kerktwisten

Zaanse gelovigen hebben enkele malen verbeten strijd met elkaar gevoerd, geruzie dat met de leerstellingen niets van doen had.

Wanneer hier van 'twisten' sprake is, worden met nadruk niet de theologische meningsverschillen bedoeld die er bijvoorbeeld toe leidden dat oud-katholieken zich afscheidden van de rooms-katholieke moederkerk, of waardoor de gereformeerden zich losmaakten van de hervormden.

Wij noemen twee voorbeelden van 17e-eeuwse ruzies binnen de hervormde kerk, die een wat al te letterlijke interpretatie schijnen weer te geven van het besef dat wie de hemel wil verdienen de strijd niet mag schuwen. Een hevig conflict ontstond aan het begin van de 17e eeuw tussen de hervormden van Oost- en Westzaandam. Hoewel deze tweelingdorpen geen bestuurlijke eenheid vormden, hadden de bewoners steeds gezamenlijk gekerkt, en wel in de Oostzijderkerk.

Maar langzamerhand waren er allerlei gevoeligheden ontstaan. Dat kwam doordat Westzaandam het aanvankelijk grotere Oostzaandam voorbijstreefde in economisch belang en in bevolkingsomvang. Niets zou logischer zijn dan de bouw van een eigen kerk in Westzaandam, maar daartegen verzetten zich de Oostzaandammers met hand en tand. Niet zonder reden trouwens. Zij zouden volgens een vroegere overeenkomst fors mee moeten betalen aan een kerk, die niet de hunne was. Dit spanningsveld ontlaadde zich in scheldpartijen en soms in een handgemeen, in een kerkstrijd die op straat dreigde te worden uitgevochten.

Dieptepunt

In 1633 kwam het dieptepunt. Een verschil van mening over een nieuw te benoemen predikant liep zo hoog op, dat de Westzaandammers besloten nu eindelijk een eigen kerk te bouwen. Om dat te financieren vorderden zij een taxatie van alle bezittingen van de Oostzijderkerk. Zij hadden namelijk formeel recht op een derde deel daarvan. En bovendien moesten de Oostzaandammers tweederde opbrengen van de kosten van een begraafplaats bij de nieuw te bouwen kerk.

De baljuw van Bloys en de schout van de banne van Westzaan werden ingeschakeld om de eisen van de Westzaandammers kracht bij te zetten. Toen de Oostzaandammers weigerden te betalen werd beslag gelegd op een deel van hun kerkelijke bezit. Dat namen zij niet: baljuw en schout werden aangevallen door de te hoop gelopen Oostzaandammers en kozen het hazenpad. In Westzaandam sneuvelden de ruiten van onder meer de burgemeesterswoning. Er moesten musketiers uit Amsterdam komen om de orde te herstellen. Een aantal 'schuldigen' is zelfs voor drie jaar uit de Zaanstreek verbannen.

Het conflict was daarmee overigens nog niet uit de wereld. Pas na vele verzoek- en bezwaarschriften kreeg Westzaandam eindelijk het recht zijn eigen Bullekerk te bouwen. Toen kort na alle onenigheden een Aardbeving optrad waren vele Zaankanters er heilig van overtuigd dat hiermee door hogerhand een teken van afkeuring en onbehagen werd gegeven.

Van heel andere aard was enkele tientallen jaren erna een kerktwist onder de hervormden van Assendelft, een ruzie waarbij groepen gelovigen elkaar letterlijk probeerden te overschreeuwen. In 1666 constateerde dominee Johannes Damius dat er kerkgangers waren die zich onttrokken aan de Avondmaalsviering, omdat er zo onordelijk in de kerk werd gezongen. Dat ongebruikelijke excuus, gaf dominee toe, was wel gegrond, maar de oorzaak ervan lag in een ongelukkig toeval.

Nu al enkele malen achtereen had de kerk voorzangers aangesteld, die door alcoholgebruik in verschillend opzicht hun maatgevoel bleken te hebben verloren. Zij dienden het tempo van het psalmgezang aan te geven, maar faalden. Welluidend klonk het allemaal niet in Assendelft. Volgens de notulen van de kerkenraad raakte de gemeente verdeeld in twee kampen, aangeduid als 'rassen' en 'langsamen'. Zij hadden uitsluitend gemeen dat zij vertrokken bij dezelfde gezamenlijke beginnoot. Voor het overige trachtten zij, zingend in verschillend tempo. elkaar te overstemmen. Het zal niet om aan te horen zijn geweest, en dat 20 jaar achtereen.

In 1684 heeft de kerkenraad van de inmiddels ten diepste verdeelde gemeente zich ten einde raad tot de Vroedschap gewend. Deze stelde een hoogst ongebruikelijke verordening in, een keur op het zingen in de kerk, met als strafbepaling een boete van tien Kennemer ponden voor elke kerkganger die niet strikt de voorzanger volgde. Dat bracht even rust, maar een paar jaar later laaide de strijd weer op. In 1689 is door de classis ingegrepen. Aan een aantal eigenzinnig psalmerende kerkbezoekers werd de deelname aan het Avondmaal ontzegd.

  • kerktwisten.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/10/31 07:56
  • door zaanlander