Pinksteren

Eigenlijke Pinkstergebruiken zijn er in de Zaanstreek nauwelijks geweest. Alleen de viering van Luilak, op de zaterdag vóór Pinksteren, is folkloristisch interessant. Van de luilakviering is echter weinig of niets overgebleven. Van oudsher gold dat de schoonmaak op Luilak beëindigd moest zijn. Met Pinksteren verscheen men dan zo mogelijk in nieuwe kleding. Het was daarbij gebruikelijk een tochtje te maken; een lange wandeling, maar het liefst een rit met een wagen. Vandaar de vroegere zegswijze Met Kersttaid sop, met Paas een ai, met Pinkster op de wage. Voor dat ritje was vooral de Zaanse Pinksterdrie bestemd. Met uitzondering van Assendelft werd en wordt in de Zaandorpen namelijk een derde Pinksterdag gevierd.

In dit opmerkelijke verschijnsel staat de Zaanstreek overigens niet geheel alleen. In de 18e eeuw, mogelijk zelfs vroeger, bestond het gebruik om op Pinksterdrie de kermis in Krommenie te bezoeken. Omstreeks 1850 begon deze gewoonte te tanen. Hoewel de Krommenieër kermis, die aanvankelijk gepaard ging aan een markt van klein- en pluimvee, in de jaren '50 van de 20e eeuw is beëindigd, bleef het gebruik op derde Pinksterdag een bokkie te kopen. Men ging daartoe naar de veemarkt in Purmerend. Met het bokkie kopen werd het nuttigen van een drankje bedoeld. Dit gebruik is nog niet uitgesleten, heel wat Zaankanters gaan op Pinksterdrie naar de markt in Purmerend. Ook bij het Heerenhuis bij 't Kalf, aan de dijk van de Wijde Wormer, was vroeger op Pinksterdrie enig vermaak, dat als de kermis van Jan Hol bekend stond. Men reed er bij voorkeur met de wagen heen. Voor het maken van een rit werd door de minder draagkrachtigen gespaard. In de Westzijde van Zaandam was het geweldig druk door allerlei paarden-karren, waarmee men tegen betaling van het Mallegat naar de Dam en terug reed.

Oorsprong van Pinksterdrie

Het Zaanse gebruik een derde Pinksterdag te vieren is ontstaan naar aanleiding van gebeurtenissen in de Spaanse tijd, de beginjaren van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Met name moet in dit verband de veld- en waterslag worden genoemd die tijdens de Pinksterdagen van 1574 op Zaanse bodem is uitgevochten. Op de 30e mei, eerste Pinksterdag, trok een Spaans leger, 3000 soldaten omvattend, vanuit Assendelft naar het oosten. Het doel was om de oostkant van de Zaan, Waterland en de Zuiderzeesteden onder Spaans gezag te brengen. Bij de Wormerveerder Schans trachtten zij met roeiboten, vlotten en pontons de Zaan over te steken. Gewaarschuwd door de Oostknollendammer boer Haentjes trokken de in Wormer gelegerde Oranjegezinde vaandels met ongeveer 200 man ten aanval. De bij de Kalverschans op de hoek van de Poel in Oostzaandam samengetrokken vrijbuiters kwamen daarbij met hun vaartuigen te hulp.

Het zou de laatste, beslissende, slag in de Zaanstreek worden, de latere pogingen om het land ten oosten van de Zaan onder Spaanse invloed te brengen waren van weinig betekenis. Op eerste en tweede Pinksterdag 1574 sneuvelden er op de Zaan en de Wormer en Wormerveerse oevers 1100 man aan Spaanse kant, de overigen vluchtten. Aan het eind van de gevechten kwam het bericht dat ook een op Purmerend ingezette aanval was afgeslagen. De volgende dag werd in de oostelijke Zaanstreek feestelijk gevierd. De vlaggen gingen in top. Pinksteren werd als het ware met een feestdag verlengd. Dat is sindsdien zo gebleven.

  • pinksteren.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/02/11 23:28
  • door zaanlander