houtwerkersstakingen

De loonregeling, zoals door houtbewerkers bij de firma's Simonsz en Zoon en Stadlander en Middelhoven aan de patroons werd gevraagd, luidt:

  • 1e raamzagers f 15 per week
  • 2e raamzagers f 13.50
  • Rondzagers f 16
  • Schavers f 17,50
  • Profielbijtelslijpers f 15,50
  • Zagenslijpers f 14
  • Afladers f 15
  • Balkensorteerders f 16
  • Balkenaanslaanders f 12
  • Balkenzoekers f 13.50
  • Schuitenvoerders f 12.50
  • Sjouwerlieden f 13,25
  • Jongens 16-21 jaar van f 7 tot f 11
  • Jongens 13-16 jaar f 3.50 tot f 6
  • Losse werklieden 27 1/2 cent/uur
  • Overwerk van 6-9 uur 25%
  • Nachtwerk 50%
  • Zondagsarbeid 100%

De wensen inzake arbeidsduur : een arbeidsdag van 9 1/2 uur en zaterdags om 4 uur eindigen en drie vakantiedagen per jaar. De patroons zijn bereid het minimumloon van:

  • de schuitenvoerders te brengen op f 11.50,
  • de sjouwerlieden op f 12.50,
  • de jongens van 16-22 jaar op f 6 tot f 10,
  • van 13 tot 16 jaar van f 3.50 tot f 5,

Voor de overigen wensten zij de loonregeling te handhaven. Voor overwerk werd 10% verhoging voor alle werklieden aangeboden. Zij willen twee vrije dagen per jaar toestaan. Bron: Nieuws van de dag 3 juni 1913

Vrijwel algemene stakingen van de Zaandamse houtwerkers in 1914 en 1929, spraakmakende arbeidsconflicten in de Zaanse geschiedenis. De houtwerkersstaking van 1914 te Zaandam was een van de meest opmerkelijke arbeidsconflicten tijdens de beginperiode van de Zaanse arbeidersbeweging. Ook eerder waren er al stakingen geweest. De houtwerkersstaking onderscheidde zich doordat zij vrijwel algemeen was en door de samenwerking van de moderne en de onafhankelijke vakverenigingen. Voorts trok dit arbeidsconflict de aandacht doordat het uitbrak kort na de benoeming van Klaas ter Laan te Zaandam als eerste sociaal-democratische burgemeester van Nederland.

Onder de Zaanse houtbe- en verwerkers heerste aan het begin van de 20e eeuw al langere tijd ontevredenheid over lonen en arbeidsomstandigheden. Om een sterke positie te verkrijgen tegen hun werknemers hadden zeven houthandelaren zich aaneen gesloten in de Bond van Werkgevers in het Houtbedrijf. Daar tegenover kwamen twee vakverenigingen, de moderne Houtwerkersorganisatie Voorwaarts en de onafhankelijke Zaanse Federatie van Arbeiders in het Houtbedrijf, tot een nauwe samenwerking.

Bij een arbeidsconflict in april 1913 was de beide vakverenigingen na een korte staking bij de werven van Stadlander en Middelhoven en van Simonsz door de werkgevers toegezegd dat binnen het jaar de arbeidsvoorwaarden in een CAO zouden worden vastgelegd. In september dienden de vakorganisaties hiervoor voorstellen in, met verregaande eisen. De werkgevers reageerden eerst in februari 1914 met voorstellen die achteruitgang in lonen inhielden. Na massale verontwaardiging kwamen de patroons hierop terug, door voor te stellen de afspraken van 1913 nog voor een jaar te handhaven. Verder wilden zij echter niet gaan en opnieuw brak een staking uit.

De vakverenigingen trachtten dezelfde tactiek als in 1913 uit te voeren: op 1 april 1914 werd de staking uitgeroepen voor slechts één firma, P. de Lange. Nadat vijftig personeelsleden van dit bedrijf het werk hadden neergelegd, werd een vlot van slechts zes balken naar een nabij gelegen houtwerf gevaren, om daar gezaagd te worden. De arbeiders van deze werf weigerden en werden op grond daarvan ontslagen. Het vlot maakte zo een tocht langs verschillende werven; naast de oorspronkelijke vijftig stakers waren er vrij spoedig niet minder dan 700 uitgesloten werknemers. Ook de katholieke houtwerkers sloten zich aan, zo werd het arbeidsconflict vrijwel algemeen. Dit doorkruiste de tactiek van de vakverenigingen. Steunacties - met giften van binnen en buiten de Zaanstreek brachten evenwel een groot bedrag bijeen voor de stakingskassen. Stakingen te Zaandam - en ook elders - leidden dikwijls tot hardhandige confrontaties tussen stakers en politie.

De net geïnstalleerde sociaal-democratische burgemeester Klaas ter Laan trad echter in nauw overleg met de stakingsleiding, waardoor excessen vermeden konden worden. Werkwillige houtwerkers werden als zij zich op straat vertoonden weliswaar door een grote menigte gevolgd, maar dit gebeurde op een flinke afstand en de politie greep daarom niet in. Ook twee demonstratieve optochten door Zaandam leidden niet tot incidenten. De Zaandamse raadsvergaderingen over de staking verliepen echter vaak rumoerig. De houtwerkersstaking bereikte een climax toen de werkgevers werkwilligen gingen werven. In eigen land lukte dit niet, maar zij zochten contact met de Duitser Arnold Hesberg, die gespecialiseerd was in het leveren van groepen stakingsbrekers.

Hesberg was gewend alle medewerking van de autoriteiten te krijgen en in een brief verzocht hij burgemeester Ter Laan om politiebescherming voor de 38 mannen die hij naar Zaandam zou sturen. Rond het station van Zaandam had zich de dag van hun aankomst een grote menigte verzameld. Er was ook een flinke politiemacht op de been, en burgemeester Ter Laan was aanwezig. Hij trad de 44 Duitsers, zes meer dan aangekondigd, toen zij uit de trein waren gestapt, tegemoet en controleerde hun paspoorten. Volgens de Nederlandse vreemdelingenwet moesten zij daarnaast een Heimatschein hebben, hierop was echter zelden controle. De burgemeester voerde deze nu wel uit en toen bleek dat zij, op twee Duitsers na, niet een dergelijk papier bezaten, zegde hij ze aan onmiddellijk de gemeente te verlaten. Ook de twee Duitsers die wél een Heimatschein in hun bezit hadden besloten weer te vertrekken.

Ter Laan is naar aanleiding van dit optreden meerdere malen van partijdigheid beschuldigd, niet alleen in de Zaanstreek, maar ook in de nationale pers. Men wees er op dat het hoogst ongebruikelijk was dat de Heimatschein werd gecontroleerd. Minister van Binnenlandse Zaken Cort van der Linden ontbood hem zonder uitstel in Den Haag. Er zijn echter nooit maatregelen tegen hem genomen, wellicht was men gevoelig voor het argument van Ter Laan dat hij 'niets anders had gedaan dan de wet uitvoeren'. Ook een debat in de Zaandamse gemeenteraad op 30 juli 1914, kort na het incident, kwam Ter Laan zonder kleerscheuren door. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verliep de staking.

Spotprent van Albert Hahn over de staking van houtwerkers in 1914. De Duitse stakingbrekers 'onderkruipers' gaan onder politiebegeleiding onverrichter zake naar hun land terug.

Op 8 april 1929, het begin van het seizoen voor de arbeiders in het houtvak, brak voor de tweede maal een houtwerkersstaking in Zaandam uit. De houtwerkers eisten loonsverhoging voor de vaste en losse werknemers, verruiming van de vakantieregeling en een fonds voor sociale voorzieningen voor de losse arbeiders. Op 4 mei 1929, toen het eerste houtschip van het jaar de Zaandamse haven binnenliep, legden de Zaandamse bootwerkers het werk neer in het kader van een sympathiestaking.

In het houtbedrijf was de staking vrijwel algemeen, ook het personeel van de grote houtbedrijven, inclusief Pont, nam er aan deel. De toch al getaande goede reputatie van burgemeester Ter Laan onder de Zaanse arbeidersbevolking leed onder deze staking. Anders dan in 1914 trad de politie meermalen hard op tegen stakers die werkwilligen naar de houtwerven begeleidden. Deze werkwilligen waren mensen die normaal op de kantoren van de houtbedrijven werkten, en nu tijdelijk het productiewerk overnamen, en voorts grote groepen arbeiders die door de werkgevers uit de streng Christelijke gemeenten zoals Urk en Harlingen, rond de afgesloten Zuiderzee werden gehaald. Een aantal van deze stakingbrekers, door de Zaankanters 'ballen gehakt' genoemd, bleef na de staking in de Zaanstreek wonen.

Ofschoon de Zaanse arbeidersbevolking in grote mate solidair met de stakers was en de stakingskassen daardoor gevuld bleven, konden de stakers, mede door de toevloed van werkwilligen, de werkgevers nauwelijks tot concessies dwingen. De uiteindelijk gesloten overeenkomsten waren in het voordeel van de werkgevers. Nadat deze overeenkomsten waren gesloten duurde de staking nog even voort. De bootwerkers die uit solidariteit met de houtwerkers in staking waren gegaan, moesten nog tot overeenstemming met hun werkgevers komen en tot die tijd bleven ook de houtwerkers staken. Een week later was er ook door de bootwerkers een akkoord gesloten en werd de staking beëindigd.

Literatuur:

  • J. J. 't Hoen. De rode Zaanstreek. Zaandam 1978;
  • J. van der Laan en A. Selie. 'Ik hak er op in, 't is hier geen Zaandam!', West-Knollendam/Zaandam 1986.
  • houtwerkersstakingen.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/05/06 20:47
  • door 66.249.65.129