Voormalige zelfstandige gemeente in het noorden van de Zaanstreek, per 1 januari 1974 opgegaan in Zaanstad. Na Zaandam in omvang de tweede gemeente van de streek. De samenvoeging tot Zaanstad leidde in Krommenie tot veel protesten. Krommenie wenste deze niet en bepleitte samen met Assendelft een gemeente Krommenie-Assendelft. De rijksoverheid besliste evenwel anders. Krommenie zelf is feitelijk ook een samenvoeging van een aantal woonkernen. Naast Krommenie behoren ook het tot 1816 zelfstandige Krommeniedijk en een deel van de buurtschap Busch en Dam tot het dorp. Krommeniedijk, waar de buurtschap Krommeniehorn deel van uitmaakt, was tot 1816 zelfstandig. Vanaf 1729 was die zelfstandigheid overigens beperkt. In dat jaar werd de banne van Krommenie een ambachtsheerlijkheid en door Krommenie gekocht. Krommeniedijk wenste niet bij te dragen aan de koopsom van fl. 25.000,- en was sedertdien feitelijk al ondergeschikt aan Krommenie.

Naam

De naam Krommenie komt voor het eerst voor aan het einde van de 13e eeuw. Toen werd evenwel niet over het dorp gesproken, maar over het water Crommenije dat een verbinding vormde tussen het Wijkermeer en het Langmeer. De plaatsnaam Krommenie komt voor het eerst voor in het laatste kwart van de 14e eeuw. De naam is in de loop van de eeuwen op verschillende wijzen gespeld: Crommenye, Crommene, Crommennee, Crummene. De huidige spelling stamt uit de 19e eeuw.

Wapen

Gemeentewapen Krommenie. Bron Wikipedia

Zoals de andere dorpen die oorspronkelijk deel uitmaakten van de banne van Westzaan, heeft Krommenie een wapen dat sterk lijkt op dat van de banne. Het bestaat uit vier zilveren leeuwen die op een veld van rood of zwart zijn geplaatst, de eerste en de vierde leeuw op een rood veld, de tweede en derde op een zwart. De vier leeuwen staan allen naar links gewend. Het dorpswapen is gelijk aan het wapen van de voormalige banne van Krommenie.

Bijnamen

Destijds gebruikelijke bijnamen voor Krommenieërs waren koeketers en guiten. De bij- of scheldnaam guiten werd alleen door Assendelvers gebruikt. Dat deze naam, zoals wel is verondersteld, afstamt van een oudere bijnaam 'Geuzen' is twijfelachtig. Assendelvers werden Spanjolen of Spanjaarden genoemd.

Omvang, oppervlakte

Krommenie ligt in het noordwesten van de Zaanstreek en grenst in het westen en het noorden aan Uitgeest, dat deels achter de Noorder- en Zuiderham ligt, in het oosten aan Wormerveer achter de Nauernasche Vaart) en in het zuiden aan Assendelft, achter spoorlijn en Provincialeweg. Krommeniedijk ligt noordelijk van Krommenie; Krommeniehorn verbindt Krommenie en Krommeniedijk. Naast de reeds genoemde uitbreiding van Krommenie met Krommeniedijk in 1816, kende Krommenie in 1965 een grenswijziging. Bij de aanleg van de spoorlijn in 1869 was de noordelijke kop van Assendelft van deze gemeente afgesneden. Krommenie meende dat zij dit gedeelte, Weiver en Spoorbuurt, beter kon beheren dan Assendelft. In 1894 werd deze gedachte door Gedeputeerde Staten overgenomen, een wetsvoorstel van minister Van Houten uit 1895 werd echter ingetrokken. In 1910, 1917, 1925 en 1936 beijverde Krommenie zich opnieuw voor de grenswijziging, de laatste maal meende men extra sterk te staan, doordat het gebied waar het om ging door de aanleg van de Provincialeweg nog meer een enclave was geworden.

Uiteindelijk lukte het Krommenie, ondanks tegenstribbelen van Assendelft in 1965, per 1 juli van dat jaar werd het gebied ten noorden van de spoorlijn overgeheveld naar Krommenie. Door deze uitbreiding met een kleine 14 hectare kreeg Krommenie de huidige omvang van 426 hectare.

Bevolking

jaaraantal
1477600
16221947
17422873
17952164
18151809
18402581
18692829
18993098
19305372
19405905
19507020
19609280
197013534
198817005

Krommeniedijk/Krommeniehorn was aanvankelijk als bewoningskern belangrijker dan Krommenie. Deze opmerking is echter niet met cijfers te staven. De eerste afzonderlijke inwonersaantallen van Krommeniedijk en Krommiehorn dateren uit de 18e eeuw. In 1739 telde Krommeniehorn 384 inwoners, in 1743 Krommeniedijk 492 inwoners. De tabel geeft de cijfers van Krommenie inclusief Krommeniedijk en Krommeniehorn.

Het verloop van de bevolkingsomvang van Krommenie wijkt niet af van dat van de meeste Zaanse gemeenten: groei in de 16e, 17e en het begin van de 18e eeuw, teruggang in de tweede helft van de 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw in de Franse tijd), daarna weer groei. De groei met ruim 4000 personen tussen 1960 en 1970 wordt niet alleen verklaard door de toevoeging van het noordelijk deel van Assendelft aan Krommenie. Er werden in deze periode ook veel nieuwe woningen in de gemeente gebouwd.

Kerkelijke gezindheid

Over de kerkelijke gezindheid en verhoudingen in Krommenie is bijzonder uitgebreid en betrouwbaar geïnformeerd. Dat is met name te danken aan het werk van dr. Simon Hart (zie ook de literatuuropgave), die hierover acht statistieken publiceerde. De gegevens in tabel 2 over 1845 zijn ontleend aan het Aardrijkskundig Woordenboek van Van der Aa. Voorts zijn de gegevens over 1960 aan de statistieken van Hart toegevoegd. Tabel 3 geeft de percentuele verhoudingen. In deze tabel zijn de oud-katholieken, die in Krommenie een eigen kerk bezitten, niet apart opgenomen. Zij zijn ondergebracht bij de rooms-katholieken en vanaf 1889 bij de overige kerkgenootschappen. In 1811 was drie procent van de Krommenieërs oud-katholiek, in 1889 twee procent en in 1947 ongeveer nog een half procent.

Opmerkelijk is het grote aandeel dat de rooms-katholieken in Krommenie innamen. Ondanks de ontkerkelijking nam hun aantal juist vanaf het einde van de 19e eeuw toe, in absolute zin tussen 1947 en 1960 van 1921 naar 2938. Het getal der doopsgezinden nam steeds af, in 1960 was hun aantal zo gering dat zij bij de overige kerkgenootschappen werden opgenomen. De cijfers over 1845, afkomstig van Van der Aa, moeten met enige scepsis worden bezien, deze wijken ver af van de percentages over de andere jaren.

Bevolking naar politieke gezindheid

Vóór de invoering van het algemeen kiesrecht in 1917 had Krommenie de naam de meest links-radicale gemeente in de Zaanstreek te zijn. Domela Nieuwenhuis kreeg er een grote aanhang, die hij ook geruime tijd hield. Pas toen de SDAP in de andere Zaanse dorpen vaste voet aan de grond had gekregen, kreeg de sociaal-democratie in Krommenie aanhang. In de tabel, die in 1923 begint, komt dit niet tot uiting. De vrije socialisten namen slechts één keer deel aan de verkiezingen in 1935 en behaalden toen geen raadszetel.

De communistische partij was wél vanaf 1927 in de raad vertegenwoordigd, en kreeg bij de eerste na-oorlogse verkiezingen verreweg de grootste raadsfractie. De vrijzinnigen waren links-liberaal, de PCG was de Protestants Christelijke Groepering, de ARP en CHU samen. PCG en KVP hadden reeds in 1970 een gezamenlijke lijst; dat is lang voordat er landelijk één confessionele partij ontstond. Uit de tabel blijkt dat de politieke verhoudingen in Krommenie in de loop der jaren weinig veranderingen ondergingen. De socialisten en de rooms-katholieken waren steeds het sterkst vertegenwoordigd, terwijl na de oorlog de CPN een grote raadsfractie kreeg.

Bij de verkiezingen van 1990 behaalde de PvdA 22.5 % der stemmen, CDA 20.3 %, D66 18.2 %, Groen Links 14,5 %, VVD 14 %, ZOG 8.4 %, GPV/RPF 1.3 % en Overige 0.7 %.

De raad van Krommenie bestond tot de oorlog uit elf leden, daarna uit dertien leden. In 1966 konden de Krommenieërs vijftien vertegenwoordigers kiezen.

Burgemeesters

Krommenie kreeg pas in 1825 een echte burgemeester. Dat was notaris Jacobus Alberti, zoon van een hervormd predikant uit Zaandijk. Alberti was in 1795 al schout van de banne geworden en was van 1811 tot 1814 maire van Krommenie. Hij zou schout- en burgemeester blijven tot zijn dood in 1836. Zijn opvolger werd zijn schoonzoon Dirk van der Wart, eveneens notaris, die veertien jaar eerste burger zou blijven. In 1850 werd Dirk van Leyden tot burgemeester benoemd. Hij overleed echter nog in datzelfde jaar. De volgende werd de rolreder en eerdere wethouder Dirk Schaap. Hij liet een aantal publicaties over zijn gemeente het licht zien. Schaap werd in 1856, op eigen verzoek, vervangen door Cornelis Walig, notaris van beroep. De volgende burgemeesters waren: Klaas van Eden (1866-1884). Arend van den Steen van Ommeren (1884-1890), voor Krommenie de eerste burgemeester van buiten de Zaanstreek, Dirk Koeleman (1891-1893) en Jan Walig (1894-1896).

Walig was zoon van de eerdere burgemeester Cornelis Walig, en vertrok toen hij notaris in Zaandijk werd. Ook zijn opvolger Mathile Chevalier bleef slechts kort. Hij vertrok toen hij in 1898 werd benoemd tot burgemeester van Valburg. Na hem kwam Jacob Mossel, die tot 1909 in Krommenie bleef. Na hem volgden Pieter Lammerschaag (1909-1915), Hendrik Klerk Jz. (1916-1938) en Jan Kalff. Kalff moest in 1942 wijken voor de NSB-burgemeester Anton Jongsma. Na de oorlog kwam hij slechts kort terug, in 1947 werd hij benoemd tot burgemeester van Heiloo.

Zijn opvolger Jan Provily werd een bijzonder populaire burgemeester. Hij vertrok in 1965. Zijn opvolger Freerk Tjaberings was een opvallende verschijning. Hij mat ruim twee meter en was daarmee de langste burgemeester van Nederland. Toen Tjaberings in 1971 werd benoemd tot burgemeester van Hoorn werd hij opgevolgd door Gosse Oosterbaan die tot dan toe burgemeester van Zaandijk was. Oosterbaan beijverde zich er als burgemeester voor om Krommenie buiten de samenvoeging tot Zaanstad te houden. Hij zou echter de laatste burgemeester van Krommenie zijn.

Krommenie
naam plaats periode
Jacobus Alberti Maire/Schout/ 1795 tot 18-03-1836
Dirk van der Wart Krommenie 20-04-1836 tot 19-01-1850
Dirk van Leyden Krommenie [jan.]1850 tot 25-07-1850
Jan Schaap Krommenie 13-12-1850 tot 23-12-1856
Cornelis Walig Krommenie [jan.]1857 tot 07-07-1866
Klaas van Eden Krommenie [aug.]1866 tot 24-07-1884
Arend van den Steen van Ommeren Krommenie 13-09-1884 tot 16-08-1890
Dirk Koeleman Krommenie 08-01-1891 tot 22-11-1893
Jan Walig Krommenie 27-12-1894 tot 31-03-1896
Mathile Jacques Chevallier Krommenie 04-04-1896 tot 01-04-1898
Jacobus Mossel Krommenie 15-09-1898 tot 01-09-1909
Pieter Lammerschaag Krommenie 11-10-1909 tot 18-12-1915
Hendrik Klerk Jzn Krommenie 16-03-1916 tot 26-03-1938
Jan Kalff Krommenie 01-04-1938 tot 09-01-1942 (ontslagen)
Anton Gerrit Jongsma Krommenie 11-07-1942 tot 09-05-1945 (NSB)
Jan Kalff Krommenie 10-05-1945 tot 15-08-1947
Jan Cornelis Adriaan Provily Krommenie 16-08-1947 tot 01-10-1965
Freerk Tjaberings Krommenie 01-01-1966 tot 01-09-1971
Gosse Oosterbaan Krommenie 28-10-1971 tot 31-12-1973

Bewoningsgeschiedenis

Krommenie is een van de oudste Zaanse dorpen. Daarbij wordt de bewoning rond het begin van de jaartelling nog buiten beschouwing gelaten. Op verschillende plaatsen tussen de Noorder- en Zuiderhoofdstraat en de Ham en in de polder het Woud werden scherven van Romeins aardewerk gevonden (zie: Archeologie 2.1. tot 2.5.). De eerste schriftelijke vermeldingen van het huidige Krommenie dateren uit de tweede helft van de 13e eeuw, maar aangenomen wordt dat er al vanaf circa het jaar 1000 duurzame bewoning was.

Deze eerste bewoners moeten permanent de dreiging van het omringende water hebben ervaren. Nabij Krommenie lag het Crommenije dat de verbinding vormde tussen de grote Noord-Hollandse meren en het IJ. Mogelijk vestigden de eerste bewoners zich wat verder landinwaarts in Krommenie, mogelijk ook wierpen zij een primitieve dijk op, de Krommeniedijk? In 1357 werd het Crommenije, het Kromme Y, door de Nieuwedam bij Busch en Dam afgesloten. Daarvóór was de Hoge Dam in Zaandam al aangelegd, terwijl tezelfdertijd de Knollendam werd aangelegd. De Zaanstreek was daarmee redelijk beschermd. Daarna kon de gestage groei van Krommenie en Krommeniedijk beginnen.

Middelen van bestaan

De eerste bewoners van Krommenie zullen, evenals de bewoners rond het begin van de jaartelling, vermoedelijk vooral hebben geleefd van de visvangst en de jacht op vogels. Vanaf vermoedelijk de 15e eeuw was er ook sprake van enige agrarische activiteiten. In 1494 werd gesproken over het houden van koeien in het dorp, terwijl in 1514 akkerbouw in verband met Krommenie werd gebracht. Deze moet zeer kleinschalig van karakter zijn geweest en plaats gehad hebben op met bagger opgehoogde wallen langs sloten. Eveneens in 1514 werd geschreven over veebezit in de banne van Westzaan en Krommenie. De formulering 'dat zij hem generen een luttel mit koyen' geeft aan dat de veehouderij van geringe omvang was.

Het Crommenije was een visrijk water. Omstreeks 1300 werd er zalm en steur gevangen. Toen in 1357 de Nieuwendam werd aangelegd, werd daar een opening van 16 voeten in uitgespaard ten behoeve van de visserij. Deze bleef lange tijd gehandhaafd. Later werd de haringvisserij van belang. In 1514 voeren 200 man uit de Banne van Westzaan en Krommenie op de buizen mee. Zij waren overigens slechts bemanningsleden, de schepen waren van stedelijke reders. Krommenie heeft dus niet gedeeld in de opbrengsten van de haringvangst. Anders lag dat met de palinghandel op bijvoorbeeld Engeland. In deze handelstak nam de Zaanstreek een dominante positie in. Krommenie zal daarvan mee geprofiteerd hebben. In de loop van de 17e eeuw nam de betekenis van de palinghandel af, en tenslotte speelde deze nog maar een zeer geringe rol.

Een andere vroege bron van bestaan was de schipperij. Het merendeel van de in Krommenie en Krommeniedijk geregistreerde schippers zal binnenschipper zijn geweest. Maar ook de Oostzeevaart speelde een rol. Tussen 1617 en 1628 werden in de Sont 86 doorvaarten van schippers uit Krommenie of Krommeniedijk genoteerd, dit betreft dus het aantal doorvaarten, niet het aantal schippers. In 1795 werden er 15 schippers in Krommenie geteld, en in 1811 12: onder hen bevonden zich volgens Van der Woude geen zeelieden. Bij de opschrijving van weerbare mannen in 1747 waren er geen inwoners van Krommenie of Krommeniedijk 'uitlandig'. De conclusie dat de Krommenieërs zich vooral met binnenvaart bezig hielden lijkt dus gerechtvaardigd. Dat hiervoor Krommenie en Krommeniedijk in één adem werden genoemd, geeft nogmaals aan dat de bestaansbronnen van beide dorpen niet onafhankelijk van elkaar behandeld kunnen worden. De meeste statistische gegevens slaan op beide kernen, alsmede op Krommeniehorn en Busch en Dam. Daarbij moet aangetekend worden dat Krommeniedijk, Krommeniehorn en Busch en Dam langere tijd agrarisch bleven. Ten dele bestaat die situatie ook nu nog.

Bierbrouwerij en drie herbergen

Over Krommeniedijk en Krommeniehorn zijn nog enige afzonderlijke opmerkingen te maken. Het is bekend dat 'in de Horn' een Bierbrouwerij heeft gestaan. De drie herbergen in Krommeniehorn werden tot in de 19e eeuw door deze brouwerij bevoorraad. De naam 'Taandijk', die loopt van Krommeniedijk naar de Nauernasche Vaart, doet vermoeden dat daar in ieder geval één taanderij heeft gestaan. Van zeer groot belang voor Krommenie werd de zeildoekweverij, meestal 'rolrederij' genoemd. Deze economische activiteit werd zo omvangrijk dat ook Assendelft er wat de werkgelegenheid betreft voor een flink deel afhankelijk van werd.

De zeildoekweverij werd volgens sommigen omstreeks 1600 door doopsgezinde vluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden en/of Frankrijk in de Zaanstreek geïntroduceerd. Vooral in de eerste helft van de 18e eeuw was de productie enorm hoog, daarna volgde teruggang. Het dieptepunt kwam in de jaren 1810-1814, gevolgd door een sterk herstel. De zeildoekweverij werkte vooral voor de scheepsbouw en -vaart als ook voor de molenindustrie. Toen het zeilschip steeds meer plaats moest maken voor het stoomschip en ook molens uit de tijd raakten, liep de zeildoekweverij opnieuw sterk terug.

De tweede helft van de 19e eeuw kenmerkte zich voor de zeildoekweverij door bedrijfsconcentratie. Aan het einde van die eeuw was het gehele productieproces gemechaniseerd. Ter bevoorrading van de zeildoekweverij ontstonden voorts de Garenspinnerij en de Hennepklopperij. Zowel het spinnen als ook het weven vonden voornamelijk thuis plaats. De rolreders verkochten de rollen geweven zeildoek aan de zeilmakers. De thuiswevers verkeerden in een volledig afhankelijke positie van de rolreders. Uit de zeildoekweverij kwam de linoleumindustrie Forbo Krommenie voort, tegenwoordig gevestigd te Assendelft, en voorts brandslangen-fabricage door Tufton. Beide activiteiten werden ter hand genomen door de familie Kaars Sijpesteijn. Zie voorts: Economische geschiedenis geschiedenis 2.5.2. en 3.5.1.

Uit vergelijking van tellingen uit 1742, 1797 en 1811 blijkt dat in de periode dat het de zeildoekweverij slecht ging, het Boerenbedrijf meer mensen werk verschafte. Uit de personele quotisatie van 1742 blijkt dat de weverij toen verreweg de belangrijkste activiteit in het dorp was. Van de 91 aangeslagenen waren er 42 rolreder. Van de 366 niet-aangeslagenen oefenden er 101 het beroep van wever uit. Daarnaast voerden 57 personen een beroep uit dat direct samenhing met de weverij, hennepkloppers en spinners. Voorts waren er 26 boeren, 13 bakkers, 13 personen met kleine winkels, 12 dagloners, acht timmerlieden, zeven timmermansknechten en zes schoenmakers.

In 1811 was dat beeld ingrijpend gewijzigd. De mannelijke beroepsbevolking van 21 jaar en ouder bestond toen uit 543 personen. De belangrijkste sectoren en beroepsgroepen waren: textiel 76 personen, bouwbedrijven 53, handel 47, landbouw 45, voedingsmiddelen 26, scheepsbouw/wagenmakerij 19, leerbewerking 16, verkeer 16, kleding/reiniging 11, arbeiders 124, overige 110.

Molenindustrie

De molenindustrie, de hennepklopperij uitgezonderd, heeft voor Krommenie nooit een belang gehad zoals in de meeste andere Zaanse dorpen. In de banne van Krommenie hebben in totaal 32 molens gedraaid. Twaalf daarvan waren hennepklopper. De eerste kwam reeds in het begin van de 17e eeuw in gebruik, de laatste verdwenen in de eerste decennia van de 20e eeuw. Dankzij publicaties van prof. dr. J. Goudsblom is over een groot aantal jaren het exacte aantal molens bekend. Van der Aa kwam bij een telling in 1845 tot afwijkende cijfers. Hij telde slechts één hennepklopper en vermeldde een niet door Goudsblom genoemde potasmolen. Deze laatste wordt ook niet door Pieter Boorsma genoemd, die echter wél twee biksteenmolens noemde. Van der Aa gaf ook het aantal van twaalf zeildoekweverijen waarvan één op stoom en leerlooierijen.

Door de mechanisering en de terugval van de zeildoekweverij in de tweede helft van de 19e eeuw raakten veel thuiswevers hun werk kwijt. Zij zochten werk als arbeider. Er kwamen aan het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw enkele nieuwe industriële sectoren op. Daarvan worden genoemd de Sigarenmakerij, de Blikindustrie en de linoleumfabricage.

De sigarenmakerij ontstond reeds vroeg. Omstreeks de jaren zestig van de 19e eeuw waren de eerste sigarenmakerijen reeds in Krommenie gevestigd. Als economische sector was de sigarenmakerij niet buitengewoon belangrijk, maar het product was wel zeer arbeidsintensief. In 1891 waren er zes sigarenmakerijen in Krommenie gevestigd met 70 man personeel. In 1916 was het aantal bedrijven gehalveerd, maar het personeelsbestand verdubbeld. Uiteindelijk kon de sigarenmakerij niet overleven. De opkomst van de sigaret en concurrentie uit gebieden met lagere lonen zorgden voor beëindiging van de sector.

Van groot belang werd de blikindustrie. Het oudste Zaanse blikbedrijf was Verwer, dat in 1885 te Krommenie werd opgericht. Het tweede bedrijf was Woud en Schaap, opgericht in 1888 te Zaandijk en in 1889 verplaatst naar Krommenie. Later ontstond te Krommenie Zaanlandia blik, terwijl Verwer en Woud en Schaap fuseerden tot (De Verenigde Blikfabrieken Verblifa). In 1916 werkten in Krommenie een kleine 450 personen in de blikindustrie. De Verblifa werd in 1964 overgenomen door Thomassen & Drijver in Deventer en in 1969 werd de productie beëindigd. Zaanlandia bleef wel in Krommenie produceren.

De linoleumfabricage begon in 1899 in een fabriek aan de Padlaan, met toen 23 werknemers. De industrie werd opgezet door de familie Kaars Sijpesteijn, die zo trachtte de teruglopende inkomsten uit de zeildoekweverij en lijnoliefabricage te compenseren. In 1923 kon een tweede fabriek in gebruik worden genomen, eveneens in Krommenie, aan de Nauernasche Vaart. Hierna werd een volgende fabriek gebouwd, nu in Assendelft. De productie in Krommenie werd nadien beëindigd. Ook het in Krommenie gevestigde Tufton kwam voort uit de activiteiten van de familie Kaars Sijpesteijn. De werkgelegenheid in Krommenie veranderde door de hiervoor geschetste ontwikkelingen zeer ingrijpend. Bij de volkstelling van 1930 bleek de gemeente de meest van industrie afhankelijke gemeente van de Zaanstreek.

Nadien was er een verschuiving naar de dienstverlenende sector. Bij tellingen in 1973 bleek Krommenie inmiddels een van de minst van industrie afhankelijke Zaanse gemeenten te zijn geworden. De verschuiving naar de dienstverlening zette zich nadien verder voort. De tabel over 1930 geeft aan in welke economische sectoren de inwoners van Krommenie hun broodwinning vonden. Aangenomen mag worden dat het grootste deel van de bevolking toen werkte in de eigen gemeente. Waarschijnlijk zullen daarnaast vooral Koninklijke Wessanen nv in Wormerveer en de linoleumfabriek in Assendelft Krommenieërs werk hebben geboden. De tabellen over 1973 en 1987 geven het aantal beschikbare arbeidsplaatsen in Krommenie aan, onderverdeeld naar sector. Opvallend is dat in deze periode van 14 jaar het aantal beschikbare banen in Krommenie sterk afnam van 3039 naar 2405. Deze daling is vrijwel geheel toe te schrijven aan het inkrimpen van de nijverheid. De dienstverlening werd belangrijker.

Andere (voormalige) bedrijven in Krommenie die in deze encyclopedie zijn opgenomen zijn: De Acht, Ado-Scholtz, Atlantic, J. Baars en Zoon, Chromos bv, Hondema bv, Knijnenberg Beheer bv, LBU BV, Reyne bv. P. Vlaar en Zonen.

Literatuur
  • A.J. van der Aa. Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden deel 6. Gorinchem 1845;
  • A.M. van der Woude. Het Noorderkwartier, Utrecht 1983;
  • J. Goudsblom. De molens van Krommenie, in: De Zaende 1951 ;
  • J. Goudsblom. De hennepkloppers van Krommenie, in: De Zaende 1949;
  • S. Hart. De personele quotisatie te Krommenie en Krommeniedijk zoals die in 1742 is vastgesteld. in: De Zaende 1950;
  • G.J. Honig. De Zaanse burgemeesters sedert 1814. in: De Zaende 1951;
  • P. Boorsma, Duizend Zaanse molens, Wormerveer 1950;
  • K. Woudt. De geschiedenis van een Zaanse familie-onderneming. Krommenie 1987;
  • G. Visser. Krommenie. Krommenie 1960;
  • G. Visser. Zeven eeuwen Krommeniedijk. Krommenie 1980;
  • G.J. Boekenoogen. De Zaanse Volkstaal. Zaandijk 1971;
  • G.J. Honig. Zaanlandsche gemeentewapens. Zaandijk 1887;
  • M.A. Verkade, Den derden dach. Alkmaar 1982;
  • A. van Braam e.a., Historische Atlas van de Zaanlanden. Zaandam 1970;
  • H.N. ter Veen e.a.. Problemen der samenvoeging van Zaangemeenten. Haarlem 1941;
  • Zaanstreek in cijfers 1974. Zaandam 1975;
  • Zaanstad in cijfers 1987. Zaandam 1988.

* Assendelft * Jisp * Knollendam * Koog (aan de Zaan) * Krommenie * Krommeniedijk * Westzaan * Wormer * Wormerveer * Oostzaan * Zaandam * Zaandijk

  • krommenie.txt
  • Laatst gewijzigd: 2019/05/07 15:09
  • door jan