vrijbuiters

Zaankanters, die in de Spaanse tijd, de tijd van 1572 tot 1576 waarin de Zaanstreek gedeeltelijk door troepen in Spaanse dienst bezet was, door ongeregelde aanvallen de Spaanse bezetters zoveel mogelijk schade probeerden te berokkenen. Zowel de Spanjaarden als de Staatsen maakten gebruik van de Vrijbuiters die achter de vijandelijke linies opereerden. Hun taak was zoveel mogelijk buit te vergaren, zoveel mogelijk verwarring te stichten, alsmede personen te ontvoeren die voor losgeld vrijgekocht konden worden.

Na de verovering van Den Briel door Lumey en zijn Watergeuzen, staken de kleine ongeordende groepen Vrijbuiters, de schrik van de Spanjaarden, de koppen op. De Zaanse Vrijbuiters van Hollands binnenwateren waren de evenknieën van de Watergeuzen op de grote zee. Het behoud van het Noorderkwartier was grotendeels hun te danken. Van jongs af aan met het water vertrouwd, in een land door IJ en Zaan en de meren omringd, door vaarten doorsneden, deden zij de vijand afbreuk en vielen zij hen onophoudelijk aan. Van de toren van Westzaner kerk, waar dag en nacht een wachter was, werd hun geseind waar ze de Spanjaarden op het lijf konden vallen.

Met hun scheepjes, drijvers of roei-jachten genaamd, gebouwd als galeien en schilden aan de boeg die tegen musketkogels bestand waren. Tien tot 20 man konden de ranke scheepjes bevatten, bliksemsnel en onverwacht aanvallend waar zij konden schade te berokkenen aan de gehate Spanjaarden. Geen schip was hun te groot om aan te vallen. Stremde het ijs de vaarten dan vlogen zij langs de bevloerde stromen en snel als een gier hadden zij hun prooi bereikt. Vooral over de wateren van het IJ zwierven deze stoutmoedige kerels, die het verzet, de illegaliteit van de zestiende eeuw vertegenwoordigden. Zij waren gewapend met een verrejager of polsstok, die als lans werd gebruikt, maar ook bij het springen over de talrijke sloten in dit waterland. Zij droegen één of twee geweren over hun schouder, verder een houwer en enige pistolen in de gordel.

Talloos velen zijn naamloos gebleven, maar toch zijn enkele namen bewaard gebleven, belangrijke Staatse Zaanse vrijbuiters waren: kapitein commandeur Joachim Kleinsorg, Govert 't Hoen, zijn zoon Albert 't Hoen, Jan Walichsz, Jan Cornelis Gerritsz, Cornelis Goesinnen en Jan Dieuwis uit Westzaan, Claes Symonsz uit de Middel, Engel Lastpenning uit Krommenie en Pieter Claesz van Yperen uit Oostzaan. Allen pseudoniem voor verzetslieden die in later tijd weer opdoken. Naar een aantal van hen is later een straat vernoemd.

  • vrijbuiters.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/03/31 06:40
  • door zaanlander