Zaandam, 25 januari 1927 - Hereford, 13 januari 2011

Kleinzoon Albert Heijn van oprichter Albert Heijn Sr.

Albert Heijn jr, zoon van Jan Heijn (1897-1964) en Adriana Hendrika Kruger (1900-1984), kleinzoon van Albert Heijn sr (1865-1945), broer van Gerrit Jan Heijn (1931-1987). Van 1962 tot 1989 president van de raad van bestuur van Koninklijke Ahold te Zaandam. Na een opleiding aan het instituut Nijenrode in Breukelen en stages in Zürich en Londen kwam hij in 1949 in dienst bij Albert Heijn NV, het bedrijf dat in 1887 door zijn grootvader als Oostzaanse kruidenierszaak was begonnen. Hij werd in 1951 als manager verantwoordelijk voor de zelfbedienings-ontwikkeling in het winkelbedrijf.

In 1939 bezocht hij het Zaanlands Lyceum. Nederland hield het hoofd gedurende de economische crisis net boven water, maar de politieke spanningen groeiden. Tijdens de bezetting werd de familie Heijn gedwongen thuis Duitse officieren te huisvesten. Op een ochtend werd hij wakker en ontdekte dat hij verlamd was. Het was september 1944, Albert was getroffen door polio. Het begin van een lange periode van herstel trad aan; de eerste in een reeks van moeilijkheden die hij moest overwinnen. Zes maanden later, vlak voor de bevrijding, werd hij uit het ziekenhuis ontslagen. Hij kon weer lopen, maar sporten ging niet meer. Een forse tegenslag, daar hij altijd een getalenteerd atleet was. Ook droomde hij ooit van een carrière bij de marine die daarmee in duigen viel. Na de oorlog studeerde hij twee jaar economie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij twijfelde aan z’n keuze waarop een studietest hem richting Nyenrode voerde.

Op z'n 22e studeerde hij daar af en ging aan de slag bij het beursgenoteerde Albert Heijn. Albert leerde het bedrijf kennen via een intensief stageprogramma om het vak te leren. Hij werd ingelijfd bij het team van het filiaal aan de Amsterdamse PC Hooftstraat waar hij al snel bonnen leerde plakken omdat veel producten op de bon verkrijgbaar waren. Ook leerde hij suikerzakken vouwen. Daarnaast liep hij stages bij Pearks & Maypole in Londen en Migros in Zwitserland.

„Het is wèl lastig om op mijn leeftijd — ik ben nu 32 — een bedrijf van deze omvang te leiden. Ik zit nu tien jaar in de zaak. Het heeft natuurlijk zijn voordelen om altijd het zoontje van de baas te zijn geweest. Je hebt van jongs af aan met het bedrijf meegeleefd. Als heel klein jongetje ging je geregeld met je vader mee, je keek en je vroeg. Je groeide mee. Maar er zijn ook nadelen. Want nu, als president-directeur, vergader ik soms met mensen, die kennelijk nog het kleine jongetje in me zien. Je zegt wat en dan zie je ze denken: „Kijk, dat zegt zo'n jongen toch aardig“.

Dat zegt, met vrijwel voortdurend een vrolijke twinkeling in de ogen, Albert Heijn Jzn, waarschijnlijk de jongste onder de leiders van de zeer grote bedrijven in Nederland is president-directeur van Albert Heijn. Hij is dat sedert 1958. En de meeste mensen, in en buiten het bedrijf, zien in hem de toekomstige leider van het gehele Albert Heijn-concern. Lees verder in 'Groot bedrijf niet iets om bang voor te zijn' waarin Albert Heijn wordt geïnterviewd voor Het Parool van 17 december 1959.

In 1962 werd hij benoemd tot president van de Raad van Bestuur van Albert Heijn NV, die vanaf 1973 Ahold NV werd. Samen met z’n broer Gerrit Jan, vader Jan, oom Gerrit bouwde Albert Heijn jr aan de grootste supermarktketen van Nederland en hielp Ahold uit te groeien tot een vooraanstaand internationaal detailhandelaar. Hij bleef altijd bescheiden over zijn aandeel in dit welslagen. Nadat hij bestuursvoorzitter van Ahold was, bleef hij zichzelf officieel kruidenier noemen. Net als zijn grootvader, een man op wie Albert sterk leek, vooral in z’n persoonlijke levensbeschouwing. Beide mannen bezaten het talent om met het perspectief van een consument te kijken.

In 1989 was Albert Heijn lid van de raad van commissarissen van Koninklijke Ahold nv en vervulde hij verscheidene andere commissariaten en voorzitterschappen zoals het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel, Raad voor het Filiaal- en Grootwinkelbedrijf en Confederation Europënne du Commerce de Detail. Daarnaast was hij bestuurslid van een aantal binnenlandse en internationale organisaties. In 1995 legde hij z'n functies neer maar bleef altijd betrokken.

Vroege herinneringen

In z'n boek 'Albert Heijn - De memoires van een optimist' beschrijft Albert zijn grootvader als een vriendelijke vent die in gezelschap het meest genoot van z’n sigaar en z’n glaasje. Hij heeft ook warme herinneringen aan z’n eigen ouders; mensen die trouw bleven aan zichzelf, ondanks het groeiende succes van hun bedrijf. Een eigenschap die hij bewonderde. Op de lagere school gaven z’n klasgenootjes hem de bijnaam Boffie, naar een vroege Albert Heijn-reclamecampagne ‘Stop! Daar is Boffie met… Albert Heijn’s koffie’. Albert was gevleid, want Boffie was destijds zeer populair. Hij groeide op in een omgeving waar beroemde mensen over de vloer kwamen. Z’n ouders waren bevriend met Nederlands bekendste ondernemers. De familie Heijn woonde aan de Westzijde in Zaandam naast de Verkades, Honigs, Bruynzeels, Duyvis’ en Simon de Wits.

Hij schepte er genoegen in nieuwe producten te introduceren en hielp actief mee aan culinaire ontwikkeling van het Nederlandse huishouden. Begin jaren ’70 slaagde Albert Heijn erin producten als wijn, sherry en kiwi’s, om er maar een paar te noemen, populair te maken bij het grote publiek. Ook zette Ahold voet over de grens met een supermarktketen in Spanje. De eerste Cada Día-winkel werd in 1976 geopend in Madrid. De internationale activiteiten van het bedrijf gingen voort met de overname van de BI-LO keten in de Verenigde Staten. Daarna zette Ahold's groei door. Het eerste jaar gaf het concern een omzet van ongeveer € 18 miljoen weer. Bij zijn afscheid in 1989 was dat € 8 miljard euro.

Inspirerend leider

Albert bewees het tegendeel van het idee dat ‘de eerste generatie inspireert, de tweede generatie incasseert en de derde generatie verbrast’. Als derde generatie Heijn bleef hij een inspirerend leider die aan de basis stond van een nooit eerder vertoonde groei van Ahold. Hij was gelukkig met dit succes, maar beschouwde z’n werknemers en de klanten van Albert Heijn als z’n ware kapitaal. 'Wat juist is voor de klanten, is juist voor het bedrijf'. Een motto waar hij veertig jaar naar handelde. Slechte service beschouwde hij als onvergeeflijk. Als de klant tevreden is, meende hij, zal het succes automatisch volgen. Bij z’n afscheid schonk hij Ahold dan ook een toepasselijk bronzen beeld: een vrouw met twee boodschappentassen, liefkozend ‘Beppie’ genaamd. Het bijschrift: ‘Opdat we nooit vergeten voor wie we werken’. Een blijvende herinnering aan de geestdrift die Albert Heijn z’n gehele carrière motiveerde.

Duidelijke taal

Na z’n pensionering bleef Albert nauw betrokken bij Ahold. Hij zag hoe, na de spectaculaire groei in de jaren ’90, het bedrijf geconfronteerd werd met dramatische tegenslagen in 2003. Ahold’s koers slonk op 24 februari 2003 binnen een dag tot de helft. Hoewel hij al geruime tijd niet meer actief was voor het concern, verscheurde het bericht hem. Op de dag van de ontstellende beurskrach, uitte hij z’n woede in een televisie-interview en liet duidelijke taal horen: “Ik voel me verneukt!” Toch bleef hij een toegewijd en veel gehoord supporter toen het nieuwe management de herstelstrategie bepaalde en tot veler verbazing succesvol uitvoerde.

Nooit stilzitten

Eén ding was wel duidelijk: ondanks z’n vertrek bij Ahold was hij nog altijd betrokken bij het bedrijf. Hij was samen met Monique naar het Engelse Herefordshire verhuisd. Stilzitten om z’n hectische jaren bij Ahold te overpeinzen was er niet bij. Hij opende in Hereford twee hotels, een restaurant en diverse delicatessenzaken. Binnen een paar jaar stonden de hotels in de top 10-lijsten van Engeland.

Eeuwige optimist

Terwijl velen hem kenden als een rustige, goed gemanierde heer, kon hij behoorlijk gepassioneerd reageren op gebrekkige klantenservice of een nalatige werknemer. Z’n driftbuien joegen schrik aan. Hij boog in zo’n geval het incident steevast het hoofd met ironie en een vleugje schaamte. Maar meestal was hij een milde man. In z’n latere jaren genoot hij van het familieleven. Niets kon hem zo plezieren als een grote tafel met veel familie en vrienden, met goed eten, drank en veel humor. Meestal op de achtergrond verblijvend, uitbundig lachend om grappen van anderen. Tot het allerlaatst bleef hij een levensgenieter. Ondanks vele tegenslagen bleef hij ongekrenkt en optimistisch, altijd op zoek naar manieren om obstakels te overkomen, die hij ook immer vond. “Ik hoop herinnerd te worden als een optimist,” zei hij ooit, “een optimist die niet anders kon dan er oprecht een te zijn.”

In verband met zijn verdiensten werd hij onderscheiden als Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau en Commandeur in de Orde van Leopold II in België. Hij werd benoemd tot ereburger van Zaanstad in 1989.

  • heijn.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/03/09 17:06
  • door zaanlander