staking

Het tijdelijk neerleggen van het werk als protest of om zekere eisen af te dwingen, met name op het gebied van lonen of arbeidsvoorwaarden. In de industriële Zaanstreek is meer gestaakt dan in meer landelijke gebieden. De stakingen hadden met name plaats in de Zaanse gemeenten waar de industrie sterk vertegenwoordigd was; in Oostzaan, Wormer, Jisp, Westzaan en Assendelft waren nooit omvangrijke stakingen. De meeste en grootste stakingen hadden in Zaandam en Wormerveer plaats. Niet alle stakingen in de streek waren typisch Zaans. Met name genoemd worden hier: de Spoorwegstaking van 1903, de Februaristaking van 1941, de staking bij Verblifa in Krommenie in 1943 (zie: Tweede Wereldoorlogplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigTweede Wereldoorlog

De gevolgen van de Tweede Wereldoorlog voor de Zaanstreek en haar inwoners kunnen niet los worden gezien van wat toen elders gebeurde. Bezetting, verlies van vrijheid, armoede, deportaties, spoorwegstaking, honger, verzet en executies, de Zaanstreek kreeg er haar deel van.
Wereldoorlog) en de Spoorwegstaking van september 1944 tot mei 1945.

Een aantal specifiek-Zaanse stakingen trok landelijk de aandacht. De bekendste daarvan zijn de Houtwerkersstakingenplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigHoutwerkersstakingen

De loonregeling, zoals door houtbewerkers bij de firma's Simonsz en Zoon en Stadlander en Middelhoven aan de patroons werd gevraagd, luidt:

* 1e raamzagers f 15 per week * 2e raamzagers f 13.50 * Rondzagers f 16 * Schavers f 17,50
van 1914 en 1929. De eerste arbeidsonderbreking die als 'staking' kan worden benoemd lag in de eerste helft van de 18e eeuw, toen in Wormer arbeidsgeschillen in de beschuitbakkerijen ontstonden. Deze waren mede een oorzaak van de snelle ondergang van de beschuitbakkerij.

Voor zover bekend had de eerste 'proletarische staking' in 1876 te Krommenie plaats. In oktober van dat jaar stuurden de wevers een brief aan de `Heeren Zeildoekfabrikanten te Krommenie', waarin zij verzochten om verhoging van het loon en afschaffing van het zogeheten briefjesstelsel (wevers die van werkgever veranderden moesten een briefje overleggen waaruit bleek dat zij weefgetouw en gereedschap in goede staat hadden afgeleverd). Overleg tussen de zeildoekfabrikanten en de wevers bleek niet mogelijk en vrijwel onmiddellijk brak een algemene werkstaking uit. Het resultaat daarvan was, zeker gezien de slechte positie van de zeildoekindustrieplugin-autotooltip__default op dat moment, opmerkelijk: de werkgevers zegden loonstijging toe. Het briefjesstelsel bleef echter gehandhaafd. Nadien verslechterde de situatie in de zeildoekweverij overigens en werden de lonen weer verlaagd.

Ook de volgende staking had in Krommenie plaats; eind 1889 legden de werknemers van sigarenmakerijplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigSigarenmakerij

Nijverheid, in de Zaanstreek tussen 1880 en 1940 bedreven. De sigarenmakerij in de Zaanstreek was voornamelijk in Krommenie geconcentreerd. In dat dorp woonden veel ongeschoolde arbeidskrachten, en het handmatig maken van een sigaar vereiste wel enige vakkundigheid maar deze was snel op te doen. Daarnaast waren er ook sigarenmakers in Zaandam. Daar werkten de eersten in de huisindustrie.
J. Baarsplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigBaars en Zoon, J

Sigarenmakerij/sigarenfabriek te Krommenie, opgericht in 1867, geliquideerd in 1935 maar elders voortgezet. Van een eenmansbedrijf in een houten huis aan de Padlaan, groeide het bedrijf in vijftig jaar uit tot werkgever van 450 arbeiders. In het jaar 1917 werden 580.000 sigaren per week gemaakt door 220 sigarenmakers, 83 bosjesmakers en 149 sigarensorteerders, plakkers, strippers en vochters. Tussen 1903 en 1913 ontstonden nevenvestigingen in Cuijk, Roosendaal, Heerlen, Wagenin…
te Krommenie het werk neer, met de eis tot hoger loon en betere werkomstandigheden. Ofschoon zij de staking een paar maanden volhielden, bereikten zij hun doel niet. Bij Het Hart en de Zwaanplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigHart en De Zwaan, voorheen Adriaan Honig, Oliefabrieken Het

Oliefabrieken te Zaandam, in de jaren '60 van de 20e eeuw verdwenen. De grondslag voor het bedrijf werd gelegd door Adriaan Honig Cz., die na het overlijden van zijn vader Cornelis Honig Cz. de molens Het Pink en De Kieft te Koog erfde. Hij begon hiermee in 1872 onder de naam firma Adriaan Honig Cz. voor eigen rekening te werken. Door zijn grote energie en door de toenemende vraag naar geproduceerde koeken was hij in staat de zaak uit …
van A. Honigplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigHonig, Adriaan Czn

was de jongste zoon van Cornelis Honig Czn (zie voor familiegeschiedenis: Honig, ondernemersgeslacht) en begon in 1872 met de uit de erfenis verkregen molens het Pink en de Kieft als firma Adriaan Honig Cz. in de olieslagerij, uit welke activiteiten de oprichting van nv Oliefabrieken het
te Zaandam brak in 1899 een werkstaking uit. Het bedrijf was net overgeschakeld op stoom en draaide goed. Een verzoek tot loonsverhoging door de arbeiders werd niet ingewilligd en de dee In emers aan de staking die daarna uitbrak werden ontslagen. Desondanks moest Honig wijken. Hij probeerde zijn gram te halen door voormalige stakers te degraderen. Na opstootjes bij zijn huis besloot hij ook deze maatregel terug te draaien.

Het laatste decennium van de 19e en het eerste decennium van de 20e eeuw waren er nauwelijks belangrijke stakingen, met uitzondering van die bij Verwerplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigVerwer

Blikbedrijf in Krommenie, in 1912 opgegaan in de Verblifa (Verenigde Blikfabrieken).

Aangezien zowel de cacao- en chocolade-industrie, als brood-, koek- en beschuitfabrieken in de Zaanstreek sterk waren vertegenwoordigd, lag het voor de hand dat ook hier een blikemballage-industrie zou ontstaan. De Zaanse blikindustrie ontstond in eerste instantie evenwel niet ter bevoorrading van deze bedrijven, maar doordat het in 1885 opgerichte lakkers- en vernisbedrijf in Krommenie de beschikking k…
te Krommenie. Bij dit bedrijf werkte B.W. Binnendijk, voorzitter van de Nederlandse Litho-Foto Bond. In 1907 werd hij als eerste SDAP-lid in de gemeenteraad van Wormerveer gekozen. Zijn baas C. Verwer, liberaal wethouder te Krommenie, zegde hem ontslag aan. Acht handpersdrukkers in het bedrijf legden uit protest het werk neer, waardoor de gehele productie stagneerde. Verwer ontsloeg vervolgens het volledige personeel (350 personen): wie een verklaring tekende niet te zullen gaan staken werd daarna weer aangenomen. De 27 leden van vakorganisaties hoefden echter niet terug te komen. Desondanks ging enige dagen later het drukkerijpersoneel in staking. Zeven man Blauwe Huzaren werden naar Krommenie gestuurd om onderkruipers te beschermen. Toen Verwer (wegens ziekte van de burgemeester) als wethouder de bestuurlijke verantwoordelijkheid over hen kreeg leidde dit tot een SDAP-interpellatie in de Tweede Kamer. Vier maanden na het begin van de staking werd deze, zonder succes voor de stakers, beëindigd.

Andere stakingen rond de eeuwwisseling waren bij meubelfabriek Pranger en van Schaik te Zaandam in april 1895, bij oliefabriek Het Hart te Zaandam in oktober 1900 en twee kleinere stakingen bij respectievelijk rijstpellerijplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigPellerij

Naam van zowel bedrijfstak als de inrichting waarin dit bedrijf wordt uitgeoefend; het ontdoen van het kroonkafje, meestal dop (pel) genoemd, en de vruchtwand en zaadhuid van onder andere granen, zonder de korrel te breken. In de Zaanstreek is in vroeger eeuwen gerst gepeld, met gort als product. Gerst is niet eenvoudig te pellen, aangezien de dop is vergroeid met de korrel. Vanaf het midden van de 19e eeuw werd rijstpellerij belangrijk. De pellerij had een grote omvang in de Zaanstree…
De Unie te Wormerveer in 1900 en bij rijstpellerij De Phenix te Zaandam in 1901. Verder waren er tot de houtwerkersstaking van 1914 geen grote arbeidsconflicten. De spoorwegstaking van 1903 had wel enige invloed in de Zaanstreek. De eerste steunstaking (januari) en de tweede anti-worgwettenstaking (april) werd door een gering aantal Zaankanters gesteund. Beide stakingen gingen verloren, hetgeen een van de oorzaken van een scheuring in de vakbeweging was.

De jaren '20 waren roerig. Arbeidsconflicten werden vaak aangezwengeld door de verschillende bonden, met meestentijds looneisen als inzet. In 1922, acht jaar na de grote houtwerkersstaking ging een deel van het Zaanse houtbedrijf weer plat. Dekker wilde de lonen verlagen. waarna het werk een maand lang onderbroken werd. Na twee weken legden ook houtwerkers van andere bedrijven (onder meer Pont) het werk neer.

In 1923 werd opnieuw kort gestaakt bij Pont en in april 1924 ging de hele houtsector weer kortstondig plat. Dit was een defensieve staking uit verzet tegen ontslagen. In april 1923 werd gestaakt om hogere lonen bij cacaofabriek Kamphuys en Oly, en in april 1924 legden werknemers van meelfabriek De Vlijt (Wessanen) in Wormerveer hun werk neer. Door de ondersteuning van de bonden en dankzij geldinzamelingen voor de niet-georganiseerden, stonden de stakers met hun eisen voor loonsverhoging en verbetering van de ziekteregelingen sterk. De looneisen werden ingewilligd. Gesterkt door dat succes gingen later in dat jaar de werknemers van pellerij Mercurius (v.h. Gebr. Laan) te Wormerveer in staking. Ook zij eisten loonsverhoging. Dit arbeidsconflict zou 25 weken lang duren, als ware slijtageslag tussen werkgevers en werknemers. De staking sloeg over naar het personeel van de zeepfabriek De Adelaar. Uiteindelijk gingen de arbeiders in op het `lokkertje` van de werkgevers: een premie bij hervatting van het werk. Elf 'raddraaiers' werden ontslagen.

In 1928 werd er gestaakt in Koog. Eerst legden 90 werknemers van machinefabriek P.M. Duyvis en Coplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigDuyvis, bv Machinefabriek P M

Machinefabriek te Koog. Het bedrijf werd opgericht als P. M. Duyvis & Co in november 1885 door ir. Pieter Mattheus Duyvis te Koog en Dirk Willem Stork (mede directeur van Stork & Co te Hengelo) als stille vennoot. Pieter was de zoon van Teewis Duyvis, eigenaar van zes oliemolens en een pelmolen. Zijn vader was tevens de oprichter van de firma T. Duyvis Jz Stoomoliefabriek, die uiteindelijk zou uitgroeien tot de bekende nootjesfabriek.
, het werk neer en later gingen ongeveer 50 arbeiders van de oliefabriek T. Duyvis Jszplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigDuyvis-Recter

Oliefabriek te Koog. De historie van Duyvis gaat terug tot 1806, in welk jaar Teewis Duyvis van een ongehuwde oom de oliemolen De Halve Maan verkreeg. Hij werd zo de eerste Duyvis die olie sloeg. In 1850 vestigde zijn kleinzoon zich onder de naam T. Duyvis Jz. Het bedrijf bestond in dat jaar uit zes oliemolens met een capaciteit van 2400 ton lijn- en koolzaad per jaar en een pelmolen. In 1880 werd nabij de Pellekaanshoek te Koog door E.G. Duyvis Tz. de stoomoliefabriek 'De Zaan' g…
. tot staking over. De afloop van deze arbeidsconflicten is niet bekend. De roerige jaren `20 werden afgesloten met de houtwerkersstaking van 1929. De jaren '30 waren weer aanzienlijk rustiger; de crisis dwong de vakbeweging tot terughoudendheid. Tot 1940 vonden slechts drie grotere stakingen plaats: bij de blikfabrieken te Krommenie (1934). de N.V. papierfabriek P. Dekker Jzplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigDekker bv, Papierindustrie Adriaan

Verpakkingsdrukkerij te Wormer, indirect voortgekomen uit papierwarenfabriek P. *Dekker Jzn te Wormerveer. P. Dekker Jzn begon in 1850 in Wormerveer met de productie van papieren zakken. Van eenmanszaak groeide dit bedrijf uit tot een nv met aan het begin van de jaren `30 circa 50 werknemers. De crisisjaren maakten een einde aan de bloeiperiode. Na een staking werd het bedrijf in 1938 geliquideerd en kwamen de toen nog 40 werknemers op straat te staan. Op de p…
te Wormerveer ( 1938) en de cacaofabriek De Jong te Wormerveer (1938).

De staking bij Dekker werd er een van buigen of barsten. Na bijna zeven maanden moesten de werknemers tenslotte opgeven. De staking bij De Jong was een wilde (dus niet door bonden georganiseerde) staking door maar liefst 200 meisjes en vrouwen. Direct na de Tweede Wereldoorlog was er geen ruimte voor en geen wil tot stakingen. De bonden stuurden aan op overleg, als dat al nodig was. Stakingen waren, met de komst van landelijke collectieve arbeidsovereenkomsten. over het algemeen ook niet langer strikt lokaal. Ook na de toename van het aantal stakingen in de jaren '70 en '80 wordt Nederland internationaal gezien als een land met weinig arbeidsonrust. Wél trok een aantal bedrijfsbezettingen in de Zaanstreek de aandacht, bijvoorbeeld bij Honigplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigHonig Merkartikelen bv (HMA)

Fabrikant van en handel in levensmiddelen, oorspronkelijk onderdeel van Koninklijke Scholten Honig na de opsplitsing van dit concern eerst dochter van de nv Centrale Suiker Maatschappij te Amsterdam (CSM), daarna dochter van de H.J. Heinz Company: hoofdkantoor in Zeist, productiebedrijven te Utrecht.
en Van Gelderplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigGelder Zonen, van

Nederlands papierconcern, waarvan de voormalige papierfabriek Van Gelder Zonen te Wormer, niet alleen deel uitmaakte maar ook de oorsprong vormde. Terwijl elders gevestigde delen van deze onderneming zijn voortgezet, is de fabricage van papier in Wormer bij een algehele sanering in 1981 beëindigd. Zie voor de vroege bedrijfs- en familiegeschiedenis ook
.

  • Zie ook: Arbeidsverhoudingenplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigArbeidsverhoudingen

    De (rechts-)betrekkingen tussen werkgevers en werknemers (ook: de verhouding met betrekking tot de arbeid.) Bij het vaststellen van de arbeidsverhoudingen kan ook de overheid betrokken zijn. Werkgevers, werknemers en overheid geven vorm aan de arbeidsvoorwaarden en de sociaal-economische politiek. De partners verkeren in een onderhandelings-, overlegen strijdsituatie, vooral in periodes voorafgaande aan de vaststelling van de collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO's).
  • /home/zaanwiki/domains/zaanwiki.nl/private_html/encyclopedie/data/pages/staking.txt
  • Laatst gewijzigd: 2020/09/07 12:07
  • (Externe bewerking)