Oostzijderkerk

Oorspronkelijk ging de aan de Zuiddijk gelegen Oostzijderkerk in de Klauwershoek, als katholieke kapel, gewijd aan de H. Maria Magdalena, door het leven, onder de vleugels van de parochiekerk van Oostzaan. Naar schatting werd de kapel in de tweede helft van de 14e eeuw gebouwd, zekerheid hierover ontbreekt, het eerste schriftelijke bericht dateert van 1411. De bouwvallige kapel, duidelijk gebouwd als vluchtkerk voor de waterwolf op een grote terp, grenzend aan de dam in de Zaan, is in 1449 al te klein vanwege het toenemend aantal gelovigen, waarna besloten wordt de kapel te vergroten. In 1460 wordt de kapel opnieuw ingewijd, kort daarna wordt een toren op het dak geplaatst. De Oostzijderkerk te Zaandam is de oudste kerk van de stad.

Na de reformatie in 1566 werd de kerk overgedragen aan de hervormden. Het waren derhalve de hervormden die in de laatste decennia van de 16e eeuw de katholieke kerkgebouwen in gebruik namen, nadat het de katholieken was verboden in het openbaar diensten te houden. Op de ene plek gebeurde dat wat eerder dan op de andere. Soms ging de pastoor zelf, met inbegrip van zijn gemeente, mee in het nieuwe geloof. Dan leidde hij voortaan als dominee hervormde diensten in dezelfde ruimte waar hij voorheen de mis opdroeg. In Zaandam was dat het geval met Bartel Jacobsz Bart, pastoor van de Oostzijderkerk.

In die eerste jaren hadden de Hervormden nog geen nieuwe gebouwen in de Zaanstreek in gebruik genomen. Zij brachten de bestaande in overeenstemming met hun opvattingen. Zo verdwenen de altaren, beelden en schilderingen van katholieke inhoud. De preekstoel, die meestal op dezelfde plaats gehandhaafd bleef, kreeg alle aandacht, omdat nu de dienst van het woord centraal stond. Er kwam een zogenaamd doophek omheen, om de Dooptuin. Om de verstaanbaarheid te vergroten werden boven de preekstoel vaak grote klankborden gehangen. De beste zitplaatsen, tegenover de preekstoel, werden gereserveerd voor hoogwaardigheidsbekleders en andere notabelen. Doorgaans lieten zij eigen speciale banken maken, vaak voorzien van een luifel en snijwerk.

Bij de beeldenstorm in 1566 is de kapel geplunderd, een jaar later werd hij verwoest door een brand die waarschijnlijk was veroorzaakt door onachtzaamheid van Staatse soldaten. Definitieve herbouw vond na een voorlopig herstel plaats in 1592. In 1623 was de kerk weer te klein vanwege het uitbreidend aantal inwoners van Oost-Zaandam en werd de kerk wederom vergroot.

Zaanse Kerktwist

De Oostzijderkerk stond met de bouw van de omstreden Bullekerk centraal tijdens een 17e-eeuwse hoogoplopende ruzie tussen de hervormden van Oost- en Westzaandam die een wat al te letterlijke interpretatie schijnen weer te geven van het besef dat wie de hemel wil verdienen de strijd niet mag schuwen. Hoewel deze tweelingdorpen geen bestuurlijke eenheid vormden, hadden de bewoners steeds gezamenlijk gekerkt, en wel in de Oostzijderkerk. Maar langzamerhand waren er allerlei gevoeligheden ontstaan. Dat kwam doordat Westzaandam het aanvankelijk grotere Oostzaandam voorbijstreefde in economisch belang en in bevolkingsomvang. Niets zou logischer zijn dan de bouw van een eigen kerk in Westzaandam, maar daartegen verzetten zich de Oostzaandammers met hand en tand. Niet zonder reden trouwens. Zij zouden volgens een vroegere overeenkomst fors mee moeten betalen aan een kerk, die niet de hunne was. Dit spanningsveld ontlaadde zich in scheldpartijen en soms in een handgemeen, in een kerkstrijd die op straat dreigde te worden uitgevochten.

Dieptepunt In 1633 kwam het dieptepunt. Een verschil van mening over een nieuw te benoemen predikant liep zo hoog op, dat de Westzaandammers besloten nu eindelijk een eigen kerk te bouwen. Om dat te financieren vorderden zij een taxatie van alle bezittingen van de Oostzijderkerk. Zij hadden namelijk formeel recht op een derde deel daarvan. En bovendien moesten de Oostzaandammers tweederde opbrengen van de kosten van een begraafplaats bij de nieuw te bouwen kerk. De baljuw van Blois en de schout van de Banne van Westzaan werden ingeschakeld om de eisen van de Westzaandammers kracht bij te zetten. Toen de Oostzaandammers weigerden te betalen werd beslag gelegd op een deel van hun kerkelijke bezit. Dat namen zij niet: baljuw en schout werden aangevallen door de te hoop gelopen Oostzaandammers en kozen het hazenpad. In Westzaandam sneuvelden de ruiten van onder meer de burgemeesterswoning. Er moesten musketiers uit Amsterdam komen om de orde te herstellen. Een aantal 'schuldigen' is zelfs voor drie jaar uit de Zaanstreek verbannen. Het conflict was daarmee overigens nog niet uit de wereld. Toen kort na alle onenigheden een aardbeving, een storm en een dijkdoorbraak optrad waren vele Zaankanters er heilig van overtuigd dat hiermee door Hogerhand een teken van afkeuring en onbehagen werd gegeven. Het conflict was daarmee overigens nog niet uit de wereld. Pas na vele verzoek- en bezwaarschriften kreeg Westzaandam eindelijk het recht zijn eigen Bullekerk te bouwen.

In 't jaar 1637 verkregen de Westzijders verlof om een kerk aan de Westzijde te bouwen, alsmede een predikantshuis en schoolhuis; gelijk vervolgens geschiedde. Langs deze weg scheidde de gemeente van Oost- en Westzijde van Zaandam die tot dusverre als één lichaam waren geweest, op 25 september 1640.

De Westzijde telde 498 lidmaten, aan de Oostzijde verbleven er 450. Op 14 oktober 1640 van dat jaar hield men voor 't laatst tezamen het heilige avondmaal en bepaalde de Classis te Haarlem dat die van de Westzijde ontslagen zouden worden van de zorg voor de armen van geheel Zaandam en de zorg op zich zouden nemen voor de armen der Westzijde alleen.

Uitbreiding 1680

Rond 1680 was er opnieuw uitbreiding van de Oostzijderkerk aan de orde, en de kerk, tot die tijd een pseudo-basilicaal bouwwerk vormde, bestaande uit een hoofdbeuk en twee lagere zijbeuken, werd vergroot door de zuiderzijbeuk af te breken. Op die plaats werd een nieuw gedeelte aangebouwd, even groot als de bestaande beuk, zoals heden ten dage, met aan de noordzijde een lagere zijbeuk. Het interieur van de vernieuwde kerk werd verrijkt met verschillende nieuwe stukken als de serie van zes gebrandschilderde ramen en de lichtkronen. In 1685 werd het Rechthuis tegen de kerk aangebouwd, opgetrokken in de toen gangbare, sobere trant van het Hollands classicisme.

Verbouwing 1850

Begin 19e eeuw vertoonde de kerk tal van gebreken waarna de toren, die inmiddels eeuwen op het dak van de noorderbeuk stond, in 1847 werd afgebroken. Met de verbouwing van 1850 verkreeg de Oostzijderkerk, zowel van binnen als van buiten, haar huidige aanzien; een twee-beukige hallenkerk, de enige in de Zaanstreek, waarin de beide beuken van elkaar gescheiden zijn door rondbogen op Toscaanse zuilen. De toenmalige architect was modern. Het model van de voorgevel is vergelijkbaar met de vorm van het witte Gemeentehuis nabij. In de nieuwbouw geen houten plafond, maar stucwerk; geen houten trekbalken, maar stalen trekstangen; geen glas-in-lood, maar hoge gietijzeren ramen (uit één stuk), met ruitvormige glas elementen. De gehele kerk werd wit, ook het prachtige plafond in het in 1685 gebouwde deel. Tijdens de restauratie in 1985 is de oude structuur deels teruggebracht met houten toogplafond in de oorspronkelijke kleuren.

De Toren

De noorderzijbeuk werd afgebroken, op deze plaats zou een kerktoren verrijzen. Voor de bouw van de toren schreven negen aannemers zich in, waarvan J.Sievers uit Amsterdam als beste uit de bus kwam. Eerst werd de noorderbeuk aangepast door onder meer de preekstoel en het ameublement over te plaatsen naar de zuidzijde. De omgeving werd afgezet, de grond bouwrijp gemaakt. Een proefpaal om de lengte van de palen vast te stellen en verzakking van de vroegere terp tegen te gaan werd ingeslagen. De lengte van de heipalen werd rond de 9 meter 60, waarna 72 heipalen geslagen werden voor de toren. naar ontwerp van de Zaanse stadsarchitect L.J. Immink. De klokkenstoel met gelui bestaat uit een klok van C. Noorden en J.A. de Grave. Nabij de kerk bevond zich vanaf de 17e eeuw tot begin 19e eeuw het café Spitsbergen, dat een belangrijke ontmoetingsplaats was voor de vele scheepslieden. Het slaan van de klok van de Oostzijderkerk was voor de veerschippers tussen Zaandam en Amsterdam het moment om uit te varen.

Het interieur

Uniek zijn de acht 17e eeuwse koperen lichtkronen met inscripties . Nadat eind 19e eeuw gasverlichting in zwang kwam, werden ouderwetse kronen veelal vervangen door moderne gasverlichting, maar de Oostzijderkerk voorzag de bestaande kronen van gasverlichting, die pas later plaats maakte voor elektrische. De oudste kroon uit 1623 is geschonken door de “Vrijers en Vrijsters van Zaandam”. Na de verbouwing van 1685 werden de overige vier kronen geschonken, middenin de kerk tussen de pilaren hangt de grootste, met drie rijen van tien armen. Tevens werden drie kronen met zestien armen geschonken die uiterlijk zijn als die van 1624.

De beide koperen wandarmen aan weerszijden van de preekstoel, in de vorm van een mensenarm uit de 17e eeuw, een koperen lezenaar met het wapen van de Banne Oostzaan (Oostzaandam maakte tot de Franse tijd deel uit van deze Banne) en de zeskantige eiken preekstoel uit 1640 verdienen voorts aandacht. De preekstoel stond voor de grote verbouwing van 1850-1852 op de plaats waar zich nu het orgel bevindt.

Het orgel

Nadat in de 19e eeuw plannen tot aanschaf van een orgel op niets uitliepen, werd in 1861 aan de firma Flaes & Brünjes Orgelbouw te Amsterdam opdracht verleend tot de bouw van een tweeklaviers orgel met vrij pedaal. Het Flaes & Brünjes-orgel werd een toonaangevend werk en met 21 stemmen een van de grootste instrumenten van de orgelmakers. Op 23 augustus 1863 werd het in gebruik genomen met een bespeling door Johannes G. Bastiaans, organist van de Grote- of Sint Bavokerk in Haarlem. Op het vervangen van het pedaal door orgelmaker Bik na, is het instrument nog in geheel oorspronkelijke staat. Het orgel had een prijskaartje van 7000 gulden en mocht rekenen op tien jaar garantie. Flentrop Orgelbouw voerde in 2014 herstelwerkzaamheden uit. Het orgel behoort tot de grootste van de Zaanstreek.

Twee schilderijen schetsen een beeld van het interieur van voor 1850. Aan de zuidmuur: “De Watersnood van 1825”. Nadat de Zuiderzeedijk het op 5 februari 1825 door een hevige storm begaf kwam Waterland geheel onder water te staan. De veehouders en hun vee zochten hun toevlucht op hogere en veiligere plekken zoals de Oostzijderkerk. Het schilderij van de hand van James de Rijk kwam in 1830 gereed en werd tijdens een bezoek in 1831 ook bewonderd door de koninklijke familie. Aandacht verdient ook een oude burgemeestersbank en verschillende rouwborden.

Zes gebrandschilderde ramen

Met de uitbreiding in 1685 van de zuidbeuk werd de kerk van zes gebrandschilderde ramen voorzien, allen aangebracht na de voltooiing van de vergroting van de kerk. De ramen, met ontwerpen van onder andere R. de Hooge en G. van Houten, dateren uit de periode 1687-1701. Nadat de ramen om veiligheidsreden in juni 1943 uit de kerk waren verwijderd en veilig in Steenwijk waren opgeborgen, zijn na de oorlog alle ramen volledig gerestaureerd door het atelier Bogtman in Haarlem. Na herplaatsing in de kerk vond een plechtige overdracht plaats op 5 maart 1948. Deze brandschilderingen laten onder meer een overzicht van Oost-Zaandam zien. Het laatste raam, dat in 1701 werd geschonken, bestaat uit meerdere wapenschilden met kronen. In de top van het raam staat “Kennemerland”. De oorspronkelijke naam was echter “Kennemaria”, de naam van de maagd die als hoofdpersoon hierin voorkomt.

Veel belangrijke uitvoeringen zijn in de eeuwen niettemin verloren gegaan tijdens verbouwingen, wijziging van gebruiksvormen en tijdsgebonden inzichten, tevens door verval en mogelijke malversaties. In de Oostzijderkerk zijn de prachtige koopvaardijschepen met uitgebreide tuigage verdwenen tijdens de verbouwing in 1850, evenals bouwkundige hoogstandjes in het gesloopte gebouwdeel van 1456 aan de noordzijde.

Grafzerken

De vloer bestaat uit grafzerken waarvan de oudste uit 1597 stamt. Met de uitbreiding nam opnieuw het aantal zerken toe en wel tot 620 stuks. Bij het rondgaan over de zerken valt het oog op de fraai bewerkte exemplaren .Tussen de vele grote bevinden zich kleinere zerken waarin kindergrafjes. Veelal zijn de graven voorzien van grijze plateaus hoewel er op enkele plaatsen ook rode zerken zijn te vinden. Eén daarvan is in het Hebreeuws beschreven. De grafzerken werden versierd met afbeeldingen van familienaam of beroep van de overledenen.

Olfert Jansz. de Groot tekende in 1678 een plattegrond van de Oostzijderkerk , met het kerkhof en de omliggende huizen. Doordat zowel in de kerken als op de kerkhoven begraven werd en men registratie van de graven wenste, waren plattegronden van deze aard niet ongebruikelijk. De begrafeniswet van 1869 maakte begraven in de kerk onmogelijk. De grafstenen in de Zaanse kerken zijn in 1931 beschreven door mr. P.C. Bloys van Treslong Prins en mr. J. Belonje ( 'Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Noord-Holland). In 1887 had G.J. Boekenoogen de opschriften van grafzerken in Zaanse kerken al geregistreerd. Voor plattegronden wordt verwezen naar de dossiers van het Gemeente-archief Zaanstad .

Muziek

Door particulieren, kunstkringen, de departementen van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, de Stichting Moderne Muziek, Jeugd en Muziek en de Zaandamse Gemeenschap werden in de Zaanstreek vele concerten georganiseerd. Bewondering verdient de Zaanse Kunstkring, die direct na de Tweede Wereldoorlog concerten van zeer hoge kwaliteit in vooral de Oostzijderkerk en De Doofpot (beide Zaandam) organiseerde. De toenmalige voorzitter, de leraar L. Zoeter, slaagde erin een aantal zeer groten uit de internationale muziekwereld in Zaandam te doen optreden, onder wie Clara Haskil, Stefan Askenase, Myra Hess, Maria Therese Foumeau, Noemie Perugia en Adrian Aesbacher.

Na de opening van De Speeldoos (3 januari 1970) berustte de organisatie van de concerten in hoofdzaak bij de programma-adviescommissie van deze instelling. De concerten werden meestal gehouden in de diverse kerken, waarbij vooral de Oostzijderkerk een belangrijke plaats innam. Naast optredens van solisten en kamermuziekensembles werden door het Noordhollands Philharmonisch Orkest jaarlijks enkele concerten gegeven in Zaandam (aanvankelijk in de Oostzijderkerk, later in De Speeldoos), waarbij de Zaanstreek kon kennismaken met vele nationaal en internationaal bekende solisten. Ook diverse Zaanse musici zijn met het orkest opgetreden zoals Johan v.d. Boogert, Maria van Dongen, Ernst Karten, Jari Kruijt, Jan Pasveer en Dick Vet.

Anno 2016

Als gebedshuis van de Protestantse Gemeente Zaandam speelt het beschermd Rijksmonument geen rol meer. Bij bijzondere diensten en concerten doet het gebouw thans nog dienst. Van begin 2013 tot midden 2016 werd de Oostzijderkerk voor de zondagse vieringen verhuurd aan de R.K. St. Bonifatiusparochie, wegens restauratie van de nabij gelegen St. Bonifatiuskerk. Dat gaat niet zonder slag of stoot, zo blijkt uit een artikel van Dagblad Zaanstreek op 31 december 2012. ,,Merkwaardig’’, reageert Wim Peeters van het bisdom, als hij hoort dat de katholieke diensten in een protestantse kerk wordt gehouden. Toch benadrukt pastoor Goedhart, dat de vaste kerkgangers zich geen zorgen hoeven te maken. ,,We houden een gewone katholieke mis in een wat andere omgeving. We moeten toch ergens naartoe. Ik heb liever dit dan een dienst in bijvoorbeeld een sporthal.’’

Bron: o.a. Oostzijderkerk te kijk - een rondgang door de Oostzijderkerk te Zaandam. Uitgegeven door de Vereniging Vrienden van de Oostzijderkerk.