lijmkokerij

Vroegere tak van nijverheid in de Zaanstreek, vooral in Oost- en Westzaandam bedreven. Loosjesplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigLoosjes, Adriaan

Westzaandam 15 april 1689 - 20 maart 1767

Adriaan Adriaanszoon Loosjes, houtkoper, predikant aan de Fries Doopsgezinde gemeente te Westzaandam, vooral bekend geworden als auteur van Beschrijving van de Zaanlandsche dorpen, Oostzaan, Oostzaandam, Westzaan, Westzaandam, Koog aan de Zaan, Zaandijk, Wormerveer, Westknollendam en Nauerna, uitgegeven Haarlem 1794; heruitgave 's-Gravenhage 1968.
vermeldde bijvoorbeeld in 1794: 'Benevens het gebruik der Moolens zijn er nog verscheie Fabrieke' en noemt daarbij dan 'lijmmakerijen, die gelijkelijk en de Arbeidsman en de Koopman geduurige bezigheid en bestaan verschaffen'. De Zaanse lijmmakerij was in hoge mate verbonden met de Walvisvaartplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigWalvisvaart

Vorm van scheepvaart, toegespitst op de vangst en verwerking van walvissen. De Nederlandse walvisvaart kende een bloeiperiode van 1614 tot 1770. Aanvankelijk was het monopolie in handen van de Noordse Compagnie. Na beëindiging van het aan hen verleende octrooi in 1642 konden andere reders, waaronder Zaanse, zich gaan ontwikkelen. Door toenemende concurrentie werden grotere gebieden geëxploiteerd en ontstonden mede daardoor nieuwe technieken, zoals ijsvisserij. In de Zaanstreek kwam …
. De fabricage van lijm is daardoor enigszins te vergelijken met bijvoorbeeld de Traankokerijplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigTraankokerij

Als nevenbedrijf van de walvisvaart is de traankokerij in de 17e en 18e eeuw een belangrijke bedrijfstak in de Zaanlanden geweest. Over het aantal traankokerijen, waar het walvisspek werd gezied (gekookt), bestaat geen zekerheid. Hoewel doorgaans een getal van maximaal 21 bedrijven wordt aangehouden, zijn het er mogelijk meer geweest, wellicht ongeveer 30. Zeven daarvan waren in Jisp (en Oostknollendam), Oostzaan had er eveneens 7,
of de Baardsnijderijplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigBaardsnijderij

Tak van nijverheid, het snijden van walvisbaarden; ook: de werkplaats waar het beroep werd uitgeoefend. De baardsnijderij was verbonden met de Walvisvaart, en is nooit van grote omvang geweest; de nijverheid werd vooral in en buiten Oostzaan uitgeoefend. In de baardsnijderijen werden baarden (ook wel: baleinen) van walvissen verwerkt. De baarden zijn dunne en dicht bij elkaar staande hoornplaten, in de plaats van tanden, in de bek van de baardwalvissen (mystacotici), die worden g…
. Men kookte in schuren de walvisbeenderen, nadat deze een voorbehandeling hadden ondergaan. De beenderen bevatten het lijmvormende osseïne. Na indampen van het kooknat, ontstond een gelatineuze massa, die in plakken werd gesneden en daarna verkocht. Door verwarming van deze plakken smolt de massa en verkreeg men een sterk hechtende lijm. De lijmkokerijen verspreidden een 'warsige' stank en werden, blijkens verschillende padreglementen, zoveel mogelijk uit de bebouwde kommen geweerd. Zo vermeldde bijvoorbeeld het reglement van het Stikkelspad en -ven in Westzaandam: '…sullen de Eygenaars in 't geheel opgemelde Ven niet vermogen te zette Enige Liemkookerije. Stijfselmaakerije enz.'

  • /home/zaanwiki/domains/zaanwiki.nl/private_html/encyclopedie/data/pages/lijmkokerij.txt
  • Laatst gewijzigd: 2020/09/13 17:14
  • door jan