Joachim Kleinsorg, ook: Kleynsorg, Westzaans Vrijbuiter in de Spaanse Tijd van 1572 tot 1576.

De Nederlandse Opstand tegen de Spanjaarden maakte de Zaanstreek in de jaren 1572-’76 tot een rampgebied. Zowel de Spaanse als de Staatse troepen maakten gebruik van Duitse huurlingen. Een dorp dat tussen de twee kampen in lag, kreeg het zwaar te verduren; het werd nu eens door de Spaanse en dan weer door de Staatse troepen geplunderd en/of in brand gestoken.

Een deel van de bevolking raakte op drift, probeerde zwervend over het Zaanse platteland met tijdelijk werk aan de kost te komen. Sommige dorpsbewoners verhuurden zich aan de Spaanse troepen, een aanmerkelijk groter aantal verhuurde zich aan Staatse troepen. Achter de vijandelijke linies stichtten zij als Vrijbuiters verwarring, vergaarden zoveel mogelijk buit en ontvoerden mensen die tegen betaling weer werden vrijgelaten. De vrijbuiters waren moeilijk te bestrijden vanwege hun grote kennis van het gebied, hun lichte bewapening en hun ervaring als schipper.

Westzaner Joachim Kleinsorg was één van de bekendste, als enige Zaanse Vrijbuiter kreeg hij een groep soldaten onder zich en werd commandeur van de scheepjes bij de Kalverschans. Onder hem ressorteerden Govert 't Hoen en Albert 't jonge Hoen, Jan Walichsz, Jan Cornelis Gerritsz, Cornelis Goesinnen, Klaas Cornelis en Jan Dieuwes van Westzaan, Klaas Kornelis Symonsz uit De Middel, Engel Lastpenning van Krommenie en Pieter Klaasz Yperen van Oostzaan.

Kleinsorg moet een eigenzinnig man zijn geweest, hij kwam zelfs eenmaal in conflict met de Staatse gouverneur van Noord-Holland boven het IJ, Diederik Sonoy, over de verdeling van veroverde buit. Dat weerhield hem in 1576 niet om onder bevel van Sonoy als kapitein van een schuit deel te nemen aan een aanval op Muiden, die overigens mislukte.

De Zaanse Vrijbuiters van Holland's binnenwateren waren de evenknieën van de Watergeuzen op zee. Het behoud van het Noorderkwartier was hen grotendeels te danken en zij ontwikkelden grote werkzaamheden gedurende het belg van Haarlem. Van jongs af aan met het water vertrouwd, in een land door IJ en Zaan en de meren omringd, door vaarten doorsneden, deden zij de Spanjaarden afbreuk, vielen hen onophoudelijk aan vanuit wapenplaats de Westzaner-overtoom, in roei-jachten voor 20 man, die gebouwd waren als galeien, en schilden aan de boeg hadden die tegen musketkogels bestand waren.

Van de Westzaander kerktoren, waarop dag en nacht een wachter was, werd hen geseind waar zij de Spanjaarden op het lijf konden vallen. Geen schip was hen te groot om aan te vallen. Stremde het ijs de vaarten, dan vlogen zij langs de bevloerde stromen en snel als een gier hadden zij hun prooi bereikt. Hun polsstok was van een spiets voorzien. Ze hadden een vuurroer, soms twee, over de schouder en een houwer en enige pistolen in de gordel.

Deze mannen van de Zaan, zegt Velias in de kroniek van Hoorn, „deden vele stukken schier ongelooflijk zo van kloekmoedigheid als van behendigheid in oorlog“.

In Zaandam werd een straat naar Joachim Kleinsorg vernoemd.

  • kleinsorg.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/01/17 10:48
  • door zaanlander