bloemendaal

Voormalig oliebedrijf in Wormerveer en rijstpellerij in Wormer. Opgericht in 1872, beëindigd in 1966. De oprichters waren Frederik Bloemendaal en zijn jongere halfbroers Remmert en Jan Adriaan Laan. Hun moeder, Elisabeth Avis, was eerst getrouwd met de Krommenieër zeildoekfabrikant Gerrit Bloemendaal en na diens overlijden met Adriaan Laan, firmant van Wessanen en Laan, die in 1851 overleed.

De drie zoons waren door hun afkomst voldoende bemiddeld om direct na de oprichting van hun firma in 1872 de kapitale rijstpellerij Hollandia aan de Veerdijk in Wormer te laten bouwen. De rijstpellerij was in die tijd sterk in opkomst: de drie broers waren dan ook niet de eersten in de Zaanstreek die zich hiermee gingen bezighouden. In 1853 was in Zaandam de eerste stoomrijstpellerij geopend. Hollandia, voorzien van een hoektoren met uurwerk, vormt met de belendende pellerijen en pakhuizen Java, Bassein, Saigon en Batavia nog steeds een getuigenis van de voorspoed die deze tak van industrie sinds het laatste kwart van de 19e eeuw kende. De gevelwand die in 1984 op de provinciale monumentenlijst verscheen, werd in een publicatie van 'Monumenten van bedrijf en techniek' uit 1978, 'een industrielandschap dat in Nederland zijn weerga niet kent' genoemd.

Hoe voorspoedig het tot de oorlog 1914-1918 met de rijstpellerij ging blijkt uit de grondstoffenaanvoer in de haven van Zaandam. Vermeld wordt het gemiddeld aantal balen rijst dat per jaar werd aangevoerd.

Hieruit wordt duidelijk dat de bloeiperiode, ook voor Hollandia van de firma Bloemendaal & Laan, in de eerste tien jaren voor de Eerste Wereldoorlog lag. Doordat een deel van de rijstaanvoer via Den Helder en het Noordhollands Kanaal verliep was het aantal verwerkte balen rijst beduidend hoger dan hierboven genoemd. Voor 1911 werd opgegeven dat de vijf grote pellerijen in de Zaanstreek gezamenlijk ongeveer twee miljoen balen verwerkten. De omzet van de Zaanse pellerijen bedroeg in dat jaar ruim ƒ 20 miljoen, voor die tijd een kolossaal bedrag. De voorspoed bleek ook in het jaar 1915 toen oprichter J.A. Laan 50 jaar in zaken zat. Hij schonk ƒ 5000,- aan het Wilhelminapark en ƒ 500.000 aan de Ambachtsschool. Ook de gepensioneerden woonachtig aan het Hof Saenden te Wormerveer ontvingen een schenking.

Uit het overzichtje hiervoor wordt eveneens duidelijk dat de aanvoer in de jaren '20 en '30 hoogstens de helft beliep van die in de vooroorlogse topjaren. Enkele pellerijen verkeerden in zwaar weer. De oorzaak lag bij de oorspronglanden die de pellerij in toenemende mate zelf ter hand namen.

Na de Tweede Wereldoorlog was dit proces voltooid waardoor het met deze tak van industrie geheel gedaan was. Na de rijstpellerijen liquideerden ook de grote pellerijen. De Unie van de Koninklijke Wessanen werd in 1952 opgedoekt. Bloemendaal en Laan lieten eind 1965 weten dat Hollandia in de loop van het daaropvolgende jaar de productie zou beëindigen.

Olieslagerij

Bij de oprichting van Bloemendaal en Laan werd de olieslagerij bedreven met oliemolen De Ram in Wormerveer. Deze werd in opdracht van de firmanten in 1871 gesloopt; er kwamen pakhuizen voor in de plaats. Een ander pakhuis van het bedrijf was het door Jan Adriaan Laan in 1872 ingebrachte grote pand Dantzig aan het Zuideinde 18 te Wormerveer dat later lange tijd in gebruik geweest door Molenaars Muziekcentrale.

In 1881 kocht de firma Bloemendaal en Laan voor een bedrag van ƒ 70.500 de stoomoliefabriek De Toekomst aan het Zaandijker wegje te Wormerveer. Een fabriek met drie voor- en vier naslagblokken, een pletterij en zestien stampers. De fabriek was gebouwd door de Zaandijker Hajo Houttuyn, die sinds 1874 op deze plaats de molen de Rode Wildeman had geëxploiteerd, maar deze in 1879 door de fabriek had vervangen. Kort daarna overleed Houttuyn en werd De Toekomst in veiling gekocht door Bloemendaal en Laan. Dit bedrijf bouwde De Toekomst geleidelijk aan uit tot een zeer moderne (spijs)oliefabriek. In 1890 werd het noordelijk van de fabriek gelegen veerhuis van het Zuiderveer gekocht, in 1906 kocht men zuidelijk van De Toekomst een rij huizen. Deze werden gesloopt, zodat het fabrieksterrein kon worden uitgebreid. De nieuwe fabriek werd in 1907 met moderne persen ingericht. De groei zette daarna door met de bouw van de fabriek Rosario (1910). Het personeelsbestand groeide van 34 in 1901 tot 76 in 1911. De Toekomst ging tevens de consumentenmarkt op met het merkartikel Smaragd, slaolie in flessen.

Na de Tweede Wereldoorlog werd het productieproces grondig gewijzigd, In 1956 ging men over op het extraheren, de wringerafdeling werd twee jaar daarna gesloten; 40 mensen verloren hierdoor hun baan. Maar zoals zoveel oliefabrieken kon De Toekomst het niet bolwerken. De fabriek werd in 1959 aan Koninklijke Fabrieken T. Duyvis Jz. (Koog) verkocht. De Toekomst werd in 1970 overgenomen door de naastgelegen oliefabriek Croklaan en is inmiddels gesloopt. Het fabrieksterrein behoort tot het bedrijf van Loders-Croklaan.

De eerste directie van Bloemendaal en Laan werd gevormd door de bovengenoemde oprichters. Van hen was Jan Adriaan Laan enige tijd Eerste-Kamerlid. Hij werd in de directie opgevolgd door twee zoons (Jan Adriaan Jr. en Adriaan Remmert Laan, terwijl ook een zoon van oprichter Frederik Bloemendaal (te weten Gerard Willem Bloemendaal) deel van de leiding ging uitmaken. Het bedrijf hield kantoor aan de Zaanweg in Wormerveer. Oorspronkelijk op nr. 53. later ook op nr. 5-1. Deze fraaie panden zijn in 1966 aan de Kon. Wessanen verkocht.

Zie ook: Laan, ondernemersgeslacht.

  • bloemendaal.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/06/03 13:03
  • door zaanlander