popmuziek

Populaire muziek; strikt genomen valt onder de noemer 'pop' alle muziek die in enige mate populair is (geweest), maar meer in het algemeen wordt met popmuziek '“rock-'n-roll' aangeduid en elke muziekvorm die daar stilistisch op voortbouwt. Daarmee wordt een onderscheid geschapen tussen pop en Jazz, ofschoon de grenzen tussen beide muziekvormen in de praktijk soms nauwelijks zijn te trekken.

Algemeen

Rock-'n-roll ontstond in het midden van de jaren '50 in de Verenigde Staten toen blanke muzikanten (bijvoorbeeld Bill Haley en Elvis Presley) gekuiste en bravere interpretaties gingen spelen van bestaande nummers van zwarte groepen of solisten. Ook zwarte muzikanten (bijvoorbeeld Little Richard en Fats Domino) verwierven populariteit met deze muziek. Zodoende kwam een verbinding tot stand tussen blanke “'country and western' en zwarte 'rhythm and blues', tot dan twee eigen genres met eigen, raciaal gescheiden, markten. De muzieksoort verwierf vrijwel onmiddellijk een grote populariteit bij voornamelijk een jeugdig publiek. Van het begin af aan waren jongerencultuur en popmuziek nauw met elkaar verweven. Eveneens vrijwel onmiddellijk keerden groepen ouderen zich tegen de “'vulgariteit' van de muziek; pop kon mede daardoor uitgroeien tot 'verzetsmiddel' van de jeugd.

Een belangrijke impuls kreeg de popmuziek in de eerste helft van de jaren '60. toen Britse bands (bijvoorbeeld The Beatles en The Rolling Stones) met nieuwe interpretaties van de bronnen van de popmuziek kwamen. Aanvankelijk in Europa en later in de Verenigde Staten ontketenden zij een ware rage, die jarenlang de hitparades zou bepalen. Popmuziek (overigens een toen nog niet bestaande benaming, gesproken werd over 'beatmuziek') werd in deze periode steeds meer beïnvloed door de persoonlijkheid van de muzikant; teksten werden geëngageerder en meer literair (bijvoorbeeld Frank Zappa en Bob Dylan) en behandelden ook andere onderwerpen dan louter de liefde. De tweede helft van de jaren '60 bracht opnieuw vernieuwing, toen aan de westkust van de Verenigde Staten “'psychedelische' pop (ook wel aangeduid met “'underground') opgang maakte (bijvoorbeeld The Doors en The Velvet Underground). '“Psychedelica' is de verzamelnaam voor hallucinerende drugs, waaronder LSD. De psychedelische muziek probeerde mede hallucinatieve ervaringen in geluid te vertalen; optredens werden gekenmerkt door bijvoorbeeld lichtshows en vloeistof-achtergrondprojectie. Ook Britse bands (bijvoorbeeld The Beatles en Pink Floyd, welke band in zijn beginperiode overigens nog eens in De Bond te Zaandam optrad) lieten zich door de psychedelische pop beïnvloeden. Popmuziek werd in deze periode toenemend een uitingsmiddel van '“een generatie in verzet', verbonden met “'love-ins', anti-militarisme (Vietnam), drugs, lang haar, Oosterse oriëntatie, hippies. In deze periode vestigde zich overigens ook hard-rock (bijvoorbeeld Uriah Heep en Deep Purple) duurzaam als popmuziekvorm.

De eerste helft van de jaren '70 kenmerkte zich door betrekkelijke saaiheid. Nieuwe impulsen waren er weinig; country-rock, jazz-rock, blues-rock en de zogenaamde “ 'glitterrock' bepaalden de teneur; daarnaast kwam de “'disco' op, dikwijls gladde dansmuziek. De commercie, die al in de jaren '50 greep op de popmuziek had gekregen, werd steeds meer bepalend. Dit werd doorbroken in de tweede helft van de jaren '70 toen onder de noemers “'punk”' en “'new wave' dikwijls zeer jonge muzikanten voor vernieuwing zorgden. De dikwijls agressief aandoende muziek, met bewust simpel klinkende melodielijnen, beïnvloedde ook muziek in de jaren '80. Andere belangrijke invloed ging uit van de oorspronkelijk Jamaïcaanse “'reggae'. Een combinatie van new wave en reggae bracht eind jaren '70/begin jaren “80 de zogenoemde “'Two-tone-groepen' voort (Madness, Specials). De jaren '80 kenmerkten zich door een steeds snellere opeenvolging van stromingen, zoals recent “'house”' en “'rap'.

Zaanstreek

Een overzicht van Zaanse popmuziek is nauwelijks te geven. Jongerencultuur kenmerkte zich hier door het (op enige afstand) navolgen van internationale ontwikkelingen. Daarnaast zal de zogenoemde “'Nederpop' invloed hebben gehad. Een aantal Zaanse muzikanten/bands (dikwijls: toevallig uit de Zaanstreek voortkomend, of toevallig in de Zaanstreek neergestreken) steeg boven het niveau van lokale bekendheid uit en behaalde landelijk of internationaal succes. Genoemd kunnen worden: George Baker, The Dizzy Man's Band, Lucifer ( Margriet Eshuijs, Hennie Huisman), Rob Hoeke, Sue Chaloner, Roberto Jacketti and The Scooters, Donna Lynton. De Nederlandstalige popgroep De Dijk heeft een Zaanse voorgeschiedenis en er speelt een aantal Zaankanters in; optredens van deze band in de Zaanstreek waren eind jaren '80/begin jaren '90 haast folkloristische gebeurtenissen (zie ook hierachter).

Aparte vermelding verdient de grote groep bands uit Wormer. De punk kreeg in dit dorp vanaf de tweede helft van de jaren '70 grote navolging. Aan het begin van de jaren '80 speelden er meer dan dertig verschillende bands in dit dorp. Ongenoegen met de maatschappij was voor de muzikanten een belangrijke inspiratiebron. In eigen beheer werden in Wormer meer dan vijftig grammofoonplaten uitgegeven; een centrale plaats werd steeds ingenomen door de in het begin van de jaren '80 gekraakte “'Witte Villa' (zie ook hierachter). In de geschiedenis van de popmuziek in de Zaanstreek kan, voor zover bekend, alleen voor de punkbeweging in Wormer van continuïteit gesproken worden. Voor het overige kenmerkt popmuziek op lokaal niveau zich vooral door vluchtigheid: voor het merendeel onbekende bands bestonden enige tijd en verdwenen dan weer, dikwijls zelfs zonder ooit te hebben opgetreden. Vastlegging in geschrift heeft nooit plaatsgehad. Navolgende poging tot een overzicht van popmuziek in de Zaanstreek kan daardoor niet anders dan onvolledig zijn.

De Amerikaanse Rock-“'n-roll kreeg in de Zaanstreek al vroeg de eerste navolging. In 1960 speelde reeds een aantal bekendere bands in de Zaanstreek: Boy and his Rolling Kids (opgericht in 1958), The Rollers (1959) en Body and his Wildcats (1960). De namen van deze bands duiden op verwantschap met de Amerikaanse rock-'n-roll (met name met '“rockabilly'). Vanaf 1964 werden snel meer Zaanse (beat-)bands opgericht: The Baby Rockers en The Black Birds (”'64), Shameless, The Skunks, The Vibrations en The Teckels ('65), Salvo Titulo, Chester Card, The Marileens, Equipe Z ( '66). De band “'John Hatton and his Devotions”' brak door na een optreden in het NCRV-televisieprogramma “'Tienermagazine' in 1966. Terwijl plaatopnamen werden voorbereid en de band zich juist twee maanden had afgezonderd om te repeteren, viel de groep in juni 1966 uiteen toen twee bandleden werden opgeroepen voor militaire dienst. Grote bekendheid kreeg The Teckels. In juni 1966 won deze band het nationale beatconcours: Manifestatie Paspoort 66; honderd Zaanse fans trokken met de band mee naar de wedstrijd te Emmen; ook de Zaanse band The Jollies had de finale behaald. De fans van The Teckels hadden al eerder van zich doen spreken. Bij de luilakviering in de Lindeboom te Koog waren zij slaags geraakt met de politie. Furore in de Zaanstreek maakte in de jaren '60 voorts de band The Rocking Idolators.

In juni 1969 werd de “'Felix Cat Mauw/Wauw group' opgericht, een muziek/theatergroep, die niet alleen in de naam geïnspireerd werd door de Engelse Bonzo Dog Band. Felix Cat werd opgericht als huisband van jongerencentrum ”'t Kabelgat (zie: Jongeren-centra) en kreeg een grote schare Zaanse fans, overigens zonder dat een der bandleden ook maar een noot kon spelen. Na onder meer twee optredens in De Speeldoos werd de band in 1971 opgeheven. In 1978 volgde (nadat er in l974-'75 al reünie-concerten waren gehouden) de heroprichting. Naast theater ging nu ook muziek een belangrijkere rol spelen. Felix Cat Mauw/Wauw haalde in 1979 een plaats in de finale van Paradiso's Latente Talentenshow en een derde plaats op het Leids Cabaretfestival, maar trad desondanks nauwelijks buiten de Zaanstreek op. In 1983 werd het afscheidsconcert gegeven, op een reünie van 't Kabelgat. Trad Felix Cat Mauw/Wauw voornamelijk binnen de eigen streek op, in de periode dat deze band ontstond werd ook een aantal Zaanse groepen opgericht die (inter-)nationaal bekend werden, zoals George Baker Selection en Dizzy Mans Band ('69, zie: Supplement 1) en iets later Lucifer ('72). Eveneens omstreeks 1969 ontstond op het Michaël College een schoolbandje, dat zich enige jaren later Tenderfoot zou gaan noemen. De band speelde “'country-rock', was “'huisorkest' van een kerk te Krommenie en trad voorts met regelmaat op in de Randstad. In 1967, toen bandleden zelf muziek en (Nederlandstalige) teksten gingen schrijven werd Tenderfoot opgeheven. Een aantal Tenderfootleden kwam terug in de nieuw opgerichte rock-groep Stampei (aanvankelijk ook wel: Stampij), die met een saxofonist werd aangevuld (en later met een grotere blazerssectie). Stampei kreeg de vorm van een vereniging, met officiele statuten, waarin het uitdragen van Nederlandstalige muziek zonder winstoogmerk als doelstelling werd gekozen. In de teksten was de band duidelijk maatschappij-gericht, met nummers over sexuele taboes en tegen de bourgeoisie. Bij Bovema verscheen de single “'Blij dat het morgen maandag is', de band trad door heel Nederland op (in totaal 200 keer, onder andere in de Jaap Edenhal, het Vondelpark en tijdens een concert in Leiden met Doe Maar) en werd belicht op de radio in Vara`s Popkrant. Aangezien de steeds grotere populariteit van de band zich slecht verhield tot het statutair vastgestelde afzien van een winstoogmerk, viel de band begin jaren '80 uiteen. De vereniging Stampei werd in 1984 opgeheven. Leden van Stampei kwamen enige tijd later samen in De Dijk, die landelijk populair werd.

Omstreeks 1973 verhuisden de twee vaste leden van de Amsterdamse band Amphora naar de Zaanstreek. Deze band zou daarna nog zo'n zeven jaar actief blijven. Naast een groot aantal optredens in de Zaanstreek, trad de band op door het hele land (in totaal circa 300 keer) en was deze ook enige tijd de “huisband van de Melkweg te Amsterdam. De bezetting van Amphora veranderde met regelmaat. De basis werd steeds gevormd door de twee oorspronkelijk Amsterdamse leden. De muziekstijl laat zich evenmin eenvoudig beschrijven. Gezocht werd naar een soort universele 'folk', met veel oosterse muziek en ook bijvoorbeeld Spaans gitaarspel, Ierse volksmuziek en klassiek. Amphora speelde grotendeels akoestische muziek; veelvuldig werd gebruik gemaakt van Oosterse snaarinstrumenten en daarnaast al vroeg van synthesizers. De band bracht bij BASF de single “'Waiting for the sunshine' uit. In de eerste helft van de jaren '70 ontstond The Fat Eddy Band, die geruime tijd bleef bestaan en door het hele land veelvuldig optrad. Eind jaren '70 werd de band uitgebreid met de Zaanse zangeres Bernadette Kraakman, die later Nederland nog eens zou vertegenwoordigen op het Songfestival. The Fat Eddy Band speelde uiteindelijk funk à la Spargo, kreeg een platencontract bij Polydor en bracht in 1979 en 1981 singles uit. De verhoopte grote doorbraak kwam nooit tot stand.

In 1978 werd de rockband Vaudeville opgericht; de kern van de band werd sedertdien gevormd door gitarist/zanger Niek Grandiek en bassist Aad Correljé. De band was in de loop der jaren aan een aantal invloeden onderhevig, onder meer new wave, reggae, Amerikaanse rock en de laatste tijd rhythm and blues. De band trad sinds de oprichting ongeveer 200 keer op, door geheel Nederland. Vaudeville speelt eigen composities, in de overtuiging dat muziek niet in de eerste plaats handelswaar is.

Van grote invloed in de Zaanstreek werd de vernieuwingsgolf van de tweede helft van de jaren '70. Genoemd kunnen worden de dikwijls te zamen optredende (Assendelft, Wormer, Zaandam) bands The Spuds en The Gods (later The Heartbeat). Deze bands verkozen, na in de beginperiode wat vrijage met punk, new wave. De muziekstijl van The Gods lag na verloop van tijd zelfs dicht bij traditionele rock-'n-roll. De band moest de naam wijzigen (in 'The Heartbeat') toen bleek dat reeds een band met de naam The Gods bestond. Pogingen landelijk door te breken hadden geen succes. The Gods brachten één single uit. The Spuds was meer de vernieuwende band van de twee. Sterk georiënteerd op de muziekontwikkelingen in Engeland wisten The Spuds meermalen nieuwe ontwikkelingen vroeg in de Zaanstreek te introduceren. Hoogtepunt was bijvoorbeeld een ska-uitvoering van Mozart's Turkse Mars, lang voordat ska het gezicht van de hitparades bepaalde. In tegenstelling tot de meeste andere op dat moment actieve bands benaderden The Spuds het “'muzikant-zijn' met humor, waardoor de band soms niet begrepen werd. Doordat The Spuds steeds vooruitliepen op de in grote kring aanvaarde muziek beperkte hun populariteit zich tot een niet te grote groep vaste fans. The Spuds brachten in eigen beheer twee singles en een cassette uit en bestonden van 1979 tot 1982.

Wormer kwam eind jaren '70 sterk in de ban van de punk. Eind jaren '70/begin jaren '80 ontstonden er in dit dorp tientallen bandjes, bijvoorbeeld De Groeten, Virus (eerder: UBCF, United Belgian Chicken Fuckers), De Kift, Zowiso, De Zwembaden enzovoort. Bekendheid verwierven vooral The Svätsox en The Ex. De muziek van laatstgenoemde band wordt in de Nederlandse Popencyclopedie omschreven als “'anarcho-punkband'. De band werd medio 1979 opgericht en ontwikkelde zich tot '“…'s lands belangrijkste en invloedrijkste muzikale rebellenclub'. Eind 1982 werd “'Dignity of labour (Sucked Out Chucked Out)' uitgebracht, een doos met vier singles, geheel gewijd aan de opkomst en ondergang van de papierfabriek Van Gelder. Al dan niet te zamen met andere bands bracht The Ex een tiental grammofoonplaten uit. The Ex ontwikkelde zich muzikaal tot een band die zich kenmerkt door a-melodieus en zeer ritmisch gitaarwerk, en bovenal door zeer uitgesproken stellingname in de teksten. De muzikale vormgeving is ondergeschikt (danwel dienend) aan de boodschap. The Svätsox (inmiddels ter ziele) ontwikkelde zich daarentegen steeds meer de melodieuze kant op.

In augustus 1981 werd de Witte Villa (ooit behorend bij het papierbedrijf Van Gelder Zonen) door Wormer punks gekraakt. Dit gebouw ging fungeren als centrum van alle activiteiten. Vanuit de Witte Villa werd een oefenruimte (met apparatuur) te Wormerveer beheerd. De beschikbaarheid van deze ruimte, die tegen minimale kosten gebruikt kon worden, werkte zeer stimulerend in het ontstaan van nieuwe bands. De punkbeweging in Wormer kreeg contacten met soortgelijke bewegingen in binnen- en buitenland, hetgeen tot vruchtbare uitwisselingen leidde. De punkbeweging in Wormer was in grote meerderheid sterk 'links' georiënteerd. In de teksten van hun nummers gaven zij meermalen blijk van hun politieke engagement. Problemen met andere jongeren (die zich als “'geweten van de samenleving' opwierpen en daartoe gewapend met stokken en stenen ten strijde trokken) leken enige malen te escaleren, maar de Witte Villa werd niet prijs gegeven. In 1990 stelde de gemeente Wormer f 90.000 beschikbaar voor behoud van het pand; toen het gekraakt werd stond het nog op de sloopnominatie. De punkbeweging van Wormer bracht in een periode van een tiental jaren meer dan vijftig platen voort, alsmede tientallen posters, buttons en brochures. Hoogtepunt in de lokale samenwerking werd het uitbrengen van de langspeelplaat “'Oorwormer' in 1982. Op deze plaat werden nummers van dertien bands opgenomen, die te zamen goed inzicht gaven in wat er in die periode in het dorp speelde. De grammofoonplaten werden alle in eigen beheer en zonder winstoogmerk uitgebracht. The Ex speelde landelijk een voortrekkersrol in het ontstaan van 'independent labels'. Begin jaren '90 was nog steeds een groepje bands in Wormer actief, als nazaten van de punkers van de jaren '70.

Al opgericht aan het begin van de jaren '70, kwam in het begin van de jaren '80 de formatie Turf tot zijn grootste bloei. De band was ooit begonnen als instrumentale groep en speelde toen muziek à la Focus. Later kwam er zang bij en werd de muziekstijl ruiger. Namen die aan de muziek werden gegeven waren onder meer “'art rock', “'symphonische rock' en later ook 'new wave'. De bezetting van de band veranderde meermalen, tweede helft jaren '70 werd er een blazer toegevoegd. In 1981 verscheen bij Ariola de langspeelplaat “'Crime of passion', waar een gelijknamige single van werd getrokken. De band trad in die periode voor de tv op in Vara's Popkaravaan. Het verhoopte succes van de single bleef echter uit (het plaatje kwam in de top tien van de tipparade, maar de hitparade werd niet bereikt). Een tweede single, 'Sorento', werd alleen in België uitgebracht. Turf bleef bestaan tot 1984/ '85, daarna volgde de opheffing. De band trad tijdens zijn bestaan veelvuldig op, onder meer zes keer in Paradiso. In de eerste helft van de jaren '80 ontstond gelijktijdig een tweetal bands die zich kenmerkten door een grote bezetting met blazers: Bill Black and The Deckers en de A.D. Big Band. Ondanks ook enige concurrentiegevoelens waren de contacten tussen beide bands warm; enige malen werd gezamenlijk opgetreden. Bill Black and the Deckers speelde in een iets kleinere formatie en trad voornamelijk binnen de eigen streek op; de A.D. Big Band (uiteindelijk bestaand uit 17 man/vrouw) speelde, vooral dankzij populariteit in de studentenwereld, meermalen buiten de streek. Na het opheffen van de band in 1985 werd in eigen beheer nog een single uitgebracht (zie ook: Jazz). Overigens kan hier ook op muzikale verwantschap worden gewezen van beide bands met Roberto Jacketti and the Scooters, welke band in dezelfde periode landelijk een rage werd.

Gelijktijdig met en kort na Bill Black en de A.D. deed in de Zaanstreek de Ann Favery band (eerder: Silver Chain) van zich spreken. De band speelde melodieuze rock. In 1982 werd Duo de Drie Koeien opgericht (bestaande uit vijf personen), die “'zuivelpop' maakte. Tijdens optredens werd het theater-aspect als even belangrijk beschouwd als de muziek. Ex-leden van onder andere Turf en Felix Cat Mauw/Wauw kwamen in het midden van de jaren '80 samen in de formatie “'Gimme your daughter and Hands Off Boys'. Kwalitatief zeer hoogstaand in de jaren '80 was de muziek gespeeld door de band Lafitte, die werd geformeerd rond Nol Sicking. Ontstaan in het begin van de jaren '80 (voortgekomen uit Tabasco Brand), bracht de band de single “'Stick to that Lick' uit. Kort daarna veranderde de bezetting van Lafitte ingrijpend; de band ging nu bestaan uit piano/synthesizer, bas, drums en zang (Wies lngwersen) (1983). Later werd de band uitgebreid met gitaar en saxofoon; de sax verdween na enige tijd weer. Lafitte speelt popmuziek met duidelijke jazz-invloeden. De band nam deel aan 's lands belangrijkste “'pop-wedstrijd', De Grote Prijs, en haalde de halve finale, maar speelde ook op het North Sea Jazz-festival. In 1990 was de band bezig met opnamen voor een in '91 te verschijnen compact disc.

In de tweede helft van de jaren '80 werd de band Garfield populair in de Zaanstreek. De band haalde in december 1988 de finale (in Paradiso, Amsterdam) van de Grote Prijs van Nederland. Kort daarna viel de band uiteen, toen zanger Reniet Vrieze de overstap maakte naar de landelijke formatie The Pilgrims. Alt-saxofonist van Garfield Ben Herman (onder andere ex-A.D. Big Band en ex-Lafitte) speelde enige tijd als min of meer vaste gast bij deze formatie. Voorts speelde hij in de formatie Moonboots van stergitarist Eelco Prins. In 1987, tenslotte, begon op het Blaise Pascal College de schoolband First Edition, die in 1988 de Grote Prijs van Noord-Holland won, vier keer in Berlijn optrad en in het voorjaar van 1990 een langspeelplaat uitbracht. First Edition, met een nog jonge bezetting, speelt welluidende gitaar-rock. Lokale popcultuur is in belangrijke mate afhankelijk van de beschikbaarheid van podia. Naast de commercieel geëxploiteerde zalen werden vanaf het einde van de jaren '60 met name de Jongeren-centra van belang, zoals Het Kabelgat en nadien Drieluik (groepenpresentaties/Zaanse popmarathon). Belangrijke invloed ging voorts uit van muziekworkshops. Een grote groep later in Zaanse (of landelijke) bands terechtgekomen muzikanten leerde (mede) samenspelen bij de door Nol Sicking geleide workshops (zie ook: Muziek), terwijl voorts ex-Dizzy Man's Band-saxofonist Klaas Versteeg workshops organiseerde. Onder zijn leiding werden in de tweede helft van de jaren '80 de Soul-fanfare en de Blues Train uitgevoerd.

Jan Pieter Woudt

Bronnen: Jan Donkers, Popmuziek, in: Grote Winkler Prins Encyclopedie, achtste druk, Amsterdam 1982; Oor's eerste Nederlandse popencyclopedie, 7e editie, Amsterdam 1989; archief Dagblad voor de Zaanstreek De Typhoon.

  • popmuziek.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/05/10 10:14
  • door jan