blikindustrie

Dit is een oude revisie van het document!


Economische sector, emballage-industrie. Ontstaan in de 19e eeuw. In de Zaanstreek belangrijk vanaf einde 19e eeuw tot 1970. Zaanlandia Blik te Krommenie is het laatst overgebleven bedrijf. Algemeen Blikindustrie is in Nederland een van de belangrijkste emballage-industrieën, zowel wat betreft productie-niveau als wat betreft de werkgelegenheid.

Onder blik wordt verstaan: dun plaatijzer, dat aan beide kanten is voorzien van een laagje tin. Door het vertinnen van ijzer wordt de bestendigheid van het metaal vergroot: het tin hecht zich tijdens het vertinningsproces aan het ijzer vast, waardoor het ijzer van de lucht wordt afgesloten. Blik bezit de goede eigenschappen van zowel plaatijzer, hardheid en buigzaamheid, als de glans van tin. De combinatie van de twee metalen neemt de nadelen van beide, de zachtheid van tin en de vatbaarheid voor roest van ijzer, weg.

De blikverwerkende industrie valt onder te verdelen in twee belangrijke categorieën, de conserven- en de blikemballage-industrie. Het eerste Nederlandse bedrijf dat blik min of meer industrieel produceerde was in 1824 te Dordrecht opgericht door Jacobus Bekkers. Begonnen als blikslagerij, annex winkel, met een paar werklieden, groeide het bedrijf uit tot een onderneming met 92 werknemers in 1866. Bekkers was omstreeks 1845 met vijftien werknemers begonnen met de decoratie van blikwerk. In 1870 had hij, aangezien hij moeilijk voldoende goede vaklieden kon krijgen, een krachtmachine in zijn bedrijf op laten stellen.

De vraag naar blikemballage nam in de tweede helft van de 19e eeuw sterk toe. Verschillende producenten verpakten hun goederen in blik, naar voorbeeld van de cacao- en chocoladefabrieken, de conservenfabrieken waaronder inblikkers van groenten en vlees, en de koek- en beschuitfabrieken.

Ontwikkeling in de Zaanstreek

Aangezien zowel de cacao- en chocolade-industrie, als brood-, koek- en beschuitfabrieken in de Zaanstreek sterk waren vertegenwoordigd, lag het voor de hand dat ook hier blikemballage-industrie zou ontstaan. De Zaanse blikindustrie ontstond echter niet ter bevoorrading van deze bedrijven, maar doordat het in 1885 opgerichte lakkers- en vernisbedrijf Verwer te Krommenie de beschikking kreeg over een bijzondere vernissoort, zeer geschikt voor het lakken van de binnenzijde van blikken.

Een probleem voor inblikkers was dat het tin een chemische verbinding aanging met eiwitbestanddelen in bijvoorbeeld vlees en bepaalde soorten fruit en groente. Hierdoor trad verkleuring van het product op. Verwers vernis, ontwikkeld in 1889, voorkwam dit. Hij kreeg hierdoor een voorsprong op zijn concurrenten. Enige welgestelde zeildoekfabrikanten te Krommenie verschaften hem het vermogen voor de noodzakelijke investeringen; al na enige maanden maakte Verwer voldoende winst om met eigen vermogen voort te gaan.

Een tweede Zaans blikbedrijf werd in mei 1888 opgericht te Zaandijk door Cornelis Woud. Met een knecht begon hij een kleine blikslagerij. Aangezien de vraag naar blik groot was kon Woud uitbreiden. In juni 1889 verbond hij zich daartoe met Jacob Schaap. In oktober 1889 werd het bedrijf verplaatst naar de Padlaan te Krommenie, onder de naam Zaanlandsche Blikfabriek Woud en Schaap.

Aangezien Verwer vooral was toegespitst op het lakken en decoreren en Woud en Schaap op de vervaardiging van blikwerk, werkten beide bedrijven nauw samen. In 1889 werden fusiebesprekingen gevoerd, die echter, vooral door het verzet van Woud, mislukten. De bedrijven gingen daarna meer concurrerend werken. Verwer ging zelf ook blik maken en Woud en Schaap besteedden het lak- en decoratie-werk aanvankelijk uit bij Bekkers te Dordrecht en verrichtten het later zelf. Beide bedrijven groeiden snel. Aanvankelijk was Verwer groter, maar na een langdurig arbeidsconflict in 1907 werd dit bedrijf voorbij gestreefd door Woud en Schaap.

Inmiddels waren ook nieuwe Zaanse blikbedrijven ontstaan. In 1902 werd in Zaandijk de Firma J. Schoute opgericht. Begonnen als loodgieterswerkplaats, nam het bedrijf spoedig ook de vervaardiging van emballage-artikelen ter hand. In april 1907 werd een blikfabriek door Franciscus Wilhelmus Kriek te Krommenie opgericht. De oprichter van dit familiebedrijf was ketellapper en maakte samen met zijn vrouw in de avonduren blikken sigarenkisten en de binnenzijde van paraplubakken. Oprichter Kriek had enige tijd als voorman van de soldeerafdeling in de fabriek van Woud en Schaap gewerkt.

In de beginjaren van de blikindustrie was de vraag naar blik groter dan het aanbod daarvan. Na 1910 werd deze situatie anders. De conjunctuur daalde, terwijl de blikverwerkende industrieën hun aanbod aanzienlijk hadden uitgebreid. Het aanbod was nu groter dan de vraag en verdere uitbreiding van de productie zou de markt volledig kunnen verzieken.

Zowel Woud en Schaap als Verwer hadden evenwel uitbreidingsplannen. Daarom begonnen de directies van beide bedrijven in 1912 opnieuw fusiebesprekingen. Na langdurige onderhandelingen werd in september 1912 de (NV De Vereenigde Blikfabrieken Verblifa) opgericht. De Verblifa was al bij de oprichting een zeer omvangrijk bedrijf; het aandelenkapitaal bedroeg ƒ 5 mln, waarvan ƒ 2 mln werd geplaatst. Eind 1912 telde Verblifa 1145 werknemers in twee fabrieken te Krommenie, Utrecht, Amsterdam en Weesp. De fabrieken te Krommenie vormden verreweg de belangrijkste poot van het concern.

Nadien breidde de Verblifa zich nog aanzienlijk uit, met name door bedrijfsovernames. Een belangrijke stap tot verdere concentratie in de Nederlandse blikindustrie werd gezet in 1930, toen door Verblifa de aandelen van de nv Woud en Bekkers Blikfabrieken te Dordrecht werden overgenomen. Verblifa-directeuren C. Woud en W. Woud waren in 1928 uit de directie getreden en hadden zich daarna bij Bekkers aangesloten.

Het bedrijf in Dordrecht was, na de Verblifa, in omvang de tweede blikindustrie van Nederland. Ook de andere Zaanse blikbedrijven ontwikkelden zich in de vooroorlogse periode tot tevredenheid, ofschoon in omvang en belang niet vergelijkbaar met de Verblifa, terwijl voorts een nieuw bedrijf ontstond.

Het bedrijf van Schoute verhuisde in 1908 naar een groter pand in de Parkstraat en verschafte na een aantal jaren circa vijftien personen werk. De blikfabriek van Kriek betrok in 1919 een nieuw fabrieksgebouw aan het Vermaningspad te Krommenie. Dit bedrijf werd in 1931 omgezet in een naamloze vennootschap, de naam werd toen nv Blikfabriek Litho Zaanlandia v/h F.W. Kriek. Het bedrijf had in de jaren `30 circa 20 werknemers in dienst.

Als nieuw Zaans blikbedrijf werd in april 1931 aan de Oostzijde te Zaandam een bedrijf van Bloemendaal en Snaas (zie: Blikemba nv) opgericht, een vennootschap onder firma. Na meningsverschillen trad Bloemendaal uit het bedrijf. Zijn plaats werd ingenomen door W. van Kalsbeek. De naam van het bedrijf werd in 1941 omgezet in Snaas en Van Kalsbeek. Het bedrijf had in de jaren `30 tussen de 20 en 25 werknemers.

De Tweede Wereldoorlog verliep stroef voor de Zaanse blikbedrijven. Grondstoffen waren moeilijk of niet te krijgen. De elektriciteitstoelevering stagneerde en werknemers kwamen bij de Duitse Arbeitseinsaatz terecht. Bij de Verblifa werd in mei 1943 kort gestaakt als protest tegen de Duitse wreedheden. Als represaille werden twaalf werknemers gearresteerd. Vier van hen werden gefusilleerd, acht naar concentratiekampen getransporteerd. Zie: Tweede Wereldoorlog Wereldoorlog 3.

Na de bevrijding in 1945 kwam er een nieuwe periode van voorspoed voor de Zaanse blikindustrie. De Verblifa opende in 1946 een nieuwe fabriek in Doesburg. In 1950 had de Verblifa 2471 werknemers in dienst waarvan 1030 in Krommenie. Bij Zaanlandia werkten in 1950 45 arbeiders en in een door Zaanlandia en A. Timmers opgezette speelgoedfabriek Victoria 25 werknemers.

Snaas en Van Kalsbeek fuseerde in 1948 met Van der Wal te IJsselmuiden. Het nieuwe bedrijf N.V. Blikemba had na de fusie fabrieken te Zaandam en IJsselmuiden. met respectievelijk 40 en 30 werknemers. Het bedrijf te Zaandam groeide snel. In het midden van de jaren '50 werkten er circa 80 personen. Daar het bedrijf aan de Oostzijde geen verdere uitbreidingsmogelijkheden had en in de Zaanstreek geen industrieterrein beschikbaar was, volgde in 1956 verhuizing naar Hoorn. In 1970 Numans Blikfabrieken te Amsterdam het bedrijf over. De naam werd Numan-Blikemba nv. De firma Schoute verhuisde in 1948 naar Wormerveer, waar het bedrijf ongeveer 20 werknemers had. Aangezien het in de Zaanstreek moeilijk was voldoende geschikt personeel te vinden, werd het bedrijf in 1950 verplaatst naar Klazienaveen. In 1977 werd het opgeheven.

December 1964 werd bekend gemaakt dat de Verblifa was overgenomen door Thomassen & Drijver te Deventer. De vanaf 1912 door de Verblifa nagestreefde concentratie van de grote blikfabrieken in Nederland werd uiteindelijk door Thomassen & Drijver bereikt. December 1969 maakte Thomassen & Drijver het voornemen bekend de fabrieken te Krommenie te sluiten. Ondanks protesten volgde in oktober 1969 de sluiting van de Fabriek-Zuid en in december van datzelfde jaar de sluiting van de Fabriek-Noord.

Als enige Zaanse blikindustrie bleef Zaanlandia te Krommenie over. Na de concentratie van Thomassen & Drijver en Verblifa legde dit bedrijf zich toe op de vervaardiging van speciale bussen, want in de serie-productie zou Zaanlandia onmogelijk met Thomassen & Drijver-Verblifa kunnen concurreren. Bij Zaanlandia werkten in 1989 35 personen in Krommenie en 15 in Wehl.

Zie ook: Economische geschiedenis geschiedenis 3.7.1.

De bedrijven Verwer, Woud & Schaap, Schoute, Zaanlandia Blik, Verblifa (Verenigde Blikfabrieken) en Blikemba nv zijn apart vermeld (Schoute in het supplement). J. Kriek

  • blikindustrie.1480887445.txt.gz
  • Laatst gewijzigd: 2016/12/04 22:37
  • door zaanlander