Katholieke politiek

Politiek op katholieke grondslag. In de Zaanstreek organiseerden katholieken zich politiek vanaf het einde van de 19e eeuw.

De katholieke politiek in de Zaanstreek stond, zeker vóór de Eerste Wereldoorlog, in het teken van emancipatie. De katholieken in de streek vormden een minderheid en behoorden bijna allen tot de groep van de minst welgestelden, met weinig ontwikkeling. In de periode vóór de invoering van het algemeen kiesrecht was er dan ook geen sprake van katholieke politiek. De meeste katholieken leefden beneden de voorgeschreven welstandsgrens en mochten daarom niet stemmen. Katholieke politieke organisaties ontbraken.

Het eerste katholieke gemeenteraadslid, de rijstfabrikant C.Th. Kamphuys, werd in 1885 gekozen als kandidaat voor de liberalen. In 1899 zou hij door de RK Kiesvereniging van Zaandam kandidaat worden gesteld en als raadslid en wethouder lange tijd werkzaam zijn. Dr. Schaepman hield in 1886 en 1887 enkele spreekbeurten in de streek, waarbij hij de Zaanse katholieken opriep tot politieke activiteiten het starten van een 'katholieke beweging'.

De Zaanse katholieken bleken daar echter nog niet rijp voor. Een in 1887 in Zaandam opgerichte RK kiesvereniging werd al spoedig opgeheven door gebrek aan leden en activiteiten. Pas na 1897 hadden nieuwe pogingen in Zaandam en Krommenie succes, mede door de nodige aansporingen van de geestelijkheid. Hier werden ook Zaanse afdelingen van de r.k. Volksbond opgericht. Deze ontwikkelingen hadden geen revolutionair karakter. De katholieken waren wars van maatschappelijke hervormingen, principieel tegen staking en voor vreedzaam overleg met de bazen,

Toen in 1914 de houtwerkersstaking losbarstte deed de katholieke houtwerkersbond St. Joseph aanvankelijk ook niet mee, maar trachtte deze met de werkgevers tot een akkoord te komen. Pas na halsstarrige weigering van deze laatsten sloten de katholieke arbeiders zich bij de staking aan. Het langzame bewustwordingsproces van de katholieke arbeiders, geïnspireerd door de pauselijke Sociale Encyclieken, had als uitgangspunt dat de sociale rechtvaardigheid door overleg en niet via klassenstrijd moest worden verkregen. Vóór alles ging het om een emancipatiestrijd. Een strijd met een defensief karakter.

Eigen bolwerk

De schoolstrijd, het opkomend socialisme, het antigodsdienstige anarchisme en in het algemeen een katholiek vijandige sfeer dwongen de katholieken in de Zaanstreek de rijen te sluiten. In het steeds roder wordende Zaanstreek betekende dat: de oprichting van een eigen bolwerk, een 'leger in slagorde', dat het erfgoed 'de katholieke zaak' moest beschermen. Daarbij was eenheid een noodzaak, want 'in onze eenheid ligt onze kracht'. De emancipatiestrijd van de Zaanse katholieken kenmerkte zich dan ook door een verstrengeling van geestelijke en materiële belangenbehartiging.

Dat hield onder andere in: het bestrijden van de anarchist Kloosterman, die zaterdags op de markt het katholieke geloof bespotte, het ageren tegen katholiek vijandige artikelen in het socialistische weekblad De Voorpost of tegen de scheldpartijen van SDAP'er Duijs, maar ook: geloofsverkondiging, verkiezingspropaganda en sociale vorming. Hiertoe werd in 1903 in Zaandam een r.k. propagandaclub St. Petrus opgericht. De in het defensief gedrongen katholieken organiseerden zich toenemend binnen de muren van het eigen kamp: in de RK Staatspartij, het Werkliedenverbond, de dagbladen De Tijd of De Maasbode, de KRO, het eigen Johannesziekenhuis, de katholieke harmonie, de woningbouwvereniging Leo XIII, de coöperatie De Voorzorg et cetera.

Deze emancipatiestrijd zou de Zaanse katholieke politiek tot aan de Tweede Wereldoorlog blijven kenmerken. Het waren vooral de katholieken die profiteerden van de invoering van het algemeen kiesrecht en later het vrouwenkiesrecht. In Zaandam kreeg de RK Staatspartij drie zetels, in Koog kwam de eerste katholiek in de gemeenteraad en ook elders werden zetels gewonnen. Er dreigde echter een scheiding, toen in 1923 door ontevreden katholieke arbeiders de Katholieke Volkspartij werd opgericht, die weldra ook in Zaandam een afdeling had. Bij de verkiezingen kreeg zij slechts 40 stemmen.

De RK Staatspartij, geschrokken van deze onmogelijk geachte aantasting van de eenheid, kende snel aan arbeidersvertegenwoordigers zogenoemde kwaliteitszetels toe. Daardoor kwam in 1927 de eerste katholieke arbeider, J. de Vries, in de Zaandamse gemeenteraad. De eenheid leek hersteld. Toen De Vries in 1931 niet opnieuw kandidaat werd gesteld, kwam hij met succes met een eigen lijst uit. Tegelijkertijd diende een nieuwe splinterpartij zich aan: de Katholieke Democratische Partij (KDP), die een vooruitstrevende, niet-socialistische politiek voor ogen stond.

Vijandige houding

Opnieuw sloten de katholieken de gelederen, waarbij soms een zeer vijandige houding tegen 'afvalligen' werd aangenomen. In 1935 had de RK Staatspartij in Zaandam weer drie leden in de gemeenteraad en haalde de KDP slechts 143 stemmen. Houthandelaar J.F.M.J. Kamphuys werd wethouder en bleef dat totdat hij in 1941 door de bezetter uit zijn ambt werd verwijderd. Na de oorlog zou hij worden opgevolgd door de arbeidersvertegenwoordigers Jacob Meulenkamp en Harry Esser. Na de omvorming van de RK Staatspartij tot een Katholieke Volkspartij (KVP) in december 1945, brokkelde het idee van de emancipatiestrijd langzaam maar zeker af. De katholieke politiek werd meer op basis van een programma gestoeld en in de uitvoering meer gericht op samenwerking met andere partijen en op de wederopbouw van het land.

De KVP nam deel aan de meeste colleges van b en w in de Zaanstreek en groeide gestaag mede door het grote kindertal in de katholieke gezinnen. In 1948 ontstond een splinterpartij van behoudende aard. Oud-minister Welter, die een afwijkende opvatting had ten aanzien van het Indonesië-beleid, richtte toen de Katholieke Nationale Partij Op, die in de Zaanstreek een zeer beperkte aanhang kreeg. Onder invloed van het Mandement (1954) werd deze partij opgeheven. De doorbraak-gedachte van de PvdA om de verzuiling te doorbreken en aanhang te verwerven onder confessionele arbeiders werd in de Zaanstreek geen succes, ook al werd provocerend een katholiek in de PvdA-fractie van de gemeenteraad van Zaandam opgenomen. Vooralsnog bleven de katholieken één kamp.

Maar de laatste, dramatische oproep van kardinaal De Jong om één te blijven en het Mandement konden op den duur niet tegen houden wat logisch moest komen. Het defensieve karakter van de emancipatiestrijd had na al die jaren, mede door de trotse toon en het triomfantelijk vertoon van de katholieke beweging, iets van zelfgenoegzaamheid verkregen en voor een meer offensief optreden plaatsgemaakt. Twee feiten luidden in feite het einde van de emancipatiestrijd in, namelijk het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-1965) dat de vensters van het bolwerk naar de buitenwereld opende en de Nacht van Schmelzer, waarin de KVP het kabinet Cals naar huis stuurde.

Veel Zaanse KVP-ers werden door dit landelijke beleid in grote verlegenheid gebracht. Zij moesten op lokaal niveau een beleid verdedigen waar zij niet achter stonden. Voor een aantal was dit aanleiding tot herbezinning op de persoonlijke politieke keuze. In 1968 werd de Politieke Partij Radicalen (PPR) opgericht, die zich, aanvankelijk sterk godsdienstig geïnspireerd, vooral richtte op de katholieke en christelijke arbeiders. Het progressieve programma en het verfrissende elan spraken vele katholieken aanvankelijk aan. Al spoedig werd in Zaandam een afdeling opgericht, waarvan het KVP-Statenlid, tevens voorzitter van de plaatselijke Katholieke Arbeiders Beweging KAB, Evert Clijnk, lid werd.

Tegen de verdrukking in

De KVP-fractie in de Zaandamse gemeenteraad, die tegen de verdrukking in naar 5 zetels was gegroeid, liet tijdens de algemene beschouwingen van 1966 al weten, de KVP te zien als een volkspartij in het centrum van de politiek, dat het predicaat katholiek niet langer behoefde. In 1969 trad de gehele fractie uit de partij, omdat fractieleden zich niet langer konden verenigen met het beleid van de partij die zij jaren hadden gediend. De fractie bleef haar zittingsperiode als onafhankelijke groepering uitzitten. Drie van de leden, onder wie wethouder Harry Esser traden toe tot de PPR. Fractievoorzitter D. Reumer en raadslid F. Engel werden partijloos.

Deze politieke daad bracht in de streek en in het land veel beroering, waarbij voor- en tegenstanders zich duidelijk lieten horen. Geen van de KVP-raadsleden in overige gemeenten volgde het Zaandamse voorbeeld. Bij de verkiezingen in 1970 werd in de Zaandamse gemeenteraad een gezamenlijke lijst ingediend van KVP, AR en CHU. Fractievoorzitter werd de heer S. Dijkman. Vele jaren later zou hij als lid van de Tweede Kamer voor het CDA behoren tot de zogenoemde loyalisten en het door hem gewraakte voorbeeld van zijn voorganger in de Zaandamse gemeenteraad volgen. Harry Esser kwam voor de PPR terug in de gemeenteraad. maar werd niet herkozen als wethouder. Dat gebeurde 4 jaar later wel.

In Zaandijk was, in afwachting van de samenvoeging van de Zaanse gemeenten, de KVP-wethouder Etman waarnemend burgemeester geworden. Hij had jarenlang gestreden voor een katholieke school voor voortgezet onderwijs. In 1950 volgden daar nog slechts tien katholieke jongeren een middelbare schoolopleiding, dat zouden er vele honderden worden. Op het moment dat de voorbereidingen voor het gebouw in de Kalverpolder waren begonnen, werd in de Provinciale Staten een motie van zijn partijgenoot Evert Clijnk, aangenomen om de Kalverpolder onbebouwd te laten, waardoor de bouw van het St-Michaëlcollege aanzienlijk werd vertraagd. De katholieke zaak als hoogste prioriteit in de katholieke politiek van de Zaanstreek had afgedaan. De school zelf en haar plaats in een onaangetaste polder symboliseren het einde van dit emancipatieproces. Zie voorts: Christen Democratisch Appel .

D. Reumer

  • katholieke.txt
  • Laatst gewijzigd: 2018/04/04 19:23
  • door zaanlander