riolering

Samenstel van riolen, een stelsel van ondergrondse, gesloten buisleidingen voor de afvoer van afvalwater en/of hemelwater, waarna dit meestal wordt gezuiverd in een afvalwater-zuiveringsinstallatie alvorens het op het openbare water wordt geloosd.

Het principe van riolering is al zeer oud en kwam al voor in de Egyptische en Assyrische culturen. Ook de afvoersystemen van de Grieken en Romeinen zijn bekend; na het begin van de jaartelling legden de Romeinen bijvoorbeeld een riolering in Keulen en Trier. In de middeleeuwen ging het inzicht in de noodzaak van riolering verloren, de hygiƫnische toestanden tartten toen en in volgende eeuwen elke beschrijving. Pas in de 19e eeuw begon men weer met het afvoeren van afvalwater naar de dichtstbijzijnde waterloop (sloot, vaart of rivier). De groei der bevolking en toenemende industrialisatie noopten vervolgens tot uitbreiding en perfectionering der rioolstelsels, de aanleg van centrale systemen (diepriolen) en vooral (tenslotte) de zuivering van het afvalwater.

In de Zaanstreek is het hemel- en afvalwater zeer lang op de in ruime mate voorhanden sloten geloosd. Dat gebeurde aanvankelijk op nogal primitieve wijze; velen herinneren zich nog wel de 'huisjes aan de sloot', die tot ver in de 20e eeuw dienst deden. In feite loost nog steeds een aantal woningen en bedrijven hun afvalwater op openbaar water (de Zaan), zij het dat, met behulp van beerputten, sceptic tanks en dergelijke, onderweg bezinking van afvalstoffen plaats heeft. De slappe bodem was en is een hindernis bij de aanleg van een centraal rioleringsstelsel. Niettemin besteedde de overheid hieraan in toenemende mate zorg. Het heeft overigens tot het eind van de jaren '80 der 19e eeuw geduurd alvorens de Zaanse gemeentebesturen gehoor gaven aan de dringende wens van (vooral) artsen om de eerste riolen aan te leggen.

Een schoolvoorbeeld van getreuzel bij de overheid leverde het gemeentebestuur van Zaandam, dat kans zag 17 jaar achtereen (van 1875 af) de dringende verzoeken van de Heerengracht-bewoners om de sloot te dempen en in een riool te voorzien, naast zich neer te leggen. En dat terwijl door artsen herhaalde malen attesten over de 'schadelijke uitdampingen' werden geschreven. Eindelijk, in 1892 nam de gemeenteraad het besluit tot demping van de sloten in het stadscentrum. Dat men trachtte de rioolaanleg op de lange baan te schuiven, hing samen met de kosten daarvan.

Toen Zaandam het voorbeeld had gegeven, volgden geleidelijk ook de andere Zaangemeenten; de aanleg van riolering werd omstreeks 1900 al wel tot de overheidstaken gerekend. Overigens waterden de riolen doorgaans nog af op de dichtstbijzijnde sloot. Dat deze vervolgens ook stankoverlast zou opleveren was van later zorg. De toestand was dus verre van ideaal. Het duurde zelfs tot het eind van de jaren '60 van de 20e eeuw tot een begin werd gemaakt met de aanleg van een centraal rioolstelsel in de Zaanstreek. In verband met de zeer hoge kosten (de buizen moeten gefundeerd worden) is de aanleg ervan gefaseerd aangepakt. Deze was in 1990 nog niet geheel voltooid. De eisen die inmiddels noodzakelijkerwijs aan het oppervlaktewater worden gesteld, leidden tot afvalwaterzuivering in installaties op verschillende punten.

De afvalwaterzuivering is zeer bevorderd door de waterschappen (in de Zaanstreek met name door het Hoogheemraadschap van Uitwaterende Sluizen te Edam). Door het opleggen van heffingen en aanslagen bij particuliere huishoudens en bedrijven kwamen er middelen beschikbaar om een halt toe te roepen aan de vervuiling van het oppervlaktewater. De voltooiing, verdere perfectionering en herstel onderhoud van het rioleringsstelsel zal verder mede bijdragen aan de verbetering van het milieu.

  • riolering.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/07/02 22:09
  • door jan