Dit is een oude revisie van het document!


Balkenzager

Windmolens tot het zagen van planken en ribben uit boomstammen, als vroegste en lange tijd ook belangrijkste tak van nijverheid in de Zaanstreek. Zoals bekend werd de zagerij met behulp van molens (uitvinding van Cornelis Corneliszoon van Uytgeest) hier het eerst toegepast; voordien werden alle balken, stammen enzovoort met de hand verzaagd. Het totale aantal zaagmolens in de Zaanstreek heeft volgens opgave van P.Boorsma 367 bedragen, daarvan waren er 213 werkzaam als balkenzager. De overige waren overwegend wagenschotzagers benevens een kleiner aantal latten-, veren- en duigenzagers. Gerangschikt naar type waren er van de 367 zaagmolens 237 paltroks waarvan 140 als balkenzager werkten, voorts 109 Bovenkruier (waarvan 73 balkenzagers). 15 wipmolens (slechts l balkenzager) en 6 molens van onbekend type. De houtzagerij was geconcentreerd in Westzaandam, alleen in het Westzijderveld aldaar stonden ooit 71 paltrok-zaagmolens.

De verdeling over de Zaanse gemeenten was als volgt (uitsluitend balkenzagers):

paltroksbovenkruierswipmolens
Westzaandam8134-
Oostzaandam3319-
Oostzaan - - -'
Koog102- “
Zaandijk - 3 -
Wormerveer-1 -
Wormer11- `
Krommenie1--
Westzaan14131

Dat het aantal paltrokken groter was dan dat der bovenkruiers is ongetwijfeld toe te schrijven aan de geringere bouwkosten. Het onderhoud van een bovenkruier was daarentegen weer goedkoper. Er waren in 1989 nog twee paltrok-balkenzagers in de Zaanstreek aanwezig: De Held Jozua, de Jozua in Zaandam en De Gekroonde Poelenburg aan de Kalverringdijk bij de Zaanse Schans (Zaandam). Van de bovenkruier-zaagmolens is geen enkel exemplaar bewaard gebleven. Wel heeft de Vereniging De Zaansche Molen, Vereniging De Molen een van elders afkomstige molen van dit type in onderdelen opgeslagen, maar de middelen tot opbouw ontbreken. De balkenzagers verwerkten dus hele boomstammen, die in vlotten werden aangevoerd, tot planken en ribben. De lichter geconstrueerde paltrokmolens verzaagden doorgaans meer lichte en zachte houtsoorten (vuren en grenen), de zwaardere bovenkruiers (ook wel `sommerzagers` genoemd; “sommer' betekent balk) waren meer geschikt voor de verwerking van dikke stammen en zware (harde) houtsoorten. Een beperkt aantal bijzonder sterke molens stond bekend als “dommekracht'. Hier werd bijvoorbeeld het eikehout voor kielbalken en scheepsdekken gezaagd, terwijl ook de lange en zeer dikke dennen die als drijvers bij het houttransport dienden (zie: Balkenvlotten.) door zulke dommekrachten werden verwerkt. In de paltroks produceerde men vaak blokhout, gezaagd van blokbalken. Doorgaans was dit bijzonder gaaf grenehout. Er werd echter ook bijvoorbeeld vure- en eikehout verzaagd. Alle balkenzagers lagen aan het water. Ze waren voorzien van een balkenhaven die met de nabijgelegen sloten werd gebruikt om de stammen langdurig te `wateren` (uit te logen), waardoor uitgewerkte, niet trekkende delen konden worden verkregen. Bovendien was de haven nodig om de soms lange stammen voor de sleephelling te manoeuvreren. Via deze werden ze op de zaagslede getrokken die ze door de zaagramen trok. Zowel de zaagslede als de zaagramen werden door de molen aangedreven. Op de zaagmolens (waarvan de open paltroks tot het werken in weer en wind noodzaakten) waren in de zomer werktijden van 15 uur niet ongebruikelijk, `s winters werkte men “van 'donker tot donker'. De gemiddelde bezetting per balkenzager bestond uit vijf arbeiders.

  • balkenzager.1454591489.txt.gz
  • Laatst gewijzigd: 2016/02/04 14:11
  • door jan