Naar rooms-katholieke opvatting is de kerk de door Christus ingestelde noodzakelijke maatschappij, die alle gedoopten groepeert onder de leiding van de wettige (kerkelijke) gezagsdragers, in het bijzonder de Paus van Rome. De kerk heeft tot doel de gelovigen behulpzaam te zijn in hun streven naar hun bovennatuurlijke eindbestemming en beschikt daartoe over een drievoudige macht, te weten wijdingsmacht, rechtsmacht (de eigenlijke maatschappelijke macht) en leergezag. Met dit laatste wordt de bevoegdheid bedoeld om de waarheden die tot de openbaring behoren of daarmee verband houden te bepalen, te verklaren en te verkondigen. Krachtens goddelijk geachte instelling is de kerk met deze opvatting monarchistisch ingericht: de hoogste macht behoort toe aan de Paus van Rome en aan het algemeen concilie.

De organisatie kent, onder behoud van een strikte hiërarchie, decentralisatie. De kardinalen zijn aangesteld tot hoofden van de bestuurslichamen van de kerk. Voorts kent men voor grote gebieden aartsbisschoppen en voor de 'provincies' binnen zulke gebieden bisschoppen die aan het hoofd van de kerkelijke organisatie binnen hun regio staan. De bisdommen zijn op hun beurt verdeeld in parochies, geleid door pastoors en kapelaans. Een aantal parochies kan bestuurlijk zijn samengevoegd tot decanaat, waarbij meestal een van de pastoors tot deken (belast met het toezicht) is benoemd. In deze hiërarchische structuur leiden, om het zo maar te zeggen, alle wegen naar Rome. Daarnaast heeft de r.k. kerk van oudsher ter uitvoering en versterking van de maatschappelijke macht kloosters gesticht, waarvan de toegetredenen zich niet alleen aan contemplatie en studie wijdden, maar vaak ook aan sociale zorg. In de vroegere samenleving hadden de kloostergemeenschappen dikwijls ook een economische betekenis. In het kader van deze encyclopedie wordt noch ingegaan op de geloofsinhoud of -beleving, noch op de r.k. liturgie (het geheel van voorgeschreven gebeden, ceremonieën en handelingen, die te zamen de erediensten uitmaken).

Vergeleken bij protestantse diensten kennen die van de r.k. kerk een uitgebreider, kleuriger ritueel. Tot betrekkelijk kort geleden werd bij (een deel van) deze diensten het latijn gebruikt. Het rooms-katholicisme was zeer lang de enige christelijke geloofsrichting. Pas door de 16e-eeuwse reformatie kwam hierin verandering. De wortels van de r.k. kerk reiken hierdoor aanzienlijk verder terug dan die van welk ander kerkgenootschap ook. Algemeen wordt aangenomen dat een bescheiden eerste kerstening van de lage landen al vóór de Volksverhuizing (tussen omstreeks 400 en 700) plaats had, maar dat het christendom deze Volksverhuizing nauwelijks heeft overleefd. Door de steun van de toenmalige Frankische machthebbers maakte de christianisering pas omstreeks 700 vorderingen, zij het dan voornamelijk beneden de grote rivieren. Ten noorden van de rivieren bleef de (schaarse) bevolking toen nog haast zonder uitzondering 'heidens', dat wil zeggen dat men hier de germaanse natuur- en vruchtbaarheidscultus bleef volgen. De missionering kwam op gang door Angelsaksische monniken, met als eerste de bisschop Wilfried die in het jaar 678 op een reis vanuit Engeland naar Rome door tegenwind op de Friese kust werd gedreven en hier gedurende één winter het christendom predikte. In 690 waren het Willibrord, Suidbertus, Ewald en andere Angelsaksische monniken die de germanen in de delta bereisden.

Willibrord vestigde zijn zetel in Utrecht, maar vond een wijkplaats in Echternach tegen de voortdurende aanvallen van de Friezen (die het hele westelijke deel van het huidige Nederland beheersten, tot in Vlaanderen toe). Doordat kerkelijke en wereldlijke macht in de middeleeuwen dooreen liepen en/of samenvielen, zijn in de vroege geschiedenis van westelijk Nederland het bisdom Utrecht en zeker ook de abdij van Echternach belangrijk geweest in verband met grondbezit en de daar uitgeoefende invloed. Bonifatius, als medewerker van Willibrord, verkondigde het christendom aan de Friezen van 719 tot 722, veel later, nadat hij het in Duitsland tot aartsbisschop van Mainz had gebracht, werd hij bij Dokkum door de germanen vermoord (754). Het heeft daarna nog honderden jaren geduurd alvorens de invloed van het christendom dusdanig was dat de sporen van de eerdere natuurgodendienst goeddeels waren verdwenen; zoals bekend leven in onze huidige samenleving echter nog steeds enkele folkloristische gebruiken die op de germaanse belevingswereld kunnen worden teruggevoerd.

Het rooms-katholicisme heeft na de reformatie in ons land zeer veel aan betekenis ingeboet. Katholieken werden vervolgd, hun kerkdiensten waren langere tijd verboden, de gereformeerde (hervormde) kerk was enkele eeuwen achtereen staatskerk. Desondanks bleven, aanvankelijk in het verborgene, de rooms-katholieken bijeenkomen. Pas in de 19e eeuw nam hun aantal in het westen van het land weer toe en werden, ook in de Zaanstreek, nieuwe kerken gebouwd. Ook de politieke invloed groeide in die tijd, een invloed die zowel in de landspolitiek als (vooral in het zuiden van ons land) op lokaal niveau tot op heden belangrijk moet worden geacht. Door een aantal oorzaken heeft het katholicisme na de Tweede Wereldoorlog echter zoveel van haar aantrekkingskracht verloren dat zowel het kerkbezoek als het aantal kerkelijk aangeslotenen sterk zijn teruggelopen.

Zaanstreek

Van de Zaanse bevolking is in 1990 naar schatting niet meer dan een kleine twintig procent katholiek. De streek telt negen parochies, die te zamen een decanaat vormen binnen het bisdom Haarlem. Het eigen decanaat is pas aan het einde van de jaren '50 ingesteld, daarvóór behoorden de parochies van Assendelft, Krommenie en Wormerveer bij het decanaat Beverwijk en de overige Zaanse parochies bij het decanaat Purmerend.

Tot voor kort was de Zaanse r.k. bevolking in allerlei maatschappelijke en andere organisaties afzonderlijk gebundeld; evenals elders waren er bijvoorbeeld r.k gezondheidsinstellingen (kruisvereniging, ziekenhuis), bejaardencentra, werkgevers- en werknemersorganisaties, sportclubs, ontspanningsverenigingen enz. Geleidelijk is het aantal specifieke rooms-katholieke instellingen echter afgenomen; in 1990 kent eigenlijk alleen het r.k. onderwijs een duidelijke, afzonderlijke organisatie. De oudste sporen van het christendom in de Zaanstreek komen voor in Assendelft, Oostzaan en Wormer. Het best aantoonbaar is de vroege vestiging van een parochie in Assendelft, ongetwijfeld als 'dochter' van de Velser moederkerk. In het jaar 695 zijn volgelingen van St. Benedictus met Willibrord meegekomen om ook in de schaars bevolkte Zaanse landouwen het evangelie te prediken. In het jaar 800 was er in Oostzaan een klein klooster gevestigd met zeven vermoedelijk benedictijner monniken, die later naar Amsterdam vertrokken. In 858 is dit klooster, dat toen onder leiding stond van de prior Meinardus, verbrand. Naar verluidt snelden meer dan honderd omwonenden toe om bij het blussingswerk te helpen. Er bestond in Oostzaan al vroeg een parochiekerk, de St. Catharinaparochie. De bewoners van Oostzaandam en 't Kalf gingen voor hun kerkelijke plichten naar Oostzaan, tot vanuit de St. Catharinaparochie afzonderlijke kapellen bij de oever van de Zaan waren gesticht (Oostzaandam kreeg in 1407 een eerste kapel, 't Kalf volgde in 1441). Eveneens vanuit de parochie te Oostzaan moet de kerk in Zaanden zijn gesticht, de nederzetting aan het IJ en de latere Voorzaan die in 1155 door Drechter Friezen is verwoest. In 1578 kwam de laatste pastoor van Oostzaan, Bartel Jacobsz. Bart, naar Oostzaandam, waar hij vervolgens een afwijkende leer verkondigde. De Oostzaanse parochie is kort na de reformatie verloren gegaan, sindsdien was het aantal rooms-katholieken in dit dorp voortdurend opvallend klein (in 1947 nog geen 2,5%, vergelijk de hierna vermelde percentages).

Wat betreft Assendelft is door de historicus Landsman verondersteld dat er mogelijk al vóór het jaar 800 een kapel heeft gestaan. Met meer zekerheid kan het jaar 1063 worden genoemd, in een brief van de bisschop van Utrecht is toen het recht van de abdij van Egmond erkend op de helft van de kerk of kapel te 'Ascmannedilf'. Bij een opgraving in 1983 is de fundering van dit kerkgebouw in de Assendelver polder teruggevonden. In 1410 is deze kerk of kapel verlaten en werd een nieuwe kerk gebouwd ter plaatse van de huidige ned. herv. kerk. Dit moet de kerk zijn geweest die door J. Saenredam in 1596 op een gravure is vastgelegd. In laatstgenoemd jaar was deze kerk overigens al 14 jaar in gebruik bij de gereformeerden (hervormden), dit tengevolge van de reformatie. Toen dit gebouw nog werd gebruikt voor de r.k. diensten, was het een patronaatskerk, eigendom van de graaf of abt van Egmond, die hieruit alle inkomsten trok en de parochie-geestelijken aanstelde. In de Spaanse tijd had Assendelft als enige dorp in de Zaanstreek, een Spaanse bezetting, die de katholieken uiteraard zeer welgezind was. Hieraan kan het worden toegeschreven dat de r.k. gemeenschap (de St. Odulphus-parochie) ook nadien aanzienlijk groter is gebleven dan in de andere Zaanse dorpen. Ter vergelijking: bij de volkstelling in 1960 was het percentage katholieken in Assendelft 47,5 en in de gehele Zaanstreek 21,9%.

Toen de eerste St. Odulphus-kerk door de gereformeerden was overgenomen, maakten de katholieken in het dorp gebruik van verschillende schuilkerkjes. Pas in 1835 is een nieuwe r.k. kerk (een zogenoemde 'waterstaatskerk') gebouwd. Aangezien de meeste katholieken inmiddels noordelijker in het dorp woonden verrees deze waterstaatskerk op de kruising van de Dorpsstraat en de Communicatieweg. Het gebouw was echter slecht geconstrueerd en was na enkele tientallen jaren al bouwvallig. De huidige St. Odulphus-kerk is in 1888 geconsacreerd. In 1893 werd in het verbouwde voormalige katholieke weeshuis een zusterhuis ingericht voor de zusters van de Congregatie Jezus, Maria en Jozef; dit klooster zou tot 1954 in Assendelft gehandhaafd blijven. Waar in dit artikel sprake is van r.k. parochies moet worden vermeld dat deze aanduiding feitelijk onjuist is voor de periode van omstreeks 1570 tot 1853. Vóór de hervorming werd van parochies gesproken, daarna werden de r.k. geloofsgemeenschappen aangeduid als 'staties'. Nadat in 1853 de bisschoppelijke hiërarchie was hersteld werd weer de aanduiding parochie gebruikt.

In Wormer werden in het jaar 1063 'tienden' aan de abdij van Egmond afgedragen, zodat kan worden aangenomen dat er toen al een kleine kerk of kapel is geweest. Uit oude gegevens van de parochie blijkt voorts dat deze zeer uitgestrekt was en bijvoorbeeld ook Jisp en Neck omvatte. In 1416 is Neck ondergebracht bij de parochie Purmerend, terwijl Philips van Bourgondië in 1438 Jisp een eigen parochiekerk toestond. De beschermheilige van de Wormer parochiekerk was - en bleef- de H. Maria Magdalena. Bij de beeldenstorm bleef de kerk van Wormer niet geheel vrij van schade. Tijdens de woelige 16e-eeuwse hervorming gaf de in 1541 benoemde pastoor Maarten Donk (1505-1593) krachtdadig leiding aan de Wormer katholieken. Niettemin kregen de gereformeerden (hervormden) en doopsgezinden (wederdopers) de overhand, de gereformeerden legden in 1578 beslag op de dorpskerk, die uit de eerste helft van de 15e eeuw dateerde (gesloopt in 1807).

In de jaren dat het belijden van het r.k. geloof niet was toegestaan is in Wormer gebruik gemaakt van een houten schuilkerk, die in 1668 door onder meer pastoor Schouten is gekocht en daarna zelfs nog tot 1869 als kerkgebouw dienst deed. In dat jaar is de huidige Maria Magdalena-kerk geconsacreerd. Tevoren (waarschijnlijk vanaf 1795) was de 'statie' overigens tientallen jaren niet meer zelfstandig geweest; pas bij het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 kreeg Wormer weer een eigen parochie. Het kerkgebouw is in 1929 vergroot. In de gemeente Wormer is het aantal rooms-katholieken in verhouding tot de andere Zaanse dorpen steeds vrij groot gebleven. In 1920 bedroeg het ongeveer 30 %; alleen Assendelft had toen een hoger percentage.

Krommenie had, volgens een handschrift van Guy de Chatillon uit 1396, al vroeg een kapel. De parochie schijnt te zijn voortgekomen uit die van Westzaan. Later werden de pastoors door de abt van Egmond aangesteld en voorgedragen aan de ambtsdiaken van Utrecht. Omstreeks 1450 werd als pastoor Cyriacus genoemd. Tijdens de hervorming is de parochie geheel verloren gegaan, als laatste pastoor werd 'heer Gerrit' vermeld. Ongeveer in 1612 ontstond een 'statie' Krommenie-Krommeniedijk (H. Nicolaasstatie), met als eerste pastoor Gratianus Cornelisz., van 1612 tot 1626. Door afsplitsing van de Jansenisten ontstond in het dorp vervolgens de oud-katholieke parochie van de H. Nicolaas en gingen de rooms-katholieken kerken in Krommeniedijk onder de naam statie St. Petrus Banden. In 1853 is deze statie weer overgeplaatst naar Krommenie (Zuiderhoofdstraat). Pastoor was toen Josephus Hendriks. Op deze manier werd de parochie Krommenie weer in eer hersteld. In 1955 is aan de Snuiverstraat een nieuw kerkgebouw van deze St. Petrus parochie geconsacreerd.
Krommenie kende een opmerkelijke toename van rooms-katholieken. Bedroeg hun percentage in 1845 nog geen 14, bij de volkstelling in 1960 was dit meer dan verdubbeld, namelijk tot 31,4 %.

Van Jisp is eerder vermeld dat dit dorp in 1438 een eigen parochiekerk kreeg (St. Petrus-parochie). Tijdens de hervorming, bij de beeldenstorm, is het kerkgebouw verloren gegaan. In 1633 is de St. Petrus-statie onder pastoor Jacob Rosent hersteld, maar honderd jaar later volgde de samenvoeging met Wormer (1732), waar de Jispers vervolgens kerkten. Sindsdien is het aantal rooms-katholieken in Jisp klein gebleven. In 1960 was 13,2% van de bevolking r.k. (totale Zaanstreek toen 21,9%).

Ook Westzaan vormde lang geleden een afzonderlijke parochie, gewijd aan St. Joris. Het jaar van ontstaan is niet bekend, maar zal ruim vóór 1494 hebben gelegen, toen Jan Gerritsz. Pastoor in Westzaan was. In de Middel moet bovendien nog een kapel hebben (nu oud-katholieke) gestaan. De H. Nicolaas-parochie in Krommenie is naar verluidt vanuit Westzaan gesticht.

Omdat daar al aan het eind van de 14e een kapel bestond, moet de Westzaanse parochie dus ouder geweest zijn. Mogelijk is er zelfs een verband met de eerder vanuit Oostzaan gestichte kapel of kerk in Zaanden, dat in 1155 geheel is verwoest. Hoe dit zij, de katholieke parochie van Westzaan is tijdens de hervorming geheel teloor gegaan. Verwonderlijk is dat niet, het dorp heeft als geen ander van de Spaanse furie geleden. Het r.k. bevolkingsdeel bleef sindsdien klein, het beliep bij de volkstelling van 1960 7,7 %, iets meer dan een derde van het toen voor de hele Zaanstreek geldende percentage.

Wormerveer kreeg in 1504 een kapel, gewijd aan H. Maria Geboorte, onder pastoor Alfert Jacobsz. van Westzaan. In 1574 werd het dorp praktisch geheel door de Spanjaarden vernietigd. In 1650 kwamen de katholieken bijeen in een pakhuis van Pieter Klaasz. Koerlach, waarna een splitsing volgde. De Jansenisten stichtten een eigen oud katholiek kerkje aan de Zaanweg (gesloopt in 1907) en de rooms katholieken in Wormerveer gingen in Wormer kerken. In 1794 was de r.k. gemeenschap echter weer zo sterk dat een eigen statie 'Onze Lieve Vrouw Geboorte' tot stand kon komen, onder pastoor H.E. Brouwer. In 1853 werd dit een zelfstandige parochie. Het aantal katholieken nam toe, vooral na 1910. In 1911 was hun aantal 704, in 1938 was dat toegenomen tot 1687 en 25 jaar later telde Wormerveer 3211 r..k inwoners, bijna 27%. In 1914 werd begonnen met de bouw van een nieuwe parochiekerk Onze Lieve Vrouw Geboorte, ontworpen door architect Jan Stuyt.

Zaandam

Hiervoor is al vermeld dat de parochies in Oostzaandam en 't Kalf vanuit Oostzaan zijn gesticht, resp in 1411 en in 1440 of direct daarna. Alvorens deze parochies te behandelen moet er op gewezen worden dat ook in Westzaandam achtereenvolgens twee kleine schuilkerken van rooms-katholieken in gebruik zijn geweest. Doordat zoals zal blijken - na de reformatie de mogelijkheid tot geloofsbelijding in Oostzaandam ontbrak werden de Westzaandamse schuilkerken ook door de Oostzaandammers bezocht. De eerste is in 1650 gebouwd in de Molenbuurt, vlak bij het Ruyterveer. Toen deze schuilkerk te klein werd, is in 1695 aan het Papenpad een kerk (eveneens een schuilkerk) gebouwd, de huidige oud-katholieke kerk aldaar.

De daar in 1700 benoemde pastoor Johannes Rijssen bekeerde zich echter direct tot het Jansenisme. Dit bracht een scheuring teweeg in de Zaandamse katholieke gemeenschap. Het heeft tot 1731 geduurd alvorens de Staten van Holland de kerk aan het Papenpad toewezen aan de 200 Jansenisten (oud-katholieken), de 800 Zaandamse rooms-katholieken kerkten vervolgens lange tijd aan 't Kalf.

Het is opmerkelijk dat sindsdien aan de westkant van de Zaan te Zaandam nooit meer een katholieke statie of parochie is ontstaan. In Oostzaandam was de behoefte aan een kapel al kort na de aanleg van de Dam gegroeid. Door deze afsluiting van de Zaan nam namelijk het aantal bewoners in de omgeving (vooral in Oostzaandam) toe. In 1407 werd begonnen met de bouw van zo'n kapel op een 4 meter hoge terp naast de huidige Wilhelminasluis, op de plaats waar nu de ned. herv. Oostzijderkerk staat. De St. Catharina-parochie van Oostzaan verleende hiertoe graag toestemming aangezien alle inkomsten aan haar ten goede kwamen. De kapel kwam in 1411 gereed en werd gewijd aan de H. Maria Magdalena, de eerste kapelaan was Pieter Rembrantz. Enkele jaren later (1419) werden de rechten van deze kapel al uitgebreid tot vrijwel alle bedieningen, dit in verband met verdere bevolkingstoename. In 1449 werd verlof gegeven de kapel aanzienlijk te vergroten. Na een tien jaar durende verbouwing ontstond een grote en fraaie kapel (1460). De pastoor van Oostzaan, Johannes Petri, willigde alle verzoeken tot uitbreiding van de rechten in. De Maria Magdalenaparochie kreeg het recht van elke Oostzaandamse hofstede de huispenning te heffen, ontving schutgeld van de sluizen en een deel van de visserij opbrengst. Voor de ingang van de kapel werd een toren met twee zware klokken gebouwd. In 1515 is een fraai en groot beeld van de H. Maria Magdalena in een nis aan de buitenkant van de toren geplaatst.

Bij de beeldenstorm (1566) is de kapel geplunderd, een jaar later werd hij verwoest door een brand die waarschijnlijk was veroorzaakt door onachtzaamheid van Staatse soldaten. In 1578, nadat weer een klein kerkje op dezelfde plaats was ingericht, kwam de laatste pastoor van Oostzaan, Bartel Jacobsz Bart, naar Oostzaandam. Hier predikte hij de protestantse leer. Van de ene dag op de andere werd de Oostzijderkerk hierdoor van een rooms-katholiek tot een protestants godshuis. Oostzaandam was verloren voor de katholieke kerk. Van 1578 tot 1630 waren de katholieken van Zaandam verstoken van alle geestelijke hulp, doordat zij tengevolge van de reformatie ook uit hun kapel aan 't Kalf waren verjaagd. Pas omstreeks 1630 kwamen priesters in het geheim de Oostzijde bezoeken. Pater Francis las af en toe de mis op een afgelegen pad aan 't Kalf. Voor de Oost- en Westzaandammers die dichter bij de Dam woonden kwam 25 jaar achtereen eens in de vier tot zes weken een assistent van de Oude Kerk te Amsterdam de mis lezen. Hij werd, meestal 's nachts, in het geheim per schuit heen en weer gebracht.

Het aantal katholieken in Zaandam nam desondanks toe. Uit Oostzaandam ging men vervolgens kerken op 't Kalf, of in Westzaandam waar, van 1650 tot 1700 (feitelijk tot 1731, na een verwarrende periode) achtereenvolgens van twee schuilkerken is gebruik gemaakt. Pas in 1784 werd aan de katholieken van Zaandam, die al die tijd onderdak hadden gevonden bij de parochie aan 't Kalf, toestemming gegeven een eigen kerk aan de Oostzijde te bouwen en een eigen priester te benoemen. De nieuwe parochie werd toegewijd aan St. Bonifatius. Alvorens een nieuwe kerk gereedkwam is nog ongeveer een jaar gekerkt in een pakhuis van Casper Schoute. De eerste pastoor van de St. Bonifatius-parochie was Everardus van der Aa, die met een versierde boeier feestelijk werd opgehaald uit Graft-De Rijp. In 1838 zijn de houten wanden van de eerste kerk door stenen muren vervangen. In 1872 vestigden zich vijf zusters van de Orde van Jezus, Maria en Jozef in Zaandam ter verzorging van wezen en het geven van lessen aan de naai- en kleuterschool. In 1898 werd Johannes Zwart tot pastoor benoemd, die de opdracht kreeg de vervallen kerk te vervangen door een nieuwe en grotere kerk. Hiertoe werd onder meer een deel van de Bloemgracht gedempt. De nieuwe kerk, de huidige St. Bonifatiuskerk aan de Oostzijde, is op 28 mei 1900 door de bisschop van Haarlem ingewijd. Pastoor Zwart bleef zeer lang in Zaandam en maakte zich zeer verdienstelijk, onder meer door de oprichting van het St. Janziekenhuis.

In 1958 werd een tweede kerk (een noodkerk) aan de Wilgenstraat in oostelijk Zaandam gesticht. In de toen nieuwe wijk Poelenburg werd een parochie gesticht onder bescherming van de H. Maria (Onze Lieve Vrouwe-parochie). In 1960 werd hier pastoor van der Zalm benoemd tot bouwpastoor van een parochiekerk aan de Martin Luther King weg. In Kogerveld ontstond de St. Jozefparochie, waarvoor aan de Veldbloemenweg de Jozefkerk en (na de stadsuitbreiding in Hoornseveld/Peldersveld) in de Pinasstraat de Pax Christi-kapel is gebouwd.

't Kalf is, met Haaldersbroek, eigenlijk onafgebroken een overwegend door rooms-katholieken bewoonde buurtschap gebleven, nadat hier de parochie van de H. Maria Magdalena was gesticht. De pastoor van deze parochie, Simon Laan, verzocht in 1441, 'sittende wijdt van de Oostzaner kercke' een kapel te mogen bouwen. Na de reformatie zijn de katholieken van 't Kalf vervolgd en uit hun kapel verjaagd. Er werd gekerkt in de huiskamer van een der parochianen. In 1644 werd het huis van Griet Goris aan 't Kalf verzegeld omdat de 'Paapsgezinden' er hun diensten hielden. De katholieken kochten daarop een buiten gebruik gesteld vleethuis en verbouwden dit tot bedehuis.

Bij de behandeling van Oost- en Westzaandam is al vermeld dat ten tijde van de vervolging der katholieken ook vele Zaandammers aan 't Kalf gingen kerken. Hetzelfde gold zeer lang voor de r.k. inwoners van Koog aan de Zaan en Zaandijk. In 1730 werd - mede door deze toeloop van elders - besloten een nieuwe en grotere kerk te bouwen aan het Haaldersbroek. Het was de eerste katholieke kerk die na de reformatie werd gebouwd en er is lang gebruik van gemaakt. Pas in 1885 is een nieuwe kerk aan 't Kalf aanbesteed, ontworpen door de architecten Magry en Snickers. Deze kerk (de huidige) is ingewijd in 1887.
De rooms-katholieken van Koog aan de Zaan en Zaandijk kregen in 1931 een eigen parochie, voordien kerkten zij elders ('t Kalf, Wormerveer). Aan de Boschjesstraat, werd de parochiekerk van de H.H. Martelaren van Gorcum gebouwd, de eerste pastoor was P. Simons.
Zie ook Katholieke politiek.

Klaas Woudt (met dank aan G. Bart en D. Kerssens).

Literatuur

  • Dr. D.P. Blok, De Franken in Nederland, Haarlem 1979;
  • G. Oosterbaan, De Kerk in het midden, Krommenie 1979;
  • J.Th.P. Helmerhorst, 100 jaar kerk, 1000 jaar parochie St. Odulphus, Assendelft 1989;
  • In dankbaar herdenken 1668-1929, Maria Magdalena-parochie Wormer, 1929;
  • C. Mol, Uit de geschiedenis van Wormer, Amsterdam, 1980;
  • G. Visser, Krommenie, 1960;
  • Jur van der Laan, Geschiedenis van de kerken in de parochie Onze Lieve Vrouwe Geboorte te Wormerveer, 1990;
  • D. Kerssens, Van vleethuis tot parochiekerk, de geschiedenis van de parochie der H. Maria Magdalena te Zaandam, 't Kalf, 1987.
  • rooms.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/11/14 22:28
  • door stormworm1950