boon2

Cacaofantasieproductenfabriek en oorspronkelijk cacao-, chocolade- en blauwselfabriek te Wormerveer, ontstaan in 1813. Grondlegger van het bedrijf was Jacob Willem Boon (Zie: Boon ondernemersgeslacht), die in mei 1813 op bescheiden schaal met molen De Boonakker cacaopoeder en blauwsel begon te malen. In later jaren dreef hij er handel in specerijen en verfwaren, blauwsel werd er nog in 1909 gefabriceerd.

W.J. Boon en Comp.

De Boonakker verbrandde in 1860. Jacob Willem Boon overleed in 1863 en werd opgevolgd door zijn zoon Willem Jacob Boon. In 1867 werd Pieter Ruyter Dz. als compagnon in de firma opgenomen. Willem Jacob Boon overleed in 1871, waarna Ruyter de zaken alleen voortzette onder de firmanaam W.J. Boon & Comp. Het handelsmerk werd de Ruiter.

De Schenker

In 1875 werd de schelpzandmolen De Schenker, binnendijks aan het Zuideinde, aangekocht. Een jaar later ging Boon over op het gebruik van stoomkracht. De Schenker werd in 1877 gesloopt; op zijn erf werden later de fabrieken van Boon gebouwd. Een nieuwe firmant trad in de persoon van Cornelis Jan Laan, schoonzoon van Ruyter, tot het bedrijf toe. Nadien kwamen meer leden van de familie Laan in het bedrijf: neef Jan Jacob Laan (1891-1967) in 1909, diens vader Cornelis Laan in 1915.

Brand

In 1907 kreeg Boon de jaren eerder aangevraagde goedkeuring tot het voeren van het Wapen van Koningin Emma. Bij de viering van het 150-jarig bestaan in 1963 werd het bedrijf het predicaat Koninklijke verleend. De jaren na de viering van het honderdjarig bestaan in 1913 onderging het bedrijf verscheidene uitbreidingen en verrezen de fabriekspanden de Ruiter, Promena, Trinidad, Venezuela en Bahia. Cornelis Jan Laan trad in 1916 uit en overleed dat jaar. In 1933 werden de panden de Ruiter, Promena en Bahia door brand verwoest. Trinidad, Venezuela en de zoetfabriek werden slechts met moeite gespaard.

Overname firma Pette

Nadat Boon in 1936 was gefuseerd met de n.v. Russische Caramelfabriek Promena en de firmanaam was veranderd in Promena Boon & Comp. nv, waarvan Jan Jacob Laan (1891-1967) en N. Dekker de directie voerden, werd in 1937 de firma Pette Hz., J overgenomen en verhuisde Boon naar de fabriekspanden van Pette aan de Marktstraat te Wormerveer. Naast het eigen merk bleef Boon een aantal jaren ook onder de naam Pette diverse artikelen leveren.

Nieuwe namen

Naam en juridische vorm veranderden in de daaropvolgende jaren;

  • 1942: comm. venn. Promena Boon & Comp.;
  • 1951: Promena Boon en Comp. nv (bij uittreden Dekker);
  • 1957: nv Cacao- en Chocoladefabrieken Boon.

Dat jaar werd H. Hissink, schoonzoon van Jan Jacob Laan, mede-directeur. In 1953 was ook J. Scheltema tot mede-directeur benoemd. Hij trad in 1981 af. Hissink legde in 1984 zijn directeursfunctie neer. Zijn zoon C.H. Hissink volgde hem op. Hij voerde in 1986 samen met F.T.G. Rees Vellinga de directie.

Koetjesrepen

De omzet van Boon heeft zich in de loop der jaren positief ontwikkeld. De bedrijfsfinanciering geschiedde uit eigen middelen en door derden. Geïnvesteerd is onder meer in productie- en verpakkingsmachines. In de loop der jaren veranderde de aard van de producten. Uiteindelijk kon Boon geen cacao- of chocoladefabriek meer worden genoemd; de belangrijkste producten waren in 1988 de cacaofantasieproducten, Koetjesrepen, chocolaatjes, boterhamkorrels, Engelse drop en dropstaafjes. Het bedrijf hield zich bezig met een combinatie van handel en fabricage. Economisch gezien richtte Boon zich op de zoetwarenmarkt; geografisch gezien op Nederland en België als thuismarkt, de EEG als tweede markt en de rest van de wereld als derde markt. Bij Boon werkten in 1990 ca. 75 personen.

Verkoop aan Klene Goedhart

In 1992 wordt het fabrieksterrein gekocht door de Firma Klene Goedhart en wordt de productie aan de Marktstraat beëindigd. In 1994 werd het complex aan een projectontwikkelaar verkocht die het geheel wilde slopen. Wegens de monumentale status werd een sloopvergunning echter geweigerd. In 2000 werd het geheel overgenomen door een woningcorporatie en in 2001 tot Rijksmonument verklaard. Vanaf 2002 werden de meeste gebouwen gesloopt, maar de twee monumentale gebouwen, cacaotoren en productiehal, werden gerestaureerd en er kwamen deels kantoren en deels appartementen in. Op het vrijgekomen terrein kwamen woningen en winkels.

Zie voorts: Cacao-industrie en chocolade-industrie.

  • boon2.txt
  • Laatst gewijzigd: 2017/05/13 18:02
  • door zaanlander