Kef, Cornelis (Kees)

Zaandam 21 september 1894 - Amsterdam 30 november 1961

Kees Kef, componist, criticus, pianist en koordirigent, propageerde de moderne Nederlandse muziek en ijverde voor niveauverbetering van het repertoire van amateurensembles. De toonkunstenaar studeerde bij Thom Denijs en J. W. Kersbergen en andere pedagogen, piano, muziektheorie, directie en compositie, terwijl hij zich in de zangkunst bekwaamde door lessen bij o.a. mevrouw J. Hartog—Benjamins en Guiseppe Reschiglian. Van 1923 tot 1938 is Kees Kef te Zaandam werkzaam geweest als uitvoerend kunstenaar. Bijna dertig jaar was hij dirigent van het Zaandams Mannenkoor. In 1938 maakte Kef deel uit van het klaviertrio De Drieklank, gevormd door Annie Jelsma (viool), Kees Kef (piano) en Enne van Sluis (violoncel).

Later vestigde Kef zich te Amsterdam, waar hij ook de oorlogsjaren doormaakte. Een periode waarin niettemin veel behoefte bestond aan muziek, Kees Kef speelde graag op die wens in. Van 1946 tot 1949 doceerde hij aan het Muzieklyceum in Amsterdam. Naast de kamermuziek had vooral de zangkunst, in het bijzonder de koorzang, z'n warme belangstelling. Vele keren heeft hij op de piano vocalisten begeleid en in kamermuziekensembles gespeeld, maar vooral door zijn directies van koren en zijn zeer gewaardeerde composities verwierf Keg bekendheid. Kef propageerde onvermoeibaar een betere repertoire-keuze bij amateurs daarbij vooral de nadruk leggend op de veelzijdigheid.

Hij componeerde voor mannenkoor en gemengd koor op Nederlandse teksten, onder meer De nar en de Spieghel op zes Oud-Nederlandse spreuken, een compositie door zijn echt Nederlandse sfeer, een geestig koorwerk, waarvan de oud-Hollandse tekst en de muziek een volkomen homogene indruk maakten, en drie koorcomposities met als tekst gedichten van H. Marsman. Ook hij bewerkte negrospirituals voor mannenkoor. Voorts componeerde Kef pianowerken en een sonate voor klarinet. De klarinetsonate in Es gr. t. van Kees Kef werd in 1956 geschreven in memoriam van Johan van Heil, schilder-klarinettist waar hij veelvuldig mee optrad.

In opdracht van het Verbondsbestuur van de NVV componeerde Kees Kef op tekst van Halbo C. Kool een feestlied, dat aan de bond van arbeiders-zangverenigingen werd aangeboden. De stichting Kunstmaand Amsterdam verstrekte in 1953 drie opdrachten aan Kees Kef tot het componeren van drie koorwerken, die zullen worden uitgevoerd door het Nederlands Kamerkoor onder leiding van Felix de Nobel.

Hij noemde ze Drie Capriccio's, grillige stukken, en gebruikte er teksten voor van Paul van Ostayen. Kef toonde een zeldzame en dichterlijke fantasie, die hem in staat stelde met betrekkelijk eenvoudige middelen zeer rijke klankwerkingen te bereiken. Dat hij, als man van de praktijk, bovendien uitstekend voor koor wist te schrijven, sprak wel haast vanzelf. De stukken werden op 11 juni 1953 dan ook met groot enthousiasme begroet. De componist moest op het podium komen om de bijval in ontvangst te nemen.

Als muziekrecensent voor dagblad Het Vrije Volk beschouwde hij met name de amateurgezelschappen van zangers en musici, op wiens gebied hij een schier ongeëvenaarde deskundigheid bezat.

Vele koren stonden onder zijn leiding, zoals het Mannenkoor van de Personeelsvereniging Lux et Libertas van het Algemeen Handelsblad en het a-capella mannenkoor Amstels Werkman, dat hij meer dan 12 1/2 jaar dirigeerde. Van 1952 af dirigeerde hij het Volkszangkoor van de VARA, dat tot doel had het oude volkslied tot herleving te brengen.

Ook was Kef als muzikaal adviseur verbonden aan de Bond van Amsterdamse Zangverenigingen, bekleedde hij één van de hoofdbestuursfuncties van de Nederlandse Dirigenten Organisatie en was lid van de Amsterdamse Kunstraad.

Bariton en operazanger Johan Thomas was een leerling van Kees Kef.

Op 30 november 1961 overleed Kees Kef in zijn woonplaats Amsterdam aan de gevolgen van een hartkwaal.