Wit, Simon de

Winkelketen. Oorspronkelijk begonnen te Wormerveer met huis-aan-huis verkoop, later met winkels door het hele land. In 1972 opgegaan in Albert Heijn.

Het eerste winkeltje van Simon de Wit. Foto Freek Engel Jbz. Gemeentearchief Zaanstad

De eerste aanzet tot het bedrijf werd gegeven door Simon de Wit, die woonde aan de Dubbele Buurt in Wormerveer. Na het overlijden van zijn vader kreeg hij, twaalf jaar oud, de zorg over het gezin. Zijn moeder kocht aanvankelijk van Koos Fortuin, de eigenaar van het kaaspakhuis waar haar man gewerkt had. enkele kazen. die zij aan stukken sneed en die de jeugdige Simon huis-aan-huis moest uitventen. Van diezelfde Fortuin leende Simon later f 30,- om een winkeltje te beginnen. Hij begon met een aantal kazen uit te stallen voor een raam in de woonkamer, die later werd ingericht als winkel. Op de gevel van het winkeltje, dat met de achterzijde aan de Zaan lag, kwam ten behoeve van de langs varende schippers een bord te staan met als opschrift 'Spek vet en sigaren'. Na een paar jaar werd de gebrekkige winkelbehuizing in de ouderlijke woning verruild voor een pand aan de Zaanweg (nr. 101) te Wormerveer, waar Simon samen met zijn zuster een winkel in kruidenierswaren begon.

In 1880 werd de winkel verplaatst naar Zaanweg 96. Van een beurtschipper hoorde Simon de Wit dat in Amsterdam de prijzen voor kruidenierswaren aanmerkelijk hoger waren dan in Wormerveer. Dat was aanleiding voor hem tot de stichting in 1888 van het eerste filiaal aan de Laurierstraat in Amsterdam. Naderhand verplaatst naar de Weesperstraat in Amsterdam. Een jaar daarna bezat Simon de Wit al filialen aan de Marktstraat te Wormerveer, de oude Dam te Zaandam en het Rapenburg te Amsterdam. In 1900 waren er reeds dertig filialen en een magazijn te Zaandam.

In 1916 werd de firma Simon de Wit opgericht, met als firmanten Simon de Wit. Maarten de Wit (zoon van de oprichter) en Jacob Keijzer (schoonzoon van de oprichter). Simon de Wit overleed in 1934. In 1936 werd de firma omgezet in een nv, met als directeuren M. de Wit, Jb. Keijzer en J. Keijzer. Datzelfde jaar werd ook een stichting gevormd om de oudedags- en gezinspensioenen van de mannelijke personeelsleden te regelen. Weer later (1939) werd een personeelsvertegenwoordiging (De Kern) voor het contact tussen personeel en directie in het leven geroepen. De oorspronkelijke naam De Kern werd naderhand gewijzigd in Contactcommissie.

1937 honderd filialen

Maarten`s zoon Simon kwam in 1937 in de zaak. Er waren toen 100 filialen. Hij was van 1943 tot 1964 directeur. Zijn jongere broer Leonard (beter bekend als Leen), die in 1932 in de zaak kwam, vervulde van 1943 tot 1970 een directie-functie. Deze directie werd in 1939 uitgebreid met J.P.C. Coelingh (latere directeur van Van Nelle), het eerste niet-familielid in de directie. Coelingh was ook de oprichter van het pensioenfonds. Hij bleef aan tot 1948. Daarna kwamen A. Vijfschaft en J. Doorgeest in de directie. Bij het uittreden van L. de Wit werd een raad van bestuur gevormd met D.L. de Bruin als president-directeur en Vijfschaft en Doorgeest als leden. De beide laatstgenoemden traden na de overname door Albert Heijn af.

B. Bleker bleef na de overname nog een halfjaar aan om de zaken rond het pensioenfonds, waarvan hij voorzitter was en de integratie ervan bij Albert Heijn te helpen regelen. De eerste zelfbedieningswinkel van alle grootwinkelbedrijven verscheen in 1951 in de Langestraat te Alkmaar. De eerste (Nederlandse) supermarkt - in de Westzijde te Zaandam - in 1960. Daar werden naast kruidenierswaren ook vers vlees, groenten en fruit, drogisterij-artikelen en cosmetica verkocht. Andere belangrijke data voor het bedrijf waren: 1937, de bevoorrading van de Jamboree te Vogelenzang; 1954, opening van het 150ste filiaal; 1958, aandelen gingen naar de beurs; 1962, het vrouwelijke personeel werd in het pensioenfonds opgenomen.

De concurrentie met de cash-and-carry zaken, die volgens Simon de Wit in naam aan de groothandel leverden, maar in de praktijk ook aan de detailhandel verkochten, noopte Simon de Wit tot het in een aantal winkels gaan verkopen van non-foods ('als een soort Bijenkorf op lager niveau'). Onder leiding van directeur-verkoop B. Bleker werd in Utrecht aan de Croeselaan een enorme hal van de Nederlandse Spoorwegen gehuurd. Ongeveer een kwart van de oppervlakte gebruikte Simon de Wit voor het plaatsen van de eigen levensmiddelen; de resterende oppervlakte werd verhuurd aan commissionairs (Zeeman, Blokker, Bakker Tapijt, radio-zaken) die non food-artikelen verkochten, maar dan onder zodanige formule, dat de algehele leiding van deze winkel in handen van Simon de Wit was. Dit werd de eerste 'Netto-winkel'. Al snel volgden meerdere Netto-winkels (circa 15). waarin bijna steeds ook filialen werden gevestigd van de in de eerste winkel aanwezige commissionairs. Naderhand werd de NV Verbrumar (Verbruikersmarkt) opgericht en verdween de naam Netto-winkel.

Simon de Wit had, in tegenstelling tot Albert Heijn, al bij voorbaat besloten de verkoop van non food-artikelen niet in eigen hand te nemen. Met het doel de mindere omzet in de zomermaanden te compenseren, ging de concerndirectie zich vervolgens in het begin van de jaren `60 interesseren in kampwinkels en recreatiecentra. Kamperen op een camping in Sassenheim leerde, dat het winkeltje voor de levensmiddelen daar niet veel voorstelde. De eigenaar werd benaderd door de directie van Simon de Wit en ging akkoord met haar voorstel om hem een paar verkopers van Simon de Wit 'te lenen'. Dit resulteerde uiteindelijk in een voorstel van Simon de Wit aan de eigenaar om zelf een winkel te bouwen, die Simon de Wit bereid was te huren en te installeren met inventaris en levensmiddelen die door het winkelbedrijf werden verkocht. Deze transactie ging door en zo ontstond de eerste Toko. Later volgden nog meer van deze Simon Toko`s op een groot aantal campings elders in ons land.

De tweede Toko kwam op de camping Duinrell bij Den Haag. Daar exploiteerde Simon de Wit ook de kantine/bar: kort daarop op hetzelfde terrein gevolgd door de derde fase: de exploitatie van een restaurant. Ook in België sloeg deze formule aan. Een volgende stap was het zelf gaan inrichten en exploiteren van recreatieparken. Dit leidde in 1963 tot de oprichting van de 6NV tot Exploitatie van recreatiecentra' met campings te Mierlo (N.Br.). Otterloo, Rozenburg (Brielse Maas) en Windsumer Bergen bij Nordhorn in Duitsland.

Brand Centraal Magazijn

Een grote tegenslag kwam in 1970 toen het grote Centrale Magazijn aan de Conradstraat te Zaandam in vlammen opging. Kort nadien werd Simon de Wit benaderd door Albert Heijn. Dit was het begin van de onderhandelingen rond overname. Een van de voorwaarden was dat er geen ontslagen zouden vallen onder het circa 2.500 personen tellende personeel van Simon de Wit. Daaraan werd voldaan. In 1972 werden de aandelen Simon de Wit overgenomen door Albert Heijn. Simon de Wit omvatte op dat moment 59 supermarkten, 69 zelfbedieningswinkels en negen zogenoemde Nettowinkels, die door Verbrumar werden geëxploiteerd.

Vanaf de overname veranderde Simon de Wit van gezicht en naam. De beide Zaanse 'kruideniers' waren te lang elkaars concurrent geweest om op de oude voet door te gaan. De ruim 120 zaken ondergingen in 1973 een uitgebreide verandering. Daarna bestond de naam Simon de Wit (bv) alleen nog als werkmaatschappij van Ahold en kregen de winkels de naam Simon-winkels, die als opdracht kregen: het maken van een grote omzet met een beperkt assortiment. De NV tot Exploitatie van Recreatiecentra was al in 1972 een werkmaatschappij van Albert Heijn geworden. De naam werd veranderd in Ostara. Begin 1982 besloot Ahold nv om de Simon-organisatie binnen de Ahold-activiteiten te integreren. Dertig Simon-winkels sloten daarop hun deuren; vijf Simon-winkels werden omgebouwd tot Etos-filialen en de overige 66 Simon-winkels werden opgenomen binnen Albert Heijn. Met de sluiting van het laatste filiaal in november 1982 werd het Simon-tijdperk afgesloten.