Straat te Zaandam die zijn naam ontleent aan de Hogedam in de Zaan, waar Zaandam naar werd vernoemd.
De Dam, die de Zaan van het buitenwater, IJ/Zuiderzee, afsloot, was in het zuiden eeuwenlang de enige landverbinding tussen de oostelijke en de westelijke Zaanstreek. Het is niet bekend wanneer de Dam precies werd opgeworpen. Zeker is dat hij er in 1314 was; vermoed wordt dat hij aan het einde van de 13e eeuw werd aangelegd. De Hogedam was van uitermate groot belang voor de ontginning en het behoud van de polders ten oosten en westen van de Zaan. Hij was het sluitstuk van een uitgebreid dijkenstelsel rond de Zaanse bannen. Daarnaast was de Knollendam die de Zaan in het noorden afsloot van groot belang. Volgens sommige historici was er vóór de Hogedam en de Knollendam werden aangelegd reeds een Wormerdam tussen Wormer en Wormerveer aanwezig.

De Crommenije werd afgesloten door de Nieuwedam. Om water van de Zaan te kunnen uitslaan en om waterverkeer tussen de Voorzaan en de Achterzaan mogelijk te maken werden er in de Hogedam verschillende sluizen aangelegd, terwijl ten behoeve van het verkeer ook geruime tijd een Overtoom over de Dam liep. Vanouds waren er twee sluisjes in de Dam. Het is niet bekend wanneer ze zijn gegraven. Het meest westelijke sluisje, de Westzanersluis, wordt vermeld in een akte uit 1430 en was aangelegd door de Banne van Westzanen. De oostelijke Kleine Sluis, was gesticht door de Banne van Oostzanen en de Banne van Jisp en Wormer en werd ook wel de Wormersluis genoemd. Beide sluizen waren van hout en moesten regelmatig onderhouden worden. Het belang van de sluizen was gering; de Westzanersluis was slechts acht voet breed.

In 1544 werd deze Westzanersluis gesloopt en werd een grotere stenen schutsluis gebouwd, die de Grote Sluis of de Hondsbossche Sluis werd genoemd. Deze tweede naam kreeg het sluisje door de bemoeienis van het Hoogheemraadschap de Hondsbossche en Duinen tot Petten bij de aanleg. Het Hoogheemraadschap wilde zeker zijn van geregelde aanvoer van materialen voor de zeewering en liet daartoe met ondersteuning van de banne van Westzanen, die daarvoor eeuwige tolvrijheid kreeg, en de stad Alkmaar de sluis bouwen. In 1611 werd ten oosten van de Kleine Sluis de Duikersluis aangelegd. De Grote Sluis was, doordat schepen steeds groter werden al spoedig te klein. Daarom werd in 1608 ten westen van deze sluis een Overtoom aangelegd, waarover de schepen over de Dam werden getrokken. In 1718 was ook de overtoom te klein geworden en werd deze gesloopt. De moeilijkheden die schepen ondervonden om de Dam te passeren, hadden tot gevolg dat de Zaandammer Scheepsbouw zich in de 17e en 18e eeuw verplaatste van de Achterzaan naar de Voorzaan.

Na het slopen van de overtoom werd op de plaats van de Grote Sluis een nieuwe sluis gebouwd, die eveneens Grote of Hondsbossche sluis ging heten. Deze werd in 1722 geopend en is nog altijd aanwezig tussen de Wilhelminasluis en de westelijke Zaanoever. De Grote Sluis werd in 1884 voor f 30.000 overgedaan aan Uitwaterende Sluizen te Edam.

Bij de Grote Sluis staan twee natuurstenen bekroningen die in 1724 door Jacob van Beek werden gemaakt. Zij stellen de wapens van het Hoogheemraadschap van de Hondsbossche en Duinen tot Petten voor. Twee andere bekroningen op de Dam, aan de noordzijde van de Wilhelminasluis, zijn afkomstig van de duikersluis. Ook deze zijn van natuursteen en bestaan uit de wapens van het Hoogheemraadschap der Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en West-Friesland en de wapens van de dijkgraaf en heemraden, en een voorstelling van Neptunus, gezeten op een dolfijn met een bazuinblazend knaapje met een bundel korenhalmen.

De Dam had in de Zaanstreek steeds een centrumfunctie. Oostzaandam ontstond op een naast de Dam opgeworpen terp. De Dam was een ontmoetingspunt tussen Oost en West. De Kerktwisten waarmee Westzaandam zich begin 17e eeuw kerkelijk afscheidde van Oostzaandam werden ten dele met de vuist op de Dam uitgevochten. Verkeer uit het zuiden naar de Zaanstreek kwam bij de Dam aan. Ook de beroemde bezoekers aan de Zaanstreek lieten hun schepen bij de Dam afmeren; meermalen werden hier de erebogen opgesteld. Niet onlogisch concentreerde zich een aantal herbergen en hotels op en bij de Dam, zoals in het klein overigens ook bij de dorpssluizen in de Lagedijken gebeurde. Bekende namen van zulke etablissementen op de Dam waren onder meer Den Otter, De Zon en Suisse.

Nadat in 1876 het Noordzeekanaal was geopend, werd vanuit de Zaanstreek uitgebreid actie gevoerd om te komen tot grotere sluizen in de Dam in combinatie met het uitdiepen van Voor- en Achterzaan. Verscheidene ingediende plannen werden afgekeurd, maar in 1903 kon de Wilhelminasluis worden geopend. De Kleine Sluis, de Duikersluis en een flink deel van de bebouwing van de Dam moesten voor deze sluis wijken. De bereikbaarheid van de Zaanstreek werd door de Wilhelminasluis aanmerkelijk verbeterd. Na de opening ontstonden in Zaandam evenwel verkeersproblemen, omdat de Wilhelminabrug ten zuiden van de sluis slecht aansloot op de Dam. Om hierin verbetering te brengen werd de havenkom gedempt en werd een rechtstreekse verbindingsweg aangelegd. Vóór het dempen, met grond die beschikbaar was gekomen door het graven van de Nieuwe Zeehaven en het uitdiepen van de Oude Zeehaven, werd de bagger niet van de Zaanbodem afgezogen. Al spoedig begon de demp in te klinken.

Inmiddels was een nieuwe verbindingsweg aangelegd en was het naastliggende terrein bebouwd met een nieuw postkantoor en andere panden in neo-Hollandse renaissance-stijl. Doordat de inklinkende grondlagen neerwaartse druk uitoefenden op de heipalen verzakten deze panden in zo sterke mate, dat ze reeds binnen tien jaar moesten worden afgebroken. In 1920 kwam het nieuwe, nog aanwezige voormalige hoofdpostkantoor op de Dam tot stand. In de jaren `50 maakte de oude Wilhelminabrug plaats voor een nieuwe brug. Een aantal oude gebouwen, met uitzondering van twee accijnshuisjes verdween van het sluizencomplex toen het Zaangemaal werd gebouwd. Ten noorden van de Wilhelminasluis kwam de Beatrixbrug tot stand waardoor het verkeer aanzienlijk minder werd gehinderd door schuttende scheepvaart.

Literatuur:
M.A. Verkade, Den derden Dach, Alkmaar 1982;
F. Mars, Vijftig jaar Wilhelminasluis. Zaandam, 1954;
J .J . Schilstra, De Hondsbossche. z.p., 1981.

  • dam.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/05/28 08:35
  • door zaanlander