uit van de Voorzaan, die toen direct in verbinding stond met het IJ en nabij het Ooster- en Wester-
. De voor de zeezeilvaart gebouwde schepen moesten groot water bereiken; de Dam was, ook nadat hij doorsluisd was, een obstakel. Hierdoor was het nodig een overtoom aan te leggen. Deze lag westelijk van de huidige kleinste sluis, waarschijnlijk op de plaats van de tegenwoordige Damstraat, en is van 1609 tot 1718 in gebruik geweest.

In het laatste jaar was de scheepsbouw flink teruggelopen, terwijl de meeste werven inmiddels naar de Voorzaan (Kattegatplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigKattegat, het

Tegenwoordige straat in Zaandam-oost, dwarsstraat van de Zuiddijk richting de Zaan. Zowel in Zaandam als in Loosdrecht heeft men ooit een water die naam gegeven omdat iemand met de bijnaam Kat of de Kat het gegraven had of er langs woonde. Dergelijke soort naamspelingen worden over het algemeen alleen gevormd met de blik schuin gericht naar de aardrijkskundige namen of naamtypen die aan iedereen bekend zijn. In dat geval vormt de
) waren verplaatst. Dit was een gevolg van het groter worden der schepen. Over de overtoom konden slechts vaartuigen van maximaal 30 tot 35 meter worden gewonden. Loosjesplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigLoosjes, Adriaan

Westzaandam 15 april 1689 - 20 maart 1767

Adriaan Adriaanszoon Loosjes, houtkoper, predikant aan de Fries Doopsgezinde gemeente te Westzaandam, vooral bekend geworden als auteur van Beschrijving van de Zaanlandsche dorpen, Oostzaan, Oostzaandam, Westzaan, Westzaandam, Koog aan de Zaan, Zaandijk, Wormerveer, Westknollendam en Nauerna, uitgegeven Haarlem 1794; heruitgave 's-Gravenhage 1968.
heeft een uitgebreide beschrijving van de overtoom en het overwinden gegeven. Niet te achterhalen echter is hoeveel schepen er in de 109 jaar van zijn bestaan over de Zaandamse overtoom zijn gewonden. Wel is uit de archieven bekend dat er van herfst 1678 tot voorjaar 1680 op z'n minst 54 schepen de overtoom passeerden; tussen zomer 1692 en zomer 1694 waren dat er 63. Dat is gemiddeld meer dan 30 per jaar, naar alle waarschijnlijkheid zijn er in totaal meer dan 1000 schepen over de overtoom gehaald.

In het begin diende een schip dat over de dijk moest worden gebracht te wachten tot er nog twee andere schepen gereed waren. Dit hield verband met de vele werkzaamheden en het grote aantal bij het overwinden betrokken personen, er konden drie kleinere vaartuigen binnen een dag worden overgehaald. Toen de schepen langer en zwaarder werden kon echter hoogstens één vaartuig per dag de overtoom passeren. De schepen of casco's werden inwendig versterkt alvorens te worden overgewonden. Vooral de grotere schepen hadden er namelijk van te lijden. Het overwinden werd bemoeilijkt door de belendende bebouwing, waardoor er een soort 'knik' in de Zaandamse overtoom was aangebracht.

De overtoom in Westzaandam in 1717, naar een tekening van J. Bulthuis.

Het overwinden gebeurde als volgt: eerst werden op verschillende plaatsen van het schip kabeltouwen bevestigd. Elk touw werd bevestigd aan een kaapstander en met behulp hiervan werd het vaartuig omzichtig tegen de dijkglooiing omhoog getrokken. De dijk was met lange battings bekleed, die het spoor vormden waarover het schip moest glijden. De battings waren van een laag vet voorzien die bovendien nat werd gehouden. Voor de bediening van de kaapstanders waren - afhankelijk van de grootte van het schip - 20 à 30 mannen nodig. Zij werden betaald door de reder/eigenaar van het schip. Had dit het hoogste punt van de dijk bereikt, dan werd het uiterst behoedzaam in de Voorzaan te water gelaten. De scheepseigenaar diende ook een vergoeding te betalen aan de rederij die de overtoom exploiteerde (dit was een zogenaamde Partenrederijplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigPartenrederij

Vorm van 17e-, 18e- en 19e-eeuwse bedrijfsvoering, waarbij het ondernemingskapitaal door tenminste twee personen was gestort. De eigenaars richtten daartoe een rederij op. De aandelen in het kapitaal werden 'parten' genoemd, de uit te keren winst werd naar rato van het aantal parten verdeeld. Bij een vergelijking met huidige ondernemingsvormen heeft de partenrederij nog het meeste weg van de besloten vennootschap.
, met 64 parten).

Kleinere overtomen in de Zaanstreek waren die in Westzaan, Oostzaan en Krommeniedijk. De herinnering hieraan leeft nog voort in enkele straatnamen; het is jammer dat destijds in Zaandam niet de naam Overtoom aan de Damstraat is gegeven.

Zie ook: Economische geschiedenisplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigEconomische geschiedenis

1. Economische ontwikkeling vóór 1580 (bladzijde 189 en volgende)

2. Economische ontwikkeling van de Zaanstreek in de periode 1580-1800 (bladzijde 192 en volgende)

3. Economische ontwikkeling van de Zaanstreek na 1800 (bladzijde 205 en volgende)

Bij het begin vap elk hoofdstuk is een opgave geplaatst van de behandelde economische sectoren en eventuele andere met het onderwerp samenhangende onderwerpen. Van hoofdstuk 1 treft u de inhoudsopgave hieronder aan. Door midd…
2.5.1.

Literatuur:

  • A. Loosjes, Beschrijving van de Zaanlandsche dorpen, Haarlem 1794.
  • /home/zaanwiki/domains/zaanwiki.nl/private_html/encyclopedie/data/pages/overtoom.txt
  • Laatst gewijzigd: 2020/09/14 13:43
  • door jan