molenrijmen

Tot het begin van de 20e eeuw genoten molenrijmen enige bekendheid. Dit waren berijmde opsommingen van molens, in de volgorde van hun ligging. En ze dienden als hulpmiddel om zowel de namen als die ligging van de honderden molens te onthouden.

Het waren typische volksrijmen, die men uit het hoofd kende en die door ouders werden gebruikt om hun kinderen vertrouwd te maken met hun omgeving. De vorm van de molenrijmen maakt duidelijk dat ze ontstonden in een tijd dat nog weinigen konden lezen en schrijven. Ze bestaan uit korte regels en het rijmschema is gepaard. Dat wil zeggen dat de eerste regel rijmt op de tweede, de derde op de vierde enzovoort.

Juist dit zeer eenvoudige rijmschema en de bondige regels maakten dat de rijmen in het geheugen bleven. Feitelijk vormen ze een uniek element van de Zaanse cultuur. Ze verwijzen bovendien naar de oorsprong van de dichtkunst, die allereerst diende om de geschiedenis van geslacht op geslacht over te dragen. Rijm en metrum waren daarbij onmisbare hulpmiddelen om de tekst te kunnen memoriseren.

Een voorbeeld van een kort molenrijm is in de marge hiernaast opgenomen. Hoewel nog wel enkele andere kleine publicaties over de molenrijmen bestaan, ontbreekt een goede studie, terwijl het fenomeen in volks- en naamkundig opzicht interessant genoeg lijkt voor verder onderzoek.

Daarbij zouden dan ook de rijmen betrokken kunnen worden die op de naamborden van vele molens voorkwamen. Zoals dit, op het naambord van molen De Dikkert:

Ik ben gebouwd door Godes zegen
en aan de Zaan ben ik gelegen
Om alle soort van hout te zagen;
De naam van Dikkerd blijf ik dragen.

Een tamelijk recent rijm op een naambord van molen De Huisman op de Zaanse Schans luidt:

Hier kreeg een kippenvrijer
Een huisman tot berijer.

Tenslotte kende de volksmond nog een aantal korte rijmpjes over de molens, waarvan het bekendste is:

De Juffer en De Jonker
knijpen de kat in het donker.

Juffer en Jonker waren dichtbij elkaar gelegen molens in oostelijk Zaandam. Buiten beschouwing worden hier gelaten de honderden gedichten die in kranten, tijdschriften, jaarboeken enzovoort aan de Zaanse molens zijn gewijd.

Dr. Henk Schoute wijdde aan de molenrijmen een artikel in De Zaende 1946. Willem Buys Pz. vermeldde eerder, in 1919, een aantal voorbeelden in zijn 'De windmolens aan de Zaanstreek', waaronder een rijm met 93 namen van molens die men passeerde bij een schaatstocht door het Westzijderveld in Zaandam.

„Kent gij de streek? Waar voorheen molens draaiden,
Bij honderden geteld, en hunne roeden zwaaiden,
En suisden door de lucht, en snorden in den wind.
Waar ondernemingsgeest, en koopmansschap regeerde,
Waar wiskunst en techniek het kapitaal beheerde.
Kent gij die streek? Dat is mijn Zaanstreek vrind!“
„Kent gij de stad van nu? Voor honderd jaren,
Toen Oost- en West-Zaandam twee schoone dorpen waren,
En waar men letterlijk steeds leefde van den wind.
Waar Rusland's Keizer kwam en pannekoeken bakte;
En eens een Corsicaan de dorpen samenplakte.
Kent gij die stad? dat is Zaandam, mijn vrindt”

Met dit aardige, eigengemaakte versje begint de samensteller van dit gedenkboekje de geschiedenis van de 'molens aan de Zaan.' Vanouds toch was de Zaan beroemd vanwege zijn talloze molens, van welke zelfs de vreemdeling met bewondering gewaagde. Menige industrie droeg van hier Holland's roem over de wereld, o.a. die van het wereldvermaarde Hollands geschept papier. Vroeger deelden de molens ook in 't lief en leed der Zaanlandse bevolking. Bij een huwelijk werden zij vrolijk versierd en bij sterfgevallen waren zij in de rouw. Helaas dat dit oude rijmpje:

De molen maalt het meel,
slaat de olie, zaagt ook de planken,
Men heeft er gort, en rijst en mosterd aan te danken.

spoedig niet anders dan historische betekenis zal bevatten. Wie nog een, zij het dan heel zwakke, indruk van het Zaanse molenland wil hebben en die 't nog nooit heeft gezien, zal zich moeten haasten.

  • molenrijmen.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/03/26 00:42
  • door zaanlander