Krommenie 22 oktober 1919 - Zaandam 13 september 1944

Pieter Hartog, timmerman en verzetsman, woont aan de Wilgenkade in Wormerveer, maakt deel uit van een verzetsgroep en heeft contacten met onder meer Jaap Boot uit Wormerveer. Twee Amsterdammers, Herman Groenendijk en Jan de Barbanson zijn september 1944 ondergedoken in Wormerveer. Met name Groenendijk beschikt over belangrijke informatie. Hij krijgt de berichten van zijn verloofde, die in een Amsterdams politiebureau telexberichten onder ogen krijgt. Pieter Hartog heeft anderhalf jaar ondergedoken gezeten en maakt weer kennis met de buitenlucht.

Maandagmiddag 11 september omstreeks half drie springen negen Amerikanen uit de USAAF Consolidated B-24J Liberator serial 44-40092 bommenwerper, koosnaam 'Betty Jane', behorend tot the 8th Air Force 389th Bomb Group (H) of the 565th Bomb Squadron, die, nadat deze beschoten is en nog maar op één motor vliegt, snel hoogte verliest. Eén van hen komt terecht in Oostzaan, bijna in het bootje, waarin de Zaandammers J. Jonker en A. Lem zitten te vissen, de anderen belanden in de Kalverpolder en in het Guisveld. Mevr. A. J. Koopman-Jurriaans, Middel 228, Westzaan, helpt er één, die vlak bij haar boerderij terecht komt. Co-pilot Major John R. Dowswell weet de gehavende Betty Jane ondanks de averij in z'n eentje op Engelse bodem aan de grond van vliegbasis Hethel te zetten.

Het drietal Herman Groenendijk, Jan de Barbanson en Pieter Hartog trekt er met een bootje direct op uit om de piloten in veiligheid te brengen maar wordt in het veld staande gehouden door Landwachters, gewapende NSB-ers, die onder Duitse leiding politiewerk verrichtten, omdat de 'echte' politie te onbetrouwbaar voor de bezetter was geworden. In het bootje vinden de Landwachters belastend materiaal. Hartog, Groenendijk en De Barbanson worden na hun aanhouding onder bewaking naar het politiebureau in Wormerveer gebracht. Daar volgt een eerste verhoor waarna zij worden overgebracht naar de kazerne nabij Plein '13 in Wormerveer. Zij zijn de eersten die in verband met het neerkomen van de inzittenden van de Betty Jane worden aangehouden.

Door veler medewerking gelukt het de illegaliteit acht bemanningsleden te laten onderduiken voor de Duitsers kunnen ingrijpen. Er zitten er vijf bij F. Bakker in Koog. Navigator Captain Gerald Crary kan zich niet uit de voeten maken vanwege een enkelbreuk en wordt door de bezetter ingerekend als krijgsgevangene.

Twee dagen later, na persoonlijk ingrijpen van Rauter, schieten de Duitsers bij de Julianabrug, ter hoogte van de Zaanse Schans aan de Leeghwaterweg, als represaille voor het laten verdwijnen van de Amerikanen, vier mensen dood. De Zaandijkse drogist Gerrit Verdonk, bij wie een parachute in z'n drogisterij wordt aangetroffen, Pieter Hartog uit Wormerveer en de Amsterdamse KP-ers Jan de Barbanson en Herman Groenendijk.

Rauter dreigt de volgende dag 18 inmiddels opgepakte Zaandijkers van het leven te beroven. De dag daarna zou hij vanuit rijdende auto's 100 á 150 willekeurige mensen laten vermoorden als de Amerikanen niet te voorschijn zouden komen. Voor dat dreigement zwicht de verzetsbeweging. Zij besluit na overleg met de politie van Zaandam op 15 september drie Amerikanen uit te leveren. De piloten worden ergens in het veld gezet en 'toevallig' door de politie gevonden. Dat stemt de Duitsers tot tevredenheid temeer daar zij in de veronderstelling verkeren dat de Betty Jane met de overige crew-members naar Engeland was doorgevlogen.

Er is over deze uitlevering heftig gediscussieerd. Volgens Giel van Marle zei Walraven van Hall: „Ik ben er tegen om in te gaan op de eisen van de Duitsers. Als je verzet pleegt ga je tot het uiterste“. Van Marle: „Ik heb gezegd, dat ik daarvoor de verantwoording niet wilde nemen”.

Zie: Tweede Wereldoorlog 4.

  • hartog2.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/05/26 13:55
  • door zaanlander