Omvangrijkste geloofsrichting in de Zaanstreek; reeds vroeg vertegenwoordigd. Het aannemen van het beroep dat Oostzaan, gecombineerd met Oostzaandam, in 1578 uitbracht op Bartel Jacobsz, tot predikant, is als het ware het begin van de hervormden in de Zaanstreek. Bartel Jacobsz, pastoor van Oostzaan en Oostzaandam zwoer in 1569 het Roomse geloof af, door op de Grote Sluis zijn eerste protestantse predikatie te houden en daarmee openlijk de nieuwe leer in calvinistische zin te belijden. Ook preekte hij bij de kerk in Westzaan. Na zijn vlucht voor de inquisitie naar Engeland keerde hij in 1578 terug, daar de katholieke kerk hier steeds meer aan invloed verloor.

Dat de beeldenstorm in de Zaanstreek niet heeft gewoed is voornamelijk aan het optreden van Bartel Jacobsz te danken. Ook in de overige Zaanse dorpen deed de leer van Calvijn haar intrede. In 1586 kreeg Westzaan een eigen predikant. Daarvoor hield de predikant van Assendelft al diensten in de kerk van Westzaan. Tijdens de Spaanse troebelen werden vele kerken en vooral kapellen verwoest; dit waren over het algemeen door katholieken gebouwde gebedshuizen die kort voor de verwoesting door de protestanten waren overgenomen. Na de afzwering van Philips II in 1581 werd de hervormde kerk de staatskerk. Zij die lid waren van deze kerk mochten ambten bekleden. Alles wat aan de katholieke eredienst herinnerde werd uit de kerken verwijderd.

In 1585 werd de hervormde gemeente van Oostzaandam zelfstandig; tot dan vormde zij met Oostzaan een gemeente. De inwoners van Westzaandam kerkten tot 1640 in de Oostzijderkerk. Naarmate de bevolking vermeerderde, ontstond er, mede uit naijver en door onthutsende kerktwisten, behoefte aan een eigen kerk. In 1637 werd vergunning verleend tot het bouwen van de Westzijderkerk, dit tot ongenoegen van Oostzaandam. Een gerechtelijke uitspraak bepaalde onder andere dat de kerkklok van Westzaandam pas na die van Oostzaandam zou mogen luiden. Op de plaats waar de Zaankanters in 1573 een schans tegen de Spanjaarden hadden opgeworpen werd de kerk, de Bullekerk gebouwd en op 25 september 1640 werd hij in gebruik genomen. Ondanks de scheiding groeide het aantal leden in beide gemeenten, zodat de Oostzijderkerk reeds in 1685 werd vergroot. Wat betreft de Westzijderkerk was dat al in 1672 en 1680 gebeurd.

Ook in andere Zaangemeenten groeide het ledental. Voordat Wormerveer in 1639 een eigen kerk kreeg, had men om de drie weken diensten gehouden in een schoollokaal. Daarnaast ging men wel naar de kerk in Krommenie. De NH kerk van Wormerveer werd in 1767 vergroot. De hervormden van Koog en Zaandijk behoorden bij de kerk van Westzaan. Daar het aantal leden groeide besloot Wormerveer in 1637 samen met Zaandijk een predikant te beroepen. Toen in Zaandijk in 1642 een nieuwe stenen kerk was gebouwd, daarvóór kerkte men in een houten kerk aan de Domineestuin, beriep men in 1654 een eigen predikant. In 1707 werd de kerk vergroot, in 1878 ging hij door brand verloren, waarna het huidige gebouw werd neergezet. Ook in Koog groeide het aantal hervormden, zodat besloten werd zelf een kerk te bouwen. Deze kwam in 1685 gereed en werd in 1824 vergroot. In 1920 werd het gebouw door brand deels verwoest, waarna herstel in oude stijl volgde. In Westzaan bouwde men een nieuwe hoge kruiskerk in 1740. In Krommeniedijk waar tot 1750 de bouwval van de middeleeuwse kerk had gestaan werd in 1755 een nieuwe kerk gebouwd.

Thans vormt Krommeniedijk samen met Krommenie één gemeente. De groei van de aanhang van de hervormden duurde tot in de 19e eeuw:

  • In Koog was in 1742 49% en in 1811 64% hervormd:
  • In Wormerveer in 1742 43% en in 1811 56%:
  • In Zaandam in 1742 62% en in 1811 64%;
  • In Zaandijk in 1742 66%l en in 1811 75%.

Tijdens de Bataafse Republiek werd bij akte van 23 maart 1799 de status van de hervormde kerk als bevoorrechte of heersende kerk opgeheven; met andere woorden: de kerk was van nu af aan geen staatskerk meer. Veel voorrechten werden haar ontnomen, onder andere werden de aan de kerk toebehorende landerijen, die veelal door schenkingen waren verkregen, geconfisqueerd. In het vervolg moesten. ook in de Zaanse dorpen, de lidmaten de traktementen voor de predikanten en het onderhoud der kerkgebouwen bekostigen, wat tot gevolg had dat de Zaanse kerkgemeenten in financiële nood kwamen. Na de Franse tijd werden de geconfisqueerde eigendommen niet teruggegeven. Voortaan werd door de overheid jaarlijks een (lage) schadeloosstelling gegeven van een paar honderd gulden per predikantsplaats. Dit bedrag is nooit verhoogd, ondanks de geldontwaarding. Deze regeling is in 1983 door de regering afgekocht.

In 1811 werden Oost- en Westzaandam samengevoegd tot de stad Zaandam. In 1843 wilde koning Willem II op voordracht van de minister voor de zaken van de hervormde eredienst ook de beide kerkelijke gemeenten samenvoegen. De vier predikanten zouden dan jaarlijks ieder een salaris van f 1000 ontvangen. Doordat de beide kerkeraden bezwaren hadden ging dit niet door. In 1866 was er weer sprake van eenwording. Pas in 1938 besloten beide kerkeraden met de grootste eenstemmigheid het classicaal bestuur te verzoeken deze combinatie tot stand te brengen. De nieuwe gemeente, De Nederduits Hervormde Gemeente, ontstond op 1 januari 1939, met vier predikanten waarvan één rechtzinnig was. Van vrijzinnige zijde werd hem toegestaan ook in de Westzijderkerk te preken, wat voordien niet mogelijk was. Na de Tweede Wereldoorlog werd voor alle hervormde gemeenten het woord Nederduits geschrapt.

Koning Willem 1 ontbond in 1816 het bestaande bestuur der kerk en legde de kerk een Algemeen Reglement op. Een aantal predikanten kon zich daarmee niet verenigen en scheidde zich in 1834 af van de Christelijk gereformeerde kerk aan de Herengracht. Sinds 1860 won het Modernisme veld. Protesten van hen die zich aan de oude belijdenisvoorschriften wilden houden vonden geen gehoor. Met name in Noord-Holland, dat overwegend vrijzinnig was, voelden vele rechtzinnigen zich tekort gedaan. Dit had een tweede afscheiding, bekend als de Doleantie (1886), tot gevolg. Hieruit ontstonden de gereformeerde kerken. Vele rechtzinnigen bleven, ook in de Zaanstreek, de hervormde kerk trouw. Zij stichtten evangelisaties binnen de hervormde kerk, onder andere te Koog/Zaandijk (Onder de Roeden), Oostzaan, Westzaan, Wormerveer en in Zaandam, waar een kapel aan de Botenmakersstraat werd gesticht, thans kerkgebouw van de Nederlands gereformeerde kerk.

In de jaren '60 'verrechtsten' de hervormde gemeenten in de Zaanstreek en werden de evangelisaties opgeheven. De evangelisatie van de gereformeerde bond aan de Zaanweg in Wormerveer bleef in stand. Ook in Zaandam is een afdeling van deze bond gevestigd. Op 15 mei 1946 sloten de gereformeerde kerken in hersteld verband, in 1926 voortgekomen uit de gereformeerde kerk, zich aan bij de hervormde kerk. Zo kwam de inmiddels gesloopte kerk aan het Hazepad, gebouwd in 1927, in het bezit van de hervormde gemeente. Doordat Zaandam zich uitbreidde werd in 1958 de Paaskerk aan het Burgemeester ter Laan-plantsoen in gebruik genomen. Door de toenemende onkerkelijkheid, vooral sinds de jaren '60, verminderde het aantal leden en daalden de inkomsten van de kerkelijke gemeenten. Het aantal predikantsplaatsen in de hervormde gemeenten van Zaandam verminderde in 25 jaar van vijf tot twee.

De hervormde gemeenten van Koog en Zaandijk vormden een nieuwe combinatie en stootten de Zaandijker kerk af, die uiteindelijk een woonfunctie kreeg, en gingen evenals Assendelft, Westzaan, Oostzaan en Wormerveer een samenwerkingsverband aan met de plaatselijke gereformeerde kerken. Lag het percentage hervormden in de Zaanstreek in 1811 erg hoog, in 1960 was het 14 % en in 1984 nog slechts 6 %.

G. van der Meij, hoofd van de Koningin Julianaschool van 1957 tot en met 1983.

De oudste kerk van de Zaanstreek en beschermd Rijksmonument, de NH Oostzijderkerk, werd gesloten voor de wekelijkse eredienst en ondermeer gebruikt voor concerten en bijeenkomsten. De niet veel verderop liggende Paaskerk werd in 2005 overgenomen door de Vrije Evangelische Gemeente. Inmiddels werkten de nederlands hervormden samen met onder andere de gereformeerden in het kader van de PKN. De gereformeerden die eerder noodgedwongen de Vinkenstraatkerk, Zuiderkerk, Het Lichtschip en de Stationsstraatkerk niet meer konden bekostigden vanwege de secularisatie, stelden daar de nog enige in bezit zijnde Noorderkerk voor open; de hervormden behielden de Westzijder Bullekerk ter gezamenlijke kerkgang.

In 2017 bleken ook de kosten van de twee godshuizen niet meer op te brengen en werd een discussie in gang gezet welke van de twee gebouwen in aanmerking komt voor een eventuele verkoop of misschien wel sloop. Onder het motto 'Samen naar één kerk' werd het jaar 2018 aangewend om een besluit te nemen in de afstoot van één van de vertrouwde gebouwen. Na de kerk 380 jaar in eigen bezit te hebben gehad werd rijksmonument de Westzijderkerk eind maart 2019 aan Stadsherstel Amsterdam overgedragen. Financieel wisten de 150 tot 200 kerkgangers de begroting niet meer sluitend te krijgen. Protestants Zaandam zette haar activiteiten voort in de Noorderkerk, een uit 1952 stammende wederopbouwkerk die als praktischer en comfortabeler meer aan de eisen van de krimpende gemeente voldeed.

Zie ook: Kerkgebouwen

Literatuur:

  • H. Janse, Stads en dorpskerken in Noord-Holland;
  • A. Loosjes, Beschrijving der Zaanlandsche dorpen;
  • Kerkelijk archief;
  • Zaandam 150 jaar stad;
  • Jacob Honig, Geschiedenis der Zaanlanden.
  • hervormden.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/04/29 20:48
  • door 80.56.195.60