dagboeken

Vorm van autobiografie, waarin de schrijver regelmatig (dikwijls iedere dag) chronologisch noteert wat hij/zij heeft meegemaakt, denkt, voelt of overweegt. Dagboeken kunnen zeer van elkaar afwijken: sommige zijn strikt persoonlijk, andere zijn puur economisch of politiek.

Er zijn uit het Zaanse verleden enkele tientallen dagboeken en journaals bekend. Cultuurhistorisch kunnen deze van groot belang zijn, juist ook omdat zij inzicht geven in het gewone leven van gewone mensen. Het merendeel van de bekende Zaanse dagboeken berust in het Gemeente-archief van Zaanstad. Aangenomen mag worden dat er in werkelijkheid aanzienlijk meer zijn geschreven dan de bekend geworden dagboeken. Het dikwijls persoonlijke karakter van deze geschriften maakt het logisch dat ze of in de familie werden gehouden, of bij de dood van de dagboekschrijver werden vernietigd. Opmerkelijk is dat juist in tijden van spanning of oorlog veel mensen een dagboek bijhouden. Zo is een aantal Zaanse dagboeken uit de Franse tijd en uit de Tweede Wereldoorlog bekend.

Scheepsjournaals, in zeker opzicht ook als dagboeken te beschouwen, zijn helaas niet in de Zaanse archieven beland. Vermelding verdienen ook de in het verleden bijgehouden ijskronieken. De oudste bewaard gebleven Zaanse dagboeken stammen uit de 17e eeuw. Het meest waardevol daarvan is zonder twijfel het 'Nootysye Boeck' van Claes Arisz Caescoper (1650-1729). In het boek zijn niet alleen algemene dagelijkse gebeurtenissen vastgelegd, maar ook persoonlijke ervaringen. Daarnaast wordt het journaal als bron voor familie- en weeronderzoek gebruikt.

Twee andere 17e-eeuwse dagboeken zijn die van de Oostzaner Jan Sijmons Daalder en die van de Lutherse predikant Petri Beide dagboeken beperken zich over het algemeen tot mededelingen over doop, huwelijk en sterven. Petri schreef zijn notities zelfs tussen de doopinschrijvingen in het doopboek. Van belang zijn vooral Petri`s aantekeningen over het bezoek van Czaar Peter aan Zaandam (1697). Daalder (wiens dagboek berust in het Rijksarchief voor Noord-Holland te Haarlem) schreef slechts sporadisch over algemene politieke of economische gebeurtenissen.

Uit de 18e eeuw stamt het dagboek van De Westzaandamse peller P.J. Hoogeboom, het 'Journaal ofte Daghregister van de nobelste Geschiedenisse zetert het jaar 1713 tot en met hetjaar 1734'. Hij schreef vooral over sterfgevallen, branden en economische onderwerpen. In het Gemeente-archief Zaanstad bevindt zich een moderne transcriptie van dit journaal. Andere dagboeken uit de eerste helft van de 18e eeuw zijn de aantekeningen van de Westzaner Gerrit Jacobsz Nen over het jaar 1713, en de 'Kronyk` die de Oostzaandammer Cornelis Veen van 1740 tot 1749 bijhield.

Uit het laatste kwart van de 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw is een flink aantal dagboeken bekend. Voor de Zaanse geschiedschrijving belangrijk is 'Het dagverhaal van Aafje Gijsen 1773-1775' dat integraal in druk verscheen, toegelicht en voorzien van aantekeningen door Jacob Willem van Sante. Het boek (Wormerveer 1986) is een welkome bron voor genealogisch onderzoek en beschrijft in detail de dagelijkse bezigheden van een Zaanse koopmansfamilie.

Andere dagboeken uit deze periode (waarin de Patriottentijd en de Franse tijd vallen) zijn veel meer politiek gericht. Genoemd kunnen worden het dagboek van G. Honig over de periode 1796-1818 (berustend in het archief Honig in het Gemeente-archief Zaanstad), een dagboek dat wordt toegeschreven aan de Westzaandamse orgeltrapper Cornelis Cartensz Dekker (1741-1816), voorzien van aantekeningen door Ger Jan Onrust, gedeeltelijk -periode 1787-181 - gepubliceerd in 'Zuiderzeesteden' (Amsterdam 1985), het 'Journaal gehouden van 1795-1813' van Helena Jacobs Pergu, de aantekeningen van de Westzaandamse koopman Jan J. Musk over de periode 1773-1782, de aantekeningen van Cornelis Verheul over 1777-1780, de 'Kronyk' van de Krommenieër papierfabrikant Simon Bakker, waarin 'Aantekeninge van geboorte Trou en Stervgevallen in mijn Familie en van Eenige Goede Vriende. Benevens Merkwaardige Gebeurtenisse zoo van Vroegeren als Sedert mijn Leeftijd voorgevalle', het 'Journaal eener reis naar Alkmaar en verder in Noord-Holland, ter bezichtiging van de plaatsen alwaar het toneel des oorlogs was geweest' van Klaas Adriaansz Honig, en de 'Annotatiën 1779-1844' van Jan van Vleuten.

Deze dagboeken bevinden zich alle in het Gemeente-archief van Zaanstad. Een flink aantal dagboeken, vooral over familie en familie-ondernemingen, bevindt zich in het archief Honig, dat in het Gemeente-archief Zaanstad berust. In totaal staan veertien dagboekdelen in dit archief, geschreven door verschillende mannelijke familieleden. De dagboeken beslaan de periode 1837-1925.

Een curieus en persoonlijk dagboek is het 620 pagina's dikke geschrift van Lambertus Pieterszoon van Calcar (Koog), dat loopt van 1869 tot en met 1902. Van Calcar schreef zijn eigen levensverhaal en noteerde wereldgebeurtenissen (soms met krantenknipsels). Ook dit dagboek bevindt zich in het Gemeente-archief.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hield een groot aantal personen dagboekaantekeningen bij. Het oorlogsdagboek van de Oostzaanse mej. K. J. Kuiper bevindt zich in het Gemeente Archief Amsterdam. Andere dagboekenschrijvers waren A van Braam en C. Mol. Hun dagboeken zijn in familiebezit .

  • dagboeken.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/05/02 14:41
  • door 80.56.195.60