De Bilt, 12 februari 1886 - Haarlem, 22 oktober 1967

Hen Jantzen 1886-1967

Hendrik Frans (Hen) Jantzen, burgemeester van Westzaan van 1938 tot 1951, begon zijn carrière bij de Marine-Stoomvaart-Dienst waar hij in 1905 te Hellevoetsluis werd benoemd tot adjunct-machinist. Jantzen werd in december 1906 ingedeeld als officier-machinist op H.M.'s Pantserschip Tromp.

In 1912 stapte hij over naar suikerfabriek Sindanglaoet op Java waar hij tweede machinist was op de S.O. Wonopringgo in het Pekalongansche om in 1914 benoemd te worden tot eerste machinist van de S.O. Sindanglaoet, waar hij via de tuinen in 1919 als administrateur werkzaam was.

Jantzen was voorzitter van de Commissie van bijstand van de afdeling Cheribon van het Proefstation voor de Java Suiker Industrie; lid van de commissie van bijstand en advies van de Java Suiker Werkgevers Bond, ook was hij enige malen voorzitter van het Departement Cheribon van het Suikersyndicaat. Op zijn initiatief werd de bouw ter hand genomen van de grootste wadoek van Java Setoe Patok, waardoor de welvaart van de bevolking in de omgeving belangrijk steeg en de grondhuren van tien gulden per bouw opliepen tot vijftig gulden en meer per bouw, waardoor aan grondhuur onder de bevolking van de Setoe Patokstreek jaarlijks een bedrag van ruim tweehonderdduizend gulden kwam.

Ook in het maatschappelijk leven nam hij een vooraanstaande plaats in en was o.a. regent van het ziekenhuis Oranje, lid van de Regentschapsraad en van het College van Gecommitteerden; was lid van de Provinciale Raad van West-Java, terwijl hij ook enige malen voorzitter is geweest van de Loge Humanitas te Tegal.

Eind 1931 trok hij zich terug uit de suikerfabriek en vertrok hij om zich in Europa te vestigen.

Na terugkeer naar Nederland werd hij per 1 juli 1938 burgemeester van Westzaan. Volgens de Commissaris van de Koningin is Jantzen ondanks zijn 52 jaren een krachtige persoonlijkheid. Een krachtige persoonlijkheid blijft nodig in Westzaan. De gemeenteraad kent veel verschillende partijen. Er zijn twee Anti-Revolutionairen en twee SDAP-ers, een Vrijzinnig Democraat, een CPN-er en een neutraal raadslid.

Jantzen zorgt in het lintdorp voor nieuwe huisnummers. De verspreide lintbebouwing krijgt nummers die bewust ver uit elkaar liggen. Nieuwe huizen die ooit daar tussen zullen worden gebouwd kunnen zodoende een normaal nummer krijgen. De historische naam Krabbelbuurt voor de dorpsweg tussen het Zuideinde en de Kerkbuurt verdwijnt in 1939 ook. De straatnaam lijkt minder goed te passen bij de faam van de grote bedrijven die erlangs liggen. Het wordt nu J.J. Allanstraat, vernoemd naar de in 1933 overleden industrieel en politicus die rond de eeuwwisseling nog het gezicht gaf aan de eerste Westzaanse motorboot- en autobusdienst.

Hij legde zich met de toenemende internationale spanningen snel toe op een goed functioneren van de luchtbescherming. De gemeenteraad benoemde hem in 1939 tot gevolmachtigde om namens de gemeente het stemrecht uit te oefenen voor de verkiezing van hoofdingelanden en hun plaatsvervangers van het hoogheemraadschap Noordhollands Noorderkwartier.

Raadhuis Westzaan haard van verzet

Toen het Duitse leger op 5 mei 1945 capituleerde, stond de feestvreugde in de Zaanstreek aanvankelijk op een laag pitje. De Strijd, het gezamenlijke nieuwsbulletin van de Zaanse illegale kranten, had weliswaar gemeld dat de Duitsers zich hadden overgegeven, maar Engelse of Canadese soldaten waren in geen velden of wegen te bekennen. Ook de Binnenlandse Strijdkrachten mochten, tot hun grote frustratie, de straat nog niet op; de enige zichtbare uniformen bleven die van de Duitsers.

Pas op 8 mei 1945 arriveerden de eerste geallieerden in de Zaanstreek. In Westzaan betekende de bevrijding ook de terugkeer van burgemeester Jantzen, die in 1943 door de Duitsers gevangen was gezet vanwege zijn op z’n zachtst gezegd niet bepaald meewerkende houding. Al in november 1938 nodigde Jantzen een aantal dorpsgenoten uit om zitting te nemen in een plaatselijk comité dat Joodse vluchtelingen steunde. Jantzen was een fervent tegenstander van het nationaalsocialisme en bleef dat ook als burgemeester in oorlogstijd.

Kamp Amersfoort

Het Westzaanse raadhuis vormde in die eerste oorlogsjaren een haard van verzet. Er werden berichten doorgestuurd naar Londen, men werkte de verplichte collecte voor de Winterhulp van de nazi’s tegen en Jantzen en gemeentesecretaris Schoenmaker werkten mee aan het leveren van blanco persoonsbewijzen. In 1943 zijn de Duitsers het zat. Ze worden beiden afzonderlijk verhoord waarbij de Nazi’s steeds de indruk wekken dat de één over de ander belastende beschuldigingen heeft geuit. Uiteindelijk wordt duidelijk dat de gewraakte persoonsbewijzen uit Westzaan komen. De burgemeester en secretaris worden in oktober 1943 als straf geïnterneerd in kamp Amersfoort.

In maart 1944 wordt Jantzen ontslagen en wordt het burgemeesterschap door de NSB-gezinde burgemeester Vitters waargenomen. Ook Schoenmaker wordt vrijgelaten, maar zij mogen niet terug naar Westzaan. Ze brengen de laatste oorlogsjaren bij familie door.

De burgemeester keert terug op 9 mei 1945 en, zo is op foto’s te zien, viert dan samen met de massaal uitgelopen Westzaners de bevrijding. Elf dagen later is secretaris Schoenmaker weer van de partij. Zijn gezondheid is echter zo slecht dat hij ziekteverlof krijgt. Hij is bovendien nog steeds ontstemd en eist formeel eerherstel.

Scherp gehekeld

Schoenmaker, schreef de raad in september 1947 alsnog een brief waarin het gedrag van burgemeester Jantzen tijdens de bezetting scherp werd gehekeld. Teneinde de beweringen te toetsen, benoemde de raad een commissie van onderzoek. Deze wendde zich tot de commissaris der Koningin, dr. J. E. baron de Vos van Steenwijk met het verzoek een ereraad aan te wijzen. De commissaris zegde zijn volledige medewerking toe. Hij zocht de heren Van Alphen, oud-burgemeester van Westzaan, Tenkinck, gepensioneerd inspecteur van politie te Haarlem en Cramwinckel, lid van het tribunaal te Haarlem, aan, zitting te nemen in deze ereraad.

In oktober 1947 komt de commissie tot de slotsom dat de beschuldigingen over en weer niet hard gemaakt kunnen worden. Wel meent de commissie dat de burgemeester niet altijd even tactisch en soepel is opgetreden en dat de secretaris zijn goede bedoelingen miskende. In de Westzaanse illegaliteit heerste bovendien verdeeldheid.

Op 27 november 1947 bespreekt de Westzaanse Raad het uitgebrachte rapport. Met de kleinst mogelijke meerderheid, zes tegen vijf stemmen neemt men het aan. Ook de Raad kan het onderling niet eens worden. Jantzen kan aanblijven; Schoenmaker was al eerder naar elders vertrokken en nam de functie van waarnemend burgemeester in Oudorp aan.

Gemopperd

Jantzen zou burgemeester blijven tot 1 maart 1951. In zijn ambtsperiode werd een nieuwe woonwijk tegenover de Grote Kerk van Westzaan gebouwd en kwam de begraafplaats aan de Dolfijnstraat tot stand. Kritiek op de burgemeester was er ook, zelfs merkbaar sterker dan bij voorgaande burgemeesters. Wethouder Allan noemt bij het afscheid van burgemeester Jantzen in 1951 op niet helemaal schertsende toon een aantal punten op. ‘Meer dan eens heb ik op u gemopperd omdat de afwerking van diverse zaken mij niet vlot genoeg ging, of mededelingen aan de wethouders werden onthouden, een vlotte samenwerking heeft er nimmer tussen ons bestaan (…) U leefde zo weinig mee met het Westzaanse gebeuren…’

Burgemeester Jantzen laat ook graag de vergaderingen lang duren. Wethouder Schoen herinnert daaraan in de laatste raadsvergadering. Als de vergadering weer eens uitliep tot na twaalven kwam er steevast een telefoontje van mevrouw Jantzen. Dan zei de burgemeester alleen ‘sabantar’, Maleis voor ‘een ogenblikje’. Vervolgens sloot hij haastig af.

De historie van Westzaan gaat Jantzen echter aan het hart. In maandblad De Zaende publiceerde Jantzen enkele artikelen van historische aard;

  • over kerktorens en -klokken (1946),
  • het rekeningenboek van de kerkmeesters van Westzaan (1948),
  • het heersen van cholera in de 19e eeuw (1948) en
  • de geschiedenis van het oorspronkelijk Zaanse geslacht Hooft (1951).
  • Voor het boek van de VVV, Vijftig jaren Zaanstreek (1949).
  • In 1951 verschijnt van zijn hand een boekje over de blauwselfabriek Avis.
Verre van gemakkelijk

De roerige jaren onder burgemeester Jantzen klinken door bij de benoeming van een nieuwe burgemeester. De Commissaris van de Koningin merkt in 1951 geheel in lijn met zijn voorgangers op: ‘Westzaan is weliswaar geen zeer grote maar toch een verre van gemakkelijke gemeente. De samenstelling van de gemeenteraad, bestaande uit vier PvdA, vier CPN en drie Christelijke Groepen moge hier reeds op wijzen. Er bestaan daarnaast in Westzaan lokale partijen, die met politiek niets te maken hebben, maar elkaar daarom niet minder fel bekampen. De aftredende burgemeester heeft zich daar niet steeds boven weten te stellen…’ Een oud Indisch-gast is bovendien na de ervaringen met burgemeester Jantzen niet gewenst. ‘Burgemeester Jantzen was ook een oud Indisch-gast en is in Westzaan nu eenmaal niet populair geweest’.

Als opvolger wordt benoemd N. Vijlbrief, bij zijn benoeming al 60 jaar oud. Hij is een ander mens dan zijn voorganger, zijn kennis wordt geprezen. Hij is bovendien wars van ophef en drukte.

Na zijn pensionering vestigde Jantzen zich in Haarlem waar hij in 1967 overleed.

Bron o.a. Bataafs Nieuwsblad, Wessaner, Delpher.nl

  • jantzen.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/06/01 14:18
  • door zaanlander