De eerste voetbalclub in de Zaanstreek ontstond in september 1896 onder de naam Hellas in Zaandam. Vlak daarna volgde UNI, ook een Zaandamse club in datzelfde jaar voetblaverenigin “Wormerveer” in het noordelijk deel van de Zaanstreek. In 1900 gingen de drie clubs op in één vereniging en zo ontstond de Zaandamse Voetbal Vereniging: ZVV.

Terugkerend probleem voor de beginnende verenigingen was het verkrijgen van een veld en eenplek waar men zich fatsoenlijk kon omkleden. Soms bracht een café uitkomst. ZVV kon bijvoorbeeld het Bonkieshuis aan de Haven gebruiken. Het spel vereiste voorgeschreven kleding: een shirt, een verkorte broek en kousen en een 'lap' oftewel een gekleurd petje op het hoofd. Het meest problematisch waren de voetbaschoenen

Ook in andere plaatsen in de Zaanstreek ontstonden clubjes, die echter niet allemaal officieel werden aangemeld. Zo ontstond in Wormerveer in 1898 een clubje onder de naam De Bal, later veranderd in Wilhelmina en nog later met andere jongens uit de Zaanstreek gefuseerd tot Transvaal. Ook jongens uit het arbeidersmilieu gingen zich nu met het spel bezighouden. Door gebrek aan geld werd door hen als bal vaak een met touw omwikkelde prop papier gebruikt. Bij de werkende jongens ontstond gaandeweg ook de behoefte een echte vereniging te vormen, maar ook voor hen was de speelplaats een probleem.

In Zaandam was er een mogelijkheid bij het zogenoemde Blauwe Zand. Dit gebied had, evenals andere terreinen in de streek, die naam gekregen doordat er bij de afgraving van het Noordzeekanaal blauw kleizand was opgeworpen. Het Blauwe Zand lag in de buurt waar later Bruynzeel zijn bedrijven zou vestigen. Ook de Burcht was een geliefde plek en daar zou de in 1904 opgerichte club Sport gaan spelen. De club Tonido speelde hier eveneens en men besloot om samen te gaan. Zo ontstond in 1904 ZVV Sport.

De club moest vaak verhuizen en speelde ook achter de Krugerstraat, op het Eiland in de Voorzaan en later aan de Westzanerdijk. In 1910 werd men in de westelijke klasse ingedeeld met het in Hoorn spelende Sport. Daarom werd de naam gewijzigd in Zaandamse Football Club (ZFC). Ook in Wormerveer ontstonden diverse verenigingen zoals WVV, Sparta, Olympia, Transvaal en KVV, deze laatste niet te verwarren met de Krommenieër Voetbal Vereniging KVV.

Deze verenigingen moesten in de beginperiode naar Wormer om hun partijtjes te spelen. Een aantal van deze clubjes ging in november 1907 op in de Wormerveerse Football Club WFC. In 1902 werd in hotel Suisse in Zaandam, als onderdeel van de NVB, de Noordhollandse Voetbalbond (NHVB) opgericht. Los van de NVB ontstonden regionale bonden, die wedstrijden organiseerden. Dat kwam dat voor veel clubjes de kosten die aan het bondslidmaatschap verbonden waren niet was op te brengen.

1.1 Zaanlandse Voetbalbond

Zo kwam er een Zaanlandse Voetbalbond. De NHVB was ook niet voor elke vereniging toegankelijk en daarnaast waren de reglementen streng met boetes bij overtredingen. De lokale bonden kenden deze belemmeringen niet. Om deze redenen speelde een vereniging als ZFC aanvankelijk bij de Amsterdamse Volksvoetbalbond en trad deze pas in 1907 tot de NHVB toe. In datzelfde jaar zou de Zaanlandse Bond in de NVB opgaan. In Koog aan de Zaan waren ook diverse clubjes ontstaan, die moeilijkheden als het verkrijgen van een speelveld en financiering het hoofd moesten bieden.

Een ervan was Samenspel Doet Overwinnen (SDO), die in 1910 met een aantal andere clubjes verder ging. Dat leidde in 1911 tot de oprichting van de Koogse Football Club KFC. De Kogers speelden aanvankelijk aan het eind van de Bosjesstraat, later aan de Museumlaan en aan de Sportstraat. Ook KFC begon in de ZVB en kwam via de NHVB in 1918 in de NVB terecht. In de loop der tijd waren zo op verschillende plaatsen in de streek clubjes ontstaan, die later door samenvoegingen tot grotere verenigingen zouden uitgroeien.

Het spel werd populairder en het aantal beoefenaren nam toe. In meerdere wijken ontstonden clubs die in wedstrijden tegen elkaar uitkwamen. Zo werd in Westzaandam in 1912 in de Parkstraatbuurt SVK (de voorloper van Zaanlandia) opgericht. Achttien jongens uit het arbeidersmilieu konden op een grindveldje gaan spelen. Sommigen moesten daarvoor hun lidmaatschap van de duivenvereniging opzeggen, omdat ze uit financieel oogpunt niet van twee verenigingen lid konden zijn. Na een fusie met Door Volhouden Overwinnen (DVO) ontstond een grotere club en moest men naar een ander veld uitzien.

1.2 Zaanlandia

Het bij deze jongens favoriete terrein op het Blauwe Zand werd echter aan HBS-scholieren toegekend. Later kon men daar toch terecht door de opheffing van Tot Ons Genoegen (TOG), waardoor een veld beschikbaar kwam. Door deelname aan de competitie van de NHVB werd de naam noodgedwongen veranderd in zvv Zaanlandia. Als clubgebouw en kleedruimte fungeerde de lunchroom van Tromp aan het Rustenburg. Dat betekende echter wel dat men 1,5 kilometer van clubhuis naar het veld diende af te leggen. Door de goede resultaten promoveerde Zaanlandia naar de NVB. In deze bond werden hogere eisen aan het veld gesteld en men verhuisde van Zaandam-West naar Oost, waar de club een veld bij de Kopermolenstraat kreeg.

In de Zuid van Assendelft poogde een groepje jongeren in 1909 een voetbalclub op te richten. Zij begonnen op een veldje waar een weg overheen liep. Als er een kar voorbij kwam, werd er even met voetballen gestopt. Het ging beter na de ingebruikname van een veld op (ook al) 't Blauwe Zand bij Buitenhuizen. Daar werd de club Olympia opgericht. Als kleedruimte fungeerde café Pleyt. In Assendelft werd in die tijd niet in competitieverband gespeeld. Men streefde dit echter wel na en in 1912 fuseerden de meeste kleine clubjes uit het dorp tot vv Assendelft.

In 1914 verhuisde men van het terrein aan 't Blauwe Zand naar een veld aan de Veenpolderdijk. De vereniging telde toen 32 leden. Door de mobilisatie tijdens de Eerste Wereldoorlog kende Assendelft een grote toeloop van nieuwe leden. Hier gelegerde soldaten wilden de voetbalsport beoefenen tegen de verveling. De mobilisatie had ook tot gevolg dat slechts een noodcompetitie (zonder promotie en/of degradatie) werd gespeeld.

1.3 Vijftien cent

Eind 1915 was de voetbalsport tot in de gehele Zaanstreek doorgedrongen. De opgerichte clubs waren zo groot dat meerdere elftallen gevormd konden worden. Een aantal initiatiefnemers was deel gaan uitmaken van de besturen van de verenigingen. Steeds meer jongeren, maar ook ouderen als toeschouwers, raakten bij het spel betrokken. De financiën speelden nog steeds een belangrijke rol. Bij sommige clubs was de contributie van vijf naar vijftien cent per week gestegen, hoewel de meeste jeugdleden vijf cent bleven betalen.

Was het voetbalspel aanvankelijk vooral een bezigheid van de jongelui uit 'betere kringen', rond 1915 was het een 'volkssport' geworden, waarvan de sociale waarden alom werden erkend. Een enkele keer verrichtte een burgemeester de aftrap. De regels van het spel ontwikkelden zich en er kwamen betere leiding en begeleiding. Tijdens het spel zelf werd de leiding aan een scheidsrechter overgelaten en voor de organisatie gingen bondsregels gelden.

De Zaandamse arts J. W. de Goeje bekommerde zich om de ontwikkeling van het spel. Hij voelde zich bij het voetbal in het algemeen, en bij ZVV in het bijzonder, goed thuis. Hij kwam in contact met de Haagse notaris Kips en de Arnhemse notaris Engelberts. Met zijn drieën speelden zij een belangrijke rol bij de oprichting van de Federation International de Football Association (FIFA). Voetbal was tot 1915 een met name in het westen van het land beoefende sport. Na 1915 speelde men ook competitie in het zuiden en in 1916 zou het noorden volgen.

Wellicht als gevolg van de mobilisatie bleef het verenigingsleven zich gunstig ontwikkelen. Kleinere verenigingen sloten zich aaneen om sterker te worden. Zo werd in september 1915 in Wormerveer QSC opgericht. Deze club ontstond door een fusie van de clubs Quick en Sparta, die hun terrein hadden aan het Wormerlaantje in Wormer. In 1922 ging QSC over naar het veld achter het NS-station Wormerveer, waar tot aan de fusie met WFC in 2003 werd gespeeld.

De vereniging kocht de velden in 1926 voor het bedrag van 12.000 gulden waarvoor een hypotheek bij de Nederlands Hervormde gemeente van Krommenie werd afgesloten. De laatste aflossing vond plaats in 1939. Aanvankelijk speelden jongens van verschillende geloofsovertuigingen bij dezelfde verenigingen. Daar de voetbalsport echter steeds populairder werd, zagen kerkelijke leiders in deze tijden van verzuiling echter een mogelijkheid om hun jonge kerkleden in eigen verenigingen onder te brengen, ter versterking van de kerkelijke binding.

2.1 Hercules

Zo werd in 1916 in Zaandam een katholieke voetbalclub opgericht onder de naam Hercules. De club vond een terrein aan de Nieuwe Zeehaven. In verband met de oorlog hadden de bewoners van Zaandam echter grond nodig om groenten en aardappelen te verbouwen en moest de club in 1917 dit terrein verlaten. Hercules week uit naar een veld achter aan de Schoolmeesterstraat in Zaandam-Oost. Men voetbalde in de NHVB waar meerdere clubs onder die naam bestonden. Naamswijziging bleek noodzakelijk en de naam werd veranderd in r.k. Voetbal Vereniging Zaandam VVZ.

In 1919 kon men met moeite de club in stand houden, omdat er weer gedwongen verhuisd moest worden en men terugkeerde naar de Nieuwe Zeehaven. VVZ verliet in 1920 de NHVB om in de inmiddels in Haarlem opgerichte Diocesane Haarlemse Voetbalbond (DHVB, een katholieke voetbalbond) te kunnen gaan spelen. Hier ontmoette VVZ alleen katholieke tegenstanders. Volgens kapelaan N. Ammerlaan, de geestelijk adviseur van VVZ, leidde dat tot een hechtere vriendschap.

In Wormerveer was al eerder SDE als rooms-katholieke voetbalvereniging opgericht. Deze vereniging kampte met terreinproblemen. Men voetbalde in Wormer, Wormerveer en Krommenie achter de r.k. kerk. De leden van deze club hebben later een rol gespeeld bij de oprichting van andere verenigingen, zoals GVO en Saenden. Naast verenigingsorganisatie op grond van geloofsovertuiging ontstonden er ook clubs uit gevoel van buurtverwantschap.

2.2 Krommenie

In augustus 1917 ontstond KVV, opgericht door Krommenieërs die in Krommeniedijk bij KFC en in Wormerveer bij WFC, QSC of Hercules voetbalden. Zij wilden graag een echte plaatselijke voetbalclub. Het eerste veld was aan het Blok. Door zelfwerkzaamheid van de leden ontstond hier voetbalcomplex.

In Zaandijk ontstond in april 1917 in de huiskamer van café Gambrinus de vereniging Ondanks Tegenspoed Opgericht. Men startte op een veld in het Koger Bosje in Koog in samenwerking met gymnastiekvereniging Simson. Deze samenwerking kwam snel ten einde en men week uit naar Zaandijk waar met behulp van familie J. Honig een veld aan het Verlanenpad achter de Beeldentuin werd gevonden. De naam van de vereniging veranderde al snel in vv Zaandijk. De vereniging werd sterk en speelde in de NHVB en later de NVB. Hierdoor ontstonden wel veldproblemen en men week uit naar het terrein van boer Krijt achter diens boerderij Het Fortuin tussen Zaandijk en Westzaan.

In Oostzaan werd er in de Kerkbuurt reeds vanaf 1907 gevoetbald. Toen in dat jaar de Zaansche Voetbal Bond werd opgericht ging men onder de naam Unie als club aan de wedstrijden deelnemen. De noodzakelijke contributie kon door de meeste leden echter niet worden opgebracht en dit zorgde, samen met terreinperikelen, voor de teloorgang van deze vereniging. Een aantal leden vond onderdak bij diverse clubs in Zaandam.

OSV

Verschillende pogingen om in Oostzaan in verenigingsverband te voetballen werden nog wel ondernomen, maar hadden pas in 1919 succes. In dat jaar werd de Oostzaanse Sport Vereniging (OSV) opgericht. Men speelde op een terrein op het Kerkplein, aan De Haal bij het NS-station, in de Noorder IJ-polder en aan het Zuideinde. Ook hier was het noodzakelijk dat de spelers zich moesten omkleden in een café ('t Gemeentehuis), dat ongeveer een kilometer van het veld verwijderd was. Men ging spelen in de NHVB.

In Zaandam in de Zuiddijkbuurt ontstonden Door Volhouden Overwinnen DVO en Samenspel Doet Overwinnen SDO, eerst onder de naam Meeuwen en later Zilvermeeuwen. SDO was sterk aan de Zuiddijk gebonden. Een Dijker te zijn, gold als een plus. De oprichtingsvergadering vond plaats in maart 1920. Men speelde competitie in de NHVB en begon op het Blauwe Zand, later verhuisde de club via het Lange Land aan de Westzanerdijk naar het veld achter de Krugerstraat, dat gold als een echt eigen nest van de Dijkers.

Ook in de buurtschap 't Kalf in Zaandam bestond een sterk gemeenschapsgevoel. Mede hierdoor werd in juli 1921 in het buurtgebouw Ons Aller Belang Racing Club Zaandam RCZ opgericht. Er was echter al eerder door groepjes jongens gevoetbald op een zandvlakte ('t Zand) tegenover de Noorderbrug. De leden van RCZ verkleedden zich in een tentje. De bezoekers mochten van het buurthuis gebruik maken. Het terrein aan 't Zand werd al snel voor woningbouw bestemd (de Boerejonkerstraat en omgeving). De vereniging huurde vervolgens een stuk weiland van de familie Out. Voor de noodzakelijke egalisatie werd cacao-afval aangebracht. Spoedig werd er ook een kleedgelegenheid gerealiseerd.

Westzaan

Ook in Westzaan kwam de voetbalsport in de belangstelling. Door de lintstructuur van het dorp en het gegroeide verschil in mentaliteit tussen de Noord en de Zuid ontstonden hier twee verenigingen. In de Noord ging de Westzaanse Racing Club (WRC) voetballen op een stuk grond achter hotel De Prins, terwijl in de Zuid vv Westzaan ging spelen op een weiland aan het Zuideinde. WRC bleek geen bloeiende vereniging. Ondanks een heroprichting onder de naam WRC-TOG in 1926, door bemoeienis van het hoofd van de Noorderschool J .W. Keemink, werd de club in 1946 opgeheven. VV Westzaan ontwikkelde zich voorspoedig en zou al snel in hogere klassen gaan voetballen.

Evenals in Zaandam in 1916 zag de rooms katholieke geestelijkheid in Krommenie en Wormerveer de mogelijkheid om de kerkbinding te versterken door het oprichten van een voetbalclub. In maart 1924 werd KSV opgericht, waarvan de naam later gewijzigd werd in Gestaag Volhouden Overwint (GVO). Een groot aantal leden was afkomstig van de eerder opgerichte vereniging SDE. Het hoofdveld van GVO lag achter de kerk, aan de overkant van de sloot. Een zelfgemaakte brug maakte de verbinding mogelijk. De kleedkamers bevonden zich in een schuurtje van schoenhandel G. Groot. GVO begon in de DHVB te Haarlem en promoveerde in 1929 naar de Rooms Katholieke Federatie (RKF).

Vanwege de frisse rode kleur van de dakpannen werd de Havenbuurt in Zaandam ook wel het Rode Dorp genoemd. Ook hier ontstond belangstelling voor het voetbal. In mei 1930 werd Zaanse Boys opgericht. De leden waren voor het grootste deel afkomstig van het eerder ontstane DES, later Wit Zwart genoemd. Het eerste terrein lag op het Blauwe Zand. Men verkleedde zich in café Plessius op een kilometer afstand. Later werd gespeeld op velden aan de Schiethaven, de Ringweg, het Weerpad en de Vijfhoek. De vereniging ontwikkelde zich tot een echte buurtclub.

In de jaren twintig ontstonden in Wormer (naast de verenigingen uit andere plaatsen, maar met hun terrein in het dorp zoals WFC en QSC) ook andere jongensclubjes zoals DJK, VVW, Oostend, Jisp en Knollendammerstraat. De gemeente stelde een veld beschikbaar ter hoogte van de kruiskerk. Van Gelder Papier schonk doelpalen. 's Avonds na werktijd werd er volop gevoetbald. Bij het ontbreken van een echte leren bal speelde men soms met een exemplaar van papier. Op 23 mei 1930 ontstond de Rooms Katholieke Wormer Sport Vereniging (RKWSV). Volgens de statuten mochten leden uitsluitend katholiek en van goed godsdienstig en geestelijk gedrag zijn. Het voetbalspel mocht niet voor twaalf uur op zondag aanvangen om schennis van de zondagsheiliging te voorkomen. Men ging voetballen in de DHVB.

Op zaterdag

In Zaandam richtte in 1930 een groepje protestantse jongeren de vereniging Streven Naar Vooruitgang SNV op. Het lidmaatschap was voor iedereen toegankelijk. Men voetbalde op zaterdag. Als gevolg daarvan werden ook mensen lid, die daarnaast nog op zondag bij een andere vereniging speelden. Een aantal leden ging dat te ver en zij richtten op 5 mei 1931 in de christelijke school aan de Botenmakersstraat de principieel op zaterdag voetballende Zaanlandse Christelijke Football Club ZCFC op. Hierdoor werd het voortbestaan van SNV bemoeilijkt.

ZCFC speelde aanvankelijk op het oude veld van RCZ nadat de afmetingen waren aangepast door het dempen van een sloot. Het hiervoor benodigde puin werd aan de andere kant van de Zaan bij oliefabriek De Orion vandaan gehaald. Later verhuisde men naar de Westzanerdijk. De vereniging werd lid van de VCV, een christelijke belangenbond voor de zaterdagse voetbalverenigingen. Via de NHVB speelde men veel tegen bedrijfsverenigingen waarvan de leden naar keuze op zaterdag of zondag konden spelen zoals met de Hille sportvereniging. Steemeyer's Ford, Pieter Schoen, Linoleum Sportvereniging (LSV). Duyvis, enzovoort. Pogingen van ZCFC om in de Christelijke Nederlandse Voetbalbond (CNVB) te kunnen spelen slaagden echter niet. Uit andere steden ontmoette de vereniging clubs zoals CVVW uit Amstelveen, AMVJ uit Amsterdam en HCSV Zwaluwen uit Hoorn.

SVA

Katholieke jongens in Assendelft-Noord konden weliswaar al voetballen bij Velocitas, maar dat was geen officiële vereniging. Op initiatief van pastoor Nagel en kapelaan Mol werd de r.k. Sport Vereniging Assendelft (SVA) opgericht. De leden waren afkomstig van Velocitas of waren eerder bij GVO voetballende Assendelvers. Het terrein werd door zelfwerkzaamheid in orde gemaakt, compleet met een uitgebreide kleedruimte.

De vereniging ging spelen in de DHVB te Haarlem. Door de crisistijd was een aantal mensen genoodzaakt om hun lidmaatschap op te zeggen. Een aantal leden van SVA was echter in staat voldoende financiële steun te geven, waardoor de club overeind bleef en zelfs verbetering van de accommodatie bereikte. Veel profijt had de vereniging van het lidmaatschap en de samenwerking met de Nederlandse Katholieke Sportfederatie (NKS).

In Oostzaan ging het in de Zuid redelijk goed met de voetbalclub. Dit was echter ten koste van OFC gegaan. De voetballers uit het centrum en de noord moesten een eind lopen om hun sport te bedrijven en de vereniging leidde een kwijnend bestaan. Op l juli 1932 werd in café Concordia OFC heropgericht. Had men eerder aan de Oostzanerdijk en in de polder van Klaassebos gevoetbald, nu ging men spelen aan de P.J. Troelstralaan in Zaandam. Als gast bij bedrijfsvoetbalclub Steemeyer's Ford. Spoedig kon men een weiland huren aan de Kerkstraat van boer P. Onrust, waar met man en macht werd gewerkt om er een geschikt veld van te maken. De zaal van café Concordia werd voor de training gebruikt. Men ging spelen in de NHVB en het eerste elftal promoveerde gelijk na het eerste seizoen. Vanaf dat moment zou OFC een bloeiende vereniging worden.

Knollendam

Omstreeks 1927 was er in Westknollendam een gezelligheids-voetbalclubje, waarvan de leden ook uit Oostknollendam afkomstig waren. Het was niet echt levensvatbaar en het werd dan ook opgeheven. Men vond dit echter toch een gemis en in Oostknollendam volgde op 30 januari 1932 de oprichting van Knollendam. Een weiland met greppels en sloten werd eigenhandig in een voetbalveld omgetoverd en ook kleedaccommodatie verscheen spoedig. In het seizoen 1932-1933 speelde men voor het eerst competitie.

Nadat er al enige tijd in Jisp ongeorganiseerd tegen een bal was getrapt werd op 14 april 1933 voetbalvereniging Jisp, spelend op een terrein in de Wijde Wormer, opgericht. Door het houden van een bazaar, die 300 gulden opbracht, was men in staat om een terrein in het dorp voor het voetbal geschikt te maken.

Bij de christelijke gemeenschap in Wormerveer bleek de wens te bestaan om een vereniging op te richten die het sporten op de zaterdag mogelijk zou maken. Aanvankelijk werd aan een korfbalvereniging gedacht. Men voorzag echter problemen met het bedrijven van gemengde sport en het omkleden, mede waardoor voor een voetbalvereniging gekozen. Zo ontstond vv Blauw-Wit Wormerveer. Men speelde bij hockeyclub De Kraaien en later over het spoor achter het station Wormerveer.

In de jaren twintig was er in het Kalf door een aantal katholieke jongens in een klein clubje gevoetbald. Dit clubje had geen levenskracht en een aantal leden was daardoor bij VVZ terechtgekomen. In 1934 werd opnieuw een poging gedaan en ontstond de Parochiale Voetbal Club Kalf (PVCK), na vijf dagen gewijzigd in Parochiale Sport Club Kalf (PSCK), daar de pastoor vond dat het een club voor meerdere sporten moest zijn. Al snel kwam een ander veld beschikbaar en kon men gaan deelnemen aan de competitie van de DHVB.

3. Enige aspecten en gevolgen van de voetbalsport tot 1940

Uit het voorafgaande blijkt dat de voetbalsport in de Zaanstreek zich steeds verder uitbreidde. Niet alleen werden meer mensen lid van verenigingen en groeiden deze uit tot clubs met verbeterde accommodaties, ook bleken er steeds weer aanleidingen te zijn om nieuwe verenigingen op te richten. De sport werd zo populair dat ook scholen zich er mee bezig gingen houden. Een belangrijke propagandist van het schoolvoetbal was de Zaandamse onderwijzer K. Winter, die daarnaast ook als scheidsrechter bekendheid genoot.

Door het organiseren van schoolvoetbalwedstrijden raakten steeds meer kinderen bij het voetbal betrokken en zij zorgden voor nieuwe aanwas van de verenigingen. Ouderen, vaak als begeleider, zorgden er voor dat veel georganiseerd kon worden. Het voetbal had ook effect op andere sectoren. Geheelonthoudersverenigingen gingen benadrukken dat sport en alcohol een slechte combinatie vormden. Waren de meeste verenigingen in cafés opgericht, het beoefenen van de sport zorgde ervoor dat velen uit de cafés werden gehouden. Na de wedstrijd werd er met het gezin nog wat gewandeld alvorens huiswaarts te keren.

De accommodaties werden langzaamaan beter. Ook werd er meer op de hygiëne gelet met betrekking tot wasgelegenheid. Het teiltje met slootwater werd meer en meer vervangen door aansluitingen op het waterleidingnet. Het spelpeil ging ook verder omhoog. Men oefende op straat of tijdens de werkpauze en de clubbesturen zagen in dat clubtrainingen het prestige van de verenigingen verhoogden. Als het eerste elftal goed presteerde, kwamen er meer toeschouwers en daarmee meer financiën voor de club.

Trainers

De trainingen werden in eerste instantie verzorgd door een getalenteerde speler, maar al snel zochten verenigingen trainers van buitenaf. In 1917 beschikte ZVV al over de Engelsman Harry Fitzpatrick en een jaar later had ZFC de Engelse trainer 'Mister Clauter' in dienst. In de jaren twintig en dertig volgden er meer zoals Bollington bij ZFC en Marshall bij KFC. Goede spelers gingen later als trainer naar kleinere verenigingen en zo steeg het spelpeil verder.

De verenigingen kregen de velden meer in eigen beheer en verbeteringen werden aangebracht. De voetbalsport kreeg een grotere maatschappelijke en sociale waarde. Ook directies van bedrijven zagen het nut van voetbal in en gingen de verenigingen van hun werknemers steunen, zo ontstonden bedrijfsverenigingen die 's avonds tegen elkaar speelden. Ter voorkoming van blessures gingen de verenigingen meer aan preventie doen en werden EHBO-cursussen georganiseerd. In de NVB (de latere KNVB) werden trainerscursussen gehouden waar naast de speltechnische opleiding ook een hygiënische en een verzorgingscursus (massage) werden gegeven.

Voetbal werd ook gespeeld door landenteams en het lukte in de vooroorlogse periode enige Zaankanters in vertegenwoordigende elftallen te verschijnen. Zo kwam in 1926 Piet Hoogmoed (ZFC) uit in het Nederlands B-elftal en speelde Jaap Mol (KFC) in 1931 in het Nederlands elftal, dat in Parijs tegen Frankrijk uitkwam.

Naar Engeland

De verenigingen zelf deden ook internationale ervaringen op door buitenlandse trips te maken. Zo speelde ZFC, dat op dat moment in de hoogste landelijke klasse speelde, in de jaren dertig op uitnodiging in Engeland en werden er ook reizen naar België gemaakt. KFC kreeg landelijke bekendheid door kampioen te worden in de 1e klasse West I en het landskampioenschap 'op een haar na' te missen.

Ook speltechnisch stond de ontwikkeling niet stil. KFC introduceerde onder leiding van trainer Jimmy Marshall het later beroemd geworden 'stopper-spil-systeem'. Tijdens de crisisperiode in de jaren dertig bleef het voetbal voor velen een manier om het dagelijkse bestaan wat te verlichten, getuige de ontwikkeling van de Zaanse verenigingen. Zo werd ZVV in 1934 kampioen van de tweede klasse. In datzelfde jaar realiseerde WFC een nieuw complex aan de Watering en ontving in september ongeveer 2000 bezoekers voor de eerste wedstrijd. Het terrein zou men later in eigendom verwerven.

Bij vv Assendelft kwamen in de laatste wedstrijd van het seizoen 1934-'35 tegen de Amsterdamse Volewijckers, een kampioenskandidaat, 2500 bezoekers kijken. Zaanlandia kwam de jaren dertig redelijk door dankzij de in 1929 opgerichte jeugdafdeling. QSC was in 1939 in staat om de laatste aflossing van het terrein te voldoen en zodoende in het bezit te komen van een volledig door de leden betaald eigen veld. VVZ kon in 1938 in de Oostzijde te Zaandam aan de Hoornselijn prachtige velden met tribunes en kleedkamers in bezit nemen en KVV kreeg haar tweede veld.

Kampioen

Zaandijk werd in 1934 kampioen van de derde klasse. OSV nam een nieuw veld in gebruik aan het Zuideinde en promoveerde in 1934 naar de tweede klasse. In de jaren dertig deed Zilvermeeuwen van zich spreken in de landelijke bekercompetitie: vanaf deze periode ging de vereniging zich ook steeds meer met jeugdvoetbal bezig houden. RCZ nam een nieuw terrein in gebruik en in 1934 werd vv Westzaan kampioen en promoveerde naar de 4e klasse van de KNVB. GVO vestigde zich op de terreinen aan de Provincialeweg in Krommenie en door een 'dubbeltjes-ophaal-actie' kon in 1937 een nieuwe tribune in gebruik worden genomen.

Na enige trainerswisselingen werd WSV Wormer kampioen en promoveerde naar de eerste klasse van de DHVB. Tevens werd de beroemde bisschopsbeker gewonnen. In 1934 won ZCFC van de zaterdagclubs de 'Amsterdam-beker'. Ondanks dat succes en de uitvoering van een prachtige lustrum-revue liep aan het eind van de jaren dertig het ledental sterk terug. De leden vonden dat ze te weinig konden spelen.

SVA wist in deze periode nieuwe kleedkamers te realiseren. OFC begon in 1933 een jeugdafdeling, Jisp beschikte in 1936 over vier elftallen en beleefde in 1939 de eerste uitgave van een eigen clubblad. PSCK stelde in 1938 het lidmaatschap ook open voor buiten de parochie van 't Kalf wonenden. Aan het eind van de jaren dertig beschikten bijna alle Zaanse verenigingen over een jeugdafdeling. Deze zogenoemde 'adspiranten' mochten vanaf twaalfjarige leeftijd wedstrijden spelen. Bij het bereiken van de zestienjarige leeftijd werd men junior. Jeugdleiders, meestal vaders van voetballende kinderen, zorgden voor de begeleiding.

4. De periode vanaf 1940

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef een noodcompetitie in stand. Tot veler ontstemming werden de Rooms-Katholieke Sportbond, de Christelijke Federatie en de Neutrale Voetbalbond tot één bond omgevormd. De georganiseerde voetbalsport bleef tot ongeveer 1943 functioneren onder steeds moeilijker wordende omstandigheden. Als gevolg van de Arbeitseinsatz werden diverse verenigingen door leegloop in hun bestaan bedreigd. Tijdens de hongerwinter van 1944-1945 werden accommodaties gedeeltelijk gesloopt om aan hout voor de kachel te komen.

Na 1945 kwam de voetbalsport al weer gauw tot bloei. In het seizoen 1945-1946 werd al een competitie afgewerkt. Problemen zoals de slechte staat van terreinen en accommodaties werden met enthousiasme aangepakt. De belangstelling nam snel weer toe en wedstrijden van de eerste elftallen van de verenigingen trokken honderden en in sommige gevallen duizenden toeschouwers. De accommodaties werden verder verbeterd. De snoeploketten met de in de rust langslopende zogenaamde 'Bakkes-Vol-verkopers' werden door kleine verkooppunten. Deze groeiden uit tot kantines, waarvan de opbrengsten een belangrijke inkomstenbron voor de verenigingen gingen vormen.

De jeugd voetbalde weer op straat en imiteerde de lokale voetbalhelden. Draaide een elftal goed in de competitie, dan kwam de vereniging ook bestuurlijk beter uit de verf. Ter beslissing over promotie en degradatie werden promotie- en degradatiewedstrijden gespeeld, die als enorme evenementen werden beleefd. De KNVB ging trainerscursussen voor de goede voetballers organiseren waardoor het spelpeil in de Zaanstreek steeg. Ook poogde men de trainingsaccommodaties te verbeteren en werden hiervoor 's winters de gymnastieklokalen van de Zaanse gemeenten gehuurd.

Jubilea

Begin jaren vijftig waren de meeste verenigingen weer in hun normale 'vooroorlogse' doen. In deze periode vierden ZVV, ZFC en WFC hun vijftigjarig bestaan. Andere verenigingen werden, mede door de jeugd, sterker en er kwamen steeds clubs bij. Zoals eerder gemeld had elke vereniging bij oprichting te kampen had met terreinproblemen. Het was dan ook uniek, dat in april 1953 een voetbalveld werd ontdekt, waar geen vereniging speelde.

In 1946 had de directie van Bruynzeel aan de personeelsvereniging een sportpark geschonken (tennisbaan en voetbalveld). Het voetbalveld werd in de avonduren door medewerkers van Bruynzeel van diverse afdelingen benut om tegen elkaar te spelen. De deurenfabriek tegen de schaverij, de potloden versus de magazijnrekken enzovoort. Op andere tijden en in de weekeinden werd het veld echter niet gebruikt.In 1953 kwam hieruit de voetbalvereniging Bruynzeel Personeels Vereniging BPV voort, die op zaterdag ging voetballen. Later moest men van veld veranderen, het bedrijf had het terrein nodig voor een bedrijfsloods, en kreeg BPV onderdak op het terrein van Verkade.

De personeelsvereniging van Pieter Schoen, die bedrijfsvoetbal speelde, werd in april 1955 een echte voetbalclub (PSZ). Men kwam uit in de zaterdagcompetitie en begon op het C-veld van ZFC. PSZ verhuisde later naar de Gerrit Bolkade en is vanaf 1967 gevestigd op sportpark Jagersveld, waar men de beschikking heeft over een goede accommodatie en kantine. Andere bedrijfselftallen die niet in echte clubs veranderden maar wel goede resultaten behaalden in bedrijfs- en zomeravondcompetities waren onder andere LSV (Linoleum in Krommenie), Albert Heijn, Duyvis, Ammeraal, Simon de Wit en Steemeyer`s Ford.

Op prestatief vlak debuteerde ZCFC in seizoen 1960-1961 in de hoogste divisie van het zaterdagvoetbal; de tweede klasse A. Tegenstanders waren onder meer Spakenburg, NDSM, IJsselmeervogels, Barendrecht, Rijnsburgse Boys, Ter Leede, Katwijk, Quick Boys, GVVV en het Zeeuwse Zoutelande. Toeschouwersaantallen van 2000 of meer waren geen uitzondering. Toenmalige topspelers waren onder andere Jan Kan, Gep Tel, Ger van Dongen, Rinus Segveld, Henk Marbus, Piet Zwier, Gerard Boorsma, Bertus van den Dongen, keeper Henk de Joode, Jan Duyvis, Henk Evenblij en Coo Dijkman. 10 mei 1969 eindigde een zenuwslopende beslissingswedstrijd in Alkmaar in een 1-0 overwinning in het voordeel van de andere degradatiekandidaat HCSC. Daarmee werd ZCFC na negen jaar topvoetbal teruggeplaatst in de derde klasse.

Saenden

In Wormerveer was het rooms-katholieke SDE voor de Tweede Wereldoorlog al ontbonden. Het voetballen werd door de katholieke jongens gemist en zo ontstond in mei 1960 de voetbalvereniging Saenden met 124 leden. In 1961, 1962 en 1963 promoveerde de vereniging van de 3e klasse van de KNVB afdeling Noord-Holland naar de le klasse. Bestuurlijk werd Saenden een sterke vereniging met veel aandacht voor de jeugd. Achter het station van Wormerveer is een prachtige accommodatie met kantine verschenen.

Als gevolg van de komst van vele Molukkers naar de Zaanstreek, met name in Wormerveer, probeerde QSC onder deze groepering leden te winnen. In sommige gevallen leidde dit tot compleet Molukse elftallen. Later achtte men het wenselijker om deze leden in de hele vereniging te integreren.

Ook leden van de Turkse gemeenschap in de Zaanstreek wilden graag voetballen. Door taalproblemen ontbraken de nodige contacten in de bestaande Nederlandse verenigingen en wilde men graag met elkaar en tegen landgenoten uit andere steden gaan spelen. In december 1979 leidde dit tot de oprichting van Zaanstad Turk-Spor (ZTS). Deze kleine vereniging blijft de moeilijkheden van het ontbreken van een eigen accommodatie voelen. Van ZFC wordt een terrein met kleedkamers gehuurd. ZTS speelt in de 4e klasse KNVB.

4.1. Recente ontwikkeling

De ontwikkeling binnen de Zaanse voetbalsport kenmerkt zich thans (1991) door een vanuit de gemeente gestuurd beleid tot samengaan en/of fusie om tot financieel en organisatorisch beter functionerende en grotere verenigingen te komen. Hierbij wordt gestreefd naar terreinvermindering om de onderhoudskosten te drukken of om de vrij gekomen velden voor andere doeleinden (woningbouw, infrastructuur) te bestemmen. De gemeentelijke subsidies aan de voetbalclubs zijn de laatste jaren verminderd.

Als gevolg zijn met ingang van het seizoen 1990-1991 de verenigingen ZFC en ZVV samengegaan onder de naam Hellas Sport. De fusieclub speelt op de accommodatie van het voormalige ZFC. De velden en opstallen van ZVV werden overgenomen door Zilvermeeuwen, waarvan de oorspronkelijke accommodatie door de gemeente werd bestemd voor de vestiging van een crematorium, hotel en overige industriële activiteiten. Zilvermeeuwen en Hellas gaven in 2018 aan te zullen fuseren. Zilvermeeuwen trekt als zodanig in bij Hellas Sport op het sportpark Hoornseveld.

De verenigingen Zaanstad en Zaanse Boys zijn gefuseerd tot Zaan '90, welke vereniging op het terrein van het voormalige Zaanstad speelt. Op het terrein van de Zaanse Boys is de Amerikaans voetbal spelende vereniging Giants gekomen. De nieuwe vereniging Hellas Sport beschikt over een kunstgrasveld. In de toekomst wordt een toename van deze velden verwacht, gezien de grotere bespeelbaarheid (minder last van weersinvloeden) en de mogelijkheden tot onderverhuur aan derden.

Sporting Krommenie ontstond uit een fusie tussen de verenigingen GVO en KVV op 28 mei 1999. Het standaard zaterdag- en zondagelftal speelde in de vierde klasse van het district West I.

Op 28 april 2010 fuseerde VVZ Zaandam met PSCK. De nieuwe naam van de club SC Hercules Zaandam werd op 29 mei 2010 officieel bekendgemaakt.

PSZ kreeg speelruimte op sportpark Hoornseveld bij Hellas Sport en gaat daar vanaf 2016 met een beperkte begroting zelfstandig verder. Hellas telt twee clubhuizen, één wordt door PSZ gebruikt, het beheer en de exploitatie van beide onderkomens blijft een Hellas-aangelegenheid.

4.2. Betaald voetbal

Verschillende Nederlandse voetballers hadden van hun hobby geheel of gedeeltelijk hun beroep gemaakt door tegen betaling te gaan voetballen. Hiervoor moesten zij aanvankelijk uitwijken naar het buitenland, daar de KNVB het amateurisme wilde handhaven. Dit had tot gevolg dat de meest getalenteerde spelers vertrokken en men uiteindelijk genoodzaakt was om het (semi)professione1e voetbal ook in Nederland toe te staan. De eerste betaald voetbal spelende verenigingen begonnen in 1955.

In de Zaanstreek waren dat KFC en ZFC. De eerste resultaten waren voor KFC wel hoopgevend, maar dat was slechts van korte duur. Men zocht naar mogelijkheden om de twee verenigingen in één betaalde club te laten opgaan, maar dit stuitte op te grote bezwaren van de aanhangers van beide clubs. De besturen probeerden daarna een gesplitste constructie te introduceren van twee amateurverenigingen waarnaast de betaalde spelers in een zelfstandige club werden ondergebracht. Ook dit idee mislukte.

KFC ging in 1964 als amateurclub verder. In 1965 werden de velden verplaatst naar de Wezelstraat (Westerkoog). De betaalde afdeling kreeg de naam FC Zaanstreek. In 1967 besloot men samen te gaan met de club Alkmaar '54 en onder de naam AZ'67 te gaan voetballen. Ondanks een plan afwisselend in Koog en Alkmaar te spelen, verhuisde men al snel definitief naar het sportpark in Alkmaar.

ZFC

ZFC bleef onder eigen naam actief in het betaald voetbal. Verschillende spelers, die eerst richting Alkmaar waren gegaan keerden weer terug. Ook werden spelers van Volendam aangetrokken. Deze laatsten kregen een oud autootje om de trainingen en wedstrijden te kunnen bezoeken. Op de Westzanerdijk verscheen een kantine annex feestzaal om de inkomsten te verhogen. Als gevolg van geplande woningbouw moest men echter in 1970 naar het Hoornseveld verhuizen, waar een voor professioneel voetbal geschikte accommodatie verscheen, die mede door de gemeente was gefinancierd.

Als gevolg van wildgroei besloot de KNVB in 1970 dat een aantal semi-profverenigingen moest verdwijnen en dat lot trof ook ZFC. De club moest met ingang van het seizoen 1970-1971 in de derde klasse van de amateurs uitkomen. Dit betekende het einde van het betaalde voetbal in de Zaanstreek.

4.3. De Zaanstad-Cup

Een bekend Zaans voetbalevenement was het toernooi om de Zaanstad-Cup, aanvankelijk in Zaandam begonnen onder de naam Zaandam-Cup. Dit toernooi werd vanaf 1971 jaarlijks in de maand mei, na afloop van de competitie, georganiseerd. Hieraan nemen alle Zaandamse, en na de samenvoeging van 1974, alle Zaanse verenigingen uit de KNVB en de afdeling Noord-Holland deel. Met enige aanpassingen door de jaren heen was deze voetbalhappening zeer populair bij de verenigingen en het publiek.

Gedurende drie weken werd er na afloop van de competitie in de avonduren gespeeld. De finale-wedstrijden vinden plaats op een zaterdag op een jaarlijks wisselende accommodatie van een van de Zaanse verenigingen. De beker, de Zaanstad-Cup, werd geleverd door de gemeente Zaanstad.

Aan het einde van de competitie werd door vrouwen en/of vriendinnen van spelers wel eens een gezelligheidswedstrijd gespeeld. In andere landen had het damesvoetbal al een belangrijke plaats verworven. De KNVB stimuleerde het vrouwenvoetbal en vanaf 1971 begonnen officiële damesteams tegen elkaar te spelen in competitieverband. Van de Zaanse verenigingen toonden Zilvermeeuwen, Zaanlandia, KFC en Zaandijk zich het meest actief.

In 1971 begonnen ongeveer 70 voetbalsters, thans (1991) zijn dat er meer dan 800. Naast de genoemde verenigingen hebben PSCK, Westzaan, Saenden, RCZ, OSV, Hellas Sport, VVZ, KVV, ZCFC, WFC, SVA, Blauw-Wit, GVO en Zaan '90 nu dameselftallen. Zes verenigingen beschikken ook over een meisjeselftal (leeftijd tot 16 jaar).

Het damesvoetbal in de Zaanstreek kreeg een extra impuls door de prima prestaties van KFC (het kampioenschap van Nederland en wedstrijden om de KNVB-beker). Vele Zaanse dames werden in vertegenwoordigende elftallen van de KNVB afd. Noord-Holland verkozen.

Het zaalvoetbal als officiële sportbeoefening kwam voort uit de zaaltraining in perioden dat er buiten niet gespeeld kon worden. Vanaf 1968 ontstond het idee om ook in wedstrijdverband in de zaal te gaan spelen. Een commissie werd gevormd en dit leidde in 1969 tot de eerste zaalcompetitie met deelname van acht Zaanse en twee bedrijfsvoetbalverenigingen. Het spel in de zaal wordt gespeeld door twee teams van 4 veldspelers en een doelman.

Door de toenemende belangstelling gingen meerdere bedrijven het nut van deze beoefening inzien en ontstonden er vele kleine clubjes met de naam van een bedrijfje en/of café op het shirt. Om wildgroei te voorkomen stelde de KNVB het minimum aantal leden van een zaalvoetbalclub op 25. Ook hier werden in de loop der tijd cursussen voor bestuurskader en technische opleiding zaalvoetbalcoach opgezet. Mede als gevolg van het zaalvoetbal kwamen zijn er in de Zaanstreek meer sporthallen. Een aantal verenigingen beschikt ook over een zaaljeugdteam. Begon men in 1970 met 178 zaalvoetballers, thans (1991) is dat aantal gestegen tot ongeveer 2500.

5. Bekende Zaanse voetballers

In de loop der jaren heeft de Zaanstreek een aantal goede voetballers voortgebracht die in vertegenwoordigende elftallen werden gekozen. Wij noemen hier uit de jaren dertig Henny Dijkstra (ZFC), Jaap Mol en Piet de Boer (KFC) en in de betaalde periode in de jaren vijftig en zestig de broers Henk en Cees Groot (Zaandijk) en Piet Kruiver (KFC). Uit de jaren zeventig Rob Rensenbrink en John Rep en uit de jaren tachtig Sonny Silooy.

Bij de amateurs kunnen genoemd worden Cees Molenaar (KFC), Wim van der Horst (ZFC), Janne en Monne de Wit, Kees de Vries en Gerrit Jan Hoek (allen ZVV) en in het Nederlands zaterdagteam Bertus van den Dongen en Dick Schuerman (beiden ZCFC). Anja van Rooyen-Bonte, Marleen Molenaar en Marjoke de Bakker (allen KFC) speelden meerdere keren in het Nederlands dameselftal.

6. Voetbalbegeleiding

Vanaf het ontstaan van de voetbalsport hebben allerlei Zaankanters zich met de ontwikkeling en begeleiding op diverse niveaus beziggehouden. Zo zagen we dat al vrij snel begeleidings- en trainingscursussen tot stand kwamen. Door de KNVB werden in de loop der tijd steeds meer cursussen georganiseerd waaraan vele Zaankanters deelnamen.

Als gevolg van dit breed aanwezige kader speelde een flink aantal Zaankanters een rol in regionale en/of landelijke besturen. Door een grote mate van zelfwerkzaamheid van de leden bezitten bijna alle verenigingen goede accommodaties en verzorgde kantines. Sommige verenigingen waren zelfs in staat om voor de leden sporthallen te bouwen om binnen te kunnen spelen en trainen (VVZ, OFC, KVV en QSC).

6. 1. Scheidsrechters

De begeleiding op het veld heeft in de loop der tijd wijzigingen ondergaan. Aanvankelijk werden de wedstrijden geleid door mensen, die wel iets van het spel wisten, maar het zelf niet (meer) beoefenden. Later werd er steeds meer van een scheidsrechter verlangd en diende men over een bewijs van voldoende spelkennis te beschikken. Hiervoor verzorgde de KNVB opleidingen. Eisen met betrekking tot spelkennis en persoonlijke lichamelijke conditie werden geformuleerd en rapporteurs opgeleid. Ook ontstonden scheidsrechtersverenigingen zoals in de Zaanstreek in 1938. Lezingen werden georganiseerd om het peil te verbeteren en contacten te versterken. De Scheidsrechters Vereniging Zaanstreek (SVZ) bestaat thans meer dan vijftig jaar en bezit een eigen onderkomen in het sportpark De Kalverhoek. Vanaf november 1962 worden wedstrijden ook door vrouwelijke scheidsrechters geleid.

6.2. Federatie Zaanse Amateur Voetbalverenigingen (FZAV)

Een overkoepelende organisatie voor de belangenbehartiging van het Zaanse amateurvoetbal is de in april 1975 opgerichte FZAV, waarbij alle Zaanse verenigingen zijn aangesloten. De federatie houdt zich onder andere bezig met huisvestingsproblemen van de diverse voetbalverenigingen, privatisering, fusies en onroerend goed-belastingen. En voert daartoe overleg met het Zaanse gemeentebestuur. Deze contacten vinden plaats via de afdeling 'veldsporten' van de Sportraad. Per jaar wordt met de aangesloten verenigingen tweemaal vergaderd.

J.W. Eshuys. Bronnen: jubileumuitgaven diverse verenigingen, informatie van de bondskantoren van de KNVB te Zeist en Alkmaar.

  • voetbal.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/05/20 21:45
  • door jan