akkerbouw

Agrarische bedrijvigheid. In verband met de huidige bodemgesteldheid is het overgrote deel van de Zaanstreek ongeschikt voor akkerbouw; in het verleden werden hier veel grotere oppervlakten voor benut. Een vrij algemeen aanvaarde theorie luidt dat het huidige laagveenpakket waaruit de Zaanstreek bestaat, is ontstaan door erosie en inklinking van oorspronkelijk hoogveen. In de middeleeuwen werd hierop graan verbouwd; het was noodzakelijk het hoogveen te ontwateren en men groef daartoe in een min of meer regelmatig patroon afwateringssloten, haaks op de aanwezige, noord-zuid lopende, veenkreken. Hierdoor is het nu nog in de polders aanwezige slotenpatroon ontstaan. Door de onttrekking van water is volgens deze opvatting de bodem zeer sterk verlaagd, met het gevolg dat tenslotte een drassig gebied ontstond waarop geen akkerbouw maar slechts Veeteelt mogelijk was (zie: Landschap).

Dr. Margaretha Verkade veronderstelt dat de in 1155 door Westfriezen verwoeste nederzetting Zaanden, nabij het IJ gelegen, voornamelijk inkomsten had uit de handel in en de verscheping van graan; zie: Graanhandel. In later tijd, na de verdwijning van het hoogveen, is incidenteel op de bagger langs de poldersloten nog wel enige akkerbouw bedreven. Dit was echter niet lonend. Voorts is bij uitzondering zoals in de Tweede Wereldoorlog wel grasland in de polders gescheurd ten behoeve van enige akkerbouw. Dit is ook gebeurd nabij West-Knollendam tijdens de Eerste Wereldoorlog, ten behoeve van een daar in de oliefabriek De Vrede ingerichte aardappelen- en groentendrogerij.

Van de totale oppervlakte cultuurgrond in de Zaanstreek is nog geen tien procent, ongeveer 550 hectare, in gebruik als bouwland. Feitelijk betreft dit vrijwel uitsluitend de drooggelegde gronden van het voormalige IJ, onder Westzaan en Assendelft. Nadat in januari 1863 de inpoldering van het IJ bij wet was bekrachtigd, kwam vruchtbare kleigrond beschikbaar tussen de oude Noorder IJ - en Zeedijk en het kort daarna gegraven Noordzeekanaal. Akkerbouwproducten zijn hier: tarwe, gerst, mais, aardappelen en suikerbieten, in geringe mate ook peulvruchten en landbouwzaden.

Zie voorts: Boerenbedrijf, IJ-polders, Economische geschiedenis 1.1.1. en 3.4.

  • akkerbouw.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/07/26 09:12
  • door zaanlander