haaldersbroek

De brug naar Haaldersbroek. Foto Chris Krijt

Buurtschap en straat aan de zuidkant van de Kalverpolder, waar de Poel overgaat in de Braaksloot, tegenover 't Kalf. De buurt was mogelijk reeds in de 13e eeuw bewoond. Van oorsprong maakte Haaldersbroek deel uit van de banne van Oostzanen, na 1795 hoorde de buurtschap bij Oostzaandam en later in 1811 bij Zaandam. Eén van de aanwijzingen die doet vermoeden dat Haaldersbroek al vroeg bestond is de laatmiddeleeuwse oorsprong van de naam. Haaldersbroek betekent broekland van de Haal. Broekland was moerassig land dat desondanks voor landbouw werd gebruikt.

De polder die in het verleden officieel Halerbroek of Kalverpolder heette was al vroeg ingedijkt. Vermoedelijk tot in de 17e eeuw was de polder, die door de inwoners van Haaldersbroek werd bewerkt, geschikt voor landbouw. Na de inpoldering van de Wijde Wormer in 1622 en de Enge Wormer in 1634 steeg het waterpeil in de Kalverpolder en werd akkerbouw er onmogelijk en veeteelt moeilijk. In de tweede helft van de 17e eeuw woonden er niet meer uitsluitend boeren in de buurtschap, er hadden zich ook molenknechten gevestigd. In de eerste vermelding wordt de buurtschap niet Haaldersbroek genoemd, maar 't Kalf. Pas vanaf de 18e eeuw werd de naam Haaldersbroek meer algemeen gebruikt, naast Oostzaandam aan 't Kalf en het Weiver.

De schrijfwijze van de naam Haaldersbroek was allerminst eenduidig, ook werden de namen Hollaerdsbroek, Haaler Broek en Haaldersbroec gebruikt. De eerste vermelding dateert uit 1440, toen pastoor Simon Laan van Oostzaan, op aandringen van zijn parochianen, toestemming vroeg om een kapel in 't Kalf te stichten. Volgens Dick Kerssens werd de vergunning verleend, maar is het niet zeker of de kapel ook werd gebouwd. Zowel Kerssens als publicist Aris van Braam, beiden verrichtten onderzoek naar de geschiedenis van de buurtschap, menen dat Haaldersbroek aanzienlijk ouder is dan met documenten aangetoond kan worden. Van Braam opperde zelfs de mogelijkheid dat Haaldersbroek de oudste bewoningskern van Zaandam is. Dat zou betekenen dat de Kalverpolder reeds in de 13e eeuw, en mogelijk nog eerder, bewoond was. Archeologisch bewijs hiervoor is nooit gevonden.

Haaldersbroek heeft altijd een geïsoleerde positie binnen de Zaanstreek gehad. Deze afzondering was min of meer zelf gekozen: tot 1928, toen het pad onderhoud door de bewoners aan de gemeente Zaandam werd overgedragen, stonden aan het begin van de buurt twee palen, met een onderlinge tussenafstand van slechts één meter. Bredere karren konden er dus niet door. Een andere reden voor het isolement van Haaldersbroek was, naast de excentrische ligging, het geloof. De inwoners van Haaldersbroek bleven tijdens en na de Reformatie en de Spaanse Tijd in meerderheid katholiek. Mede door de excentrische ligging konden zij hun godsdienst reeds vroeg in het openbaar belijden. Al omstreeks 1650-'55 predikte een eigen priester in een voormalig vleethuis in de buurtschap. Door de eigen priester nam de afhankelijkheid van Oostzaan gaandeweg af en oriënteerde Haaldersbroek zich economisch steeds meer op Koog en Zaandijk.

In de bevolkingsomvang van Haaldersbroek kwam in de loop der eeuwen weinig verandering. Rond 1630 woonden er naar schatting 175 mensen. in 1805 23 en in 1942 volgens een telling van Van Braam 236. Eind 1989 woonden er circa 125 mensen. In de 18e eeuw bestond de buurtschap uit drie paden: Haaldersbroek, Oosteinde en Westeinde. Daarvan zijn Haaldersbroek en het Oosteinde, nu de Haaldersbroekerdwarsstraat, over. De paden waren particulier bezit. Een deel van de Haaldersbroekerdwarsstraat is niet vrij toegankelijk. Nadat de Kalverpolder in de 17e eeuw minder geschikt voor het boerenbedrijf was geworden, kwamen er wijzigingen in de middelen van bestaan van de inwoners van de buurtschap. In de 17e eeuw was aan de Kalverringdijk een aantal molens gebouwd. Twee oliemolens, De Halve Maan en De Sint Lucas, vijf oliemolens en twee pelmolens bevonden zich in de directe nabijheid van het buurtschap. De molenarbeiders waren oorspronkelijk afkomstig uit Koog en Zaandijk en kwamen dagelijks met een roeibootje de Zaan over. Een aantal van hen kwam later in de buurtschap wonen waardoor het percentage protestanten onder de inwoners toenam.

Het economisch hoogtepunt voor Haaldersbroek was de 19e eeuw. Daarna nam het inwonertal van de buurtschap af, mede door de bouw van een katholieke kerk aan het Kalf. In 1942 werkte 53% van de beroepsbevolking in de industrie, in de voedings- en genotmiddelenindustrie 18%; 25% in het agrarisch bedrijf en 11% in handel en verkeer. Ondanks de verplaatsing van de kerk was de buurtschap overwegend katholiek gebleven: 47% van de bevolking. 15% was gereformeerd, 13% hervormd, 21% onkerkelijk en ook woonden er nog enige Luthersen en doopsgezinden in de buurtschap. Haaldersbroek is in de twintigste eeuw kleiner geworden, maar heeft haar authentieke karakter grotendeels behouden. De laatste jaren zijn er enige panden in stijl bijgebouwd. Ook de oude wegsloot is bewaard gebleven. Het isolement van de buurtschap is, met de aanleg van de Leeghwaterweg en de uitbreidingen van het Kalf, sterk verminderd. De procedure die tot aanwijzing van Haaldersbroek als beschermd dorpsgezicht moet leiden is in gang gezet, maar nog niet afgerond.

  • haaldersbroek.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/05/09 00:18
  • door jan