jisp

Tot 1991 zelfstandige gemeente, ten oosten van de Zaan, op de grens van Zaanstreek en Waterland. Het dorp is, gezien zijn verleden, te beschouwen als behorend bij de Zaanstreek. Jisp is met nog geen duizend inwoners verreweg het kleinste dorp binnen deze Zaanstreek. De buurtschap Spijkerboor behoorde bij de gemeente Jisp. Vóór 1940 was een groot deel van de inwoners voor wat hun inkopen betreft op Purmerend aangewezen. Dit kwam vooral door het ontbreken van voorzieningen in de eigen plaats en in het nabijgelegen Wormer.

Nadat het aantal winkels in Wormer toenam, richt een groot deel van de bevolking van Jisp zich op deze gemeente, mede gestimuleerd doordat Jisp en Wormer vrijwel onmerkbaar in elkaar overlopen. Bovendien gaat een groot deel van de jeugd van Jisp naar het mavo in Wormer. Ook uit de dagbladen die de bevolking van Jisp leest blijkt dat bewoners van de gemeente voornamelijk op de Zaanstreek zijn gericht. Een onderzoekje in augustus 1989 wees uit dat de Zaanse Typhoonplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigTyphoon, Dagblad voor de Zaanstreek

Dagblad, oorspronkelijk illegaal verzetsblad, aanvankelijk uitgegeven door De Typhoon bv te Zaandam, later door uitgeversmaatschappij Midden Noord-Holland, Damiate Holding Haarlem. Het eerste exemplaar van De Typhoon verscheen op 12 oktober 1944 en werd uitgebracht door de Rooms Katholieke Centrale, RKC, zie ook:
tweemaal zoveel wordt gelezen als de Waterlandse Nieuwe Noordhollandse Courant. De lezers van de NNC bleken bovendien vooral in Spijkerboor te wonen.

De verwarring over de vraag of Jisp al dan niet bij de Zaanstreek moet worden gerekend is al oud. Loosjesplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigLoosjes, Adriaan

Westzaandam 15 april 1689 - 20 maart 1767

Adriaan Adriaanszoon Loosjes, houtkoper, predikant aan de Fries Doopsgezinde gemeente te Westzaandam, vooral bekend geworden als auteur van Beschrijving van de Zaanlandsche dorpen, Oostzaan, Oostzaandam, Westzaan, Westzaandam, Koog aan de Zaan, Zaandijk, Wormerveer, Westknollendam en Nauerna, uitgegeven Haarlem 1794; heruitgave 's-Gravenhage 1968.
nam het dorp niet op in zijn 'Beschrijving van de Zaanlandsche Dorpen' (1794), maar ruim vijftig jaar later betrok Jacob Honig Jansz. Jrplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigHonig Jansz. Jr., Jacob

Zaandijk, 5 mei 1816 - 14 november 1870

Papierfabrikant, makelaar en directeur van een door hem opgerichte assurantiecompagnie, later ook burgemeester van Zaandijk. Grote en blijvende bekendheid verkreeg Honig door zijn geschiedkundige onderzoekingen en door vele publicaties. Zie voor zijn afstamming bij
. het dorp in zijn 'Geschiedenis der Zaanlanden' nadrukkelijk wel bij de Zaanstreek. Kruijtplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigKruijt, prof. dr. Jacob Pieter

Zaandijk, 18 december 1898 - Bilthoven, 2 december 1975

Jacob Pieter Kruijt, hoogleraar sociologie aan de Rijksuniversiteit van Utrecht. Na een studie geografie aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde Kruijt op het proefschrift 'De onkerkelijkheid in Nederland, haar verbreiding en oorzaken' (Groningen/Batavia 1933). Daarin noemde hij zijn geboorteplaats Zaandijk als voorbeeld van onkerkelijke gemeenschappen. Eerder, in 1928, had hij in het tijdschrift Mensc…
, Van Braamplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigBraam, Prof. dr. Aris van

Zaandam, 1 juni 1923 - Wormerveer, 8 mei 2002

Wetenschapper, en één der belangrijkste naoorlogse publicisten over de Zaanstreek. Van Braam haalde in 1946 zijn doctoraal Sociografie, daarna volgde zijn benoeming tot eerste hoofd van het Sociografisch Bureau van Zaandam. Van 1949-1965 vervulde hij vervolgens verscheidene functies bij het Centraal Bureau voor de Statistiek te 's Gravenhage. In 1957 promoveerde hij cum laude op het proefschrift
en Van der Woudeplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigWoude, Ad van der

Utrecht, 11 juli 1932 - Ede, 14 juni 2008

Prof. dr. Adrianus Maria (Ad) van der Woude, Auteur van het proefschrift Het Noorderkwartier. Een regionaal historisch onderzoek in de demografische en economische geschiedenis van westelijk Nederland van de late middeleeuwen tot het begin van de 19e eeuw
erkennen dat het dorp aan de periferie van de streek ligt en wezenlijk afwijkt van de geïndustrialiseerde kern, maar rekenen Jisp desalniettemin tot de Zaanstreek.

Desondanks was het beleid van de provinciale en de rijksoverheid er sedert 1980 op gericht Jisp op te laten gaan in een Waterland-gemeente, die Wormerland ging heten. Naast Jisp zouden ook Wormer en Wijde Wormer tot deze gemeente gaan behoren. Men meende dat deze samenvoeging noodzakelijk was aangezien het lokale bestuur van kleine gemeenten zo versterkt kan worden, voorzieningen gehandhaafd konden blijven en beter tegenspel aan grote buurgemeenten en hogere overheden kon worden geboden. Gedeputeerde Staten kwamen tot de conclusie dat gemeenten minimaal 6000 inwoners moesten tellen om een minimum aan taken zelfstandig uit te kunnen voeren.

Wormerland zou 13.500 inwoners hebben. Tegen de voorgenomen samenvoeging is uit de drie gemeenten fel protest gekomen. Vooral uit Jisp werd verscheidene malen geprobeerd 'Haarlem' en 'Den Haag` van hun voornemen af te brengen. In februari 1988 zei tijdens een telefonische enquête 61,4 % van de in de drie dorpen ondervraagden 'nee' tegen de samenvoeging; in Jisp was dat percentage 94,2 %. De samenvoeging kreeg reeds per 1991 zijn beslag.

Naam

De oorsprong van de naam 'Jisp' is onduidelijk. De meeste auteurs verwijzen naar een water dat nabij de laat-middeleeuwse nederzetting moet hebben gestroomd. Soeteboomplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigSoeteboom, Hendrick Jacobsz.

Oost-Zaandam 1616 - 1678

ook wel: Soet, Zoet, of Zoeteboom

Eerste Zaanse geschiedschrijver; boekverkoper en uitgever. Naar Soeteboom is meermalen onderzoek gedaan, onder anderen door Jacob Honig Jsz. jr. en Sipke Lootsma, maar desondanks zijn weinig gegevens over hem bekend. De onderzoekers naar zijn leven en werk concludeerden dat Soeteboom zeker niet in alle gevallen als betrouwbare bron kan gelden, maar constateerden ook dat zonder zijn werk vele gegevens ove…
stelde (in 1658) dat hij dit riviertje nog heeft aanschouwd, maar het is zeker dat dat onmogelijk waar kan zijn. De naam van het dorp is op verschillende manieren gespeld: Gispe (1328), Gyspe (1344), Jhispe (1438), Jhisp (1505), Gijsp (1561), Ysp (1593), Jesp (1658), Isp (1658) en Gisp (1658). Volgens Soeteboom leerde 'meester Pieter Kas' zijn leerlingen de huidige spelling Jisp. Eén onderzoeker stelde dat de naam Gispe een verwijzing zou inhouden naar 'gistend water'. De letter 'e' aan het einde van de naam zou dan een verkorting zijn van 'apa' (water).

Wapen

Gemeentewapen Jisp. Bron: wikimedia

Het wapen van Jisp bestaat uit een gouden lepelaar op een blauw (azuur of lazuur) veld. De lepelaar moet oorspronkelijk wit zijn geweest, terwijl het veld geen vaste kleur had. Het wapen, dat al in 1570 bestond, werd in 1816 door de Hoge Raad van Adel in de rijkskleuren bevestigd. De afbeelding op het wapen is in het verleden op twee manieren verklaard. Volgens de oudere schrijvers hielden de Jispers in het verleden zelf lepelaars, vanaf het midden van de 19e eeuw houdt men het erop dat de polder Jisp jaarlijks bezoek kreeg van een grote kolonie van deze vogels.

De lepelaar in het wapen van Jisp is door Soeteboom verklaard als 'afkomstig te wesen van de Leepelaren, die se veel te Jisp, en voornamelijk in het Oosteynde plachten te houden (… ) Tot verval van kleyne Aal, Spiering, Pos, Bley, Gruntel en diergelijk, hielden se de Leepelaren tot hen heden vermaak, geschiedt op de Markten, dewijle dat die Vogelen na het aas zeer begeerig zijn (enz)'. De ornitoloog Fr. Haverschmidt kwam tot de conclusie dat in de 16e eeuw de vissers uit de omgeving van Jisp halfwas jonge lepelaars uit een kolonie dicht bij het dorp moeten hebben gehaald. Het blijkt dat lepelaars zeer tam en aanhankelijk kunnen worden.

Vermoedelijk hielden de Jisper vissers de lepelaars niet enkel 'voor vermaak', maar ook omdat het vlees van de vetgemeste jonge vogels zeer smakelijk heette te zijn.

Bijnamen

Destijds gebruikelijke bijnamen voor Jispers waren: Jisper Moppen, Orebijters en Jisper Uilen. De laatste bijnaam werd vooral door inwoners van Wormer gebruikt, die op hun beurt juist weer Uilen werden genoemd door de Jispers. De scheldnaam Moppen tekende Boekenoogenplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigBoekenoogen, Gerrit Jacob

Wormerveer 18 april 1868 - Leiden 26 augustus 1930

Taalkundige, vooral bekend geworden door zijn academische proefschrift 'De Zaanse Volkstaal', waarop hij in 1896 in Leiden cum laude promoveerde. De hoofdinhoud van dit in 1897 uitgegeven lijvige werk wordt gevormd door het Idioticon, waarvan is getuigd dat het buiten kijf het meest volledige en best bewerkte woordenboek van enige Nederlandse streektaal is.
op uit de mond van een inwoner van de Wijde Wormer. De scheldnaam Orebijter ontstond volgens de overlevering nadat tijdens een vechtpartij een Jisper een stuk uit het oor van een inwoner van Neck had gebeten.

Omvang, oppervlakte

De gemeente Jisp is een onderdeel van de polder Wormer Jisp en Neck. Voorts hoort een klein deel van de Starnmeerpolderplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigStarnmeer

Polder ten noorden van de Zaanstreek, gelegen tussen de Marker Polder, de Polder Wormer, Jisp en Nek, het Noordhollands Kanaal en de Markervaart. De polder werd in 1643 bedijkt en daarna drooggemaakt. Enkele huizen van de buurtschap Spijkerboor (gemeente Wormerland) liggen in de Starnmeer.
tot het grondgebied. Daardoor grenst Jisp in het westen aan Wormer, in het noordwesten aan Graft-De Rijp, in het noorden aan Beemster, in het oosten aan Neck en in het zuiden weer aan Wormer. Het kruispunt van het Noordhollands Kanaalplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigNoordhollands Kanaal

Buiten de Zaanstreek gelegen, in 1824 voltooid, kanaal dat Amsterdam via Purmerend met Den Helder verbindt en een lengte van 78.5 kilometer heeft. Bij de aanleg, bedoeld om de hoofdstad een vaarweg naar de Noordzee te geven toen de toegang tot het IJ steeds meer was verzand, is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande waterwegen.
met de Knollendammer Vaartplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigKnollendammervaart

Ringvaart van het Starnmeer, die tussen 1639 en 1643, bij de droogmaking van het meer, tot stand kwam.
/ Beemster Ringvaart behoort bij Jisp, inclusief de aldaar gelegen buurtschap Spijkerboorplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigSpijkerboor

Gehucht bij de kruising van het Noordhollands Kanaal, de Knollendammervaart en de Beemsterringvaart. Bij de gemeentelijke herindeling van Waterland onderdeel van Wormerland geworden, daarvoor tot Jisp behorend. De indeling bij Wormerland leidde tot protesten. Een aantal bewoners wilde liever bij Graft-De Rijp. waar de buurtschap sterk op georiënteerd is. De buurtschap ligt in vier polders: Kamerhop, Beemster, Starnmeer en Wormer, Jisp en Nek. Het gemeentebestuur van Graft-De Rijp be…
. Het voormalig fort Spijkerboor ligt juist binnen de gemeentegrenzen van Beemster. Het Noordhollands Kanaal behoort vrijwel over de volledige breedte bij Jisp.

In het verleden behoorde Jisp, zoals de gehele Zaanstreek (en ook Neck), tot Kennemerland. Over de oudste grenzen van de banne Jisp bestaat geen adequate informatie. Volgens oude vermeldingen liepen Jisp en Neck in het verleden in elkaar over; het zich door zuidwester stormen uitbreidende meer de Wormer maakte daar een einde aan. Het is niet te schatten hoeveel grondgebied van Jisp toen is weggeslagen. Vóór het graven van het Noordhollands Kanaal (1820-1824) had Jisp een bebouwde lengte van ruim 1500 meter en bedroeg het grondgebied 623 hectare (waarvan 421 hectare land). Nadien kreeg het dorp er in het westen gebied bij.

In 1845 bestond de gemeente kadastraal uit ruim 1014 hectare land en water. Nadien deden zich slechts kleine wijzigingen voor. In 1988 was Jisp 1018 hectare groot (waarvan 201 hectare water).

Samenvoegingen

De samenvoegingplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigSamenvoeging

In de Zaanstreek zijn herhaaldelijk samenvoegingsplannen voorgesteld; een aantal daarvan werd ook daadwerkelijk uitgevoerd. Het bekendst zijn de samenvoeging tot de stad Zaandam in 1811 en die tot Zaanstad in 1974, hierachter apart behandeld. Daarnaast is de samenvoeging van
tot Wormerland, die in 1980 voor het eerst ter sprake kwam, was niet de eerste samenvoeging waar Jisp bij was betrokken. In 1518 werden Jisp en Wormer samengevoegd. Deze samenvoeging werd in 1611 door de Staten van Holland en Westfriesland op verzoek van Jisp weer ongedaan gemaakt. Zie: Bestuurplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigBestuur

Bestuur
en rechtspraak 1.2.7.

Tijdens de Franse overheersingplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigFranse tijd

In de geschiedenis feitelijk de periode van 1806 tot en met 1813, de tijd van het Koninkrijk Holland onder koning Lodewijk Napoleon (1806-1810) en de periode dat Nederland deel uitmaakte van het Napoleontische Keizerrijk (1810-1813). In verband met de overzichtelijkheid wordt hier ook de periode van de Bataafse republiek (1795-1806) onder dit trefwoord behandeld.
werd per Keizerlijk decreet van 21 oktober 1811 Jisp met Wijde Wormer tot één gemeente verenigd. Dit samengaan was van korte duur. Bij Koninklijk Besluit werd de Franse maatregel op 13 december 1815 ontbonden. Eind jaren '30 van de 20e eeuw ontstonden er opnieuw ideeën over samenvoeging, nu van Jisp, Wormer en Wijde Wormer. Het wetenschappelijk rapport over deze en andere Zaanse samenvoegingen, samengesteld onder leiding van prof. dr. H.N. ter Veen, verscheen in 1941 en bleef zonder gevolgen. Pas bij de samenvoeging van een aantal Zaanse gemeenten tot Zaanstad kwam Jisp weer ter sprake (in het oorspronkelijke plan), maar al snel werd duidelijk dat het dorp buiten deze samenvoeging zou blijven.

Bevolking

Jisp is wat betreft het aantal inwoners verreweg de kleinste gemeente binnen de Zaanstreek. Ook wat betreft de bevolkingsdichtheid is Jisp onvergelijkbaar met de andere (voormalige) dorpen. Per vierkante kilometer woonden er in 1988 117 personen. Dit is zelfs aanzienlijk minder dan in de (zeer grote) voormalige gemeente Assendelft (290). Het gemiddeld aantal inwoners per vierkante kilometer van Zaanstad was per augustus 1989: 1590.

Afgezien van de economische bloeiperiode eind 16e/begin 17e eeuw heeft Jisp nooit meer dan ongeveer 1000 inwoners gehad. Door reconstructies en tellingen is het volgende overzicht samengesteld:

jaaraantaljaaraantal
15145381899764
162218431930776
17428811950766
17956211960793
181150419701032
18406101980974
18697071989953

De (meer dan) verdrievoudiging van het inwonertal tussen 1514 en 1622 was te danken aan de flinke economische voorspoed die het dorp toen kende (zie: Middelen van bestaan). Mogelijk heeft het dorp in de decennia na 1622 zelfs meer dan 2000 inwoners gekend; cijfers ontbreken. De kentering zette zich in na de zware brand van 1664 (waarbij meer dan 150 huizen verloren gingen) en duurde voort tot na de Franse tijd.

In de 20e eeuw werd het uitgangspunt van de gemeentebestuurders om Jisp het Zaanse landelijke karakter te laten behouden. Alleen achter de kerk legde men een klein wijkje aan om tegemoet te komen aan de grote vraag naar huizen op het platteland. Sindsdien heeft het aantal inwoners zich iets onder de duizend gestabiliseerd.

Kerkelijke gezindheid

De ontkerkelijking in Jisp verliep veel geleidelijker dan in de rest van de Zaanstreek, die reeds vóór 1940 bekend stond als de meest onkerkelijke streek van Nederland. Wellicht doordat Jisp buiten de industriële kern van de streek ligt en doordat het deels agrarische karakter behouden bleef, heeft met name de Nederlands Hervormde Kerk lang veel lidmaten behouden. Van der Aa vermeldde in 1849 een bevolkingsomvang van 620, waarvan 500 personen Nederlands Hervormd waren, 70 personen Rooms-Katholiek en 50 Doopsgezind. De tabel laat over de jaren 1947 en 1960 de aantallen lidmaten van de verschillende kerken (Nederlands Hervormd. Rooms-Katholiek. Gereformeerd, overige en geen) zien, absoluut en percentueel, en daaronder het percentage dat gold voor de gehele Zaanstreek.

Bevolking naar politieke gezindheid

In de tabel is de samenstelling van de gemeenteraad vanaf 1923 vermeld. Daarbij moet worden opgemerkt dat de protocollen van de jaren 1935, 1939, 1946, 1949 en 1974 ontbreken; voor zover mogelijk is de zetelverdeling in die jaren ontleend aan de in kranten gepubliceerde uitslagen. De lokale politiek in de raad is dus, zoals de zetelverdeling toont, jarenlang in belangrijke mate door de plaatselijke partijen bepaald. Begrippen als '1inks' en 'rechts' zijn op deze partijen nauwelijks van toepassing. Jisper Belangen, dat ontstond uit onvrede met Gemeente Belangen, was iets progressiever. Deze groepering hield het evenwel niet lang vol en verdween, na acht jaar met twee zetels in de raad te zijn vertegenwoordigd.

Met name het lokaal sterke verbond van de CPN en de PPR profiteerde van deze 'aardverschuiving' in de Jisper raad. Opmerkelijk is het ontbreken van protestants-christelijke partijen in de gemeente-politiek. Noch de ARP, noch de CHU, noch een combinatie van deze twee nam zelfs maar ooit deel aan de verkiezingen. 1n 1987, bij de verkiezingen voor Provinciale Staten, bracht meer dan 75 % van de bevolking van Jisp geen stem uit, als protest tegen de voorgenomen vorming van de gemeente Wormerland.

Burgemeesters

Jisp had tussen 1811 en 1989 dertien burgemeesters. Vijf van hen waren afkomstig uit het geslacht Wildschut. Van de laatste vijf burgemeesters waren er vier slechts als waarnemend burgemeester benoemd. Een nog groter aantal was tegelijk ook burgemeester van een andere gemeente. Notaris Cornelis van Maenen wordt genoemd als de eerste maire van de gemeente Jisp. Hij was al in 1775 benoemd tot schout en secretaris en werd in 1811 benoemd als eerste burgemeester van de samengevoegde gemeente Jisp-Wijde Wormer. Hij bleef dat tot zijn overlijden op 18 november 1814. Zijn taak werd overgenomen door C. Boom, die burgemeester bleef tot Jisp en Wijde Wormer in 1817 weer werden gesplitst. Johannes Wildschut werd toen de eerste van de 'Wildschutdynastie', die Jisp ruim een eeuw zou besturen. In 1840 gaf hij volmacht aan zijn zoon Adrianus, die hem na zijn dood in 1845 opvolgde. Cornelis (broer van Adrianus), die al in 1856 burgemeester van Wormer was geworden, werd burgemeester van Jisp (en Wijde Wormer) in 1859 en bleef dat tot in 1902. Na zijn overlijden werd hij opgevolgd door zijn neef Johannes Adr.zn., die ook lid was van onder meer Provinciale Staten en het Heemraadschap van Uitwaterende Sluizen en van de Hondsbossche Zeewering.

Zijn zoon Cornelis werd in 1918 burgemeester. In 1923 verhuisde hij uit de gemeente. Inmiddels was het burgemeestersambt 'gepolitiseerd', waardoor het niet langer mogelijk was opnieuw een Wildschut te benoemen. In plaats daarvan werd de in Wormer geboren W. Voster eerste burger van Jisp, die dat tot 1951 zou blijven. In dat jaar kreeg Jisp voor het eerst te maken met een burgemeester van buiten de streek, toen de commies eerste klas op de secretarie van Bloemendaal J.H. Bergh deze functie aanvaardde. In 1955 werd hij opgevolgd door waarnemer A. Loggers, die al burgemeester van Wormer was. Van 1961 tot 1967 was Jonkheer J. Albeda van Eekenstein de laatste niet-waarnemend burgemeester van Jisp. Waarnemers E.C. Tjaden (1967-1972), J.D. Post (1973-1983) en K. Kerkhoven (van 1983 tot december 1990) waren tevens burgemeester van respectievelijk Wijdewonner, Wijdewormer en Ilpendam.

Bewoningsgeschíedenis

Het dorp Jisp omstreeks 1655 naar een tekening van (vermoedelijk) J. Beerstraten

Over het ontstaan van Jisp is vrijwel niets bekend. Alle auteurs zijn het erover eens dat het dorp (met Wormer, Assendelft en Oostzaan) tot de oudste nog bestaande Zaanse nederzettingen behoort. Een definitief bewijs voor het vermoeden dat het dorp reeds in de 12e/13e eeuw bestond is echter nooit geleverd. De oudste schriftelijke vermelding van het dorp Gispe dateert uit 1321, in welk jaar Jan van Zaandenplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigZaanden, Jan van

Zie: Bestuur en rechtspraak 1.2.1.
de helft van een reeds langere tijd bestaande meelmolen in zijn bezit kreeg. Jisp lag nabij de meren de Beemster en de Wormer, die in open verbinding met de Zuiderzee stonden. Dit bracht het dorp zowel voor- als tegenspoed. Hiervoor (oppervlakte, omvang) is verteld dat een deel van het dorp is weggespoeld. Maar anderzijds was er het voordeel dat vanuit Jisp schepen ter haringvangstplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigHaringvisserij

Tak van visserij, in de 15e en 16e eeuw van groot belang voor de Zaanstreek. Het centrum van de omvangrijke Noordhollandse haringvisserij was De Rijp. Als vanzelfsprekend profiteerden daardoor vooral Wormer en Jisp van deze vorm van zeevisserij. De bloeiperiode duurde voort tot in de
of walvisvaartplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigWalvisvaart

Vorm van scheepvaart, toegespitst op de vangst en verwerking van walvissen. De Nederlandse walvisvaart kende een bloeiperiode van 1614 tot 1770. Aanvankelijk was het monopolie in handen van de Noordse Compagnie. Na beëindiging van het aan hen verleende octrooi in 1642 konden andere reders, waaronder Zaanse, zich gaan ontwikkelen. Door toenemende concurrentie werden grotere gebieden geëxploiteerd en ontstonden mede daardoor nieuwe technieken, zoals ijsvisserij. In de Zaanstreek kwam …
konden worden uitgerust.

In de 17e eeuw werden de grote Noordhollandse meren drooggelegd, respectievelijk de Beemster (1612), de - achter de Wormer gelegen - Purmer in 1622 en de Wormer in 1626.

Middelen van bestaan

Het is opmerkelijk dat de economische bloeiperiode van Jisp (en Wormer) gelijkvalt met die van het gewest Holland. Voor zover uit de beschikbare gegevens kan worden opgemaakt, kende Jisp de grootste welvaart in de zogenoemde 'Gouden Eeuw', die volgens de economisch-historici omstreeks 1660 eindigde. Dat was dus ook de tijd waarin Jisp een omslag kende. Nadien kwijnde de Jisper economie ruim anderhalve eeuw. Daarmee ligt de periode van bloei voor Jisp ruim vóór die van de overige Zaanstreek, waar de bloeiperiode later begon en langer voortduurde. De eerste berichten over de middelen van bestaan van Jisp stammen uit het einde van de 15e eeuw.

In 1494 verklaarde een aantal mannen uit de dorpen Wormer en Jisp, dat de bewoners van die plaatsen zich bezig hielden met de haringvisserij. Zij deden dat- gedwongen - niet als reders van de schepen maar als schepeling in dienst van anderen. In genoemd jaar 1494 had namelijk Jonker Frans van Brederode de gehele vloot van Wormer en Jisp op de Maasrede verbrand, en de dorpen hadden geen middelen om een nieuwe vloot op te bouwen. Sedertdien meldden zij, als het seizoen was geopend, zich aan de Maasmonding om op andere schepen aan te monsteren.

De haringvaart was niet de enige bron van bestaan. Er werd in het dorp tevens aan veehouderij en akkerbouwplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigAkkerbouw

Agrarische bedrijvigheid. In verband met de huidige bodemgesteldheid is het overgrote deel van de Zaanstreek ongeschikt voor akkerbouw; in het verleden werden hier veel grotere oppervlakten voor benut. Een vrij algemeen aanvaarde theorie luidt dat het huidige laagveenpakket waaruit de Zaanstreek bestaat, is ontstaan door erosie en inklinking van oorspronkelijk hoogveen. In de middeleeuwen werd hierop graan verbouwd; het was noodzakelijk het hoogveen te ontwateren en men groef daartoe …
gedaan. De akkerbouw was primitief en kleinschalig. Het land was vochtig en bevatte onvoldoende voedingsstoffen. Om dit te verbeteren baggerde men wel slib uit sloten, op de verspreide modder verbouwde men dan granen. De oorzaken van de bloei die Wormer en Jisp vervolgens doormaakten zijn niet te achterhalen, maar zeker is dat de dorpen in 1514 weer eigen haringbuizen uitmonsterden. Tot het begin van de Tachtigjarige Oorlog waren Wormer en Jisp daarmee de enige dorpen in Noord-Holland met een eigen vloot. In 1614 verklaarde men dat vóór 'den trubbelplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigSpaanse tijd

Lokale aanduiding voor de jaren 1572 tot en met 1576, de tijd waarin de Zaanstreek gedeeltelijk door troepen in Spaanse dienst bezet was. Feitelijk is het een foutieve naamgeving van de eerste jaren van de opstand in de Nederlanden tegen de toenmalige vorst, Filips II
' 31 Jisper haringbuizen de Maasmonding als basis hadden. Een groot deel van deze schepen was vermoedelijk in het eigen dorp gebouwd.

In 1567 voeren drie schepen uit Jisp als eerste uit de Zaanstreek door de Sont om aan de Oostzeehandelplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigOostzeehandel

Zie: Oostzeevaart en Arbeidsplaatsen en bedrijfsgrootte.
deel te nemen. De oorlog tegen de Spaanse troepen betekende in menig opzicht een ramp voor Jisp. De haringvangst leed zware schade, niet alleen doordat er schepen verloren gingen maar vooral doordat de dichtbevolkte afzetgebieden in de Zuidelijke Nederlanden en het Duitse Rijngebied onbereikbaar werden. De reders uit Wormer en Jisp gingen zich met andere zaken bezighouden; hun dominante positie werd later overgenomen door De Rijp. Ook de scheepsbouw van Wormer en Jisp kwam ten einde.

In tegenstelling tot de andere Zaandorpen bleven Wormer en Jisp tussen 1572 en 1576 grotendeels gespaard voor het oorlogsgeweld. Waarschijnlijk doordat een deel van deze beide dorpen bezit was van poorters uit het aan Spaanse zijde staande Amsterdam, werd er niet of nauwelijks geplunderd of platgebrand. Doordat ze gespaard waren konden Wormer en Jisp na het wegtrekken van de Spaanse troepen snel tot bloei komen. De oorzaak van deze bloei was een geheel nieuwe tak van nijverheid: de Beschuitbakkerijplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigBeschuitbakkerij

Zie: Beschuit. Op deze plaats wordt uitsluitend de beschuitnijverheid te Wormer en Jisp behandeld, die gedurende de hele 17e eeuw, maar, zij het in mindere mate daarvóór, en daarna van aanzienlijke omvang was. Bij deze samenvatting van door anderen, maar voornamelijk door
.

Over de oorsprong van de beschuitbakkerij kan men slechts gissen. Mogelijk moet die al in het begin van de 16e eeuw worden gezocht, maar het hoogtepunt lag in het begin van de 17e eeuw. De productie bestond overwegend uit hard, lang houdbaar scheepsbeschuit. Daarvan werd (door de houdbaarheid) ook veel aan particulieren verkocht. Hiervoor trok men vooral naar de twee speciaal daarvoor ingerichte markten te Amsterdam. In 1638 verkochten blijkens Amsterdamse gegevens 135 'backers ende beschuytverkoopers' uit Wormer en Jisp hun beschuit op de markt. Sommige auteurs veronderstellen overigens dat het aantal bakkers aanzienlijk lager moet hebben gelegen dan de meestal genoemde 130 tot 150. De neergang van de beschuitbakkerij moet zich reeds vóór 1650 hebben ingezet. In 1712 waren er mogelijk nog maar twee beschuitbakkers in het dorp.

Ook de toeleveringsbedrijven voor de beschuitbakkerij brachten welvaart; er stonden vier korenmolens in Jisp (acht in Wormer) en in de hoogtijjaren voeren wekelijks meer dan 80 schepen uit Wormer en Jisp naar Amsterdam (zie: Beschuitvaartplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigBeschuitvaart

Het vervoer per zeilschip van de Wormer en Jisper beschuit in de 17e en vroege 18e eeuw. Het transport geschiedde vooral naar Amsterdam, maar had ook plaats naar de oostelijke provincies en zelfs tot Hamburg, Zweden en Denemarken toe. Ook in deze verre bestemmingen werd de beschuit voor een deel en detail verkocht, dus uitgevent. De
). Ondanks de enorme en snelle terugval van de beschuitbakkerij wist de Jisper bevolking zich enigszins staande te houden. Dat kwam enerzijds door de Walvisvaartplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigWalvisvaart

Vorm van scheepvaart, toegespitst op de vangst en verwerking van walvissen. De Nederlandse walvisvaart kende een bloeiperiode van 1614 tot 1770. Aanvankelijk was het monopolie in handen van de Noordse Compagnie. Na beëindiging van het aan hen verleende octrooi in 1642 konden andere reders, waaronder Zaanse, zich gaan ontwikkelen. Door toenemende concurrentie werden grotere gebieden geëxploiteerd en ontstonden mede daardoor nieuwe technieken, zoals ijsvisserij. In de Zaanstreek kwam …
en anderzijds door de Zeilenmakerijplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigZeilenmakerij

Zie: Zeilmakerij.
. In 1637 was Cornelis Cornelisz Ploeg de eerste Commandeur uit Jisp die ter walvisvaart voer. In 1640 vertrokken er al vier schepen. Drie commandeurs hadden toen ook hun eigen traankokerij en zorgden dus ook aan wal voor enige werkgelegenheid. In totaal waren er zeven traankokerijen in Jisp in bedrijf. De walvisvaart kende in Jisp tussen 1740 en 1750 de grootste omvang, toen jaarlijks zeven à acht walvisvaarders werden uitgereed. In de meeste andere jaren waren dat er drie à vier.

Over de omvang van de rolrederijplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigRolrederij

De zeildoekfabricage in Krommenie zou niet tot ontwikkeling zijn gekomen zonder het coördinerende werk dat de rolreders verrichtten. De weverij, die al in de 17e eeuw tot bloei kwam, is aanvankelijk - tot ver in de 19e eeuw - in huisindustrie, dus sterk gedecentraliseerd, bedreven.
en de zeilmakerij in Jisp zijn geen gegevens bekend. Deze bedrijfstak zal evenals de walvisvaart na 1750 gestadig zijn teruggelopen en in de Franse tijdplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigFranse tijd

In de geschiedenis feitelijk de periode van 1806 tot en met 1813, de tijd van het Koninkrijk Holland onder koning Lodewijk Napoleon (1806-1810) en de periode dat Nederland deel uitmaakte van het Napoleontische Keizerrijk (1810-1813). In verband met de overzichtelijkheid wordt hier ook de periode van de Bataafse republiek (1795-1806) onder dit trefwoord behandeld.
geheel zijn beëindigd. Niet alleen de beschuitbakkerij bracht Jisp vermaardheid, ook de Jisper Ledezettersplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigLedezetters

Befaamde groep chirurgijns in het dorp Jisp, die zich gedurende de gehele 17e eeuw vooral bezighielden met zogenoemde 'dislocatiën' van botten en gewrichten, dat wil zeggen met het zetten van gebroken ledematen en de behandeling van ontwrichtingen. Zij trokken van heinde en verre patiënten, die voor de behandeling vaak langere tijd in Jisp verbleven. Dat deze niet altijd even zachtzinnig te werk gingen blijkt uit de bijnaam van Willem Thaemsz, begin 17e eeuw, die luidde: 'de ijzeren…
droegen bij tot de bekendheid van het dorp (zie ook: Gezondheidszorgplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigGezondheidszorg

Gezondheidszorg
1.5.1.).

Vanaf het einde van de 16e eeuw tot 1696 hielden telgen uit het geslacht 'Taems en Ploegh' zich in het dorp met de 'geneeskunst' bezig. Hun vermaardheid was zó groot dat patiënten van heinde en verre naar het dorp kwamen om zich daar onder behandeling van een der ledezetters te stellen. Hierdoor floreerden ook de plaatselijke herbergen, want de zieken verbleven dikwijls lange tijd in het dorp.

Zoals in alle Zaanse gemeenten, bood ook in Jisp de molenindustrie werkgelegenheid. In totaal stonden er een houtzaagmolen, een snuifmolen en zes oliemolens. De houtzaagmolen was in de eerste helft van de 17e eeuw in bedrijf; jaar en wijze van verdwijnen zijn onbekend. Van de snuifmolen is niet veel meer bekend dan dat de windbrief werd verkregen in 1696. Van de oliemolens waren er maximaal vijf tegelijkertijd in bedrijf. In 1849 functioneerden er nog drie; de laatste verdween in 1908.

Over het jaar 1811 is precies bekend hoeveel mannen van 21 jaar en ouder in welke bedrijfstak hun werk vonden:

sectoraantal
landbouw114
jacht/visserij3
bouw20
oliemolens12
overige arbeiders56
waterstaat17
handel9
overheid6
overige19
totaal256

Deze cijfers komen redelijk overeen met het beeld dat Van der Aa in 1849 schetste. In zijn Aardrijkskundig Woordenboek stelde hij dat een groot deel van de bevolking een bestaan vond in de kaasmakerij, de melkerij en de visserij. Naast de drie oliemolens was er (omstreeks 1840) ook een touwslagerij in het dorp. Bij de volkstelling van 1930 was nog 39 % van de beroepsbevolking van Jisp afhankelijk van de landbouw, een veel hoger percentage dan in de andere Zaanse dorpen. De industrie bood in 1930 inmiddels aan een gelijk percentage van de beroepsbevolking werk. Handel en verkeer lag met 10,3 % onder het streekgemiddelde. Thans vindt het grootste deel van de inwoners van Jisp het werk buiten de eigen gemeente. In mei 1989 was nog negen procent van de beroepsbevolking in de landbouw werkzaam.

Lees ook: Jisp, een schone Zaanse.

Literatuur
  • A.J. van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden deel 6, Gorinchem 1845;
  • J. Honig Jsz. Jr, Geschiedenis der Zaanlanden, Zaandijk 1849;
  • C. Mol, Uit de geschiedenis van Wormer, Amsterdam 1966;
  • H. Kapteijn, Het Schermerland, Bergen (NH) 1988;
  • A.M. van der Woude, Het Noorderkwartier, Utrecht 1983;
  • H.P. Moelker, Het dorp aan de rivier de Ghyspe, Purmerend 1976;
  • P. Boorsma, Duizend Zaanse Molens, Wormerveer 1950;
  • A. van Braam, De Zaan, Zaandam 1948;
  • J . Haller, 350 jaar Wijde Wormer, Wormerveer z.j. ;
  • Waterlandraad, Waterland in de kijker, Purmerend 1989;
  • L. van Ollefen, Stads- en Dorpsbeschrijver van Kennemerland, Amsterdam 1796;
  • D. Vis, De Zaanstreek, Leiden 1948;
  • G.J. Boekenoogen, De Zaanse Volkstaal, Zaandijk 1971;
  • C. Mol, Bijzonderheden over het voormalige en het tegenwoordige raadhuis te Wormer, In: De Zaende, Wormerveer 1948;
  • G.J. Honig: De Zaanse burgemeesters sedert 1814, In: De Zaende, Wormerveer 1951.



Zie ook: * Assendelftplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigAssendelft

Voormalige zelfstandige gemeente, sinds 1 januari 1974 deel uitmakend van Zaanstad. De samenvoeging stuitte bij de bevolking op grote weerstand. Assendelft wenste deze niet en bepleitte samen met Krommenie een gemeente Krommenie-Assendelft. De rijksoverheid besliste evenwel anders.
* Jispplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigJisp

Tot 1991 zelfstandige gemeente, ten oosten van de Zaan, op de grens van Zaanstreek en Waterland. Het dorp is, gezien zijn verleden, te beschouwen als behorend bij de Zaanstreek. Jisp is met nog geen duizend inwoners verreweg het kleinste dorp binnen deze Zaanstreek. De buurtschap Spijkerboor behoorde bij de gemeente Jisp. Vóór 1940 was een groot deel van de inwoners voor wat hun inkopen betreft op Purmerend aangewezen. Dit kwam vooral door het ontbreken van voorzieningen in de eigen plaats…
* Knollendamplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigKnollendam

Voormalige dam aan de noordkant van de Zaan, die voorkwam dat vloedwater uit de Schermer vanuit het noorden de Zaan instroomde. De dorpen Oost- en West-Knollendam zijn naar deze Dam genoemd.

Het is niet precies bekend wanneer de Knollendam werd aangelegd. Zeker is dat dit in de 14e eeuw gebeurde, volgens
* Koog (aan de Zaan)plugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigKoog (aan de Zaan)

Voormalige zelfstandige gemeente ten westen van de Zaan, ten noorden van Zaandam, ten zuiden van Zaandijk, sinds 1 januari 1974 deel uitmakend van Zaanstad. Tot in de Franse tijd was Koog bestuurlijk deel van de Banne van Westzaan; de invloed van Koog daarin was gering. Ofschoon niet geheel zeker, wordt aangenomen dat de gemeente Koog aan de Zaan per 1 augustus 1811 zelfstandig werd (zie:
* Krommenieplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigKrommenie

Voormalige zelfstandige gemeente in het noorden van de Zaanstreek, per 1 januari 1974 opgegaan in Zaanstad. Na Zaandam in omvang de tweede gemeente van de streek. De samenvoeging tot Zaanstad leidde in Krommenie tot veel protesten. Krommenie wenste deze niet en bepleitte samen met Assendelft een gemeente Krommenie-Assendelft. De rijksoverheid besliste evenwel anders. Krommenie zelf is feitelijk ook een samenvoeging van een aantal woonkernen. Naast Krommenie behoren ook het tot 1816 ze…
* Krommeniedijkplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigKrommeniedijk

Klein dorp in de gemeente Zaanstad, deel van Krommenie.

Krommeniedijk bestaat feitelijk uit een lage dijk langs het voormalige Kromme IJ (Crommenije). De geschiedenis van Krommeniedijk is niet los te zien van die van Krommenie. Het is niet bekend welke bewoningskern er eerder was. Volgens
* Westzaanplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigWestzaan

Westzaan was van 1811 tot 1974 een zelfstandige gemeente, daarna de naar inwonertal kleinste deelgemeente van Zaanstad. Westzaan was het hoofddorp van de eerdere Banne van Westzaan als zodanig een van de oudere nederzettingen in de streek en zelfs het moederdorp van de westelijk aan de Zaan gelegen, later tot Zaanstad verenigde gemeenten (West-)Zaandam, Koog, Zaandijk en Wormerveer.
* Wormerplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigWormer

Voormalige zelfstandige gemeente, die steeds is beschouwd als behorende tot de Zaanstreek maar - althans bestuurlijk sinds de jaren '80 voornamelijk op Waterland georiënteerd raakte. Het dorp verweerde zich eerder, in het begin van de jaren '70, met succes tegen de
* Wormerveerplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigWormerveer

Voormalige zelfstandige gemeente, sinds 1 januari 1974 deelgemeente van Zaanstad. Het dorp heeft een betrekkelijk korte geschiedenis; de eerste bewoning is ontstaan in de onmiddellijke nabijheid van het Zaan- of Wormerveer, een oud grafelijk veer naar Wormer, dat al in de 14e eeuw aanwezig was. Deze eerste paar huizen groeide aanvankelijk zeer langzaam in zuidelijke richting langs de Zaanoever. Het gehucht werd 't Saen genoemd en maakte deel uit van de
* Oostzaanplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigOostzaan

Zelfstandige gemeente binnen de Zaanstreek, een van de drie Zaanse dorpen die in 1974 niet bij de samenvoeging tot Zaanstad werden betrokken. Hoewel de oorspronkelijke bewoners - zoals nog aan de klank van het plaatselijk dialect valt te horen - Waterlanders zijn geweest, behoort Oostzaan historisch tot de Zaanstreek. De naam zegt dat trouwens al.
* Zaandamplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigZaandam

Voormalige zelfstandige gemeente, die zowel wat betreft inwonertal als economische betekenis de belangrijkste bewoningskern van de Zaanstreek vormde. Zaandam ontstond in de Franse tijd door de samenvoeging van Oostzaandam en Westzaandam, bij keizerlijk decreet van 21 oktober 1811. Daarbij werden aan de nieuwgevormde gemeente stadsrechten verleend. Per 1 januari 1974 verloor Zaandam zijn zelfstandigheid bij de
* Zaandijkplugin-autotooltip__default plugin-autotooltip_bigZaandijk

Voormalige zelfstandige gemeente in het centrum van de Zaanstreek. Sinds 1 januari 1974 deel uitmakend van de gemeente Zaanstad. Het bestuurlijke centrum van de nieuwe stad was lange tijd in Zaandijk (Bannehof) gevestigd. Zaandijk behoort tot de jongste dorpen van de Zaanstreek.

  • /home/zaanwiki/domains/zaanwiki.nl/private_html/encyclopedie/data/pages/jisp.txt
  • Laatst gewijzigd: 2020/09/07 12:07
  • (Externe bewerking)