honigh

Ondernemersgeslacht te Zaandijk, speelde vanaf het begin van de industriële ontwikkeling van de Zaanstreek een zeer actieve rol in het bedrijfsleven, oorspronkelijk vooral in de

  • papierfabricage, allengs ook als
  • walvisredersplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigWalvisvaart

    Vorm van scheepvaart, toegespitst op de vangst en verwerking van walvissen. De Nederlandse walvisvaart kende een bloeiperiode van 1614 tot 1770. Aanvankelijk was het monopolie in handen van de Noordse Compagnie. Na beëindiging van het aan hen verleende octrooi in 1642 konden andere reders, waaronder Zaanse, zich gaan ontwikkelen. Door toenemende concurrentie werden grotere gebieden geëxploiteerd en ontstonden mede daardoor nieuwe technieken, zoals ijsvisserij. In de Zaanstreek kwam …
    ,
  • verfmalersplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigVerffabricage

    Belangrijke sector in de Zaanse economie, reeds vroeg in de 17e eeuw aanwezig. Aanvankelijk produceerden de Zaanse verfmakers uitsluitend de verfstoffen en werd de verf door de schilders zelf gemengd. Vanaf het begin van de 20e eeuw werd in toenemende mate gerede verf gefabriceerd. In de tweede helft van de 20e eeuw nam de omvang van Zaanse verfmakerij af en verdwenen de meeste Zaanse bedrijven, of verloren zij hun zelfstandigheid.
    ,
  • olieslagersplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigOlieslagerij en -fabricage

    Belangrijke drager van de Zaanse economie, ontstaan in het begin van de 17e eeuw, na 1930 grotendeels verdwenen.

    Algemeen

    Een olieslagerij was een inrichting waarin door persen olie of vet werd gewonnen uit grondstoffen van plantaardige of dierlijke herkomst. Door pletten of malen, bevochtigen en verwarmen werd het materiaal in de vereiste conditie gebracht. Als men daar vervolgens druk op uitoefende, scheidde de olie zich af van de vaste bestanddelen, die dan als …
    ,
  • pellersplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigPellerij

    Naam van zowel bedrijfstak als de inrichting waarin dit bedrijf wordt uitgeoefend; het ontdoen van het kroonkafje, meestal dop (pel) genoemd, en de vruchtwand en zaadhuid van onder andere granen, zonder de korrel te breken. In de Zaanstreek is in vroeger eeuwen gerst gepeld, met gort als product. Gerst is niet eenvoudig te pellen, aangezien de dop is vergroeid met de korrel. Vanaf het midden van de 19e eeuw werd rijstpellerij belangrijk. De pellerij had een grote omvang in de Zaanstree…
    ,
  • blauwsel-plugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigBlauwselmakerij

    Economische sector in de 18e, 19e en 20e eeuw, thans niet meer in de Zaanstreek aanwezig. Blauwsel werd gebruikt om de wat gelige tint van wasgoed, papier, pigment en dergelijke mooi wit te maken, en vond ook toepassing `int couleuren der inlandsche porceleynen'
    , specerij-plugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigMosterd- en specerijmalerij

    Reeds in de vroege Middeleeuwen werden in Nederland naast heilzaam geachte kruiden ook azijn en mosterd gebruikt om voedsel smakelijker te maken. Daarnaast leerde men als gevolg van de Kruistochten Oosterse kruiden kennen zoals peper, kaneel, kruidnagelen, nootmuskaat, foelie, vanille en gember.
    en chocoladefabrikeursplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigChocolade-industrie

    Belangrijke sector in de Zaanse economie, in omvang en belang gegroeid in de 19e-, vanaf ca. 1840, en 20e eeuw. Ontwikkelde zich aanvankelijk in samenhang met de cacao-industrie. Vooral na de Tweede Wereldoorlog vond er specialisatie plaats en verzelfstandigden beide sectoren.
    ,
  • stijfselmakersplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigStijfselfabricage

    Belangrijke bedrijfstak in de Zaanse economie, reeds aan het einde van de 16e eeuw aanwezig; vanaf de tweede helft van de 19e eeuw ook in (stoom)fabrieken, waarvan Zetmeelbedrijven De Bijenkorf (ZBB) als belangrijke producent is overgebleven. De stijfselfabricage bestaat uit het produceren van zetmeel en de daarvan afgeleide producten (modificaties) voor het stijven van textiel uit zetmeelhoudende producten, als aardappelen, mais, rijst en tarwe. Stijfsel is de algemene benami…
    en tenslotte als
  • bekende fabrikanten van levensmiddelen.

Cornelis Jansz. Honigh geboren in 1610 uit Zaandijk huwde Grietje Simonsdr, eerder weduwe van Symon Willemsz en Dirk Michielsz Corver, die zeer vermogend was. Honigh kocht in 1662 De Kwikstaartplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigKwikstaart, De

Papiermolen in Wormer. Het bouwjaar van de Kwikstaart is niet bekend maar de eerste vermelding dateert uit april 1662. De molen was niet groot van stuk en werd ingezet voor het slaan van olie uit oliehoudend hennepzaad. Eigenaren Pieter Jevits, Jan Clase Craft en Claas Janse Craft, verkochten de molen op 13 mei 1659 voor f 660,- aan Jacob Jochems uit Wormer. Jochems verbouwde de Kwikstaart tot papiermolen.
te Wormer, veranderde de naam in De Vergulde Bijkorfplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigBijkorf, de Vergulde

De Vergulde Bijkorf te Zaandijk, ook de Guisman genoemd, was de eerste witpapiermolen in de Zaanstreek, uitgerust met een maalbak of ‘Hollander’. Cornelis Jansz Honigh kocht de Wormer molen, waar hij bekend stond als de Kwikstaart, in 1662 en liet hem in 1668 verplaatsen naar het Guispad te Zaandijk. Cornelis Jansz Honigh had vier zonen, waarschijnlijk allen papiermakers. De jongsten, Jacob en Adriaan, volgden hem bij zijn overlijden dat in 1668 plaats had in zijn zaken op.…
en verplaatste de molen naar een stuk land naast het Guispadplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigGuispad

Mr. D. Vis merkte over de naam Guispad nog op 'De pogingen tot verklaring zijn niet overtuigend. Er is m.i. een voor de hand liggende verklaring waar nog nooit de aandacht op is gevestigd. Paden kregen vaak de naam van de eigenaar van het eerste pand, waar het pad begon: Arie de Bruynspad, Dr Roggertspad etc. In het begin van de 17e eeuw was de kalkbrander Gaeff Jacobszoon de eigenaar van het eerste pand aan het Guispad. Waarschijnlijk heeft men het daar ontstane pad eerst Gaefspad geno…
. De Vergulde Bijkorf werd in 1902 aan de vlammen overgeleverd. Cornelis werd dus papiermaker, evenals zijn vier zonen Jan, Symon, Jacobus en Adriaan.

  • Jan Cornelisz Honigh, gehuwd met Lijsje Symons Verveen, werkte in compagnie met zijn broers
  • Jacob en
  • Adriaan met De Bijkorfplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigBijkorf. De Vergulde

    Papiermolen in Wormerveer, ook de Bel genoemd. De eerste vermelding dateert uit 1699. Hij heeft gestaan aan en ten oosten van de Pieterpadsloot, ten noorden van de tegenwoordige spoorlijn. De molen werd in januari 1775 door brand verwoest. De herbouwde molen werd afgebroken in 1816.
    , ook wel De Bel genoemd, te Wormerveer en De Gans te Zaandijk. Zijn zoon
    • Cornelis stierf jong en zijn zoon
    • Symon werd koopman te Zaandam. Deze tak is in mannelijke lijn uitgestorven.

Symon Cornelis Honigh, overleden in 1675, gehuwd met Anna Jacobsdr, was papiermaker met De Wever te Koog, die hij in 1674 verkocht aan een consortium onder leiding van Pieter Gerritsz van der Ley, die de molen inrichtte voor de fabricage van wit papier. Zijn zoon

  • Cornelis Symonsz Honigh, overleden in 1725, was papiermaker met De Hobbezak die tot 1865 in familiebezit zou blijven, daarnaast was hij handelaar in verfwaren. Zijn zoon
    • Maarten Cornelisz. Honigh, overleden in 1747 had geen interesse in het papiermakersvak en verkocht de molen na de dood van zijn vader aan zijn neef Cornelis Adriaansz Honigh. Hij werd zelf verfmaler met De Blauwe Reiger te Zaandijk.

Ook zijn zoon

  • Gerrit Maanensz Honigh, gehuwd met Jannetje Willems Aijer, was handelaar in verf. Hun zoon
  • Maarten Gerritsz Honig deed slechte zaken en leed tenslotte armoe,
  • de andere zonen vertrokken naar het Noordhollands Noorderkwartier.

Jacob Cornelisz Honig (1648-1709), gehuwd met Maartje Meynderts Meyn (1648-1696), wordt wel beschouwd als het hoofd van de Zaandijkse familie. Hij werkte samen met zijn broers Jan en Adriaan en liet De Vergulde Bijkorfplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigBijkorf, de Vergulde

De Vergulde Bijkorf te Zaandijk, ook de Guisman genoemd, was de eerste witpapiermolen in de Zaanstreek, uitgerust met een maalbak of ‘Hollander’. Cornelis Jansz Honigh kocht de Wormer molen, waar hij bekend stond als de Kwikstaart, in 1662 en liet hem in 1668 verplaatsen naar het Guispad te Zaandijk. Cornelis Jansz Honigh had vier zonen, waarschijnlijk allen papiermakers. De jongsten, Jacob en Adriaan, volgden hem bij zijn overlijden dat in 1668 plaats had in zijn zaken op.…
in 1674 inrichten tot witpapiermolen. De Gans en De Bijkorf bleven grauw- respectievelijk blauwpapiermolen. Hij was ook geïnteresseerd in de walvisvaart en bezat een traankokerij. Hij liet het familiehuis te Zaandijk bouwen.

Adriaan Cornelisz Honigh (1650-1692), eerst gehuwd met Grietje Cornelis van der Ley (1658-1680) en daarna met Wentje Lucasdr (1656-1698) was compagnon in de papiermakerij met zijn oudere broers. Zijn zoon

  • Cornelis Adriaansz Honigh (1689-1765), gehuwd met Neeltje Gerrits Wittebrood (1689-1717) en Duyfje Gerrits Vis (1686-1741), kocht in 1716 De Hobbezak van zijn neef Maarten Honigh en in 1733 De Jonge, ook De Nieuwe Voorn, tot 1817 in de familie en De Oude Voorn te Wormerveer. Hij fabriceerde grauw, blauw en basterd papier met zijn zonen onder firma Cornelis, Adriaan en Gerrit Honigh. De oudste zoon
    • Adriaan Cornelisz Honigh (1713-1795) was driemaal getrouwd, eerst met Trijntje Cornelisd. Honigh (1711-1746), toen met Claartje Jansd. Schenk (1723-1755) en tenslotte met Guurtje Claasd. van Santen (1729-1792). Hij was samen met zijn vader firmant in de papiermakerij, maar bedreef later ook de olieslagerij met Het Vette Schaap, De Koperslager en Het Witte Paard, welke na zijn dood aan zijn jongste zoon Klaas zouden overgaan.

Klaas Adriaansz Honig (1762- 1805), eerst gehuwd met Maartje Heymen Vis (1761-1803) trouwde later Grietje Jans Haremaker (1767-1854). Deze Grietje was eerder gehuwd met zijn neef Cornelis Cornelisz Honig (1767-1802) en zou na het overlijden van Klaas nog trouwen met Claas Cornelis Kuyper (1775-1830). De twee zusjes van Grietje: Guurtje en Neeltje evenals haar broer Cornelis Haremaker, zouden ook allen met leden van de familie Honig(h) trouwen. De oudste zoon van Adriaan Cornelisz,

  • Cornelis Adriaansz Honig (1760-1813), gehuwd met de papiermakersdochter Geertje Pieter Briel (1760-1813) was ook zowel geïnteresseerd in papier- als oliezaken. Zijn zoon
    • Adriaan Cornelisz Honigh (geb. 1783), gehuwd met Geertje Willems Couwenhoven (1782-1838), was koopman te Zaandijk en papierfabrikeur ter firma C.A. & G. Honigh met De Hobbezak en oliefabrikant met De Bruinvis en De Vlijt te Wormerveer en De Ezel te Zaandijk. Diens zoon
    • Willem Adriaansz Honigh, gehuwd met Maartje Breet, olieslager, had twee dochters die beiden leden van de familie trouwden.
      • Aagje Willems Honigh (1840-1901) trouwde Jan Cornelisz Honig (1840-1925), papierfabrikant met Het Fortuin te Zaandijk. Hun dochter
      • Maartje Jans Honig (1865-1944) trouwde Teunis Crok Jansz (1866-1922) en had geen kinderen, terwijl
      • Trijntje Willems Honigh met Hendrik Klaasz Honig (1840-1891) trouwde, olieslager met oliefabriek de Kroon te Koog. De jongste zoon van Adriaan Cornelisz en Geertje Couwenhoven,
      • Cornelis Adriaansz Honigh (1805-1881) huwde Duyfje van Neck en was papierfabrikant onder firma C.A. & G. Honigh met De Hobbezak, pelder met De Sint Jacob en olieslager met De Bruinvis.

Diens zoon

  • Jan Cornelisz Honigh (1842-1900), gehuwd met Maria Cornelia Vis (1845-1873) werd houtzager en houthandelaar met de molens Het Vliegend Hert en De Liefde te Zaandam. Later werd hij boekhouder bij Erven H. de Jong, cacaofabrikanten. De tweede zoon van Cornelis Adriaansz Honigh en Duyfje Gerrits Vis,
  • Gerrit Cornelisz Honigh (1714-1788), achtereenvolgens gehuwd met
    • Grietje Dirks Kluys (1717-1739),
    • Moertje Pieters Ongelaar (1709-1739) en
    • Aagje Bruyn (1719-1769), was firmant met zijn vader en zijn broer Adriaan. Zijn zoon
  • Cornelis Gerritsz Honigh ging over tot het Hervormde geloofplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigHervormden, Nederlands

    Omvangrijkste geloofsrichting in de Zaanstreek; reeds vroeg vertegenwoordigd. Het aannemen van het beroep dat Oostzaan, gecombineerd met Oostzaandam, in 1578 uitbracht op Bartel Jacobsz, tot predikant, is als het ware het begin van de hervormden in de Zaanstreek. Bartel Jacobsz, pastoor van Oostzaan en Oostzaandam zwoer in 1569 het Roomse geloof af, door op de
    van zijn moeder en kon daardoor openbare ambten bekleden. Zo was hij onder meer regent in het dorpsbestuur van Zaandijk. Zijn dochter
  • Marijtje Honigh huwde Jan Tip uit Westzaan, terwijl zijn jongste zoon
  • Cornelis Cornelisz Honigh, gehuwd met Grietje Jansz Haremaker (1767-1854), koopman en oliefabrikant, jong en kinderloos kwam te overlijden.

Het 'hoofd der familie' Jacob Cornelisz Honigh (1648-1709) en Maartje Meyn hadden twee dochters,

  • Hillegonda (gehuwd met Symon Jansz Kuyper) en
  • Neeltje (gehuwd met Pieter Pietersz van der Ley uit Purmerend) en twee zonen,
  • Cornelis en
  • Jan Cornelis Jacobsz Honig (1683-1755), gehuwd met Stijntje Caescoper (1683-1722), was samen met broer Jan onder firma C. & J. Honig koopman en papierfabrikant te Zaandijk met De Vergulde Bijkorf en sedert 1709 ook met De Veenboer. Bovendien waren zij geïnteresseerd in de walvisvaart. In 1738 gingen zij uit elkaar. Cornelis kocht De Veenboer en kocht Het Herderskind er bij. Hij behield de naam C. & J. Honig, nu echter samen met zijn zoon
    • Jacob Cornelisz Honig (1707-1770). Deze laatste bleef ongehuwd en deed zijn zaken over aan zijn neven Arend en Cornelis Breet.

Op hun beurt namen twee zonen van Cornelis Breet,

  • Jacob Cornelisz Breet en
  • Klaas Cornelisz Breet, de firma weer over en werkten met de molens De Veenboer, Het Herderskind en De Herder. De tweede zoon van Cornelis Jacobsz Honig en Stijntje Caescoper,
    • Claas Honig (1709-1777), gehuwd met Aafje Jacobsz Leen, was koopman, olieslager en pelder te Zaandijk. Zij hadden echter geen kinderen. De derde zoon,
    • Cornelis Cornelisz Honig (1715-1774), gehuwd met Grietje Gijsbers van Elsland, was eerst met zijn vader papierfabrikeur, maar associeerde zich later met zijn zwager Jacob Breet in oliezaken. De jongste zoon,
    • Gerrit Honig (1718-1778), liet zijn nageslacht een bloeiend oliebedrijf na. Deze oliezaken stamden uit de familie van zijn moeder, de Caescopers Claes Arisz Caescoper had oliezaken die zijn vader Aris Cornelisz was begonnen. Toen hij in 1729 kwam te overlijden, volgde zijn zoon
    • Gerrit Claesz Caescoper hem op en deze beheerde reeds drie oliemolens.

Deze Gerrit Claesz Caescoper was ongehuwd en werd peetoom van de jongste zoon van zijn zuster Stijntje. Het was van het begin af de bedoeling dat de jonge Gerrit zijn peetoom in zaken zou opvolgen. Hij noemde zich dan ook Gerrit Caescoper Honigzoon (1718-1778). Hij huwde eerst

  • Trijntje Claes Kuyper (1718-1749) en later
  • Maritje Pieters Ongelaar.

Sedert 1764 beheerde hij onder firma Gerrit Kaeskoper Honigzoon & Zoon met zijn zoon * Claes de molens:

  • Het Pink,
  • Het Windei,
  • De Vergulde Haan,
  • De Gooi en
  • De Os, de twee laatste werden weer verkocht, en
  • De Sint Willebrordus.

De zoon Claes Gerritsz Honig (1745-1813), gehuwd met Machteltje Cornelis Appel (1748-1809), werkte reeds met twaalf molens onder eigen naam verder. Het aantal zou uitgroeien tot twintig stuks in 1812, waaronder:

  • De Kat,
  • De Wandelaar,
  • De Oranjeboom,
  • Het Oude Bonte Kalf en
  • Het Varken. Dit familiebedrijf was dus uitgegroeid tot een groot-bedrijf. Claes was ook een der laatste Zaanse walvisreders en monsterde tussen 1775 en 1796 nog 34 tochten uit. In 1791 werden zijn zonen Gerrit en Cornelis opgenomen in de firma Claas Honig & Zonen.

De oudste zoon

  • Gerrit Claasz Honig (1770-1809) gehuwd met Lijsbeth Honig (1770-1793), stierf kinderloos. De zoon
  • Cornelis Claasz Honig (1773-1845), gehuwd met Aagje Cornelis Breet (1772-1830, dochter van Cornelis Jacobsz Breet en Grietje Klaas Nen) voegde nog vijf molens aan het bedrijf toe:
    • De Kieft,
    • De Jonge Wolf,
    • De Vissen,
    • De Kikker en
    • De Kopermolen.

Ook probeerde hij na de Franse tijdplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigFranse tijd

In de geschiedenis feitelijk de periode van 1806 tot en met 1813, de tijd van het Koninkrijk Holland onder koning Lodewijk Napoleon (1806-1810) en de periode dat Nederland deel uitmaakte van het Napoleontische Keizerrijk (1810-1813). In verband met de overzichtelijkheid wordt hier ook de periode van de Bataafse republiek (1795-1806) onder dit trefwoord behandeld.
samen met Jan Vas weer de walvisvaart op gang te krijgen, maar dat bleef zonder succes. Hij beschikte naast zijn molens over achttien pakhuizen en voor al het onderhoud over een eigen timmerwerf. Van de kinderen van Cornelis en Aagje, trouwde

  • Machteltje Honig met Jacobus Kluyver, die met de molens
    • De Woudaap,
    • Het Honingvat en
    • De Spatter werkte. Hun zoon
  • Albert Kluyver Jacobsz beheerde ook nog de molens
    • De Kwak,
    • De Visser,
    • De Jonge Wolf en
    • De Kopermolen uit het bezit van de firma Claas Honig & Zoon.

De tweede zoon van Cornelis en Aagje,

  • Cornelis Cornelisz Honig (1808-1870), gehuwd met Geertje Honigh (1808-1872), wilde zelfstandig zijn en ging in 1845 met tien molens werken. Zijn kinderen konden het bezit niet bij elkaar houden. Zoon
    • Cornelis stierf vroeg,
    • Pieter, Klaas en Jacobus verdeelden de molens, terwijl
    • Gerrit houtzager werd met wat later heette N.V Houthandel v/h G. Honig Cz. Tenslotte werd zoon
    • Hendrik landbouwer in de boerderij De Kleine Bijenkorf in de Beemster. Al deze firma`s verdwenen, behalve die van
    • **Adriaan Honig Cz**plugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigHonig, Adriaan Czn

      was de jongste zoon van Cornelis Honig Czn (zie voor familiegeschiedenis: Honig, ondernemersgeslacht) en begon in 1872 met de uit de erfenis verkregen molens het Pink en de Kieft als firma Adriaan Honig Cz. in de olieslagerij, uit welke activiteiten de oprichting van nv Oliefabrieken het
      (1851-1931), gehuwd met Aagje Kluyver (geb. 1853) uit wiens bezit de stoomoliefabriek N.V. Oliefabrieken Het Hart en De Zwaan, v/h Adriaan Honigplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigHart en De Zwaan, voorheen Adriaan Honig, Oliefabrieken Het

      Oliefabrieken te Zaandam, in de jaren '60 van de 20e eeuw verdwenen. De grondslag voor het bedrijf werd gelegd door Adriaan Honig Cz., die na het overlijden van zijn vader Cornelis Honig Cz. de molens Het Pink en De Kieft te Koog erfde. Hij begon hiermee in 1872 onder de naam firma Adriaan Honig Cz. voor eigen rekening te werken. Door zijn grote energie en door de toenemende vraag naar geproduceerde koeken was hij in staat de zaak uit …
      en N.V. Stoomolieslagerij De Phoenix te Bodegraven ontstonden, later voortgezet door zijn zoons
    • Cornelis Adriaan Honig (geb. 1877) en
    • mr. Albert Jacobus Honig (geb. 1880).

De oudste zoon van Cornelis en Aagje,

  • Klaas Honig Cornelisz (1805-1887), gehuwd met Antje Kaat (1819-1865), kreeg negen molens toebedeeld en werkte onder de firmanaam Claas Honig & Zn. Van hun kinderen ging
    • Hendrik Klaasz Honig (1840-1891), gehuwd met Trijntje Honigh (1838-1911, dochter van Willem Adriaansz Honig en Maartje Breet), door met de molens
    • Het Oude Bonte Ka1f,
    • De Jonker,
    • De Ezel en
    • De Kikker.

In 1889 stichtte hij de stoomoliefabriek De Kroon te Koog, die overging op zijn zoon

  • Klaas Hendriksz Honig (1868-1929), gehuwd met Catharina Margaretha Donker (geb. 1867), die in 1897 een handel in en fabricage van blauwsel, specerijen en chocolade met de fabriek de Gebroeders te Wormerveer toevoegde. Diens zoon
    • Hendrik Honig Klaasz (geb. 1892), gehuwd met Clementina Maria Hubertina Hermans (geb. 1900) liquideerde de zaken in 1930.

De tweede zoon van Klaas Honig Cornelisz en Antje Kaat,

  • Klaas Honig Klaasz (1844-1887), gehuwd met Machteldje Kluyver (1844-1929) beheerde de molens
  • De Strijd,
  • De Dood,
  • De Virgilius,
  • De Zeef en
  • De Windhond.

De derde zoon

  • Gerrit Honig Klaasz werd hereboer op de hofstede De Grote Bijenkorf in de Beemster, terwijl de laatste zoon
  • Meindert Klaasz Honigplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigHonig, Meindert

    1846 - Koog aan de Zaan 5 april 1908

    Meindert Klaaszoon Honig, legde in 1873 de basis voor Honig en door sommigen omschreven als een ware puddingpionier, oprichter en eerste directeur van nv Stijfselfabriek De Bijenkorf, v.h. M.K. Honig. Meindert, vernoemd naar zijn grootvader, was de jongste zoon van Klaas Honig Cornelisz. (zie voor de familiegeschiedenis
    (1846-1908), eerst gehuwd met Neeltje Smit (1847-1894) en later met Beatrix van Geer (1848-1927), een heel andere kant opging en een stijfselfabriek oprichtte, die zou uitgroeien tot N.V. De Bijenkorf v/h M.K. Honigplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigHonig

    Vooraanstaand bedrijf in de stijfsel (zetmeel) en levensmiddelenfabricage. Fabrieken te Koog aan de Zaan, Nijmegen. Engeland en Zuid-Afrika. Ontstaan in 1867, in 1965 opgegaan in het Koninklijke Scholten Honig-concern (KSH) en bij de ondergang van dit concern in 1978 opgesplitst in
    . Zijn zonen
    • Claas Cornelis Honig Mz (1871-1921), gehuwd met Maria Agatha Laan (geb. 1873) en
    • Evert Honig Mz (1879-1922), gehuwd met Anna Isaäca Wouterina Meeves, zetten het bedrijf voort. Na hen kwamen Klaas' zonen
    • Meindert Klaaszoon Honig jr (Joep)plugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigHonig, Joep

      Koog aan de Zaan 16-09-1900 - Bergen NH 29-07-1998

      Meindert Klaaszoon (Joep) Honig jr. De naar zijn grootvader vernoemde Meindert Klaaszoon jr, maakte in 1921 zijn opwachting binnen het familiebedrijf. Twee jaar later werd hij op 23-jarige leeftijd als directeur aangesteld. Op technologisch gebied ontwikkelde de Honig-telg zich als een groot vernieuwer. Na een bezoek aan de Verenigde Staten, importeerde hij de nieuwe Amerikaanse zakelijkheid. Dat leidde onder meer tot de merkartike…
      (1900-1998), de man achter de soepen en puddings die het levensmiddelenconcern Honig in de jaren zestig deed uitgroeien tot één van de eerste Nederlandse multinationals.
    • de tweeling Cornelis Johan Honig en dr. George Nicolaas Honig (geb. 1905) met Evert's zoon
    • Evert Honig (1914-1944, gefusilleerd) in de directie.

De jongste zoon van het 'hoofd der familie' Jacob Cornelisz Honig en Maartje Meyn,

  • Jan Jacobsz Honig (1688-1757), gehuwd met Trijntje Caescoper, was compagnon van zijn broer
  • Cornelis onder firma C. & J. Honig in de papiermakerij en daarnaast walvisreder. Bij de scheiding van de firma kreeg zijn zoon
    • Jacob Honig Jansz (1712-1780), gehuwd met Lijsbeth Cornelis Blauw de molens De Bijkorf en De Eendracht, welke laatste molen in 1775 werd verkocht aan Maarten Schouten die daarmee het begin maakte van wat zou uitgroeien tot het papierconcern Van Gelder Zonenplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigGelder Zonen, van

      Nederlands papierconcern, waarvan de voormalige papierfabriek Van Gelder Zonen te Wormer, niet alleen deel uitmaakte maar ook de oorsprong vormde. Terwijl elders gevestigde delen van deze onderneming zijn voortgezet, is de fabricage van papier in Wormer bij een algehele sanering in 1981 beëindigd. Zie voor de vroege bedrijfs- en familiegeschiedenis ook
      . Jacob kocht de molen De Wever terug van de familie van der Ley. Toen zijn zoon
    • Jan Jacob Honig (1738-1806), gehuwd met Maartje Klaas Nen, in de firma werd opgenomen noemde men zich Jacob Honig & Zoon, welke firma nog twee generaties onder die naam zou bestaan.

Achtereenvolgens was dat onder leiding van hun zoon

  • Jacob Honig Jansz (1765-1848), gehuwd met Guurtje Jans Haremaker (1765-1812) en hun zoon
  • Jan Jacobsz Honig (1792-1867), gehuwd met Antje Vermeulen, welke in 1854 liquideerde. Een zuster van Jan Jacobsz Honig,
  • Maartje Honig (1802-1866) huwde de olieslager Jan Spekham Duyvis (1825-1862) wiens zoon Teewis Duyvis Jansz (1823-1875), gehuwd met Debora Geertruide Verkade, de grondlegger was van de oliefabrieken van Duyvis. Een zoon van Jan Jacobsz Honig,
  • Jacob Honig Jansz Jr.plugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigHonig Jansz. Jr., Jacob

    Zaandijk, 5 mei 1816 - 14 november 1870

    Papierfabrikant, makelaar en directeur van een door hem opgerichte assurantiecompagnie, later ook burgemeester van Zaandijk. Grote en blijvende bekendheid verkreeg Honig door zijn geschiedkundige onderzoekingen en door vele publicaties. Zie voor zijn afstamming bij
    ( 1816-1870), achtereenvolgens gehuwd met Aagje Kerbert (gest. 1846), Jacoba Wilhelmina van Reeke (gest. 1851) en de als schrijfster van jeugdherinneringen bekende Neeltje Mulderplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigMulder, Neeltje

    Zaandijk, 1 januari 1833 - 28 november 1912

    Neeltje Mulder, dochter van Gerard Mulder en Aagje Brandenburg, zuster van dokter Jan Mulder. Vanaf haar 22e echtgenote van de toen 39-jarige historicus Jacob Honig Jansz. Jr., die als makelaar en assuradeur ook enige tijd burgemeester van Zaandijk was. Uit Honig's eerste huwelijk met Aagje Kerbert waren drie kinderen geboren, waarvan er één op tweejarige leeftijd was overleden. Neeltje werd, door met Jacob te trouwen, gelijk moeder …
    (geb. 1833) werd Zaans historicus, evenals zijn zoon
  • Gerrit Jan Honigplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigHonig, Gerrit Jan

    Zaandijk 24 november 1864 - Zaandijk 22 augustus 1955

    Zaans historicus. Gerrit Jan Honig, zoon van Jacob Jansz Honig Jr en Neeltje Mulder, moet als kind al belangstelling voor de geschiedenis van de Zaanstreek hebben gekregen. Hij werd directeur van een boekhandel en drukkerij
    (geb. 1864), die conservator van de Zaanlandsche Oudheidkamerplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigZaanlandsche Oudheidkamer

    Museum aan de Lagedijk in Zaandijk, waarin de in de 19e eeuw bijeengebrachte en later uitgebreide verzameling 'Jacob Honig Jansz. Jr.' is ondergebracht.

    Deze verzameling (klederdracht, meubelen en ander gerei, schilderijen, volkskunst en zilverwerk) betreft specifiek het Zaanse verleden en is ondergebracht in een voormalig koopmanshuis. De prent- en fotoverzamelingen van de beherende vereniging berusten in het
    werd.

De tweede zoon van Jacob Honig en Lijsbeth Blauw,

  • Cornelis Jacobsz Honig huwde Moertje Ongelaar en hun zoon
    • Jan Honig Cz (1773-1848), gehuwd met Neeltje Jans Haremaker, later met Neeltje Lourens Leegwater (1783-1836) was degene die de experimenten met de eerste machinale papierfabriek door de broers Van Gelder zo zou tegenwerken. Zijn zoon
    • Cornelis Jansz. Honig (1817-1894), achtereenvolgens gehuwd met Maartje Kop (1817-1843) en Eefje Bakker (1832-1915) nam in 1855 als firma Jan Honig en Comp. de onfortuinlijke papierfabriek in molen Het Fortuin van de Van Gelders over.
      • Hun zoon Jan Honig Cornelisz (1840-1925), gehuwd met Aagje Willems Honig (1840-1917), zou samen met zijn halfbroer Abraham Honig Cornelisz (1874-1947), gehuwd met Neelina Margaretha de Boer, tot 1894 nog met Het Fortuin als windmolen doorwerken, maar zag deze molen in dat jaar verbranden. Jan Honig Cornelisz was bovendien eigenaar van de 'Sociëteit der IJzersmederij' op het Hazepad in Zaandijk, samen met zijn broer
      • Cornelis Honig Cz (1867-1931), gehuwd met Cornelia Dil (1869-1943), die Meestersmid was. De derde zoon
      • Jacob Honig Cz, gehuwd met Maartje Akkerman, was nog firmant bij de papierhandel Riem & Honig te Den Haag.

Ir. E.B. van Gelder

  • /home/zaanwiki/domains/zaanwiki.nl/private_html/encyclopedie/data/pages/honigh.txt
  • Laatst gewijzigd: 2020/09/07 12:03
  • (Externe bewerking)