Lijst van Burgemeesters

Alberti, Jacobus

Zaandijk, 30 juli 1762 - Krommenie, 18 maart 1836

Jacobus Alberti, eerste burgemeester van Krommenie

Jacobus Johan Christiaan Alberti, notaris, schout, maire en de eerste burgemeester van Krommenie, zoon van de hervormde predikant Johannes Christiaan Alberti en Stijntje Dico, in 1785 gehuwd met Lijsbeth Johannes Beets (1760-1827). In zijn jonge jaren te Zaandijk was hij kapitein van het Patriottisch gewapend burgergenootschap, is te Krommenie gaan wonen en is zijn schoonvader opgevolgd als notaris, schout en secretaris in 1797. Vóór de Franse tijd was hij schout, tijdens de Franse tijd was hij maire van Krommenie. Op 27 augustus 1825 werd hij als schout ontslagen en herbenoemd als burgemeester.

Op 7 juni 1827 overleed zijn echtgenote Lijsbeth. Uit dit huwelijk bereikte slechts één zoon de volwassen leeftijd, de zeildoekfabrikant Johannes Alberti (1786-1828). Een jaar later, op 20 december 1828 nam weduwnaar Jacobus Alberti afscheid van zijn zoon die op 45-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van een borst- en maagtering en betreurde het verlies zijner kinderen van hun vader.

Na zijn overlijden op 18 maart 1836 werd hij opgevolgd door zijn schoonzoon Dirk van der Wart.

Allan, Willem Frederik

Westzaan, 25 december 1881 - Zaandijk, 28 februari 1958

Willem Frederik Allan 1881-1959

Willem Frederik Allan, ondernemer en politicus te Koog aan de Zaan, in 1909 gehuwd met Johanna Cornelia Bronke (1883-1959), was in de jaren 1935 tot en met 1944 burgemeester van Koog aan de Zaan. De Koger zakenman Allan doorstond als burgemeester een zeer moeilijke tijd. De vooroorlogse regering Colijn had de wazige aanbeveling gedaan dat burgemeesters moesten aanblijven zolang de bevolking meer nut van hen had dan de bezetters. Hierdoor moest hij echter wel het plaatselijk directeurschap van de Winterhulp accepteren. Allan bleef lang op zijn post, tot het einde van 1944 nadat van de burgemeesters werd verlangd, dat zij inwoners zouden aanwijzen, die moesten helpen Duitse verdedigingswerken bij de kust te maken. De burgervaders Albert Slager van Wormerveer, Allan van Koog en Anthonie van Gelderen van Zaandijk vroegen commissaris Backer van de provincie NH in Haarlem van die opdracht ontheven te worden. Na de bevrijding mocht hij niet terugkomen en in 1946 werd hij ontslagen. In 1949 werd dit ontslag veranderd in eervol ontslag.

Op 1 december 1938 riep Allan op de vluchtelingen, afkomstig uit het fascistische Duitsland, in het kader van de naastenliefde te steunen. ,,Het grote beginsel, waarnaar wij allen trachten te leven is de naastenliefde. Hier en daar in de wereld is dit beginsel in gedrang gekomen. Wij willen nu met ons allen trachten iets voor de slachtoffers te doen. Wij weten dat wij maar een heel klein gedeelte van het leed zullen kunnen verzachten, ondanks ons aller bereidheid daartoe. Ook de bevolking onzer gemeente heeft hier een taak. Wij hebben mede de grote traditie van ons kleine volk hoog te houden. Nederland heeft de gehele historie door begrepen wat het te doen had voor diegenen, die het onmogelijk was geworden verder te leven in hun vroegere vaderland. Deze traditie voelen wij ook als een plicht van heden en daardoor hebben wij hier een gemeenschappelijke taak, hoe verscheiden ook onze denkrichting moge zijn. Het is daarom dat wij de collecte, welke met instemming en medewerking van regering op 3 december 1938 ook in onze beide gemeenten wordt gehouden, met klem bij u aanbevelen. Ieder vervulle zijn menselijke plicht naar vermogen. Degenen, die er de voorkeur aan geven hun bijdrage per giro over te maken, kunnen storten ten name van W. F. Allan te Koog aan de Zaan, Girono. 27790, onder vermelding 'voor steun vluchtelingen'.“ Bron: Zaans Volksblad.

In 1940 werd hij benoemd tot lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland, een functie waar D.A. Flentrop voor bedankte. Allan was in 1942 25 jaar als commissaris aan de Nutsspaarbank verbonden.

Allan werd in 1902 in aangesteld als tweede voorwerker en later penningmeester in het bestuur van de Gymnastiek Vereniging Jahn. Het diploma Engelse Handelscorrespondentie van de Vereniging Leraren in het boekhouden werd hem in 1904 uitgereikt. Van 1907 tot 1909 was hij werkzaam bij Brandwaarborg Maatschappij Koning & Boeke als agent voor Westzaan. In 1923 kwam hij voor de Vrijzinnig Democratische Bond in de gemeenteraad. In 1931 werd hij wethouder, vier jaar later burgemeester. Zijn directeurschap bij Zaans Veem gaf hij toen op. Allan was voorts lange tijd kerkvoogd van de Nederlands Hervormde kerk te Koog, alsmede bestuurslid van de Stichting Het Noordhollandse Landschap en voorzitter van Oranjevereniging d'Oranjeboom.

Op 26 maart 1938 overhandigde Allan de voorzittershamer van de Commissie van Toezicht op het onderricht en de ontwikkeling voor jeugdige en andere werklozen in de Noordelijke Zaangemeenten, aan burgemeester Albert Slager van Wormerveer over die daarop tot voorzitter werd benoemd.

Alphen, Henri van

Arnhem, 28 december 1881 – Haarlem, 4 juni 1966

Henri van Alphen’s carrière nam aanvang bij de gemeentesecretarie te Zutphen. In mei 1918 werd hij benoemd als de burgemeester van Westzaan waar hij tevens kanton-rechter plaatsvervanger was.

In oktober 1925 volgde zijn benoeming tot burgemeester van Zandvoort waar hij eind 1942 ontslagen werd en opgevolgd werd door een NSB'er. Na de bevrijding in 1945 keerde hij terug als burgervader. Van Alphen bleef aan tot eind januari 1948. Later dat jaar werd hij met zijn echtgenote, dienstbode en twee logés in het ziekenhuis opgenomen na het eten van giftige paddenstoelen waaraan de zestigjarige baronesse N. E. Taets van Amerongen -Van Reenen in het Centraal Ziekenhuis te Alkmaar kort daarop overleed.

In Zandvoort heeft hij zich als pionier ingezet voor het ontwikkelen van toerisme in die badplaats waaronder de aanleg van het Circuit Park Zandvoort. Van Alphen overleed op 84-jarige leeftijd in Haarlem.

Ankum, Leendert Albert

Amsterdam, 25 november 1895 - Zaandam, 20 oktober 1970

Burgemeester te Koog aan de Zaan van 1946 tot eind 1960, daarna nog een aantal maanden waarnemend burgemeester van Heiloo. Leendert Albert Ankum, vader van Leopold Alfred Ankum, werd na de lagere school diamantbewerker. In de AJC leerde hij zijn echtgenote Johanna Goverdina van Kuijkhof kennen, die hem tot studeren aanzette. Na enige jaren als gemeente-ambtenaar bij de afdeling Bevolking te Amsterdam, werd hij chef de bureau van de SDAP. Na verhuizing naar Zaandam kwam hij daar in de gemeenteraad.

De Duitse inval maakte een einde aan zijn partijfunctie; door bemiddeling van de Zaandamse burgemeester dr. Joris in 't Veld kon hij enige tijd plaatsvervangend hoofd van de Luchtbescherming zijn, maar bij de komst van de NSB-burgemeester Cornelis van Ravenswaay in 1941 dook hij onder. Na de oorlog kwam de burgemeesterspost van Koog aan de Zaan, geruime tijd waargenomen door In 't Veld, vacant. Ankum werd benoemd en zou tot zijn pensionering ruim veertien jaar deze ambtelijke functie vervullen. Daarnaast was hij vele jaren secretaris van de Koninklijke Nederlandse Brandweervereniging.

Ankum nam afscheid van de gemeente Koog aan de Zaan in de Lindenboomschool op 30 november 1960.

Baart, Isaäc

Leiden, 9 februari 1914 - Zaandam, 17 oktober 1967

Burgemeester van Zaandam van april 1966 tot oktober 1967. Isaäc Baart werd geboren te Leiden, als 15-jarige jongen trad hij in dienst bij de Algemene Nederlandse Metaalbewerkers Bond. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte hij op het hoofdkantoor van de Verenigde Blikfabrieken te Amsterdam; na de oorlog keerde hij terug in het vakverenigingswerk. Hij werd in 1953 secretaris van de inmiddels omgedoopte Algemene Nederlandse Metaal Bedrijfsbond, in 1956 tweede voorzitter en in 1959 voorzitter. In 1956 werd hij eveneens lid van de Tweede Kamer voor de PvdA.

Hij maakte deel uit van het college van Rijksbemiddelaars, was vele jaren door de PvdA afgevaardigd commissaris voor de nv De Arbeiderspers en later president-commissaris en werd enige maanden voor zijn overlijden benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Isaäc Baart werd op 16 april 1966 als burgemeester van Zaandam geïnstalleerd. De Zaanstreek was een moeilijk bestuurbaar gebied, Zaandam een stad met veel problemen. Zowel in de politiek als in het Zaanse bedrijfsleven speelden reeds de plannen tot samenvoeging van de Zaanse gemeenten tot één stad; Baart, een ervaren bestuurder, werd mede benoemd om die samenvoeging voor te bereiden en te realiseren.

Tijdens zijn korte ambtsperiode gaf hij vorm aan het Ontwikkelingsschap Zaanstreek en installeerde hij de Ontwikkelingsraad. De Typhoon schreef bij zijn overlijden op 17 oktober 1967: 'Zoals Kennedy bij miljoenen de hoop kon wekken, dat hij de wereld in een betere richting kon sturen, zo heeft burgemeester Baart door zijn gedrag de hoop gewekt, dat hij veel in het belang van onze zo intern verdeelde Zaanstreek zou kunnen doen'.

Naar zijn naam is de in 1970 gegraven Isaac Baarthaven in de Achtersluispolder vernoemd.

Bakker, Barend Hendrik

Zaandam 31 januari 1879 - Hilversum 4 juli 1951

Barend Hendrik Bakker, geboren te Zaandam, architect, wethouder en burgemeester, was van 1 januari 1903 tot 1 januari 1906 verbonden aan het bureau van de gemeente-architect van Hilversum. Op 5 december 1911 deed hij zijn intrede in de Hilversumse gemeenteraad.

Behoudens een onderbreking van 1 september 1941 tot 7 mei 1945, tengevolge van de Duitse bezetting, maakte hij deel uit van het gemeentebestuur tot 9 juli 1947. Gedurende het langste deel van die tijd bekleedde hij het wethouderschap van 9 mei 1916 tot 13 april 1920 en 4 september 1923 tot 1 september 1941. In deze hoedanigheid was hij meermalen belast met de vervanging van de burgemeester.

Belangrijk was zijn optreden als waarnemend burgemeester na de bevrijding van 7 mei 1945 tot 1 april 1946. Nadien bleef hij nog tot 9 juli 1947 raadslid.

In de dertiger jaren, waarin hij zitting als wethouder had, beleefde het gemeentebestuur haar grootste groei- en bloeiperiode. Door zijn krachtige persoonlijkheid en heldere blik had wethouder Bakker een aanzienlijk aandeel in het toen gevoerde beleid.

Als architect werkte hij mee aan de oprichting van verscheidene bouwwerken in de gemeente. De kerk van de Nederlandse Protestantenbond aan de Tesselschadelaan vormt meest sprekende voorbeeld. Vele jaren was Bakker voorzitter van het afdelingsbestuur van deze Bond. Evenzo verbond hij zich aan talrijke instellingen in het maatschappelijk leven.

Op zijn zeventigste verjaardag, 31 januari 1947, huldigde de gemeente de in bijzondere mate op de voorgrond getreden burger door verlening van de gouden legpenning.

Bakker, Riekelt

Urk, 6 januari 1913 - Zaandijk, 05 februari 1973

Riekelt Bakker, echtgenoot van Maria Jacoba van der Schoor, directeur van het Juliana Ziekenhuis te Zaandam, wethouder, loco-burgemeester en tenslotte burgemeester van Zaandijk. Riekelt Bakker kwam op 16-jarige leeftijd in dienst van de nv Oliefabrieken T. Duyvis Jz, en was daarna werkzaam bij de chocoladefabriek Ringers in Alkmaar. Na de oorlog werd hij gekozen voor de ARP in de gemeenteraad van Zaandijk, waarna hij gedurende twintig jaar wethouder in deze gemeente was. Uit dien hoofde had hij zitting in het bestuur van het latere Juliana-ziekenhuis. Na een conflict tussen bestuur en leiding werd hij hiervan tot algemeen directeur benoemd.

Toen burgemeester Gosse Oosterbaan van Zaandijk in eenzelfde functie te Krommenie was benoemd in 1971 volgde Bakker, die voordien al loco burgemeester was, hem in het zicht van de samenvoeging tot Zaanstad op.

Beuse, Pieter

Purmerend 10 november 1933 - Purmerend 23 december 1999

Piet Beuse, zoon van een kaashandelaar, burgemeester van Oostzaan van 1986 tot 1991. Voor zijn benoeming te Oostzaan was Beuse ingenieur, vanaf 1974 twaalf jaar PvdA-wethouder en locoburgemeester in groeikern Purmerend, met onder andere ruimtelijke ordening, woningbouw en stadsvernieuwing in zijn portefeuille.

Vanwege de slechte gezondheid van Beuse werd Klaas Kerkhoven oktober 1991 benoemd tot waarnemend burgemeester van Oostzaan en het jaar erop nam Beuse om gezondheidsredenen ontslag.

Naar Beuse is bij Purmerend het Beusebos vernoemd.

Boer, Jan Johannes de

Assendelft 20 februari 1879 - 14 september 1936

Burgemeester van Assendelft van 1918 tot 1936, opvolger van zijn vader Klaas Cornelisz de Boer en voorganger van zijn zoon Jan de Boer.

De Boer was zeer begaan met landbouw en veeteelt. Als secretaris-penningmeester maakte hij deel uit van de provinciale regelingscommissie voor de paardenfokkerij in Noord-Holland. Ook nam hij regelmatig deel aan het Concours hippique op Houtrust. In 1926 trad hij toe tot een commissie die zich bezig hield met het in goede banen leiden en bevorderen van een hygiënische melkwinning rond Amsterdam. Bij de in 1927 gehouden verkiezing van hoofdingeland-plaatsvervanger voor het Hoogheemraadschap Noord-Hollands Noorderkwartier werd De Boer verkozen.

De steun-affaire te Assendelft

16 september 1933 omstreeks twee uur was burgemeester De Boer in tegenwoordigheid van agent J. Koomen van de arbeidsbemiddeling, bezig steun uit te betalen aan de werklozen. Inzake de stucadoorstaking te Amsterdam mocht aan een viertal federatiemensen geen steun uitbetaald worden, hetgeen hen bekend was. Nochtans kwamen twee van hen op het kantoor. Toen de burgemeester hen aan het verstand wilde brengen dat zij geen steun kregen, gaf een van hen, Alfons Vermast, de burgemeester een klap in het gezicht, waardoor deze bloedend werd gewond. De andere, Petrus Vermast, maakte van de gelegenheid gebruik een stapel bankbiljetten te stelen en er vandoor te gaan, waardoor de burgemeester zich genoodzaakt zag uitbetaling te staken. De andere werklozen, hierdoor hevig gedupeerd, zetten de dief na en brachten al spoedig al het gestolen geld weerom, na welk intermezzo het uitbetalen van de steungelden rustig voortgang vond.

Tegen ieder der verdachten één jaar cel geëist

Voor de Haarlemse rechtbank stonden op 26 oktober 1933 de twee gebroeders Vermast terecht die op 16 september de burgemeester in het lokaal waar zij steun wilden ontvangen, opzettelijk beledigd en mishandeld hebben, zoals de tenlastelegging luidde. Beklaagden waren in het stempellokaal gekomen, hoewel zij wisten niet meer voor steun in aanmerking te komen. Er lag voor ongeveer ƒ 600 aan bankpapier. Alfons werd in het lokaal opnieuw medegedeeld, dat hij geen steun kon krijgen. Hij zei toen: „Ik moet steun hebben“ en gaf daarop de burgemeester een slag in het gezicht, waardoor deze bloedend onder het oog verwond werd. Petrus pakte het bankpapier weg en ging er mee vandoor. Daarna zijn pogingen aangewend door andere steuntrekkenden, om de broeders te bewegen het geld terug te geven, aan welk verzoek zij tenslotte gevolg gaven.

Van de burgemeester ontvingen zij daarna, uit diens eigen zak enige steun. De burgemeester zou nog gezegd hebben: „Eerst moet het geld terug, dan kunnen jullie straks terug komen”. Bij de behandeling voor de rechtbank oordeelde de president, dat een dergelijke handelwijze van de burgemeester niet geschikt was om het gezag hoog te houden. Petrus zou nog gezegd hebben, dat hij het geld alleen wilde teruggeven, als hij er wat van kon krijgen. De president merkte daarbij op dat hij niet kon begrijpen dat de burgemeester is ingegaan op een voorwaarde door een dief gesteld.

De Officier van Justitie ging de hele geschiedenis nog eens na en merkte daarbij op, dat het tegenwoordig geen unicum is, dat burgemeesters van verschillende plaatsen belast zijn met de steunuitkering. Zij hebben het daarbij vaak zeer moeilijk, omdat het hun dikwijls zo lastig gemaakt wordt. Het is hem echter onbegrijpelijk, dat de burgemeester voorwaarden geaccepteerd heeft, om het gestolen geld maar terug te krijgen. Hij oordeelde een strenge straf voor de daders op haar plaats omdat dergelijke naturen zijns inziens niet in een geordende maatschappij thuis behoren. Hij eiste tegen ieder der verdachten een jaar gevangenisstraf. Uitspraak 9 november 1933.

Twee werklozen voor het gerechtshof

Voor het Amsterdamse gerechtshof stonden op 23 maart 1934 twee N.A.S.-arbeiders uit Assendelft terecht, namelijk de gebroeders Alfons en Petrus Vermast. In eerste instantie werden beiden op 9 november 1933 door de rechtbank te Haarlem veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf, Alfons wegens mishandeling van de burgemeester van Assendelft, J.J. de Boer, en Petrus wegens diefstal van ƒ 600.— ten nadele van de gemeente Assendelft. Beiden hadden toen geen verdediger. Thans werden zij bijgestaan door de I.R.H.-advocaat mr. Simon de Jong.

De president begint met het stellen van de vraag, waarom beiden in hoger beroep zijn gekomen. Zij antwoorden, dat zij de straf veel te hoog vinden. Onmiddellijk wordt dan met het getuigenverhoor begonnen. Als eerste getuige verschijnt de burgemeester van Assendelft, J. J. de Boer. Hij vertelt, dat hij op de bewuste dag in het stempellokaal was en aan beide broers mededeelde, dat zij geen steun meer zouden krijgen. Ze zeiden, dat ze toch steun wilden hebben. De één viel hem toen aan, terwijl de ander een pak bankbiljetten greep, die hij later eigener beweging echter weer terugbracht. De gebroeders Vermast bevestigen deze lezing van de zaak.

PRESIDENT: Er zijn toch wel meer mensen, die geen steun krijgen! En als je nou één biljet weggenomen had.

PETRUS: Ze wilden me brodeloos maken.

Mr. DE JONG vraagt dan aan getuige, onder welke omstandigheden het geld teruggebracht werd. De burgemeester antwoordt, dat dit nog dezelfde dag gebeurde. Het ging geheel vrijwillig.

Mr. DE JONG (tot Petrus): Toen je het geld wegnam, had je toen de bedoeling het te houden?

PETRUS: Nee, nooit! Het was bedoeld als demonstratie. Het pakje bankbiljetten heb ik zelfs niet geopend!

PRESIDENT: Vroeger hebt u verklaard, dat u uzelf steun uit wou betalen. En u hebt gezegd, dat u het alleen terug zou geven als u weer steun kreeg.

Mr. DE JONG: Dat zou de burgemeester dan moeten weten. De burgemeester wordt weer voorgeroepen. Hij vertelt, dat het geld zonder moeilijkheden teruggegeven werd.

Bevestiging vonnis geëist

De procureur-generaal Baron van Harinxma tot Slooten, acht de ten laste gelegde mishandeling en diefstal bewezen. Het betreft hier een buitengewoon ernstig en brutaal feit. Zodat spreker bevestiging van het vonnis eist.

Pleidooi. Mr. De Jong begrijpt, dat Alfons, die volledig bekend heeft, wel gestraft zal worden. Petrus echter zal vrijgesproken moeten worden. Hij heeft verschillende feiten bekend. Maar van diefstal of wederrechtelijke toe-eigening is er geen sprake. Het was van 'n soort van Amerikaanse normen, echter zonder het oogmerk zich het geld wederrechtelijk toe te eigenen. Zijn optreden had de bedoeling van een protest. Dat was het oogmerk van de daad.

Van toe-eigening was geen sprake. Dat is duidelijk vast komen te staan. Op zijn hoogst kan men vermoeden, dat de bedoeling was om één tientje, het bedrag van de steun, te nemen. Dat is echter niet ten laste gelegd. Bovendien is deze veronderstelling zeer onwaarschijnlijk. Men heeft de indruk gewekt, alsof hier sprake was van een soort van Amerikaanse bankroof, terwijl het om niets anders ging dan om het protest van een werkloze tegen het afnemen van zijn schamele steunuitkering. Toen de jongens het geld hadden, was voor hen de enige vraag of ze het geld voorwaardelijk of onvoorwaardelijk terstond zouden gaan terugbrengen. Het terugbrengen stond voor hen echter bij voorbaat vast.

Pleiter wijst er verder op, dat half uitgehongerde werklozen, die dreigen te verpauperen ten gevolge van de maatschappelijke verhoudingen, telkens in de omstandigheid komen te verkeren, dat zij uiting aan hun protest willen en moeten geven. Zij bevinden zich dan in een dwangpositie. Het gaat niet aan dan de wet in haar volle zwaarte op deze slachtoffers van de maatschappelijke orde te laten drukken.

Pleiter vestigt er de aandacht op, dat burgemeester De Boer zelf te kennen heeft gegeven, dat hij de zaak niet zo heel zwaar neemt. Petrus heeft de burgemeester inderdaad een paar klappen gegeven. We hebben hier te doen met een geval van een wanhopige arbeider, die in drift, ontstaan uit edele driften, ontstak toen hem onrecht werd aangedaan. Bovendien heeft hij een blanco strafregister, zodat de hem opgelegde straf zeer zwaar is.

Pleiter verwacht ten slotte dan ook, dat Petrus vrijgesproken zal worden en dat Alfons een veel lichtere straf zal krijgen dan in eerste instantie. De president vraagt dan nog aan Alfons of hij inderdaad gezegd heeft, toen hij hoorde dat hij geen geld kreeg, „Dan pak ik het!“ Alfons herinnert zich daar niets van. De president bepaalt de uitspraak ten slotte op donderdag 5 april a.s., 's morgens om 10 uur.

Boer, Klaas Cornelisz de

Optocht in 1904 ter ere van het 25-jarig jubileum van Burgemeester de Boer

Assendelft, 10 oktober 1852 - Assendelft, 5 augustus 1936

Burgemeester van Assendelft van 1879 tot 1918. Hij werd als boerenzoon al op zijn 26e tot burgemeester in zijn woonplaats benoemd. Zijn zoon Jan Johannes de Boer en daarna zijn kleinzoon Jan de Boer volgden hem op.

Klaas Cornelisz de Boer was als lid van de radicale vleugel van de liberalen voorts lid van Provinciale Staten van Noord-Holland (1887-1894) en van zowel de Tweede Kamer (1894-1908) als de Eerste Kamer (1910-1920). In de landspolitiek gold hij als uiterst deskundig op landbouwkundig gebied. Hij was hoofdbestuurslid van de Hollandsche Maatschappij van Landbouw en publiceerde artikelen en brochures over de agrarische verhoudingen.

Zijn brochure 'Proeve van een agrarisch program' (1903) kreeg landelijk grote aandacht. Daarnaast schreef hij historische artikelen over zijn dorp. In de Zaanstreek werd hem groot gezag toegekend, onder meer door zijn pleidooi als Kamerlid in 1898 voor de aanleg van de vijf jaar later gerealiseerde Wilhelminasluis in Zaandam.

Boer, Jan de

Assendelft 1906 - 23 augustus 1982

Burgemeester van Assendelft van 1936-1971. Vermeldenswaardig daarbij is dat De Boer zijn vader Jan Johannes de Boer opvolgde als burgemeester, die op zijn beurt het eerste-burgerschap voortzette van zijn vader Klaas Cornelisz de Boer. Daardoor kende Assendelft een aaneengesloten periode van niet minder dan 92 jaar onder het burgemeesterschap van de familie De Boer. Jan de Boer werd jong benoemd, op 29-jarige leeftijd. Na het overlijden van zijn vader in 1936, werden door een comité in drie dagen tijd 2918 handtekeningen van de 3000 meerderjarige inwoners van Assendelft bijeengebracht, waarmee koningin Wilhelmina werd verzocht haar goedkeuring te verlenen tot de benoeming van de derde De Boer tot burgemeester van Assendelft. Daarom werd Jan de Boer wel 'de gekozen burgemeester' genoemd.

In 1944 wist De Boer zich met behulp van een medische verklaring te onttrekken aan het ambt, toen de Duitse bezetters van hem eisten dat hij inwoners moest aanwijzen voor werkzaamheden aan kustverdedigingswerken. Op 24 december 1944 maakten de Duitsers tevens bekend dat alle mannen van 17 tot 40 jaar in de Zaanstreek zich moesten melden voor de arbeidsinzet. Zaanse verzetsgroepen besloten alle bevolkingsregisters in de Zaanstreek te laten verdwijnen waarop ook een overval werd gepleegd in Assendelft. Hoewel niet meer in functie, verleende Jan de Boer hulp bij het ontvreemden van het Assendelftse bevolkingsregister.De registers werden vaak verborgen onder de vloer van een boerderij. Kort na de bevrijding werden de bevolkingsregisters teruggebracht waar zij hoorden.

Direct bij de bevrijding, op 5 mei 1945, hervatte hij zijn taken als burgemeester. De Boer heeft in twee publicaties, 'Tussen Kil en Twiske' (1946) en 'Assendelft, mededelingen over de geschiedenis van een hoge heerlijkheid' (1982), de historie van zijn gemeente dichter bij de mensen gebracht.

Feest voor de burgemeester

Burgemeester Jan de Boer van Assendelft en zijn echtgenote zijn maandagochtend 14 november 1961 op verzoek van een uit de bevolking gevormd huldigingscomité voor twee dagen naar Haarlem vertrokken. Het comité en haar medewerkers gebruikten die afwezigheid om vóór woensdagochtend halfnegen het kilometerslange dorp een vrolijk aanzien te geven. Daarvoor moesten honderden vlaggemasten worden geplaatst. De reden voor dit feestvertoon is, dat burgemeester De Boer woensdag 25 jaar burgemeester van het qua oppervlakte grootste Zaanse dorp is.

Er werd een speciale raadszitting gehouden. De burgemeester en zijn familieleden maakten een rondrit door het dorp. Er stonden twee recepties op het programma en een fakkeloptocht met plaatselijke muziekkorpsen. Jan de Boer verwierf in zijn geboortedorp evenveel respijt als zijn vader en grootvader. De Assendelfters leerden zijn belangrijkste eigenschap kennen, dat hij een man van zijn woord is. Burgemeester De Boer had twee dochters maar geen zoons, zodat er geen vierde generatie De Boer in Assendelft zou gaan regeren.

Bruinsma-Kleijwegt, Hannie

Nij Beets, 1936

Johanna (Hannie) Bruinsma-Kleijwegt oud PvdA-politica, lid van De Raad voor het KLPD, voorzitster van de Keuringsdienst van Waren en Zaanstad's burgemeester van 1992 tot 1996. Zus Dineke van As-Kleijwegt was van 1990 tot 2007 burgemeester van Assen, broer Corstiaan Kleijwegt bekleedde het burgemeestersambt van Hellevoetsluis.

Zij werd in 1970 als lid van de gemeenteraad Oostdongeradeel geïnstalleerd, een functie die zij tot 1974 vervulde. Daarna maakte zij van 1981 tot 1991 deel uit van de Friese Provinciale Staten.

Groen Links Kamerlid Ina Brouwer, PvdA-gedeputeerde van Noord-Holland Margreet de Boer, D66-Kamerlid Jacob Kohnstamm en PvdA'er Hannie Bruinsma-Kleijwegt lagen in de race voor de burgemeestersvacature van Zaanstad. In 1992 werd Bruinsma benoemd tot burgemeester van Zaanstad. In die hoedanigheid kwam zij in 1995 in opspraak, na de uitlating 'hij kan er geen hout van' in de Volkskrant over de vertrekkende korpschef Van Es. Zaanse Juffrouw Ooievaar beschadigt zichzelf kopte de Volkskrant in een poging de crisis op het stadhuis van Zaanstad samen te vatten. Bruinsma overleefde een motie van wantrouwen en ging een jaar later met pensioen.

Burgemeesters

Assendelft
naam plaats periode
Willem Smit Maire Assendelft 20-07-1811 tot 1814 Schout-Burgemeester
Pieter Smit Assendelft 1844 tot 1858
François Magloire Joseph le Jay (wnd) Assendelft 1858 tot 1879
Klaas Cornelisz de Boer Assendelft 1879 tot 1918
Jan Johannes de Boer Assendelft 1918 tot 14-09-1936
Jan de Boer Assendelft 13-11-1936 tot 01-08-1971
Willem Frederik Happe Assendelft 16-08-1971 tot 31-12-1973
Westzaan
naam plaats periode
Slagter, Teunis Westzaan 1817 tot 1851
Hooft Hasselaer, Hendrik Constantijn Westzaan 1852 tot 1867
G.J. Muller Westzaan 1868 tot 1872
Schook, Johan Elius Christoph Westzaan 1872 tot 1873
Metelerkamp, Carel Philip Westzaan 1873 tot 1876
Versteeg, Hendrik Jacob Westzaan 1876 tot 1878
Vegelin van Claerbergen, Joachim Karel Westzaan 1878 tot 1879
Petrus Boele Jacobus Ferf Westzaan 01-04-1879 tot 14-07-1888
Steenberg, Wilhelm Fokkelinus Wijbrand Westzaan 1888 tot 1913
Willem F.G.L. Driessen Westzaan 09-07-1913 tot 1918
Alphen, Henri van Westzaan 1918 tot 1925
Wempe, Hendrik Eduard Westzaan 1925 tot 1938
Jantzen, Hendrik Frans Westzaan 01-07-1938 tot 01-03-1951
Vijlbrief, Nicolaas Westzaan 1951 tot 1955
Zinderen Bakker, Rindert van Westzaan 1955 tot 1960
Reeling Brouwer, Piet Westzaan 1961 tot 1969
Verstegen, Frederik Westzaan 1969 tot 1972
Koog
naam plaats periode
Evert Smit Koog 01-08-1811 tot 14-02-1843
Simon Dekker Pz. Koog 15-02-1843 tot 15-12-1858
Jan Spekham Duyvis Koog 15-04-1859 tot 04-08-1862
Jacob Duyvis Koog 24-10-1862 tot 01-06-1866
Duyvis Jan Spekham Koog 01-06-1866 tot 01-02-1874
Frederik Willem Smit Koog 01-02-1874 tot 21-01-1880
Petrus Boele Jacobus Ferf koog 22-01-1880 tot 25-09-1888
Frederik Theodorus Roeters van Lennep Koog 26-09-1888 tot 13-09-1898
Oncko Egberdinus Cleveringa Koog 02-11-1898 tot 28-11-1908
Cornelis Maarschalk Koog 05-02-1909 tot 31-05-1919
Willem Frederik George Lodewijk Driessen Koog 01-06-1919 tot 23-01-1929
Alexander Verstegen Koog 24-01-1929 tot 13-09-1935
Willem Frederik Allan Koog 05-12-1935 tot 18-05-1946
Leendert Albert Ankum Koog 19-05-1946 tot 1960
Zinderen Bakker, Rindert van Koog 1960 tot 1974
Krommenie
naam plaats periode
Jacobus Alberti Maire/Schout/ 1795 tot 18-03-1836
Dirk van der Wart Krommenie 20-04-1836 tot 19-01-1850
Dirk van Leyden Krommenie [jan.]1850 tot 25-07-1850
Jan Schaap Krommenie 13-12-1850 tot 23-12-1856
Cornelis Walig Krommenie [jan.]1857 tot 07-07-1866
Klaas van Eden Krommenie [aug.]1866 tot 24-07-1884
Arend van den Steen van Ommeren Krommenie 13-09-1884 tot 16-08-1890
Dirk Koeleman Krommenie 08-01-1891 tot 22-11-1893
Jan Walig Krommenie 27-12-1894 tot 31-03-1896
Mathile Jacques Chevallier Krommenie 04-04-1896 tot 01-04-1898
Jacobus Mossel Krommenie 15-09-1898 tot 01-09-1909
Pieter Lammerschaag Krommenie 11-10-1909 tot 18-12-1915
Hendrik Klerk Jzn Krommenie 16-03-1916 tot 26-03-1938
Jan Kalff Krommenie 01-04-1938 tot 09-01-1942 (ontslagen)
Anton Gerrit Jongsma Krommenie 11-07-1942 tot 09-05-1945 (NSB)
Jan Kalff Krommenie 10-05-1945 tot 15-08-1947
Jan Cornelis Adriaan Provily Krommenie 16-08-1947 tot 01-10-1965
Freerk Tjaberings Krommenie 01-01-1966 tot 01-09-1971
Gosse Oosterbaan Krommenie 28-10-1971 tot 31-12-1973
Wormerveer
naam plaats periode
Cornelis Simonsz Prins Maire Wormerveer 1811 tot 11-09-1843 (overleden)
Pieter van Gelder Pietersz. Wormerveer 1844 tot 1852
Jan Dekker Cornelisz. Wormerveer 1852 tot 1856
Meindert Donker Wormerveer 15-10-1856 tot 1864
Pieter Prins Wormerveer 1864 tot 1865
Jan Kouwer Wormerveer 1865 tot 1867
Cornelis Snaterse Wormerveer 1867 tot 1869
Carel Philip Metelerkamp Wormerveer 1869 tot 1877
Hendrik Jacob Versteeg Wormerveer 1876 tot 1878
Jhr Joachim Karel Vegelin van Claerbergen Wormerveer 1879 tot 1887
Hendrik Johan Christiaan van Tienen Wormerveer 1887 tot 1895
Henri François Schuurbeque Boeye Wormerveer 1895 tot 1898
T.A.M.A. van Humalda van Eysinga Wormerveer 1900 tot 1914
Theodoor Cluysenaer Wormerveer 1914 tot 1934
Dirk Gerrit Draayer Wormerveer 1934 tot 1936
Albert Slager Wormerveer 06-03-1936 tot 1950
Johan Carel Lycklama Wormerveer 16-12-1950 tot 01-09-1968
Rinus Hille Wormerveer 16-09-68/ 31-12-73
Zaandam
naam plaats periode
Hendrik Christiaan Göbel Maire Zaandam 1812-1814
Dirk Dekker Pres. Zaandam jan. 1814 tot maart 1815
Engel van de Stadt Pres.Zaandam jan.1816 tot jan.1817
Cornelis Visser Pres.Zaandam jan.1817 tot jan.1818
Jan Evenblij Pres.Zaandam jan. 1820 tot jan. 1822
Jan Vander Pres.Zaandam jan.1822 tot jan.1823
Huybert van de Stadt Zaandam 09-08-1832 tot 22-12-1838
Gerrit van Orden Zaandam 05-01-1839 tot december 1844
Cornelis van de Stadt Zaandam februari 1845 tot 25-05-1852
Hendrik Jan Smit Zaandam 22-06-1852 tot 01-12-1871
Arnoldus Greebe Zaandam 02-12-1871 tot 30-11-1877
Hendrik Jacob Versteeg Zaandam 1878 – 1894
Hendrik Johan Christiaan van Tienen Zaandam 1895 – 1902
Carl Adolph Elias Zaandam 1902 – 1914
Kornelis ter Laan Zaandam 14-01-1914 / 08-02-1937
Joris in 't Veld Zaandam 01-04-1937 tot 04-03-1941
Cornelis van Ravenswaay (wnd) Zaandam maart 1941 – april 1942
Barthold Arnold van der Sluys (wnd) Zaandam 3 april 1942 / mei 1942
G. Nieuwenhuijs (wnd) Zaandam mei 1942 - juli 1942
Hendrik Vitters (wnd) Zaandam 13-07-1942 tot 05-05-1945
Joris in 't Veld Zaandam 05-05-1945 tot 15-05-1948
Wim Thomassen Zaandam 16-05-1948 - 26-04-1958
Gerrit Johan Daniël Franken Zaandam 27-04-1958 - 15-04-1966
Isaac Baart Zaandam 16-04-1966 tot 17-10-1967
Reint Laan Zaandam/ Zaanstad 01-03-1968 tot 01-04-1979
Burgemeesters Zaandijk
naam plaats periode
Dirk IJff Cornelisz Maire Zaandijk 07-07-1811 tot 26-03-1813
Jan Koning Maire Zaandijk 27-03-1813 tot 22-07-1825
Dirk Donker Zaandijk 27-08-1825 tot 06-02-1850
Dirk Vis Zaandijk [1850] tot 15-08-1867
Jacob Honig Janszoon jr Zaandijk 24-09-1867 tot 14-11-1870
Jacob Rems Zaandijk 22-01-1871 tot 27-03-1872
Andries Smit Gz. Zaandijk 30-10-1872 tot 26-01-1890
Leonard Gerard Vernee Zaandijk 01-04-1872 tot 26-10-1872
Pieter Karel P.J. van Sloten Zaandijk 06-03-1890 tot 03-05-1901
Pieter Andries van Wijngaarden Zaandijk 18-06-1901 tot 24-07-1909
Dirk Jan Jacob Hellema Zaandijk 13-10-1909 tot 27-12-1934
Anthonie H. van Gelderen Zaandijk 04-03-1935 tot 01-03-1965
Gosse Oosterbaan Zaandijk 01-03-1965 tot 12-11-1971
Riekelt Bakker Zaandijk 25-11-1971 tot 31-12-1973
Burgemeesters Zaanstad
naam pol plaats periode
Reint Laan PVDA Zaanstad 01-01-1974 tot 31-03-1979
Arie Lems PVDA Zaanstad 01-04-1979 tot 15-01-1989
Hans George Ouwerkerk PVDA Zaanstad 16-01-1989 tot 01-10-1991
Hannie Bruinsma-Kleijwegt PVDA Zaanstad 01-03-1992 tot 01-09-1996
Theo Quené PVDA Zaanstad wnd 01-09-1996 tot 16-03-1997
Ruud Vreeman PVDA Zaanstad 16-03-1997 tot 28-06-2004
Hans Komrbrink PVDA Zaanstad wnd 01-07-2004 tot 10-01-2005
Henry Meijdam VVD Zaanstad 10-01-2005 tot 12-09-2005
Jan Mans PVDA Zaanstad wnd 12-09-2005 tot 15-04-2006
Vondervoort van de, Antonia Geertruida Maria (Tonny) PVDA Zaanstad wnd 15-04-2006 tot 01-04-2007
Wim Dijkstra PVDA Zaanstad wnd 01-04-2007 tot 30-09-2007
Geke Faber PVDA Zaanstad 01-10-2007 tot 31-11-2016
Ruud Vreeman PVDA Zaanstad wnd 01-12-201 tot 27-9-2017
Hamming, Jan PVDA Zaanstad 27-9-2017 tot
Wormerland
naam pol plaats periode
Jan (J.) Koppenaal VVD Wormerland 01-01-191 tot 01-03-2001
Peter (P.C.) Tange Wormerland 13-03-2000

Buijs, Andries

Katwijk, 3 april 1925 - Emmeloord, 16 november 2014

Andries Pieter Buijs, raadslid en wethouder te Zaandam, burgemeester van Urk. Andries Buijs kwam op zijn 14e jaar naar Zaandam, waar hij als pleegzoon van de Zaandamse schilder P. Dekker opgroeide. In de oorlog moest hij zijn betrekking als onderwijzer aan een protestants-christelijke school te Zaandam opgeven en onderduiken. Na de oorlog werd hij bankbediende en kassier bij de Nationale Handelsbank te Amsterdam. Daarnaast werd hij actief in de plaatselijke afdeling van de Anti-Revolutionaire Partij.

In 1964 werd hij voor de Protestants Christelijke Groepering, een samenwerkingsverband van de ARP en de CHU in de Zaandamse gemeenteraad gekozen; onmiddellijk werd hij ook wethouder, wat hij tot einde 1973 zou blijven. Als wethouder was hij onder andere verantwoordelijk voor het havenbedrijf, de dienst volksgezondheid, het gasbedrijf en de gemeentereiniging. Toen in 1974 in Zaanstad een links programcollege aantrad kwam een einde aan zijn wethouderschap. In datzelfde jaar werd hij benoemd tot burgemeester van Urk.

In 1989 maakte hij om gezondheidsredenen gebruik van de VUT-regeling.

Chevallier, Mathile Jacques

Ubbergen, 4 september 1853 - Herveld, 23 oktober 1909

Mathile Jacques Chevallier, burgemeester van Krommenie van 1896 tot 1898, zoon van boekhandelaar Mathile Jacques Chevallier sr. en Geertruida Catharina Elisabeth Stienstra. Hij was actief op het gebied van geestelijke gezondheidszorg en onder andere met Lucas Lindeboom betrokken bij de oprichting van de Vereniging tot Christelijke verzorging van Krankzinnigen en Zenuwlijders VCVGZ in Nederland (1884).

Na het overlijden van zijn moeder erfde hij haar landhuis Veldwijk, onder Ermelo, dat hij voor een gunstige prijs ter beschikking stelde voor een nieuwe psychiatrische inrichting. Chevallier werd rentmeester van de inrichting die in 1886 werd geopend. In 1890 kocht hij het landgoed 's Heeren Loo in Ermelo, dat hij een jaar later weer verkocht waarop ook hier een psychiatrische inrichting werd gestart.

Chevallier werd benoemd tot burgemeester van Schoonhoven, waar hij echter maar kort stond. Hij was in 1893 hoofd van het gesticht, dat door de 'Vereeniging tot Christelijke verpleging van bedelaars en landloopers' in het kasteel Meteren gevestigd moest worden. Deze poging te Meteren ondervond veel weerstand en mislukte waarop Chevallier zich terug trok. De uiteindelijke bestemming werd Het Hoogeland te Beekbergen.

Ondertussen bleef hij bestuurslid van Veldwijk. In 1894, terug in Ermelo, was hij een van de medeoprichters was van een Anti-Revolutionaire kiesvereniging. Het liefst zou hij directeur worden van een psychiatrische inrichting, maar dat kreeg hij niet voor elkaar.

Hij solliciteerde opnieuw als burgemeester en stond achtereenvolgens in Krommenie (1896-1898) en Valburg (1898-1909). Ook als burgemeester bleef hij betrokken bij de geestelijke gezondheidszorg.

De Vereniging tot Werkverschaffing aan Minvermogenden in de gemeente Krommenie hield op 17 oktober 1898 in de sociëteit een buitengewone ledenvergadering, hoofdzakelijk voor de verkiezing van een bestuurslid. Chevallier had wegens vertrek naar Valburg als voorzitter bedankt waarop de penningmeester, J. C. F. Mossel met algemene stemmen tot zijn opvolger werd benoemd.

Hij was initiatiefnemer van de in 1900 opgerichte Vereniging Valburg tot verpleging van Krankzinnigen en Zenuwlijders in huisgezinnen. In Valburg zijn echter nooit patiënten verpleegd.

Hij overleed op 56-jarige leeftijd, kort nadat hij in Ermelo was geweest voor het 25-jarig jubileum van de mede door hem opgerichte Vereniging, en werd begraven in Herveld.

Cleveringa, Oncko

Appingedam 10 juni 1868 - Amsterdam 15 juli 1931

Oncko Egberdinus Cleveringa, getrouwd met Jacoba Anna Boerema op 23 augustus 1895 te Delfzijl, burgemeester van Koog aan de Zaan van 1898 tot 1908, kreeg zijn opleiding op de secretarie te Slooten. Hij begon zijn ambtelijke loopbaan in 1894 als ambtenaar ter secretarie te Koog aan de Zaan, een jaar later gevolgd door een benoeming als gemeentesecretaris en in 1896 die tot gemeenteontvanger, welke functies door hem werden vervuld tot 1898. Op 2 november 1898 werd hij benoemd tot burgemeester van Koog aan de Zaan.

Ruim tien jaar lang vervulde hij het ambt van burgemeester. Cleveringa stond bekend als minzaam in de omgang met anderen. Met het openbare leven bemoeide hij zich niet veel; hij was enkele jaren kerkvoogd en daarna diaken van de Nederlands Hervormde Gemeente. Er werd wel eens beweerd dat Cleveringa niet iemand van veel initiatief was doch daartegenover mocht men niet vergeten, dat zijn streven er op gericht was om twist en tweedracht in de gemeente te voorkomen. Cleveringa was geen drijver, geen partijman, bemoeide zich weinig of niet met zaken die buiten zijn werkkring lagen.

In 1905 werd een nieuw raadhuis in gebruik genomen. Burgemeester Cleveringa wijdde een bijzonder woord van dank aan de nagedachtenis van Hendrik Sweepe jr, die in zijn testament, zijn woonhuis met de grond, benevens een aardig kapitaaltje aan de gemeente vermaakte, met de bestemming daarvoor een beter gemeentehuis tot stand te brengen. Hoewel deze weldadige ingezetene, ter wiens eer in de vestibule van het nieuwe gebouw een gedenksteen is ingemetseld, reeds in 1892 overleed, kon pas in 1906 aan het plan uitvoering worden gegeven. De erflater had bepaald dat diens huishoudster, mej. Jansje Scholten, tot aan haar dood het huis zou bewonen.

Ook wijdde de burgemeester een hartelijk woord van waardering aan de nagedachtenis van het raadslid Mijndert Honig, die aan de totstandkoming heeft meegewerkt, doch de voltooiing niet heeft mogen zien. Aan het eind van zijn toespraak werd op voorstel van de burgemeester besloten een telegram van hulde te zenden aan H. M. de Koningin Wilhelmina.

Het gebouw, waarvoor de plannen ontworpen zijn door de architecten Van Rossem en Vuijk te Amsterdam en dat gebouwd werd door aannemer F. Huisman te Koog aan de Zaan, is in moderne stijl opgetrokken, doch deed in sommige opzichten aan de Oud-Hollandse bouwtrant denken. Het geheel maakte een vriendelijke indruk en zag er keurig uit. Ook aan de meubilering was volle aandacht gewijd. Bijzonder mooi waren de Raadzaal, waarvan de schouw versierd met de wapens van staat, provincie en gemeente, de trouwzaal en de Burgemeesterskamer. De gemeente zou binnen korte tijd ook nog in het bezit komen van een nieuw weeshuis voor de Doopsgezinde gemeente, waarvoor door dezelfde ingezetene, wijlen Hendrik Sweepe Jr., een kapitaal is nagelaten, groot f 60,000.

Cleveringa kwam 16 december 1908 in gelijke functie naar Weesp. Bij zijn twaalf-en-halfjarig jubileum als burgemeester, in 1921, ontving hij tal van hartelijke sympathiebetuigingen uit alle kringen van de Weesper burgerij.

Om gezondheidsredenen moest hij tegen het einde van 1926 zijn ontslag nemen. Jarenlang was Oncko Cleveringa regent van het Gereformeerd Burger-Weeshuis, voorzitter van de Ver. Openbare Leeszaal en bestuurslid van de Nutsspaarbank te Weesp.

Cluysenaer, Theodoor

Breda, 24 september 1870 - Hilversum, 12 februari 1934

Burgemeester Cluysenaar wilde zich nooit laten fotograferen, hier is hij gesnapt door Henk Zwart uit Krommenie in zijn karakteristieke houding met hand aan de hoed bij de brand aan de Zaanweg op 2 april 1928.

Theodoor Cluysenaer, liberaal, volgde in Wormerveer burgemeester Eijzinga op van 5 maart 1914 tot 1934, 20 moeilijke jaren gedurende de Eerste Wereldoorlog en de crisisjaren. Cluysenaer was eerder secretaris van Borculo in 1896, burgemeester van Adorp (1997-1899), van Borculo (1899-1907) en van Alblasserdam (1907-1914). Zijn opvolger werd de ooit door de Führer gedecoreerde Dirk Gerrit Draayer die na twee jaar vertrok.

Een opvoering van het Zaandijks Revue-gezelschap is in januari 1929 door burgemeester Cluysenaer van Wormerveer verboden. De auteur, Klaas Smit, had in 'Zo is de Zaan' het optreden van de marechaussee uit Wormerveer op de hak genomen op een manier die volgens Cluysenaer niet door de beugel kon. Zijn ingrijpen veroorzaakte destijds veel opschudding.

Financieel verkeerde Wormerveer tijdens de crisisjaren in zwaar weer hetgeen uitmondde in een faillissementsaanvraag. De Meesters Modderman en Kühn te Amsterdam vroegen bij de Haarlemsche rechtbank het faillissement aan van de gemeente Wormerveer. Dit geschiedde namens de schuldeiser, de N.V. Amsterdamse Bank, houdster van een aantal promessen van de gemeente tot een totaal bedrag van bijna f 300.000. Een aantal van deze promessen was vervallen. Bovendien was gebleken, dat de gemeente ook andere schulden onbetaald liet, terwijl de financiële toestand van dien aard was, dat de gemeente niet in staat was om haar verplichtingen na te komen. Deze faillissements-aanvrage werd op 28 februari 1922 door de civiele Kamer van de Haarlemse rechtbank behandeld.

Namens de gemeente waren burgemeester Cluysenaer, één der wethouders en enige hoofdambtenaren aanwezig. Cluysenaer deelde mee dat de gemeente een voorlopige surseance van betaling had aangevraagd, omdat verondersteld mocht worden, dat de gemeente per 1 april 1922 in staat is aan haar verplichtingen te voldoen. Erkend werd, dat de gemeente daartoe eerder niet in de gelegenheid was. Verwacht mocht worden dat het Rijk de middelen daartoe rechtstreeks zou verstrekken om lopende schulden af te doen en zulks zal geschieden door het intermediair van de Vereniging van Nederlandse gemeenten, tot welke vereniging de gemeente Wormerveer dan zou toetreden.

Cluysenaer zei dat over de wenselijkheid van een voorlopig surseance in het college van B en W verschil van mening bestaat. Hij is vóór, de wethouders zijn tegen. Wethouder Binnendijk, verzekerde, dat het financieel beheer zeker niet minder goed was dan vorige jaren en dat de gemeente even kapitaalkrachtig is als vroeger. Hij gaf een overzicht van de wijze, waarop de gemeente in financiële ongelegenheid is gekomen. Cluysenaer verklaarde dat de rechtbank zeker geen prijs zou stellen op een tegenspraak van het door de wethouder geleverde betoog, omdat dit buiten de zaak ging. De gemeente was f 269.500 schuldig aan opgenomen kasgeld, die zij niet kon voldoen, terwijl, als er geen hulp komt, met ingang van 1 april de gemeente niet in staat zal zijn de werklozen, werklieden en ambtenaren uit te betalen.

De rechtbank bepaalde, dat de faillissementsaanvraag acht dagen zal worden aangehouden en dinsdag 7 maart 1922 in behandeling worden voortgezet.

Cluysenaer was zowel voorzitter van het watersnoodcomité als het werklozenfonds en lid van het Van Vleutenfonds.

Dam, Theun van

Wethouder Theun van Dam in 1978. Foto Archief Henk Dijkman

Amsterdam, 21 januari 1940

Theun van Dam, invloedrijke PvdA-wethouder van Zaandam en later Zaanstad in de periode 1970-1988. Daarna burgemeester van Purmerend. Ereburger van Zaanstad. Theun van Dam was al actief in de PvdA als lid afdelingsbestuur en eerder lid afdelingsbestuur Amsterdam vóór hij in 1970 wethouder van Zaandam werd. De PvdA kreeg dat jaar onverwacht een derde wethouderspost.

Van Dam, kersvers raadslid en sinds vijf jaar werkzaam bij het Zaans Instituut voor School- en Beroepskeuzebegeleiding, werd wethouder van Onderwijs, met bevoegdheden op het terrein van Welzijn. Bij de 'samenvoegingsverkiezingen' was hij lijstvoerder voor de PvdA; dat bleef hij bij de drie daaropvolgende raadsverkiezingen. In Zaanstad was hij achtereenvolgens wethouder van Onderwijs, Welzijn, Onderwijs en Financiën en Economische Zaken. Gedurende die hele periode was hij loco-burgemeester. Zijn invloed op het bestuurlijke en politieke leven in Zaanstad was groot, men hoorde wel eens zeggen dat in De Bannehof geen beslissing werd genomen zonder dat Van Dam erin werd gekend.

In september 1988 werd hij benoemd tot burgemeester van Purmerend. Bij zijn vertrek uit Zaanstad kreeg hij het ereburgerschap aangeboden. Zie ook: Onderwijs 1.3.6., 1.3.9. en 1.3.10.

Dekker, Dirk

Zaandam 1765 - Zaandam 1834

Burgemeester van Zaandam van januari 1814 tot april 1815, januari 1819 tot maart 1820 en januari 1823 tot juli 1828. Voor de samenvoeging van Oost- en Westzaandam was Dekker een half jaar maire of burgemeester van Oostzaandam. Dekker, koopman van beroep, was nadat maire HC. Gobel in 1814 min of meer gedwongen was tot aftreden, de tweede president-burgemeester van Zaandam. De stad kende in die tijd nog vier burgemeesters, van wie één president was.

Dekker Pz., Simon

Simon Dekker Pz., peller, op 4 juni 1817 gehuwd met Maartje Honig, lid van het Bestuur der Sluizen in de Lagendijk aan de Zaan en commissielid van de Maatschappij van Moederlijke Liefdadigheid te Zaandijk, raadslid van de gemeente koog aan de Zaan vanaf 1819, burgemeester vanaf 1843 tot hij in 1858 bedankte hij voor het ambt.

Donker, Dirk

(Wormer 1794-ná 1860)

Notaris en burgemeester van Zaandijk in het midden van de 19e eeuw. Dirk Donker begon zijn loopbaan als deurwaarder te Westzaan; na de benodigde papieren te hebben gehaald werd hij notaris in die gemeente. Later verhuisde hij naar Zaandijk, waar hij zich eveneens als notaris vestigde en waar hij later tot burgemeester werd benoemd. In 1849 moest hij dit ambt op grond van de nieuwe Gemeentewet (volgens welke het ambt van burgemeester niet gecombineerd mocht worden met een notariaat) prijsgeven.

In 1866 werd hij als notaris door zijn zoon Meindert Donker opgevolgd. Zijn sterfjaar en -plaats zijn onbekend; na 1860 wordt hij niet meer in de bevolkingsstatistieken van Zaandijk vermeld.

Donker, Meindert Mr.

Zaandijk, 16 januari 1831 - Zaandijk, 16 december 1895

Mr. Meindert Donker, burgemeester te Wormerveer, kantonrechter te Zaandam en wethouder en raadslid te Zaandijk. Meindert Donker, zoon van Dirk Donker, promoveerde in 1854 te Leiden en werd een jaar later kandidaat-notaris. Van 1856 tot 1864 was hij burgemeester van Wormerveer; hij legde die functie neer toen hij werd benoemd tot kantonrechter te Zaandam. In 1866 nam hij het notariaat van zijn vader te Zaandijk over. Hij werd raadslid in die gemeente en korte tijd wethouder. Voorts was hij voorzitter van de ring Haarlem van de broederschap van notarissen en mede-oprichter van Het Witte Kruis Zaandijk.

Draayer, Dirk Gerrit

Dieren (Gelderland), 4 april 1879 - Schiedam, 26 februari 1968

Dirk Gerrit Draayer 1879-1968

Dirk Gerrit Draayer, van 1934 tot 1936 burgemeester van Wormerveer. De jeugdige Draayer was een verdienstelijk wedstrijdzwemmer en zoon van HBS-onderwijzer Willem Draayer en Virgine Lucie Waardenburg. Na de gemeentelijke HBS in Leiden te hebben doorlopen werd hij cadet aan de Koninklijke Militaire academie in Breda.

Draayer werd in van 1899 benoemd tot tweede-luitenant der Infanterie van het Nederlands-Indisch leger waarbij hij de verschillende rangen doorliep. Hij vertoefde 12 jaar op Atjeh bij de marechaussee en bij de Topografische Dienst. Na een pauze van acht maanden in Nederland vanaf 1925 werd hij aangesteld als commandant van Djambi en Palembang.

Een kort verslag van een actie in Atjeh, opgetekend in het Leidsch Dagblad van 16 juli 1903: ,,Uit Kotta-Radja werd 15 juni 1903 gemeld: De eerste luitenant der infanterie D.G. Draayer overviel in Paja-pangkat, een bende onder Tjoet Moehamad. Negen vijanden werden neergelegd; drie geweren, model 1895, ledergoed en munitie buit gemaakt. Tijdens enige patrouilles door een detachement onder de tweede luitenant der infanterie L. Dersjant in Daja gemaakt, sneuvelden negentien vijanden; als buit werden vele vuur- en blanke wapens medegenomen. De Europese fuselier Ploeger, algemeen stambooknummer 49216, werd in een prauw op de Woyla-rivier gewond. Hij sprong overboord en verdronk.“

Draayer behoorde tot de oude marechaussees van generaal Van Heutz, waarna hij in 1927 als Generaal-Majoor met pensioen ging. Na zijn terugkeer in Nederland studeerde hij te Leiden, waar hij in 1932 doctoraal examen in de rechten deed. In 1934 werd hij benoemd tot burgemeester van Wormerveer. In 1936 kwam hier een einde aan nadat hij werd benoemd tot directeur-generaal van de Afdeling Werkverschaffing en Steunverlening van het departement van Sociale Zaken.

November 1937 heette Draayer een Duitse delegatie welkom in Amsterdam, bestaande uit de gezantschapsraad Feine en van het consulaat-generaal te Amsterdam de consul Jung. Rijksminister Seldte werd vergezeld door de Ministerial-Direktor dr. Engel, Oberregierungsrat dr. Münz, Regierungsrat dr. Hildebrandt, allen van het Rijksministerie van Arbeid, en Ministerialrat Neumann van het Rijksministerie voor Voedselvoorziening. Rijksminister Seldte dankte mede namens zijn reisgenoten voor de vriendelijke ontvangst. ,,Met wat wij in Duitsland op het gebied van werkverschaffing en voedselvoorziening hebben geleerd hopen wij te kunnen begrijpen wat gij ons toont.”

Draayer promoveerde in 1938 op het proefschrift getiteld 'De rechtstoestand van de officier bij de Koninklijke Nederlandse Landmacht' tot doctor in de rechtsgeleerdheid.

De Führer en rijkskanselier heeft het Kruis van Verdienste van de Duitse Adelaar eerste klasse op 10 augustus 1938 verleend aan de directeur-generaal van de Nederlandse Werkverschaffing, D. G. Draayer.

In 1939 maakt Draayer deel uit van een commissie die richtlijnen heeft samengesteld waaraan Journaalfilms in oorlogstijd aan moeten voldoen. Lees het artikel op de website van de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant van 14 oktober 1939.

Op 1 september 1940 werd Dr. Draayer tevens hoofd van de administratie van de Nederlandse Opbouwdienst, een door de Duitsers opgerichte overgangsorganisatie ter ontmanteling van het Nederlandse leger in bezettings- en/of crisistijd. De genoemde dienst moest een verdere stijging van het werkloosheidspercentage, te weten het uitvloeisel van de ontslagen binnen defensie, voorkomen. Het beleid was een voortzetting van een eerder arbeidsverschaffingsbeleid.

De Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart voor het bezette Nederlandse gebied benoemde Draayer in augustus 1941 tot burgemeester van Schiedam.

Op 15 januari 1942 verordeneerde burgemeester Draayer in het kader van de Luchtbeschermingsdienst, bij gebouwen of percelen in Schiedam behorende stoepen, hekken, kettingpaaltjes en dergelijke obstakels te voorzien van witte verf of van witgeverfde latten.

Op 17 februari nam de Duitsgezinde Draayer deel aan een eenpansmaaltijd. E. M. Baerveldt, die de organisatie van de Nederlandse Volksdienst in Schiedam leidt, gaf een uiteenzetting van de dienst; de heer F. Schneider, Ortsgruppenleiter van de Ortsgruppe Schiedam der N.S.D.A.P., sprak het openingswoord.

20 februari 1942 vond een grote manifestatie van het NVV plaats in Rotterdam waar Draayer één van de genodigden was. Ir. A.A. Mussert, leider van de N.S.B., hield in de Rivièra-hal van Diergaarde Blijdorp in tegenwoordigheid van Dr. C. Völckers een rede.

27 juli 1942 volgt een boottochtje naar Schoonhoven. Aan boord van de IJsel I bevonden zich dr. C. Vólckers, Beauftragte van de Rijkscommissaris voor Rotterdam, majoor E. Werner, commandant van de Ordnungspolizei; dr. Jütting, plv. voorzitter van de afd. Rotterdam der N.D.K.; voorts de heren J. Hank, referent bij de Beauftragte; Königs, plaatsvervangend leider van de Sicherheitsdienst; en de Schiedamse burgemeester dr. D. G. Draayer.

In Kethel werd op 10 juli 1943 een R.K. School voor Voortgezet Lager Onderwijs voor Jongens en meisjes geopend. Onder andere de burgemeester van Schiedam, dr. Draayer was bij de opening aanwezig. Er werd o.a. landbouwonderwijs voor jongens en huishoudonderwijs voor meisjes gegeven.

Met toepassing van de Wet Zuivering Nederlandse Ridderorden 1946 is bij Koninklijk Besluit het lidmaatschap van de Orde van de Nederlandse Leeuw in 1950 ontnomen aan dr. D. G. Draayer

In 1962 was D. G. Draayer het oudste lid van Leidens oudste voetbalvereniging ASC.

Driessen, Willem

Den Haag 11 juli 1886 – Den Helder 19 december 1935

Willem Frederik George Lodewijk Driessen 1886-1935

Willem Frederik George Lodewijk Driessen, werd als enig zoon vernoemd naar zijn grootvader. Zijn vader Reinierus Henricus was tweede luitenant infanterie en gehuwd met Aline Clementine van Gendt. Willem bleef ongehuwd en was zakelijk en degelijk ingesteld. Na het doorlopen van de HBS werd hij als klerk aangenomen bij een registratiebureau. In 1908 mocht hij zich ambtenaar van de burgerlijke stand in Ouderkerk aan de IJssel noemen. Later verhuisde hij naar Bussum en nam de functie van adjudant commies gemeente-secretaris aan.

Op 18 juli 1913 werd hij burgemeester van Westzaan, om op 26 februari 1918 als regerings-commissaris voor de graan-inzameling in Noord-Holland op te treden. In 1919 vervulde hij de rol van burgervader van de gemeente Koog aan de Zaan. Van 10 februari 1921 tot eind december 1928 werd de Koogse burgemeester Driessen benoemd tot plaatsvervangend kantonrechter in het kanton Zaandam. Als 42-jarige werd hij op 15 november 1928 benoemd tot burgemeester van Den Helder. Daar maakte hij zich verdienstelijk door de oprichting van het internaat voor de Zeevaartschool, de totstandkoming van het beeldbepalende Reddingsmonument, verbetering van de economische toestand van Den Helder en bevordering van het vreemdelingenverkeer.

De burgemeester begaf zich op 19 december 1935 om 8 uur naar de Helderse raadszaal, waar hij een inspectie-vergadering voor de gemeenteraad zou leiden voor de begrotingsvergadering. Even voor de aanvang van de zitting verklaarde hij zich niet wel te voelen. Op doktersadvies begaf hij zich naar huis waar hij omstreeks negen uur naast de kachel plaats nam. Volgens zijn eigen verklaring voelde hij zich daarop wat beter en begaf zich naar zijn slaapkamer waar hij om half elf overleed.

Mei 1928 werd Driessen als ere-voorzitter van de Commissie tot Stichting van het Molenmuseum, benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Hij was tevens drager van het Kruis van Verdienste van het Rode Kruis. Bovendien maakte Driessen deel uit van het hoofdbestuur van de Nederlandse Padvinders-Organisatie als 1e secretaris.

Eden, Klaas van

Krommenie, 6 september 1821 - Krommenie, 24 juli 1884

Klaas van Eden, zoon van Jan van Eden en Sijbreg de Jong, was makelaar en burgemeester van Krommenie van 1866 tot aan zijn dood in 1884 als opvolger van Cornelis Walig. Van Eden werd opgevolgd door de eerste 'vreemde' burgemeester van Krommenie, Arend van den Steen van Ommeren. Klaas van Eden huwde op 27 augustus 1843 met Maria Avis (1820-1849) en op 19 september 1850 met Johanna Hendrica Catharina Paradijs (1824-1900).

Op 8 januari 1884 trad Klaas van Eden toe tot een voorlopig comité ter oprichting van de afdeling Witte Kruis Krommenie.

Wegens een ernstige ongesteldheid van burgemeester Klaas van Eden op 2 juli 1884, trad Cornelis Walig, de oudste wethouder, tijdelijk als hoofd van de gemeente Krommenie op. Daar die waarneming misschien geruime tijd kan voortduren, omdat de zieke, wiens toestand op dat moment meer geruststellend is, door zijn herbenoeming op 4 juli eerst na vernieuwde eedsaflegging zijn functie kan hervatten, heeft de gemeenteraad in de zitting van 25 juni jl. tot tijdelijk wethouder benoemd D. van Leijden, en tot ambtenaar van de burgerlijke stand de heer J. Schut.

De gemeente krommenie leed een gevoelig verlies door het sterven van haar burgemeester op 24 juli 1884, in de leeftijd van bijna 63 jaren. Ruim vier weken eerder door een beroerte getroffen, waardoor het vermogen om te spreken verloren ging, mocht hij niet weer van het ziekbed verrijzen, ofschoon aanvankelijk de hoop op herstel niet zonder grond was. De gemeente verloor veel in de overledene, die 18 jaren haar hoofd was en nog onlangs een herbenoeming ontving.

In Krommenie werd de Burgemeester van Edenstraat naar hem vernoemd.

Bron o.a. Zaanlandsche Courant, 1884-07-26

Elias, Jhr. mr. dr. Carl Adolph

Amsterdam, 27-12-1869 - Apeldoorn, 1955

Jhr. mr. dr. Carl Adolph Elias omstreek 1910. Foto Beeldbank Gemeentearchief Zaanstad

Burgemeester te Zaandam van 1902 tot 1914. Daarvoor was hij burgemeester in Monster en Harderwijk. De liberaal Elias moest zijn ambt in een roerige periode uitoefenen en had het niet gemakkelijk met de snel toenemende invloed van socialisten in de gemeenteraad en met tegenspelers als Mendels en vooral Duijs .

Elias was niet welgesteld en moest een gezin van zes 6 kinderen onderhouden; het karige burgemeestersloon van f 3000 was daarvoor niet toereikend, daarom was hij tevens als advocaat werkzaam, óók in Zaandam. In de raad en het socialistische blad De Voorpost agiteerde Duijs hier fel tegen. Ofschoon Duijs eenmaal door Elias wegens laster voor de rechter werd gedaagd en tot een boete van f 25 werd veroordeeld, werd het prestige van Elias behoorlijk aangetast.

In 1911, de SDAP was in de Zaandammer raad inmiddels van twee naar vijf zetels gegroeid, trok Elias met zijn zoon als secretaris naar Rusland om Czaar Nicolaas II te danken voor het standbeeld dat hij Zaandam had geschonken. Na hun terugkomst wist een dagblad buiten de Zaanstreek te melden dat Elias bij de aanvraag van de reispapieren had gelogen over de leeftijd van zijn zoon. Het leidde tot openbare en besloten zittingen in de gemeenteraad, uitgebreide krantenartikelen, schriftelijke vragen in de Tweede Kamer en tenslotte tot een rechtszaak. Elias werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van een maand; in hoger beroep werd dit vonnis teruggebracht tot één dag, waarna in april 1913 de Hoge Raad het vonnis ongedaan maakte.

Het prestige van Elias, door Duijs toch al zo ondermijnd, werd door deze affaire evenwel nog verder aangetast. Twee maanden later kreeg de SDAP de meerderheid in de raad van Zaandam; Elias vroeg per l januari 1914 ontslag als burgemeester aan. Na hem werd Kornelis ter Laan benoemd tot burgemeester van Zaandam, als eerste socialistische burgemeester van Nederland.

Evenblij, Jan

Gouda 1761 - Zaandam 9 juni 1836

Een der eerste burgemeesters van Zaandam, president-burgemeester van februari 1820 tot januari 1821, maar deel uitmakend van het college van 1815 tot 1828. Er waren in die tijd verschillende burgemeesters, doorgaans vier; wisselend werd één van hen bij koninklijk besluit tot president benoemd. Zij waren inwoners van de stad en bleven naast hun officiële ambt hun beroepsbezigheden uitoefenen. Zo was Jan Evenblij notaris, aanvankelijk te Westzaan benoemd in 1788, waar hij ook secretaris van de banne en schout was. Dezelfde functies vervulde hij in Uitgeest. Na de vorming van de stad Zaandam in 1811 vestigde hij zich aldaar. In 1828 werd hij als burgemeester opgevolgd door Jan Vander.

Ferf, Petrus

Bergum, 9 januari 1854 - 's-Gravenhage, 29 april 1916

Petrus Boele Jacobus Ferf, oud-lid van de beide Kamers der Staten-Generaal, oud-lid van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, oud-burgemeester van Koog aan de Zaan en Westzaan.

Ferf was een progressieve liberaal van Friese afkomst, die na een opleiding tot notaris van 1877 tot 1880 secretaris was van de gemeente Wormerveer. Hij werd op 25-jarige leeftijd in 1879 benoemd tot burgemeester van Westzaan en in 1880 tevens tot burgemeester van Koog aan de Zaan, waar hij op 11 augustus 1881 in het huwelijk trad met Cornelia Laan. Het burgemeesterschap duurde tot 1888 nadat hij werd gekozen tot lid der Gedeputeerde Staten van Noord-Holland.

Na diens vertrek uit Koog aan de Zaan werd de schroefbootdienst tussen station Koog-Zaandijk en de Weelsloot te Westzaan de Burgemeester Ferfdienst genoemd. De burgemeester Ferf I was een stoomboot die van 1893 tot 1900 in totaal bijna 130.000 passagiers vervoerde. Het bootje Burgemeester Ferf II onderhield tussen 1900 en 1917 een bootdienst tussen Westzaan en Station Koog-Zaandijk. Vanwege de hoge brandstofkosten werd de Ferf II in 1917 uit de vaart genomen.

Sinds 1886 was hij lid van de Provinciale Staten. Op landbouwkundig gebied was Ferf een goede bekende. Hij was onder meer lid der commissie van toezicht op de Rijkslandbouwproefstations en lid van het hoofdbestuur van de Vereeniging Het Paardenstamboek. Hij werd in 1891 gekozen tot lid van de Tweede Kamer voor Hoorn.

In 1897 vaardigden de kiezers van Hoorn Ferf naar de Tweede Kamer af en vernieuwden dit mandaat in 1901, 1905 en 1909. Ferf werd in 1897, 1901 en 1905 telkens bij eerste stemming in het district Hoorn voor de Liberale Unie tot lid van Tweede Kamer gekozen als woordvoerder landbouw en visserij.

Hij was een aanhanger van Tak van Poortvliet, die toch voor de Kieswet-Van Houten stemde.

In 1912 werd hij door de Provinciale Staten van Noord-Holland afgevaardigd naar de Eerste Kamer als woordvoerder binnenlands bestuur, welk mandaat hij voor enkele maanden wegens ziekte moest neerleggen.

Franken, Gé

Deventer, 6 augustus 1920 - 24 september 1994

Gerrit Johan Daniel (Gé) Franken, burgemeester van Zaandam van september 1958 tot januari 1966. Franken was burgemeester in de periode dat de stad snel groeide; hij maakte mee dat de 50.000e inwoner van Zaandam werd geboren. Kort voor zijn afscheid werd de beslissing tot bebouwing van het Hoornse- en het Peldersveld genomen. Voorts werd in zijn bestuursperiode het Zaangemaal geopend, speelde de Houtwerker-affaire rond de beeldhouwer Slavomir Miletić en werden het Julianaziekenhuis en het Zaanlands Lyceum gebouwd.

Grote aandacht kreeg de verbinding met Nederland bezuiden het Noordzeekanaal; Franken speelde een actieve rol in de acties voor de Coentunnel. Tijdens de Dam-tot-Damrace liep hij in een duikerspak over de bodem van het kanaal. Die tocht herhaalde hij in augustus 1965, nu zonder bijzonder pak, door de Coentunnel. Spraakmakend was zijn ontslag-aanvraag in oktober 1965, wegens zijn benoeming tot directeur van Bruynzeel Fineerfabriek. Kort voor zijn afscheid werd hij tot ereburger van Zaandam benoemd.

Gelderen, Anthonie Hendrik van

Boskoop, 12 februari 1900 - Zaandijk, 17 oktober 1979

18 maart 1935: Burgemeester van Gelderen en Sophia Jacoba Cornelia Vijnia Dijs huwen

Burgemeester van Zaandijk van maart 1935 tot maart 1965, onderbroken door het laatste oorlogsjaar 1944 nadat van de burgemeesters werd verlangd, dat zij inwoners zouden aanwijzen, die moesten helpen Duitse verdedigingswerken bij de kust te maken. De burgervaders Albert Slager van Wormerveer, Willem Frederik Allan van Koog en Van Gelderen van Zaandijk vroegen commissaris Backer van de provincie NH in Haarlem van die opdracht ontheven te worden. Van Gelderen werd na een ambtelijke carrière in Boskoop als burgemeester van Zaandijk geïnstalleerd, en was toen partijloos, hetgeen hij ook altijd bleef. Sommigen meenden dat zijn verwantschap met minister-president Colijn, zij waren volle neven, de voornaamste reden voor zijn benoeming was.

Op een paar dagen na was Van Gelderen dertig jaar burgemeester van Zaandijk. Hij was acht jaar lid van het hoofdbestuur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, en geruime tijd voorzitter van het departement Koog/Zaandijk van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen.

Göbel, Hendrik Christiaan

(1754-1823)

Hendrik Christiaan Göbel, eerste burgemeester van de pas gevormde stad Zaandam (1812-1814), daarvoor Maire van Westzaandam (1811), secretaris van de banne van Westzanen (1783-1811) en notaris Göbel maakte zich in zijn Zaanse periode allerminst geliefd, getuige ook zijn bijnaam Hein de Draayer.

Alvorens Göbel naar de Zaanstreek kwam, werkte hij onder andere als schout en secretaris in Ouderkerk aan de Amstel tot 1783. Over zijn voorgeschiedenis is overigens betrekkelijk weinig overgeleverd, wel is bekend dat hij zich in 1788 in hogere kringen inhuwde. Het was stellig een man met capaciteiten, volgens mr. J.W. Groesbeek een ijverig en bekwaam ambtenaar, die tevens als notaris een behoorlijke praktijk opbouwde. In de Zaanse geschiedschrijving wordt hij echter vrijwel uitsluitend negatief benaderd.

Met name dat hij met iedere wind mee waaide, vandaar Hein de Draayer, werd hem verweten. In zijn eerste jaren in Zaandam deed hij zich voor als een vurig patriot, na de orangistische restauratie van 1787 liep hij echter als één der eersten met een oranje kokarde op. Vervolgens diende hij de Bataven en later de Fransen, die hem verhieven tot Ridder in het Legioen van Eer, terwijl hij zich na de bevrijding van 1813 inspande om het Koning Willem l tijdens diens bezoek aan Zaandam zo goed mogelijk naar de zin te maken. Zijn optreden tijdens de opstand van 1813 wordt dubieus genoemd. Göbel was tijdens de op stand spoorloos verdwenen terwijl voorts vraagtekens worden gezet bij de hoogte van het legaat dat hij bij zijn overlijden naliet.

De rol die Göbel speelde bij de samenvoeging tot Zaandam is niet bekend; enerzijds wordt vermoed dat hij daar als baantjesjager achter zat, anderzijds wordt dit vermoeden gelogenstraft doordat Göbel vlak na zijn benoeming ontslag aanvroeg, hetgeen hem werd geweigerd. Zijn volgende ontslagaanvrage, na rellen in 1814, werd wel gehonoreerd. Bij alle negatieve kritiek moet bedacht worden dat deze vooral werd ingegeven door wat Jacob Honig Jansz. Jr. later over Göbel schreef. Honig mag als geschiedschrijver niet objectief genoemd worden, zeker niet waar het zijn aantekening over de Franse tijd betreft.

Maire H.C. Göbel, de eerste burgemeester van de stad Zaandam

Al bij zijn leven waren de meningen over Hendrik Christiaan Göbel verdeeld. Omstreeks de tijd van zijn aftreden als burgemeester van Zaandam verscheen in Amsterdam een rijm van 56 versregels, getiteld

'Beschuldigende karakterschets van zekeren Noordhollandschen Judas, bijgenaamd Heintje den Draaijer, voorgesteld aan alle waarheids-vrienden door mr. D. van S. '

Dit gedicht volgt het leven van Göbel, met het dienen van steeds andere bazen, en eindigt met het voorstel voor een grafschrift

'Hier ligt Schele Hein een van draaijers bazen
Die inpleitzaal, zich verdedigde met razen
Dat hier zijn stinkend lijk in deze grafkuil rot
Is voor het beledigd' volk, een weldaad van hun God

Dit tegen Göbel gerichte gedicht leidde tot de uitgave van een verdedigend gedicht door de Zaandamse boekverkoper Klaas Vermeulen, getiteld

'De beschuldigende karakterschets van den zogenaamden Noordhollandschen Judas, bijgenaamd Heintje den Draaijer ter toetsing voorgesteld aan alle vrienden van rust en waarheid'

Dit rijm eindigt met een reactie op het hierboven vermelde voorgestelde grafschrift

'Hij stelt zich niet gelijk met laffe vloekers-basen,
Die zich, van schuld bewust, verdedigen met razen.
Hij ziet vergevend neer op een berijders rot
Met de onschuld in het hart verschijnt hij eens voor God

Greebe, mr. Arnoldus

Schoonrewoerd, 18 maart 1837 - Arnhem, 26 februari 1913

Mr. Arnoldus Greebe, gehuwd met Annetje Jeanette Visser, gemeentesecretaris en de eerste burgemeester van buiten de Zaanstreek voor Zaandam van 1871 tot 1877, studeerde te Utrecht en was secretaris van Stad-Almelo. Op 1 december 1871 is Mr. A. Greebe in een buitengewone zitting van de Raad geïnstalleerd als burgemeester van Zaandam, na in een de vorige dag gehouden zitting eervol ontslag als gemeente-secretaris verkregen te hebben.

’s Avonds zijn aan de afgetreden en de nieuwe burgemeester serenades gebracht. Het eerste besluit van de gemeenteraad, onder de nieuwe voorzitter, was de intrekking van de verordening op de samenscholingen; een intrekking die in de vorige zitting door de aftredende burgemeester Smit was voorgesteld. Greebe, tot dusver oprichter en hoofdredacteur van de eerste Zaanlandsche Courant, heeft die betrekking neergelegd.

In 1873 volgde Greebe mr. Goeman Borgesius, die tot lid van de Tweede Kamer was gekozen, op als hoofdredacteur van Het Vaderland te 's-Gravenhage. Daarop koos hij een rechterlijke loopbaan en was rechter in de rechtbank te Amsterdam en raadsheer in het gerechtshof te Leeuwarden. Mr. Greebe schreef tal van opstellen.

Te Arnhem, waar hij zich in 1910 als ambteloos burger gevestigd had, is hij in de ouderdom van 75 jaren overleden.

Happé, Willem Frederik

Amsterdam, 18 juli 1908 - Haarlem, 16 maart 1993

Willem Frederik Happé, laatste burgemeester van Assendelft tot de samenvoeging tot Zaanstad in 1974, met daarvoor een lange carrière in de Haarlemse gemeentepolitiek. Happé kwam in 1939 voor de Vrijzinnig-Democratische Bond in de gemeenteraad van Haarlem. Na de verkiezingen van 1949 werd hij wethouder voor de PvdA tot 1970. In juli 1971 werd hij benoemd tot burgemeester van Assendelft.

Willem Happé verloor zijn vrouw Carolien Isabel van Dam‏‎ nadat zij in Auschwitz ‎op 31 januari 1944 was vermoord.

Hij was ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Assendelft vernoemde een recreatiegebied naar Happé.

Heuvelhof, Johannes ten

Zaandam, 20 november 1918 – Leidschendam, 5 februari 2003

Johannes ten Heuvelhof, kleermakerszoon, politicus van de ARP en later het CDA. Hij verhuisde nog geen twee maanden na zijn geboorte met het gezin naar Rotterdam. Vier jaar oud verloor hij zijn vader waarop moeder moest gaan werken. Na de mulo trad hij in 1938 in dienst bij de gemeente Rotterdam op de afdeling comptabiliteit. Begin 1947 werd hij de penningmeester van de Nederlandse Christelijke Bond van Overheidspersoneel (NCBO) en in 1959 volgde hij daar Pieter Kapinga op als voorzitter. Daarnaast was hij gemeenteraadslid en wethouder in Leidschendam.

In mei 1970 werd Ten Heuvelhof burgemeester van Hazerswoude wat hij tot eind 1983 zou blijven. Daarna is hij nog voorzitter geweest van zowel de plaatselijke ruilverkaveling als van de Protestants Christelijke Ouderenbond (PCOB). In Hazerswoude werd de Burgemeester ten Heuvelhofweg naar hem vernoemd.

Hille, Rinus

Koog aan de Zaan, 16 januari 1913 - Wormerveer, 29 november 1976

Marinus Jacobus Hille 1913-1976

Marinus Jacobus (Rinus) Hille, wethouder en loco-burgemeester (PvdA) van Zaandam, laatste burgemeester van Wormerveer, lid van Provinciale Staten en lid van de gemeenteraad van Zaanstad. Rinus Hille was één van de bijzondere voorbeelden van emancipatie door de arbeidersbeweging. Hij kwam uit een arbeidersgezin, doorliep alleen de lagere school en ging werken als tuinman. Door zelfstudie wist hij zich te ontwikkelen.

Zijn eerste politieke vorming onderging hij in de Arbeiders Jeugd Centrale. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam Hille in conflict met de Duitsers. Nadat hij had geageerd tegen het wijzigen van enkele straatnamen werd hij gearresteerd. Hij was in totaal negen maanden gedetineerd in de Amsterdamse Weteringschans en Het Oranjehotel in Scheveningen. Na zijn straf te hebben uitgezeten raakte hij betrokken bij het verzet; hij sloot zich aan bij de Parool-groep.

Na de oorlog trad hij toe tot de noodraad van Zaandam en in november 1945 werd hij benoemd tot wethouder voor de SDAP, later PvdA, van Zaandam, hetgeen hij tot zijn benoeming tot burgemeester van Wormerveer in 1968 zou blijven. Hij was in die periode loco-burgemeester onder vier verschillende burgemeesters. Na het overlijden van burgemeester Isaac Baart solliciteerde hij naar het burgemeestersambt van Zaandam, maar hij was kansloos, aangezien de raad beslist een niet-Zaankanter wilde. Kort daarna koos de raad van Wormerveer unaniem voor Hille als burgemeester. Onder zijn burgemeesterschap besloot deze raad, als eerste in Nederland, dat personen op de publieke tribune spreekrecht moesten krijgen.

Na de samenvoeging tot Zaanstad werd Hille in de raad van deze nieuwe gemeente gekozen. Tegelijkertijd was hij sinds 1970 lid van Provinciale Staten. Hij bleef raads- en Statenlid tot zijn dood. Hille werd als enige Zaankanter tot ereburger van twee voormalige gemeentes Zaandam en Wormerveer benoemd, wegens zijn politieke activiteiten, maar vooral vanwege zijn bestuurlijke verdiensten. Hij had zitting in vele tientallen besturen en was mede-oprichter van de Volksmuziekschool. Hille was Ridder in de Orde van Oranje Nassau en kreeg postuum van de staat Israël de Yad Vashem-orde voor zijn verzetsverleden. In Wormerveer werd het Rinus Hille-centrum naar hem vernoemd.

Rinus Hille was getrouwd met Han Hille-Kalsbeek.

Honig Jansz. Jr., Jacob

Zaandijk, 5 mei 1816 - 14 november 1870

Papierfabrikant, makelaar en directeur van een door hem opgerichte assurantiecompagnie, later ook burgemeester van Zaandijk. Grote en blijvende bekendheid verkreeg Honig door zijn geschiedkundige onderzoekingen en door vele publicaties. Zie voor zijn afstamming bij Honig(h).

Jacob Honig Jansz. Jr. had een grote passie voor de geschiedenis van de Zaanstreek en verzamelde hiervan verbluffend veel gegevens. In de 19e eeuw beperkten de directe geschreven bronnen zich tot Hendrick Soeteboom en Adriaan Loosjes. Feitelijk als eerste verdiepte Honig zich in allerlei archieven om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de Zaanse historie. Daarnaast bracht hij een omvangrijke boekerij bijeen. Hij had zijn belangstelling 'van geen vreemd' zijn vader had onder meer al een stamboek van het geslacht Honig samengesteld. Met vaardige pen en nog in de romantische, verhalende stijl die de 19e-eeuwse geschiedschrijving kenmerkt, Honig was een bewonderaar van de in 1774 geboren schrijver Jacob van Lennep, beschreef hij in tijdschriftbijdragen en boeken allerlei tot dan toe onbekende gegevens betreffende de ontwikkeling van de Zaanstreek.

Het meest bekend werden zijn tweedelige Geschiedenis der Zaanlanden uit 1849 en zijn redactionele bijdragen aan de 'Zaanlandsche Jaarboekjes' (1841-1854). Zie voor andere geschriften van zijn hand, onder meer de tweedelige Historische Oudheidkundige en letterkundige studiën uit 1866-'67 Historiografie.

Hij was in verband met zijn meer literaire aspiraties lid van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde. Van zijn hand zijn namelijk ook gedichten, novellen en 11 à 12 romans, waarvan een enkele in druk verscheen. Naast een uitgebreide boekerij bracht Honig ook een grote verzameling prenten, schilderijen en voorwerpen bijeen, alle met betrekking tot het Zaanse verleden. Deze collecties werden opgeslagen in het gemeentehuis van Zaandijk, waar ze min of meer toegankelijk waren. In 1890 schonken zijn nabestaanden deze verzameling aan de gemeente Zaandijk. Een daartoe opgerichte vereniging beijverde zich voor zowel uitbreiding als betere huisvesting. Conservator was zijn zoon, historicus Gerrit Jan Honig die catalogi ervan samenstelde, onder andere in 1927 'Zaanlandia Illustrata', betreffende de door zijn vader bijeengebrachte kaarten, tekeningen, prenten en portretten.

In 1940 mocht deze vereniging het genoegen smaken dat de verzameling Jacob Honig Jansz. Jr. een stijlvol onderkomen vond in het koopmanshuis Lagedijk 80 in Zaandijk, het bezienswaardige museum de Zaanlandse Oudheidkamer. De prenten-verzameling en een deel der schilderijen bevinden zich in het Gemeente-archief te Zaandam en vormen daar de basis van de waardevolle topografisch-historische atlas betreffende de Zaanstreek. Honig was in derde echt getrouwd met Neeltje Mulder.

Hooft Hasselaar, Hendrik Constantijn

Hendrik Constantijn Hooft Hasselaar, burgemeester van Westzaan van 1852 tot 1867, kantonrechter te Zaandam en Amsterdam; zou de opvolger van Teunis Slagter worden. Voorganger Slagter had echter veel nevenfuncties en was onder andere notaris. Dat kon vanwege de gemeentewet van 1850 niet meer getolereerd worden, waarop Hooft-Hasselaar benoemd werd.

De benoeming stuitte op weerstand bij mensen zoals A. Tip; men vond het vervelend dat hij uit Den Haag kwam. Hooft was meester in de rechten en dat gaf hem niettemin enig aanzien, na twee jaar touwtrekken werd hij in 1852 officieel benoemd, terwijl hij al die tijd reeds in functie was. Hooft verwierf naderhand toch behoorlijk aanzien en werd alom gewaardeerd. Zijn burgemeesterschap duurde van 1850 tot 1867 waarna hij werd benoemd tot burgemeester van Purmerend.

H.C. Hooft Hasselaar huwde 12 oktober 1915 met kunstenares Erica Louise (Lize) Duyvis (1889-1964)

Janssens, Pierre

Venlo, 12 mei 1940

mr. Pierre Maria Gemma Paulus Janssens, burgemeester van Wormer van 1975 tot 1982, daarna van Hoorn. Na een studie rechten aan de Universiteit van Amsterdam, voltooid in 1966, werkte Janssens als wetenschappelijk medewerker aldaar en voorts als ambtenaar te Amsterdam en als medewerker van de Wiardi Beckmanstichting. Van 1970 tot 1974 zat hij voor de PvdA in de gemeenteraad van zijn woonplaats Monnickendam.

Per 16 augustus 1975 werd Janssens benoemd tot burgemeester van Wormer. Deze gemeente kende tijdens zijn burgemeesterschap enkele dramatische ontwikkelingen, met name wat betreft de werkgelegenheid. De papierfabriek van Van Gelder Zonen, verreweg de grootste werkgever in het dorp, kreeg weliswaar, met zeer veel beperkingen, vergunning om asbestviltpapier te maken, maar moest desondanks in 1981 sluiten.

Pogingen van de gemeente Wormer om delen van het bedrijf te behouden bleven zonder resultaat. Wel kon met steun van het Rijk een deel van het Van Gelder-terrein door de gemeente worden gekocht. In Oost-Knollendam werden tijdens Janssens burgemeesterschap zestig woningen gebouwd en voorts kwam er toestemming om plan Middentil te bebouwen. Belangrijk voor de gemeenschap was het tot stand komen van een toneelzaal annex aula, verbonden aan de Mavo Maerten Donck. In 1981 werd het 700-jarig bestaan van Wormer gevierd. Per 1 februari 1982 werd Janssens tot burgemeester van Hoorn benoemd.

Jantzen, Hen

De Bilt, 12 februari 1886 - Haarlem, 22 oktober 1967

Hen Jantzen 1886-1967

Hendrik Frans (Hen) Jantzen, burgemeester van Westzaan van 1938 tot 1951, begon zijn carrière bij de Marine-Stoomvaart-Dienst waar hij in 1905 te Hellevoetsluis werd benoemd tot adjunct-machinist. Jantzen werd in december 1906 ingedeeld als officier-machinist op H.M.'s Pantserschip Tromp.

In 1912 stapte hij over naar suikerfabriek Sindanglaoet op Java waar hij tweede machinist was op de S.O. Wonopringgo in het Pekalongansche om in 1914 benoemd te worden tot eerste machinist van de S.O. Sindanglaoet, waar hij via de tuinen in 1919 als administrateur werkzaam was.

Jantzen was voorzitter van de Commissie van bijstand van de afdeling Cheribon van het Proefstation voor de Java Suiker Industrie; lid van de commissie van bijstand en advies van de Java Suiker Werkgevers Bond, ook was hij enige malen voorzitter van het Departement Cheribon van het Suikersyndicaat. Op zijn initiatief werd de bouw ter hand genomen van de grootste wadoek van Java Setoe Patok, waardoor de welvaart van de bevolking in de omgeving belangrijk steeg en de grondhuren van tien gulden per bouw opliepen tot vijftig gulden en meer per bouw, waardoor aan grondhuur onder de bevolking van de Setoe Patokstreek jaarlijks een bedrag van ruim tweehonderdduizend gulden kwam.

Ook in het maatschappelijk leven nam hij een vooraanstaande plaats in en was o.a. regent van het ziekenhuis Oranje, lid van de Regentschapsraad en van het College van Gecommitteerden; was lid van de Provinciale Raad van West-Java, terwijl hij ook enige malen voorzitter is geweest van de Loge Humanitas te Tegal.

Eind 1931 trok hij zich terug uit de suikerfabriek en vertrok hij om zich in Europa te vestigen.

Na terugkeer naar Nederland werd hij per 1 juli 1938 burgemeester van Westzaan. Volgens de Commissaris van de Koningin is Jantzen ondanks zijn 52 jaren een krachtige persoonlijkheid. Een krachtige persoonlijkheid blijft nodig in Westzaan. De gemeenteraad kent veel verschillende partijen. Er zijn twee Anti-Revolutionairen en twee SDAP-ers, een Vrijzinnig Democraat, een CPN-er en een neutraal raadslid.

Jantzen zorgt in het lintdorp voor nieuwe huisnummers. De verspreide lintbebouwing krijgt nummers die bewust ver uit elkaar liggen. Nieuwe huizen die ooit daar tussen zullen worden gebouwd kunnen zodoende een normaal nummer krijgen. De historische naam Krabbelbuurt voor de dorpsweg tussen het Zuideinde en de Kerkbuurt verdwijnt in 1939 ook. De straatnaam lijkt minder goed te passen bij de faam van de grote bedrijven die erlangs liggen. Het wordt nu J.J. Allanstraat, vernoemd naar de in 1933 overleden industrieel en politicus die rond de eeuwwisseling nog het gezicht gaf aan de eerste Westzaanse motorboot- en autobusdienst.

Hij legde zich met de toenemende internationale spanningen snel toe op een goed functioneren van de luchtbescherming. De gemeenteraad benoemde hem in 1939 tot gevolmachtigde om namens de gemeente het stemrecht uit te oefenen voor de verkiezing van hoofdingelanden en hun plaatsvervangers van het hoogheemraadschap Noordhollands Noorderkwartier.

Raadhuis Westzaan haard van verzet

Toen het Duitse leger op 5 mei 1945 capituleerde, stond de feestvreugde in de Zaanstreek aanvankelijk op een laag pitje. De Strijd, het gezamenlijke nieuwsbulletin van de Zaanse illegale kranten, had weliswaar gemeld dat de Duitsers zich hadden overgegeven, maar Engelse of Canadese soldaten waren in geen velden of wegen te bekennen. Ook de Binnenlandse Strijdkrachten mochten, tot hun grote frustratie, de straat nog niet op; de enige zichtbare uniformen bleven die van de Duitsers.

Pas op 8 mei 1945 arriveerden de eerste geallieerden in de Zaanstreek. In Westzaan betekende de bevrijding ook de terugkeer van burgemeester Jantzen, die in 1943 door de Duitsers gevangen was gezet vanwege zijn op z’n zachtst gezegd niet bepaald meewerkende houding. Al in november 1938 nodigde Jantzen een aantal dorpsgenoten uit om zitting te nemen in een plaatselijk comité dat Joodse vluchtelingen steunde. Jantzen was een fervent tegenstander van het nationaalsocialisme en bleef dat ook als burgemeester in oorlogstijd.

Kamp Amersfoort

Het Westzaanse raadhuis vormde in die eerste oorlogsjaren een haard van verzet. Er werden berichten doorgestuurd naar Londen, men werkte de verplichte collecte voor de Winterhulp van de nazi’s tegen en Jantzen en gemeentesecretaris Schoenmaker werkten mee aan het leveren van blanco persoonsbewijzen. In 1943 zijn de Duitsers het zat. Ze worden beiden afzonderlijk verhoord waarbij de Nazi’s steeds de indruk wekken dat de één over de ander belastende beschuldigingen heeft geuit. Uiteindelijk wordt duidelijk dat de gewraakte persoonsbewijzen uit Westzaan komen. De burgemeester en secretaris worden in oktober 1943 als straf geïnterneerd in kamp Amersfoort.

In maart 1944 wordt Jantzen ontslagen en wordt het burgemeesterschap door de NSB-gezinde burgemeester Vitters waargenomen. Ook Schoenmaker wordt vrijgelaten, maar zij mogen niet terug naar Westzaan. Ze brengen de laatste oorlogsjaren bij familie door.

De burgemeester keert terug op 9 mei 1945 en, zo is op foto’s te zien, viert dan samen met de massaal uitgelopen Westzaners de bevrijding. Elf dagen later is secretaris Schoenmaker weer van de partij. Zijn gezondheid is echter zo slecht dat hij ziekteverlof krijgt. Hij is bovendien nog steeds ontstemd en eist formeel eerherstel.

Scherp gehekeld

Schoenmaker, schreef de raad in september 1947 alsnog een brief waarin het gedrag van burgemeester Jantzen tijdens de bezetting scherp werd gehekeld. Teneinde de beweringen te toetsen, benoemde de raad een commissie van onderzoek. Deze wendde zich tot de commissaris der Koningin, dr. J. E. baron de Vos van Steenwijk met het verzoek een ereraad aan te wijzen. De commissaris zegde zijn volledige medewerking toe. Hij zocht de heren Van Alphen, oud-burgemeester van Westzaan, Tenkinck, gepensioneerd inspecteur van politie te Haarlem en Cramwinckel, lid van het tribunaal te Haarlem, aan, zitting te nemen in deze ereraad.

In oktober 1947 komt de commissie tot de slotsom dat de beschuldigingen over en weer niet hard gemaakt kunnen worden. Wel meent de commissie dat de burgemeester niet altijd even tactisch en soepel is opgetreden en dat de secretaris zijn goede bedoelingen miskende. In de Westzaanse illegaliteit heerste bovendien verdeeldheid.

Op 27 november 1947 bespreekt de Westzaanse Raad het uitgebrachte rapport. Met de kleinst mogelijke meerderheid, zes tegen vijf stemmen neemt men het aan. Ook de Raad kan het onderling niet eens worden. Jantzen kan aanblijven; Schoenmaker was al eerder naar elders vertrokken en nam de functie van waarnemend burgemeester in Oudorp aan.

Gemopperd

Jantzen zou burgemeester blijven tot 1 maart 1951. In zijn ambtsperiode werd een nieuwe woonwijk tegenover de Grote Kerk van Westzaan gebouwd en kwam de begraafplaats aan de Dolfijnstraat tot stand. Kritiek op de burgemeester was er ook, zelfs merkbaar sterker dan bij voorgaande burgemeesters. Wethouder Allan noemt bij het afscheid van burgemeester Jantzen in 1951 op niet helemaal schertsende toon een aantal punten op. ‘Meer dan eens heb ik op u gemopperd omdat de afwerking van diverse zaken mij niet vlot genoeg ging, of mededelingen aan de wethouders werden onthouden, een vlotte samenwerking heeft er nimmer tussen ons bestaan (…) U leefde zo weinig mee met het Westzaanse gebeuren…’

Burgemeester Jantzen laat ook graag de vergaderingen lang duren. Wethouder Schoen herinnert daaraan in de laatste raadsvergadering. Als de vergadering weer eens uitliep tot na twaalven kwam er steevast een telefoontje van mevrouw Jantzen. Dan zei de burgemeester alleen ‘sabantar’, Maleis voor ‘een ogenblikje’. Vervolgens sloot hij haastig af.

De historie van Westzaan gaat Jantzen echter aan het hart. In maandblad De Zaende publiceerde Jantzen enkele artikelen van historische aard;

  • over kerktorens en -klokken (1946),
  • het rekeningenboek van de kerkmeesters van Westzaan (1948),
  • het heersen van cholera in de 19e eeuw (1948) en
  • de geschiedenis van het oorspronkelijk Zaanse geslacht Hooft (1951).
  • Voor het boek van de VVV, Vijftig jaren Zaanstreek (1949).
  • In 1951 verschijnt van zijn hand een boekje over de blauwselfabriek Avis.
Verre van gemakkelijk

De roerige jaren onder burgemeester Jantzen klinken door bij de benoeming van een nieuwe burgemeester. De Commissaris van de Koningin merkt in 1951 geheel in lijn met zijn voorgangers op: ‘Westzaan is weliswaar geen zeer grote maar toch een verre van gemakkelijke gemeente. De samenstelling van de gemeenteraad, bestaande uit vier PvdA, vier CPN en drie Christelijke Groepen moge hier reeds op wijzen. Er bestaan daarnaast in Westzaan lokale partijen, die met politiek niets te maken hebben, maar elkaar daarom niet minder fel bekampen. De aftredende burgemeester heeft zich daar niet steeds boven weten te stellen…’ Een oud Indisch-gast is bovendien na de ervaringen met burgemeester Jantzen niet gewenst. ‘Burgemeester Jantzen was ook een oud Indisch-gast en is in Westzaan nu eenmaal niet populair geweest’.

Als opvolger wordt benoemd N. Vijlbrief, bij zijn benoeming al 60 jaar oud. Hij is een ander mens dan zijn voorganger, zijn kennis wordt geprezen. Hij is bovendien wars van ophef en drukte.

Na zijn pensionering vestigde Jantzen zich in Haarlem waar hij in 1967 overleed.

Bron o.a. Bataafs Nieuwsblad, Wessaner, Delpher.nl

Jong-Meijer, Marian de

(Den Haag 1926)

Maartje (Marian) de Jong-Meijer, raadslid van Zaandam en Zaanstad, burgemeester van Graft-De Rijp. Marian de Jong-Meijer kwam via Kerkrade in 1932 in Zaandam wonen. In 1953 kwam zij voor de PvdA in de gemeenteraad van Zaandam; zij bleef dat tot 1961. Daarnaast werd zij voorzitter van de Openbare Bibliotheek en was zij actief in de Protestants Christelijke Werkgemeenschap van de PvdA, als voorzitter van de afdeling Zaandam en het gewest Noord-Holland Noord en landelijk hoofdbestuurslid. In 1969 werd De Jong opnieuw raadslid voor de PvdA in Zaandam. Na de samenvoeging tot Zaanstad werd zij fractievoorzitter, met de moeilijke taak een groep van 14 individuen, waaronder oud-burgemeester Rinus Hille en enkele voormalige wethouders, tot een homogene fractie te smeden.

Het college van B. en W. van Zaanstad schaarde zich in 1974 achter een initiatiefvoorstel van Marian de Jong-Meijer over de aanleg van de Hemspoortunnel. De motie, overgenomen door alle fracties, drong er bij regering en Staten-Generaal op aan, in 1975 met de aanleg van de Hemspoortunnel te beginnen. Zij verzocht de daarvoor benodigde gelden in de begroting van Verkeer en Waterstaat voor 1975 op te nemen. Bestuur en de directie van de Zaanse VVV spraken zich eveneens uit voor de spoedige aanleg van een Hemspoortunnel.

,,Het echte stadsleven is voor mij de beweeglijkheid zien van de menselijke samenleving, de resultaten ervaren van wat de techniek vermag op het gebied van verkeer, fabricagemethoden, mode… direct met m'n neus worden gedrukt op uitingen van kunst, cultuur of kitsch, ook menselijke narigheid duidelijker zien en horen. Ik kan meer mezelf zijn: als ik van gekke hoedjes houd, zet ik die op, als ik elke dag mijn ramen wil lappen let niemand daar op, als ik een baan buitenshuis wil als getrouwde vrouw en moeder ben ik niet ineens 'slecht', winkelen wordt te kust en te keur kijken en pas in de grote stad zul je er als huisvrouw toe komen 's avonds een cursus HBS of Gym te volgen. Maar vooral: die stad leert me vlugger, me Europeaan te voelen…'' aldus M. de Jong-Meijer in Het vrije volk van 31-10-1959.

In 1974 werd zij namens Zaanstad de eerste vrouwelijke hoofdingeland bij Uitwaterende Sluizen te Edam. Per 1 april 1976 werd zij benoemd tot burgemeester van Graft-De Rijp. Na haar installatie liepen de zeven van de elf gemeenteraadsleden uit protest weg omdat de meerderheid een CDA-burgemeester wilde. De Jong-Meijer bleef tot haar pensionering in april 1991 burgemeester van Graft-De Rijp.

Jongewaard

Geslacht van notarissen te Westzaan in de 18e eeuw. Na de splitsing van de oorspronkelijke Polder Westzaan en Krommenie (1729) werd Simon Jongewaard in 1730 naast zijn notarisambt belast met het secretariaat van de Banne (de Polder) Westzaan. Hij werd in beide functies opgevolgd door zijn zoon Simon Jr., die in 1772 bovendien tot schout werd benoemd. Simon Jongewaard Jr. was daardoor een machtig man. Als schout nam hij deel aan de rechtspraak, maar hij was ook dijkgraaf, gerechtsbode, vendumeester enzovoort. In Westzaandam, deel uitmakend van de Banne, was hij voortdurend omstreden. Dat lag niet aan zijn kwaliteiten of integriteit, maar aan de scheefgegroeide verhoudingen binnen de Banne.

Het bestuur, schout, schepenen en vroedschappen, bestond van oudsher voor tenminste de helft uit Westzaners, waardoor de gegroeide en door hun nijverheid belangrijke Zaandorpen te weinig invloed op de beslissingen hadden of meenden te hebben. De Staten van Holland kenden de situatie niet en hebben deze ook nooit begrepen; ondanks verzoeken daartoe hebben ze de bestuursverhoudingen niet gewijzigd. In 1786 werd Jongewaard Jr. herbenoemd als schout, waarbij hij wist te bereiken dat zijn zoon, notaris Simon Simonides Jongewaard, tot secretaris van de Banne werd benoemd. Simon Simonides was dus de derde generatie als polder-secretaris. Hij bleef dat niet lang. Twee jaar na de Orangistische omwenteling in 1788 trok hij zich terug, zeggende dat hij liever een vrij koopman dan een officiële slaaf wilde zijn. Zijn vader had al in 1787 het schoutsambacht neergelegd. Tijdens diens ambtsperiode was het Regthuis gebouwd dat werd geopend in 1783.

Simon Simonides Jongewaard werd ondanks zijn afkeer van officiële functies later burgemeester van Westzaan. In 1796 publiceerde hij het boek 'Iets over de constitutie en het bestuur van de banne en de ambachtsheerlijkheid Westzaanen vóór de omwenteling in den jaare 1795'. Zie ook: Bestuur en rechtspraak 2.1.1.

Jongsma, Anton Gerrit

Zwolle, 11 augustus 1899 – Soest, 31 juli 1960

Anton Gerrit Jongsma lid van de NSB, burgemeester van Krommenie van 11 juli 1942 tot 17 november 1943, bijgenaamd Gekke Gerrit.

In de Zaanstreek werden tussen 1943 en 1945 zo’n twintig mannen en twee vrouwen gedood door de illegaliteit. De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat door deze liquidaties twee tot vier keer zoveel slachtoffers vielen als op grond van het Zaanse inwonertal kan worden verwacht. Verwonderlijk is dat niet; het verzet in de Zaanstreek was bovengemiddeld actief. Het aantal aanslagen op collaborateurs, zwarthandelaars en dieven bleef echter niet beperkt tot twintig. Een handvol pogingen om tegenstanders uit de weg te ruimen mislukte.

Krommenie zat van 11 juli 1942 tot 17 november 1943 opgescheept met NSB-er A.G. Jongsma (42) een douaneambtenaar uit Rotterdam. Van deze figuur, die zich in WA-kostuum als burgemeester liet installeren, werd gezegd dat hij een crimineel verleden had en erg veel dronk. De 'vooroorlogse' wethouders Jan Blanken en Frederik Leonardus Groep hadden Krommenie tot dan toe bestuurd. Zij weigerden echter met Jongsma samen te werken en lieten zich daarna niet meer in het gemeentehuis zien.

Op de dag, dat Jongsma in functie trad, arresteerde de SD de Krommenieër A. Rond wegens verspreiden van De Waarheid. Jongsma had die arrestatie niet bewerkstelligd, maar daarna heeft hij zich in Krommenie vooral met politiezaken bezig gehouden. Nu en dan trad hij zelf als politieman op. Toen J. Sman op zaterdag 22 augustus colporteurs met Volk en Vaderland uitschold nam Jongsma persoonlijk diens persoonsbewijs af. Pas maandag zou hij het teruggeven. Daarmee bereikte hij, dat Sman zondags binnen moest blijven, want 15-plussers mochten alleen buiten zijn met een persoonsbewijs op zak. En toen op 3 oktober in de bioscoop een collectebus van Winterhulp verdwenen was, liet Jongsma zelf de bioscoop ontruimen.

Leve Stalin

Die derde oktober was trouwens toch een triomfantelijke dag voor hem, want dank zij zijn inspanning had de Jeugdstorm, de jeugdorganisatie van de NSB, perceel Weiver 38 als Zaans hoofdkwartier in gebruik kunnen nemen. Anderzijds werd hij getreiterd. Met open vizier door de luchtbescherming. Die meende 18 augustus gezien te hebben, dat 's avonds laat licht uit Jongsma's woning naar buiten kwam. Dat mocht niet. De luchtbescherming er op af. „Ik heb verduisterd volgens de voorschriften“, zei Jongsma. De luchtbescherming hield vol, dat z'n verduistering toch niet in orde was en beleefde het plezier, dat Jongsma een paar dagen later dubbel verduisteringspapier aanbracht.

Ondergronds werd het prestige van Jongsma danig aangetast, toen in de nacht van 6 op 7 november, 7 november was de herdenkingsdag van de Russische revolutie in 1917, met koeien van letters 'Leve Stalin' op zijn woning werd geschilderd! De volgende dag werden anti-Duitse pamfletten in Krommenie verspreid. Jongsma zelf probeerde ze te achterhalen en in beslag te nemen. Wegens deze illegale bezigheden werden de Krommenieërs G. Boonstra, C. Bosman, vader K. en zoon C. Donker, J. Grin, IJ. Hermsen, G. Schaar en Gerrit Jan de Wit gearresteerd, van wie Bosman en Gerrit Jan De Wit niet uit gevangenschap zijn teruggekomen.

A.G. Jongsma is waarschijnlijk het eerste doelwit van de regionale illegaliteit. Op dezelfde dag dat deze fanatieke NSB'er een kogel op zich afgevuurd krijgt, wordt er ook een aanslag gepleegd op de Zaandijkse Willem Korf. Onduidelijk is of de aanslag op Korf het gewenste resultaat heeft; de berichten spreken elkaar tegen. De beoogde liquidatie van Jongsma mislukt in ieder geval wel.

Dikke portefeuille

In zijn memoires wijdt Jan Brasser, in 1943 de plaatselijk leider van de Raad van Verzet RVV, een halve pagina aan de aanslag op de gehate Jongsma, bijnaam 'Gekke Gerrit'. ,,Op 27 september 1943 liep 'ie in de Badhuislaan, z’n hond uit te laten. En twee jongens die tot de RVV behoorden en die die opdracht van mij hadden gekregen, die schoten 'm in z'n borst”, aldus Brasser. Kort daarna ziet de communistische verzetsman een exemplaar hangen van het NSB-blad Volk en Vaderland. “Er stond ook in: aanslag op kameraad Jongsma, burgemeester in Krommenie. Kogel in portefeuille blijven steken. Dat zal wel een combinatie van afstand, licht kaliber pistool en dikke portefeuille geweest zijn, dat de kogel bleef steken dus, hè.”

De herinneringen van Brasser sluiten aan bij die van Jongsma. De burgemeester laat de NSB een dag later verslag doen van de aanslag: “Hij liep met zijn hond op de openbare weg en werd door twee wielrijders ingehaald, die hem voorbijreden en een schot in de borst afvuurden. De kogel bleef in zijn portefeuille steken. De burgemeester is ongedeerd. Doordat hij op zijn hond viel, kon hij deze de daders niet achterna zenden.”

Eén der ongunstigste figuren onder NSB-burgemeesters

A.G. Jongsma uit Maartensdijk had als burgemeester van Krommenie in de periode juli 1942 tot september 1943 door zijn anti-Nederlandse houding een groot aantal Nederlanders om verschillende redenen in handen der Duitsers gespeeld. Voor deze en nog andere gevallen van anti-Nederlands gedrag en hulpverlening aan de vijand had de ex-burgemeester zich gistermiddag voor het Bijzonder Gerechtshof te Amsterdam te verantwoorden.

Negentien getuigen werden in verband met het optreden van verdachte door de president van het Bijzonder Gerechtshof, mr. E.A.M. Lamers, ondervraagd. In zijn requisitoir noemde mr. Keune de verdachte één der meest ongunstige figuren onder de NSB-burgemeesters. Hij zal zwaar gestraft moeten worden. De procureur-fiscaal eiste een gevangenisstraf van 25 jaar met aftrek van de tijd, doorgebracht in preventieve hechtenis en ontzetting uit de rechten voor de tijd van het leven. Uitspraak volgt op 1 maart 1948. Bron: De Gooi- en Eemlander.

Achttien jaar met aftrek

De Bijzondere Raad van Cassatie deed op 13 december 1948 uitspraak in de zaak tegen de voormalige NSB-burgemeester van Krommenie, A.G. Jongsma uit Maartensdijk, die in beroep was gegaan tegen het vonnis van het Amsterdamse Bijzondere Hof dat hem tot vijftien jaar gevangenisstraf had veroordeeld. De Raad legde hem een gevangenisstraf van achttien jaar met aftrek op.

Bronnen: o.a. Wim Swart en Erik Schaap

Zie: Tweede Wereldoorlog 3

Kalff, Jan

Haarlem 11 september 1901 – Amersfoort 15 maart 1974

Van 1938-1942 en van 1945-1947 burgemeester van Krommenie en verzetsstrijder. Zoon van waterstaatsminister ir. Jacob Adriaan Kalff (1869-1935) en Johanna Elisabeth Hillegonda Adriana Wichers Hoeth (1872-1959). Na zijn middelbare schoolopleiding koos hij voor een functie in de handel, maar schakelde over naar de gemeentelijke overheid als volontair bij de gemeente-secretarie van Overschie. Kalff nam in 1938 te taak van burgemeester Klerk na een 22-jarige ambtsperiode over.

,,U wacht helaas een zware taak“ verzekerde wethouder Jan Blanken aan het adres van Kalff tijdens zijn inauguratie, ,,Krommenie gaat sterk gebukt onder de slechte tijden. De grote werkloosheid in de gemeente vormt een zeer moeilijk vraagstuk, dat veel van uw kracht zal vergen. Gaarne zouden wij zien, dat in Krommenie alle sloten gedempt en gerioleerd konden worden en als dat onder uw leiding tot stand zou kunnen komen, zou dat een felicitatie waard zijn. Gij zult hier een bloeiend verenigingsleven in de gemeente aantreffen, waarvoor vele malen een beroep op uw, meestal morele, medewerking zal worden gedaan. Gij zult in de vervulling van uw taak worden bijgestaan door een corps plichtsgetrouwe ambtenaren en wij hopen, dat u voor ons zult zijn een burgervader in de goede betekenis van het woord. En thans verzoek ik u mij in de gelegenheid te stellen, u het teken uwer waardigheid om te hangen”.

In 1939 is sprake van een raadsvergadering waarin om een krediet van f 1875,- wordt verzocht om zandzakken ter bescherming tegen luchtaanvallen bij vijf panden te plaatsen. Het agendapunt bracht de tongen danig in beweging.

Jan Kalff werd als liberaal burgemeester in 1942 vervangen door NSB'er Anton Gerrit Jongsma, op wie op 27 september 1943 een mislukte aanslag werd gepleegd door Zaanse verzetsleden.

Jan Kalff raakte actief in het verzet, werkte voor Vrij Nederland en op 8 mei 1941 gearresteerd. In het Scheveningse Oranjehotel deelde hij vier maanden zijn cel met Dick de Vries (1915-1943), technisch employé van Fokker en lid van de Stijkelgroep. Kalff kwam weer vrij, hervatte zijn illegale activiteiten en haalde heelhuids de bevrijding. De Vries werd in juni 1943 na een showproces in Berlijn geëxecuteerd. In een lange en onthullende brief, afkomstig uit het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie vond, vertelde de op zijn post teruggekeerde Kalff vlak na de bevrijding van Nederland aan de ouders van Dick de Vries hoe het ‘samenzijn’ in de cel er uitzag. Hier leest u de integrale tekst, die handelt over één van de eerste verzetsstrijders van Nederland.

Na andermaal een periode als burgemeester in Krommenie werd Kalff op 16 mei 1947 benoemd tot burgervader van de Noord-Hollandse gemeente Heiloo. Op 16 januari 1961 legde Kalff zijn functie neer. Van de gemeenteraad van Heiloo ontving hij in februari 1961 de erepenning in goud.

Kerling-Simons, Cock

Den Haag, 24 februari 1929

Cornelia Alida (Cock) Kerling-Simons, burgemeester van Wormer van 1 november 1982 tot 1 januari 1991. Op die datum ging Wormer op in de nieuwe gemeente Wormerland en ging Kerling met vervroegd pensioen. Zij was de eerste vrouwelijke burgemeester in de Zaanstreek.

Kerling-Simons werd in 1966 in haar toenmalige woonplaats Leiden voor de PvdA in de gemeenteraad gekozen. In 1970 werd zij lijstaanvoerder bij de raadsverkiezingen. Daarnaast vervulde zij een aantal maatschappelijke en politieke functies, zoals bestuurslid der Leidse Woningstichting (1968-1982), lid van de Vrouwen Advies Commissie van de woningbouw te Leiden (1968-1981) en penningmeester van de landelijke centrale van Vrouwen Advies Commissies (19741977), oprichter en eerste voorzitter van de Stichting Kinderdagverblijven te Leiden (1969-1977), bestuurslid van het Garantie Instituut Woningbouw te Rotterdam (1975-1982), en lid van het landelijk bestuur van de PvdA (1979-1983).

Na haar benoeming tot burgemeester van Wormer werd zij lid van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting te Rotterdam (tot 1988), gewestelijk afgevaardigde van de PvdA, lid van de Steungroep Statenvrouwen en voorzitter van de Stichting Vrouwen, Bouwen, Wonen.

Lees ook: Vroege campagne voor vrouwen in politiek in het Dagblad van het Noorden van 12 februari 1993.

Laan, Klaas ter

Slochteren, 8 juli 1871 - Utrecht, 6 maart 1963

Klaas ter Laan in 1914. Foto Beeldbank Gemeentearchief Zaanstad

Kornelis (Klaas) ter Laan, politicus, dialectoloog en folklorist. Burgemeester van Zaandam (1914-1936), eerste sociaal-democratische burgemeester van Nederland. Kornelis (Klaas) ter Laan werd als zoon van een kleine boer geboren in het Groningse Slochteren. Als kwekeling te Sappemeer bezocht hij al vergaderingen waar Ferdinand Domela Nieuwenhuis sprak, die in het Oldambt, met zijn scherpe sociale tegenstellingen, al vroeg een grote aanhang had. Ter Laan werd lid van de Sociaal Democratische Bond, wat hij tot 1893, toen de SDB de anarchistische richting insloeg, zou blijven.

Als onderwijzer werkte hij achtereenvolgens in Appingedam, Dordrecht, Arnhem en Sluis. Daarna werd hij hoofd van een school in Delft. Na het opzeggen van zijn lidmaatschap van de SDB was hij enige tijd actief lid van de Vrijlandbeweging, die er naar streefde grond tot eigendom van de gemeenschap te maken, om zodoende sociaal onrecht op te heffen. Kort na zijn benoeming in Delft werd hij lid van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij in 1898. In 1901 werd hij, na actief propaganda te hebben gevoerd, in de Tweede Kamer gekozen voor de SDAP.

In 1905, 1909 en 1913 werd hij herkozen. In 1902 was hij reeds als eerste sociaal-democraat in de Haagse raad gekomen. Nadat burgemeester Elias te Zaandam was afgetreden, werd Ter Laan als zijn opvolger benoemd in 1914. Over deze benoeming was veel te doen, want voor het eerst werd een lid van de SDAP, een partij die op een revolutionair standpunt stond, tot het burgemeesterschap geroepen. Ook na zijn installatie te Zaandam bleef Ter Laan in de Tweede Kamer; tijdens de mobilisatiejaren verwierf hij zich de erenaam 'vader van de militairen'. Het rode Zaandam kwam met Ter Laan als burgemeester in het brandpunt van de belangstelling te staan.

Spraakmakend was dat B. en W. besloten op Oranje-feestdagen, met uitzondering van Koninginnedag, 31 augustus niet meer te vlaggen van het stadhuis, hetgeen tot kamervragen leidde. Het geven van toestemming tot het houden van demonstraties op zondagen bracht de protestants-christelijke Zaandammers in verzet. Kort na de installatie van Ter Laan brak te Zaandam een grote houtwerkersstaking uit in 1914, die vrijwel algemeen werd. Bij vorige stakingen was het telkens gekomen tot hardhandig treffen tussen politie en stakers. Met spanning werd afgewacht of Ter Laan dit als hoofd van de politie zou kunnen vermijden. Door zijn zorgvuldig manoeuvreren bleef het rustig op straat, uitgezonderd enige kleinere opstootjes, gehandhaafd.

In 1929 brak opnieuw een houtwerkersstaking uit. Ditmaal kwam het tot felle botsingen tussen de stakers, die werkwilligen naar- en van hun werk begeleidden, en de politie. De populariteit van de rode burgemeester bij de Zaanse arbeiders werd hierdoor aangetast, maar Ter Laan zou tot zijn pensionering in 1936 burgemeester van Zaandam blijven. Behalve als politicus heeft Ter Laan zich intensief bezig gehouden met de dialectologie en folklore, in het bijzonder van Groningen, op welk gebied hij een aantal belangrijke werken publiceerde.

In 1929 verscheen van zijn hand het Nieuw Groninger Woordenboek, in '28 en '30 twee delen van zijn Groninger Overleveringen, in '53 de Proeve van een Groninger Spraakkunst en in '54 de twee delen van een Groninger Encyclopedie. In 1962 tenslotte zag zijn monumentale Geschiedenis van Slochteren het licht. Kornelis ter Laan overleed in Utrecht op 6 maart 1963. In Slochteren, welke gemeente hem tot ereburger benoemde, is een gedenkteken voor hem opgericht.

Klerk Jz, Hendrik

Heerhugowaard, 1882 – Leiden, 19 juli 1943

Hendrik Klerk Jz, burgemeester van Krommenie was een zoon van Jan Klerk en Neeltje Kuit. Hij huwde op 24 april 1906 in Beemster met Maartje Bakker en later met M. Couwenhoven. Na de functies commies secretaire en gemeentesecretaris in o.a Beets werd Klerk op 16 maart 1916 benoemd tot burgemeester van Krommenie. Op 26 maart 1938 werd hij na 22 jaar eervol ontslagen.

Hendrik Klerk opende op 12 september 1931 het Agathepark te Krommenie. Dit park is in de crisistijd tussen 1929 en 1931 aangelegd als werkgelegenheidsproject. Klerk was tevens voorzitter van de Centrale Ambachtsschool voor de Zaanstreek in Zaandam en betrokken bij de Avondtekenschool voor Ambachtslieden te Krommenie.

Klerk was als burgemeester ook min of meer ongewild partij in de Zaanse Tollenkwestie die tientallen jaren lang greep op de sfeer binnen de verschillende gemeenten in de Zaanstreek had. Veel partijen als de Zaansche Vereniging voor Vreemdelingenverkeer ZVVV, Provinciale- en Gedeputeerde Staten, gemeenteraden, ondernemers, automobilisten, fietsers, pontbazen en het Departement van Binnenlandsche Zaken te 's Gravenhage kibbelden vrijwel wekelijks over het al dan niet voortbestaan van de verschillende plaatsen waar tol werd geheven.

Burgemeester Hendrik Klerk Jz van Krommenie, verzocht wegens gezondheidsredenen per 1 april 1938 eervol te worden ontslagen uit zijn functie.

Hendrik Klerk overleed op 61-jarige leeftijd in het Academisch Ziekenhuis te Leiden aan de gevolgen van een ernstig ongeval.

Krom, Pieter

Zaandam, 3 april 1913 - Ede, 1 februari 2003

Pieter Krom jr, gemeentesecretaris van Westzaan en verzetsman tijdens de Tweede Wereldoorlog. Kreeg in 1932 de kans om bij de gemeente Wormerveer als volontair aan de slag te gaan als assistent-ambtenaar ter secretarie. In 1933 werd hij benoemd tot klerk aldaar. Op 15 januari 1937 trad hij in dienst bij de gemeente Westzaan als kommies ter secretarie. Later was hij werkzaam als gemeenteontvanger op de secretarie van de gemeente Westzaan. Hij was ook actief voor de Nederlandse Bond van Gemeenteambtenaren.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verving hij als gemeentesecretaris van Westzaan de toenmalige gemeentesecretaris, Schoenmaker, die op enig moment door de Duitse bezetter is opgepakt. Verder had hij bemoeienis met het verzet tegen de Duitse bezetting als plaatselijk commandant van de Ordedienst.

Na de Tweede Wereldoorlog was hij betrokken bij de zuivering van het ambtenaren-apparaat c.a. Hij startte op 8 januari 1946 als waarnemend burgemeester en tevens gemeentesecretaris in de gemeente Abbekerk/Lambertschaag en De Weere. Deze waarneming leidde tot een benoeming in oktober ’46, waarna hij op 23 december 1946 werd geïnstalleerd aldaar. Hij was, op dat moment, met zijn 33 jaar de jongste burgemeester van Nederland.

Tot aan zijn pensionering in 1978 is hij deze gemeente trouw gebleven en dat was een bewuste keuze. Een verzoek van de Commissaris van de koningin in Noord-Holland om een overstap te maken naar Alkmaar heeft hij afgewezen omdat hij de veelzijdigheid van zijn functie in de kleine dorpsgemeenschap en het directe contact met de inwoners als zeer waardevol zag. Hij meende dat in een grote plaats als Alkmaar niet terug te kunnen vinden.

In augustus 1966 werd hij tevens benoemd als burgemeester in Twisk. Daar heeft hij zich tegen de zin van zijn wethouders en gemeenteraad in sterk gemaakt voor behoud van het oorspronkelijke dorpsgezicht. Plannen om de dorpssloot te dempen, de dorpsweg te verbreden en te asfalteren zouden Twisk economisch veel voordeel brengen en het de boeren en landbouwers uit het dorp een stuk makkelijker maken om hun bedrijven te bereiken.

Na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd is hij nog enige tijd in functie gebleven totdat de samenvoeging van gemeenten tot de gemeente Noorderkoggenland een feit was.

Naast zijn werk als burgemeester is hij intensief betrokken geweest bij de totstandkoming van de dienst Schooltandverzorging in Westfriesland. Ook heeft hij vele jaren deel uitgemaakt van het hoofdbestuur van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen en is hij betrokken geweest bij de oprichting van de Stichting Historisch Abbekerk.

Laan, Reint Jr

(Velsen 10 december 1914 - Rotterdam 3 november 1993)

Burgemeester Laan tijdens een raadsvergadering van Zaanstad omstreeks 1978. Foto Archief Henk Dijkman

Laatste burgemeester van Zaandam en eerste burgemeester van Zaanstad, ereburger van laatstgenoemde gemeente. Sociaal-democraat Reint Laan had toen hij naar de Zaanstreek kwam reeds een imposante carrière in de politiek en de vakbeweging achter de rug. Voor de oorlog was hij te Dordrecht opgeleid tot onderwijzer, maar door het gebrek aan banen in het onderwijs in de crisistijd, zou hij zijn vak alleen als invaller uitoefenen. Hij werd actief binnen de Arbeiders Jeugd Centrale als leider in Zuid-Holland (1934) en hoofdbestuurslid van de landelijke organisatie (1938). In 1939 ging hij werken voor de Centrale Bond voor Transportarbeiders (CBT). Toen deze in de oorlog werd opgeheven en het Arbeidsfront werd opgericht nam Laan ontslag. Na de oorlog keerde hij terug in het vakbondswerk, als districtsbestuurder van de CBT. Voorts werd hij lid van de nood-gemeenteraad van Delfzijl. Na de eerste verkiezingen werd hij wethouder in die gemeente. Dat was echter van korte duur; in 1947 werd hij CET-bestuurder te Amsterdam. Ook daar werd hij raadslid (1948-1951). In `51 was hij inmiddels secretaris van de CBT en landelijk leider en onderhandelaar van de sectie havens van de CBT geworden. Hij verhuisde naar Rotterdam, waar het hoofdbestuur van de CBT was gevestigd. In 1955 werd hij internationaal secretaris van de toen gevormde Bond van Vervoerspersoneel. Hij werd ook raadslid en later fractievoorzitter van de PvdA te Rotterdam, voorts was hij voorzitter van de EEG Transportbonden te Brussel. Aan al deze functies kwam een einde toen hij werd benoemd tot 'Director Regional Affairs' bij de Internationale Transportarbeiders Federatie te Londen (1960-1963). Na zijn terugkeer werd Laan adviseur van het Gemeentelijk Havenbedrijf te Rotterdam (1963-1968), lid van de Tweede Kamer (1964-1968), voorzitter van de PvdA-fractie in de Rijnmondraad (1965-1968), lid van het Europees Parlement (1965-1968) en raadslid te Rotterdam (1966-1968).

Per 1 maart 1968 werd Reint Laan benoemd tot burgemeester van Zaandam. Zijn opdracht was mede de samenvoeging van een aantal Zaanse gemeenten voor te bereiden. In de Zaanstreek werd hij lid van het Ontwikkelingsschap, dat de samenvoeging voorbereidde.De samenvoeging werd door Laan later omschreven als 'een heel moeilijke klus, waarbij de kwaliteit van het geheel, vooral in de toekomst, de opheffing van de zeven gemeenten waard bleek, en zal blijken te zijn' (febr 1990). De samenvoeging van zeven gemeenten tot Zaanstad per 1 januari 1974 werd door Laan gezien als het hoogtepunt van zijn Zaanse carrière.

Laan werd de eerste burgemeester van de nieuwe gemeente. Tijdens zijn Zaanse periode vervulde Laan een aantal andere functies. Hij was onder meer lid van de Internationale commissie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, voorzitter van de Kring van Noordhollandse burgemeesters, hoofdingeland van het Hoogheemraadschap van Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en West-Friesland (1968-1977), lid van het uitvoerend bestuur van de 'International Union of Local Authorities'. Na zijn aftreden als burgemeester van Zaanstad (april 1979) werd hij president-commissaris bij de Noordelijke Ontwikkelings Maatschappij en commissaris van Pakhoed, Bührman-Tetterode, British Petroleum en Hercules. Eind 1980 verhuisde hij van Zaandijk (waar hij sinds 1975 woonde) naar Rotterdam. In 1989 gaf hij zijn laatste functie op. Bij de opening van De Bannehof (mei 1975) werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Bij zijn afscheid van Zaanstad werd hij tot eerste ereburger van deze gemeente benoemd.

Lammerschaag, Pieter

Koedijk 30 april 1872 - Krommenie 18 december 1915

Pieter Lammerschaag, burgemeester van Krommenie van 11 oktober 1909 tot 18 december 1915. Op 17 mei 1898 trad hij in het huwelijk met Maartje Houtkooper, dochter van kaashandelaar J.J. Houtkooper uit Winkel.

Na het examen voor de commissie der Nederlandse Vereniging voor Gemeentebelangen te hebben afgelegd werd juli 1892 het diploma adspirant-gemeente-secretaris uitgereikt aan Pieter Lammerschaag. Rond 1897 is Pieter in dienst als gemeentesecretaris bij de gemeente Winkel. De Vereniging 'Krommenie Vooruit', een afdeling van de Nationale Bond voor Vreemdelingenverkeer besloot Pieter Lammerschaag op 1 december 1904 tot secretaris te benoemen. De vereniging stelt zich onder meer te doel de baldadigheid op St.-Maarten tegen te gaan door het houden van avondfeesten en de burgerij weer te verzoeken haar te steunen in het bestrijden van het verkapte gebedel op Nieuwjaarsdag. Bovendien mag Lammerschaag zich voorzitter noemen van Kolfclub 'Onder Ons'.

5 oktober 1909 wordt Lammerschaag op Koninklijk Besluit benoemd tot burgemeester van Krommenie. Drie weken later op 24 oktober 1909, omstreeks half twee in de nacht slaat de bliksem in bij het woonhuis van de burgemeester en zijn gezin. Er is geen sprake van brand of persoonlijke ongelukken, doch de materiële schade is groot.

Op aandrang van de Zaanlandse Oudheidkamer te Zaandijk heeft zich een comité gevormd, bestaande uit inwoners van Krommenie en Assendelft, met als doel te Krommenie een tentoonstelling te organiseren, betrekking hebbende op het verleden van Krommenie en Assendelft. De heren P. Lammerschaag en K. Cz. de Boer, burgemeester van Assendelft hebben het ere-lidmaatschap van dit comité aanvaard.

Enkele weken na zijn herbenoeming als burgemeester van Krommenie overlijdt Pieter Lammerschaag, 43 jaar oud, op 18 december 1915.

Lems, drs. Arie Johannes

Rotterdam 12 juni 1928 - Assendelft 21 augustus 2003

Burgemeester van Zaanstad van 1979 tot 1988, daarvóór onder meer Tweede Kamerlid en burgemeester van Schiedam. Na een studie economie, sociologische richting, doctoraal in 1955, aan de Nederlandsche Economische Hogeschool, later de Erasmus Universiteit te Rotterdam en dienstplicht in Indonesië werd Lems al snel actief in de politiek.

  • In 1957 werd hij lid van het dagelijks bestuur van het gewest Rotterdam van de Partij van de Arbeid;
  • enkele jaren later werd hij voorzitter van dit gewest.
  • Van 1965 tot 1967 was hij ook lid van de Rijnmondraad.
  • Van 1967 tot 1972 was hij lid van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer, van 1972 tot 1974 was hij vervolgens directeur van de Stichting Humanitas te Rotterdam.
  • In 1974 werd benoemd tot burgemeester van Schiedam.
  • Per 16 juni 1979 werd hij benoemd tot burgemeester van Zaanstad, hij hield deze functie tot 18 november 1988.

Als opvolger van Reint Laan, in de vijf jaar eerder samengevoegde gemeente, was zijn taak vooral om rust te scheppen en te handhaven. Lems bekleedde een aantal maatschappelijke functies:

  • voorzitter van de Raad van Advies voor het Rijksinkoopbureau (vanaf 1973),
  • voorzitter van de Maatschappelijke Raad voor de Krijgsmacht (vanaf 1980),
  • voorzitter van de Humanistische Stichting tot Huisvesting van Bejaarden (vanaf 1988),
  • voorzitter van de Bestuursraad van het Landelijk Instituut voor de Selectie en Opleiding van de Politie en
  • voorzitter van de districten Amsterdam en Noord-Holland van de Stichting 1940-1945 (vanaf 1989).
  • Voorts bekleedde hij enige commissariaten en adviesfuncties bij overheid en bedrijfsleven en had hij zitting in twee landelijke adviescommissies van de PvdA. Lems werd in 1988 Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw .

Loggers, Amelius

Zwolle 9 juni 1910 – Ermelo 19 juni 1979

Burgemeester van Wormer van 1946 tot in 1975, ereburger van deze gemeente. Amelius Loggers kwam na een ambtelijke carrière in Opperdoes, Callantsoog, Huizen en Driebruggen, waar hij gemeentesecretaris was, als jonge en partijloze burgemeester naar Wormer. Zijn activiteiten in het verzet in Zuid-Holland waren mede aanleiding tot zijn benoeming. Tijdens zijn burgemeesterschap hadden er in Wormer ingrijpende veranderingen plaats: de restanten van de wegsloot werden gedempt ten gunste van een bredere rijweg, de wijk Plaszoom kwam gereed, 1400 woningen, desondanks bleef er woningnood, en Wormer kreeg een sporthal, een openlucht-zwembad en een nieuwe ijsbaan.

Aangezien Loggers de afhankelijkheid van Van Gelder ongewenst vond, beijverde hij zich voor de inrichting van het industrieterrein tussen de Zaan en de Nieuweweg. Een belangrijk succes voor Loggers was dat hij Wormer buiten de samenvoeging van Zaanstad wist te houden. Loggers was voorstander van de vorming van een gemeente Wormer-Wijdewormer-Jisp; van laatstgenoemde gemeente was hij tussen 1955 en 1961 waarnemend burgemeester.

Loggers vervulde voorts een aantal maatschappelijke functies:

  • voorzitter van het Gewest Noord-Holland/Utrecht en
  • bestuurslid van de Koninklijke Nederlandse Schaats Bond (1960-1974),
  • bestuurslid van het Juliana-ziekenhuis,
  • voorzitter van de Zaanse Gemeenschap,
  • de Noordse Balk,
  • het pensioenfonds voor wijkverpleegsters van Het Witte Kruis,
  • de Noordhollandse Sportraad,
  • het Sociografisch Bureau, alsmede
  • lid van de Adviescommissie provinciaal fonds voor sportaccommodaties.

Bij zijn afscheid van de KNSB werd hij tot erelid van het gewest benoemd. Hij was ridder in de orde van Oranje-Nassau en in 1975 ereburger van Wormer.

Lycklama, mr. Johan Carel

Den Haag 3 augustus 1903 - Zaandijk 22 september 1980

Burgemeester van Wormerveer van 1950 tot in 1968, ereburger van deze gemeente. Voor hij naar de gemeente Wormerveer kwam had Lycklama een lange carrière in de Indische politiek achter de rug. Tot hij en zijn vrouw uit Nederlands-Indië moesten vluchten was hij de laatste resident van Djokjakarta. Om 'onder dak te zijn' aanvaardde hij in december 1950 het burgemeestersambt van Wormerveer, welke functie hij daarna gaandeweg steeds meer ging waarderen.

Kort na zijn benoeming zegde hij zijn lidmaatschap van de PvdA op. Tijdens zijn burgemeesterschap werd de Bloemenbuurt aangelegd en groeide de bevolking van Wormerveer van 10.500 tot 15.000. Voorts kwamen het verpleegtehuis De Noordse Balk en een nieuw politiebureau aan de Wandelweg gereed. De raad van Wormerveer was een der moeilijkste van de streek; Lycklama maakte menige wethouderswisseling mee. Hij was voorts een van de weinige Zaanse burgemeesters die voorstander van de samenvoeging tot Zaanstad waren. Na zijn aftreden in augustus 1968 ging hij wonen te Zaandijk.

Maarschalk, Cornelis

Amsterdam, 16 mei 1870 - Haarlem, 3 maart 1954

Cornelis Maarschalk, makelaar, CHU-lid, ontving zijn opleiding gedeeltelijk in Amsterdam waar hij in de handel werkzaam was. Hij vestigde zich later te Vreeland, waar hij lid werd van de gemeenteraad en wethouder. Van 5 februari 1909 tot 31 mei 1919 fungeerde hij als burgemeester van Koog aan de Zaan, later volgde een 18-jarige periode als burgemeester van Haarlem en lid van de gedeputeerde staten van Noord Holland. Cornelis Maarschalk werd bij sommige gelegenheden als Cornelis Maarschalk van Egmond en Rinnegom aangekondigd. Bij koninklijk besluit werd hij met ingang van 16 augustus 1913, benoemd tot schoolopziener in het arrondissement Medemblik.

Achttien jaar diende hij Haarlem als eerste burger en zag de stad groeien van 75.000 tot ruim 134.000 inwoners, waaraan de annexatie van Schoten en andere randgebieden hebben bijgedragen. Meest kenmerkende periode van zijn ambt was die van de crisis van 1929 die een ongeëvenaarde werkloosheid tengevolge had. Daarnaast was van een annexatie sprake waardoor Haarlem vergroot werd met Schoten en Spaarndam plus gedeelten van Heemstede en Bloemendaal. Het groter grondgebied eiste belangrijke beslissingen zoals voor de gemeentebedrijven, de gemeente-administratie, de gezondheidsorganisatie en de verkeerscommunicatie.

Metelerkamp, Carel Philip

Muiden, 11 november 1843 - Arnhem, 15 maart 1895

Carel Philip Metelerkamp, industrieel, waarnemend burgemeester Wormerveer en Westzaan van 15 december 1873 tot 1 augustus 1876, hij vertrok naar Arnhem, waar hij directeur van het waterleidingbedrijf werd. Hij was de eerste niet-Zaankanter die de de gemeenteraad van Wormerveer voorzat. Hij vervulde eveneens de rol van gemeenteraadslid van Amsterdam en directeur van verschillende Waterleiding-Maatschappijen.

Oosterbaan, Gosse

Koog aan de Zaan, 11 januari 1911 - Krommenie 1989

Burgemeester van Zaandijk van 1964 tot 1970 en Krommenie van 1970 tot 1974), directeur van coöperaties (1940-64), wethouder te Koog aan de Zaan (1958-64); ook amateur-historicus. Gosse Oosterbaan werd geboren in een politiek actief arbeidersgezin.

  • Na de Mulo-B te Alkmaar doorlopen te hebben wilde hij naar de kweekschool, hetgeen door het intrekken van de rijksstudieregelingen echter onmogelijk was.
  • In 1925 begon hij als jongste bediende bij Verkade.
  • In 1928 werd hij administrateur van de Coöperatieve Verbruikers Vereniging 'De Eenheid u.a.'. Dit was het begin van een lange loopbaan bij de coöperatie, die slechts onderbroken werd door zijn diensttijd (marine 1930-`31 en kustwacht 1939-'40).
  • In 1940 werd hij directeur van De Eenheid en elf jaar later kreeg hij deze zelfde functie bij de door een fusie ontstane coöperatie Zaanstreek. Oosterbaan ijverde sterk voor deze en andere fusies.
  • Van 1960 tot 1964 was hij directeur van de eveneens door fusie ontstane coöperatie Zaanstreek-Kennemerland.
  • In 1958 volgde hij zijn na 34 jaar aftredende vader Sjoerd Oosterbaan op als raadslid en wethouder van Koog aan de Zaan. Vader en zoon waren beiden lid van de PvdA.
  • In 1960 werd hij loco-burgemeester van Koog aan de Zaan;
  • In 1964 kreeg hij het verzoek te solliciteren naar het vrijkomende burgemeestersambt te Zaandijk.
  • In 1970 werd hij de laatste burgemeester van Krommenie. In die functie had hij zitting in het Ontwikkelingsschap Zaanstreek. Na de opheffing van Krommenie genoot hij twee jaar wachtgeld.

Gosse Oosterbaan was een zeer actief amateur-historicus. Publikaties van zijn hand zijn onder meer:

  • De tweeling in de ban' (1968),
  • Dat goede oude Zaandijk (Zaandam 1971),
  • Tussen Leven en Dood' (z.p. 1979),
  • De kerk in het midden' (Zaanstad 1981)
  • het artikel Coöperaties in deze Zaanwiki.

Hadden historie en genealogie zijn grootste interesse, Oosterbaan hield zich onder meer ook bezig met:

  • muziek, botanie en voetbal.
  • In de jaren '20 en '30 speelde hij hobo in Verkade's Harmonie en
  • van 1925 tot 1957 was hij bestuurlijk actief voor voetbalclub KFC.
  • Voorts vervulde hij bestuursfuncties bij
  • Algemene Bond van Handels- en Kantoorbedienden 'Mercurius', afdeling Zaanstreek;
  • de Nederlandse Coöperatieve Werkgeversvereniging;
  • de Nederlandse Bakkerij Stichting;
  • Bejaardenstichting Rosariumhorst te Krommenie;
  • het Zaans Muziek Mozaiek;
  • de Stichting Opleiding van Amateur Musici;
  • Gymnastiekvereniging Simson.

Orden, Gerrit van

Zaandam, 18 december 1774 – Zaandam, 13 januari 1854

Ger­rit van Orden (1774-1854)

Ger­rit van Orden was burge­meester van Zaandam in de periode 1838 – 1845, opvolger van burge­meester Engel van de Stadt. Van Orden was tabak­shan­de­laar, boekverkoper, plaatsver­van­gend rechter van 1817 tot 1828, gemeen­ter­aad­slid (1828−1850), wethouder (1836), Ridder van de Nederlandsche Leeuw (1842) en Staten­lid (1837). Van Orden, die ook bek­end­heid kreeg als pen­ningkundige, over­leed in 1854.

Zijn ouders waren Maarten van Orden en Trijntje Versteeg. Zijn vader, een koopman, was eigenaar van een buitenverblijf in het Hofland, tussen Beverwijk en Heemskerk, ter ere zijner vaderen Beijenlust geheten. Hij bezocht een school te Appeldoorn en de kostschool van Monsieur Kars te Alkmaar. Zeer tot studie geneigd, werd hij later naar de toenmalige predikant van Jisp gezonden, om in het latijn onderwezen te worden, doch dit onderwijs was van korte duur.

In de echt

In 1798 trad hij in de echt met Marytje Poel, die hem drie dochters schonk, van welke twee hem overleefden, doch waarvan de derde de moeder in 1804 het leven kostte. In 1807 ging hij een huwelijk aan met A. G. ten Klooster van Zwolle, doch ook deze moest hij, na een ontijdige bevalling in november 1808 grafwaarts begeleiden. In 1813 huwde hij met Maartje Dekker, welke echtverbintenis in 1828 door de dood werd ontbonden.

Tot 1813 was Gerrit van Orden tabakshandelaar en beëdigd vertaler te Oost-Zaandam. Zijn kennis van de Franse taal kwam ten dienste van zijn minder onderwezen plaatsgenoten uitstekend van pas. In 1812 werd bij tot controleur sedentaire de l'Octroi aangesteld, nadat hij een jaar te voren door de Sous Prefect tot lid van de Municipale raad van Oost-Zaandam was aangesteld; hij vergezelde Napoleon bij diens vluchtig bezoek aan het huisje van Czaar Peter op 11 oktober 1811, aangezien zijn oom, de Maire Göbel, het Frans niet genoegzaam machtig was. Niemand verheugde zich hartelijker over de herwinning van Nederlands onafhankelijkheid in november 1813 dan van Orden. Hij gordde dan ook de wapenen aan en trok in het voorjaar van 1814 vrijwillig, als luitenant van de landstorm, naar de Zijpe en Wieringerwaard, tot afsluiting van de talrijke Franse bezetting van Den Helder.

Publieke functies

Van 1817 tot 1828 vervulde hij de post van plaatsvervangend vrederechter; in 1828 werd hij tot lid van de stedelijke raad van Zaandam benoemd en in 1836 tot wethouder. Na die post twee jaren bekleed te hebben, werd hij tot burgemeester van Zaandam benoemd. In die hoedanigheid mocht hij op 4 april 1839 Alexander, grootvorst, troonopvolger van Rusland, in gezelschap van zijn doorluchtige Nederlandse bloedverwanten de merkwaardige nederige woning van de grote Peter binnenleiden, bij welke gelegenheid de prinses van Oranje, later koningin, aan wie dit huisje bij de geboorte van haar tweede zoon, prins Alexander, door haar koninklijke schoonvader als geschenk gegeven was, daarin een dejeuner aan de koninklijke familie aanbood.

Van Orden zorgde dat het bezoek van de grootvorst door een fraai verkrijgbare gedenkpenning vereeuwigd werd, waarvan hij later voor eigen rekening de vorstelijke bezoeker een gouden exemplaar aanbood, die hem als blijk van erkentelijkheid een diamanten ring toezond. In 1837 was Van Orden zes jaar lid van de Staten van Holland; in 1843 werd hij weer voor zes jaren gekozen. Later bleef hij, toen de splitsing van de provincie Holland in twee delen aan de orde was, waartegen hij stemde, als lid der provinciale staten van Noord-Holland zitting houden. Hij wilde zich, na de wetsverandering, in zijn ouderdom niet aan de stemming voor dat college wagen en bedankte destijds.

In november 1844 nam hij tot groot leedwezen zowel van zijn stadse als gewestgenoten, bij het klimmen der jaren en toenemende ouderdomsgebreken, zijn ontslag als burgemeester, in november 1850 ook als lid van de gemeenteraad. Op 16 juli heeft hij het genoegen mogen smaken de eerste steen van het nieuwe stadhuis van Zaandam te leggen. Ter linkerzijde van de opgang wordt het aandenken daarvan in hardsteen bewaard.

Historische penningen

Reeds vroeg had Van Orden een grote voorliefde voor de overblijfselen van de nationale kunst en oudheid. Hij verzamelde oude boeken, aardewerk, zowel potten als beeldwerk, oude kaarten, platen, portretten, munten en penningen, en onder deze vooral leg- en gildepenningen. Vooral was het de penningkunde, aan welke beoefening hij zich wijdde en gaf daarvan in 1825 een belangrijke vrucht in zijn Handleiding voor verzamelaars van Nederlandse historie penningen, waarop tussen de jaren 1828 en 1830 zijn Bijdragen tot de Numismatiek volgde. Dit werk is ten gevolge van de afgebroken betrekkingen tussen Nederland en België gestuit.

De hoogleraar Van der Chys, gaf van beide werken een breedvoerig verslag in zijn tijdschrift over algemene Munt- en Penningkunde D. I bl. 445-447. Behalve aan vele anderen heeft van Orden belangrijke diensten bewezen aan J. C. de Jonge en J. de Vries, bij de samenstelling van hun werk getiteld Nederlandse gedenkpenningen verklaard dat in 1822 en 1837 in twee delen het licht zag. Met Schenkel gaf hij in 1841 Bijdragen over de Penningkunst, en plaatste menig belangrijk artikel in het gemelde tijdschrift en in de Kunst en Letterb.

Zijn bedrevenheid in penningzaken deed hem, die in de orde der vrijmetselaars een aanzienlijk waardigheid bekleedde, (in 1814 werd hij meester in de Loge Vincit vin virtus te Haarlem, en, na het oprichten van de loge Anna Paulowna, Grootmeester te Zaandam en werd in januari 1840 meester van eer), ook eenmaal benoemd in een commissie, die belast was met het verzorgen van een gedenkpenning, geslagen ter gelegenheid van het 25-jarig feest van prins Frederik der Nederlanden als grootmeester van de orde der vrijmetselaren in Nederland. En toen Zacharias zijn Numotheca Latumorum bewerkte, raadpleegde hij Van Orden over de tot de orde der vrijmetselaars behorende in Nederland geslagen penningen.

Letterkunde

In 1842 werd hij ridder van de Nederlandsche Leeuw. Reeds in 1794 werd hij lid van het departement Oost-Zaandam en het Nut van ’t algemeen. Later was hij enige tijd voorzitter van het departement Zaandam en bleef lid tot aan zijn einde, dus gedurende bijna zestig jaar. Sedert 1823 was hij lid van de Maatschappij van Nederlandse Letterkunde te Leiden, ook boden het provinciaal Utrechts genootschap van kunsten en wetenschappen, het Friese genootschap voor Geschied-, Oudheid en Taalkunde het Noord-Brabants genootschap tot lidmaatschap aan. Op 24 october 1828 werd hij benoemd tot correspondent van het koninklijk Nederlands instituut. Ook was hij lid van de société Numismatique België.

Na langdurige sukkeling, doch een kort ziekbed, ontsliep hij op 13 januari 1854. Zijn portret is in steendruk uitgegeven, de hoogleraar P.O. van der Chys vervaardigde zijn levensschets, die onder de levensschetsen van de in 1853-1854 ontslapen leden der maatschappij van Nederlandse Letterkunde te Leiden geplaatst is, waaruit deze is getrokken.

Hij schreef:

Zie behalve de gemelde Biografie, Honig Geschiedenis der Zaanlanden Deel II. bl. 898, van Geuns, Beschrijving van Zaandam. Cat. der Maatsch v. Nederl. Letterk. D. II. blz. 29, Muller, Cat. v. Portr.

Bron: o.a. Biographisch Woordenboek (Van der Aa)

Ouwerkerk, Hans

's-Gravenhage, 23 mei 1941

drs Hans George Ouwerkerk, burgemeester van Zaanstad sinds 16 januari 1989, voordien burgemeester van de toenmalige heksenketel Lekkerkerk en Emmen. Hans Ouwerkerk werd na een opleiding gymnasium en geschiedenis doctoraal examen 1965 achtereenvolgens, assistent van de Tweede Kamerfractie van de Partij van de Arbeid (1965-'67), medewerker van het kabinet van burgemeester Samkalden van Amsterdam (1967-'71), landelijk secretaris van de PvdA (1971-'73) en Vara-ombudsman (1973-'75).

In 1976 volgde zijn benoeming tot burgemeester van Lekkerkerk, een gemeente die kort daarna in het nieuws kwam wegens omvangrijke bodemvervuiling. Lekkerkerk was in feite de eerste gemeente die met dit probleem werd geconfronteerd. In 1982 werd Ouwerkerk burgemeester van Emmen.

Tevens was hij voorzitter van de commissie Milieu van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Eind 1988 werd hij benoemd tot burgemeester van Zaanstad waar hij op 16 januari 1989 in dienst trad. In september 1991 werd hij burgemeester van Groningen. Over het algemeen heerste de gedachte dat Ouwerkerk te vroeg uit Zaanstad verdween. Aan het Haagse Binnenhof viel een soortgelijke sfeer op te tekenen.

Parlie, Pieter

In de tweede helft van de 18e eeuw burgemeester in de Banne van Westzaanden. Parlie ging de geschiedenis in als een burgemeester die andermans fuiken lichtte. Op dat misdrijf is hij zelfs twee maal betrapt. Aldus de notaris-protocollen van Symon Jongewaard.

Pans, Ralph

Maastricht, 2 januari 1952

mr. Raphael Joseph Jean Marie (Ralph) Pans, wethouder van Zaanstad tussen 1978 en 1990 in dat laatste jaar benoemd tot burgemeester van Rosmalen waarna hij ook nog burgemeester was in Almere.

Ralph Pans studeerde na de middelbare school rechtsgeleerdheid aan de R.U. te Groningen (doctoraal examen 1975) en was daarna juridisch medewerker van de sectie Gemeente, Gewest en Provincie in 1991: Centrum voor Lokaal Bestuur) van het wetenschappelijk bureau van de Partij van de Arbeid, de Wiardi-Beckmanstichting (1975-1978). Daarvoor was hij voorzitter van de Stichting Rechtswinkel Groningen (1973-`75) en juridisch medewerker van het maandblad Ars Aequi.

In 1978 werd hij wethouder stadsontwikkeling, volkshuisvesting, verkeer en kabel-tv in Zaanstad, in 1985 werd zijn takenpakket uitgebreid met sociale zaken. Sinds april '86 was Pans loco-burgemeester en wethouder van stadsontwikkeling, volkshuisvesting, openbare werken en verkeer.

Hij had zitting in verschillende commissies van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, was voorzitter van het Beleidsorgaan Openbaar vervoer Subsidiërende gemeenten, lid van het voorzittersoverleg Samenwerking Openbaar Vervoer en mede-auteur van 'De socialistische burgemeester' in 1977. In 2007 was hij kandidaat bij het burgemeestersreferendum in Utrecht maar verloor van zijn partijgenoot Aleid Wolfsen. Sinds 2013 is hij lid van de Raad van State.

Ploegh, mr. Cornelis Jacobsz.

Mr. Cornelis Ploegh, burgemeester en ledezetter te Jisp, aldaar geboren in 1624 en overleden in 1697.

Befaamde chirurgijn die het beroep van ledezetter beoefende in het dorp Jisp, die zich, evenals twee leden van het geslacht Taems, gedurende de gehele 17e eeuw vooral bezighielden met zogenoemde 'dislocatiën' van botten en gewrichten, dat wil zeggen met het zetten van gebroken ledematen en de behandeling van ontwrichtingen. Zij trokken van heinde en verre patiënten, die voor de behandeling vaak langere tijd in Jisp verbleven. Onder deze patiënten waren ettelijke hoogwaardigheidsbekleders, waaronder een Franse koning. De Jisper chirurgijns zijn in dichtvorm geroemd door Jacob Cats.

Tot de rijmen, die aan de ledezetter mr. Cornelis Jacobsz Ploegh zijn gewijd, behoort ,,een kluchtig kreupel-lied van de kreupelen, die tot Jisp onder handen zijn van de Ledezetter Mr. Cornelis, hoe dat ze daaglijks moeten voorthompelen om haar kreupele Leden rad te treden“.

Rijm op mr. Cornelis Jacobsz. Ploegh

„Men kan het zingen, voor een poos: op de wijs, wispelturige matroos”. Het kreupel-lied is te lang om het in zijn geheel over te nemen. Wij volstaan met enkele coupletten:

Maar Meester Krelis is een Man
Die Kreupels loopen leeren kan
Eens stuurde hij wat Kreupels uit
Na Wormer toe om wat Fnieskruid,
Voorby de Kerk te haalen, zonder draalen.

En doe wy kwamen in dat Huis,
Was daar veel kreupelig gespuis,
D'eene Kreupele kogt het goed, en strak
Stak d'andere Kreupel het in zyn zak,
En zonder om te kyken, gingen wy stryken.

Zo kwamen wy dan in 't end,
Weer in ons kreupelig Convent;
Elk klaagt dat hy is moe en mat,
D'een zeit, 't Zweet druipt van myn Gat,
Een ander roept om 't meeste, ik ben de heetste.

Des anderen Daags was 't weder aan,
Doen moesten de Kreupels wéér aan 't gaan:
Ik moest na den Wormer Tooren,
En kyken daar eens van vooren,
Wat Cyffer dat er staat, eer men daar van gaat.

De Meester bedogt toen weer wat,
Doen moeste w' om tot snoer een mat.
Ik moest na 't Wormer Westerend,
En tellen daar eens pertinent,
Hoe veel sporten daar leggen, op die Breggen (bruggen).

Des anderen Daags was 't weer een kruis,
Doen moesten w' na 't Wormer Weeshuis,
Daar gingen Kreupeltjes weer treên,
En Kreuplen voor ons gat weer heen,
Tot dat wy, zonder schroomen, daar nog komen.

't Is goeijen dag, kreupele Monsieur!
't Is kreupel agter en kreupel veur,
't Is kreupel 't eerste en 't leste begin,
't Is kreupel uit en kreupel in,
't Zyn Kreupels met elkander, deen met dander.

Zo gaat de vlugge Tyd zyn gang
En valt ons, Kreupeltjes wel bang,
Maar 't einde het verzoeten zal.
Want Meester Krelis doet het al
Dat wy ons kreupele Leden, rad zou treden.

Als onze Meester wat onzagt
Een aanvat, dander Kreupel lacht:
Het doet de Kreuplen somtijds goed,
Al in zijn kreupelig gemoed,
Dat daar Kreupele by tyen, pyn moet leijen.

Maar 't meest is dat my treuren doet,
Dat ik zoo kreupelig rooken moet:
Als ik een kreupels Pyp Tabak,
Wil rooken op Kreupels gemak,
Zo vrees ik als de Plyster, voor de Myster.

Als de Meester een Kreuple vind,
Die 's Morgens daar vroeg rookt gezwind,
Roept d'eene Kreupel of den aar,
Dit is al weer een Blok, of daar
Moest een Stuiver Geld zijn, dat ontsteld myn.

En zo men dat niet willig geeft,
Dan komt een Kreupel voor die beeft,
Al met een Kreupels Blok daar aan,
Moet men kreupelig slepen gaan.
Wel 10 Kreupels tot een worp, langs 't Dorp.

Zo gaat dit Kreupelrijm dan verder en prijst tenslotte de grote kunde van mr. Cornelis, de befaamde ledezetter.

Zie voorts: Gezondheidszorg 1.5.1.

Prins, Pieter

Wormerveer, 20 november 1812 - Wormerveer, 13 september 1865

Pieter Prins, kaashandelaar in Wormerveer, lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland, lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, in 1864 en 1865 burgemeester van Wormerveer. Geboren als zoon van Cornelis Simonsz Prins (1771-1843) en Trijntje Jansz Oot (1775-1852). Hij trouwde in Amsterdam op 12 februari 1834 met Eva Alberti (1813-1883) waarmee hij twee dochters kreeg. De oudste dochter, Anna Catharina (1834-1836), overleed voordat de tweede dochter werd geboren. Deze kreeg dezelfde naam als haar overleden zusje en leefde van 1837 tot 1909. In 1863 huwde zij in Wormerveer met dr. Jan Mulder.

Prins, van 1830-1833 lid van de Noordhollandsche Schutterij, streed als 2de luitenant bij de Tiendaagse Veldtocht in 1831 waarop hij werd geridderd in de Militaire Willems-Orde. In 1833 werd hij ontslagen op voorwaarde dat hij zelf voor vervanging zou zorgen. Van 1840-1855 was hij kapitein bij de rustende Schutterij.

In 1851 reisde Prins van Amsterdam via Alexandrië naar Constantinopel. In 1855 werd hij als schutterij-kapitein ontslagen en aangesteld als lid van het College van Toezicht over de Huizen van Bewaring in Zaandam.

Provily, Jan Cornelis Adriaan

Krommenie, 9 september 1900 – Krommenie, 17 september 1977

Burgemeester van Krommenie van 1947 tot 1965; ereburger van deze gemeente. Jan Provily werd in 1947 burgemeester van zijn geboortedorp, na een ambtelijke carrière in Beemster en Hilversum. Tijdens de oorlog moest hij onderduiken, nadat de Duitsers fraude met bonkaarten op het Hilversumse gemeentehuis hadden ontdekt. Provily hield zich tijdens de oorlog voorts bezig met het verkrijgen van financiën ten behoeve van onderduikers. Na de oorlog kreeg hij zijn baan te Hilversum terug. Hij solliciteerde een aantal malen naar een burgemeestersambt en werd tenslotte benoemd in zijn geboorteplaats.

Provily was burgemeester van Krommenie van augustus 1947 tot oktober 1965. De gemeente groeide in die periode van 6700 tot 12.000 inwoners; in totaal werden er in die 18 jaar 1500 woningen in Krommenie gebouwd. Voorts werden tijdens zijn ambtsperiode een zwembad en een sportpark, dat nog steeds zijn naam draagt, geopend. Bij zijn afscheid werd hij benoemd tot ereburger van Krommenie; hij was voorts ridder in de Orde van Oranje Nassau. Ook na zijn pensionering bleef hij zich actief verzetten tegen de samenvoeging tot Zaanstad.

Ravenswaay, Cornelis van

Amsterdam 19 september 1897 – 's-Gravenhage 3 september 1955

Cornelis van Ravenswaay was van 1941 tot 1945 een nationaalsocialistisch politicus. De voormalig zakenman en gepensioneerde legerkapitein had zich niet uit politieke overtuiging bij de Nationaal-Socialistische Beweging NSB aangemeld, maar uit ambitie burgemeester te worden. In april 1941 werd hij benoemd tot burgemeester van Zaandam. Hij ontpopte zich als radicaal voorvechter van de Nieuwe Orde, van plan om optimaal politiek gebruik te maken van de hem geboden mogelijkheden.

In maart 1942 volgde zijn benoeming tot burgemeester van Utrecht. Hier toonde hij zich een bewogen nationaalsocialist die alle bevoegdheden gebruikte om het nationaalsocialisme in te voeren in Zaandam. Hij kwam regelmatig in aanvaring met K.J. Frederiks, secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse zaken. Van Ravenswaay bestrafte politieagenten die geen assistentie wensten te verlenen bij het ophalen van Joden. Per 1 februari 1943 werd Van Ravenswaay door Mussert benoemd tot gemachtigde voor Sociale Zaken in diens kabinet: de Secretarie van Staat.

Na de Tweede Wereldoorlog liep de voormalig burgemeester een veroordeling op tot een gevangenisstraf van elf jaar. Bij zijn veroordeling speelden zijn willekeur en ideologische hardheid een belangrijke rol. In 1952 kwam hij voorwaardelijk vrij. Volgens historicus Willem Melching waren de beschuldigingen tijdens zijn proces zwak en erkende Van Ravenswaay volkomen fout te zijn geweest. Gezien de destijds opgelegde strafmaat kon volgens hem gesproken worden van een politiek proces.

Reeling Brouwer, Piet

Alkmaar, 28 januari 1921 - Oostzaan, 15 maart 2005

mr. Pieter Benjamin Johan (Piet) Reeling Brouwer, PvdA-Burgemeester van Westzaan van 1961 tot 1969 en Oostzaan van 1969 tot 1986. Piet Reeling Brouwer kwam na een studie Geologie en Rechten en een ambtelijke carrière in Wateringen en Renkum naar de Zaanstreek; in 1961 werd hij beëdigd als burgemeester van Westzaan. Aanvankelijk was hij voorstander van de samenvoeging tot Zaanstad; later zag hij deze meer als annexatie van Westzaan. De acties tegen de samenvoeging te Westzaan vonden echter weinig gehoor. Succesvoller was de strijd tegen het streekplan, waarin stond dat een groot deel van het dorp plat moest ten behoeve van industrie langs het Noordzeekanaal.

Toen duidelijker werd dat de samenvoeging tot Zaanstad onontkoombaar was, solliciteerde Reeling Brouwer naar het burgemeestersambt van Oostzaan, waar hij in 1969 werd beëdigd. In Oostzaan behaalde Reeling Brouwer een opmerkelijk succes tegen de huurliberalisatieplannen, die inhielden dat kapitaalkrachtige huizenkopers huurders eenvoudig uit hun woning konden zetten. Oostzaan zou proefgemeente worden. Reeling Brouwer verscheen meermalen op de televisie, waar hij felle debatten uitvocht met ARP-fractieleider Aantjes, de grote voorvechter van de huurliberalisatie. Na korte tijd werd de proef opgeheven.

Reeling Brouwer bleef burgemeester van Oostzaan tot zijn pensionering. Reeling Brouwer was lid van een groot aantal besturen, zoals: voorzitter commissie structuurplan; plaatsvervangend voorzitter adviescollege voor planologie; plaatsvervangend voorzitter van het Gasbedrijf Zaanstreek Waterland; penningmeester Bescherming Bevolking; bestuurslid Ontwikkelingsschap; vicevoorzitter Informeel Agglomeratie Overleg; vice-voorzitter Recreatieschap het Twiske;

Na zijn pensionering werd hij lid van de Projectgroep Ouderenbeleid Noord-Holland. Hij is drager van de Gouden Greep en ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Roeters van Lennep, Frederik Theodoor

Amersfoort, 10 maart 1860 - Velp, 10 april 1933

Jonkheer Frederik Theodoor Roeters van Lennep, echtgenoot van Jonkvrouw Adriana Petronella Marianne Druyvesteyn, burgemeester van Koog aan de Zaan van 1888 tot 1898. Jonkheer Roeters van Lennep kwam na zijn benoeming als burgemeester van Koog in 1888 in een rumoerige gemeente terecht. In de gemeenteraad bestreden de conservatieven en de vrijzinnige liberalen elkaar te vuur en te zwaard. Na de raadsverkiezingen van 1891 kwam Paul Leguit als eerste socialist in de Zaanstreek in de raad. Uit protest tegen de verkiezing van Leguit en van de vrijzinnig-liberaal Jan Dekker bleven alle andere raadsleden bij de installatie weg. De toon voor de komende jaren was daarmee gezet.

Roeters van Lennep kwam meermalen in aanvaring met vooral Leguit. Tijdens een raadsvergadering in 1896 voer hij zo fel uit tegen Leguit en Dekker, dat dezen hun raadszetel ter beschikking stelden. Zij werden met overweldigende meerderheid herkozen, waarop Roeters van Lennep door de Commissaris van de koningin te Noord-Holland een maand op verlof werd gestuurd. In 1897 werden Dekker en Leguit door de raad als wethouders aangewezen. Roeters van Lennep moest nu met zijn twee grootste tegenstanders het dagelijks bestuur van Koog vormen. Dit was voor hem aanleiding om elders te solliciteren. Per 1 september 1898 werd hij officieel benoemd tot penningmeester van de Haarlemmermeerpolder.

Schaap, Jan

Krommenie 1811 - Krommenie 26 juli 1889

Jan Schaap Louriszoon, zeildoekfabrikant, voorts aanvankelijk wethouder van zijn geboortedorp en in 1850 benoemd tot burgemeester. Schaap schreef het boekje 'Krommenie en omstreken tijdens den 80-jarigen strijd tegen Spanje' (Zaandijk 1872). Hij was een betrouwbaar geschiedschrijver. Verondersteld wordt dat hij de geschiedenis van Krommenie uitgebreid heeft beschreven; het manuscript zou echter verloren zijn gegaan. Wel wordt in het gemeente-archief van Zaanstad van zijn hand een bundel 'Geschiedkundige aantekeningen over Krommenie' bewaard. Deze aantekeningen vormden een waardevolle bron voor de beschrijving van de vroegere zeildoekweverij.

Schook, Johan

Ophemert, 10 Maart 1821 - Hilversum, 19 Juli 1909

J.E.C. Schook, Westzaans burgemeester van 1872 tot 1873

Johan Elius Christoph Schook, geboren te Ophemert en burgemeester van Westzaan ten tijde van 1872 tot 1873 volbracht zijn examen voor de studie rijksveearts met gunstig gevolg en werd tot paardenarts bij het Nederlandse leger benoemd. In 1869 werd hem eervol ontslag verleend en verliet de dienst als pensioengerechtigde.

Kort daarna werd hij bij Koninklijk besluit in 1872 benoemd tot burgemeester van Westzaan, een betrekking die hij bleef bekleden tot eind november 1873 gevolgd door de benoeming tot burgemeester van Hilversum, een betrekking hij op 1 december 1873 aanvaardde, als opvolger van burgemeester Alberti, die de gemeente Hilversum door de dood was ontvallen.

Schoute, Piet Heijn

Wormerveer, 26 april 1942 – Wassenaar, 4 juli 2015

Piet Heijn Schoute, voormalig VVD-politicus en burgemeester van Wassenaar, studeerde politicologie aan de Rijksuniversiteit Leiden, was werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg en actief in de lokale politiek. Schoute arriveerde in 1974 in de Leidse gemeenteraad van en werd daar vier jaar later wethouder. Van 1985 tot 2000 was hij de strak leidende burgemeester van Wassenaar. Dijkgraaf van het Hoogheemraadschap van Delfland zou hij blijven tot hij in april 2007 met pensioen ging. Piet Heijn Schoute overleed als gevolg van de ziekte van Alzheimer.

Schoute was voorts:

  • voorzitter van de Raad van Toezicht van SLS Wonen.
  • voorzitter van de KNAC

In Wassenaar is een straat naar hem vernoemd.

Schuurbeque Boeye, Henri

Middelburg 1 juli 1858 - Laag-Soeren 22 september 1931

Jonkheer Henri François Schuurbeque Boeye 1858-1931

Henri François Schuurbeque Boeye had een tweelingzus, trouwde in 1891 met Grietje van Heloma (1865-1920) en werd in 1922 opnieuw in de echt verbonden met Florentina Cornelia Vincence Rethaan Macaré (1872-1929). Schuurbeque Boeye werd op 1 februari 1895 benoemd tot burgemeester van de gemeente Wormerveer, met gelijktijdige toekenning van eervol ontslag als burgemeester van Nieuwendam. Op 7 augustus 1898 verruilde hij Wormerveer voor Ermelo.

Vrijdagavond 8 februari 1895 werd de nieuw benoemde burgemeester in een Raadsvergadering te Wormerveer geïnstalleerd. De heer Boekenoogen sprak als waarnemend burgemeester de heer Schuurbeque Boeye toe, heette hem hartelijk welkom, wees hem op de welvarende toestand van de gemeente, op de verdienstelijke ambtenaren die hem steunden, zei hem de medewerking van de stad en de Wethouders toe en wenste dat zijn optreden aan de bloei der gemeente bevorderlijk zou zijn.

De nieuw benoemde titularis dankte de spreker en aanvaardde met de verzekering, dat hij van zijn kant alle krachten zou inspannen om Wormerveer te doen bloeien en met de wens naar de steun van de Wethouders, de Raad en de Secretaris, zijn ambt. De Burgemeester werd vervolgens met algemene stemmen benoemd tot ambtenaar van de burgerlijke stand.

Slager, Albert

Hellendoorn/Nijverdal, 22 december 1885 - Soest, 24 oktober 1971

Albertus Slager, burgemeester van Wormerveer tussen 1936 en 1950. Albert Slager werkte voor zijn benoeming als burgemeester van Wormerveer 28 jaar lang in Nederlands-Indië. Hij was hoofdambtenaar bij de Deli Spoorwegmaatschappij in Nederlands Indië en vóór zijn benoeming volontair ter secretarie van Abcoude-Baambrugge. Op 18 juli 1936 verwelkomde de Wormerveerse burgerij haar nieuwe magistraat, burgemeester A. Slager. Op initiatief van Wormerveer Vooruit vond een feestelijk onthaal plaats. Burgemeester Slager, die tot 1950 in Wormerveer domicileerde, maakte faam door zijn groot verantwoordelijkheidsgevoel en zakelijke zuinigheid, maar ook als man van de klok.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Slager één van de burgemeesters die zo lang mogelijk aanbleven, om de burgers zo goed mogelijk af te schermen. Mei 1944 werd van de burgemeesters verlangd, dat zij inwoners zouden aanwijzen, die moesten helpen Duitse verdedigingswerken bij de kust te maken. De burgervaders Slager van Wormerveer, Allan van Koog en Van Gelderen van Zaandijk vroegen commissaris Backer van de provincie NH in Haarlem van die opdracht ontheven te worden. Backer wees het verzoek als absurd van de hand. Slager deelde mee die opdracht niet te zullen uitvoeren, werd gearresteerd en naar kamp Amersfoort getransporteerd, maar kwam in juli vrij. Daarna dook hij onder. Slager werd vervangen door Piet de Vries, adjunct-directeur Sociale Zaken te Zaandam en NSB-burgemeester van Wormer. Twee dagen na de bevrijding werd Albertus Slager herbenoemd. Na de oorlog was hij ook enige tijd waarnemend burgemeester van Wormer.

Op 1 september 1950 werd Albertus Slager, op eigen verzoek, eervol ontslag verleend als burgemeester van de gemeente Wormerveer.­

Hij was Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Slagter, Teunis

Zwaag, 13 juni 1783 - Westzaan, 19 januari 1853

Teunis Slagter 1783-1853

Teunis Slagter, burgemeester van Westzaan, notaris te Zaandijk, makelaar en gemeente-ontvanger, afkomstig uit Zwaag, was al in 1803 secretaris van de Banne Westzaanen geworden en in 1810 tot gemeentesecretaris van Westzaan benoemd. Deze laatste functie stond hij na enige tijd af aan A. Tip.

Slagter was burgemeester vanaf 1817, pas in 1850 werd hij niet meer herbenoemd vanwege van een grondwetswijziging waarin het burgemeesterschap onverenigbaar werd geacht met het notarisambt. Tot verontwaardiging van een aantal Westzaners werd als opvolger een buitenstaander benoemd, de Haagse mr. H.C. Hooft Hasselaar. De twee wethouders dreigden zelfs met aftreden, zodat het tot 1852 duurde alvorens Hooft Hasselaar kon worden geïnstalleerd.

In Westzaan is de Teunis Slagterstraat vernoemd naar de burgervader.

Sluijs, Barthold Arnold van der

Haarlemmermeer, 3 juli 1885 – Alkmaar, 30 december 1945

Barthold Arnold van der Sluijs, ook wel geschreven als van der Sluis en van der Sluys, administrateur te Haarlem was NSB-burgemeester van Zaandam van 3 april 1942 tot 30 april 1942. Op 1 mei 1942 werd hij aangesteld als burgemeester van Alkmaar.

Smit, Evert

Koog aan de Zaan, 1774 - Koog aan de Zaan, 14 februari 1843

Evert Smit, koopman, olieslager, peller, stijfselfabrikant en scheepsreder. Smit ontwikkelde zich als olieslager tot een belangrijk fabrikant met ongeveer 20 molens. Hij voer als reder met verschillende schepen op vooral West-Indië. In 1797 huwde hij met Trijntje Honig (1774-1823).

In 1804 was hij lid van het gemeentebestuur geworden en vanaf 1 augustus 1811 maire. In 1817 werd deze titel veranderd in schout en in 1825 in burgemeester. Hij bleef burgemeester en secretaris tot zijn dood in 1843.

Smit, mr. Hendrik Jan

Assendelft, 25 februari 1814 - Haarlem, 25 mei 1892

Hendrik Jan Smit, liberaal burgemeester van Zaandam in de periode 1 juni 1852 tot 1 december 1871. Liberaal Tweede- en Eerste Kamerlid uit de Zaanstreek, in zowel de periode vóór als na 1848. Was advocaat en oliefabrikant in Zaandam en bekleedde diverse functies op waterstaatkundig gebied. Smit kwam in 1847 in de Tweede Kamer en steunde de grondwetsherziening. Keerde in 1852 niet terug in de Kamer vanwege zijn benoeming tot burgemeester van Zaandam.

Hij nam in 1871 ontslag als burgemeester nadat zich ongeregeldheden hadden voorgedaan na het afgelasten van de kermis vanwege de angst voor een cholera-uitbraak in augustus. Op 1 september werd de inzet van huzaren aangewend toen door bezoekers van buiten opnieuw onrust ontstond waarbij een dode en gewonden vielen. Een onderzoek op last van Gedeputeerde Staten leverde geen verwijten op, niettemin trad Smit af als burgemeester.

Smit werd later echter Eerste Kamerlid, maar moest in 1881 bedanken omdat hij niet meer tot de hoogstaangeslagenen behoorde. In beide Kamers was hij tamelijk actief betrokken als deelnemer aan debatten over diverse onderwerpen.

Hoofdfuncties en beroepen

  • landeigenaar te Assendelft, Zaandam, Spaarndam, Westzaan en Koog aan den Zaan
  • advocaat te Zaandam, vanaf 1835
  • oliefabrikant te Zaandam, met oliemolens De Appelboom, De Olievos, De Wind, De Krab en De Oude Dekker vanaf 1835
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 18 oktober 1847 tot 13 februari 1849 voor NH
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 13 februari 1849 tot 20 augustus 1850 voor Zaandam
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 oktober 1850 tot 20 september 1852 voor Alkmaar
  • burgemeester van Zaandam, van 1 juni 1852 tot 1 december 1871
  • lid gemeenteraad van Zaandam, omstreeks 1852 en nog in 1862
  • lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van 27 maart 1855 tot 20 september 1864 voor Zaandam
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1864 tot 10 mei 1881 voor NH

Nevenfuncties

  • voorzitter Kamer van Koophandel te Zaandam, vanaf 1843
  • heemraad polder Assendelft, van 1 januari 1854 tot 1857
  • hoofdingeland polder Westzaan, van 1856 tot 1871
  • hoofdingeland polder Assendelft, van 1857 tot 1865
  • hoogheemraad waterschap Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en West-Friesland, van 1866 tot 1892
  • hoogheemraad waterschap De Hondsbossche en Duinen tot Petten, vanaf 1869
  • heemraad Assendelver zeedijk voor de polder Krommenie, vanaf 1876
  • voorzitter Noorder IJ- en zeedijk en de Assendelver zeedijk
  • dijkgraaf Noorder IJ- en zeedijk en de Assendelver zeedijk, vanaf 1 april 1870

Bron: o.a. Parlement & Politiek, Delpher.

Stadt, Engel van de

Zaandam, 14 augustus 1746 - Zaandam, 23 juli 1819

Engel van de Stadt, enige zoon van Huybert en Sijtje van de Stadt, was driemaal getrouwd, eerst met Neeltje Duyn (1747-1768) dochter van een snuifmolenaar, toen met Maritje Thopas (1746-1777) dochter van een houtkoper met wie hij naar het Kattegat in Oostzaandam verhuisde en tenslotte met Guurtje Kroeger (1750-1827) dochter van een peller en loodwitmaler. Alle drie echtgenotes waren welgesteld en hielpen zijn financiële positie aanzienlijk versterken.

Hij was in de eerste plaats handelsman en reder, maar daar profiteerden zijn houtzagerijen ook van. Na zijn tweede huwelijk werd hij gaandehouder op de houtzaagmolen De Bakker, die in 1787 afbrandde maar direct weer werd herbouwd en door hem werd verkocht. Daarnaast had hij aandeel in De Fok en kocht hij de houtwerven De Notenboom en Vreed en Rust. De houthandel werd sterk uitgebreid tot Viborg, Frederikshaven en Narva en anderzijds op Spanje. Hij bevrachtte vaak rechtstreeks van Viborg op Cadiz. Ondanks de moeilijke tijden deed hij zeer goede zaken en kreeg hij nog vijf andere molens in bedrijf: De Witte Ster, De Huisman, De Snoek, De Jonge Beer en De Engel.

Engel van de Stadt was daarnaast zeer actief als reder, hoewel zijn schepen later onder vreemde vlag voeren vanwege de Franse overheersing. Zoals veel Zaankanters was hij een overtuigd patriot en had hij zelfs een aandeel in de kaapvaart onder de Bataafse Republiek. De Bataafse Kaaprederij werd opgericht, waarvan Engel directeur werd. Deze rederij werd een jaar later al weer geliquideerd. De resultaten waren te gering, de verliezen te groot. Zo werd in 1804 tijdens een zeegevecht bij Noorwegen met een Engels fregat een schade opgelopen van f 200.000.

Bovendien was Engel van de Stadt zeer betrokken bij het openbare leven. Hij was schepen, lid der vroedschap en burgemeester alsook kapitein van de Eerste Compagnie Vrijwilligers toen de Engelsen en Russen landden in Noord-Holland. Ook na het vertrek der Fransen bleef hij actief en was hij bijvoorbeeld als één der 600 aanzienlijken des lands betrokken bij het ontwerp van de nieuwe grondwet in 1814. Tenslotte werd hij ook weer kort president-burgemeester van Zaandam, van 1816 tot 1817. De dochter van Engel en Guurtje trouwde de houtkoper Willem Middelhoven (1790-1819) en de drie zoons Claas, Huybert en Cornelis kwamen allen in de zaak van hun vader.

Stadt, Huybert van de

Zaandam, 1786 - 1844

Huybert van de Stadt, hervormd, houthandelaar en -zager, zeereder, burgemeester van Zaandam en lid van Provinciale Staten, gehuwd met Guurtje Zwaardemaker (1792-1868), kwam in 1813 in de firma, die vanaf dat moment 'Engel van de Stadt en Zoonen' zou heten, in 1814 gevolgd door zijn broer Cornelis van de Stadt (1793-1857), eerst gehuwd met Maartje Corver (1794-1827) en daarna met Cornelia Hendrika Geukema (1794-1853). Na de dood van hun vader zetten Huybert en Cornelis samen de zaken voort en voegden aan de al in bezit zijnde houtzaagmolens nog Het Vergulde Hert, Het Bruine Schaap en De Boendermaker toe. Kort na het overlijden van hun moeder gingen de beide broers echter in 1828 uit elkaar.

Huybert verkreeg drie houtzaagmolens, De Bakker, De Jonge Beer en De Engel, alsook pelmolen De Bootsman, terwijl Cornelis de overige vijf houtzaagmolens kreeg toegewezen. De zaken van Huybert bleven steeds bij elkaar, maar de zaken van Cornelis werden tussen zijn vele zonen versnipperd. Huybert stond er dus sedert 1828 alleen voor met de firma Engel van de Stadt en Zoonen. Hoewel hij niet zulke goede jaren als zijn vader meemaakte, bleef hij desondanks een welgesteld man. Naast de houtzaken dreef hij samen met zijn broer Cornelis nog een zeerederij onder firma H. & C. van de Stadt met vier schepen en liet hij in 1826 zelfs een nieuw kofschip bouwen van 500 ton; dat was in 23 jaar niet voorgekomen aan de Zaan. Bouwer was de door Johannes Simonsz opgerichte Maatschappij tot Scheepsbouw, een werf die overigens geen lang leven was beschoren.

Evenals zijn vader was Huybert actief in het openbare leven; hij werd burgemeester van Zaandam en lid van Provinciale Staten. Toen hij overleed had hij een volwassen dochter Guurtje (1813-1860), getrouwd met houtkoper Dirk Nomen (1813-1862), twee volwassen zonen, Jan en Engel, benevens vier minderjarige kinderen, te weten Sijtje, Huybert, Neeltje en Hillegonda Ida. De oudste zoon Jan nam het familiebedrijf over.

Steenberg, Wilhelm

Amsterdam, 16 april 1859 – Soestdijk, 21 maart 1944

W.F.W Steenberg 25 jaar burgemeester van Westzaan 1888-1913

Wilhelm Fokkelinus Wijbrand Steenberg, burgemeester van Westzaan 1888-1913, notabele van de Nederlands Hervormde kerk, gehuwd met Joanne Jacoba Dominicus van de Bussche (1863-1952), woonachtig aan Zuideinde 152 te Westzaan.

Zaterdag 31 mei 1913 was het de laatste dag dat Steenberg het ambt van burgemeester in Westzaan bekleedde. Bijna 25 jaren stond hij aan het hoofd van deze gemeente en veel is er in die tijd verbeterd of vernieuwd. De havenwerken hadden zijn voortdurende aandacht en werden herhaaldelijk uitgediept. Wegen verbeterd en scholen in goede staat gebracht. Ook de leermiddelen werden aangevuld en verbeterd. De waterleiding werd door de gemeente aangelegd en het gascontract met Zaandam kreeg haar beslag. De brandweermiddelen werden bijna geheel vernieuwd, zodat alles in uitmuntende staat verkeerde. Dit waren slechts enkele punten, die onder het bestuur van burgemeester Steenberg tot stand kwamen en waaraan hij krachtig meewerkte en waarvoor de burgerij hem recht dankbaar is.

Naar aanleiding hiervan, zegt de voorzitter Steenberg ongeveer het volgende: ,,Nu niemand het woord verlangd, bij dit voor hem zo belangrijk feit, hij zich reeds direct tot raad en burgerij wil wenden voor hij het presidium aan de Wethouder Tip overdraagt. De Wethouder Tip wees er in de vorige vergadering op, dat onder mijn bestuur de gemeente in bloei was toegenomen. Zo mij iets aangenaam was, dan was het dit. Ik heb steeds getracht naar gave van hart en verstand zoveel mogelijk mijn plicht te vervullen. Misschien ben ik er niet in geslaagd het allen naar de zin te maken, gelijk een publiek orgaan meldde, dat ik niet het ideaal voor allen ben geweest, doch er zijn weinigen, die dat ten deel valt. Dwalen is menselijk.
Gaarne verklaar ik uit de bodem van mijn hart, steeds de beste bedoeling voor allen, zonder onderscheid van rang en stand te hebben gewild, allen steeds ter wille te zijn geweest en hen welwillend en voorkomend tegemoet getreden en alle belangen behartigd. Dit, voor mij onvergetelijk ogenblik, waarin mijn werk volgens eigen wens, hier eindigt en nog éénmaal in het openbaar tot u spreek, wil ik nog in herinnering brengen, wat ik als burgemeester en ook mijn vrouw van deze goede, beste, brave en eerlijke burgerij heb mogen ondervinden.

25 jaren geleden, toen ik de eminente heer Ferf, een hoogstaand man, opvolgde en de oudste wethouder, de heer de Wijn, mij het teken van mijn waardigheid omhing, heb ik verklaard steeds mijn plicht te zullen doen en deed de belofte dat de belangen van Westzaan mij dierbaar waren en zoveel in mijn vermogen lag die belangen te bevorderen. Aan u mijne heren, het antwoord of ik steeds gehandeld heb overeenkomstig die afgelegde eed en beloften.

Nog levendig staat mij voor de geest hoe bij mijn huwelijk de burgerij ons heeft ingehaald. Banden werden er gelegd tussen mij, mijn vrouw en de burgerij. Wij, mijn vrouw en ik voelen dit thans zoveel te meer, nu wij gereedstaan van hier te gaan. Ook bij de geboorte van onze twee kinderen, mochten wij de belangstelling van de burgerij in ruime maten ondervinden. Die hartelijke bewijzen zullen wij nooit vergeten, waar wij ons ook mogen bevinden. Wij blijven voor de betoonde sympathie hoogst dankbaar. En ook mijn kinderen zullen Westzaan niet vergeten.

Ik dank de raadsleden voor de goede raadgevingen, die ik van haar mocht ontvangen. Ook de wethouders en de secretaris, met wie ik dagelijks de gemeentebelangen mocht bespreken, voor de aangename omgang, mijn diepgevoelde dank. Voorts bedank ik alle gemeenteambtenaren zonder onderscheid voor hun medewerking al die jaren ondervonden dat ik aan het hoofd van deze gemeente stond.

De Wethouder Tip sprak aldus: Geachte Voorzitter, na uw afscheidsrede als burgemeester van deze gemeente, wens ik gaarne het woord te vragen. Ik zal echter kort en eenvoudig zijn. Ieder, die u persoonlijk kent, weet dat u een afkeer hebt van vleierij en zogenaamde opkammerij. Ik vermeen echter te mogen constateren, dat u in de bijna 25 jaren, die u als hoofd van de gemeente Westzaan werkzaam bent geweest, gedaan heeft wat in uw vermogen lag om de gemeentebelangen voor te staan en de bloei van de gemeente te bevorderen.

Dat uw streven niet tevergeefs is geweest, blijkt overtuigend door de bloei en de meerdere welvaart, waarin de gemeente zich vooral in de laatste jaren mag verheugen. Wij kunnen dan ook niet nalaten om u hartelijk dank te zeggen voor alles wat door u in het belang van de gemeente is gedaan. Wij blijven ons hij voortduring in uw gewaardeerde vriendschap aanbevelen en hopen, dat u nog tal van jaren in de gelegenheid zult mogen zijn om getuige te zijn van de voortdurende bloei van Westzaan, de gemeente Westzaan, waarvoor u bijna 25 jaar met lust en ijver werkzaam bent geweest. Bron: De Zaanlander 24 mei 1913

Steen van Ommeren, Arend van den

Zoelen, 5 februari 1842 – De Bilt, 24 september 1920

Arend François Louis Gerard Henri van den Steen van Ommeren, was twee maal burgemeester, zoon van Diedrich Jacob Arend G.F. en Eleonora Cornelia Ruijsch, gehuwd op 23 maart 1867 met Adrienne Wilhelmine Sophie van Swieten. Hij werd op 13 september 1884 benoemd tot burgemeester van Krommenie als eerste burgemeester van buiten de Zaanstreek.

Op gemotiveerd voorstel van burgemeester Van den Steen van Ommeren, werd door de gemeenteraad op 20 mei 1885 met algemene stemmen besloten; de Burgerschool tot een inrichting van meer uitgebreid lager onderwijs te maken, waar behalve de, verplichte leervakken ook de vakken onder, letters l, o. p. en q. der wet van 7 augustus 1878 zullen worden onderwezen: De Burgerschool, die een belangrijke verbouwing onderging, zal op die wijze aan de eisen des tijds en de behoeften van de gemeente kunnen voldoen.

Geschil

Naar aanleiding van een voorgekomen geschil in de laatst gehouden raadsvergadering, gaf Van den Steen van Ommeren op 30 juli 1890 te kennen tot zijn ontslag als burgemeester van de gemeente Krommenie te zullen verzoeken.

Het plotseling bedanken van de burgemeester werd door velen betreurd. Voor ongeveer zes jaar werd hij door de Koning benoemd. Met nieuwsgierigheid werd de man begroet en al spoedig gaf hij blijken van vaste wil en strenge opvattingen. Als gepensioneerd majoor van het Indische leger toonde hij een zelfstandigheid en werkkracht, waarover velen een woordje te zeggen hadden, niet gewoon aan zulk flink optreden van een hoofd van de gemeente Krommenie.

Hij toonde in vele opzichten, als in de organisatie van de brandweer, bij de aanleg van de waterleiding, op het gebied van onderwijs, bij heersende ziekten, bij onvermogen in het betalen van belastingen, in het strijden tegen onrechtmatige handelingen, bij het verzamelen van het gemeentearchief, bij het reinigen en herstellen van publieke wegen, het dempen van onreine sloten, enz. enz., een man te zijn, die niemand ontzag, en verwierf daardoor veler achting.

Dat zulke handelingen in een kleine gemeente, waar ieder gaarne meespreekt, te eniger tijd tot botsingen aanleiding moesten geven was te voorzien. Hij, de man, die jarenlang in Indië gewoond had en daar tot een hoge rang was opgeklommen, moest dikwijls strijden tegen de meningen van personen van weinig ondervinding, bekrompen van gedachten en daarbij een zekere vreesachtigheid tonende, veeltijds door eigenbelang gekweekt en die personen en zaken niet van elkander durfden onderscheiden.

Van der Steen van Ommeren zal bij velen een goeden indruk achterlaten. Moeilijk zal het zijn hem een opvolger te geven, en jammer, als hier de oude sleur van zaken, zo nadelig voor de vooruitgang van een plaats, weer ingevoerd werd. Het blijkt voor een gemeente van groot belang wie haar hoofd is. (Bron: Heldersche en Nieuwedieper Courant 3 augustus 1890.

Verzoek ingezetenen

Te Krommenie circuleerde op 4 augustus 1890 dan ook een lijst onder de ingezetenen aan burgemeester Van den Steen van Ommeren om hem te bewegen terug te komen op zijn besluit om ontslag te vragen. Burgemeester Van den Steen van Ommeren, heeft per gedrukte missive aan alle ondertekenaars van de lijst, waarbij hem wordt verzocht op zijn aanvraag om ontslag terug te komen, op 6 augustus 1890 bericht, dat hij zich gedrongen voelt om bij zijn eenmaal genomen besluit te volharden.

Op 16 augustus 1890 volgde eervol ontslag. Bij zijn afscheid van de vereniging Werkverschaffing werd hem in de vergadering een aangename verrassing bereid. Bij monde van Cornelis Walig ontving hij namens het bestuur van de vereniging een barometer als blijk van waardering voor de diensten door hem aan die inrichting bewezen. Na Krommenie volgde de gemeente Nijkerk in 1893 waarvan hij tot 1904 de burgervader was.

Het Departement van Oorlog bevorderd bij de militaire administratie, tot majoor-int. de kaptein.int. A. F. L. G. H. van den Steen van Ommeren; tot 1e luitenant-kwartier de 2e luitenant-kwartier.

Van den Steen van Ommeren is een telg uit het patriciërsgeslacht Van den Steen. De Nijmeegse burgemeester Arend François van den Steen (1766-1842) was een broer van zijn overgrootvader Jacob Diederik van den Steen (1751-1823), heer van Ommeren en van Wadestein.

Tange, Peter

Koog aan de Zaan, 8 juli 1952

Peter Tange burgemeester van Wormerland is de langst zittende burgemeester van Nederland. Hij werd in 2000 benoemd voor 6 jaar en zijn aanstelling werd in 2018 voor de derde keer verlengd. Tange volgde Jan Koppenaal op, die vanaf de fusie in 1991 van de gemeenten Jisp, Wijdewormer. de en Wormer tot Wormerland burgemeester was.

Tange was tussen 1975 en 1983 docent in het middelbaar onderwijs en tot 2000 directeur van verschillende scholen in Zaanstad. Naast zijn docentschap was hij tussen 1982 en 2000 gemeenteraadslid van Zaanstad voor de PSP (later GroenLinks).

Van 4 oktober 2012 tot 10 januari 2013 was hij tevens waarnemend burgemeester van Landsmeer. In die gemeente was de burgemeester opgestapt wegens gebrek aan vertrouwen door de raad.

Thomassen, Wim

Amsterdam, 3 oktober 1909 - Bergen NH, 16 juni 2001

Burgemeester Thomassen en koningin Juliana bij haar bezoek aan Zaandam in 1957. Bron Creative Commons Wikimedia.org

Willem (Wim) Thomassen, burgemeester van Zaandam van 1948 tot 1958, nadien burgemeester van Enschede en Rotterdam, lid Eerste en Tweede Kamer. Wim Thomassen werd opgeleid aan de MTS en vervolgens tot onderwijzer. In 1931 was hij vier maanden werkzaam aan de Kattegatschool te Zaandam. In Limburg functioneerde hij als voorzitter van de Arbeiders Jeugd Centrale. In 1936 volgde benoeming tot bezoldigd bestuurder, secretaris en redacteur van de socialistische jongerenorganisatie.

De AJC werd in 1940 opgeheven, toen de bezetter greep op de vereniging trachtte te krijgen. Thomassen vond in 1936 werk in zijn woonplaats Velsen, later in IJmuiden, in 1943 dook hij onder. Hij raakte betrokken bij verzetskranten als medewerker van Vrij Nederland. Door vrijwillige indiensttreding kwam een einde aan dit werk. Hij werd reserve-majoor van de algemene dienst en kwam op 8 mei 1945 als militair commissaris voor Zaanstreek-Waterland in Zaandam aan. In augustus van datzelfde jaar werd hij secretaris van de Nederlandse Volks Beweging (NVB), die een sleutelrol speelde in de na-oorlogse politieke vernieuwing.

Voorts bereidde hij als secretaris mede de oprichting van de PvdA voor. Na de oprichting van deze partij in 1946 werd hij secretaris tot in 1948 en tot 1965 lid van het partijbestuur. Van 1946 tot in 1948 zetelde hij in de Tweede Kamer. In mei 1948 werd hij benoemd tot burgemeester van Zaandam. In de daaropvolgende jaren van de Koude Oorlog kreeg hij de naam een 'communistenhater' te zijn, vanwege zijn scherpe opstelling jegens de CPN. Onder zijn leiding vond de economische wederopbouw van Zaandam plaats. Zaandam had in deze jaren relatief weinig last van arbeidsonrust. Van 1949 tot 1958 was hij voorzitter van het gewest Noord-Holland Noord van de PvdA. Bij zijn afscheid van Zaandam werd hij tot ereburger van die gemeente benoemd.

Thomassen werd in 1958 benoemd tot burgemeester van Enschede en van 1965 tot in 1974 burgemeester van Rotterdam. Van 1961 tot in 1971 was hij lid van de Eerste Kamer. Voorts was hij bestuurder van een aantal internationale organisaties. Hij ontving een aantal buitenlandse onderscheidingen en was Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en Groot-Officier in de Orde van Oranje Nassau.

Burgemeester van Zaandam verloor zijn proefproces

In september 1949 kwam Thomassen in het nieuws doordat hij voor het Haarlems kantongerecht terecht stond omdat hij zich in juli 1949 aan het strand van Heemskerk, gekleed in zwembroek, te water had begeven om op die manier een proefproces uit te lokken over de beperkende maatregelen, die aan het strand van Heemskerk gelden.

Twee zaken waren de burgemeester ten laste gelegd, namelijk dat hij een zeebad had genomen op een gedeelte van het strand, dat daarvoor niet door B. en W. was aangewezen en dat hij zich zonder behoorlijke bovenkleding op het strandgedeelte had bevonden, dat niet door B. en W. als zonnebad was bestemd.

Hij was het daar niet mee eens door een vonnis van de Haarlemse kantonrechter in een soortgelijke zaak, waar in was bepaald dat iets, dat op het ene gedeelte van een strand niet als onzedelijk wordt beschouwd, dat ook niet op een ander stuk van het strand kan zijn. De ambtenaar van het O.M., mr. H. Lagerwaard, noemde dit verweer onjuist en meende, dat B. en W. het recht hebben om bepaalde gedeelten van het strand te reserveren en hij laakte de houding van de burgemeester, die moedwillig de politieverordening van een andere gemeente had overtreden en daardoor het gezag van de overheid had geschaad.

Hij eiste een dag voorwaardelijke hechtenis. De burgemeester, die zichzelf verdedigde, voerde aan, dat hij zowel voor als na de bekeuring besprekingen heeft gehad met zijn ambtgenoot van Heemskerk en dat hij slechts de bedoeling had gehad klaarheid in deze zaak te brengen in het belang van zijn gemeentenaren. De kantonrechter achtte de verordening echter verbindend en legde de verdachte f 6 boete subsidiair twee dagen hechtenis op.

In het Zaandamse Zuiderhout is een haven naar hem vernoemd.

Tienen, Hendrik van

Purmerend, 28 september 1861 – Den Haag, 12 april 1950

Mr. dr. Hendrik Johan Christiaan van Tienen. Bron Beeldbank Gemeentearchief Zaanstad

Burgemeester, die zowel in Wormerveer als in Zaandam burgemeester is geweest. Hij promoveerde in 1885 cum laude tot doctor in de staatswetenschappen op het academisch proefschrift 'Het dwangrecht van het centraal gezag tegenover de gemeente'. Tot doctor in de rechtswetenschappen promoveerde hij op stellingen. Van 1887 tot 1895 was als lid van de Liberale Unie burgemeester van Wormerveer, van 1895 tot 1902 burgemeester van Zaandam. Daarna vestigde hij zich te Amsterdam.

Functies:
  • van 1887 tot 1895 burgemeester van Wormerveer,
  • van 1895 tot 1902 burgemeester van Zaandam,
  • Van 1896 tot 1902 was Hendrik van Tienen lid van Provinciale Staten,
  • van 1902 tot 1910 lid van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland,
  • van 1913 tot 1921 gemeenteraadslid van Amsterdam voor de Liberale Unie,
  • van 1917 tot 1919 wethouder voor de Openbare Gezondheidszorg en Armenwezen van Amsterdam. In die functie was hij o.a. voorzitter van het Steuncomité, dat werkte tijdens de eerste wereldoorlog,
  • voorzitter van het Burgerlijk Armbestuur en de Armenraad,
  • voorzitter van het hoofdbestuur van Het Witte Kruis,
  • voorzitter van Het Oranje Kruis,
  • lid van het comité van het Nederlandse Rode Kruis,
  • lid der Gezondheidscommissie,
  • lid van de Synode en van de Synodale Commissie van het Evangelisch Luthers Kerkgenootschap.
  • lid van het comité, tot het verkrijgen van gelden voor de gewonden in Griekenland (1896),
  • ere-voorzitter van de Zaanlandse Zeilvereniging.

Op 1 oktober 1924 verleende de Amsterdamse gemeenteraad eervol ontslag aan mr. dr. H. J. C. van Tienen.

Mr. dr. Hendrik Johan Christiaan van Tienen was Officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Tjaberings, Freerk

Andijk, 13 februari 1919 – Andijk, 5 februari 2001

Freerk Tjaberings, burgemeester (PvdA) van Krommenie van 1966 tot in 1971. Tjaberings was een opvallende verschijning. Hij was ruim twee meter lang en daarmee de langste burgemeester van Nederland. Na een ambtelijke carrière in verscheidene gemeenten werd Freerk Tjaberings in 1958 burgemeester van Muntendam en vervolgens van Krommenie. Hij werd vice-voorzitter van de Ontwikkelingsraad Zaanstreek, maar was desondanks een verklaard tegenstander van de samenvoeging tot Zaanstad. Toen Tjaberings in 1971 werd benoemd tot burgemeester van Hoorn werd hij opgevolgd door Gosse Oosterbaan die tot dan toe burgemeester van Zaandijk was.

Tjaberings was Officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Top, Hendrik

Zaandam, 10 augustus 1940 – Rhenen, 15 juli 2002

Hendrik Simon Top was burgemeester en ARP-, later CDA-politicus. Hendrik's vader, Siemen Top, was van 1957 tot 1980 burgemeester van de gemeenten Brandwijk, Molenaarsgraaf en Wijngaarden. Hendrik was eerst leerling-ambtenaar in Giessenburg en vanaf 1969 gemeentesecretaris van Driebruggen. Eind 1978 volgde zijn benoeming tot burgemeester/gemeentesecretaris van de gemeenten Goudriaan en Ottoland. Op 1 januari 1986 gingen de gemeenten op in de gemeente Graafstroom. Op 1 mei 1986 werd hij tot burgemeester van Zwartsluis benoemd; in 1991 volgde zijn benoeming tot burgemeester van Rhenen. In april 2002 ging hij vervroegd met pensioen en enkele maanden later overleed hij op 61-jarige leeftijd in zijn woonplaats Rhenen.

Maaren - van Balen, Loekie van

Wormerveer, 9 maart 1946

Louise Bernardina Maria (Loekie) van Maaren-van Balen is een oud-politica en PvdA-burgemeester van Leeuwarden.

Loekie van Maaren schenkt de lezer een ontluisterende blik in de keuken van het gemeentebestuur Leeuwarden middels haar boek Hoezo Burgemeester. met als ondertitel Ervaringen van de burgemeester van Leeuwarden 1999 - 2001, over de in haar ogen gesloten bestuurscultuur van de gemeente. Het thrillerachtige boek doet uit de doeken hoe zij met pek en veren werd besmeurd en uit de stad verjaagd. In 399 pagina´s pareert zij de bikkelharde kritiek van wethouders en raadsleden, die haar carrière knakten in het najaar van 2001. „Wat mij is overkomen, gun ik niemand.”

Van Maaren verhuisde met haar echtgenoot naar Weert. Het lidmaatschap van de PvdA heeft ze opgezegd.

Lees ook Goh Loekie, wat sneu en Loekie slachtoffer 'links machtsblok'

Vegelin van Claerbergen, Jhr Joachim Karel

Haskerland, 26 januari 1843 - Maarssen, 26 oktober 1902

Jonkheer Joachim Karel Vegelin van Claerbergen

Jhr Joachim Karel Vegelin van Claerbergen vervulde het ambt van burgemeester in de gemeenten Westzaan (1878-1879) en Wormerveer (1879-1887). Op 21 november 1873 huwde hij te Lochem Charlotta Helena Henrika Marin. Uit dit huwelijk werden, na de geboorte van een dochter in 1876, te Amsterdam op 12 november 1878 drie zonen geboren, onder wie jhr Pieter Benjamin Johan. Joachim Karel was een zoon van Pieter Benjamin Johan sr., kamerlid en één van de rijkste inwoners van Friesland.

Bij Koninklijk besluit werd de jonkheer op 15 juni 1868 tot kapitein-commandant van de op te richten dienstdoende schutterij te Haskerland benoemd. Hij werd in 1873 tot burgemeester van Hemelumer Oldephaerd en Noordwolde benoemd. In deze functie heeft hij de bouw van een armhuis aldaar gefinancierd. Toen dit earmhús na 1945 werd opgeheven en er een bejaardentehuis voor in de plaats kwam, heeft de Stichting als herinnering aan jhr Joachim Karel het tehuis de naam Claerbergen gegeven.

Vegelin van Claerbergen bracht op 20 april 1884 ter kennis van de Wormerveerse ingezetenen, dat in de loop van de volgende week, op de gewone kantooruren ter Secretarie van de gemeente een bus zal zijn geplaatst, waardoor een ieder in de gelegenheid werd gesteld, iets tot leniging van de ramp te Hilversum, waarbij de gehele spinnerij van de Hilversumse Stoomspinnerij en Weverij in de as werd gelegd, waardoor ongeveer 450 personen buiten werk werden gesteld en ongeveer 900 personen brodeloos raakten, bij te dragen. Vegelin van Claerbergen was eerder collega van de zittende burgemeester van Hilversum, Schrook, die als burgervader van Westzaan fungeerde.

Burgemeester jhr. J.K. Vegelin van Claerbergen werd in 1887 gekozen tot bestuurslid van Het Instituut voor doofstommen, departement Wormerveer. De betrokkenheid bij de zwakkeren in de samenleving bleek ook uit het feit dat de jonkheer in 1894 deel uitmaakte van de Vereniging van Weesvaders als lid van de commissie van toezicht over het financieel beheer van het weeshuis Lindelaan te Maarsen. Hij trok zich het lot van slecht verzorgde weeskinderen ten zeerste aan.

Veld, Joris in 't

Dubbeldam, 5 juli 1895 - Den Haag, 15 februari 1981

Joris in 't Veld. Bron Beeldbank Gemeentearchief Zaanstad

mr. dr. Joris in 't Veld, burgemeester van Zaandam (1937-1941 en 1945-1948), Eerste Kamerlid (voor en na de Tweede Wereldoorlog en 1952-1964), minister van wederopbouw en volkshuisvesting (1948-1952), hoogleraar in Leiden (1957-1965), Rector Magnificus Vrije Universiteit in Amsterdam (1959-1960), lid Raad van State (1964-1970).

Joris in 't Veld was zeven jaar als burgemeester van Zaandam in functie, maar verwierf in die betrekkelijk korte tijd een grote populariteit, met name ook door zijn opstelling tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op 19 mei 1940, kort na de capitulatie, sprak hij aan het graf van de geschiedenisleraar Sipke Lootsma bemoedigende woorden, twee dagen later verklaarde de sociaal-democraat in het openbaar zijn trouw aan het vorstenhuis. Bij de raadsverkiezingen van 27 juni 1940 herdacht hij de Zaanse gevallenen en stelde hij dat geen eigenschap in het Nederlandse volk sterker is dan de drang naar vrijheid en zelfstandigheid, niets verdraagt het moeilijker dan geestelijke onderdrukking'.

Conflicten met de Duitsers en vooral de NSB konden niet uitblijven en op 4 maart 1941, kort na de Februari-staking volgde zijn ontslag. Hij werd opgevolgd door NSB-burgemeester C. van Ravenswaay. Gedurende de verdere oorlogsjaren werkte hij als voorzitter van de bedrijfsgroep 'Houtindustrie'. Op 5 mei 1945 werd hij, per fiets, uitbundig binnengehaald en direct weer als burgemeester geïnstalleerd. Dit bleef hij tot zijn benoeming als minister van wederopbouw en volkshuisvesting (1948).

Joris in 't Veld was zoon van een groentehandelaar en werkte na Mulo op de secretarie in Dordrecht (1910) en als ambtenaar in Rotterdam (1914-1937). Inmiddels studeerde hij en werd hij in Leiden meester in de rechten. In 1929 promoveerde hij op de dissertatie 'Nieuwe vormen van decentralisatie' Vanaf het einde van de jaren twintig was hij actief in de SDAP, in 1931 werd hij voor deze partij in Provinciale Staten van Zuid-Holland gekozen tot 1937. Bij zijn benoeming tot burgemeester van Zaandam was deze gemeente overwegend socialistisch georiënteerd en armlastig.

In 1974 zei hij hierover: 'Het was er een rommelige boel, maar het opmerkelijke was dat een groot deel van de oorspronkelijke bevolking het ervoer als een gezellige rommel, waarin men zich thuis voelde. Er was weinig openbaar groen, geen behoorlijk rioleringsstelsel, 3000 woningen moesten het nog doen met een ton'.

Tijdens vrijwel zijn gehele ambtsperiode in Zaandam was In 't Veld lid van de Eerste Kamer. Al tijdens de oorlog werd hij lid van een commissie die wettelijke maatregelen voor na de bevrijding voorbereidde. Eind 1944 werd hij voorzitter van de toen ingestelde Ereraad, die klachten over vakbondsbestuurders onderzocht. Na de oorlog had hij ook zitting in de commissie die onderzoek deed naar 'het driemanschap' dat tijdens de bezetting de Nederlandsche Unie had geleid. Als gevolg van zijn benoeming tot minister in 1948 verliet In 't Veld Zaandam.

Nadien vervulde hij verscheidene politieke en maatschappelijke functies, zoals onder meer voorzitter Eerste Kamer-fractie PvdA (1952-1964), bestuurslid Humanistisch Verbond (1945-1963), lid College van beroep voor het bedrijfsleven (1957), bestuurslid Stichting Nederlandse Wereldomroep (1959) en voorzitter Staatscommissie tot herziening van het Ondernemingsrecht (1965).

Bij zijn afscheid in 1948 werd In 't Veld benoemd tot ereburger van Zaandam, voorts werd een park in Zaandam naar hem vernoemd. Hij was Commandeur in de Orde van Oranje Nassau en Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Versteeg, Hendrik Jacob

Wassenaar, 22 september 1842 - Den Haag, 10 december 1919

Hendrik Jacob Versteeg

Hendrik Jacob Versteeg, burgemeester van Wormerveer en Westzaan van 1876 tot 1878 en van Zaandam van 1878 tot 1894, woonachtig aan de Westzijde 81 was eerder burgemeester van Nieuwendam. Hij was echtgenoot van Agatha Diderica Elisabeth Laurentina van Gelder.

Versteeg werd in 1881 door de liberale Zaandamse kiezersvereniging bovendien kandidaat gesteld als raadslid en ook als zodanig gekozen. Dat een door de koning benoemde burgemeester daarnaast nog gekozen werd in de door hemzelf voorgezeten gemeenteraad, was in die tijd nog mogelijk. Het kwam vooral in kleine gemeenten voor. De combinatie bleek in Zaandam echter niet te bevallen. Versteegs raadslidmaatschap is in 1887 beëindigd. In Zaandam werd een straat naar hem vernoemd. In zijn ambtspe­ri­ode vond onder andere de sticht­ing van de zee­havens plaats.

Op 7 december 1894 neemt voorzitter Versteeg het woord tijdens de raadsvergadering voor het nemen van afscheid. Met ingang van 10 december 1894 benoemd zijnde tot burgemeester van Schiedam, na een circa 17-jarig verblijf in Zaandam, wenst hij in korte trekken op te sommen hetgeen gedurende dat tijdsverloop ter bevordering van de bloei en de welvaart van Zaandam tot stand is gekomen en verricht. Versteeg heeft getracht daarin naar zijn vermogen werkzaam te zijn en noemt als de meest belangrijke werken de Spoorwegverbinding, de Kanaalwerken, de Waterleiding, het vestigen van de Houtstapel en de aanleg van goede verkeerswegen en dankt de wethouders, de Raad, de Secretarissen en verdere ambtenaren, die steeds zo krachtig aan de ontwikkeling van de gemeente hebben bijgedragen. De Raad heeft door zijn besluiten zeker de kroon op die werken van vooruitgang gezet, besluiten, vaak ingrijpend op financieel gebied. Bij de behandeling van voorstellen in deze vergadering behoorde een wanklank tot de hoge zeldzaamheden en zijnerzijds vergeet en vergeeft hij op deze stond gaarne hetgeen hem minder aangenaam was. Een hartelijk vaarwel roept Versteeg de Raad toe, Gods zegen ruste op hun verdere arbeid! Lees hier de reacties van de raadsleden op Versteeg's afscheid.

Versteeg bekleedde van 1894 tot 1905 de functie van Burgemeester te Schiedam, later werd hij aangesteld als Lid Gedeputeerde Staten Zuid-Holland. Op 28 augustus 1899 werd hij benoemd tot officier in de orde van Oranje-Nassau en ridder in de Orde van de Leeuw en de Zon van Perzië.

Versteeg bezat een Naamloze Vennootschap genaamd 'Cultuur-Maatschappij Rust en Werk', gevestigd te Amsterdam. Haar doel was de exploitatie als cultuuronderneming van de suikerplantage 'Rust en Werk', met de daarbij behorende gronden 'Lust tot Rust' en 't Einde Rust', gelegen in de kolonie Suriname in het district Beneden Cottica en van zodanige andere gronden in de kolonie Suriname, als later door de vennootschap in eigendom of gebruik mochten worden verkregen, en het verkopen der gewonnen producten. Lees verder in de Nederlandse staatscourant van 26 januari 1889.

In Schiedam had Versteeg belangen in de NV Zeevisscherij 'De Hoop'. Lees verder in de Nederlandse staatscourant van 7 november 1895.

Hendrik Jacob Versteeg overleed op 10 december 1919 en werd ter aarde besteld op Oud Eik en Duinen te Den Haag.

Verstegen, Alexander Gustaaf Adolph

(Texel 1870 - Den Helder 1936)

Burgemeester van Koog (aan de Zaan) van 1929 tot 1935, wethouder voor de SDAP te Den Helder. Toen Verstegen in 1929 in Koog aan de Zaan werd benoemd had hij een uitgebreide loopbaan in de arbeidersbeweging achter de rug. Hij was onder meer mede-oprichter geweest van de Algemeene Bond voor Nederlandsche Marine Matrozen (1897) en was in 1901 tot 14 dagen hechtenis veroordeeld nadat hij misstanden in het marine-hospitaal in Den Helder naar buiten had gebracht.

In Den Helder was hij raadslid en wethouder voor de SDAP geweest. Zijn benoeming in Koog aan de Zaan had plaats tegen de uitdrukkelijke aanbeveling van de Commissaris van de Koningin in, die geen sociaal-democraat benoemd wilde zien. Terwijl de SDAP op dat moment vijf van de elf raadszetels in Koog aan de Zaan bezette. In 1935 moest hij wegens ziekte zijn ambt neerleggen. Een jaar later stierf hij in Den Helder.

Verstegen, Frederik

Den Helder, 4 februari 1907 - Uitgeest, 19 december 1972

Laatste burgemeester van Westzaan, Verstegen begon als volontair in zijn geboorteplaats te werken en werd in 1940 hoofdcommies in Leiden. In de jaren zestig werd hij raadslid voor de VVD in Bergen. In december 1969 volgde zijn benoeming tot burgemeester van Westzaan, wat hij als een bekroning op zijn carrière zag. In 1968 was hij 'even' waarnemend burgemeester van 'roerig' Vinkeveen waar het college van B & W vanwege een bouwschandaal in opspraak was gekomen.

Bij zijn pensionering in februari 1972 werd hij in verband met de komende samenvoeging tot Zaanstad benoemd tot waarnemer. Kort daarna kwam hij op 19 december 1972 bij een verkeersongeval in Uitgeest om het leven. Verstegen was Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Vijlbrief, Nicolaas

Leiden, 24 februari 1890 – Velp, 4 maart 1972

Nicolaas Vijlbrief in 1931

Burgemeester van Westzaan van 1951 tot 1955. Nicolaas Vijlbrief verbleef van 1914 tot 1924 in Nederlands-Indië, waar hij onder meer onderwijzer LO en MULO en vakbondsbestuurder was, mede-oprichter en directielid was van de nv Handelsdrukkerij de Indische Courant. Als gewezen redacteur-commissaris van de Suikerbond schreef hij in 1923 een artikelen-reeks over het Gewijzigd Ontwerp Burgerlijk Wetboek in verband met een wettelijk geregelde arbeidsovereenkomst, verschenen in een aparte bundel uitgegeven door de Suikerbond.

In een artikel in Het Volk hekelt Vijlbrief de praktijken van die werkgevers, die door middel van een propagandist van een politieke partij de opperste hoofden van de Inlandse bevolking beïnvloedden waardoor de ergste corruptie en de meest geraffineerde onderdrukking van de vrije meningsuiting van de bevolking werd veroorzaakt.

Na zijn terugkeer naar Nederland was hij onder meer chef-redacteur van het Rotterdams sociaal-democratische dagblad 'Voorwaarts' en redacteur van 'De Ambtenaar'. Hij werd in januari 1927 gekozen tot bezoldigd lid van het hoofdbestuur van de Nederlandse Ambtenaarsbond. In 1937 kwam hij voor de SDAP in de Eerste Kamer.

Van 5 mei 1942 tot 19 april 1943 werd hij door de Duitsers als gijzelaar vastgehouden in St. Michielsgestel. In juni, september en oktober 1940 namen de nazi's een groot aantal vooraanstaande Nederlanders gevangen. Hun gijzeling was een reactie op de gevangenneming van Duitsers in Nederlands-Indië. De door de nazi's opgepakte mensen werden daarom de Indische gijzelaars genoemd. Zij werden uiteindelijk in kamp Sint-Michielsgestel geïnterneerd. Eerst verbleven zij in een concentratiekamp in Schoorl, later in een aparte sectie van het concentratiekamp Buchenwald in Duitsland en vandaar werden ze overgebracht naar het Groot-Seminarie in Haaren, Brabant. Pas in mei 1942 werden zij toegevoegd aan ongeveer 460 Nederlanders die op 4 mei 1942, gevangengenomen werden en geïnterneerd in Klein Seminarie Beekvliet in St. Michielsgestel. De Indische gijzelaars werden nooit beschouwd als sabotagegijzelaars, die met hun leven borg stonden voor anti-Duitse daden bedreven door de Nederlandse ondergrondse. Begin 1943 werden de Indische gijzelaars overgeplaatst naar de Ruwenberg, op loopafstand van St Michielsgestel, waar ze veel meer vrijheden kregen dan de gijzelaars die achterbleven in St Michielsgestel.

Na de oorlog was Vijlbrief PvdA-wethouder Onderwijs van Voorburg en de eerste voorzitter van de door fusie tot stand gekomen Algemene Bond van Ambtenaren. In 1951 volgde zijn benoeming tot burgemeester van Westzaan.

Na zijn pensionering in 1955 vertrok hij naar Arnhem. Vijlbrief was Officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Vleuten, Jan van

Zaandijk, 25 januari 1762 - Zaandijk, 23 februari 1835

Eigenaar van papiermolens, patriot, burgemeester van Zaandijk.

Toen de Fransen in 1795 Amsterdam binnentrokken en de Bataafse Republiek werd uitgeroepen, was hij het die de mannen van Zaandijk bijeen riep in herberg De Zwaan om ze van dit heuglijke feit op de hoogte te stellen. Van Vleuten was één van de afgevaardigden van de Zaanstreek naar Den Haag, ter ere van de nieuwe koning, Lodewijk Napoleon.

Helaas bleek het Franse avontuur geen succes, maar hij was zeer verheugd toen hij als één van de afgevaardigden van de Zaanstreek, de teruggekeerde Prins van Oranje, de latere koning Willem I, mocht gelukwensen. Tijdens het grote Oranjefeest in 1814 las men op zijn illuminatie: “Ik ben, geloof mij vrij, voor een uytheemse franje, maar wel opregt gezind voor Neerland en Oranje”.

Van Vleuten heeft een schat van gegevens achtergelaten over de Franse tijd. Hij schreef over de loting van conscripts in Zaandijk en hield een dagboek bij, waarin voornamelijk politieke gebeurtenissen werden beschreven. Deze dagboeken beslaan de gehele periode van de Bataafse Republiek, de Franse Tijd en verder. Hij was ook één van de reizigers naar het slagveld in het Noorderkwartier. Zijn verslag daarvan berust, zoals ook zijn andere notities, bij het Gemeente-archief Zaanstad.

In het jaar 1800 erfde Jan van Vleuten van zijn oom Aris van der Ley de papiermolen 'Het Fortuin'. Zijn leven lang bleef hij koopman-fabrikant en woonde hij in het huis van oom Aris aan de Lagedijk 96. Hij was een ontwikkeld man met grote belangstelling voor politiek.

In Zaandijk is de Jan van Vleutenstraat naar hem vernoemd.

Walig, Cornelis

Krommenie, 13 augustus 1824 – Krommenie, 30 juli 1892

Cornelis Walig, notaris, curator, wethouder en burgemeester van Krommenie van 1856 tot 1866, zoon van de doopsgezinde leraar Jan Walig en Anna Honig. Walig huwde met Cornelia Catharina Kuijper. Hij werd als gemeentesecretaris in 1856 benoemd tot burgemeester van Krommenie als opvolger van Jan Schaap.

Op 20 april 1860 zijn Burgemeester en Wethouders van Krommenie voornemens op donderdag 3 mei 1860, in het openbaar aan te besteden: het aanleggen van een Algemene Begraafplaats te Krommenie, met bijkomende werken. Op 18 januari 1861 wordt in Krommenie ƒ 650,25 ingezameld ten behoeve van de noodlijdenden van de Watersnood. Op 7 mei 1866 geven burgemeester en wethouders van Krommenie te kennen dat de kermis in de maand mei niet gehouden zal worden en tot een nader tijdstip is uitgesteld. Op 21 juni 1866 wordt Cornelis Walig door Zijne Majesteit benoemd tot notaris binnen het arrondissement Haarlem met als standplaats Krommenie.

Walig bleef burgemeester tot zijn verzoek om ontslag in 1866 en werd opgevolgd door Klaas van Eden. Cornelis Walig werd begraven op de Algemene Begraafplaats van Krommenie aan het Blok.

Walig, Jan

Krommenie, 7 oktober 1860 - Santpoort, 18 oktober 1943

mr. Jan Walig, zoon van de eerdere burgemeester Cornelis Walig, notaris, advocaat en burgemeester, gehuwd met Maria Schaap, woonachtig aan de Lagedijk 60 te Zaandijk, werd in 1880 student te Amsterdam en promoveerde op 17 november 1885 aan de Universiteit van Amsterdam tot doctor in de rechtswetenschap, na verdediging van een academisch proefschrift getiteld: „De nadere overeenkomsten van artikel 1910 B.W.“. In 1889 werd hij bij Koninklijk besluit tot candidaat-notaris benoemd en na van 1893 tot 1896 burgemeester van Krommenie te zijn geweest, mocht hij zich op 2 maart 1896 als notaris te Zaandijk vestigen.

Op 27 december 1893 werd mr Jan Walig benoemd tot burgemeester van de gemeente Krommenie, in 1895 gevolgd door een aanstelling als kantonrechter-plaatsvervanger in het kanton Zaandam.

De gemeenten Koog aan de Zaan en Zaandijk behoorden tot het notariaat van Walig en aan het feit dat wijlen mr. M. Donker Zaandijker van geboorte was, dankte Zaandijk de eer de notaris van de beide gemeenten als burger te bezitten. In 1936 was mr. Jan Walig 40 jaar actief als notaris. Bij Koninklijk Besluit van 9 augustus 1937 is aan mr. Jan Walig, op zijn verzoek met ingang van de dag van indiensttreding van zijn opvolger eervol ontslag verleend uit zijn betrekking van notaris te Zaandijk.

Op sportief gebied nam Walig regelmatig deel aan nationale kolfwedstrijden. Hij maakte voorts deel uit van het bestuur van het Witte Kruis. Bij Koninklijk besluit van 9 augustus 1937 is aan mr. Jan Walig, op zijn verzoek met ingang van de dag van indiensttreding van zijn opvolger eervol ontslag verleend uit zijn betrekking van notaris te Zaandijk.

Wempe, Hendrik Eduard

Leiden, 21 november 1873 - Den Haag, 17 juni 1946

Hendrik Eduard Wempe

Hendrik Eduard Wempe, Evangelisch Luthers, van beroep legerofficier in Nederlands-Indië, drager van de Militaire Willemsorde 4de klasse (1907), militair commandant in Tapanoeli (1913), in 1923 eervol ontslag verleend wegens volbrachte diensttijd in de rang van luitenant-kolonel der infanterie. Op 7 juli van dat jaar met zijn gezin naar Nederland teruggekeerd, benoeming tot burgemeester van Westzaan op 25 november 1925, eervol ontslag op 1 juli 1938, lid van de Gewestelijke Landstorm Kommissie 'Stelling van Amsterdam' in 1929, overleden te 's-Gravenhage op 17 juni 1946, oud 72 jaar.

Gehuwd te Amsterdam op 29 augustus 1908 met Etty Frederika van Eelders, geboren te Sipirok, Bataklanden, Sumatra op 10 december 1884, Remonstrants, te Westzaan op 8 oktober 1937, oud 52 jaar, begraven op 12 oktober op de Algemene Begraafplaats te Westerveld, dochter van Ernest Frederik Lodewijk Jan Hendrik van Eelders, bestuursambtenaar op Sumatra’s Westkust, en Kim Kiok Nio Poa. Uit dit huwelijk drie dochters.

Zinderen Bakker, Rindert van

Ter Apel 5 mei 1912 - 2 juli 1993

Burgemeester van Westzaan en de laatste burgemeester van Koog aan de Zaan. Rindert van Zinderen Bakker werkte voor de oorlog in Groningen en werd in 1939 aangesteld bij het kadaster in Alkmaar. Tijdens de oorlog was het echtpaar Van Zinderen Bakker onder meer betrokken bij de illegale bladen Robu en De Vrije Alkmaarder. In januari 1944 werd hij gearresteerd en gedeporteerd naar Dachau. Zijn vrouw en kind doken onder.

Onmiddellijk na de oorlog kwam hij in de noodgemeenteraad van Alkmaar en in 1946 werd hij wethouder voor de PvdA. In 1953 werd hij weer gewoon raadslid. In 1955 werd hij benoemd tot burgemeester van Westzaan, hetgeen hij ruim vijf jaar bleef. In 1960 volgde zijn benoeming tot burgemeester van het grotere Koog aan de Zaan.

Onder zijn burgemeesterschap kwam onder meer het besluit tot de bouw van de nieuwbouwwijk Westerkoog tot stand. Hij was in zijn Zaanse periode bestuurder van een groot aantal instellingen, waaronder:

  • voorzitter Nederlandse Unie van Speeltuinverenigingen,
  • bestuurslid Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels,
  • bestuurslid Stichting Kennemerduinen,
  • voorzitter Stichting Vluchtelingenhulp Zaanstreek,
  • bestuurslid Nederlandse Federatie voor Vluchtelingenhulp,
  • bestuurslid Ons Huis Koog,
  • lid Ontwikkelingsraad en
  • hoofdingeland Hoogheemraadschap van Uitwaterende Sluizen.

Geboren als Rindert Bakker, op verzoek bij Koninklijk Besluit in 1957 het recht de oude familienaam Van Zinderen Bakker te voeren. Gehuwd met Geessie Jantina Roede.

Na de samenvoeging tot Zaanstad verliet Van Zinderen Bakker de streek.

  • lijst_van_burgemeesters.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/01/26 14:53
  • door jan