Lijst van economische onderwerpen

Tag#
328

Aardolie- en steenkoolhandel

Handelstak, belangrijk geworden met de komst van de stoommachines en later de elektriciteit. Steenkool, ook wel eens “zwart goud` genoemd, is een verzamelnaam voor een groot aantal delfstoffen met zeer verschillende eigenschappen. Alle zijn zwart van kleur en worden in lagen, meestal diep onder de aardoppervlakte, aangetroffen; ze danken hun ontstaan aan langzame ontleding en omzetting van grote hoeveelheden (meestal plantaardig) materiaal. Steenkool werd op grote schaal toegepast nadat James Watt in 1769 de stoommachine had uitgevonden; daarvóór werd het wel al gebruikt voor de huisverwarming en als keukenbrandstof. Ook de winning van gas uit steenkool werd winstgevend (zie: Gasfabrieken).

→ Lees verder...

Acht bv, de

Gereedschapmakenj te Krommenie. Het bedrijf werd in 1970 opgericht door acht voormalige werknemers van Thomassen & Drijver/Verblifa (Verenigde Blikfabrieken) nv die in verband met de sluiting van de vestiging van dit bedrijf te Krommenie, zonder werk dreigden te komen. Voor de financiering van hun bedrijf maakten de acht gebruik van het geld dat zij kregen in het kader van de afvloeiingsregeling

De acht werden werkgever, aandeelhouder en werknemer tegelijk, met de bepaling dat als een van hen zou vertrekken, die de aandelen aan de bv zou verkopen. Drie van de oprichters werden aangewezen als bedrijfsleiding. Bij het vaststellen van de lonen werd uitgegaan van het salaris dat men bij het vroegere bedrijf verdiende. Machines werden dankzij de medewerking van Thomassen & Drijver/Verblifa goedkoop in huurkoop verkregen. Een hal in het oorspronkelijke bedrijf werd ingericht als werkruimte. De Acht houdt zich onder meer bezig met de productie van stempels en matrijzen. In 1991 werkten nog 4 personen bij de Acht.

Adelaar, de

Het fabrieksgebouw van de Adelaar

Voormalige zeepziederij van de firma Jan Dekker aan het Zaandijkerwegje te Wormerveer. Nadat de zeepfabricage werd beëindigd is het gebouw lang als pakhuis in gebruik geweest. Na enkele fusies, de firma Jan Dekker lieerde zich aan de Chemische fabriek Naarden en deze werd later door Unilever overgenomen, en ten gevolge van de deplorabele staat van het gebouw kwam het verouderde pand buiten gebruik.

Unilever bood het object aan de belendende industrie Loders Croklaan BV aan. Deze wilde het pand aanvankelijk slopen, maar enkele Zaanse instellingen die zich beijveren voor het behoud van historisch belangrijke en/of beeldbepalende gebouwen tekenden hiertegen bezwaar aan. De Adelaar is mede daardoor op de voorlopige monumentenlijst van de provincie geplaatst.

Het fabrieksgebouw van de Adelaar is dus nog aanwezig en wordt gekenmerkt door een grote op het dak van de watertoren geplaatste adelaar van beton, volgens sommigen van gegoten ijzer. Het gebouw is in 1906 herbouwd, na een verwoestende brand. Ook op het dak van het eerste gebouw uit 1896 stond een adelaar. Bij de brand van 1906 viel deze in de Zaan. Het hardnekkige verhaal wil dat deze adelaar van massief brons was.

In 1991 was er het voornemen het pand, mede met reeds toegezegde subsidies van de provincie en de gemeente, te restaureren en tot kantoortoren van Loders Croklaan in te richten. In het pand, rijksmonument sinds 2004 vanwege de unieke toepassing van betonskeletbouw, is sinds april 2008 het modebedrijf Vanilia gevestigd. Dit is een voorbeeld van hergebruik van industrieel erfgoed.

→ Lees verder...

ADO-Scholtz bv

Papierwarenbedrijf in Krommenie. De basis voor het bedrijf werd gelegd in augustus 1927 toen de grossierderij in handelsdrukwerk van N.G. Kerssens werd ondergebracht in de Algemene Drukkerij Onderneming (ADO), een drukkerij-combinatie van Schouten en Van Diepen uit Assendelft. Tegelijkertijd werd Kerssens opgenomen in de directie. In 1962 splitsten de drukkerijen Schouten en Van Diepen zich af en nam Kerssens de bedrijfsnaam en de voorraden van ADO over.

Na de overname van de Amsterdamse firma Scholtz (decoratieve linten en corsages) werd de naam gewijzigd in ADO-Scholtz, die zich vestigde in een voormalige bakkerij van coöperatie Werkmanskracht aan de Wilhelminastraat te Krommenie en later aan de Noordervaartdijk. Kort daarop werd het Alkmaarse cartonnagebedrijf Succes in het bedrijf opgenomen.

Het bedrijf behoorde tot de vijf grootste leveranciers op verpakkingsgebied van het land en verkocht ruim 7.000 artikelen, waaronder verpakkingen en decoratiematerialen, die de klant zelf moest verwerken. Daarnaast had het een industriële verpakkingstak (1991).

Bij ADO-Scholtz waren in 1991 30 personen in dienst.

Volgens de Staatscourant van 6 februari 2012 is A.D.O. SCHOLTZ B.V. PLASTIC PACKING failliet verklaard op 15-11-2007.

Ahold nv, Koninklijke

Het laatste Ahold-logo

De naam Koninklijke Ahold werd gevoerd tot 23 juli 2016, daarna werd Ahold Delhaize de handelsnaam als primaire detailhandelsorganisatie, die levensmiddelen en andere consumentenproducten verkoopt via winkelketens in Nederland als Albert Heijn, Gall & Gall, Etos, de Verenigde Staten waaronder BI-LO, Giant Food Stores, First National Supermarkets, Tops Markets, België met Delhaize en Etos en Tsjecho-Slowakije met Mana. Een aantal producten uit het levensmiddelenassortiment wordt in eigen bedrijven vervaardigd of verwerkt.

Daarnaast werd door Grootverbruik Ahold aan institutionele en horeca-afnemers geleverd. Met het oog op het wegvallen van de Europese binnengrenzen na 1992, participeert Ahold in de European Retail Alliance en AMS Marketing Service.

Ahold nv kwam voort uit een kleine kruidenierszaak van Albert Heijn sr te Oostzaan. In het ruim honderdjarig bestaan werd, nationaal en internationaal, een enorme expansie bereikt.

→ Lees verder...

Allan, Johannes Jacobus

Westzaan 13 oktober 1862 - Driehuis 7 juli 1933

Westzaans ondernemer en politicus. Het geslacht Allan was in de 19e en 20e eeuw een van de meest vooraanstaande geslachten van Westzaan, met als meest opvallende exponent de hier genoemde Johannes Jacobus, naar wie een gedeelte van de hoofdstraat van het dorp genoemd is. In 1894 was J.J. Allan één van de oprichters van drukkerij Van Dijk en Allan.

Voorts was hij lange tijd directeur van de bootdienst tussen Westzaan en Koog, en in 1915 één van de initiatiefnemers tot de oprichting van een busdienst tussen Westzaan en Koog-Zaandijk. Vanaf 1912 was hij gemeenteraadslid voor de Vrijzinnig Democratische Bond; in 1916 werd hij leider van de tweemansfractie. Vanaf 1920 fungeerde hij als wethouder, terwijl hij ook nog enige tijd loco-burgemeester was.

Zijn zoon J.J. Allan (1898-1973), directeur van drukkerij Van Dijk en Allan, was eveneens raadslid en wethouder van Westzaan.

Alphenaar Stansen bv

Stansbedrijf te Wormerveer, oorspronkelijk te Zaandijk, en voorts lange tijd aan de Jan Bestevaerstraat te Koog. Het bedrijf werd als cartonnagefabriek opgericht in 1927. In 1954 werd het besluit genomen tot de specialisatie in stanswerk. Alphenaar werd daardoor voornamelijk afleveringsbedrijf voor de grafische industrie. Dit had een zodanige groei tot gevolg dat in 1968 het huidige bedrijfspand aan de Industrieweg (nr. 13) te Wormerveer kon worden betrokken.

Hoofd-activiteiten zijn stansen en plakken, bijvoorbeeld voor de productie van legpuzzels. Met ongeveer 80 personeelsleden (1991) is de onderneming als loonstanserij een der grootste afwerkingsbedrijven van grafische producten in ons land.

Op 11-05-2005 heeft de rechtbank de firma Alphenaar Stansen B.V., ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 35020948 in staat van faillissement verklaard, met benoeming van tot bewindvoerder. Het insolventienummer is F.04/145.

Alreso Elektronica BV

Elektrotechnisch bedrijf te Zaandam. Alreso werd opgericht in 1972 door Kornelis Tjalsma (1944-1996). Het bedrijf begon aan de Westzijde, verhuisde nog in het oprichtingsjaar naar het Breedweer te Koog, in 1974 naar het Zuideinde te Wormerveer, in 1976 naar de Zeemansstraat te Zaandam, in 1984 naar de Aris van Broekweg te Zaandam en in 1986 naar het voormalige Johannes-ziekenhuis, dat leeg was gekomen door de fusie tot De Heel, aan de H. Gerhardstraat. Alreso was aanvankelijk vooral actief op het gebied van de automatisering, nadien steeds meer op het gebied van de hoofdfrequentietechniek en micro-elektronica.

→ Lees verder...

Ambacht

In de economie dat deel der productie dat, in tegenstelling tot die in fabrieken, zonder tussenpersonen tot stand komt. Er is een onmiddellijke verhouding tussen producent en consument; kenmerkend is dat de ambachtsman het product geheel vervaardigt of tenminste voor een groot deel. Terwijl vroeger een aanzienlijk deel van de productie ambachtelijk werd vervaardigd, is de taak van de ambachtsman sinds de 19e eeuw steeds meer door de industrie overgenomen.

In dit proces heeft de Zaanstreek, als een der eerste industriegebieden, sinds het begin van de 17e eeuw een rol gespeeld; denk in dit verband aan de talrijke industriemolens. Van de specifieke Zaanse ambachten is weinig bewaard gebleven. Er zijn nog twee molenmakerijen. Andere ambachten zoals de kopergieterij ten behoeve van de witpapiermolens, zijn verdwenen. De zevenmakerij is geïndustrialiseerd, de harenmakerij wordt nog in een enkele oliemolen bedreven. Ondanks voortgaande industrialisatie is het ambacht evenwel niet geheel uit de samenleving verdrongen.

→ Lees verder...

Ambulancevervoer

Vervoer van zieken- en ongevallenslachtoffers, in de Zaanstreek uitgevoerd door Boon's Ambulance bv en de Dienst Volksgezondheid (voorheen ook door Erven Jan de Boer). Zie: Gezondheidszorg

Ammeraal Conveyor Belting bv

Oorspronkelijk Zaans familiebedrijf op het gebied van proces- en transportbanden, sinds juli 1985 gevestigd te Heerhugowaard. In 1950 begon Th. Ammeraal sr., die toen dertig jaar ervaring had in de fabricage van technische weefsels, Ammeraals Weverijen te Wormer. In 1953 werd het bedrijf naar Wormerveer verplaatst, waar een grotere ruimte in gebruik werd genomen. In 1954 werd in het Brabantse Schaijk met de productie van eindloos geweven banden begonnen. Later werden ook geïmpregneerde banden vervaardigd en kwam de productie van PVC transportbanden, aanvankelijk met een maximale breedte van één meter, op gang. Het bedrijf had toen reeds veertig werknemers in dienst.

→ Lees verder...

Arbeidsplaatsen en bedrijfsgrootte

Onder een arbeidsplaats wordt verstaan: een betaalde functie waarin meer dan 15 uur per week wordt gewerkt. De bedrijfsgrootte wordt (althans hier) bepaald door het aantal arbeidsplaatsen dat een bedrijf biedt. De werkgelegenheid wordt gevormd door het totaal aantal arbeidsplaatsen. Door optelling van het aantal arbeidsplaatsen binnen economische sectoren is inzicht te krijgen in de Werkgelegenheid die de verschillende bedrijfstakken door de eeuwen heen boden en thans bieden.

→ Lees verder...

Arbeidsverhoudingen

De (rechts-)betrekkingen tussen werkgevers en werknemers (ook: de verhouding met betrekking tot de arbeid.) Bij het vaststellen van de arbeidsverhoudingen kan ook de overheid betrokken zijn. Werkgevers, werknemers en overheid geven vorm aan de arbeidsvoorwaarden en de sociaal-economische politiek. De partners verkeren in een onderhandelings-, overlegen strijdsituatie, vooral in periodes voorafgaande aan de vaststelling van de collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO's).

→ Lees verder...

Artillerie Inrichtingen (AI)

Producent van munitie te Zaandam, aan het Noordzeekanaal ten oosten van de voormalige Hembrug op de zuidwestelijke hoek van de Voorzaan. De productie van de munitie werd in de jaren 1885-1889 vanuit Delft naar Zaandam overgebracht. Op 1 januari 1973 werd het staatsbedrijf omgezet in een naamloze vennootschap onder de naam Eurometaal nv.

De Artillerie Inrichtingen hebben de Zaanstreek steeds veel werkgelegenheid geboden. Daarbij dient wel in het oog te worden gehouden, dat het aantal arbeidsplaatsen bij de AI sterk schommelde. Bij toenemende spanning in de wereldpolitiek en bij oorlogsdreiging, nam ook het aantal arbeidsplaatsen bij de AI toe. In dit licht verwondert het niet dat juist ook tijdens de Eerste Wereldoorlog en vlak voor de Tweede Wereldoorlog zeer velen bij het bedrijf werkzaam waren: in 1917 boden de Artillerie Inrichtingen bijna 8500 arbeidsplaatsen, in 1939 ongeveer 5300.

→ Lees verder...

Asmeta

Vroegere naam van Assenburg bv te Assendelft, welke onderneming deel uitmaakt van de Samas-groep n.v. Zie: Aspa bv bv.

Aspa bv

Logo van Aspa

Tot internationaal bedrijf uitgegroeide onderneming in de branches kantoorinrichting, -meubelen en -machines, alsmede kantoorartikelen, en -automatisering, zowel de handel hierin als de productie hiervan. Sinds 1977 is Aspa een werkmaatschappij van de Samas-Groep nv. Deze naamloze vennootschap, waarvan de aandelen op de beurs van Amsterdam zijn genoteerd, is gevestigd te Maarssen, maar de wortels van het bedrijf liggen in de Zaanstreek. De hoofdvestiging van Aspa bv is thans Utrecht, in Zaandam is alleen nog een regionaal verkoopcentrum gevestigd.

→ Lees verder...

Assenburg bv

Produktiebedrijf van stalen meubelen, voornamelijk kantoormeubilair, te Assendelft, deel uitmakend van de divisie Industrie van de Samas-groep nv. Zie: Aspa bv bv.

Autobedrijven

Bedrijven die zich bezig houden met verkoop, onderhoud en/of herstel van auto's. Zie ook: Economische geschiedenis geschiedenis 3.104. Binnen de branche wordt van veel namen gebruik gemaakt, zoals autobedrijven, automobielbedrijven, garagebedrijven, garages, autohandels, auto-dealers, auto-service-bedrijven, of auto-reparatie bedrijven. Autobedrijven in de strikte zin des woords houden zich bezig met verkoop en onderhoud van automobielen. Daarnaast zijn er bedrijven die zijn gespecialiseerd in één of een paar onderdelen van auto's (bijvoorbeeld banden of uitlaten), bedrijven die slechts de schade wegwerken, of uitsluitend keuringen uitvoeren. Ook zijn er tectyleerbedrijven en autosloperijen. De autobedrijven in de strikte zin des woords zijn georganiseerd in de Bovag.

→ Lees verder...

Automatisering Management Nederland (AMN) bv

Adviesbureau op gebied van informatica te Zaandam en thans Leiden. Het adviesbureau kwam voort uit het in mei 1983 opgerichte bureau AVC Consulting. Nadat in 1984 een klein systeemhuis werd overgenomen, werd de naam per januari 1985 gewijzigd in AMN. Het bedrijf was oorspronkelijk gevestigd aan de Vincent van Goghweg te Zaandam; later werd het verplaatst naar de Kleine Tocht en nog later naar de Ronde Tocht. AMN adviseert op het gebied van automatisering. Adviseurs bezoeken cliënten en blijven daar voor de duur van de consulting en/of opleiding (detacheringsservice). AMN levert zodoende informatica-kennis vanaf interim management tot en met programmering. Het bedrijf richt zich landelijk op de totale administratieve markt met het accent op accountancy, overhead instellingen, retail (informatie aan grootwinkelbedrijven) en detailhandel. In 1988 werd AMN een volledige dochter van Kern Groep Holding; in `89 werd het bedrijf naar Leiden verplaatst.

Corn. Bak BV

handelskwekerij gevestigd op Dorpsstraat 11B te Assendelft. De kwekerij werd in januari 1929 als eenmanszaak opgericht door de 24-jarige Cornelis Bak. Op de driekwart hectare land die hij op dat moment tot zijn beschikking had begon hij met het telen van groenten, bloemen, bollen en potplanten, waartoe hij zich de eerste jaren beperkte. Zijn eerste kas met een oppervlakte van 500 vierkante meter bouwde hij in 1933; in 1947 werd 500 vierkante meter kas bijgebouwd. Omstreeks 1956 is een begin gemaakt met de Bromelia-teelt. De eerste Bromelia op het bedrijf was de Vriesea splendens. De eerste bloeiende Vriesea splendens werd in 1958 verkocht.

→ Lees verder...

Bakker Zaandam, Jan

Bouw- en aannemersbedrijf, opgericht op 6 december 1920 door Jan Bakker uit Zaandam als bouw- en aannemersbedrijf J. Bakker. Tot 1960 wordt de onderneming uitgeoefend als firma, een eenmanszaak. Vanaf 18 december 1960 is de onderneming ondergebracht in de NV Bouw- en Aannemersbedrijf J. Bakker. In december 1961 werd het bedrijf omgezet in een NV. In 1976 wordt de NV omgezet in een BV, Bouw- en Aannemersbedrijf J. Bakker BV.

→ Lees verder...

Bakker Jz., Grafische Kunstinrichting S.

Voormalige drukkerij te Zaandijk, aan de Provincialeweg op de grens met Koog. De omstreeks de eeuwwisseling opgerichte drukkerij muntte direct uit door de hoge kwaliteit der vervaardigde producten. Opmerkelijk daarbij was de vroege en veelvuldige toepassing van fotografie, waarvoor Bakker eigen fotografen in dienst had.

Bovendien ontwikkelde het bedrijf, waar enkele tientallen werknemers bij betrokken waren, een eigen afdeling chemigrafie of cliché-fabricage. Vermeldenswaard is dat na een staking in 1924 enkele ontslagen medewerkers die in het bedrijf een hoge graad van scholing hadden bereikt zich zelfstandig hebben gevestigd. Daardoor ontstonden de drukkerijen van C. Blank, Blank & Zn en Mercurius, opgericht door twee broers Woudt te Wormerveer. Drukkerij S. Bakker Jz. breidde zich later aanzienlijk uit, maar kwam begin jaren '80, mede ten gevolge van een aangegane fusie, in financiële moeilijkheden, waarna in 1984 liquidatie volgde.

De nog aanwezige bedrijfsgebouwen, die in het verleden tot een insnoering tot tweebaans verkeersweg van de vierbaans verbinding Zaandam-Wormerveer noodzaakten, werden overgenomen door Cacao de Zaan bv

Beschuitfabrieken

Zie: Beschuit Ten onrechte wordt soms verband gelegd tussen de Beschuitbakkerij in Wormer en Jisp in de 17e en 18e eeuw en de Zaandamse beschuitfabrieken die rond de laatste eeuwwisseling tot stand zijn gekomen. Dat verband bestaat niet. De fabrieksmatige vervaardiging van tafelbeschuit ontstond bijna 150 jaar na de teloorgang van de scheepsbeschuitbakkerij en was daarvan niet de voortzetting. Hoewel ook Albert Heijn (Zie: Ahold, paragraaf Marvelo) voor de Tweede Wereldoorlog een beschuitfabriek ten behoeve van zijn filiaalbedrijf exploiteerde, wordt deze hier niet behandeld. De productie werd gestaakt nadat was gebleken dat de verkoop in eigen winkels onvoldoende was om verdere investeringen voor deze fabriek te rechtvaardigen. Evenmin wordt aandacht besteed aan de beschuitproductie van de verschillende voormalige bakkerscoöperaties in de Zaanstreek (zie: Coöperatie, aangezien deze niet fabrieksmatig plaats had. Als enige worden hier daarom de twee grote beschuitfabrieken van Verkade en Hille behandeld.

→ Lees verder...

Betonfabricage

Bedrijfstak, belangrijk in de 20e eeuw, met in de Zaanstreek een aantal voor het merendeel later weer verdwenen fabrieken, die werk boden aan ca. 100 personen. Beton, ofschoon al toegepast door de Romeinen, werd als bouwmateriaal eerst belangrijk in de 19e en vooral in de 20e eeuw.

→ Lees verder...

Biscuitfabrieken

Bedrijven die zich specialiseren in de productie van biscuits: droog, bros en daardoor duurzaam klein gebak van tarwebloem met vet, suiker, vanille enzovoort, dat als versnapering wordt gegeten. Biscuits worden in vele smaak- en vormvariëteiten geproduceerd en zijn door de fabrieksmatige vervaardiging goedkoper dan de (banket-)bakkerskoekjes. In de Zaanstreek bestaan nog twee biscuitfabrieken (Koninklijke Verkade en Swart-Vicomte. beide te Zaandam), enkele andere zijn verdwenen.

Bij de Kon. Verkade bv is de biscuitproductie en -verkoop een der pijlers van de huidige bedrijfsvoering. In 1911 - de onderneming bestond toen 25 jaar - werd in een proeffabriek begonnen met de vervaardiging van twee soorten biscuits: Marie en Petit Beurre. Tevoren had men zich georiënteerd en vakmanschap verworven in Engeland en Schotland, de bakermat van de biscuits. Daar was al in 1826 een eerste biscuitfabriek opgericht.

→ Lees verder...

Blans, Hendrik

Hendrik Blans (1801-1884) gehuwd met Elisabeth Besbrink (1808-1891) was koopman en fabrikant met de pelmolens De Wildschutter, De Houtsnip en De Abraham. Toen De Houtsnip verbrandde bouwde Hendrik's zoon Klaas Blans (1831-1878), gehuwd met Johanna Clasina Rietveld (1833-1916), op deze plek weer een molen met dezelfde naam. Bovendien kwam hij in 1873 in het bezit van De Grauwe Gans en De Wildschutter. De zaken gingen blijkbaar voortreffelijk, want Klaas Blans besloot in 1876 een moderne rijstpellerij te bouwen aan de Oostzijde. Hiervoor werd het buiten Zaanlust, waar eens de papierfabrikant Pieter Smidt van Gelder had gewoond, gekocht en gesloopt.

→ Lees verder...

Blees, Gerrit Jan

(1877-1961)

Boekhandelaar in Zaandam, tevens antiquaar en kunsthandelaar, amateur astroloog en auteur van verschillende geschriften, waarvan het boekje 'De Westzijde te Zaandam in 1883' het meest bekend werd. Blees zette in 1915 de door zijn vader in 1883 opgerichte boek- en kantoorboekhandel voort en kreeg door zijn erudiete liefde voor het boek landelijke bekendheid in vakkringen.

Zie verder: Blees Kantoorinrichters bv.

Blees en Kluyvers Houtimport bv

In 1919 te Zaandam door P.J. Kluyver en J.G. Blees opgerichte handelsonderneming, oorspronkelijk gevestigd aan de Ooievaarstraat en na enkele jaren verplaatst naar een houten kantoor achter Stationsstraat 1.

Kluyver kwam uit een geslacht van houthandelaren (zijn vader was eigenaar van de in 1876 gebouwde stoomzagerij De Zaan, bij de Watering in het Westzijderveld). Blees, de zoon van boekhandelaar K. Blees Gz. te Zaandam, trok zich na enkele jaren terug uit de houtimportzaak om in de leeggekomen zagerij De Zaan een houtwolfabriek te beginnen (zie:Blees Houtwol). Hoewel PJ. Kluyver de zaak alleen voortzette (na enkele jaren evenwel werd J. Zwart in de directie opgenomen). bleef het bedrijf steeds de naam Blees en Kluyver behouden

→ Lees verder...

Blees Kantoorinrichters bv

Kantoorinrichtingsbedrijf te Zaandam. Het bedrijf werd opgericht in juni 1883 door de 32-jarige kantoorbediende Klaas Blees Gzn.(1851-1915), die in een gehuurd huis aan de Westzijde een boek- en kantoorboekhandel begon. Het eerste jaar dreef zijn vrouw de winkel, maar toen het bedrijfje levensvatbaar bleek nam Blees in 1884 ontslag als procuratiehouder om zich geheel aan zijn eigen zaak te wijden.

→ Lees verder...

Blekerij

Tak van nijverheid met als doel een zuiver witte kleur te geven aan van nature grauwe textielsoorten zoals linnen en katoen. Tegenwoordig worden de vezels of garens daarvan met chemische middelen gebleekt, vroeger behandelde men de geweven stoffen, later ook de garens, door ze te spoelen in een mengsel van plantenas en water. Hierna volgde een behandeling met zure melk, vervolgens werd met schoon water gespoeld en tenslotte stelde men het materiaal bloot aan zonlicht. De op deze manier in de middeleeuwen al beoefende blekerij berustte op de proefondervindelijk vastgestelde alkalische werking van plantenas of potas en de evenzo empirische kennis van lichte zuren, de zure melk, terwijl het nableken in de zon algemeen gebruikelijk was; bij vele woningen bevond zich een bleekveldje.

→ Lees verder...

Bodamer International bv

Handelsonderneming te Zaandam. De handelsondememing werd opgericht in februari 1969 door H. Scheffer. Het bedrijf im- en exporteerde professionele elektronische componenten (met name voor lucht- en ruimtevaart en communicatietechnieken) en vertegenwoordigde Amerikaanse, Engelse en Franse producenten daarvan. Bodamer werd in 1990 overgenomen door Acal Auriema te Eindhoven; de activiteiten te Zaandam werden nadien beëindigd. De medewerkers kwamen bij Acal Auriema in dienst.

Boko bv dakbedekkers

Dakbedekkingsbedrijf te Westknollendam. Boko werd opgericht in maart 1961 door K.J. Bootsman te Westknollendam. Het bedrijf werkt voor bouwbedrijven en particulieren en groeide gestaag, In 1991 had Boko circa 120 personeelsleden in dienst. Het bedrijf voerde grote projecten uit, zoals de dakbedekking van de Stopera te Amsterdam, de renovatie van het dak van het Zaandamse theater De Speeldoos en de dakbedekking van het nieuwe politiebureau te Zaandijk.

Bolding, Daan

Zaandam, 31 oktober 1933 - Flayosc, Frankrijk, 4 juli 2015

Oprichter van de eerste Juniorkamer in ons land in 1957, daarvan voorzitter; medeoprichter van de Federatie van Nederlandse Juniorkamers in 1960. Daarnaast vervulde Daan Bolding, directeur van Bolding Verpakkingen bv, tal van bestuursfuncties, zoals voorzitter van de Vakopleiding Papierverwerkende Industrie en de branche-organisatie Alpaflex en bestuurslid van de sectie diepdruk van het Koninklijk Verbond van Grafische Ondernemingen en de Ondernemerskring Zaanstreek. Voorts was hij onder meer bestuurslid van de Zaandamse Gemeenschap en voorzitter van Stichting De Speeldoos van 1972 tot 1986.

Bolding Verpakkingen bv

Producent van verpakkingen voor levensmiddelen te Zaandam. Het bedrijf werd opgericht in 1898 door de 19-jarige Daan Bolding. Aangezien hij op dat moment niet handelsbevoegd was moest zijn moeder, die een bakkerij had aan de Westzijde in Zaandam, enige jaren als eigenares optreden. De naam van het bedrijf luidde toen 'Firma Wed. W. Bolding', met als aanduiding 'Handelsdrukkerij en Papierhandel'. Het bedrijf vestigde zich in 1950 aan de Provincialeweg 200 te Zaandam. Tot het midden van de jaren vijftig van de 20e eeuw fabriceerde het in hoofdzaak wikkels voor margarine, boter en vetverpakkingen. Sindsdien hebben verpakkingen voor andere levensmiddelen als koek, biscuit, en koffie de overhand gekregen. Ook verpakkingen voor farmaceutische en cosmetische producten en aluminium deksels maakten deel uit van de productie.

→ Lees verder...

Bon Czn., bv Oliefactorij Pieter

Bedrijf in Zaandam dat zich vanouds heeft gericht op de opslag en het vervoer van olieproducten en later chemische stoffen. Daarnaast houdt het zich ook bezig met railtransport, waartoe ketelwagons worden verhuurd. De reiniging hiervan en de controle erop behoren mede tot de doelstellingen. Ook reiniging van tankwagens behoort tot de taken.

De bv Oliefactorij Pieter Bon Czn. werd op 16 januari 1752 opgericht door de toen 38-jarige Teunis Cornelisz Bon. Bij de Zaanse molens kocht hij vaten met olie, die hij met drie zeilschepen, 't Jagt, 't Varken en Walta, naar Amsterdam vervoerde. Wanneer de verkoopprijzen te laag waren, werd de olie opgeslagen in 'bakhuizen' in de Zaanstreek en Amsterdam.

→ Lees verder...

Boom (Bedrijfsleven Ondersteunt de Ontspannende Mens)

Stichting opgericht in juni 1987 door ondernemer J. Op den Velde, als reactie op de drastische bezuinigingen van de overheid. Voor activiteiten in sport, welzijn en cultuur is men steeds vaker aangewezen op geldelijke ondersteuning door het bedrijfsleven. Stichting Boom tracht de inzameling en verdeling van deze gelden te coördineren. In 1988 verdeelde de stichting een bedrag van ca. ƒ 50.000 aan onder andere Culturele Raad Nauerna, Stichting Biljartcentra Zaanstad en Vereniging van Postzegelverzamelaars De Posthoorn. In 1989 was de stichting actief in de geldvergaring voor de bouw van een manege van De Blijde Ruiters bij het recreatiegebied Jagersplas.

Boon

Ondernemersgeslacht te Wormerveer in de 19e eeuw, grondleggers van Koninklijke Fabrieken Boon bv. Jacob Willem Boon (1789-1863), gehuwd met Neeltje Emmer (1782-1859), was oorspronkelijk timmerman te Wormerveer, maar begon later als blauwselkoper. De blauwselkoperij was in de 18e en 19e eeuw geen onbelangrijke handelstak. Behalve in blauwsel handelden de blauwselkopers ook in specerijen en cacaobonen. Een drietal cacaofabrieken te Wormerveer kwam voort uit een blauwselhandel; naast Boon ook de Erve H. de Jong en J. Pette Hz.

→ Lees verder...

Boon bv, Koninklijke Fabrieken

Cacaofantasieproductenfabriek en oorspronkelijk cacao-, chocolade- en blauwselfabriek te Wormerveer, ontstaan in 1813. Grondlegger van het bedrijf was Jacob Willem Boon (Zie: Boon ondernemersgeslacht), die in mei 1813 op bescheiden schaal met molen De Boonakker cacaopoeder en blauwsel begon te malen. In later jaren dreef hij er handel in specerijen en verfwaren, blauwsel werd er nog in 1909 gefabriceerd.

→ Lees verder...

Braam bv, bouwbedrijf. van

Bouwbedrijf te Zaandam. Het bedrijf werd in oktober 1931 opgericht door Jb. van Braam als metselaar-aannemer. De oprichter overleed tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarna zijn zoon Jb. van Braam de zaak samen met zijn moeder voortzette. In 1956 werd H. van Braam - broer van Jb. jr. in de zaak opgenomen. Vanaf 1961 werd het bedrijf als nv voortgezet met beide broers als directeuren. In januari 1977 werd een samenwerkingsverband aangegaan met bouwbedrijf Merk Minnesma bv te Wormerveer en werd het bedrijf in een bv omgezet.

Het bedrijf is actief op het gebied van nieuwbouw-. burgerlijke- en utiliteitswerken, renovatie woningbouw. en restauratie-, verbouwings- en onderhoudswerken.

Broerse bv, Bram

Schoonmaakbedrijf te Zaandam. Het bedrijf werd in het midden van de jaren '50 door de broers Jan en Bram Broerse gesticht. Aanvankelijk begonnen zij als zelfstandig glazenwasser, maar de bedrijfsactiviteiten werden al snel met schoonmaakwerkzaamheden uitgebreid. Het bedrijf was gevestigd aan de Paltrokstraat.

→ Lees verder...

Brouwer, Wed. K.

Een van de aanvankelijk kleine werven aan het Rustenburg was in 1857 opgericht door Klaas Brouwer (1820-1874), dit is nu de oudste scheepswerf in de Zaanstreek.

Brouwer kwam uit Durgerdam, waar zijn voorouders al in de 17e eeuw de scheepsbouw uitoefenden. Op het Rustenburg kocht hij de bestaande helling van de weduwe G. van der Horst. Zijn zoon, Pieter Brouwer, zag in dat de bouw van grotere schepen op den duur betere mogelijkheden voor de werf bood. Dit was op het Rustenburg onmogelijk, omdat de Jaap Haversluis te beperkte doorvaartmogelijkheden bood. In 1892 kon de werf 'De Goede Hulp', de eerdere naam De Dageraad, van K. van der Horst aan de Hogendijk worden overgenomen. Twee naastgelegen werven, waaronder 'De Onderneming moesten kort daarna sluiten en werden eveneens overgenomen. Zo ontstond een grote werf aan de Hogendijk, terwijl Brouwer ook het werfje aan het Rustenburg in bedrijf hield.

→ Lees verder...

Bruinessen bv, J.G. van

Scheepvaartbedrijf te Zaandam. Het bedrijf ontstond in juli 1932 toen J.G. van Bruinessen een beurtvaartbedrijf van Gorree overnam, gevestigd in de Sijbrandsteeg te Zaandam. Aanvankelijk hield de oprichter zich uitsluitend bezig met de kleine beurtvaart op Amsterdam met een motordekschuitje van 16 ton. Daarnaast verwierf hij agentschappen van soortgelijke ondernemingen in het land. In 1947 nam zijn zoon, J.G. van Bruinessen, de zaak over. Het bedrijf hield zich toen ook bezig met het vervoer van hout voor Bruynzeel en enkele veemactiviteiten, totdat het door de grote veembrand van 1954 werd getroffen.

Toen de beurtvaart langzaam verdween legde van Bruinessen zich toe op vervoer van goederen, met name cacaobonen, met dekschuiten. In 1979 werd het scheepvaartbedrijf H. van Raamsdonk bv te Amsterdam overgenomen.

In 1990 had van Bruinessen 24 personeelsleden. Er werd gevaren met zes sleepboten, twee motordekschuiten en 130 dekschuiten, waarmee 243.000 ton goederen werden vervoerd. In dat jaar werd het bedrijf verkocht aan Cacao de Zaan.

Bruynzeel-bedrijven.

Complex van houtverwerkende bedrijven dat producten vervaardigt voor de bouwerij. Voortgekomen uit Rotterdams bedrijf. Eerste vestiging in Zaandam in 1921 aan de Nieuwe Zeehaven. Uitgegroeid tot concern onder Holdingmaatschappij Bruynzeel bv met fabrieken op verschillende plaatsen in Nederland en voorts in Indonesië, Suriname, Zuid-Afrika, Brazilië, Duitsland en Frankrijk.

Bruynzeel ondervond na 1973 financiële moeilijkheden, hetgeen in 1982 tot een faillissement leidde. Het concern werd opgesplitst. In Zaandam waren rond 1990 nog gevestigd: Bruynzeel Deurenfabriek en Schaverij BV, producent van deuren en lijstwerk, en Bruynzeel Multipanal bv, producent van triplex en ander plaatmateriaal. De Bruynzeelbedrijven vonden hun oorsprong in de Stoomtimmerfabriek De Arend, opgericht te Rotterdam door Cornelis Bruynzeel (1875-1955) in 1897.

→ Lees verder...

Buhrs Zaandam bv

Machinefabriek te Zaandam, dochteronderneming van de Hittech Group te Den Haag.

Opgericht door Th. Buhrs, die in 1908 met een eigen kapitaal van 7 stuivers een lening van tweehonderd gulden en twee man personeel aan de Zuiddijk 58-62 te Zaandam een smederij en reparatiebedrijf begon. In de eerste tijd werden alle mogelijke werkzaamheden aangepakt, maar al vrij snel ontwikkelde de smederij zich tot machinefabriek, vond steeds verdere specialisatie plaats en werd begonnen met de vervaardiging van plaat- en machinewerk voor radiodistributiesystemen en het in serie produceren van onderdelen voor de autoassemblage. Zoals voor Ford Amsterdam, DAF Eindhoven en diverse Philips-vestigingen in ons land. Ook de drie zoons van de oprichter kwamen in het bedrijf: J.G. Buhrs (1921); J.Th. Buhrs (1924) en J.H. Buhrs (1931). In 1937 werd het bedrijf omgezet in Firma Th. Buhrs en Zonen.

→ Lees verder...

Chromos bv

Industriële drukkerij, aanvankelijk te Zaandijk, later Krommenie. Het bedrijf ontstond op 1 augustus 1955, toen de directie van offsetdrukkerij Litho Zaanlandia Kleiman en Koene uiteenviel. H.D.P. Koene ging als enig eigenaar van industriële drukkerij Chromos verder. Aanvankelijk was het bedrijf gevestigd aan de Lagedijk te Zaandijk op 1500 vierkante meter. In 1966 verhuisde het naar een terrein tussen de Nauernasche Vaart en Noorderhoofdstraat te Krommenie (10.000 vierkante meter). Op 1 januari 1969 werd de eenmanszaak omgezet in een NV, in september 1972 volgde omzetting in een BV.

→ Lees verder...

Contactgroep Bedrijven Oostzaan (CBO)

Contactgroep Bedrijven Oostzaan, opgericht in 1950, behartigt de belangen van ondernemers in Oostzaan. In het bijzonder zodra gezamenlijk optreden noodzakelijk blijkt. Circa 95 bedrijven zijn aangesloten bij de belangenorganisatie.

Cooths Papiergroothandel bv, Van

Handel in en verwerking van papier- en papeteriewaren te Zaandijk. Het bedrijf werd opgericht in 1951 te Zaandijk door S.J.W. v. Cooth en N. v. Cooth-de Vries, die in papier en karton begonnen te handelen. De bedrijfsvorm werd omgezet van firma in nv (1968), en later in bv (1971). Begonnen werd in een pand aan het Zaagselpad; in 1976 werd verhuisd naar het huidige bedrijfspand aan de Lagedijk. In datzelfde jaar werd Van Cooth Holding bv opgericht.

De holding omvat twee werkmaatschappijen: Van Cooths Papiergroothandel bv en Haza Papier bv Papier bv (een in 1979 door Van Cooth overgenomen van oorsprong Zaandijks bedrijf). S.J.W. van Cooth jr. (die het bedrijf in 1973 bij het overlijden van zijn vader voortzette) is eigenaar en enige aandeelhouder Van Cooths papiergroothandel houdt zich voor 90 % bezig met de handel in, en voor 10 % met de verwerking van consument-gerichte papier- en papeteriewaren (zoals feestartikelen, bouwplaten, postpapier, spellen, etiketten, bindmateriaal, kast- en pakpapier). In 1972 werd de speelkaarten-groothandel Transit overgenomen en geheel geïntegreerd in de groothandel. Datzelfde jaar werd Wessels-Papier te Almelo overgenomen (in 1985 weer afgestoten).

Van Cooth had in 1991 15 medewerkers.

Croklaan bv

Producent en verwerker van oliën en vetten, met name cacaoboter vervangende vetten, te Wormerveer; oorspronkelijk zelfstandig, na eerdere wisseling van eigenaar sinds 1971 onderdeel van het Unileverconcern, en sinds 2002 behorend tot de Maleisische IOI Group.

De oorsprong van het bedrijf ligt in 1843, toen Teunis Crok oliemolen De de Engel aankocht, die in 1872 werd vervangen door een stoom- olieslagerij. In 1891 werd de firma Crok & Laan gesticht door Dirk Crok en diens schoonzoon Jan Laan. Rond 1910 staakten zij de productie van lijnzaadolie om kopra en palmpitten tot oliën en vetten te verwerken; een nieuwe ontwikkeling in de Zaanstreek. De aldus gewonnen vetten werden geraffineerd en gehard alvorens ze voor voedingsmiddelen gebruikt konden worden.

→ Lees verder...

Crowny Food Industries bv

Fabrikant van en handel in puddingpoeders, vanille-suiker, bakmixen, Lik Bits-minilollies en Zaanse Babbelaars te Zaandam. Het bedrijf werd opgericht in januari 1922 door Fr. Onrust en H. Hoorn, onder de naam 'Onrust en Hoorn'. Onrust, van beroep bakker, produceerde in die tijd puddingpoeders in een kelder aan de Zuiddijk te Zaandam. Hoorn werkte als vertegenwoordiger bij ‘Puddingpoederfabriek ten Wolde’ in Koog aan de Zaan. Uit hun samenwerking ontstond de ‘Nederlandsche Puddingfabriek De Toekomst’ die levensmiddelen vervaardigde, zoals puddingpoeders en bakpoeders, gevestigd in een oude molenschuur op een terrein aan de Oostzijde in Zaandam. Nadien werd het pakket uitgebreid en het bedrijf groeide uit tot een middelgrote onderneming met een modern ingerichte fabriek.

Rond 1937 werd een geheel nieuwe, uit steen opgetrokken fabriek met twee werkvloeren gebouwd. In 1944 trad oprichter Onrust af als directeur. J. Onrust Jr. werd in 1947 tijdens een personeelsbijeenkomst, tot directeur benoemd, na enige jaren werkzaam te zijn geweest als adjunct-directeur. Dat de directie oog heeft voor de sociale zorgen van het personeel, bleek tijdens het 25-jarig jubileum in de Harmonie, toen een bedrag van f 10.000 gestort werd in het pensioenfonds. Het gehele personeel werd uitgenodigd voor een bezoek aan Amsterdam, waar naast een feestdiner een bezoek aan een theater op het programma stond.

Beginjaren '50 werd door de aankoop van een naastgelegen terrein de toegang tot de fabriek sterk verbeterd. In 1953 werd de fabriek nog voorzien van een derde werkvloer. Datzelfde jaar nam de firma een bedrijf over dat kleine lollies produceerde. Deze lollies kregen later onder de naam Lik Bits wereldwijde bekendheid. Speciaal voor de produktie van deze lollies liet de firma een aparte machine bouwen die miljoenen Lik Bits per jaar vervaardigde. Zaanse Babbelaars, Zaanse Balletjes, Crowny vanillesuiker behoorden eveneens tot het assortiment van Crowny Food.

→ Lees verder...

Dehler Jachtbouw BV

Voorheen E.G. van de Stadt. Jachtbouwbedrijf te Zaandam, onderdeel van Dehler Bootsbau te Freienohl uit West-Duitsland. Het bedrijf werd opgericht in 1933 door E.G. van de Stadt, die aan de Zuiddijk te Zaandam begon met de bouw van kano's en kleine zeilboten. In 1939, toen Van de Stadt al naam gemaakt had met de bouw van Draken, Pampussen en Twaalfvoets-jollen, ontwierp hij voor houtwarenfabrikant/zeiler Cees Bruynzeel de Valk, ter promotie van Bruynzeel hechthout.

→ Lees verder...

Dekker bv, Papierindustrie Adriaan

Verpakkingsdrukkerij te Wormer, indirect voortgekomen uit papierwarenfabriek P. *Dekker Jzn te Wormerveer. P. Dekker Jzn begon in 1850 in Wormerveer met de productie van papieren zakken. Van eenmanszaak groeide dit bedrijf uit tot een nv met aan het begin van de jaren `30 circa 50 werknemers. De crisisjaren maakten een einde aan de bloeiperiode. Na een staking werd het bedrijf in 1938 geliquideerd en kwamen de toen nog 40 werknemers op straat te staan. Op de puinhopen van het oude bedrijf richtte Adriaan Dekker Pzn vlak voor de Tweede Wereldoorlog een nieuwe onderneming op, die zich richtte op taxatie en makelaardij in papier- en grafische machines. Al spoedig begon het bedrijf ook met de productie van papieren zakken, en voorts kreeg Dekker het agentschap van een aantal papierfabrieken.

→ Lees verder...

Dekker bv, Drukkerij Remmert

Drukkerij te Wormer, fabrikant van diverse soorten vouwkartonnages voor met name de voedingsmiddelenindustrie, opgericht in 1896 door Remmert Dekker Pietzoon, die met een startkapitaal van f 1000 in Wormerveer een papierhandel begon. Het bedrijf specialiseerde zich al snel in de productie van en handel in verpakkingsmaterialen voor banketbakkers; tot 1972 bleven gebakdozen het belangrijkste artikel. Desondanks was in 1938 de doelstelling van Luxe Papierwarenfabriek Remmert Dekker: 'de handel in en de fabricage van papierwaren en aanverwante artikelen en al wat daarmee in verband staat in de ruimste zin des woords.'

→ Lees verder...

Delft bv, Van

Voormalige koekfabriek aan de Hoogstraat te Koog, thans bakkerijen te Harderwijk. Koekfabriek Van Delft nv werd begin 1900 opgericht door bakker Jan van Delft, toen nog gevestigd aan de Westzijde 124 te Zaandam, waar bakkerij Bood was gevestigd. In één der raamposten kan men nog altijd lezen: 'J. van Delft, confisseur'. In april 1914 zag hij kans het failliete koekfabriekje De Vlijt in Koog op de grens van Koog en Zaandijk, op te kopen, deels met eigen geld, deels met geld van enkele Zaanse notabelen. Dankzij enige verbouwingen groeide de bakkerij uit tot een groot object waar velen emplooi vonden. Ofschoon het door de Eerste Wereldoorlog moeilijk was grondstoffen te bemachtigen ging het bedrijf, geleid door Jan van Delft en zijn in 1918 toegetreden zonen Hendrik en Johannes, van het begin af aan goed. Dat was tegen de verwachtingen in. Al in het eerste jaar maakte Van Delft een winst van f 20.000; in 1919 was de winst opgelopen tot f 72.000.

Het bedrijf investeerde op grote schaal in uitbreidingen van het bedrijfspand en nieuwe machines, terwijl het assortiment werd uitgebreid naast koek en taai-taai, ook beschuit en koekjes. Van Delft groeide en verwierf nationale bekendheid; met 25 vrachtauto's werden dagelijks filialen in het hele land bevoorraad. De naar voorbeeld van Verkade gemaakte vogelboeken kregen groot succes. De crisis van de jaren '30 werd in het bedrijf, dat een kwalitatief goed, maar duur product maakte, zwaar gevoeld; een groot deel van het personeel werd ontslagen. Oprichter Jan van Delft overleed in 1938.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog draaide het bedrijf slechts korte tijd volledig. De Duitsers wilden een volledige productie bij het bedrijf bewerkstelligen, maar de directie wist dit telkens te voorkomen. In de hongerwinter werden in de fabriek op kleine schaal noodrantsoenen voor de illegaliteit geproduceerd, totdat het bedrijf door de Duitsers werd gesloten en geplunderd.

Met steun van de rijksoverheid werd Van Delft na de oorlog weer snel opgebouwd. Het bedrijf richtte zich nu ook op de export, met name de Zweedse markt werd belangrijk. Toen de Zweedse regering tolbarrières opwierp, zette Van Delft een productielijn in Zweden op onder de naam Svenska van Delft a.b. (1950). Export vond tevens plaats naar Indonesië, West-Indië en op meer bescheiden wijze naar Palestina en België.

Geheel onverwacht verliep in 1951 de verkoop van Van Delft aan Teun Oly Compagny (TOC), nadat eigenaar Jan van Delft, de zoon van Johannes, benoemd werd in top van de Amerikaanse voedselgigant Grace. Met Van Delft ging het daarna bergafwaarts, ofschoon het bedrijf tot in de jaren '70 nog marktleider was op het gebied van ontbijtkoek en taai-taai.

In de jaren 1956-'58 werd het bedrijf verplaatst naar Harderwijk. Nadien wisselde het enige malen van eigenaar; eind jaren '80 werd het gekocht door het Groningse familiebedrijf De Lange. Van Delft produceert onder de naam Van Delft Biscuits in 2016 vele koeksoorten voor de huismerken van verschillende grootgrutters. Van Delft gaat tevens door het leven als ‘hofleverancier van Sinterklaas’ sinds 1880 waar het pepernoten betreft. De 35 pepernotenwinkels spelen daarbij een grote rol in de verkoop van ruim drie miljard pepernoten op jaarbasis.

Dijk & Allan bv, Drukkerij Van

Drukkerij te Westzaan. Het bedrijf werd in april 1894 als firma opgericht door H.A. van Dijk en J.J. Allan te Westzaan, in januari 1984 werd het omgezet in een bv. De drukkerij beschikt over offsetapparatuur en houdt zich voornamelijk bezig met het vervaardigen van handelsdrukwerk, waaronder brochures in kleurendruk. Daarnaast behoort boekdruk tot de mogelijkheden. Bij Van Dijk en Allan waren in 1991 8 personen in dienst.

Dijkkamp, Gieterij

Metaalbedrijf te Zaandam. De gieterij werd opgericht in januari 1964 en ontstond uit het door A.A.J. Dijkkamp en diens zoon L. Dijkkamp sr. in 1914 opgerichte familiebedrijf IJzer- en Metaalgieterij De Kloet - firma A.A.J. Dijkkamp & Zn. Vader en zoon vestigden het bedrijf in 1914 op het zogenoemde Blauwe Zand; naderhand werd de gieterij verplaatst naar een terrein aan de Pieter Ghijsenlaan 10 te Zaandam. Hun activiteiten werden in 1963 beëindigd. L. Dijkkamp jr. richtte daarna in l964 IJzergieterij Dijkkamp op, gevestigd aan de Daam Schijfweg in de Zaandammerpolder. Zijn bedrijf houdt zich sedertdien bezig met de productie van gietwerk in staal, gietijzer, roestvrij staal, brons, messing en lood; zowel onbewerkt als machinaal bewerkt, met eventueel warmtebehandeling. Daarnaast wordt handel gedreven in machines, materialen en modelwerk. Gieterij Dijkkamp richt zich op machine-en scheepsbouw, cacao- en voedingsindustrie, betonindustrie en vuilverbrandingen.

De juridische vorm is gewijzigd van eenmanszaak in bv, waarin opgenomen als vennoten de zonen A.A.J. Dijkkamp en M. Dijkkamp. De bedrijfinanciering geschiedt geheel uit eigen middelen. De omzet in geld bedraagt jaarlijks tussen de 1 en 2 miljoen gulden. In de loop der jaren is fors geïnvesteerd in machines en gebouwen. Omdat productieverhogingen mede door moderne gieterijmachines konden worden doorgevoerd is het personeelsbestand steeds circa 10 personen gebleven.

Donker & Zn., nv Houthandel v/h P.

Houthandel te Zaandijk. Tot 1970 zelfstandig, daarna gefuseerd met Houthandel P. Schipper Gzn. te Zaandam tot Donker & Schipper Houthandel bv, die vervolgens in 1985 fuseerde met Simonsz & Middelhoven (zie: Johannes (Jan) Simonsz & Zoon) Bouwspecialiteiten te Wormerveer tot Donker & Middelhoven bv .

→ Lees verder...

Donker & Middelhoven bv

Houthandel te Zaandam, ontstaan in 1985 door een fusie tussen Donker en Schipper en Simonsz & Middelhoven (zie: H. Simonsz, Jan en Zoon). Na de fusie tot Donker & Middelhoven verliet Simonsz & Middelhoven het in 1979 in gebruik genomen terrein aan de Industrieweg te Wormerveer en concentreerde de houthandel zich op het terrein van Donker en Schipper aan de Sluispolderweg te Zaandam. Belangrijkste klanten van de nieuwe houthandel, die zich vooral in vurehout en triplex specialiseerde, werden de bouwwereld, doe't-zelf-winkels, industrie, interieurbouwers en verscheidene grootverbruikers. Donker en Middelhoven had in 1991 58 medewerkers.

Schipper Houthandel bv.

Houthandel te Zaandam, ontstaan uit een fusie van nv Houthandel v/h P. Donker & Zn. te Zaandijk en Houthandel P. Schipper Gzn. nv te Zaandam, in 1985 opgegaan in Donker & Middelhoven.

DPW Holding bv

Samenwerkingsverband van houtbedrijven te Zaandam. zie onder: Donker & Zn., nv Houthandel v/h P.

Drankenindustrie Raak

De frisdrankenfabriek van Raak stond aan de Hoogstraat in Koog aan de Zaan, waar in 1962 een geheel nieuwe bottellijn werd geïnstalleerd die een capaciteit kende van 20.000 literflessen per uur. Iets volstrekt nieuws want tot dan werden slechts flessen van 0,7 ltr als grootverpakking in de frisdranken-industrie van Nederland gebruikt. Alle grote merken zouden dit voorbeeld volgen.

Charles S. van Tuijl heeft van 1962-1973 bij de NV Drankenindustrie Raak gewerkt. Over de periode in Koog aan de Zaan van 1963-1969 schreef hij een aantal artikelen.

Lees en bekijk verder op de website van Historische vereniging Koog-Zaandijk.

Duyvis

Ondernemersgeslacht, reeds bekend in de 16e eeuw, vooral actief in de 19e en 20e eeuw. De familie Duyvis stamt van het geslacht Duven af, dat al lang geleden in de Zaanstreek woonde en werkte. Jan Duven had omstreeks 1365 al visrechten in Jisp en Nek: zijn nageslacht woonde in Assendelft, waar Havick Jans Duven (ca. 1510-ca. 1580) een zoon had, genaamd Gerrit Havicz (1550-1614) die trouwde met Trijn Claes Duyves (geb 1635), dochter van Claes Cornelis alias Claes Duyves, schepen te Assendelft, en Guertgen Gerritsdr. Hun zoon noemde zich naar zijn moeder Claes Gerritz Duyves (1585-1669). De familie verhuisde later naar Oostzaandam, waar Teewis Duyvis (1714-1770) trouwde met Aaltje Jansdr Spekham (1713-1791)

Hun zoon Teewis Duyvis (1757-1823), gehuwd met Aagje Kuyper, bezat een oliemolen en twee pelmolens en legde daarmee de grondslag voor het familiebedrijf in oliezaken. Zijn zoon Jan Spekham Duyvis (1800-1862), dus vernoemd naar zijn grootmoeder, achtereenvolgens gehuwd met Maartje Bas (1796-1821) en Maartje Honig (1802-1866), dochter van Jacob Honig Jansz (1765-1848) en Guurtje Jans Haremaker (1765-1812), verhuisde naar Koog en werkte al met vijf olie- en twee pelmolens.

Zijn oudste zoon Teewis Duyvis Jansz (1825-1875), eerst gehuwd met Duyfje Donker (1828-1849) en daarna met Debora Geertruida Verkade (1828-1904), dochter van Ericus Gerhardus Verkade (1801-1835) en Geertruida van Gelder (1799-1851), volgde zijn vader in de olie- en pellerszaken op. Zijn jongere broer Jacob (1832-1908) werd later stijfselmaker (zie hierna) en zijn jongste broer Jan Spekham Duyvis (1838-1878) ging naar Oost-Indië en stierf daar jong.

Teewis Duyvis Jansz was sedert 1850 koopman en oliefabrikant onder eigen naam met een aantal oliemolens: De Poelsnip, De Prolpot, De Halve Maan, De Katuil De Zaadzaaier en De Zeemeeuw, en voorts pelder met De Koopman. Dit bedrijf bood geen plaats aan al zijn vijf zonen. Zijn oudste zoon, uit zijn eerste huwelijk, Jan Dirk Donker Duyvis (1849-1915), gehuwd met Antoinette Amelia van Benthem van den Bergh (1852-1915), werd ingenieur bij het spoorwezen in Oost-Indië. De tweede zoon Ericus Gerhardus Duyvis (1853-1937) kwam in 1870 bij zijn vader in de zaak. Hij werd raadslid tot 1899 en enige jaren wethouder van Koog. Als zodanig raakte hij betrokken bij een raadsconflict, waarover hij een brochure het licht deed zien. Zijn vasthoudende verdediging van de noodzaak tot het beschikbaar stellen van middelen voor het aanleggen van een nieuwe sluis in Zaandam leidde tenslotte tot een succes.

De derde zoon Jacob Duyvis (1854-1929), gehuwd met Eva Loos (1856-1924), werd koopman bij de firma Waal Duyvis & Cote Amsterdam. De vierde zoon Pieter Mattheus Duyvis (1857-1935) werd fabrieksingenieur en stichtte de Machinefabriek P.M. Duyvis in Koog. De jongste zoon dr. Cornelis Adrianus Duyvis (1859-1939), gehuwd met Wilhelmina van Schaardenburg (1875-1933), werd arts. Van 1875 tot 1927 kwam het bedrijf onder leiding van Ericus Gerardus Duyvis (1852-1937), gehuwd met Guurtje van de Stadt (1854-1936), dochter van Jan van de Stadt (1842-1885) en Alida Jacobs Mats (1816-1882). In 1880 werd besloten een stoomoliefabriek op te richten, waarbij als eerste in Nederland hydraulische Anglo-Amerikaanse etage-persen werden toegepast. In 1916 werd zijn zoon Teewis Duyvis EGz (1888-1972), gehuwd met Maria Jacoba Cornelia Boekenoogen (1891-1964) dochter van Hendrik Boekenoogen (1863-1933) en Jacoba Cornelia Vis (1869-1946), in de zaken opgenomen.

In 1919 werd een olieraffinaderij opgericht, terwijl in 1921 de firma in een nv werd omgezet. Op zijn beurt volgde zijn zoon Ericus Gerhardus Duyvis (1917-1989), gehuwd met Helena van Haaften (1918-1989) hem weer op als directeur van de Koninklijke Fabrieken T. Duyvis Jz bv. De tweede zoon van Jan Spekham Duyvis en Maartje Honig. Jacob Duyvis (geb. 1832), gehuwd met Petronella Leonarda Verkade (1822-1893), zuster van de echtgenote van zijn oudere broer Tee-wis, was aanvankelijk werkzaam in de zaken van zijn vader, maar werd later zelfstandig koopman en gerstpeller. In 1862 nam hij van de erven C. Prins Cz de stijfselmakerij in Wormerveer over en richtte hij voorts de eerste stoomgrutterij van de Zaanstreek in Koog op, die na enige jaren werd overgedragen aan de Wed. A. ten Kate.

De liberaal Jacob Duijvis (1832-1908) werd in 1884 afgevaardigd naar de tweede kamer. Hij was auteur van de brochure 'Brieven over socialisme aan een werkman' (Koog aan de Zaan. 1884), waarin hij zich zeer vooruitstrevend toonde: hij pleitte voor een premiestelsel om de werkman een belang te geven bij de gang van zaken in het bedrijf en voor pensioen-, weduwen- en ziekenfondsen. Deze opvattingen waren toen nog geheel nieuw. Ook in de praktijk was hij een modern ondernemer. In de zomer van 1874 organiseerde hij een personeelsuitstapje per trein naar Utrecht. Dat was in die dagen zo bijzonder dat er in de Arnhemse Courant over werd geschreven. Zijn kamerlidmaatschap kwam (in verband met het districtenstelsel) in 1886 ten einde toen hij naar Utrecht verhuisde, waar hij onder firma Duyvis & Co de eerste stoom-rijststijfselfabriek in Nederland stichtte. Deze zaken zijn later voortgezet door zijn zoons Ericus Gerhardus Duyvis (1861-1932), in 1884 gehuwd met Henriette Louise Raabe (1863-1936), Jan Jacob Duyvis (1862-1940), gehuwd met Catharina Hendrika Honig (1864-1919), en schoonzoon Jentje Wybrandi (geb. 1855), gehuwd met Maria Duyvis (1857-1919).

De vijfde zoon van Teewis Duyvis Jsz en Debora Geertruida Verkade. Pieter Mattheus Duyvis (1857-1935). gehuwd met Jacoba Carolina van Cleeff, stichtte in 1885 samen met D.W. Stork uit Hengelo de machinefabriek Twente (P.M. Duyvis) te Koog. Hij werd in 1929 opgevolgd door zijn zoon Ir. Pieter Mattheus Duyvis (1901-1983), gehuwd met Josephina Johanna Alida Veen, die geen kinderen hadden.

Ir. E .B. van Gelder

Duyvis-Recter

Oliefabriek te Koog. De historie van Duyvis gaat terug tot 1806, in welk jaar Teewis Duyvis van een ongehuwde oom de oliemolen De Halve Maan verkreeg. Hij werd zo de eerste Duyvis die olie sloeg. In 1850 vestigde zijn kleinzoon zich onder de naam T. Duyvis Jz. Het bedrijf bestond in dat jaar uit zes oliemolens met een capaciteit van 2400 ton lijn- en koolzaad per jaar en een pelmolen. In 1880 werd nabij de Pellekaanshoek te Koog door E.G. Duyvis Tz. de stoomoliefabriek 'De Zaan' gevestigd in het van Avis overgenomen stijfselhuis De Haan. Het was de eerste oliefabriek in Nederland die volgens het hydraulische zogenoemde Anglo-Amerikaanse systeem werkte, met een capaciteit van circa 100 ton lijn zaad per week en was daarmee toentertijd de grootste oliefabriek van de streek. Vooral in het eerste kwart van de 20e eeuw werd de capaciteit van het bedrijf sterk uitgebreid, zodat omstreeks 1926 900 ton lijnzaad per week werd verwerkt.

→ Lees verder...

Duyvis, bv Machinefabriek P M

Machinefabriek te Koog. Het bedrijf werd opgericht als P. M. Duyvis & Co in november 1885 door ir. Pieter Mattheus Duyvis te Koog en Dirk Willem Stork (mede directeur van Stork & Co te Hengelo) als stille vennoot. Pieter was de zoon van Teewis Duyvis, eigenaar van zes oliemolens en een pelmolen. Zijn vader was tevens de oprichter van de firma T. Duyvis Jz Stoomoliefabriek, die uiteindelijk zou uitgroeien tot de bekende nootjesfabriek.

De moeder van Pieter, Debora Geertruida Verkade, was de zus van Ericus Gerhardus, de oprichter van de Stoombrood- en Beschuitfabriek ‘De Ruijter’. Dat bedrijf staat nog steeds bekend Verkade. Dirk Willem was een zoon van machinefabrikant Stork uit Hengelo. De twee hadden elkaar ontmoet toen Pieter daar werkzaam was. Met iets meer dan f30.000 en zes werklieden werd begonnen in het bedrijfsgebouw 'Twente' aan het Hellingpad te Koog.

Aanvankelijk verrichtte het bedrijf reparatiewerk voor plaatselijke bedrijven. De eerste grote order werd verkregen in 1886, van de firma E.G. Verkade & Comp. die in Zaandam de Stoombroodfabriek de Ruijter wilde vestigen. Hierna schakelde het bedrijf van reparatie-inrichting om tot machinefabriek, waar allengs droogtoestellen en hijswerktuigen in productie werden genomen. Duyvis & Co was eveneens vertegenwoordiger voor stoomketels van Stork.

De eerste buitenlandse orders werden genoteerd in 1910. Een jaar later werd de firma omgezet in een nv. Tot mede-directeur werd ir. W. Meyling benoemd, die twee jaar eerder, in verband met de omschakeling naar elektriciteit als energiebron, was aangetrokken. De omzetting tot bv volgde in later jaren.

Pieter trad in het huwelijk met Johanna Veen. Beiden zeer begaan met het welzijn van hun werknemers. In moeilijke tijden werd voor voedsel, brandstof en woonruimte gezorgd. ‘Tante Jopie’, zoals Johanna werd genoemd, was goed op de hoogte van de situatie waarin werknemers en hun familie-leden zich bevonden.

Spectaculair werkstuk van machinefabriek PM Duyvis, de inmiddels weer verdwenen hefbrug over de Oude Maas bij Barendrecht

Door de Eerste Wereldoorlog kreeg Duyvis aanvankelijk enige teleurstellingen te verwerken, maar na 1915 ging het beter, met name door een order van de Nederlandse Staat voor het draaien van hulzen bestemd voor granaatkartetsen. Hoewel het bedrijf daarvoor te weinig personeel in dienst had kon de order toch worden uitgevoerd. Er werkten drie jaar lang zo’n dertig uit het Kamp van Zeist afkomstige, ontwapende en geïnterneerde Belgische soldaten in de fabriek. De Koogse machinefabriek kende een personeelstekort en de Belgen, onder wie veel metaalarbeiders boden uitkomst. Zij konden op een goed salaris rekenen. Zij werden onder bewaking van de Marechaussee in een ruimte boven het ketelhuis gestationeerd. Uit dankbaarheid schonken ze een gedenksteen aan de fabriek, die zich in de fabriek bevindt

Op 3 november 1925 legde P. M. Duyvis jr. het kandidaats examen werktuigkundig ingenieur met succes af. In 1929 werd jr. benoemd tot mede-directeur. Zijn vader overleed in 1935. De periode na de Eerste Wereldoorlog was voor de machinefabriek niet steeds even gemakkelijk. Als gevolg van het teruglopende aantal orders werden in de crisisjaren alle vrouwelijke werknemers ontslagen. Daarna volgde de Tweede Wereldoorlog. Door een zuinig beheer en door te zorgen voor handhaving van de kwaliteit der producten doorstond Duyvis deze moeilijke periode.

Ook werd onderduikers toegang verschaft tot één van de fabriekspanden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Na de Tweede Wereldoorlog ging de machinefabriek betere tijden tegemoet. Men hield vast aan de al uit de begintijd daterende uitgangspunten geen avonturen, eigen financiering, zuinig beheer, levering van solide producten, een beleid gericht op meerdere takken van industrie. Dat heeft geleid tot het ontwikkelen van allerlei machines, van apparatuur om dozen te maken of vloeren te zagen tot haspels voor de bouw van de Oosterschelde-waterkering. Duyvis is bekend door de bouw van liften ('de liftenfabriek van Duyvis'), het bedrijf is gespecialiseerd in de fabricage van cacaopersen.

Ir. W. Meyling trad uit de directie in 1953, ir. P. M. Duyvis in 1967. Hierna verdween geleidelijk het karakter van Duyvis als familiebedrijf. Ir. F. A. S. Simons en J. A. Nederbragt werden in de directie benoemd Zij traden respectievelijk in 1970 en 1981 weer uit. In 1982 werd ir. A. J. Topman tot directeur benoemd.

Rond 1980 zijn alle aandelen van het bedrijf door Pieter en Johanna ondergebracht in het ir. P.M. Duyvisfonds . Dit fonds houdt zich bezig met het behoud van (cultureel) erfgoed en natuur in de Zaanstreek. Als belangrijke donaties gelden de restauratie van de Amerikaanse watermolen, de herbouw van molen Het Jonge Schaap en het onderhoud aan molen De Huisman. Het Zaans Museum en het Verkade Paviljoen worden beiden gesponsored. Ook heeft het fonds steun verleend aan de uitgave van het boek ‘Van Wind naar Stoom’ en bij de start van het tijdschrift van de Vereniging Zaans Erfgoed.

In 2004 werd machinefabriek Wiener uit Haarlem overgenomen inclusief een aantal werknemers. Door deze samenvoeging werden de fabriekshallen gereorganiseerd. In de jaren daarna werden diverse grote bewerkingscentrums aangeschaft wat opnieuw leidde tot herinrichting van de fabriekshallen. De bedrijfsnaam veranderde officieel in Duyvis Wiener B.V.

Sinds 2004 staat Mirjam van Dijk aan het roer van het bedrijf, dat zeven jaar op rij is uitverkoren tot Best Managed Company. Al lopende door de diverse productiehallen maken werknemers spontaan een praatje met de directrice. Van Dijk is het type dat veel met haar werknemers, en in het bijzonder haar servicemensen, praat. Daar zitten vaak de ideeën voor verbetering. Na haar aanstelling bracht ze focus aan. Er werden geen liften of bruggen meer gebouwd, Duyvis Wiener moest wereldmarktleider in machines voor de cacao- en chocoladefabrikanten worden.

In 2011 kreeg de 125-jarige machinefabriek het predicaat ‘Koninklijk’ en ging het verder onder de nieuwe naam, Royal Duyvis Wiener. Onder deze koninklijke merknaam werden bedrijven als de Duitse machinebouwers Lehmann (2010) en Thouet (2013) overgenomen, evenals het Braziliaanse JAF Inox dat in 2014 werd gekocht.

Er werken 260 man bij het bedrijf, verspreid over de locaties in Koog aan de Zaan, Aachen, Duitsland en Tambau, Brazilië. De laatst bekende omzet is 70 miljoen euro. Daarvan komt 90 procent uit het buitenland; van Rusland en China tot aan Brazilië en de VS. Een cacaoverwerkende fabriek van 20 miljoen euro kunnen we turnkey neerzetten, zegt Van Dijk. Multinationals als Cargill en Barry Callebaut behoren tot het klantenbestand.

Engel BV

Machinefabriek te Zaandam, opgericht in 1930 door S.W. Engel als Scheepsmotoren- en Machineherstelplaats in een gedeelte van de loods De Jonge Dolfijn aan de Oostzijde te Zaandam. De activiteiten breidden uit en het bedrijf werd een machinefabriek, later met engineering.

Aanvankelijk bestonden de belangrijkste activiteiten uit reparaties van scheepsmotoren en van fabrieksmachines. Toen de beurtvaart terugliep, schakelde het bedrijf steeds meer over op machinewerk, montage en toelevering. Vanaf 1958 legde Engel zich toe op het vervaardigen van machines voor papier- en kunststofverwerkende industrie in de verpakkingssector, met als specialiteiten op- en afwikkelinstallaties en lucht-expansie-assen.

Het bedrijf, 95 % fabricage, 5 % handel, richt zich op de Nederlandse markt en de EEG. De juridische vorm werd via firma, commanditaire vennootschap en NV tenslotte BV. Bij het bedrijf werkten in 1991 21 personen; de omzet in 1990 bedroeg f 4,5 mln.

Equipage bv

Drukkerij te Assendelft. Equipage kwam tot stand toen drie werknemers van drukkerij Stuurman (Zaandam) in 1980 voor zichzelf begonnen. Binnen twee maanden werkten elf mensen bij het aan de Industrieweg gevestigde bedrijf. Nadien groeide het personeelsbestand, waar de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van de offsetdruk op de voet werden gevolgd, geleidelijk uit tot 30 medewerkers (1991). Equipage kocht in 1987 een uiterst moderne vijfkleurenoffsetdrukpers. Men werkt veel voor grafische vormgevers.

Erdi bv

Las- en wegbebakeningsbedrijf te Zaandam. Erdi vestigde zich in 1972 op het Breedweer in Koog; het bedrijf was in 1952 in Amsterdam als kachelsmederij begonnen. In '72 hield men zich bezig met het onderhoud van staalconstructies binnen woningen (in en vooral voor de gemeente Amsterdam), alsmede met wegbebakening (met name montage en onderhoud van vangrails in de regio Amsterdam). Nadien volgde snelle groei. Had Erdi in 1972 11 personeelsleden, in 1977 waren er 20, in 1980 32 en in 1991 35. In 1977 verhuisde Erdi van het Breedweer naar het Sluispad te Zaandam. Hierdoor werd uitbreiding van het productie- en verkooppakket mogelijk. Tot het assortiment behoren: knipperlichten, oriëntatiebakken, afzethekken, antiparkeerpalen (waaronder de befaamde Amsterdammertjes), verkeersborden, '“broekescheurders`, hoogtebegrenzers, afzethaken. bakens en fietsenrekken. Erdi levert aan de overheid en het bedrijfsleven, vooral in de bouwsector.

Etro Wormerveer bv

Schildersbedrijf te Wormerveer, uitgegroeid tot een onderneming met 120 werknemers. Etro houdt zich mede bezig met gritstralen. betonreparatie en -bescherming, het aanbrengen of herstellen van voegen in betonconstructies en gevelreiniging. Etro werd in 1962 in Gorkum opgericht. Aanvankelijk hield het bedrijf zich bezig met de schoonmaak van viaducten. Later kwamen reparatie van betonconstructies en schilderswerk bij het takenpakket. In 1973 verhuisde Etro naar het Visserspad in Krommenie; er werkten toen 12 mensen. Vijf jaar later volgde de verhuizing naar de Handelsweg in Wormerveer; er waren toen 50 werknemers. In 1991 was het aantal medewerkers gegroeid tot 120; 85 personeelsleden werken vanuit de hoofdvestiging te Wormerveer, de overige vanuit vestigingen te Haarlem en Den Haag. Etro werkt met name voor overheden en woningbouwcorporaties.

Eurocol BV

Eurocol BV, produktie- en verkoopmaatschappij van vloerbedekkingslijmen, vochtisolaties, egaliseermiddelen, tegel- en bouwpasta's en voegproducten te Wormerveer. Het bedrijf is ontstaan uit de voormalige Nederlandse Linoleumfabriek, thans Forbo Krommenie bv te Krommenie, het maakt deel uit van het internationale Forbo-concern.

Initiatiefnemer tot de oprichting in 1972 was Ir. J.C. Kaars Sijpesteijn, die eerder in vele leidende functies was betrokken bij de geïnternationaliseerde linoleumindustrie. Voor het leggen van vloerbedekking wordt sinds de jaren '60 in toenemende mate gebruik gemaakt van lijmen en egaliseermiddelen. Vanuit de Forbo-groep werd onderkend dat de productie en levering hiervan een bedrijfsbelang is voor een fabrikant van vloerbedekking, maar dat onderbrenging in een afzonderlijke onderneming betere marktkansen zou scheppen.

Ir. Kaars Sijpesteijn, de 80 reeds gepasseerd, achtte het opzetten van zo'n onderneming een uitdaging en gaf het bedrijf gestalte. Directeur werd zijn secretaris J. Westerman Holstijn.

Eurocol voert thans een breed assortiment, ook voor branches buiten de vloerbedekkingsindustrie en voor een groeiende internationale markt. Bij het bedrijf, gevestigd op de grens van Wormerveer en Krommenie, werken ongeveer 95 personen (1991).

De omzet bedraagt circa f 50 miljoen; een kwart van de productie wordt geëxporteerd.

Lees hier meer over de historie van Forbo Eurocol Nederland B.V.

Eurofill bv

Fabrikant van en handel in spuitbussen, gevestigd aan de Grote Tocht 99 te Zaandam, in juli 1976 opgericht. In augustus van dat jaar startte het met negen medewerkers in de voormalige olie- en mayonaisefabriek van Molenberg en Dekker aan de Oostzijde. Het bedrijf hield zich bezig met de handel in- en de fabricage van spuitbussen, of strikter, met het in opdracht vullen van spuitbussen, het zogeheten Aerosol Contract Filling.

In 1980 liet Eurofill een nieuw bedrijfspand met nieuwe productielijnen neerzetten aan de Grote Tocht in het Houtveld te Zaandam. In 1986 bezat het bedrijf vijf productielijnen. De jaarlijks toenemende klantenkring bevond zich vooral in het buitenland. Ongeveer 75 procent van de producten werd geëxporteerd. Bij Eurofill werkten in 1991 55 personen.

Door een zware explosie op 8 april 1994 werd het bedrijf volledig verwoest. Er viel één dode te betreuren en er waren zeven gewonden, van wie drie zwaar. Ook boekbinderij Van Waarden ging in vlammen op. Totale schade: minstens 20 miljoen gulden.

Tegen directie en bedrijfsleiding van Eurofill Aerosols BV werd op 1 december 1994 voor de Haarlemse rechtbank één jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf geëist. Uitspraak 22 december (NAZOEKEN).

Eurofill werd in 2000 onderdeel van Stinoil Holding.

Evenblij Vaten bv

Voormalige vatenhandel, ontstaan uit een in de 19e eeuw opgerichte kuiperij aan het Zuideinde te Koog. Het bedrijf dat kantoor hield in een fraai Zaans koopmanshuis ontwikkelde zich tot producent van grote aantallen houten vaten voor de Zaanse industrie. Geleverd werd bijvoorbeeld aan Duyvis en alle andere oliefabrieken. Aanvankelijk werd het benodigde hout in Koog gezaagd en bewerkt. Later ging men op maat gezaagde duigen, bodems, deksels en banden importeren uit Cyprus, Schotland en de V.S. De vaten werden door ongeveer vijftig kuipers in elkaar gezet. Productie op deze wijze had nog tot het midden van de jaren '60 plaats. De houten vaten werden echter gaandeweg verdrongen door metalen vaten, terwijl later ook kunststof in zwang kwam.

De Amerikaanse Rheem Manufacturing Company bouwde, tezamen met Evenblij Vaten N.V. te Zaandam een grote fabriek voor de vervaardiging van shipping containers ofwel laadinstallaties. Met een fabrieksoppervlakte van 2700 vierkante meter moest het de modernste fabriek in West-Europa worden. Bij de Hembrug werd de vatenfabriek oktober 1948 geopend waar o.a. de minister van Economische Zaken, prof. v. d. Brink, de burgemeester van Zaandam, W. Thomassen en andere autoriteiten aanwezig waren. De vertegenwoordiger van het Amerikaanse Concern Rheem Manufacturing Company te San Francisco kondigde een maximale dagproductie van 2000 vaten in verschillende typen aan. Rheem-Evenblij werd in augustus 1948 opgericht met een geplaatst kapitaal van ƒ 1.5 miljoen. In het kapitaal van de onderneming wordt van Amerikaanse zijde deelgenomen voor 40 procent. De rest van het kapitaal is afkomstig van de N.V. Evenblij Vaten te Zaandam.

6 oktober 1949 werden bewoners van de Westzanerdijk te Zaandam om kwart over twaalf gewekt werden door explosies van wit hete vaten. In de loods lagen gebruikte lege benzine- en verfblikken van de firma Evenblij. De achtergebleven substantie brandde als een fakkel, de loods brandde zo goed als geheel uit waarbij honderden vaten verloren gingen.

Eind 1950 neemt Van Leer's Vatenfabrieken te Amsterdam het aandelenkapitaal van de Vatenfabriek Rheem-Evenblij over. Aandelen in bezit van Rheem te San Francisco werden overgenomen door een andere Amerikaanse maatschappij. Met ingang van 15 december 1950 werd de naam van de vennootschap veranderd in Vatenfabriek Zaanland. De onderneming werd in het leven geroepen door Evenblij-Vaten en de Rheem-Manufacturing Company.

Vatenfabriek Zaanland sloot op 2 mei 1952 haar deuren. Al het personeel, in totaal negentig man, werd ontslagen, terwijl ook een begin werd gemaakt met het demonteren van het kostbare machinepark in de grote fabriekshal. De gebouwen werden te koop aangeboden en er hebben zich vele gegadigden voor gemeld. Van het kantoorpersoneel gaat tien man over naar de kantoren van de N.V. van Leer in Amsterdam.

In Zaandam leidde de plotselinge en snelle liquidatie van de gloednieuwe vatenfabriek tot veel ophef. Kort na de bevrijding werden grote fabriekspanden aan het Noordzeekanaal neergezet door Vatenfabriek Evenblij, die zich later verbond aan de Amerikaanse onderneming Kheem. Het bedrijf ontwikkelde zich gezond, doch er ontstonden moeilijkheden, met een bank. Rheem trok zich terug, Evenblij deed de aandelen over aan de N.V. Van Leer, die de productie van achtduizend vaten per week handhaafde, doch er plotseling toe overging het bedrijf te Zaandam te liquideren. In handelskringen wordt deze Amerikaanse handelwijze als normaal ervaren: men koopt de concurrent op en men handhaaft zijn monopoliepositie door het opgekochte bedrijf uit te schakelen.

Evenblij Vaten concentreerde zich vervolgens op de handel in metalen vaten, al of niet gebruikt. Gebruikte vaten werden op het bedrijfsterrein schoongemaakt en hersteld, waardoor ongetwijfeld bodemverontreinigingen zijn veroorzaakt.

1 februari 1961 werd naar schatting voor ƒ 300.000 schade aangericht door een felle brand in Evenblij's verfspuiterij, die twee houten pakhuizen uit 1880 aan het Breedweer van Emballage industrie Evenblij-Vaten en van de N.V. Zaanchemie in de as legde. Hoewel nabijgelegen huizen en een derde pakhuis gevaar liepen, wisten de brandweerkorpsen van Koog, Zaandijk en Zaandam het vuur met veel moeite te bedwingen. Blusboot De Weer, die opgeroepen was, ondervond vertraging doordat de sluiswachter van de Mallegatsluis onvindbaar was. De bedrijven waren tegen brand verzekerd. Over de oorzaak van de brand was niets bekend.

In 1990 vestigde zich een kledingimporteur onder de naam Ingwersen Import op het terrein.

Export

Als een van de eerste industriegebieden in West-Europa heeft de Zaanstreek een eeuwenoude traditie op het gebied van export. Vanuit bijvoorbeeld de scheepsbouw, de walvisvaart en de veredeling van producten in de talrijke windmolens ontwikkelde zich een export naar vele delen in de wereld. Zie: Economische geschiedenis. De huidige export vanuit de Zaanstreek kan alleen bij benadering worden vastgesteld. Er zijn geen regionale exportgegevens. Er is vaak ook indirecte export, die bij het leverende bedrijf niet bekend is; een leverancier van verpakkingsmaterialen weet niet altijd of deze verpakking (mede) voor export bestemd is.

Uit de 'Lijst van producerende, importerende en exporterende ondernemingen', zoals de Kamer van Koophandel die in de jaren rond 1980 enkele keren samenstelde, is wel vast te stellen dat naar een zeer groot aantal landen wordt geleverd; alleen Albanië bleek als afzetland te ontbreken.

→ Lees verder...

Exter Food Ingredients

Voorheen Exter Aroma bv, fabriek van soep- en spijsaroma te Zaandam. Het bedrijf werd opgericht in 1928 door Roelof van Exter (1891-1961). Hij kocht van een erfenis een fabriekspandje aan het einde van het Sluispad te Zaandam, waar hij een vetsmelterij en een bescheiden productie van aromatische sausen begon. In het centrum van Zaandam haalde hij vet en beenderen op. Het maken van de hartige bouillons startte hij onder licentie van Nestlé (Maggi). De smaken werden bereid volgens authentiek recept en op traditionele wijze.

Op 9 augustus 1934 werd Exter getroffen door een felle brand in de vetsmelterij.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog, in 1941, kwam Roelof van Exter in contact met een Rus, die hem de bereiding leerde van Oosterse aromatische sojasaus. Prompt ging Van Exter over op de productie daarvan. Daarvoor werd een procestechniek ontwikkeld, gebaseerd op een authentiek Oosters recept van zo'n 2.600 jaar oud. Het product is in Nederland algemeen bekend onder de naam soeparoma, een natuurlijke smaakstof.

Gedurende de oorlogsjaren werd vet steeds schaarser; Van Exter verlegde het zwaartepunt van de productie naar spijsaroma. Na de oorlog groeide het bedrijf snel onder tweehoofdige leiding van Roelof van Exter en diens schoonzoon Jacob Hart. Later werd het bedrijf overgenomen door de twee zonen van Jacob: Jacob en Roel.

Er werd besloten de vetsmelterij stop te zetten, zodat het bedrijf zich volledig kon specialiseren in de productie van spijsaroma en bouillon. Werden destijds voornamelijk dierlijke grondstoffen gebruikt, later schakelde Exter over op juist veel plantaardige aroma’s onder andere op basis van gedrolyseerd plantaardig eiwit (HVP).

De behuizing aan het Sluispad werd te klein en nieuwe fabrieken en laboratoria werden gebouwd aan de Gerrit Bolkade in het Houtveld te Zaandam; het kantoor bleef tot 1988 gevestigd aan het Sluispad. Exter is gespecialiseerd in de aromafabricage, dat zijn aromatische bouillonpoeders, die worden toegepast in soepen, vlees- en visconserven, vleeswaren, vleesproducten, sausen, snacks, diepvriesmaaltijden en hondenvoer.

Het bedrijf exporteert naar alle werelddelen. In 1989 ontstonden plannen tot de bouw van een nieuwe fabriek. In 1990 werd Exter onderdeel van Gist-Brocades. Bij het bedrijf werkten in 1991 70 personeelsleden.

In 2009 neemt Exter de industriële aroma en gehydrolyseerde plantaardige eiwitten (HVP) van Heinz over.

Lees ook:

Fabrieks- en andere bedrijfsgebouwen

In de 17e en 18e eeuw verrezen langs de Zaan veel industriegebouwen, alle nog in hout uitgevoerd en gebouwd volgens één en hetzelfde principe. De hoogontwikkelde industrieën konden in latere bloeiperioden mede dankzij deze gebouwen ontstaan. Na de opening van het Noord-Hollands Kanaal was er al een duidelijke opleving in de bouw van fabrieken en andere bedrijfsgebouwen. Deze werd nog overtroffen door de opbloei na de opening van het Noordzeekanaal (1876), terwijl voorts de bouw van de Wilhelminasluis te Zaandam (1903) de bouw van fabrieken een gunstige impuls gaf. Deze bloei zette zich voort tot aan de Eerste Wereldoorlog. Daarna hield de handel wel stand maar was er geen sprake van groei meer. Dientengevolge werden er daarna nog nauwelijks bouwwerken van betekenis gebouwd.

Belangrijk voor de vormgeving van fabrieksgebouwen was de aandrijvingstechniek en de wijze van overbrenging. Aanvankelijk geschiedde de aandrijving van de fabrieken in de Zaanstreek door windkracht, zodat draaiende windmolens het gezicht van de Zaanstreek bepaalden (zie: Molenmakerij en Molenindustrie). Langzamerhand werd de windkracht verdreven door de Stoomkracht De vormgeving van de Nederlandse door stoom aangedreven fabrieken werd sterk beïnvloed door de industriële ontwikkeling in Engeland.

Door de invoering van stoommachines werd het noodzakelijk de brandbare houten gebouwen te vervangen door stenen pakhuizen en fabrieken, die aanvankelijk nog een houten inwendige constructie hadden, maar later een constructie met gietijzeren kolommen en stalen moerbalken kregen. Tevens kon door de nieuwe constructiewijze de toetreding van daglicht beter worden geregeld. Daar waar het nodig was konden grote lichtopeningen worden gemaakt. De ventilatie was ook in de molens en de houten pakhuizen over het algemeen al goed geregeld, door houten luiken waarvan het aantal afhankelijk was van de aard van het bedrijf. In de nieuwe stenen gebouwen geschiedde de ventilatie door kleine beweegbare delen in de stalen raamkozijnen die vaak een fijne roedenverdeling hadden.

De eerste proefnemingen met stoomkracht hadden reeds aan het eind van de 18e eeuw bij de polderbemaling plaatsgevonden. Dit bleef echter in een experimentele fase steken.

Pas in de 19e eeuw begonnen de eerste vooruitstrevende industriëlen de voordelen van de stoommachine te zien en deed de stoomkracht in de Zaanstreek zijn intrede in 1833 bij de Blauwselfabriek Avis Westzaan, in 1838 bij Papierfabriek Van Gelder Wormer en in 1852 bij Stoomolieslagerij De Liefde Wormer. Na 1870 volgde een snelle overschakeling van wind- op stoomkracht en al spoedig draaiden er nauwelijks meer molens in de Zaanstreek.

De stoommachines maakten hun aanwezigheid met veel lawaai en stank kenbaar en veranderden ook het uiterlijk van de streek. Hoge schoorstenen, ketelhuizen en grootschalige gebouwen bepaalden het gezicht van de streek. In de 20e eeuw werden de stoommachines geleidelijk vervangen door stoomturbines en elektromotoren. De schoorstenen en ketelhuizen verdwenen.

De eerste fabrieksgebouwen waren betrekkelijk sober uitgevoerd, met weinig versierende elementen en massaal van vorm. Maar toen door de opkomst en bloei van de industrie een zekere welvaart in de streek ging heersen, werden aan de functionele gebouwen esthetische aspecten toegevoegd. Deze stilistische toevoegingen waren niet noodzakelijk, maar symboliseerden door hun vorm en detaillering de positie van de fabrikant. Zo doende werkt een representatief pand als een goede reclame; een mooi gebouw wekt indruk en schept vertrouwen in de kwaliteiten van een onderneming.

Het ligt voor de hand dat bij het nastreven van een zekere monumentaliteit de vormgeving van de in die tijd gebouwde monumentale overheidsgebouwen werd nagevolgd. De architectuur van de nieuwe fabrieken werd aldus gekarakteriseerd door stijlmiddelen als naar voren springende middenpartijen, pilasters, frontons, hoekaccenten en andere decoratieve elementen uit de klassieke oudheid.

Na circa 1870 nam in de fabrieksarchitectuur de aandacht voor de details en de vormgeving uit de Hollandse Renaissance steeds meer toe. Bij sommige bouwwerken werd deze stijlopvatting bijzonder nauwgezet nagevolgd. Tot representatieve voorbeelden van deze stijl kunnen de pakhuizen Saigon en Batavia (beide gebouwd in de Zaanbocht te Wormer, respectievelijk in 1898 en 1894) worden gerekend. De gebouwen hebben prachtig gedetailleerde trapgevels, gootlijsten, vensters en metselwerkverbanden in gekleurde steen; dit alles uitgevoerd in neo-renaissance stijl. Bovendien is er veel siersmeedwerk en zijn er respectievelijk een hijstoren en een hijsuitbouw aan de gevels waar te nemen.

Bij het overgrote deel van de pakhuizen in de Zaanstreek uit deze periode zijn in de architectuur wel stijlkenmerken van de neo-renaissance terug te vinden, maar over het algemeen zijn ze toch een stuk zakelijker van aard. Bijna alle pakhuizen uit deze tijd hebben wel siermetselwerk en sommige een topgevel zoals bij Bassein.

Na de bloeiperiode van de neostijlen keerden de ontwerpers in het begin van de 20e eeuw weer terug tot een eerlijke functionele architectuur. Bij een inventarisatie van in die tijd gebouwde fabriekspanden, neergelegd in het boek 'De Zaansche Handel en Nijverheid', uitgegeven in samenwerking met de Kamer van Koophandel, is deze versobering duidelijk waar te nemen. In de bocht van de Zaan te Wormer is dit met name te zien aan de pakhuizen Java (1907), Hollandia I (1904) en Hollandia II (1913) en voorts aan enkele pakhuizen ten oosten van de Zaanbrug.

Naast deze ontwikkelingen begonnen de nieuwe constructiemethoden in het bouwen van de beton- en staalconstructies hun stempel op de vormgeving te drukken. Deze nieuwe materialen waren in de gevel eerst nog niet te zien, maar met de uitbreiding van de functionalistische stijlopvattingen na 1910 werden de constructies ook in de gevels zichtbaar.

Zie ook ` Bouwen in de Zaanstreek 5. en 9..

Ir. Kees Hoope. BI.

Flens BV

Flens BV, Houtverwerkende Industrie te Oostzaan. Het bedrijf werd gestart door P. Flens in 1938. Hij installeerde in de schuur van het pluimveebedrijf van zijn vader enige houtbewerkingsmachines. In de beginperiode en de daarop volgende oorlogstijd hield men zich bezig met de productie van onder andere houten fietshandvatten, pedaalblokken enz. Na de oorlog werden er huishoudelijke artikelen gefabriceerd, zoals huishoudtrappen, broodplanken, kleine meubelen en kasten. Daarnaast werden voor het leger in totaal 36 miljoen houten kogels, losse flodders, gemaakt.

De productiemogelijkheden werden vanaf de jaren '50 regelmatig uitgebreid. In 1976 werd de voormalige melkfabriek van Schaft als showroom met een oppervlakte van 5500 vierkante meter in gebruik genomen. Vanaf dat moment werden massief eiken meubelen gemaakt en verkocht. Flens BV had in 1991 35 werknemers in dienst.

Flentrop Orgelbouw bv

Internationaal bekend orgelbouw bedrijf te Zaandam.

Albert Schweitzer (1875 1965), was naast godgeleerde, cultuurfilosoot en arts weldoener in Afrika (Lambarene) ook een begaafd organist-musicoloog.

Bij een reis naar Nederland, omstreeks 1930, bracht hij uit persoonlijke belangstelling een bezoek aan orgelbouwer Flentrop Tijdens het gesprek maakte Schweitzer de opmerking dat het klassieke sleepladesysteem naar zi|n oordeel tot een fraaiere klank leidde.
Juist in die tijd was een ontwikkeling gaande naar meer moderne bouwtechnieken. Het was een opmerking die de heren Flentrop aan het denken zette. De toen nog jonge Dick Flentrop ging zich op aanbeveling van Schweitzer ook oriënteren bij collega's in de Elzas en Duitsland.

De internationale bekendheid van het Zaanse orgelbedrijf is zo mede enigszins toe te schrijven aan Albert Schweitzer

Het bedrijf werd in 1903 gesticht door Hendrik Wicher Flentrop, als orgel- en pianohandel en orgelbouw bedrijf. De eerste periode van bloei kwam in de jaren `30, in welke tijd pneumatische en elektropneumatische orgels werden gebouwd; daarnaast restaureerde het bedrijf oude orgels. De eerste sleeplade, een mechanische windlade ofwel het systeem dat Flentrop bouwt, werd in 1933 gemaakt, het eerste mechanische orgel in 1940.

In 1940 nam Dirk Andries Flentrop het bedrijf van zijn vader over. In de jaren '40 maakte het bedrijf naam door de bouw van drie orgels met drie klavieren en pedaal volgens het mechanisch sleepladen systeem. Het bedrijf maakt zowel huisorgels, als orgels voor concertzalen en kerken. Een orgel met één register is het kleinste door Flentrop gebouwde orgel; het grootste orgel dat tot dusver door het Zaanse orgelbouw bedrijf werd gebouwd had 70 registers.

Flentrop heeft zich van meet af aan ook bezig gehouden met restauraties. Gewerkt wordt in Zweden, Duitsland, Portugal en Mexico. Vanaf 1955 worden met grote regelmaat orgels gebouwd voor Amerika, zoals de orgels van Oberlin en Duke. De universiteiten van deze steden verleenden D.A. Flentrop een eredoctoraat voor zijn verdiensten. D.A. Flentrop werd in 1976 opgevolgd door Hans Steketee, die daarvoor jarenlang zijn assistent was.

Cees van Oostenbrugge volgde Steketee in 1998 op. Opnieuw werd een restauratie uitgevoerd van het Alkmaarse orgel van Hans van Covelen uit 1511 (het oudste bespeelbare orgel van Nederland). In 2005 restaureerde Flentrop het Cavaillé-Coll-orgel van de Philharmonie Haarlem in vrijwel de oorspronkelijke staat.

Van Oostenbrugge overleed in 2008 waarop Frits Elshout tot algemeen directeur werd aangesteld. Hij was sinds 1998 al adjunct-directeur bij Flentrop. Erik Winkel volgde per 1 januari 2016 Frits Elshout op als algemeen directeur van Orgelbouwer Flentrop. Alle leidinggevenden zijn of waren tevens organist in diverse kerken.

Lees ook 75 Jaar Flentrop Orgelbouw

Flentrop Orgelbouw

Flentrop op Wikipedia

Floris bv

Bouwmaterialenhandel te Wormer.

Het bedrijf werd opgericht in mei 1921 door C. Floris. De juridische vorm werd in de loop der jaren gewijzigd van eenmanszaak (1921) via vennootschap onder firma (1946) en nv (1956) tot bv (1972). Vanaf 1961 neemt het bedrijf deel in Aannemingsmaatschappij Wormer bv (oorspronkelijke naam: nv Betonwarenindustrie Wormer) en vanaf 1986 in C. Floris & Zn Aannemingsmaatschappij bv en C. Floris & Zn Transportbedrijf bv. alle te Wormer. Het bedrijf houdt zich bezig met groothandel, fabricage en transport. De belangrijkste produkten zijn de bouwmaterialen, waaronder sinds 1977 keukens.

Bij Floris waren in 1991 50 personen in dienst.

Foekens bv

Schoonmaakbedrijf en glazenwasserij te Zaandam.

Het bedrijf werd opgericht in juli 1981 door H.C. Foekens. Het bedrijf houdt zich vanaf 1986 ook bezig met sloopwerkzaamheden.

Bij Foekens waren in 1991 18 full-time en 130 part-time medewerkers in dienst.

Foeth bv, A

Handel in gebruikte machines, schroot, non ferro metalen, en revisiewerkplaats te Zaandam.

Het bedrijf werd opgericht door A. Foeth. De oorspronkelijke eenmanszaak werd in 1948 omgezet in nv en in 1972 in bv. De belangrijkste producten zijn gebruikte machines voor de rubber-, kunststof- en chemische industrie. In 1990 werd Foeth verplaatst naar de hoofdvestiging in Barneveld; in Zaandam werkten toen ca. 25 personen.

Forbo Krommenie bv

Fabrikant van linoleum en vinyl, handel in linoleum, vinyl, tapijt, onderhouds-, plak- en egaliseermiddelen, afwerkingsproducten zoals plinten, profielen en lasdraden; statutaire zetel in Krommenie, feitelijk gevestigd te Assendelft.

Het bedrijf werd opgericht in oktober 1898 te Krommenie door Pieter Hendrik Kaars Sijpesteijn. De familie Kaars Sijpesteijn was al generaties lang actief in de zeildoekweverij. De vader van Piet Hein, Willem Kaars Sijpesteijn, had in 1845 de lijnoliemolen De Vrede te Westknollendam aangekocht. Lijnolie werd onder andere gebruikt voor het impregneren van vlas- of zeildoek, hout, voor verlichtingsdoeleinden en als mengstof voor verf.

In de tweede helft van de 19e eeuw liep zowel de vraag naar lijnolie als naar zeildoek terug. In plaats van lijnolie werd steeds vaker petroleum als brandstof voor lampen gebruikt en de opkomst van de stoomschepen deed de afzet van zeildoek dalen.

In Schotland was inmiddels door Frederic Walton het linoleum uitgevonden. Walton had ontdekt dat bij oxydatie van lijnolie een dik en taai vlies ontstaat. In 1863 slaagde hij er in door het gebruik van dit product, met harsen, kurkmeel, jute en kleurstof een nieuwe soort vloerbedekking te ontwikkelen. Hij noemde zijn uitvinding linoleum, Linum = lijnzaad, Oleum = olie. In 1864 bouwde Walton de eerste linoleumfabriek in Staines.

Toen Piet Hein Kaars Sijpesteijn, die zijn vader in zaken was opgevolgd, van deze vinding hoorde, was hij op zoek naar afzetmogelijkheden voor zijn bijna geheel onverkoopbare lijnolie en zeildoek. Het nieuwe Engelse product zou de redding van zijn bedrijf kunnen zijn. Hij zocht contact met Walton en in oktober 1898 werd een contract tussen beiden getekend. De familie Sijpesteijn kocht voor f 400 het patent voor de vervaardiging van linoleum in Nederland. In november van datzelfde jaar werd het in Engeland getekende ontwerp voor een fabriek, naar Krommenie gezonden. Het jaar daarop begon de nv Nederlandsche Linoleumfabriek aan de Padlaan te Krommenie met de productie. Bij het bedrijf werkten toen 23 personen, waaronder zeven Schotten, die waren overgekomen om de helpende hand te bieden bij de opbouw van het bedrijf en die in later jaren voor het merendeel naar huis terugkeerden. De omzet dat eerste jaar bedroeg f 64.665. In deze tijd werden de eerste rollen bruin effen Walton met en zonder opgedrukt patroon geproduceerd.

In 1903 brandde de fabriek geheel af, waarna herbouw volgde. In 1916 was deze nieuwe fabriek te klein geworden en moest worden uitgebreid. Aangezien aan de Padlaan geen groeimogelijkheid bestond, werd een nieuwe fabriek gebouwd aan de Vaart. De fabricage nam daarna zo'n grote vlucht, dat in 1923 ook in Assendelft een vloerbedekkingsfabriek in gebruik genomen werd, de fabriek Zuid aan de Industrieweg.

In Wormerveer werd in 1926 een nieuw onderdeel van de Nederlandse Linoleum Fabrieken, de chemische divisie Eurocol gestart waar werd begonnen met de productie van kit, plak-, egaliseer- en onderhoudsmiddelen.

De lang levende wens van Sijpesteijn om een aantal Europese linoleumfabrikanten te verenigen kreeg in 1929 gestalte toen de Continentale Linoleum Union (CLU) te Zurich werd opgericht.

Uit 1930 dateert de komst van marmoleum als vloerbedekking. Een nieuwe impuls voor de linoleumproductie was de vondst van kleursterke pigmenten. Deze konden linoleumstof elke gewenste kleur geven, ook lichte kleuren door gebruik van titaanwit.

Tot aan de Tweede Wereldoorlog bleef de omzet van de Nederlandsche Linoleum Fabrieken gestaag groeien. De oorlog maakte hier een einde aan; de omzet daalde zelfs naar een absoluut dieptepunt. Na de oorlog kwam het bedrijf tot nieuwe bloei en werden nieuwe producten ontwikkeld. In 1950 werd begonnen met de productie van de Colorite cumaronharstegel.

→ Lees verder...

Franken bv,

Schoonmaakbedrijf. In 1966 te Zaandam als glazenwasserij door Karel Franken begonnen bedrijf, thans (1991) werkzaam onder de naam Franken Groep, schoonmaakbedrijven en dienstverlening.

Door uitbreidingen en overnames is de onderneming uitgegroeid tot een bedrijf met 1000 werknemers (1991), waarvan 300 in vast dienstverband. In 1980 werd Franken Utrecht bv opgericht, in 1985 is M. Blanken's Schoonmaakbedrijf te Beverwijk overgenomen en in 1989 volgde de overname van M. Kroon & Zn te Almere. Deze bedrijven zijn als zelfstandige werkmaatschappijen in de Franken Groep actief. Van het personeel is 60% van buitenlandse herkomst; 40% bestaat uit vrouwen. De directie bestaat uit K. Franken en A. van der Pelt; het bedrijf is (1991) gevestigd aan het Smitsven te Zaandam.

Friki nv

Filiaal-voortzetting van de firma C. Rep te Oostzaan, import en export van wild en gevogelte, gesloten per 1 december 1974.

De firma Rep werd in 1934 door Cornelis Rep begonnen aan het Zuideinde te Oostzaan. In 1961 werd de onderneming in een naamloze vennootschap omgezet en 1966 gingen de aandelen over naar Pluimveeslachterij Wezep n.v. te Wezep, die later de naam Friki NV zou krijgen en een dochterbedrijf was van:

  • de Nationale Aan- en Verkoopvereniging voor Land- en Tuinbouw Cebeco te Rotterdam,
  • de Cooperatieve Centrale Landbouwvereniging De Handelsraad van de Aartsdiocesane Rooms-Katholieke Boeren- en Tuindersbond G.A. te Arnhem en
  • de destijds grootste pluimveeslachterij van West-Europa, Coöperatieve Pluimveeslachterij G.A. te Boxmeer.

In het Oostzaanse pluimveeslachtbedrijf brak maandag 22 december 1969, vermoedelijk door kortsluiting, een felle brand uit. De schade bedroeg naar een eerste schatting 600 duizend gulden. De productie in het bedrijf, die juist in deze tijd van het jaar een toppunt bereikte, was onmogelijk geworden. Overwogen werd de produktie over te brengen naar andere Friki-bedrijven in Twello en Wezep. Er gingen vrij grote voorraden verloren.

Op 8 april 1970 besluit de NV Friki tot de bouw van een nieuwe fabriek in Oosterwolde die zich zal toeleggen in de export van kippen- en kalkoenrollades, -kroketten en -gehaktballen voor de export naar de Verenigde Staten en Japan.

Vanaf 1 januari 1971 werd het Oostzaanse bedrijf voortgezet te Wezep, later Zevenaar, als filiaal van Friki NV dat per l december 1974 werd gesloten.

Commissarissen en directie van de pluimveeslachterij Friki wilden een vestiging met 75 werknemers in Twello op 1 april 1975 sluiten om nieuwe verliezen te compenseren. Nadat al tweemaal 24 miljoen gulden in Friki werd gepompt door de aandeelhouders moesten meerdere reorganisatieplannen worden uitgevoerd. Na opheffing van het bedrijf in Oostzaan en halvering van het bedrijf in Twello, werden eerder 300 van de 1800 personeelsleden afgevoerd. Het personeelsbestand zou tot 1250 moeten worden beperkt, zo kregen vakbonden na een gesprek met de Raad van Commissarissen en directie te horen.

In 1978 ontstond uit een fusie van NV Friki en het pluimveebedrijf Bekebrede te Barneveld het bedrijf Plukon Food Group, PLUimvee KOmbinatie Nederland.

Zie voor een overzicht van de activiteiten rond Plukon de website Wikipedia.

Fris, Gerrit Gzn.

Zaandam, 10 oktober 1893 - Zaandam, 22 maart 1986

Gerrit Fris, een ondernemer met bijzondere sociale betrokkenheid, begon na de lagere school als loodgietersknecht in de zaak van zijn vader aan de Zuiddijk te Zaandam. Met zijn broer Jacob ontwikkelde hij dit kleine bedrijf tot een grote winkel in elektrische artikelen enzovoort, tot de jaren '70 gevestigd aan de Gedempte Gracht. Daarnaast kreeg een installatiebedrijf voor de bouw gestalte, onder meer voor de levering van de toen in opkomst zijnde centrale verwarming, later onder de naam Vetim, terwijl de gebroeders Fris vooral actief waren op het gebied van de radio-distributie, de draadomroep. Hiervoor verwierven zij concessies in meer dan 20 Nederlandse gemeenten. Zie ook: Bauling

Zij breidden deze activiteit uit in België, Engeland en Duitsland dat werd afgestoten in 1939. Terwijl de Nederlandse radio-distributie werd genationaliseerd, de PTT werd er mee belast, groeiden de Belgische en Engelse bedrijven later uit tot grote ondernemingen voor kabeltelevisie.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog stichtte Fris de NV Keramische Industrie Fris, een aardewerkfabriek, eerst in Gouda, later in Edam, die een grote omvang bereikte, maar door naoorlogse concurrentie uit de lage-lonen-landen in 1971 moest worden gesloten. Het was één van de eerste bedrijven met een winstdelingsregeling.

Op maatschappelijk terrein heeft Fris zich in zijn latere levensjaren verdienstelijk gemaakt voor de bejaardenhuisvesting. In de Zaanstreek nam hij het initiatief tot de stichting van Parkzicht te Koog aan de Zaan, Mennistenerf en Schildershoek te Zaandam. Hij was bestuurslid en enige tijd voorzitter van de landelijke NCHB, de Nederlandse Centrale voor de Huisvesting van Bejaarden. Fris werd benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau en Ridder in de Kroonorde van België.

Gebhard, Fred

Amsterdam, 15 november 1885 – Zaandam, 8 november 1953

Fredrik Coenraad Adriaan (Fred) Gebhard, zoon van journalist Johan Frederik Gebhard (1849-1913), had, vanaf het begin van de twintigste eeuw in Zaandam woonachtig, in grote mate eerbied voor wat het voorgeslacht had gedaan, en belangstelling, tot in details, voor de werken van zijn eigen generatie en voor hetgeen jongeren zich voornamen tot verdere ontplooiing van 's mensen geestelijke gaven te doen.

Zijn veeljarige arbeid als president-directeur voor Zwaardemaker's Handel en Industrie weerhield hem er niet van om tijd te vinden voor werk op cultureel en maatschappelijk gebied. De zeer vele functies, desondanks op die terreinen door hem in de Zaanstreek bekleed, leggen getuigenis af van zijn ernstige wil om aandeel te hebben in het bevorderen van een plaatselijke samenleving, welke ook aan niet in geld waardeerbare zaken een ruime plaats zou bieden.

F.C.A. Gebhard:

  • werd in 1949 benoemd tot Ridder in de orde van Oranje Nassau,
  • was lid van de Commissie van toezicht op het Middelbaar Onderwijs te Zaandam,
  • was voorzitter van het departement Zaanstreek van de Maatschappij voor Handel en Nijverheid,
  • was geruime tijd voorzitter van de culturele afdeling van de Zaandamse Gemeenschap,
  • was president-commissaris van de jamfabriek Zwaardemaker te Maarssen,
  • was commissaris van de Nutsspaarbank Zaandam,
  • bekleedde twaalf en een half jaar tot 1939 het voorzitterschap van de oudercommissie van school 9 aan de Stationsstraat te Zaandam,
  • maakte als pionier lang deel uit van het bestuur van de Zaandamse schoolwerktuinen,
  • zette zich als voorzitter van Toonkunst zin voor de Stadionconcerten in het Olympisch Stadion door het Concertgebouw- en Residentie-orkest,
  • stond als voorzitter aan de wieg van de Vereniging voor Muzikale Ontwikkeling der Jeugd afdeling Zaanstreek,
  • maakte in 1923 deel uit van de kandidatenlijst van de politieke Vrijheidsbond.

Gelder bv, G.J. van

Zaadhandel en -fabriek te Zaandam.

Het bedrijf werd opgericht in augustus 1848 door Gerrit Jacob van Gelder (telg uit het papiermakersgeslacht, zie: Van Gelder ondenemersgeslacht), die tot die tijd als volontair werkte op de afdeling fijne zaden van Wessanen en Laan. Wessanen besloot in genoemd jaar de zaadhandel af te stoten en droeg die over aan Van Gelder, die werkte vanuit het pakhuis Amsterdam aan de Zaanweg te Wormerveer.

→ Lees verder...

Gelder, Van Ondernemersgeslacht

De geschiedenis van het Zaanse geslacht Van Gelder begon met Pieter Smidt van Gelder (1762-1842) die met het gezin van zijn vader in 1781 naar Zaandam was gekomen. De doopsgezinde dominee Hendrik van Gelder (1736-1808) was namelijk naar Westzaandam beroepen. Vader Hendrik was eerst getrouwd geweest met Maria Smidt (1736-1772) en hertrouwde later met Geertruid Eindhoven (1740-1800). Na het overlijden van zijn eerste vrouw beloofde hij dat voortaan de kinderen die naar zijn schoonfamilie werden vernoemd de familienaam Smidt van Gelder zouden voeren; dit betrof de Pieters en de Sara's. Daardoor werden in de volgende generaties de namen Smidt van Gelder en Van Gelder in een gezin gebruikt.

Pieter Smidt van Gelder (1762-1842)

Later zou een tak zich Smidt van Gelder blijven noemen.

→ Lees verder...

Genius Klinkenberg bv

Machinefabriek en constructiewerkplaats te Wormerveer. Oorspronkelijk familiebedrijf Gebroeders Klinkenberg, vanaf 1984 zelfstandige werkmaatschappij van Genius Holding te IJmuiden.

Als stichtingsdatum van Klinkenberg wordt 1 mei 1855 aangehouden, toen Pieter Klinkenberg zelfstandig zaken ging doen. Eerder werkte hij al in de smederij van zijn vader te Krommenie, waarvan hij in 1855 de leiding overnam. In 1857 werd een nieuw bedrijf gevestigd aan het Noordeinde te Wormerveer. Deze verhuizing werd waarschijnlijk mede ingegeven door de bouw van stoomoliefabriek De Tijd van Koninklijke Wessanen BV aan de Noorddijk. Toen De Tijd in december 1857 in werking kwam had Klinkenberg reeds 57 opdrachten in de fabriek vervuld. Ook daarna werd met regelmaat voor Wessanen gewerkt, daarnaast was er werk aan molens, het beslaan van paarden en reparaties aan rijtuigen. Het burgerwerk nam een steeds minder belangrijke plaats in.

In 1883 maakte Klinkenberg voor het eerst de constructie voor een brug in de Goudastraat te Wormerveer. De bruggenbouw zou daarna een van de belangrijkste bedrijfsactiviteiten worden en lang blijven. Klinkenberg heeft door heel Nederland bruggen gebouwd. Een andere, eveneens later belangrijke, activiteit was het maken van constructies voor bedrijfsgebouwen. Meestal gebeurde dit in samenwerking met de gebroeders Gorter te Wormerveer, die waren gespecialiseerd in de bouw van fabrieken met zware constructies. In 1894 trad Pieter Klinkenberg terug uit het inmiddels middelgrote bedrijf; de zaken werden overgenomen door zijn zonen Jan en Cornelis. Per 1 januari 1895 werd de naam Gebroeders Klinkenberg. Onder leiding van de gebroeders werd het reparatiewerk steeds minder belangrijk, ten gunste van de nieuwbouw, van onder andere reservoirs en watervijzels voor poldergemalen.

Cornelis Klinkenberg verliet het bedrijf in 1911, hij werd opgevolgd door Pieter Klinkenberg Jzn, die gestudeerd had te Delft. Deze zorgde ervoor dat het bedrijf professioneler werd; na zijn komst werd bijvoorbeeld een tekenkamer ingericht. Vanaf de eerste decennia van de 20e eeuw ging Klinkenberg steeds meer ook buiten de Zaanstreek werken, met name met de bruggenbouw en met de productie van onder andere loopkranen, draaikranen, liften en transportwerktuigen. In 1928 werd de fabriek aanzienlijk uitgebreid. In juni 1939 werd Jan Klinkenberg Jzn directeur.

Gedurende de tweede wereldoorlog werd clandestien gewerkt aan vijf noodgemalen die direct na de bevrijding in mei 1945 werden ingezet op verschillende locaties in Noord Holland. Het eerste noodgemaal werd geplaatst in de Zaandammerpolder.

Na de Tweede Wereldoorlog namen de broers Pieter en Jan Klinkenberg Jzn initiatieven voor uitbreidingen van het bedrijf. In 1947 overleed Pieter Klinkenberg; zijn zoon Willem Pieter werd daarna benoemd tot directeur. Jan Klinkenberg overleed in 1954. In de jaren '50 en '60 maakte het bedrijf een bloeiende periode door. Het was betrokken bij grote projecten in binnen- en buitenland. In deze tijd werden de licentierechten verworven voor de bouw van roltrommel-vuilnisautos. Klinkenberg bouwde er honderden van, maar door gebrekkig management verliepen deze aanvankelijk veelbelovende activiteiten.

In de jaren '70 kwamen de eerste grote problemen. Het uitblijven van opdrachten noodzaakte de onderneming in te krimpen, het personeelsbestand werd in 1976 met 36 teruggebracht tot circa 15 werknemers. De Klinkenbergs verdwenen uit de directie van het bedrijf. In 1978 droeg de familie Klinkenberg de aandelen over aan een stichting, waarin de familie Klinkenberg, het personeel en de directie vertegenwoordigd waren.

Rond 1980 kwam het bedrijf opnieuw in de problemen. Zeventien werknemers werden ontslagen en directeur S. van den Broek werd op non-actief gesteld. Een nieuwe ontwikkeling deed zich voor in 1982, toen personeel, directie en een buitenlandse belanghebbende, een Canadese zakenman, licentiehouder van de bij Klinkenberg gefabriceerde silo's, die aandelen van de familie Klinkenberg kochten. De periode 1982-1984 was onrustig voor het bedrijf. In maart 1984 werd tenslotte surséance van betaling aangevraagd en kort daarna het faillissement; voor de toen nog 85 werk- nemers werd ontslag aangevraagd. Het bedrijf had op dat moment een volle orderporte- feuille (f 6 mln.) Als belangrijke oorzaak van het faillissement werd het debacle met het Rijn-Schelde-Verolme-concem aangewezen. Klinkenberg had nooit betaalde kostbare boren voor kolengraafmachines voor het concern gemaakt. Na het faillissement leek het geruime tijd dat Klinkenberg niet terug zou keren. Met name acties van een strijdbare groep van het personeel, onder aanvoering van OR-lid W. Beets) keerde het tij.

Rijk, provincie en gemeente gaven een kredietgarantie van in totaal 1.6 miljoen gulden. Drie maanden na het faillissement begon Klinkenberg weer met productie, er waren toen veertig werknemers overgebleven. In september 1984 werd Klinkenberg overgenomen door de IJmuidense Genius Holding; de nieuwe naam werd Genius Klinkenberg bv. Na de overname kwam het bedrijf tot nieuwe bloei. In 1991 telde Klinkenberg circa 100 werknemers; de omzet was in 1990 ca. 16 miljoen gulden. Sinds de overname door Genius houdt Klinkenberg zich steeds meer met fijn mechanische constructies bezig. o.a. voor Philips, Fokker en Hoogovens.

De uitvoering van uitbreidingsplannen van de bedrijfsruimte aan het Noordeinde werd weliswaar in 1987 vertraagd door tegenstand van omwonenden, maar in 1988 voor een belangrijk deel gerealiseerd.

Gerkens Cacao Industrie bv

Cacaofabriek en -handel, en oorspronkelijk oliën- en vettenraffinaderij, te Wormer en Zaandam-Oost, opgericht in 1928, uitgegroeid tot in omvang het tweede cacaobonen-verwerkende bedrijf in de streek. Grondlegger van het bedrijf was dipl. ing. K.J. Gerkens, die in de oude panden van het oliezaadverwerkingsbedrijf De Mol aan de Veerdijk te Wormer, dat enige jaren eerder stil was komen te liggen, in mei 1928 begon met het raffineren van plantaardige en dierlijke oliën en vetten. Het bedrijf kreeg de naam Gerkens Olieraffinaderij nv. Gerkens richtte het bedrijf in met een installatie voor het raffineren, bleken en stomen, en vulde die in 1934 aan met de eerste destillatieve ontzuringsapparatuur in Nederland.

Naast de oliën en vetten werd een specialisme ontwikkeld voor het vet cacaoboter, en begon men partijen te veredelen voor Jan Schoemaker, Koninklijke Wessanen, Berisford Cacao, Boon en andere Zaanse cacaoverwerkers, alsmede interlokale bedrijven als Van Houten, Bensdorp, Blooker, Land & Zee en Holland. In de jaren dertig werd ook voor buitenlandse opdrachtgevers gewerkt, zoals indirect voor Cadbury in Engeland. Dit leidde tot een bod van Cadbury op het bedrijf in 1938; Gerkens verkoos echter zelfstandig te blijven.

De Tweede Wereldoorlog was een moeilijke tijd en ook in de jaren daarna dreigde, na een aanvankelijk herstel, de groei uit het bedrijf te raken. De reden was dat veel klanten zelf gingen raffineren of stomen, zodat het aantal loonopdrachten verminderde. Toch waren er in 1952 nog ca. 35 personeelsleden. In datzelfde jaar werd H.J . Viskil, schoonzoon van Gerkens, in de leiding van het bedrijf opgenomen. In 1958 werd besloten over te gaan tot de handel in cacaoboter. Dit gebeurde in een aparte firma: Gerkens Handelmaatschappij nv. Voortaan zouden partijen cacaoboter worden gekocht, in de olieraffinaderij worden veredeld, om daarna te worden verkocht aan chocoladefabrikanten. Daarmee werd Gerkens leverancier van cacaoboter en een concurrent van de andere Zaanse cacaofabrieken. De handelsmaatschappij werd al snel de grootste opdrachtgever van de raffinaderij, en later de enige. Het bedrijf kon echter alleen gestoomde, en dus smaakloze, cacaoboter leveren en de noodzaak om ook smaakgevende boter te kunnen fabriceren werd steeds dringender. Na enige experimenten met wringers werd besloten persboter te gaan produceren. Met dit doel voor ogen werd in juli '63 cacaofabriek de Jonker aan de Oostzijde te Zaandam van L. Burghait overgenomen. Dit bedrijf, dat eigenlijk een chocoladefabriek was, bezat twee cacaopersen om in de eigen behoefte aan cacaoboter te voorzien.

Gerkens Olieraffinaderij was daarmee een echte cacaofabriek geworden, ofschoon met een verwerking van 1250 ton bonen in het eerste jaar nog van bescheiden omvang. In 1963 stierf oprichter K.J. Gerkens en werd de naam van het bedrijf gewijzigd in Gerkens Cacao Industrie nv. Het bedrijf betrok vanaf dat moment zelf de bonen uit West-Afrika en Zuid- en Midden-Amerika.

De periode 1965-1975 werd gekenmerkt door voortdurende groei. In 1967 werd H.J. Viskil algemeen directeur. Persen en molens werden aangeschaft en de klantenkring voor boter en poeder nam toe. In 1970 werd reeds 10.000 ton bonen verwerkt, terwijl het aantal personeelsleden steeg tot ca. 70. Na een associatie met een Amerikaans levensmiddelenbedrijf, Capitol Food Industries Inc. die in 1969 werd aangegaan, werd het aandelenpakket in 1975 overgenomen door General Cocoa Company Holland BV. Dit was geen belemmering voor verdere ontwikkeling van het bedrijf. In 1977 werd Korff`s Koninklijke Cacao- en Chocoladefabrieken nv te Amsterdam overgenomen. Van Korff werd alleen het cacao-deel van de productie bij Gerkens geïntegreerd. In 1979 nam Gerkens Stuurman Cacao BV te Zaandam over. De totale productie steeg daarmee tot ca. 25.000 ton bonen per jaar.

Vanaf het startjaar 1979, waarin een vernieuwd productiebedrijf aan de Veerdijk in Wormer in bedrijf werd genomen, werd veel aan modernisering van het machinepark gedaan. In 1985 was de verwerking ca. 36.000 ton bonen per jaar geworden. In 1983 drong de vennootschap door tot de top 100 industriële ondernemingen in Nederland.

Begin 1987 werd de General Cocoa Company overgenomen door het Amerikaanse Cargill. Bij Gerkens waren in 1991 297 personen in dienst. Door een uitbreidings- en moderniseringsplan, waarmee tot eind 1986 f 20 mln. gemoeid was en waarbij het bedrijf te Wormer, Stuurman Cacao en De Jonker betrokken waren, kon de verwerking van cacaobonen tot een niveau van 75.000 ton per jaar gebracht worden (1989). De omzet in het boekjaar 1989-1990 bedroeg f 600 mln. Zie voorts: Cacao-industrie.

Gesink & Zn., W

Autobedrijf te Koog. Het bedrijf werd opgericht in juni 1923 door W. Gesink en C. Terwey en hield zich aan- vankelijk uitsluitend bezig met de reparatie van auto`s. Later begon het bedrijf ook met busdiensten (1923- 1952), een reisbureau (1930- 1950) en tenslotte ook de verkoop van auto's (vanaf 1946). De juridische vorm werd in 1975 omgezet in bv. Gesink is thans (1987) dealer voor de Zaanstreek van het Franse automerk Peugeot. Bij het bedrijf waren in 1991: 13 personen in dienst.

Goedhart bv

Suikerwerkenfabriek te Zaandijk. opgericht in 1912 door A. Goedhart. die aanvankelijk vmchtendessert' van Russische makelij verhandelde. maar na overname van de receptuur dit produkt zelf ging fabriceren. Het bedrijf bleef tot na de Tweede Wereldoorlog van bescheiden omvang. maar het kon - in tegenstelling tot verscheidene andere Zaanse suikerwerkfabrieken - het hoofd boven water houden. Na de oorlog namen produktie en omzet gestadig toe. De leiding was sinds 1942 toevertrouwd aan een zoon van de oprichter. S. Goedhart. die door geleidelijke aankoop van belendende panden de produktieruimte aan de Lagedijk aanzienlijk wist uit te breiden. De laatste nieuwbouw dateert van 19'l2. De vervaardiging van het rijke assortiment is thans grotendeels geautomatiseerd. Het bedrijf telt ongeveer tachtig medewerkers. Het leveringsprogramma bestaat uit enkele honderden soorten snoepjes. waarvan twintig als basis-produkt worden beschouwd. De fabricage is te onderscheiden in vier produktiegroepen. te weten: gomprodukten (op basis van vooral gelatine; bijvoorbeeld gomballen). pectine-produkten [pectine is evenals gem een geleermiddel; bijvoorbeeld vmchtenkoekjes. al of niet voorzien van gen chocoladelaagje). fondant [op basis van suiker) en zetmeel-gelatineprodukten (zoals winegum. hoestmelanges en tumtums). De directie wordt gevoerd door R. Gaus en A. Goedhart. kleinzoon van de oprichter. ln 1989 werd een samenwerkingsovereenkomst gesloten rnet Klene's Suikerwerkfabriek nv te Hoom. een zeer oude onderneming die tot voor enkele jaren aan de Looiersgracht te Amsterdam was gevestigd. De leveringsprogramrna's sluiten goed bij elkaar aan; vooralsnog zal de samenwerking geen gevolgen hebben voor het personeelsbestand of de plaats van vestiging.

Gorter bv

Fabriek van stalen ramen, branddeuren, aluminium- en kunststof kozijnen. In 1936 ontstaan uit het veel oudere bouwbedrijf van de Gebroeders Gorter aan het Zuideinde te Wormerveer. In 1846 kocht Lammert Gorter het erf van de gesloopte oliemolen De Leeuw, Zuideinde 31. Daarmee legde deze timmerman en molenmaker de grondslag voor een later gerenommeerd aannemingsbedrijf.

Het aantal panden aan het Zuideinde van deze molenmakerij, die ook actief was in fabrieksbouw, breidde zich uit door aankoop van de nummers 23 (1852), 26 (1884) en 30. Dirk Gorter speelde een belangrijke rol in de firma. Onder zijn directie tekende en bouwde het bedrijf van de Gebroeders Gorter de grote pellerijen aan de Veerdijk te Wormer waarvan de gevelwand het aanzicht van de Zaanoever tegenover de Zaanbocht te Wormerveer bepaalt. Geen ander bedrijf bleek in staat de zware constructie van zoldervloeren en kolommen zo juist te berekenen.

Op de Wormerveerse Zaanweg kocht Dirk Gorter verschillende panden die hij verbouwde tot winkels. Dit gold onder andere voor Zaanweg 100, verbouwd tot boekwinkel en drukkerij voor zijn gelijknamige zoon, en eerder Zaanweg 41 (1880) en 42 (1892). Hoewel het bouwbedrijf van de Gebroeders Gorter nog lange tijd door nakomelingen op meer bescheiden schaal werd voortgezet, ontstond in 1936 door initiatieven van J. van Nek. G. Honig en H. Mik een afsplitsing. Zij specialiseerden zich in de vervaardiging van stalen ramen en deuren. Hieruit ontstond in de jaren '60 Gorter Holding bv die zich bezig hield met de verkoop en montage van geimporteerde rolluiken en garagedeuren, en Stalen Ramen-industrie Gorter bv. In 19'i'0 werd de directie overgenomen door Cees Valk.

Gragt , bouwbedrijf Van der bv

Bouwbedrijf te Assendelft.
Het bouwbedrijf is een voortzetting van het in de jaren '20 begonnen Timmer- en Aannemingsbedrijf E.J. Woud te Wormer. Woud hield zich voornamelijk bezig met het bouwen van kleine bouwwerken ( betonbruggen in provinciale wegen; beschoeiingen en een enkele woning of villa). In maart 1963 werd de zaak overgedaan aan J. van der Gragt. Woud was toen 62 jaar, hij zou tot zijn zeventigste als beheerder aan het bedrijf verbonden blijven.

Na de de overname heeft Van der Gragt bv zich ontwikkeld tot een middelgroot bouwbedrijf. Vanaf eind 1920 houdt het bedrijf zich in hoofdzaak bezig met woningbouw in alle categorieën en daarnaast utiliteitswerken en werken in de grond-, water- en wegenbouw. In 1923 ging het bedrijf zich ook bezig houden met het ontwikkelen van complete uitbreidingsplannen, onder andere werden in Assendelft in totaal 1.165 woningen gebouwd (Centrum I tot en met IV, terwijl het bedrijf in 1986 was betrokken bij de voorbereidingen voor Centrum V, 400 woningen).

Het bouwbedrijf richt zich geografisch op Noord-Holland. De juridische vorm werd in 1969 gewijzigd in nv en in 1974 in bv met beperkte aansprakelijkheid. De omzet van het bedrijf steeg van f 700.000 in 1964 tot f 20 mln. in 1988. Het aantal personeelsleden steeg in die periode van 3 (in 1963) naar 70 (in 1989).

Gras BV Houthandel v/h F & G

Houthandel in Zaandam. De houthandel (en oorspronkelijk ook houtzagerij) werd opgericht in 1868 door Floris Gras Gzn., die de houtzaagmolen De Rode Leeuw en later ook De Notenboom, De aankocht.

Tot die tijd was Floris Gras molenmaker en deelgenoot van de compagnieschap Wed. G. Gras & Zonen, die vanaf 1235 (vier generaties) de molenmakerij had beoefend. De molenmakerij, die De Juffer, De bezat, stopte haar activiteiten in 1820 en ging vanaf dat jaar verder als hardhouthandel. In 1820 kwam Gerrit Gras bij zijn broer Floris in de zaak. Vier jaar later zou hij weer vertrekken, maar de naam F. & G. Gras bleef gehandhaafd.

De Rode Leeuw werd gesloopt in 1916, waarna het bedrijf nog uitsluitend de houthandel dreef. In 196? werd de houtwerf voor intern watertransport omgebouwd voor intern wegtransport. Alle bestaande loodsen zijn nadien vervangen. Het bedrijf richt zich op bouwnijverheid, hout-, timmer- en meubelindustrie en levert door het hele land met sporadisch enige export.

De juridische vorm werd in 1921 omgezet van eenmanszaak in nv, en in 1922 in bv. Vooral ten gevolge van automatisering nam het personeelsbestand sterk af. In 1989 waren bij Gras 1? werknemers in dienst. In 1988-1989 is het besluit gevallen de vestigingsplaats op het Eiland te Zaandam (het kantoor is al sinds vele jaren aan de Czarinastraat gevestigd) te verlaten ten gunste van daar door de gemeente Zaanstad te realiseren woningbouw. Er kwam een grondruil met de gemeente tot stand. In de nabije toekomst zal Houthandel Gras de beschikking krijgen over een terrein aan de Balkenhaven (Wim Thomassenhaven) dicht bij het Noordzeekanaal.

Groeneveld van der Poll & co, _firma

Elektrotechnisch installatiebedrijf te Wormerveer. zie: GTI Zaanstad bv.

Groothandel

Vorm van handel, 'handel in het groot'. De groothandel is een schakel tussen de producent en de detailhandel. Groothandelaren ontvangen artikelen van verschillende producenten (meest in 'grootverpakking'), slaan die op in (over het algemeen eigen) pakhuizen, en distribueren de artikelen met meestentijds eigen vervoermiddelen in kleinere hoeveelheden naar de detailhandel.

In de Zaanstreek waren in het bijzonder in de jaren '20 en '30 meerdere groothandelbedrijven met verschillende soorten artikelen actief. Met name belangrijk was de groothandel in levensmiddelen. Groothandelaren (ook wel grossiers genoemd, afgeleid van de voor de Tweede Wereldoorlog gebruikte benaming: 'grossierderijen') kunnen handel drijven in zeer uiteenlopende artikelen. Er bestaan. als enige willekeurige voorbeelden, groothandels in huishoudelijke artikelen, eieren, speelgoed, levensmiddelen enzovoort. Doordat een groothandelaar grote voorraden aanhoudt kan hij plaatselijke schommelingen in de vraag opvangen; daarom is het niet nodig dat de detaillist extra voorraden opslaat.

Groothandels hebben meestal vertegenwoordigers in dienst, die regelmatig de detaillisten bezoeken om de orders op te nemen. In de levens middelenhandel gebeurt dat op een vaste dag en een vast tijdstip, het uitvoeren van de order volgt dan een of twee dagen later. De groothandel is hiermee een belangrijke schakel in het distributieproces, zowel voor producent als voor detaillist. De producent heeft de mogelijkheid zijn goederen in grootverpakking economisch af te zetten, terwijl de detaillist op korte termijn zijn voorraden kan aanvullen. Desondanks hadden en hebben er pogingen plaats om de groothandel te omzeilen. Grotere detaillisten trachtten soms (al dan niet met enkele collega-detaillisten) hun goederen rechtstreeks van de producent te betrekken. Als de bestelde voorraad groot genoeg was, en op een adres werd afgeleverd waren de producenten hier ook toe genegen. Deze situatie deed zich met name voor tijdens de crisis van de jaren '30.

Bovendien verkozen sommige producenten het om hun eigen goederen zelf te distribueren (bijvoorbeeld tot voor enkele jaren Verkade). Ofschoon dergelijke ontwikkelingen de groothandel schaden, lijkt het niet voor de hand te liggen dat de grossier hierdoor zal verdwijnen. De groothandel vereenvoudigt het handelsverkeer namelijk aanmerkelijk. Indien (dit als voorbeeld) de situatie zich voordoet dat twaalf producenten elk aan twaalf detaillisten leveren, dan bestaan er reeds 144 handelscontacten. Indien tussen de producenten en de detaillisten een groothandel plaatsneemt wordt dit aantal teruggebracht tot 24 (12 tussen producenten en groothandel en 12 tussen groothandel en detaillisten).

De opkomst en bloei van het grootwinkelbedrijf vormt echter een belangrijkere bedreiging voor de groothandel, die in verschillende soorten artikelen handelden. Hierachter worden met name de groothandels in levensmiddelen genoemd, omdat deze (volgend op de omvangrijke Zaanse levensmiddelenindustrie) met name specifiek voor de streek waren. Bovendien was de Zaanstreek de bakermat voor twee grootwinkelbedrijven in levensmiddelen (Albert Heijn, en Simon de Wit).

→ Lees verder...

GTI Zaanstad bv

Elektrotechnisch installatiebedrijf te Wormerveer, vestiging van nv GTI Holding te Nieuwegein. Voorloper van het bedrijf was de in augustus 1887 te Amsterdam opgerichte firma Groeneveld van der Poll & Co, later Groenpol genoemd. In 1916 werd te Wormerveer de eerste vestiging buiten Amsterdam opgericht. Na de overname in 1971 van Groenpol door de Steenkolen Handelsvereniging (SHV), welke voor de installatie-bedrijven de naam GTI (Groep Technische Installaties) invoerde. werd de naam van de vestiging in Wormerveer: GTI Zaanstad bv. Op 1 januari 1984 verliet GTI de SHV en werd zelfstandig. De nv GTI Holding werd opgericht, met (in 1989) 40 vestigingen in Nederland en Belgie'. GTI Zaanstad bv opereert in N oord-Holland boven het Noordzeekanaal. Het bedrijf verzorgt complete elektrotechnische en instrumenttechnisehe installaties, zowel in de industrie als in de utiliteitsbouw, inclusief de levering van besturingssystemen (met PLC- en andere microcomputer-technieken met beeldschermbediening) en schakelborden, met daarbij service, onderhoud en technisch beheer. Bij GTI Zaanstad waren in 1991'. 185 personen in dienst.

Haak bv, Scheepswerf

Scheepswerf te Zaandam, gespecialiseerd in kleinere, stalen, zeegaande schepen tot een lengte van 50 meter, zoals motorjachten, sleepboten, vissersschepen en dergelijke.

In juni 1925 richtte Jacob Haak (1901-1986) een werf op aan de Pieter Ghijsenlaan te Zaandam. Haak was een geschoolde machinist, die na het maken van een stalen visjol, op de scheepsbouw besloot over te stappen. Aanvankelijk hield hij zich vooral bezig met schoonmaakwerk en reparaties. In de crisisjaren bouwde hij ook casco's van jachten en zogenoemde groenteschuitjes.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog wist Haak zijn bedrijf draaiende te houden. Na de oorlog specialiseerde de werf zich gaandeweg meer in de nieuwbouw van jachten. De zoon van de oprichter. J.A. Haak, ontwierp deze meestentijds. Daarnaast bouwde het bedrijf viskotters.

De werf aan de Pieter Ghijsenlaan was inmiddels te klein geworden en in 1958 werd het bedrijf verplaatst naar de Vredeweg in de Achtersluispolder. In 1960 volgde de omzetting van eenmanszaak in naamloze vennootschap; in 1973 werd het bedrijf een besloten vennootschap.

De derde generatie Haak trad in deze periode het bedrijf binnen. Vanaf de jaren '60 bouwt Haak zowel voor de binnenlandse als de buitenlandse markt; 80 procent van de gebouwde schepen is voor de visserij, ongeveer 10 procent van de 800 schepen tellende Nederlandse vloot werd in de Achtersluispolder gebouwd. Daarnaast bouwde Haak in 1976 een zeesleper voor Zweden, eind jaren '70 een serie kleine sleepboten voor Nigeria en in de jaren `80 een luxueus zee-motorjacht voor een Griekse afnemer.

Haak bouwde in totaal honderden grote schepen. Begin jaren '80 werd de organisatiestructuur ingrijpend gewijzigd. Haak Beheer BV werd eigenaar van grond en opstallen, Havis bv hield een door inruil verkregen viskotter TX80 in de vaart die na een jaar werd verkocht; Havis werd een slapende rederij en scheepswerf Haak BV bouwt en huurt de grond van Haak Beheer. In 1985 werd een tweede helling in gebruik genomen. Bij het bedrijf werkten in 1990 20 à 25 mensen.

14 mei 1996 wordt Scheepswerf Haak BV te Zaandam failliet verklaard. De buitenlandse concurrentie wordt als voornaamste oorzaak genoemd. Het terrein wordt overgenomen door Holland Jachtbouw.

Haan bv, Bouwbedrijf de

Bouwbedrijf te Zaandam. Het bedrijf werd opgericht in 1945 door D. de Haan. Met twee compagnons begon hij materiaal voor kleuteronderwijs (driehoekjes, telramen) te maken. Voorts verrichtten zij onderhoudswerk aan woningen. De produktie van de schoolmiddelen werd in 1967 afgestoten. Daarna legde De Haan zich geheel toe op verbouwingen, nieuwbouw, groot onderhoud en restauratie-werkzamnheden. In 1969 werd de eenmanszaak van D. de Haan een vennootschap onder firma (toen zoon E. de Haan in het bedrijf werd opgenomen); in 1986 werd de juridische vorm omgezet in bv. In datzelfde jaar werd het bedrijf dealer van kunststoffen kozijnen. In 1980 verhuisde het bedrijf van de Valkstraat naar een nieuw pand aan de Zomerdijk te Zaandam. Bij De Haan waren in 1990 28 personen in dienst. De omzet bedroeg in 1991 f 4 mln.

Haan bv, Transportbedrijf de

Transportbedrijf te Zaandam. Het bedrijf werd opgericht in 1930 door C. de Haan en houdt zich sindsdien bezig met het goederenvervoer over de weg, opslag en distributie. De juridische vorm werd van vennootschap onder ñrma gewijzigd in bv. Bij Transportbedrijf de Haan waren in 1991 60 personen in dienst.

Harlingen, bv Gereedschapmakerij K. van

Gereedschapmakerij, vennootschap onder firma K. van Harlingen - C. Hijne gevestigd in juni 1946 aan de Limburg van Stirumstraat te Krommenie. In 1949 volgde verhuizing naar de Van Hogendorpstraat, eveneens te Krommenie.

De vennootschap werd in augustus 1950 ontbonden, waarna de deze werd voortgezet als firma K. van Harlingen. De juridische vorm werd in 1965 gewijzigd in NV en later in 1972 in BV. In oktober 1968 vestigde het bedrijf zich aan de Vaartdijk te Wormerveer.

Van Harlingen hield zich vanaf het begin bezig met de fabricage van verschillende soorten stempels en speciaalgereedschappen voor de blik- en plaatverwerkende industrie. Bij Van Harlingen waren in 1986: 25 personen in dienst.

Op 11 juni 2002 werd het faillissement over de gereedschapsmakerij uitgesproken.

Hartog

Inmiddels verdwenen wasserij te Wormerveer. Het bedrijf werd in 1886 gesticht door de heer K. Hartog, die als werkloos timmerman de cacaomolen De Zaanstroom kocht en deze ombouwde tot wasserij. De was werd in kuipen door de door windkracht aangedreven stampers bewerkt. Andere werkzaamheden werden met de hand gedaan. De was werd op een grasveld aan de Watering gebleekt.

In 1893 brandde de molen geheel af, waarna het bedrijf op stoomkracht overging. In 1903 werd het bedrijf, vermoedelijk als gevolg van het omvallen van een droogkachel, opnieuw door brand geteisterd. waarna het in steen werd herbouwd op de plaats van het vroegere bleekveld (nu de Blekerstraat). De daarna volgende jaren werden uitbreidingen en moderniseringen gerealiseerd. Eén daarvan was een eigen expeditiedienst voor de Zaanstreek, die werkte met behulp van handkarren en paard en wagens. Eén handkar werd de Alkmaar Packet opgereden en zorgde voor de verbinding met Amsterdam. Na de Eerste Wereldoorlog schafte Hartog voor het vervoer vrachtauto's aan.

In 1927 werd begonnen met een linnenverhuurafdeling. waarmee het bedrijf landelijke bekendheid kreeg. In de jaren '30 werden centrifuges geïnstalleerd en stapte het bedrijf over van stoomkracht naar elektriciteit. In deze periode werden de heren A. en K. Hartog in de directie opgenomen. In de eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog werd de hele voorraad linnengoed door de Duitsers gevorderd. Na de oorlog werd een nieuwe buitendienst opgezet, ter vervanging van de linnenverhuurderij.

In de jaren '50 en '60 schreed de mechanisering in de wasindustrie steeds verder voort. K. Hartog trad uit de directie en A. Hartog ging (later geassisteerd door zijn zoon A. Hartog jr) alleen verder. In 1973 trad de heer A. Hartog na een dienstverband van 52 jaar uit. In 1974 werd een volledig geautomatiseerde wasstraat in gebruik genomen. Als gevolg van de automatisering was het aantal werknemers gedaald van 135 naar 70. De klantenkring van het bedrijf was inmiddels volledig gewijzigd; in plaats van particulieren waren nu bedrijven de voornaamste klanten. Een dochteronderneming onder de naam Nederlandse Bedrijfskleding Service bv werd gestart om de activiteiten tot huur en verhuur, in- en verkoop van bedrijfskleding uit te breiden. In 1980 leidde een conflict tussen Hartog en ziekenhuis De Heel (goed voor bijna 35 % van de omzet) bijna tot het ontslag van 39 personeelsleden en mogelijke sluiting van het bedrijf. Na aandringen van de Industriebond FNV en de gemeenteraad van Zaanstad werd een onafhankelijke commissie ingesteld om de problemen te onderzoeken. Dit leidde tot een nieuw contract dat in 1983 werd verlengd.

Daarnaast had de wasserij problemen met de gemeente over de rijrichting van de vrachtauto`s in de Lindenlaan te Wormerveer. Hartog verloor het beroep bij de Raad van State en kreeg nadien problemen met de bewoners van de Korte Blekerstraat over de overlast van de daar rijdende vrachtauto's. In 1986 werd het contract tussen de wasserij en De Heel beëindigd, gevolgd door het verbreken van de samenwerking met de stichting Verpleeghuizen.

Dit leidde tot een omzetverlies van 50%. Het bedrijf bleek niet in staat dit verlies op korte termijn op te vangen. Toen Hartog daarna ook een aantal klanten in de hotelsector kwijtraakte, moest het bedrijf (één dag voor het 100-jarig bestaan gevierd had kunnen worden) de poorten sluiten. Pand en grond werden gekocht door bouwbedrijf van der Gragt. Mede door meningsverschillen over de aard van de bedrijfsbeëindiging (sluiting of faillissement) kwam het resterende personeel (20 mensen) in ernstige financiële moeilijkheden. Deze werden pas opgelost in januari 1987, toen het faillissement over Hartog werd uitgesproken.

Haverlag bv, Drukkerij

Grafische industrie te Zaandam. Het bedrijf werd opgericht in april 1931 door Ph.H. Haverlag. Bij het overlijden van de oprichter in 1964 werd de drukkerij voortgezet door diens zonen C. en H. Haverlag; de juridische vorm werd nv, en in 1972 bv. Het bedrijf is sinds 1970 gevestigd aan de M.L. Kingweg. In 1981 werd Haverlag Holding opgericht, met als dochters Drukkerij Haverlag bv en Haverlag Speciaal bv te Zaandam, en Haverlag & De Goede bv in Beverwijk. Te Zaandam wordt reclamedrukwerk in vier kleuren offsetdruk vervaardigd. In Beverwijk worden drukwerk, plastic mappen en ringbanden gemaakt. Bij het bedrijf waren in 1991 in totaal 65 personen in dienst.

Haza Papier bv

Papierwarenindustrie en handel te Zaandijk. Werkmaatschappij van Van Cooth Holding bv te Koog aan de Zaan. Opgericht in 1895 door A. Haan, die papieren zakken voor verpakking van zout, suiker, soda, fruit en dergelijke ging maken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog begon een groepje onderduikers in het bedrijf met het maken van schuurpapier. Toen in 1945 de oorlog ten einde was, verfden zij het overgebleven papier in diverse kleuren en verkochten dat als feestversiering. Dit was de eerste aanzet tot de latere produktie van opvouwbare papieren kerstklokken, guirlandes en reclame-artikelen.

In 1979 werd Papierwarenfabriek Haza overgenomen door Van Cooths Papiergroothandel te Koog aan de Zaan, om als zelfstandige bv (werkmaatschappij) onder leiding van directeur J .M. Haan verder te gaan. Het bedrijf produceert decoratiepapieren, feestartikelen, kerst- en paasartikelen, kerstkaarten en promotieartikelen. Het werd uitgebreid met de produktie-eenheid voor crêpepapier en -guirlandes van Celtona bv te Cuijck. Haza houdt zich voor 80 procent bezig met fabricage en voor 20 procent met handel. Bij Haza waren in 1991: 31 personen in dienst.

Heijn jr, Albert

Zaandam, 25 januari 1927 - Hereford, 13 januari 2011

Kleinzoon Albert Heijn van oprichter Albert Heijn Sr.

Albert Heijn jr, zoon van Jan Heijn (1897-1964) en Adriana Hendrika Kruger (1900-1984), kleinzoon van Albert Heijn sr (1865-1945), broer van Gerrit Jan Heijn (1931-1987). Van 1962 tot 1989 president van de raad van bestuur van Koninklijke Ahold te Zaandam. Na een opleiding aan het instituut Nijenrode in Breukelen en stages in Zürich en Londen kwam hij in 1949 in dienst bij Albert Heijn NV, het bedrijf dat in 1887 door zijn grootvader als Oostzaanse kruidenierszaak was begonnen. Hij werd in 1951 als manager verantwoordelijk voor de zelfbedienings-ontwikkeling in het winkelbedrijf.

In 1939 bezocht hij het Zaanlands Lyceum. Nederland hield het hoofd gedurende de economische crisis net boven water, maar de politieke spanningen groeiden. Tijdens de bezetting werd de familie Heijn gedwongen thuis Duitse officieren te huisvesten. Op een ochtend werd hij wakker en ontdekte dat hij verlamd was. Het was september 1944, Albert was getroffen door polio. Het begin van een lange periode van herstel trad aan; de eerste in een reeks van moeilijkheden die hij moest overwinnen. Zes maanden later, vlak voor de bevrijding, werd hij uit het ziekenhuis ontslagen. Hij kon weer lopen, maar sporten ging niet meer. Een forse tegenslag, daar hij altijd een getalenteerd atleet was. Ook droomde hij ooit van een carrière bij de marine die daarmee in duigen viel. Na de oorlog studeerde hij twee jaar economie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij twijfelde aan z’n keuze waarop een studietest hem richting Nyenrode voerde.

Op z'n 22e studeerde hij daar af en ging aan de slag bij het beursgenoteerde Albert Heijn. Albert leerde het bedrijf kennen via een intensief stageprogramma om het vak te leren. Hij werd ingelijfd bij het team van het filiaal aan de Amsterdamse PC Hooftstraat waar hij al snel bonnen leerde plakken omdat veel producten op de bon verkrijgbaar waren. Ook leerde hij suikerzakken vouwen. Daarnaast liep hij stages bij Pearks & Maypole in Londen en Migros in Zwitserland.

„Het is wèl lastig om op mijn leeftijd — ik ben nu 32 — een bedrijf van deze omvang te leiden. Ik zit nu tien jaar in de zaak. Het heeft natuurlijk zijn voordelen om altijd het zoontje van de baas te zijn geweest. Je hebt van jongs af aan met het bedrijf meegeleefd. Als heel klein jongetje ging je geregeld met je vader mee, je keek en je vroeg. Je groeide mee. Maar er zijn ook nadelen. Want nu, als president-directeur, vergader ik soms met mensen, die kennelijk nog het kleine jongetje in me zien. Je zegt wat en dan zie je ze denken: „Kijk, dat zegt zo'n jongen toch aardig“.

Dat zegt, met vrijwel voortdurend een vrolijke twinkeling in de ogen, Albert Heijn Jzn, waarschijnlijk de jongste onder de leiders van de zeer grote bedrijven in Nederland is president-directeur van Albert Heijn. Hij is dat sedert 1958. En de meeste mensen, in en buiten het bedrijf, zien in hem de toekomstige leider van het gehele Albert Heijn-concern. Lees verder in 'Groot bedrijf niet iets om bang voor te zijn' waarin Albert Heijn wordt geïnterviewd voor Het Parool van 17 december 1959.

In 1962 werd hij benoemd tot president van de Raad van Bestuur van Albert Heijn NV, die vanaf 1973 Ahold NV werd. Samen met z’n broer Gerrit Jan, vader Jan, oom Gerrit bouwde Albert Heijn jr aan de grootste supermarktketen van Nederland en hielp Ahold uit te groeien tot een vooraanstaand internationaal detailhandelaar. Hij bleef altijd bescheiden over zijn aandeel in dit welslagen. Nadat hij bestuursvoorzitter van Ahold was, bleef hij zichzelf officieel kruidenier noemen. Net als zijn grootvader, een man op wie Albert sterk leek, vooral in z’n persoonlijke levensbeschouwing. Beide mannen bezaten het talent om met het perspectief van een consument te kijken.

In 1989 was Albert Heijn lid van de raad van commissarissen van Koninklijke Ahold nv en vervulde hij verscheidene andere commissariaten en voorzitterschappen zoals het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel, Raad voor het Filiaal- en Grootwinkelbedrijf en Confederation Europënne du Commerce de Detail. Daarnaast was hij bestuurslid van een aantal binnenlandse en internationale organisaties. In 1995 legde hij z'n functies neer maar bleef altijd betrokken.

→ Lees verder...

Heijnis Tsz, firma J

Drukkerij, boekhandel en gedurende een periode van 125 jaar uitgeverij van boeken in Zaandijk, nu nog bestaand als kleine grafische onderneming onder de naam Heijnis en Schipper BV.

Het bedrijf werd in 1821 als boekhandel opgericht door Jan Heijnis Teuniszoon, die zich al na anderhalf jaar lettermateriaal en een handpers aanschafte om ook als drukker actief te worden. In de jaren veertig van de 19e eeuw had hij de inrichting kennelijk al zover uitgebreid dat nog volledig met de hand gezette en gedrukte boeken werden vervaardigd voor onder meer Amsterdamse en Haarlemse uitgeverijen. In deze tijd ontwikkelde Heijnis zich ook tot zelfstandige uitgever. Onder zijn naam verscheen een lange reeks boeken, merendeels van geschiedkundige, soms ook van bijvoorbeeld theologische aard.

Daarbij kwam een aantal boeken die de Zaanstreek betroffen van zijn pers, waaronder de reeks Zaanlandsche Jaarboekjes (1841-1854) en andere geschriften van Jacob Honig Jansz. Jr, onder andere diens Geschiedenis der Zaanlanden.

Na het overlijden van Jan Heijnis Tsz. in 1879 werd het bedrijf voortgezet door twee ongetrouwde dochters, die zich voornamelijk met de boekwinkel bemoeiden en de leiding van de drukkerij en uitgeverij steeds meer overlieten aan de meesterknecht, Klaas Woudt (1857-1923), die de zaak tenslotte van hen overnam. Deze was, na korte tijd op de oliemolen Het Vette Schaap te hebben gewerkt, als leerling-drukker bij Heijnis in dienst gekomen. Klaas Woudt was ondanks weinig opleiding vaardig met de pen. Zo kreeg hij als jonge man al een zekere populariteit door liedjes en voordrachten te schrijven voor bijvoorbeeld de brandweer. Naar de geest van de tijd werden de zogeheten 'spuitfeesten' met zijn teksten opgeluisterd.

Op den duur deden ook brandweren uit andere gemeenten een beroep op Woudt's schrijftalent. Aangezien deze liedjes en voordrachten in druk verschenen, kon hij het schrijven er van met zijn beroep combineren. Daarmee gaf hij de aanzet tot een specialistische uitgeverij, het later door zijn zoons Jan en Piet Woudt uitgebouwde Toneelfonds J. Heijnis Tsz., waarin ten dienste van ooit meer dan 10.000 amateur-toneelverenigingen in het land een zeer uitgebreid repertoire van avondvullende spelen en eenakters werd opgebouwd. De drukkerij stond in de periode tussen 1910 en 1950 grotendeels in dienst van deze toneeluitgeverij, met het vervaardigen en laten herdrukken van meer dan 400 titels, een tijdschrift voor het dilettantentoneel en regelmatig verspreide catalogi.

De toneelstukken werden voor een deel in opdracht van de broers Woudt geschreven of vertaald. In de jaren 50/60, toen inmiddels Klaas Woudt mede-firmant was geworden, liep de belangstelling voor het amateurtoneel dramatisch terug. Onder meer door de komst van de televisie en veranderende uitgaansgewoonten. Deze achteruitgang was zo drastisch dat de lucratieve toneeluitgeverij binnen enkele jaren verliesgevend werd en moest worden afgestoten. Doordat de verouderde drukkerij, de kwaliteit van de toneelboekjes behoefde niet hoog te zijn, geheel was ingericht voor boekproducties, richtte Klaas Woudt zich met zijn jongere broer Jaap op de vervaardiging en uitgave van voornamelijk letterkundige boeken.

De door hen opgerichte Uitgeverij der firma J. Heijnis Tsz,later Uitgeverij Heijnis BV vormde in zeer korte tijd een literair fonds met auteurs als Gerrit Kouwenaar, Jan Greshoff, Willem Frederik Hermans, Harry Mulisch, Jan Wolkers en Simon Vestdijk, maar zag geen kans voldoende verkoopresultaten te bereiken om daaruit de noodzakelijke investeringen ter vernieuwing van de drukkerij te financieren. Na ongeveer tien jaar moest het toen al omvangrijke en opmerkelijke fonds worden afgestoten.

Jaap Woudt, die aanvankelijk ook de in 1967 opgeheven boekhandel had geleid, trad als uitgever in dienst bij Meijer Pers in Wormerveer. Klaas Woudt zette de sterk verkleinde drukkerij Heijnis nog een aantal jaren voort.

In 1976 droeg hij machines, overige inventaris en opstallen over aan enige personeelsleden, om verder te kunnen werken als producent van boeken bij het mede door hem opgerichte Inmerc bv en als publicist. Sindsdien is drukkerij Heijnis BV in 1983 gefuseerd met de eveneens kleine Zaandijkse drukkerij Schipper tot Heijnis en Schipper BV met een bescheiden aantal medewerkers als grafisch bedrijf voortgezet. Opmerkelijk is dat nu 170 jaar achtereen in hetzelfde pand, dat ten dele bestaat uit de opslagruimte van een eerdere zoutziederij, een drukkerij is gevestigd. Heijnis en Schipper BV is het oudste Zaanse bedrijf in deze tak van nijverheid.

Hellema verpakkingsindustrie bv

Producent van verpakkingsmateriaal voor vooral de levensmiddelenindustrie aan de Oostzijde 381 te Zaandam. Het bedrijf werd opgericht omstreeks 1905 door Wieger Hellema (1864-1938), die voordien banketbakker was. Aanvankelijk maakte hij alleen verpakkingen voor zijn eigen bakkerij aan het Hollandsche Pad. Al spoedig na de oprichting werd de onderneming voortgezet door de twee zonen van de oprichter, Jan Cornelis Hellema (1890-1963) en Johan Dirk Antoon Hellema (1896-1945) laatstgenoemde werd in de Tweede Wereldoorlog gefusilleerd. De juridische vorm werd omgezet van nv in bv en het artikelenpakket breidde uit van gebaksdozen, schaaltjes en papieren zakken, tot hoogwaardig verpakkingsmateriaal voor vooral de levensmiddelenindustrie. Twintig procent van de producten wordt geëxporteerd. In 1986 werd een geheel nieuwe achtkleuren-diepdrukpers in gebruik genomen. Bij Hellema waren in 1991 21 werknemers in dienst.

De Spaanse verpakkingsmultinational Saica maakte op vrijdag 23 december 2016 bekend, Hellema in Zaandam, Schut in Etten-Leur en Lemapack in Weesp over te nemen. Met de bedrijven, eigendom van de holdingmaatschappij Flexible Packaging Holding (FPH) uit Weesp, krijgt Saica er meer dan € 100 mln omzet en 105 werknemers bij. Saica, in 2017 nog niet in Nederland actief, produceert jaarlijks 2,5 miljoen ton papier. De multinational uit Zaragoza heeft een omzet van € 2,6 mrd en bijna negenduizend werknemers in dienst in negen Europese landen. Hellema Verpakkingen, 31 fte, omzet € 10 mln, is toeleverancier van de levensmiddelenindustrie.

Hellingman & Zn bv

Touringcarbedrijf aan de Dr. H.G. Scholtenstraat nr. 9 te Zaandam. Het bedrijf werd opgericht in oktober 1937 en houdt zich bezig met touringcar-activiteiten, met als specialiteit geheel verzorgde dagtochtprogramma's. Als nevenactiviteit verricht Hellingman rouw- en trouwrij-werkzaamheden. Na een jarenlange samenwerking met Touringcarbedrijf Jan van Delen uit Barneveld is deze onderneming sinds april 2013 in de bedrijfsvoering van Hellingman opgenomen.

Op 1 oktober 1937 richtten de grondleggers Gré en Dirk Maartensz Hellingman (Avenhorn-1910 - Zaandam-1969) een taxibedrijf en rijwielstalling op het Stadhuisplein van Zaandam. Anno 1942 verhuisde het bedrijf naar de Hoogendijk 40 in Zaandam. Niet alleen was de zaak dag en nacht geopend voor ziekenvervoer, ook werden autoreparaties uitgevoerd. Bovendien konden er dertig voertuigen gestald worden. De nadruk lag echter op de verhuur van moderne, grote en kleine wagens. In 1949 staat Garage Hellingman officieel te boek als Dodge- en Austin Dealer.

In 1942 wordt Volkert geboren. Volkert Hellingman begon zijn loopbaan in de werkplaats, geruime tijd verzorgde hij het personeelsvervoer als chauffeur voor koekjes- en chocoladefabriek Verkade. Als Volkert (Fok) 27 jaar is overlijdt zijn vader. Vanaf die tijd vervulde hij managementfuncties in het bedrijf. Ook maakte hij als bestuurslid een aantal jaren deel uit van de werkgeversorganisatie Koninklijk Nederlands Vervoer. Volkert bouwde het bedrijf verder uit en gaf de bedrijfsleiding over aan de derde generatie om dit bedrijf voort te zetten. De huidige directie bestaat uit Dick, Jacob en Manfred Hellingman. Volkert Hellingman is 22 maart 2006 op 66-jarige leeftijd overleden. De AZ-bus is sinds 1996 de opvallendste autobus van touringcarbedrijf Hellingman. Contacten tussen AZ en Hellingman kwamen tot stand via Kras Stervakanties. Kras sponsorde het vervoer van AZ en huurde daar Hellingman voor in. Dick Hellingman: ,,Na verloop van tijd vroeg Kras of wij dat rechtstreeks met AZ wilden regelen.’’ Geen sponsor dus? Manfred Hellingman: ,,Dat wel, maar de bus wordt afgerekend.’’ Dick Hellingman: ,,Wij zijn echte AZ-fans. We hebben al jaren een seizoenkaart. Het is absoluut onze club.’’

De Mercedes-bus van bouwjaar 2010 en voorzien van een milieu-vriendelijke EVO 5-motor, is ingericht naar de wensen die bij AZ leefden, maar eigendom van Hellingman. De met sportieve lijnen bespoten bus, die behalve AZ ook AZ heren en jong AZ vervoert, is uitgerust met een luxe interieur; over de hoofdsteunen hangen kussentjes met het logo van AZ, comfortabele stoelen met veel beenruimte, getinte ramen en een laptopaansluiting voor videopresentaties. De rood-witte bus beschikt voorts over breedbeeld-satelliettelevisies, tafeltjes om te kaarten, een keukentje met koelkasten, magnetron en een koffiemachine. Ook een toilet maakt deel uit van de inrichting.

In 2013 werd opnieuw een spiksplinternieuwe AZ-bus gepresenteerd. Ruim een meter langer dan de oude versie waardoor meer beenruimte ontstaat. Oefenmeester Verbeek: “We moeten nu ook niet overdrijven, als je met 20 spelers in de bus zit praat je over slechts vijf cm per speler dus dat valt wel mee”. Ook deze AZ-bus is van alle gemakken voorzien; een complete keuken met magnetron, stoomoven en koelkast, satelliet TV en WIFI. Ook zijn er 220 volt-aansluitingen beschikbaar.

De bus is te huur en wordt ingeroosterd in het normale werk zodra er geen sprake van een uitwedstrijd is. Een gelukkige schoolklas kan het treffen dat de AZ-bus voorrijdt voor een schoolreisje. Het nieuwste paradepaardje heeft het prijskaartje van een ’leuke eengezinswoning’ zegt Dick Hellingman. AZ en Hellingman & Zonen hebben hun verbintenis in 2016 met vier jaar verlengd tot medio 2020.

Ten gevolge van het seizoenmatige karakter van de werkzaamheden, is bij Hellingman een wisselend aantal personeelsleden in dienst.

Hembrug nv

Voormalige gereedschaps- en werktuigenindustrie te Zaandam. Het bedrijf was voortgekomen uit het voormalige staatsbedrijf Artillerie Inrichtingen (AI) Inrichtingen. Dit werd in 1973 gesplitst in Eurometaal n.v. bv, de zogeheten 'munitiepoot`, die zich ging bezig houden met de productie van munitie. en Hembrug nv, de 'burgerpoot'. die de productie van gereedschapswerktuigen (slijpbanken, boormachines en draaibanken) op zich nam.

Van meet af aan heeft Hembrug, een staatsbedrijf waarvan Defensie 100 procent van de aandelen bezat, met problemen te kampen gehad. Ontslagen bleven niet uit, ook niet na de ontwikkeling van de elektronisch bestuurde zogenoemde CNC-draaibank. Een reddingspoging van de staat, door in 1982 f 14 miljoen beschikbaar te stellen, haalde niets uit. Sluiting dreigde. In 1983 werd surséance van betaling aangevraagd. Het bedrijf was inmiddels afgeslankt van 300 tot 110 werknemers.

Dat jaar kon Hembrug worden verkocht aan Machinefabriek Figee te Haarlem, met als eigenaar en enig aandeelhouder de in België wonende Nederlander ir. H. Nefkens. De werkzaamheden hadden vanaf dat jaar plaats op het Figee-terrein te Haarlem, waar 50 Hembrug-medewerkers emplooi vonden. De harderij-afdeling van Hembrug - die niet door Figee was overgenomen - werd in 1983 overgenomen door Staalharderij Neve bv te Diemen. Drie van de vijf werknemers behielden hun baan.

Heusden BV, Van

De afdeling mobiele uitvoering bevond zich in 1978 aan de Klamperstraat te Zaandam

Van Heusden BV, schoonmaakbedrijf te Wormerveer. Het bedrijf werd opgericht in 1945 door Wim van Heusden als glazenwasserij en schoonmaakbedrijf De Vooruitgang, vijf jaar later werd de naam veranderd in firma W. van Heusden & Zonen. Drie zonen: Jan, Nico en Wim jr kwamen in het bedrijf werken. De eerste werkzaamheden werden gedaan vanuit het huis aan de Belgischestraat 13, Zaandam. Een oude boerderij vormde het vervolg in 1951, vijf jaar later verhuisde men naar de Klokbaai. In 1969 verhuisde men naar de Klamperstraat en in 1980 werd het kantoor aan de Inzet in Wormerveer in gebruik genomen.

Het bedrijf was aanvankelijk voornamelijk actief in de glazenwasserij. De omzet bedroeg het eerste jaar f 8000. De activiteiten breidden zich in de loop der jaren uit, waarbij het schoonmaakonderhoud het belangrijkst werd (90 %). Daarnaast hield het bedrijf zich onder meer bezig met glazenwasserij en sanitaire dienstverlening zoals handdoek- en zeepautomaten; het richtte zich voornamelijk op de Noordhollandse markt. Tevens werd een eigen bedrijfsmatige opleiding verzorgd.

De juridische vorm wijzigde zich een aantal malen: in 1955 als firma met vier firmanten, Wim van Heusden sr. en zijn zonen Jan W., Nico A. en Wim van Heusden jr, in 1969 als NV, in 1973 als BV, in 1979 als beheersmaatschappij en BV en in 1986 als holding en BV. De aandelen van de familie Van Heusden zijn verkocht aan de directeuren Rob W. van Heusden, R.G. van der Muts en J.C. Oostenrijk. In 1988 werd het takenpakket uitgebreid met het uitwendig reinigen van computer- en randapparatuur. De omzet in 1990 bedroeg f 24 mln. Bij het bedrijf waren in 1991 1795 personen werkzaam, van wie 107 op full-time basis. In februari 1993 neemt het Vendex-concern Van Heusden Schoonmaakbedrijf over. Later werd het bedrijf overgenomen door Abilis/ISS en ging door het leven als Abilis - Van Heusden Schoonmaakspecialisten BV. Rob van Heusden, directeur van het bedrijf, nam op 1 oktober 1993 afscheid.

In 1996 richt Rob van Heusden Poseidon op, ontstaan uit Van Heusden Schoonmaakspecialisten, een middelgrote regionale dienstverlener met 180 medewerkers aan de Industrieweg, Inzet 132 te Wormerveer. Poseidon gaat in 1996 een samenwerking met Hazet uit Zaandam aan. Beide bedrijven streven naar kwaliteit en continuïteit.

Hilko bv

Zeep- en parfumerieënfabriek Hilko BV te Zaandam, later Hilko Soapworks. Het bedrijf werd opgericht in 1922 door de zwagers W.A. Hillebrants en G.J. Kok; de bedrijfsnaam ontstond door samenvoeging van de beginklanken van hun achternamen. Voor f 900, destijds 43.000 sterk gedevalueerde Duitse Marken, werd de complete installatie van een Duitse zeepfabriek gekocht, inclusief enige originele recepten. Het bedrijfje begon met de zeepproductie in een pandje aan de Wilhelminastraat te Zaandijk. Aanvankelijk werden de initiatiefnemers geconfronteerd met grote moeilijkheden. De machines deugden niet; bij gebrek aan stroom of stoom moest de energie met een kolenvuurtje worden opgewekt; en aanvankelijk werd met een, voor de zeepfabricage benodigde, verkeerde soort talk gewerkt, waardoor het product niet wilde verzepen.

Nadat de problemen waren overwonnen gingen de zaken steeds beter, en reeds in 1926 kon een nieuwe fabriek worden gebouwd aan de Oostzijde 371-375 te Zaandam. De bouw van de nieuwe fabriek werd mede mogelijk door de ondersteuning van de grootste geldschieter van het bedrijfje, J. Snelleman te Koog. G.J. Kok zou oorspronkelijk met f 2000 in de nieuwe fabriek deelnemen maar trok zich terug; de naam Hilko bleef evenwel gehandhaafd.

In 1928 werd Hilko, op aandringen van Snelleman, omgezet in een nv, met als directeuren W.A. Hillebrants en J.A. Snelleman jr. Ofschoon Hilko in deze periode een goede orderportefeuille had opgebouwd, klanten onder andere: De Bijenkorf, Simon de Wit en Manufacturenhandel Nederland, ontwikkelde het bedrijf zich in de ogen van Snelleman niet snel genoeg. In 1929 verkocht hij zijn aandelen aan Ph. Ramaer te Amsterdam, die in dienst trad van het bedrijf en later directeur werd. Snelleman jr. verliet Hilko. Tot commissaris werd aangesteld P. Tanger uit Zaandam.

Aan naamsbekendheid ontbrak het niet bij het Zaanse bedrijf dat in 1929 een grote fles Eau-de-Cologne en een doos huishoudzeep gevuld met 100 dubbele stuks aan de 750-duizendste inwoner van Amsterdam beloofde. Eerder, in 1926, ontving iedere 200-ste bezoeker van de Kruideniersbeurs in de Zaandamse Prins Hendrik een flesje Eau-de-Cologne ter waarde van 75 cent cadeau. Liefst twee liter zuiver Victoria-reukwater werd verspoten op de zakdoeken van de overige bezoekers.

In 1931 produceerde Hilko inmiddels 414.600 kg huishoud-, vet- en cocoszeep en bedroeg de geldomzet f 155.600. In 1934 voegde Albert Heijn zich bij de afnemers. In 1935 begon Hilko met de productie van zachte zeep; met Simon de Wit werd de afspraak gemaakt dat de volledige productie door dit bedrijf zou worden gekocht. Eveneens werd in 1935, na plaatsing van speciale machines, voor het eerst vlokkenzeep geleverd. In 1937 werd Eau-de-Cologne-zeep aan de producten toegevoegd. Als eerste toiletzeepfabrikant in Nederland schafte Hilko zich een automatische verpakkingsmachine aan. Ook werd het tot dan toe gehuurde kantoorgebouw aan de Oostzijde gekocht. De Tweede Wereldoorlog maakte een einde aan de periode van groei. De productie van vlokkenzeep, cocoszeep en zachte zeep moest worden gestaakt. Hilko begon daarna met de fabricage van zeeppasta en later ook luchtzeep, waarvan het bedrijf de kunst bij Unilever had mogen afkijken.

GOED NIEUWS voor de feestcomité's!! Overal in Zaandam zullen in de komende bevrijdings-feestdagen wedstrijden worden gehouden. Een grote moeilijkheid voor de feestcomités is echter het aanschaffen van de nodige prijzen. Onze plaatselijke industrie heeft zich echter niet onbetuigd gelaten, en vele nuttige en smakelijke prijzen zijn reeds ter beschikking gesteld. Hierbij sluit zich thans ook aan de N.V, Zeep- en Pafumerieën Fabriek HILKO, Oostzijde 367b, welke een stukje zeep in de nationale kleuren speciaal als prijs voor de aanstaande feestdagen heeft gemaakt. De fabriek stelt deze zeep gratis beschikbaar voor buurtverenigingen enz. Het is prima toiletzeep van oude kwaliteit. Feestcomité's gelieven hun adres op te geven aan de fabriek.

Na de oorlog begon een nieuwe groeiperiode. Harde zeep, zachte zeep, zeepvlokken en toiletzeep werden in 1946 reeds weer geproduceerd. Niet lang daarna werd scheerzeep aan het assortiment toegevoegd.

Intern vierde Hilko in 1947 het 25-jarig bestaan. Ter ere daarvan werd het personeel een pensioenfonds aangeboden waarin een bedrag van f 150.000 werd gestort. Ook ontving ieder personeelslid een gratificatie met als minimum een extra weekloon.

Directeur Ph. Ramaer trad in 1956 uit het bedrijf. Een jaar daarvóór was de zoon van de oprichter, R. Hillebrants, in de directie gekomen; in 1966 werd Sj. Hummel, schoonzoon van de oprichter, adjunct-directeur. In 1972 trad oprichter W.A. Hillebrants terug uit de directie; hij zou nog tot 1982 als adviseur aan het bedrijf verbonden blijven. Ook in 1972 werd de juridische vorm omgezet van nv in bv. De naam werd: Zeep- en Parfumeriënfabriek Hilko BV. Hilko produceerde in 1985 350 verschillende soorten en modellen zeep.

Op 28 april 1986 overleed Willem Allart Hillebrants, oprichter van de Hilko Zeepfabriek BV.

Op 8 juli 1986 viel het bedrijf in Britse handen en ging door het leven onder de naam Hilko Soapworks, onderdeel van het Britse Croda. Er werden 300 verschillende producten vervaardigd. De productie werd in 1986 door de ingebruikname van een zevende productielijn aanmerkelijk uitgebreid. De jaarproductie kwam dat jaar op 50 miljoen stukken zeep. Huishoudzeep werd niet meer gemaakt; het belangrijkste product was toiletzeep, gevolgd door shampoo en schuimbad. Zeventig procent van de productie was voor de Nederlandse markt bestemd; geëxporteerd werd onder andere naar Scandinavië, Israël en Engeland. In 1991 waren bij Hilko 110 personen in dienst.

Op 1 juli 2003 werd het faillissement uitgesproken. Er was een malaise in de zeepindustrie ontstaan. De curator sprak met drie gegadigden over een doorstart. Er was overleg met Unilever of er extra omzet kon worden gecreëerd ter compensatie van het wegvallen van de afzet naar Sara Lee. Hierdoor zou een doorstart in afgeslankte vorm voor Hilko mogelijk worden. Unilever zag echter geen kans die garantie te geven en haakte af.

De curator richtte zich op de verkoop van activa als voorraden, gebouwen, installaties en wagenpark. Door de slechte financiële situatie van de zeepfabrikanten in Europa was er echter weinig animo voor. Uiteindelijk bleek Butler & England, een Engelse, internationale zeep- en chocolade in- en verkooponderneming, bereid de inventaris en het machinepark eind 2003 uit de failliete boedel over te nemen voor € 400.000. Butler & England ging in 2016 ten onder aan een faillissement.

De voorraad courante zeep en halffabricaten werd voor € 100.000 verkocht aan vroegere klanten van de fabriek. Een partij niet courante zeep ging via een opkoper van de hand.

In 2008 werden de panden gesloopt op verzoek van de inmiddels nieuwe eigenaar Rochedale om plaats te maken voor appartementen.

Lees meer over Hilko op de website van het Zaans Industrieel Erfgoed

Hille & Zoon, G.

De fabriekspanden van Hille aan de Oostzijde omstreeks 1935

De stoom-koek- en beschuitfabriek van Hille aan de Oostzijde te Zaandam werd op 2 juni 1901 opgericht door de 22-jarige bakkerszoon K. Hille uit Koog. Na verplaatsing in 1905 naar een groter pand, eveneens aan de Oostzijde, volgde een voorspoedige ontwikkeling. Het bedrijf werkte aanvankelijk met hetelucht-ovens, later werden deze vervangen door gasgestookte kettingovens. In een aantal opzichten werd door Hille dezelfde lijn gevolgd als door Verkade. Hille en Zoon gaf ook een reeks plaatjes-albums uit, waarvan er verscheidene werden geïllustreerd door de Zaanse kunstenaar Willem Jansen. Ook kwam er een vestiging in Amsterdam en werd een organisatie met depots in een flink aantal plaatsen opgebouwd. Het bedrijf gaf in de jaren '30 werk aan meer dan 300 personeelsleden. In 1936 trok de oprichter zich terug. Het bedrijf kwam onder leiding van een driemanschap, waarvan W.G. Eggers, reeds jarenlang naaste medewerker van Hille, de feitelijke directie voerde.

De beschuit was van uitstekende kwaliteit. Hille`s beschuit was jarenlang een vroeg en landelijk bekend merkartikel.Hille was de man, die de beschuit in Nederland populair maakte. Aanvankelijk als luxe-artikel, omdat vooral de verpakking in blikken bussen veel kosten vergde, maar de jonge fabrikant bracht dit artikel later in eenvoudige perkamenten papieren zakjes, waardoor de prijs belangrijk omlaag kon worden gebracht en het artikel onder ieders bereik kwam. Niet alleen in ons land, maar ook over de gehele wereld, zij het dan dat deviezenmoeilijkheden na de oorlog de export danig hebben belemmerd.

In de Tweede Wereldoorlog werd de toastfabriek Haust overgenomen. Na de oorlog kwam de omzet niet meer op het bereikte peil. Rond 1950 telde het bedrijf 450 werknemers. Eind 1960 werd Hille door concurrent Hooimeijer overgenomen.

Een klein Zaans drama voltrok zich op vrijdag 21 juli 1961 toen de deuren voorgoed achter de Koek- en Beschuitfabriek v.h. G. Hille & Zoon werden dichtgeslagen. De fabriek, door beschuitbakker Hooimeyer in januari 1959 overgenomen, werd ondanks grote investeringen niet rendabel. Producten van de fabriek bleven bestaan maar door Hooimeyer elders vervaardigd. Het avontuur kostte Hooimeyer ongeveer ƒ 1.5 miljoen. Hille werd overgenomen voor ƒ 900.000, er werd ƒ 2,1 miljoen in geïnvesteerd, en hoewel er 15 gegadigden in de rij stonden, leverden de panden niet meer dan ƒ 1,5 miljoen op.

In 1958/'59 dacht Hooimeyer aan uitbreidingen. Na tien jaar zwoegen was men er in geslaagd, de Engelse beschuitmarkt te domineren, die veel beloften voor de toekomst inhield. Plannen voor een fabriek in Barendrecht lagen klaar, de bestuursvergadering zou het voorstel met een forse klap bekrachtigen, tot iemand zei: „Wacht eens even“. Het was Hooimeyers accountant, tevens accountant van Hille, die opmerkte dat Hille al jaren geen winst maakte. De toekomst bood bovendien weinig perspectief. Maar de productiemogelijkheden waren groot. Hooimeyer bedacht zich niet lang, nam het bedrijf toch over, borg de eigen uitbreidingsplannen in de kast en stak z’n geld in broodnodige moderniseringen bij het Zaanse bedrijf.

→ Lees verder...

Holleman, bv

Machinefabriek te Zaandam. Machinefabriek Holleman werd gesticht door Simon Holleman sr (1884-1953) met slechts een lagere school-opleiding op zak en via de technische avondschool trad hij als servicemonteur bij de Bronsmotorenfabriek in Appingedam in dienst. Omdat deze motoren ook werden geëxporteerd reisde Siem Holleman tot in Rusland toe om motoren te installeren en te repareren, alsmede dergelijke werkzaamheden uit te voeren aan installaties die erdoor werden aangedreven. Met een 15 pk-motor voor een bierbrouwerij was hij begin vorige eeuw een week onderweg om er te komen. Eerst drie dagen met de trein en daarna verder met een arrenslee. Hij bouwde een enorme en veelzijdige ervaring op om al improviserend de meest uiteenlopende machinestoringen op te heffen.

In de eerste decennia van deze eeuw ontwikkelden de industriële activiteiten zich snel in met name de Zaanstreek, waar Siem Holleman flink wat contacten had. Naast een uitgebreide technische ervaring, had hij ook een zakelijke instelling en in 1912 vond hij de tijd rijp om voor zichzelf beginnen op de plek van kuiperij Rep aan de Oostzijde 211, naast café Zaanzicht.

De financiële basis had, als bij veel beginnende bedrijven, een agrarische achtergrond. Zijn echtgenote was een boerendochter, haar familie zorgde voor het startkapitaal. Aanvankelijk heette het bedrijf machineherstelplaats S. Holleman. Veel molens gingen in die tijd over op stoom of gas. Met die motoren hield hij zich ook bezig. Er kwam een nieuw zagerijtje, Bruynzeel. Later werd dat één van de grootste klanten. Holleman voerde vele reparaties en vernieuwingen in de Zaanse fabrieken uit. Ook beurtschippers legden met regelmaat aan bij dit aan de Zaan gelegen bedrijf voor reparaties aan de motoren van hun schepen. Al gauw moest hij personeel aantrekken voor werkzaamheden in onder andere fabrieken van Bruynzeel, Keg en Albert Heijn.

In 1945 volgde zoon Piet, die een HTS-opleiding in Amsterdam had gevolgd, zijn vader op als directeur van het bedrijf. Na de oorlog werd Jan Bruin aangenomen. Hij speelde een actieve rol in het Zaanse Verzet, waarbij hij onder andere betrokken was bij de Gewestelijke Sabotage Afdeling. In verband daarmee repareerde hij onder andere tijdens droppings beschadigde wapens. De technische kennis die hij daarbij opdeed, bleek ook toepasbaar bij Machinefabriek Holleman waar Bruin de functie van bedrijfsleider invulde.

De wederopbouw van de Zaanse industrie stond garant voor veel werk. Holleman bleek een perfect verlengstuk van de technische diensten van de grotere Zaanse bedrijven zoals Verkade en Bruynzeel. En voor de kleinere Zaanse bedrijven was het bedrijf in feite de technische dienst zélf. Dat betekende wel dat er 24 uur per dag service moest worden verleend om de meest uiteenlopende machinestoringen op te heffen. Zo werd heel wat keren in het holst van de nacht op de fiets gesprongen om naar bakkerij De Zeeuw in Zaandam te trappen, waar weer eens een as gebroken was van een transportinstallatie of om een oven weer aan de gang te krijgen.

Bij veel Zaanse fabrieken bouwde Holleman een goede naam op wat betreft het opheffen van de meest gecompliceerde machinestoringen. Ongeveer de helft van het personeel van Holleman zwierf rond in allerlei industriële bedrijven in de Zaanstreek en ver erbuiten om reparaties en aanpassingen aan allerlei machine-installaties uit te voeren. Die werkzaamheden beperkten zich trouwens niet alleen tot de fabrieken. Zo werd ook vaak hulp ingeroepen, zodra er weer eens een brug over de Zaan niet open of dicht wilde.

De andere helft van het personeel werkte in de goed geoutilleerde werkplaats om beschadigde apparatuur te repareren of vervangende onderdelen te vervaardigen. Zo werd draaiwerk uitgevoerd aan onderdelen van het formaat van een speld tot assen met een lengte van zes meter. De machinefabriek beschikte over kotter-, frees- en schaafbanken waarmee allerlei machineonderdelen werden vervaardigd.

Omdat altijd buiten standaardwerkzaamheden werden uitgevoerd, waren de prijzen goed. Piet Holleman waakte er echter voor zich niet uit de markt te prijzen. De sterke vertrouwensbasis met de opdrachtgevers stond vaak garant voor een bevriende relatie. Piet Holleman was een sober mens. In reclame voor zijn fabriek zag hij niets. Zijn passie lag feitelijk niet bij de machinefabriek. Hij was een brandweerman in hart en nieren. Zo werd in de fabriek ook speciale brandblusapparatuur ontwikkeld die nu nog door brandweerkorpsen in en buiten de Zaanstreek bij Holleman wordt besteld. Bevelvoerder Piet Holleman wrd soms plotseling uit een belangrijke bespreking met een klant weggeroepen om brand in zijn verzorgingsgebied te blussen.

Uit reparatiewerkzaamheden bij de fabrieken kwamen aanvragen voort om nieuwe apparatuur te vervaardigen als hef- en transportapparatuur. Holleman speelde ook in op de mechanisering die bij de bedrijven toen flink doorzette. Zo werd voor Koster Kaas in Oosthuizen een 27 meter lange, 7 meter brede en 9 meter hoge drooginstallatie gefabriceerd waarin 8 ton smeltkaas per dag kon worden gedroogd. Ook apparatuur om het parafineren van kazen te mechaniseren werd geleverd. Voor een bedrijf in Heemstede ontwikkelde Holleman een installatie voor het uitgevoerde continue bronsgietproces.

Een speciale sector waarin Holleman tientallen jaren veel werk heeft uitgevoerd betrof de houtindustrie. Veel van de zagerijen, zoals van Simonsz, werden ooit door Backer & Rueb stoommachine-installaties aangedreven. Dat bracht, evenals aan de zaaginstallaties, heel wat onderhoud met zich mee en daaraan had een aantal mensen bij Holleman vast werk.

→ Lees verder...

Homburg bv, G

Homburg Groep BV, eerder G Homburg BV. Op 1 oktober 1945 startte G. Ph. Homburg een timmerbedrijf in Zaandam. Eén van zijn eerste klanten kwam met het verzoek om kabelhaspels te produceren. Na een economische pas op de plaats in de jaren ’50 (‘bestedings- beperking’)‚ brak vanaf de jaren ‘60 een periode van grote groei aan. Inmiddels waren beide zonen van Homburg in dienst van het familiebedrijf getreden. Het bedrijf snakte naar een ruimere locatie en deze werd gevonden in Oostzaan.

In 1978 nam zoon W. Homburg de leiding over en oriënteerde zich rond 1980 op de houthandel. Eerst werd vurenhout verkocht‚ wat reeds in de haspels werd verwerkt‚ successievelijk gevolgd door steeds meer (hard)houtsoorten.

Begin jaren ’90 volgde de oprichting van Homburg Haspels BV en Homburg Houtimport BV. De omzetten stegen en de organisatie werd gedurende de jaren ‘90 opnieuw uitgebreid en verbeterd. In 1995 werd de haspelfabriek van de toenmalige Nederlandse Kabel Fabrieken te Delft overgenomen. Door deze activiteiten groeide het bedrijf opnieuw uit haar jasje‚ waardoor wederom naar een nieuwe locatie moest worden gezocht. In 1998 deed D.C. Ph. Homburg als derde generatie zijn intrede tijdens de bouw van een nieuw complex aan de Ambacht te Oostzaan. In 1999 werd dit nieuwe bedrijf op het industrieterrein 'Kolkweg Noord' nabij de A7 te Oostzaan in gebruik genomen.

In 2008 werd een samenwerkingsverband aangegaan tussen Homburg Houtimport BV en Sneek Hout BV. De Homburg Groep BV beweegt zich op diverse houtmarkten. De groep bestaat uit drie bedrijfsonderdelen.

  • Homburg-Sneek Houtdistributie, gespecialiseerd in tuinhout en de verkoop van (hard)houtsoorten.
  • Homburg Haspels B.V. produceert houten en multiplex kabelhaspels voor de Europese kabelindustrie.
  • MultiTopFloor BV maakt zeer stabiele houten vloeren van hoge kwaliteit, en vormt de speerpunt in het productaanbod. Deze lamelplanken kennen niet de nadelen van hun massief houten voorgangers maar wel dezelfde uitstraling en leg-mogelijkheden en zijn bovendien geschikt voor vloerverwarming.

Om de kwaliteitsborging veilig te stellen worden alle producten onder eigen regie op onze productielocaties te Oostzaan gefabriceerd en gecontroleerd. Kwaliteitsstreven wordt daarbij gecombineerd met de continue drijfveer naar productverbetering.

Ondanks haar groei is de Homburg Groep BV echter nog steeds het familiebedrijf waar de geest regeert dat het altijd beter kan.

Hondema bv

Bouwbedrijf Gebroeders Hondema B.V. dat sinds 2001 is gevestigd in Wromer. Daarvoor was het bedrijf gevestigd in Krommenie, eerder: Gebr. J. & A. Hondema, Krommenie, Snuiverstraat 6. Het bedrijf werd opgericht in mei 1922 door Jelle Hondema. Aannemers- en timmerbedrijf, het kopen en exploiteren van onroerende zaken, de handel in- en het vervoer van bouwmaterialen en hetgeen aan één en ander verwant is.

In 1960 werd de firma C. Gorter Dzn in Krommenie, opgericht in 1887, voortgezet door Bouwbedrijf Hondema met als verkoopnaam Gorter Krommenie. In 1980 wijzigde de verkoopnaam in Hondema Branddeuren. Hondema Branddeuren, specialist in brandschuifdeuren, is een dochteronderneming van Hodor Holding BV. Het bedrijf beschikt over TNO-rapporten en is lid van de Metaalunie en BBN. In 2001 verhuisde de onderneming vanuit Krommenie naar een productiehal aan de Koetserstraat te Wormer.

Het bouwbedrijf aan de Weverstraat 1a in Krommenie, houdt zich bezig met woningbouw, utiliteitsbouw, onderhoud en reparatie. De juridische vorm werd in 1972 omgezet van NV in BV. Bij Hondema waren in 1991 10 personen in dienst.

Honig Merkartikelen bv (HMA)

Fabrikant van en handel in levensmiddelen, oorspronkelijk onderdeel van Koninklijke Scholten Honig na de opsplitsing van dit concern eerst dochter van de nv Centrale Suiker Maatschappij te Amsterdam (CSM), daarna dochter van de H.J. Heinz Company: hoofdkantoor in Zeist, productiebedrijven te Utrecht.

In 1867 koopt Klaas Honig voor zijn zoon Meindert Klaaszoon, die graag fabrikant wil worden, de houten stijfselmakerij De Troffel in Koog aan de Zaan. Hij betaalt daar vijfduizend gulden voor. Het blijkt een goede investering, het bedrijfje slaagt er in een aantal kleinere stijfselfabrieken van de markt te verdrijven. Op 26 april 1873 draagt Klaas het stijfselhuis aan Meindert over. Meindert vervangt windkracht al snel door de stoom en gaat met mais tot productie van maisstijfsel over, hetgeen goedkoper is dan tarwestijfsel, al kampt hij met de duurzaamheid van het product. In 1895 vindt hij daarvoor de juiste oplossing en opent N.V. Stijfselfabriek “De Bijenkorf” waar maisstijfsel, maizena en later ook pudding zal worden geproduceerd.

In 1912 neemt Honig zijn grootste concurrent in Nederland, stijfselfabriek Stam in Nijmegen, over en noemt deze vestiging 'Hollandia'. De Nijmeegse fabriek produceert tarwezetmeel, een grondstof die de basis vormt voor soepen en later ook voor vermicelli en pasta's. Honig wint in 1913 een belangrijk deel van de markt.“

Tijdens de eerste wereldoorlog komt de fabriek nagenoeg stil te liggen bij gebrek aan grondstoffen die hoofdzakelijk uit Amerika worden ingevoerd.

Klaas Honig introduceert in 1922 krulvermicelli, een wereldwijde primeur. Dat de productnaam 'vermicelli' in het Italiaans kleine wormen betekent, vertelt hij er niet bij. Vermicelli als toevoeging aan de standaard soepen blijkt een groot succes. Binnen een paar jaar durft Honig de 'opvolger' op de Nederlandse markt te brengen: macaroni.

In 1930 laat Honig de Nederlandse consumenten kennis maken met droge (vermicelli)soep. Deze financiële meevaller komt als geroepen. Eerder dat jaar is één van de Honig-fabrieken in Nijmegen tot op de grond toe afgebrand. Mede dankzij de goede verkoopresultaten kan het bedrijf snel beginnen met de wederopbouw; op de nieuwe locatie zullen voortaan soepen en bouillonblokjes worden geproduceerd.

De N.V. Koninklijke Rijststijfselfabriek van de firma Duyvis & Co. te Utrecht wordt in 1937 verplaatst naar de stijfselfabriek “Hollandia” te Nijmegen en behoort vanaf dat moment tot de combinatie „De Bijenkorf” uit Koog aan de Zaan. De directie bestaat uit E.G. Duyvis E.Gzn. uit Utrecht en C.J. Honig.

WO II heeft vérstrekkende gevolgen voor Honig. Het bedrijf kan niet voorkomen dat veel medewerkers worden opgeroepen in Duitsland te gaan werken. Ook persoonlijk drama doet zich voor, in 1941 overlijdt hoofddirecteur Klaas Cornelis Honig Mz op zeventigjarige leeftijd. Op maatschappelijk en industrieel terrein vervulde Klaas Honig verschillende bestuursfuncties. Als voorzitter en bestuurslid van het departement Zaanstreek van de Maatschappij voor Nijverheid en Handel en van de Haarlemse afdeling daarvan, als lid van den Hoge Raad van Arbeid en als lid van de Nijverheidsraad. Gedurende vele jaren was Klaas Honig gemeenteraadslid en wethouder te Koog aan de Zaan. In de Zaanstreek was hij zeer gezien. In 1943 wordt zijn 29-jarige broer Evert Honig, lid van de ondergrondse Stijkelgroep, als verzetsstrijder te Berlijn-Tegel geëxecuteerd door de Duitsers. Zijn naam staat vermeld op een gedenkplaat in de fabriek De Bijenkorf in Koog aan de Zaan, samen met twee andere gefusilleerde Stijkelgroepleden, t.w. Pieter Smit en Jan Groot.

Veel producten en grondstoffen zijn schaars. Honig laat mensen kennis maken met de surrogaatthee Santé, de nepkoffie Colonia en de namaaksuiker Aros. Veel consumenten blijken dankbaar voor deze tweederangs producten en ondanks het gebrek aan koffie, suiker en thee, geniet men toch van de surrogaatprodukten. Zo blijft Honig in de oorlogsjaren geld verdienen om zo ook meer werknemers in dienst kan houden.

2000 werknemers telt de NV Honig in 1962. 650 daarvan zijn werkzaam in de Zaanstreek. De familie-vennootschap beschikt over 13 dochtermaatschappijen, onder andere in Engeland en Zuid-Afrika.

Halverwege 1965 gaan de Honig-vestigingen samen met een aantal Noord-Nederlandse aardappelzetmeelfabrieken van het Scholten-concern over in Koninklijke Scholten Honig, dat in 1978 na enkele zware jaren surseance van betaling moet aanvragen.

Het in 1967 100-jarige bedrijf viert haar verjaardag met inmiddels 3000 personeelsleden in de Doelen te Rotterdam. Restaurant de Hoop op d'Swarte Walvis wordt op 9 mei 1967 afgehuurd voor een receptie.

Honig Merkartikelen koopt in augustus 1972 een deel van het terrein en een deel van de gebouwen van Nyma NV te Nijmegen voor f 1.4 mln aan. Een terrein van 35.000 m2 met leegstaande gebouwen gelegen nabij de Nijmeegse vestiging van Honig. Doel van de koop is vergroting van de opslag- en expeditiecapaciteit van de Nijmeegse vestiging.

Brood bakken in de supermarkt
Maart 1974 introduceert De Juweel-bakkerijen, eigendom van Honig-Merkartikelen BV een nieuw concept. De Juweel gaat brood in de supermarkt bakken. In een supermarkt in Enschede is een oven geplaatst waarin ongeveer tien verschillende broodsoorten ieder uur vers zullen worden gebakken. De supermarkt kocht de oven; Juweel levert het deeg ovenklaar in de vorm. Juweel onderzoekt of het aanslaat en besluit eventueel later of het systeem wordt uitgebreid tot andere super- en hvpermarkten. In Amerika en Zweden wordt veel succes geoogst met dit systeem.

Na veel onduidelijkheid, werkonderbrekingen en de Raad van bestuur in Amsterdam die het vierde kwartaal van 1977 weigert nadere gegevens omtrent de noodzaak van herstructurering te overleggen, stemmen de vakbonden eind januari 1978 in met het uiteenvallen van Koninklijke Scholten-Honig. De Nederlandse levensmiddelengroep van het concern zal in haar geheel verkocht worden.

Grootste bedrijfsbezetting ooit
Niettemin vraagt KSH begin maart 1978 uitstel van betaling aan waardoor ook voor de buitenlandse vestigingen een spoedig faillissement dreigt. De werknemers van KSH in Koog aan de Zaan bezetten als reactie op de aanvraag tot surséance hun bedrijf op vrijdag 3 maart 1978, gevolgd door alle vestigingen die op maandagmorgen 6 maart de poorten hermetisch sluiten. Het loopt uit op de grootste bedrijfsbezetting ooit in Nederland gehouden. Het Vrije Volk wijdt paginagroot aandacht aan de bezetting.

Begin april 1978 wordt bekend gemaakt dat het overgrote deel van de bedrijven van Honig Merkartikelen wordt overgenomen door CSM. Uitzondering vormt de fabriek in Utrecht waar 230 arbeidsplaatsen verloren gaan.

Twee jaar later brengt de Maastrichtse vermicelli- en macaronifabriek J. Pagnier Fïls & Co haar productie over naar Nijmegen. Het betreft een technische samenwerking.

Het pand aan de Lagedijk 1-3 te Koog aan de Zaan fungeerde als hoofdkantoor van de drie productiebedrijven, Koog, Wormerveer en Nijmegen van Honig Merkartikelen; in Koog zetelde de directie en waren de afdelingen gevestigd die niet direct bij de productie waren betrokken, marketing, verkoop, centrale administratie, etc. In 1990 verhuist niet alleen de productie van deze levensmiddelen maar ook het hoofdkantoor naar Nijmegen. Het kantoorpand wordt in in 2003 verkocht aan GG Klop Projecten voor de somma van 2,3 miljoen Euro.

Het grootste productiebedrijf van HMA was gevestigd te Nijmegen, waar in de in 1913 door Honig verworven fabriek Hollandia deegwaren als macaroni, vermicelli en mie, soepen en bouillonproducten zoals droge soepen, aroma's en bouillonblokjes, mixen voor deegwaren, rijst, peulvruchten, kruidenmixen en kruidenbuiltjes werden geproduceerd.

In de fabriek De Bij te Koog werden vanouds John Moir-puddingen gemaakt, alsmede bak- en cakemeel, vier granen pannenkoekmeel en verschillende bakmixen zoals boterkoek- en taartmix, aardappelmeel, sago, vanillesuiker, stroop, stijfsel en grondstoffen voor de horeca en de levensmiddelenindustrie. Ook de Bij kwam door de verhuizing leeg te staan en kreeg later de functie van bedrijfsverzamelgebouw.

Honig Foods bv te Koog verzorgde de export voor de door HMA en andere CSM-bedrijven geproduceerde levensmiddelen. In 1987 werd geëxporteerd naar meer dan tachtig landen over de gehele wereld. Bij Honig Merkartikelen waren in 1991 te Koog en Wormerveer samen 286 personen in dienst.

Het derde productiebedrijf van HMA betrof drukkerij de Groeneboer. De drukkerij verzorgde de productie van vrijwel alle verpakkingen van HMA-artikelen.

In 2001 verkoopt CSM HMA aan de Amerikaanse H.J. Heinz Company door. Daarmee wordt Honig het grootste merk van Heinz in Nederland. In het jaar 2009 kondigt Heinz de sluiting aan van de Honig soep- en pastafabriek te Nijmegen. De sluiting kost 241 werknemers hun baan. Een groot deel van de productie HMA wordt in 2012 verplaatst naar Intertaste te Utrecht. Het hoofdkantoor van Heinz staat in Zeist.

Medio 2013 wordt multinational H.J. Heinz overgenomen door Berkshire Hathaway, het investeringsbedrijf van Warren Buffett, en 3G Capital.

Honig

Vooraanstaand bedrijf in de stijfsel (zetmeel) en levensmiddelenfabricage. Fabrieken te Koog aan de Zaan, Nijmegen. Engeland en Zuid-Afrika. Ontstaan in 1867, in 1965 opgegaan in het Koninklijke Scholten Honig-concern (KSH) en bij de ondergang van dit concern in 1978 opgesplitst in Honig Merkartikelen en Zetmeel Bedrijven de Bijenkorf: andere bedrijfsonderdelen in binnen en buitenland werden gekocht door anderen. Het bedrijf ontstond in 1867, toen Klaas Honig Czn. ten behoeve van zijn zoon Meindert Klaaszoon Honig voor f 5000 stijfselhuis De Troffel te Koog aankocht. Zes jaar later werd het bedrijf overgedragen aan Meindert Honig, die er een jaar later, tegen het advies van zijn vader in, een eerste stoommachine liet installeren.

In 1875 begon men voor de Troffel, in plaats van tarwe, maïs te importeren. Fabrikanten van maïsstijfsel hadden een voorsprong op de tarwestijfselproducenten. De overgang naar maïs-stijfselfabricage leverde het bedrijf aanzienlijke verliezen op. Het zou tien jaar duren eer men de schimmel in de maïsstijfsel de baas werd. In 1895 werd de oprichtingsakte van nv Stijfselfabriek De Bijenkorf, voorheen M.K. Honig, gepasseerd. In 1899 begon men met de productie van maïzena en pudding en in 1903 werd de fabriek uitgebreid. In 1913 kocht de Bijenkorf, na eerst een jarenlange en zware concurrentiestrijd met dit bedrijf te hebben gevoerd, de stijfselfabriek van de firma Stam in Nijmegen, de eerste dochteronderneming. Een in 1915 te Koog gebouwde fabriek kon eerst na de Eerste Wereldoorlog in bedrijf worden gebracht. De oorlog deed de toevoer van maïs stagneren en bracht het bedrijf in een moeilijke tijd.

Na de oorlog begon voor Honig een nieuwe groeiperiode. In 1922 verwierf het bedrijf de aandelen in Latensteijn`s Tarwestijfselfabriek te Oostzaan. Na een brand in 1925 werd deze fabriek in Nijmegen herbouwd. Het goederenpakket van Honig breidde zich gestaag uit. In Nijmegen begon het bedrijf de productie van vermicelli (1924) en gedroogde soepen (1930) en in Koog legde het zich toe op de productie van poederstijfsel (1924), bakmeel (1928) en glucose (1929). De glucoseproductie kreeg Honig in handen doordat het bedrijf in 1927 de aandelen van 'Goudse Glucose' had verworven. In 1930 werd de Nijmeegse maïsstijfselfabricage, na een grote brand in de fabriek, overgebracht naar Koog.

In 1934 werd de nv Verkoopkantoor van Honig's artikelen opgericht, dat zich zou bezig houden met de verkoop van verpakte levensmiddelen. Deze werden tot dan toe verkocht door de nv Stijfselfabriek de Bijenkorf v/h M.K. Honig, maar omdat er een sterke en ongewenste gedachtenassociatie bestond tussen stijfsel en bijvoorbeeld pudding vreesde men dat de verkoop hierdoor werd belemmerd. In 1936 werd nv Duijvis Rijststijfselfabriek in Utrecht overgenomen en verplaatst naar Nijmegen en in 1937 begon Honig in Engeland, om de hoge Engelse invoerrechten te ontlopen, met de bouw van een glucosefabriek. De afbouw van deze fabriek werd door de Tweede Wereldoorlog geremd. Aanvankelijk kon Honig tijdens de oorlog nog teren op de grote voorraden grondstoffen. Toen deze waren uitgeput legde het bedrijf zich toe op de fabricage van thee- en koffiesurrogaat en zoetmiddelen.

Na de oorlog brak een nieuwe bloeiperiode aan. In Zuid-Afrika verwierf het bedrijf aandelen in een bedrijf van essences, puddingen en aanverwante artikelen (1948) en kocht het een fabriek voor de verwerking van sinaasappelen tot sap, geconfijte schillen en ananas in blik (1953). In Engeland kocht Honig een tarwe-zetmeelfabriek (1955), die het gewonnen zetmeel omzette in glucose en die een belangrijke producent was van tarwegluten, alsmede een tankstation voor glucose en een opslagplaats voor zetmeel en zetmeelproducten (1957). Ook in eigen land bleef Honig zich ontwikkelen. In 1952 introduceerde men hydro-cyclonen in de zetmeelfabrieken, een technische revolutie in de zetmeelindustrie, en in 1956 breidde men de glucosebelangen uit door de aankoop van de aandelen in N.V. v.h. Dordtsche Siroopfabriek W. Monfrooy en Co te Dordrecht.

In de jaren '60 vonden bij Honig ingrijpende reorganisaties plaats. Eerst in 1961 toen de Honig-groep ontstond en vervolgens in 1965 toen een fusie werd aangegaan met nv Koninklijke Scholten Foxhol waardoor de nv Koninklijke Scholten Honig ontstond. Deze fusie tot KSH zou het begin worden van een moeilijke tijd. Deels door moeilijkheden en ruzies in de KSH-top en deels door het beleid van de Europese Gemeenschap, die een forse heffing legde op de door KSH geproduceerde iso-glucose (ter bescherming van de bouw van suikerbieten) kon het concern, dat voor het iso-glucoseproject zeer hoge investeringen had gedaan, zich niet handhaven, in 1978 viel het doek. De Zaanse bedrijven van KSH kwamen redelijk goed uit dit debacle. Honig Merkartikelen (fabriek de Bij te Koog aan de Zaan en drukkerij de Groeneboer te Wormerveer) met vestigingen in Utrecht en Nijmegen werd overgenomen door de financieel draagkrachtige Centrale Suiker Maatschappij. Verenigde Zetmeelbedrijven de Bijenkorf werd bij de opdeling van KSH onder de naam Zetmeelbedrijven de Bijenkorf (ZBB) voortgezet door drie bedrijven en de overheid. Bij het uiteenvallen van KSH werd aanvankelijk geen rekening gehouden met het zelfstandig voortzetten van de ZBB.

Vooral dankzij acties (onder andere een bedrijfsbezetting in 1977) van een zeer strijdbare groep personeelsleden onder leiding van Dick Langereis kon het echter toch zo ver komen. De overheid verplichtte drie bedrijven die interesse hadden in onderdelen van het KSH-concern beperkt deel te nemen in het aandelenpakket van de ZBB. Dit waren Koninklijke Wessanen nv die de meelfabrieken te Rotterdam en de beide zetmeelbedrijven te Nijmegen overnam, het AVEBE-concern (een coöperatie van landbouwers te Groningen, betrokken bij de productie van aardappelzetmeel) dat zich ontfermde over de binnen- en buitenlandse productiebedrijven van aardappelzetmeel, en de Suiker-Unie, de grootste Nederlandse bietsuiker-producent. De overheid zelf nam voor 40 % deel.

In 1981 kwam de ZBB voor het eerst uit de rode cijfers. De aandelen van de drie bedrijven en de overheid werden nadien ondergebracht in een daartoe opgerichte stichting, die verantwoordelijk werd voor het beheer van ZBB; het bedrijf werd daarmee zelfstandig. In 1987 werd het aandelenpakket overgenomen door het Belgische bedrijf Amylum, dat behoort tot de grotere producenten van zetmeel ter wereld en tot Europa's grotere producenten van iso-glucose.

Hoogwout bv

Kraanwagenbedrijf voor bergingen, zware transporten enz. te Zaandam. Op 18 October 1925 werd het garagebedrijf van Huib van Kuyl, in de Czarinastraat, bij de Kamer van Koophandel ingeschreven. In 1933 werd een nieuwe garage aan de Provincialeweg 76-78 in gebruik genomen. Dit bedrijf werd in 1941 door de Duitse Wehrmacht gevorderd. Tegen een vergoeding werden alle autobezitters verplicht hun auto in te leveren. De onder de garage verstopte en gedemonteerde Fiat's 500 hebben de Duitsers echter nooit ontdekt.

Na de oorlog in 1945 was men aangewezen op de legerdumps van de geallieerden en dat bleek ruimschoots voldoende om een start te maken. Merken zoals Diamond, Ward La France, Dodge, GMC, Mack en Reo aangepast voor civiel gebruik vormden een goed alternatief. Van Kuyl beschikte over een kraanwagen, een Chevrolet-dumpwagen met vierwielaandrijving waarop een kraan gemonteerd was. Deze dumpkraan bijgenaamd 'het hijgend hert' werd gebruikt voor de eigen klanten met een defecte auto. Na verloop van tijd werd de dumpkraan vervangen door een kraan voor licht werk, merk International en voor zwaar werk een Reo, beide met een opbouw van de Fa. Fleumer uit Westzaan. De Reo werd ook voor andere opdrachtgevers ingezet zoals de ANWB, de politie en diverse transportbedrijven. Voor het bergen van zware vrachtauto's assisteerden de Mack's van Schol of Verwer.

In 1948 werd Nico Hoogwout (1916-1999) aangesteld tot bedrijfsleider onder de toezegging het bedrijf in de toekomst over te kunnen nemen. Het bedrijf met vijf werknemers verkreeg het dealerschap van Hansa en Fiat, verkocht benzine aan de pomp en beheerde een stalling voor maar liefst 50 auto's. Een jaar later werd Van Kuyl ernstig ziek en niet meer in staat het bedrijf voort te zetten.

Nico Hoogwout kocht het bedrijf in 1950, samen met technische man C. Davids, afkomstig van Garage Steemeijer, die in 1956 in Zandvoort voor zichzelf begon als VW-dealer. Het bedrijf groeide; in 1951 werd Hoogwout als dealer van de Morris-organisatie aangesteld, maar ook de bergingsopdrachten namen toe. Het bergingsmateriaal werd aangepast en voorzien van het bekende logo met de H en de kleuren geel en blauw. Hoogwout pakte alles aan; takelen van voertuigen uit vaarten en kanalen, het assisteren en opruimen bij verkeersincidenten in de ruimste zin van het woord. Doordat Hoogwout boven de garage woonde en altijd, ook in het weekend en 's nachts gehoor gaf, ontstond bij opdrachtgevers de gewoonte het bedrijf in te schakelen.

In 1970 werd de eerste rijdende kraan aangeschaft, een 10-tonner merk Vickers, inzetbaar bij de bouw, van staalconstructies tot aan het plaatsen van machines toe. In 1974 werd Hoogwout ernstig ziek en kreeg het advies het gehele bedrijf van de hand te doen. In oktober 1976 ging pand en personeel over naar Autobedrijf Van der Weide. Takel- en bergingsmateriaal plus de hydraulische kranen werden ondergebracht op de Daam Schijfweg. Hoogwout's herstel verliep voorspoedig. Met hulp van zijn vrouw, zoon en dochter en een vaste groep part-timers, werd het bergings- en transportwerk opnieuw ter hand genomen.

In 1977 traden J. en Cees Pels in dienst, ook zij hadden de mogelijkheid bedongen te zijner tijd het bedrijf te kunnen overnemen. In 1982 werden zij in de directie opgenomen, de samenwerking duurde 19 jaar en het aantal kranen nam toe van één in 1970 tot acht in 1995 aangevuld met een vijftal trailers.

Begin 1980 werd van Bruynzeel een stuk grond aan de Gerrit Bolkade gekocht waarop pas in 1987 gebouwd mocht worden. Halverwege 1988 werd het nieuwe pand, kantoor en werkplaats, betrokken. In 1996 nam Hoogwout afscheid en werd de BV overgenomen door Cees Pels. J.Pels start een eigen onderneming in zwaar transport, hoofdzakelijk met pontons over het water. Zijn functie werd overgenomen door Paul Tammer die tot 2007 te rol van financieel-operationeel directeur vervulde.

In hetzelfde jaar ontstond nauwe samenwerking met Spits Beheer bv, werkzaam op het gebied van autoschade-reparatie, in verband met de veelvuldig uitgevoerde berging van autowrakken. De afdeling takelen en bergingsactiviteiten van personenwagens werd in 1989 verplaatst naar de Houthavenkade. De uitvalsbasis van het zwaardere materieel, acht kranen, van 10 tot 70 ton vermogen; bergingswagens, trailers en vrachtwagens, bleef aan de Gerrit Bolkade gevestigd. Een in 1989 aangeschafte telekraan met een hijsvermogen van 70 ton vergde een investering van 1 miljoen. Bij Hoogwout bv werkten in 1991 circa 50 personen.

In 1998 werd Kraan- en Transportbedrijf Mosk uit Den Helder ingelijfd en het rayon Edam-Volendam van de Fa. Frikkee overgenomen. Eind 1998 is er sprake van een bergings- en transportbedrijf waar in totaal 60 mensen werken. Het materiaal bestaat uit 21 kranen en een 8-tal trailers en trekkers met al het nodige hulpmateriaal. In het jaar 2000 was het 75 jaar geleden dat het bedrijf van start ging dat uitgroeide tot de Hoogwout Groep.

In 2005 werd Hoogwout Berging Zaandam overgenomen door Logicx Mobiliteit, in augustus 2010 was het omgekeerde aan de orde toen Hoogwout Berging de vestigingen van Logicx in Zaandam en Purmerend overnam. Elf fulltimers en negen oproepkrachten stapten over naar het Zaandamse Hoogwout Berging. Tot 2005 was Hoogwout Berging een klinkende naam in de Zaanstreek en het Waterland. Na de overname verdween de vennootschap. Vader Cees en zoon Maarten Pels richtten een nieuwe vennootschap op met dezelfde naam. Deze nieuwe BV nam Logicx over.

Bergers van het vroegere Hoogwout stonden bekend als mannen die hun vak verstonden. En dat vak werd weer opgepikt. Jarenlang bestond Hoogwout uit een kraan(verhuur)bedrijf en een bergingsbedrijf. De kranentak is overgenomen door Schot Verticaal Transport, één van de grootste kraanverhuurders in ons land. Financieel-operationeel directeur Paul Tammer verhuisde mee naar Schot. ,,We zijn weer terug bij het begin'', zo zei Maarten Pels die tevens te kennen gaf erg blij te zijn met de overname. Maarten Pels zal de dagelijkse leiding voeren over Hoogwout Berging.

September 2016 is Hoogwout Berging uit Oostzaan teruggekeerd als IM-berger op de hoofdwegen rondom Zaandam. Het betrokken IM-rayon NH126 was ook in de contractperiode 2013-2016 aan Hoogwout toevertrouwd. Het bedrijf verzamelde daar toen twaalf eervolle vermeldingen. Dat wil zeggen dat elk kwartaal zonder onderbreking ruim boven de contractuele norm werd gepresteerd. Het werkgebied NH126 was oorspronkelijk gegund aan Sleep- en Takeldienst Vrolijk in Amsterdam-Noord. Dit bedrijf werd in april van dit jaar overgenomen door Smits Kraan- en Sleepbedrijf in Haarlem. Smits benaderde de Stichting IMN recentelijk met het verzoek om de overeenkomst voor NH126 te beëindigen.

Hoogwout-ondernemers Cees en Maarten Pels investeerden de afgelopen jaren in nieuwe activiteiten. Zo werkt het bedrijf aan de ontwikkeling van een volledig elektrisch bergingsvoertuig. De ondernemers namen een zware Scania R730 V8 8×4 in gebruik. Daarnaast werd de eigendom verworven van Restaurant Pieterman, een brasserie aan de jachthaven van Volendam.

Bron: oa Peter Marcuse

Hoop de, golfkartonfabriek

De golfkartonfabriek De Hoop werd in 1969 gebouwd op het industrieterrein Barndegat in Zaandam. Het bedrijf afkomstig uit de Trompenburgstraat in Amsterdam-Zuid waar het door gebrek aan uitbreidingsmogelijkheden genoodzaakt was te vertrekken, vervaardigde golfkartonnen verpakkingen voor met name de Zaanse levensmiddelenindustrie en de visserij-industrie in IJmuiden en Scheveningen.

Het papier dat nodig is voor het vervaardigen van de golfkartonnen verpakkingen is afkomstig van Papierfabriek De Hoop in Eerbeek. De bedrijven in Zaandam en Eerbeek behoren, evenals De Hoop Zutphen, De Hoop Tilburg en Van Meurs in Bussum, tot het Engelse concern Reedpack Ltd. Bij de golfkartonfabriek waren in 1989 circa 100 personen in dienst.

Hoorn, De Vos, Metselaar & Sturop

Makelaars en taxateurs te Zaandam. In 1865 werd de Zaanlandsche Vereeniging van Verhuurders van Gebouwde Eigendommen 'Eendracht Maakt Macht' opgericht, een vereniging die de belangen van de eigenaren behartigde, de huurpenningen incasseerde en zonodig incassoprocedures voerde.

Voor de vereniging trad een huurincassobureau op, dat voortdurend in andere handen overging, tot in 1942 Klaas Hoorn en Cornelis de Vos sr. eigenaar werden. Zij zetten tot 1982 hun werkzaamheden voort. Tegelijkertijd beëindigde J.C. Sturop zijn werkzaamheden voor het kantoor De Jonge & Sturop. De zoons van de uitgetreden Hoorn en De Vos, besloten met Sturop sr. tot een fusie, waarbij voorts ook ing. W. Metselaar (vennoot van De Jonge & Sturop) betrokken was. Aan de Oostzijde te Zaandam werd Hoorn De Vos Metselaar & Sturop opgericht.

De omzet heeft zich sindsdien sterk ontwikkeld. Alle sectoren, zoals bedrijfs- en woningmakelaardij, het beheren van onroerende goederen, een assurantieportefeuille, alsmede taxaties en financieringen maakten een stormachtige ontwikkeling door. Het kantoor richt zich op de Zaanstreek, maar met name in de assurantie- en beheerssector hebben ook activiteiten daarbuiten plaats. Het kantoor heeft een vestiging te Castricum met nagenoeg dezelfde activiteiten. Bij Hoorn De Vos Metselaar en Sturop (sinds '89 aan de Paltrokstraat) werkten in 1991 37 personen.

Hordijk Verpakkingsindustrie bv

Verpakkingsindustrie te Zaandam. Het bedrijf werd omstreeks 1950 gevestigd aan de Westzanerdijk te Zaandam, als onderdeel van een groep Hordijk-bedrijven. Het eerste bedrijf van Hordijk was een kistenfabriek en werd in 1922 opgericht in Berkel en Rodenrijs door G. Hordijk. Deze werden destijds vooral ingezet voor het verpakken van groenten en fruit.

Als één van de eerste bedrijven in Nederland, startte Hordijk in 1967 met de extrusie van kunststoffen tot folie en het daaruit vervaardigen van thermo-gevormde producten. Afnemers waren voedingsmiddelenverpakkers die de voordelen van kunststof verpakking almaar groter zagen worden. De vestiging in Zaandam is inmiddels uitgegroeid tot een van de meest toonaangevende thermovormproducenten voor de voedingsmiddelindustrie in Europa.

De spuitgiet- en extrusieblaasfabriek is sinds 1989 gevestigd op de locatie in Zevenhuizen. Daar heeft men zich van meet af aan toegelegd op het ontwerp en de productie van hoogwaardige, dunwandige spuitgietverpakkingen, zo introduceerde Hordijk ondermeer de In Mould Labels in Nederland en custom made extrusieblaasproducten. Het bedrijf richt zich op verpakkingen voor voedingsmiddelen en personal care producten en heeft zich op dat gebied inmiddels ontwikkeld tot een ervaren specialist. Bij het bedrijf te Zaandam waren in 1991 60 personen in dienst.

Sinds 2007 maakt de fabriek in Zevenhuizen deel uit van de Hordijk Groep. Samen met de vestiging in Zaandam vormen zij Hordijk Verpakkingen: een zeer sterk en uiterst deskundig team op het gebied van ontwerp en productie van kunststof

Hordijk te Zaandam is een dochterbedrijf van Hordijk Beheer bv.

Horeca

Aanvankelijk de naam van de na de Tweede Wereldoorlog gevormde bedrijfsgroep Hotel-, Restaurant- en Cafébedrijven, nu gebruikelijk als aanduiding voor de afzonderlijke ondernemingen: horeca-bedrijven. De hoofdmoot van de Zaanse horeca heeft door de eeuwen heen eigenlijk altijd bestaan uit eenvoudige café's. Pas laat in de 20e eeuw kwamen ook het Hotel- en het Restaurantbedrijf tot een ontwikkeling, die meer aansluit bij het economisch belang van de Zaanstreek.

De nabijheid van Amsterdam met talrijke hotels en restaurants, zal de opkomst van deze bedrijven geremd hebben, evenals de nabijheid van de meer op toerisme georiënteerde kuststrook. Inmiddels is daarentegen voor grote groepen van de bevolking verandering opgetreden in de levens- en uitgaansgewoonten, ten profijte van de horeca.

Toch is ook in het verleden dikwijls geprobeerd een Zaanse hotellerie van de grond te krijgen. Pogingen waren: Van Poeteren, Reitsma, Het Wapen van Amsterdam gevestigd aan Dam 8, De Nieuwe Sociëteit te Wormerveer, Het Wapen van Zaandam en Neuf aan de Westzijde, in 1918 omgebouwd tot bioscoop Flora, nadien gesloopt.

Geen dezer bedrijven kon het bolwerken; hun faam reikte nooit buiten de streek. Uitzondering was De Karseboom op de Dam. Eigenaar Karel Koopman wist landelijk de aandacht te trekken door in 1925 en 1934 kampioen in het driebanden te worden, en buitte promotioneel ook uit dat zijn dochter Jopie in 1929 Miss Holland werd en in datzelfde jaar trouwde met ZFC-midvoor Klaas Breeuwer.

Biljart speelde vanaf het begin van de 20e eeuw een voorname rol in het Zaanse café-leven, zoals eerder het kolven belangrijk was. In vrijwel ieder café was wel een biljart te vinden; de kroon werd gespannen door de vóór de oorlog zeer bekende lunchroom Tromp in de Westzijde hoek Zeemansstraat, waar vijf biljarttafels stonden. Gekolfd kon alleen worden in gelegenheden met een grote zaal, aangezien een kolfbaan zo'n twintig meter lang is. Kolfbanen waren onder meer te vinden in De Waakzaamheid te Koog, Café De Zwaan te Zaandijk en Café Landzicht te Wormer. Thans kan nog gekolfd worden in Café Het Moriaanshoofd te Wormer, tot 1989 ook in de toen gesloopte Sociëteit Ons Genoegen te Krommenie.

De oudste Zaanse horeca-bedrijven waren de Herbergen. Daarvan waren er zeer veel aanwezig. De herbergen dienden in veel gevallen als centrum van het gemeenschapsleven, waar veilingen, feestavonden en vergaderingen werden gehouden, en waar in sommige gevallen bijvoorbeeld ook de aanmonstering voor de scheepvaart plaats had. De herbergen waren dikwijls gevestigd nabij sluizen.

Het wegverkeer was in het verleden nauwelijks van belang, al het vervoer vond plaats over water. De sluizen waren daarbij een knooppunt. Schippers en hun knechten moesten hier dikwijls enige tijd wachten, en deden dat dan bij voorkeur in een nabije herberg. Bovendien verzamelden zich de losse ploegen bij de sluizen, die zorg droegen voor het overladen van de schepen: ook deze sjouwerlui konden goede klanten van de herbergen zijn. Tot op heden zijn in de Zaanstreek horeca-gelegenheden te vinden aan het water en in de buurt van voormalige sluizen: Het Zwaantje te West-Knollendam, Café Sman te Wormerveer, 'Vanouds Oost-Indië` te Zaandijk, De Waakzaamheid te Koog, 't Haantje in Zaandam bij de Mallegatsluis en verscheidene gelegenheden nabij de Damsluizen.

Toen aan het einde van de 19e eeuw het wegverkeer in belang toenam, ontstond een nieuwe traditionele vestigingsplaats voor horeca-bedrijven bij de bruggen. Zo ontstond Café De Visser bij de vroegere tolbrug over de Nauernasche Vaart. Café Stam bij de Noorderbrug te Koog en Café Zaanzicht te Zaandam-Oost bij de verdwenen Hoopbrug.

Vóór en tijdens de Franse tijd veranderden verscheidene herbergiers de namen van hun herberg, als daar het woord Prins in voorkwam. Zo werd De Oude Prins te Westzaandam De Eendracht. De Prins in Westzaan De Bataaf, De Prins in Wormerveer De Vrijheid, De Jonge Prins te Koog De Waakzaamheid. Met uitzondering van De Waakzaamheid werden de namen na de Franse tijd weer terug veranderd.

Aan het einde van de 19e eeuw vormden de Zaanse café's ook het toneel voor politieke debatten. Nu waren het de leiders van de prille arbeidersbeweging die naar de Zaanstreek kwamen en in de Zaanse café`s propagandabijeenkomsten organiseerden en in debat gingen met hun politieke tegenstanders. Overigens waren er heel wat zaaleigenaren die weigerden de socialisten hun etablissement te verhuren. Ook de sociale functie van de café's in het dorpsleven bleef bewaard, bijvoorbeeld met opvoeringen door toneelgezelschappen en tijdens de Spuitfeesten.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog hoefden de bedrijven met Prins in de naam dat niet te veranderen. De oorlog kostte het leven aan drie in de Zaanse horeca vooraanstaande personen: het echtpaar Ero van De Waakzaamheid en de heer Thomas van De Nieuwe Sociëteit te Wormerveer. Zij maakten deel uit van de Stijkelgroep.

Na de oorlog kwam het horeca-leven tot nieuwe bloei, ofschoon aanvankelijk bier, wijn en gedistilleerd maar mondjesmaat waren te krijgen. Tijdens de bevrijdingsfeesten, grotendeels gevierd op straat, konden de mensen evenwel ook zónder. Na de bevrijding kwam het verenigingsleven weer snel op gang, met de traditionele uitvoeringen, al dan niet met bal na. De Zaanse horeca zou zich na de oorlog ook anderszins gaan ontwikkelen, in plaats van buurt- of dorpsgebonden betrekkelijk kleine herbergen, kwamen er grotere min of meer centrale horeca-gelegenheden.

Ten dele was die ontwikkeling al voor de oorlog in gang gezet, toen J. Renooy een banketbakkerijrestaurant begon, Huis te Zaanen. Binnen enkele jaren verwierf de zaak een zeer goede naam als gelegenheid voor recepties en diners. Na de oorlog zette de ontwikkeling als klasse-restaurant zich verder voort. Als eerste in de Zaanstreek verwierf Renooy zich het lidmaatschap van de 'Confrèrie des Chevaliers Tastevin`. Ten behoeve van buitenlandse zakenrelaties werd ook een in omvang geringe hotelaccommodatie gecreëerd. Huis te Zaanen werd voorts ook bekend als gelegenheid waar Zaanse zakenlieden 's middags zakenlunches hielden.

Een ander bedrijf dat zich hier gaandeweg in specialiseerde was het inmiddels verdwenen eethuis van Loggen te Zaandijk. Ook elders in de streek kwam men tot het besef dat er veranderingen moesten komen, wilde men als Zaanse horeca niet hopeloos achterop raken. De Prins in Westzaan maakte een aanvang met een verbouwing in fasen, die uiteindelijk leidde tot een volledig vernieuwd bedrijf met een unieke wintertuin, een stijlvol restaurant, een toneelzaal, een koffiekamer en moderne hotelkamers met 28 bedden.

Langs de Nauernasche Vaart, ten zuiden van Vrouwenverdriet, begon het echtpaar Alles in hun boerderij een pension, Sans Souci. Uiteindelijk gaf het echtpaar het boerenbedrijf volledig op en werd de Zuidhollandse stal van de boerderij volledig verbouwd. Het beddenbestand werd uitgebreid tot 28. In de jaren '8O werd de Zaanse hotel-capaciteit aanmerkelijk uitgebreid.

Tegenover de Zaanse Schans waar ooit De Zwaan had gestaan werd Hotel Restaurant De Saense Schans gebouwd met 30 bedden. Vervolgens werd bij en in aansluiting op het nieuwe NS-station van Zaandam Inntel Zaanstad gebouwd, met niet minder dan 140 bedden. De totale hoeveelheid hotelbedden van Zaanstad kwam hiermee op 232. Behalve de gecombineerde hotel-restaurantbedrijven, ontstond na de oorlog ook een aantal bedrijven, die zich uitsluitend op het restaurant-gedeelte richtten.

Centraal op de Zaanse Schans kreeg De Hoop op d'Swarte Walvis gestalte, het eerste en enige Zaanse restaurant dat zich een Michelinster verwierf. Aanvankelijk werd het restaurant opgezet als laagdrempelig, gaandeweg nam De Kraai, eveneens op de Zaanse Schans gevestigd, deze functie over en ontwikkelde De Walvis zich als een specialiteiten-restaurant.

Een spectaculaire nieuwkomer was De Oude Herberg, een miljoenen-investering in de polder tussen Westzaan en het Noordzeekanaal. Er waren twee restaurants in het pand gevestigd en voorts een kegelbaan, een biljartzaal, verschillende terrassen en bars. In de jaren '70 en '80 nam het aantal restaurants in de Zaanstreek gestaag toe. In Zaandam-West ontstond aan de Zaan bijvoorbeeld het specialiteiten-restaurant Sans Pareil, in Wormerveer De Rijcke Jonker, in Koog na verscheidene naamswijzigingen La Petite Elodie.

Voorts kwamen er Chinees-Indische, Italiaanse, Griekse en Turkse restaurants, shoarma-restaurants, een vestiging van McDonalds, verscheidene koffie-shops, bistro`s, eet-cafés, grill-restaurants, brasserieën, snack-bars, lunchrooms et cetera.

Eveneens in de jaren '70 was er wat betreft de café`s gaandeweg steeds meer een ontwikkeling naar een inrichting als dancing of een discotheek. In Zaandam waren er zaken als Het Slop, Dam 8, Z9, Het Fust, Cockey's Club, in Zaandijk De Showboat en in Krommenie bijvoorbeeld La Bamba. In de jaren '80 zette deze ontwikkeling zich verhevigd door, waarbij tevens verscheidene zaken meer 'standing' nastreefden en zich meer op specifieke doelgroepen richtten. Het Slop werd Te Warskip, Het Fust werd Passe Partout, Z9 werd De Prinsenhof, Dam 8 werd na een brand Ambiance, in Koog werd de bijna ten onder gegane Waakzaamheid nieuw leven ingeblazen, in Wormerveer kwam Ten Dance, oorspronkelijk: De Nieuwe Soos, in Zaandam werd het zeer ambitieuze complex Metropool opgezet, 's lands grootste discotheek, en in Krommenie kwam Vegas.

Voorts hebben de kleinere en grotere buurten dorpscafé's zich weten te handhaven. In 1989 begon in de Zaanstreek een proef met vrije sluitingstijden voor de horeca-bedrijven. De Zaanse horeca-ondernemers zetten in aansluiting daarop een eigen vervoersproject voor hun klanten op. In totaal zijn in de Zaanstreek ruim 200 horeca-bedrijven gevestigd.

D. Breeuwer

Horst bv, P.C. van der

Loodgietersbedrijf te Zaandam. Het bedrijf werd opgericht in mei 1965 door P.C. van der Horst, als loodgietersbedrijf voor klein werk. Later ging het bedrijf werken als onderaannemer van grote bouwprojekten in nieuwbouw, groot onderhoud van verpleeghuizen en dergelijke, met het accent op sanitair, riolering, c.v. en dakwerk. Van een eenmansbedrijf ontwikkelde Van der Horst zich via bv tot beheersmaatschappij. Het bedrijf werd in 1989 verplaatst naar Akersloot en had toen ca. 30 werknemers.

Houtcentrum, bv

Overslag- en opslagbedrijf te Zaandam, speciaal voor bosproducten, zoals hout, papier, cellulose, board, voornamelijk afkomstig uit Zweden, Finland en Rusland. Het bedrijf werd opgericht in oktober 1968 door T.A. van Loosbroek en R.P. Kruyver (beiden houthandelaren te Zaandam) en P.C. Mars (houtfactor te Zaandam), toen zich de mogelijkheid voordeed om hun houtbedrijven uit het Westzijderveld te verplaatsen, door aankoop van deze werven door de gemeente Zaandam. De oprichters besloten het lossen van zeeschepen, de opslag van hout en verdere behandelingen voortaan gezamenlijk uit te voeren. Zij richtten de nv Houtcentrum op (later omgezet in een bv), welk bedrijf een terrein in de Achtersluispolder kocht en van de gemeente Zaandam een aangrenzende kade huurde voor het lossen van zeeschepen. Door de gunstige ligging aan diep vaarwater en de stijgende resultaten kon het oorspronkelijke bedrijfsterrein van 3 ha uitgebreid worden tot uiteindelijk 6 ha in 1985, waarop 40.000 (1989) vierkante meter overdekte loodsruimte. De overslag nam toe van 81.000 ton in 1970 (omzet f 1,5 mln.) tot 150.000 ton in 1989 (omzet f 5,8 mln.) Het Houtcentrum had in 1991 40 personen in vaste dienst; daarnaast maakte het bedrijf gebruik van een wisselend aantal losse medewerkers. Zie ook: Economische geschiedenis geschiedenis 3.6.3.

Houthandel

Belangrijke drager van de Zaanse economie. Ontstaan en in belang gegroeid aan het eind van de 16e en vooral het begin van de 17e eeuw; ondanks door de eeuwen heen aanzienlijke veranderingen van karakter één van de belangrijke economische activiteiten binnen de Zaanstreek. Lange tijd was de Zaanstreek in de Nederlandse, en ook in de internationale, houthandel een van de toonaangevende gebieden.

De houthandel en de daar aan verwante Houtzagerij was naast walvisvaart, scheepsbouw en Oostzeehandel één van de pijlers waarop de Zaanse economie in de bloeiperiode van de 17e en 18e eeuw rustte. Zie ook: Economie 2.6.2., 3.6.2. en Houtzagerij. De belangrijke plaats die de Zaanstreek, met name Westzaandam en in mindere mate Oostzaandam en Westzaan, in de internationale houthandel innam was een gevolg van een aantal gunstige omstandigheden. Het vlakke Zaanse land waar de wind vrij spel had bood een unieke standplaats voor honderden houtzaagmolens en het vele niet al te brakke water bood een geschikte gelegenheid voor het wateren van de werkvoorraden ongezaagd hout bij de molens, een onontbeerlijke voorbereiding bij het zagen, sommige stammen werden meer dan een jaar in het water bewaard alvorens zij gezaagd werden, van remmende invloed van keuren en andere stedelijke bepalingen was in het gebied geen sprake.

Bovendien heerste hier in de eerste helft van de 17e eeuw een zekere individuele welstand die het nodige kapitaal voor molenbouw en -exploitatie alsmede voorraad-financiering kon verschaffen. Voorts heeft ook de gunstige ligging ten opzichte van Amsterdam een rol gespeeld. De ontwikkeling van de Zaanse houthandel en houtzagerij zette aan het eind van de 16e eeuw in.

In 1592 had de Uitgeester boer Krelis Lootjes, ook bekend als Cornelis Corneliszoon van Uytgeest (zie supplement 2) de houtzaagmolen uitgevonden. Het was een revolutionaire uitvinding. Hij was er als eerste in geslaagd de rondgaande beweging van draaiende molenwieken om te zetten in de beweging van een zaag. Cornelis Cornelisz getroostte zich allereerst moeite om een koper te vinden voor zijn uitvinding in Amsterdam, immers toen al een grote stad die in de houthandel van de lage landen een belangrijke plaats innam.

Dat er al een traditie in de houtzagerij bestond bleek voor Amsterdam echter een nadeel: het invloedrijke houtzagersgilde zag in de mechanisering van de houtzagerij een bedreiging voor de eigen vakgroep en wist de houtzaagmolen buiten de stad te houden. Het gilde moest zijn bezwaren overigens allengs opgeven en werd omstreeks 1627 tenslotte opgeheven. Zo bleef de poging van Cornelis Cornelisz. zijn uitvinding in Amsterdam te verkopen zonder resultaat.

Hij kwam daarna in contact met de Oostzaandammer Dirck Sybrandsz. In 1596 kocht deze het octrooi op de uitvinding, dat Cornelis van Uytgeest van de Staten had gekregen, en liet hij de molen die om z'n vorm Het Juffertje werd genoemd, op vlotten over het water naar Oostzaandam vervoeren. Sijbrandsz vergrootte en verbeterde de houtzaagmolen aanzienlijk. Na deze eerste zaagmolen volgden er snel meer en grotere, vooral omdat de Amsterdamse kooplieden, wier belangen tegengesteld waren aan die van de gilden, hun hout steeds vaker in de Zaanstreek lieten zagen.

De voorsprong die de Zaanse houtzagerij in deze tijd op Amsterdam nam zou nooit meer door de hoofdstad worden ingehaald. Ten bewijze: in Amsterdam stond er in 1630 nog geen enkele houtzaagmolen, in de Zaanstreek waren dat er rond dat jaar al 53; in 1776 stonden er in Amsterdam 83 houtzaagmolens, dat waren er in die tijd in de Zaanstreek 144. Overigens was het hoogtepunt van de Zaanse houtzagerij toen reeds voorbij; in 1731 stonden er 256 houtzaagmolens in de Zaanstreek.

De houthandel berust van oudsher op handelsverkeer met het buitenland. Door de vooral kwantitatief onvoldoende houtoogst in de lage landen is reeds sedert de middeleeuwen invoer van hout noodzakelijk geweest. Het hout dat door de eeuwen heen naar Nederland is vervoerd valt globaal in vier groepen onder te verdelen.

  • De eerste groep bevat ongezaagd naald- en eikehout van de Rijn uit Elzas, Zwarte Woud, Main, Neckar en reeds vroeg uit het gebied om de Wesel en het Ruhrgebied. Het vervoer ging per vlot. Deze vlotten bereikten in de 18e eeuw hun grootste omvang en konden toen tot ca. 12.000 kubieke meter hout bevatten. Bij het vervoer konden toen bemanningen betrokken zijn van 500 koppen.
  • De tweede groep bestaat uit ongezaagde stammen en kapbalken, ruwe, niet behakte stam, alleen van de takken ontdaan uit Zuid-Noorwegen, voornamelijk naaldhout, sedert het begin van de 16e eeuw en uit de Grote Oost, het gebied rond de Oostzee, plaatsen als Riga, Narva, Sint Petersburg, Stettin en Danzig, benevens Zweden en Finland, de Witte Zee (Archangel) en ook eiken en beuken van de Kleine Oost, de Weser en de Elbe.
  • De derde groep omvat het gezaagde en ongezaagde hout dat sedert de 19e eeuw uit Noord-Amerika wordt geïmporteerd.
  • De vierde groep tenslotte bestaat uit de hardhoutsoorten uit Afrika en Maleisië, die eind 19e-, begin 20e eeuw aan belang wonnen. In tegenstelling tot andere hout-imponerende landen als Engeland werd in Nederland tot ver in de 19e eeuw vrijwel uitsluitend ongezaagd hout geïmporteerd.

Ter illustratie: van de aanvoer over zee met ongebroken last, volle scheepslading, was in 1846 98 procent ongezaagd. In nog geen honderd jaar was deze verhouding volledig omgedraaid. In 1940 was nog slechts twee procent ongezaagd. De bloei van de Zaandamse houthandel hangt nauw samen met het feit dat oorspronkelijk ongezaagd hout werd geïmporteerd. De Zaanstreek was immers het houtzaaggebied bij uitstek!

Belangrijke Nederlandse plaatsen in de houthandel waren, behalve Zaandam: Dordrecht, Rotterdam, Edam, Harlingen, Groningen en bovenal Amsterdam. Tot ver in de 19e eeuw verkochten de houtimporteurs hun hout op veilingen. De belangrijkste veilingen werden gehouden in Amsterdam, die bleven zelfs tot in de 20e eeuw bestaan. Van ca. 1680 tot 1914 werden in de hoofdstad, met alleen een onderbreking ten gevolge van de handelsbelemmeringen door de Franse overheersing van 1808 tot 1815, deze veilingen van maart tot december Wekelijks gehouden.

Naast deze wekelijkse veilingen, lange tijd de belangrijkste van Noord-West Europa, werden er in Amsterdam minder frequent afzonderlijke veilingen voor eiken, beuken en naaldhouten masten tot ongeveer dertig meter lengte gehouden. Voorts waren er veilingen voor zowel Noordeuropees als Rijns hout te Dordrecht en van 1655 tot 1811 praktisch alleen voor Rijns hout in Westzaandam. Te Edam waren de veilingen waarschijnlijk uitsluitend voor Noordeuropese kapbalken.

De Zaandamse Houtveilingen werden na de Franse bezetting niet meer hersteld. De omvang van de bedrijfstakken houthandel en houtzagerij in het verleden is niet vast te stellen. De registers van de Amsterdamse vendumeesters, welke aanwezig zijn in het Amsterdamse gemeente-archief en de notariële protocollen van de veilingen na 1815 welke daar ook berusten, alsmede de veilingverslagen in het Stadsarchief Dordrecht bevatten geen gegevens omtrent de omvang van de houthandel in Nederland. Schillemans geeft wel totaal-opbrengsten van de Westzaandamse veilingen, doch deze betreffen slechts bijna uitsluitend een deel van het Rijnse hout. Daarnaast zijn deze veilingen slechts representatief te achten tot omstreeks 1715.

Voor de moderne tijd geeft het werk 'De Houtkoperij in Nederland', structuuronderzoek uitgevoerd door de Stichting voor economisch onderzoek der Universiteit van Amsterdam (1971), een duidelijke uiteenzetting van structuur en ook omvang van de houthandel. Naast alle gunstige factoren was er voor de Zaanstreek toch ook een belemmerende omstandigheid, die door de eeuwen heen steeds een bron van zorgen is geweest voor de Zaanse houthandelaren, namelijk het ontbreken van een geschikte haven en losplaats voor beladen zeeschepen. Alleen bij een gunstige waterstand konden deze bij de Hollesloot komen, ongeveer ter hoogte van de Hempont.

Dit bleef zo tot in 1824 het Groot Noordhollands Kanaal Kanaal werd gegraven. Daarna kwamen de schepen bij Nieuwediep binnen en werden gejaagd, vanaf de wal voortgetrokken, en later door een steamer getrokken, naar het door Wormerveerder zakenlieden bekostigde Kogerpolder Kanaal tegenover West-Graftdijk. Daar werden de balken gelost en in flensvlotten naar de Poel tegenover Koog gevaren. Na daar gesorteerd en opgevlot te zijn bleven zij daar tot zij aan de molens nodig waren. Het graven van het Noordzeekanaal loste de problemen rond de bereikbaarheid van de Zaanstreek definitief op.

De aanvankelijk slechte en nog lange tijd slecht gebleven havenaccommodatie werd echter pas omstreeks 1910 goed op peil gebracht door de aanleg van de houthaven ten westen van de Hembrug. Deze Nieuwe Haven en Balkenhaven waren echter grotendeels ingericht op de ontvangst van kapbalken. Vandaar dat na de Tweede Wereldoorlog zowel in de Achtersluispolder als in de Oude Houthaven emplacementen voor de ontvangst van gezaagd hout in roll-on roll-off vervoer en voor de opslag van dat hout werden ingericht.

Het binnenlandse vervoer gaat de laatste decennia steeds meer over de weg. Het spoorwegvervoer, dat de besparing van het wegverkeer op overlaadkosten niet kan bieden, raakte voor de afvoer van hout uit de Zaanstreek geheel buiten gebruik, evenals de beurtvaart binnenvaart.

De houtzaagmolen moest aan het eind van de 19e eeuw plaats maken voor de stoomhoutzagerij. Dit betekende een concentratie en toename van de zaagcapaciteit van de afzonderlijke bedrijven. Toch is de jaarcapaciteit van de Zaanse stoomzagerijen van 1920 niet of nauwelijks hoger te schatten dan die van de 106 windmolens van het midden van de 19e eeuw.

Tegelijkertijd met de intrede van de stoomkracht was in de import van hout immers een verschuiving van ongezaagd- naar gezaagd hout gaande. Voor deze verschuiving is een aantal oorzaken aan te wijzen. Allereerst betekende het zagen in de landen van herkomst een aanzienlijke besparing bij het zeevervoer. De ronde balken veroorzaakten vanzelfsprekend veel wanvracht. Daarnaast liepen de productielanden geleidelijk de achterstand in kapitaal voor zaagbedrijven in, terwijl, omdat er in de productielanden in massa en voor meerdere markten tegelijkertijd gezaagd kon worden, technische verbeteringen daar ook eerder rendabel konden worden gemaakt. Ook bood de industrie in de productielanden betere mogelijkheden voor verwerking van niet voor de zaagindustrie geschikt hout tot cellulose, sulfiet etc.

Naarmate de zaagindustrie in het noorden groeide ontstond daar ook een specialistenbestand dat de voorsprong in technisch opzicht snel vergrootte, óók van de zaagmachinefabricage. Door deze ontwikkeling was in Nederland tenslotte alleen de verwerking van eerste klasse kapbalken nog lonend en deze waren niet meer afzonderlijk te koop. De teruggang van de Zaanse zaagindustrie kon nog een tijd worden opgehouden doordat hier de productie beter kon worden aangepast aan de behoefte wat betreft maten en levertijden. De traditionele Zaanse maatvoering en sortering werd hier ten lande nog lang op prijs gesteld. Maar ook dat kon niet verhinderen dat de zaagindustrie, een Nederlandse en vooral typisch Zaanse bedrijfstak, uiteindelijk vrijwel volledig verdween.

De Zaanse houthandel betreft nu bijna uitsluitend gezaagd hout. De Zaanse houthandel omvatte oorspronkelijk voornamelijk de zaagmolenbedrijven. Hiervoor werd het ongezaagde hout soms direct van de Rijn geïmporteerd, maar soms ook op de veiling te Zaandam of Dordrecht gekocht. Het Noordeuropese hout werd vrijwel uitsluitend op de Amsterdamse veiling gekocht. In de Zaanstreek werd ook veel in loon gezaagd. De houthandelaren verkochten gezaagd hout aan houtkopers in het land of direct voor de plaatselijke behoefte.

Een belangrijke afzetmarkt werd gevormd door de Zaanse scheepsbouwers. In de 19e eeuw ontstonden de importeursgrossiers van gezaagd buitenlands hout, die leverden aan de provinciale houtkopers, en de importeurs-detaillisten, die hout leverden aan de bouwbedrijven en de houtverwerkende industrie. Deze groep afnemers is in aantal en belang in het begin van de 20e eeuw, en niet alleen aan de Zaan,aanzienlijk toegenomen, vooral ten gevolge van het feit dat op het platteland elektrische stroom beschikbaar kwam. De Zaanse importeursdetaillisten kregen daardoor een grotere kring verbruikende afnemers. Soms leidde dit echter tot het aanhouden van een te veel verspreide afzet, ook toen die beter vanuit de groeiende provinciale centra bediend konden worden.

Belangrijke importeurs-grossiers waren o.a.

Belangrijke importeurs-detaillisten:

Belangrijke grossier-zagers waren:

Belangrijks detaillisten niet-zagers waren:

  • Konijnenburg,
  • Cornelis Vis,
  • de Zaandamse,
  • Dijkman,
  • Onega en Wit en Onrust.

Al spoedig was er sprake van een zekere branchevervaging. Zo werden door sommige importeurs-detaillisten ook wel grossierszaken gedaan, terwijl langzamerhand een parallellisatie met plaat- en andere bouwmaterialen welhaast regel werd. Soms werden daartoe aparte bedrijven gesticht, bijvoorbeeld Trima/Pont en Loka (Kamphuys Loosbroek).

De importeurs-grossiers gingen er in de jaren '20 van deze eeuw toe over hun hout zeilend of overboord per cognossement, bewijs van recht van de afzender op de lading in een schip aanwezig, aan de houtkopers in de provincie te verkopen. Hierdoor werden de opslagkosten in importeurshand uitgespaard en kregen de provinciale centra betere ontwikkelingskansen. Dit ging echter weer ten koste van de Zaanse importeurs-detaillisten, die hierop echter vaak reageerden met de oprichting van een keten filialen of afdelingen in het land.

Het ontstaan van deze bedrijfsketens had voor de Zaanse importeurs-detaillisten ontegenzeggelijk voordelen. De verkooppolitiek kon doelmatiger gehanteerd worden doordat er een beter marktoverzicht ontstond, het werd beter mogelijk een grootschalig management te voeren en staffuncties te gebruiken en men kreeg gemakkelijker toegang tot de eerstehands vermogensmarkt. Toen in 1971 de Stichting voor Economisch onderzoek van de Universiteit van Amsterdam een Structuurschets opstelde, werd een voortgaan van deze ontwikkelingslijn voor de bedrijfstak als meest geschikt aangewezen. Veel Zaanse houtbedrijven hebben deze ontwikkeling reeds toegepast.

Evenals in andere delen van het land werd hoofdzakelijk intern gefinancierd. Tot in de 18e eeuw werden eventuele winsten in het bedrijf gehouden of, als in het eigen bedrijf geen investeringen noodzakelijk waren, in een andere branche belegd. Dit deed de voor de Zaanstreek zo karakteristieke conglomeraties ontstaan van hout, scheepvaart, walvisvaart, zeildoekmakerij, touwslagerij en import en export van de meest uiteenlopende artikelen. Deze conglomeraties verdwenen pas in de 19e eeuw. Daarna belegde men overwinsten in effecten, die dan in tijden van topbehoefte, de traditioneel grote najaarsaanvoer van hout, via prolongatie opgenomen geld als secundaire liquiditeit dienst deden.

In de 20e eeuw werd geleidelijk de Naamloze Vennootschap als bedrijfsvorm gekozen, later werd dat ook de Besloten Vennootschap, en werd externe financiering, soms ook met buitenlandse deelneming, toegepast. Het karakter van familiebedrijf dat zo veel Zaanse houtbedrijven lang bewaard hadden ging toen geleidelijk verloren. De structuur van de Zaanse houthandel is sterk gewijzigd. Tal van fusies kwamen op gang, terwijl tevens een aantal bedrijven werd geliquideerd, of door bedrijven van buiten de streek, soms uit het buitenland, werd overgenomen. Zo kwamen fusies en overnamen tot stand tussen: de Weduwe Stadlander en Middelhoven, Simonsz, Donker, Schipper, Cornelis Vis en Onega, later Donker en Middelhoven. Opgeheven werden Aten, Kluyver, Huybert van de Stadt, Van Doesburgh, Wed. S. Kamphuys, de Zaandamse en Wit en Onrust.

De rondhoutzagerij is praktisch geheel verdwenen. Naast de houthandel en -zagerij is na de Eerste Wereldoorlog de deurenfabriek van Cornelis Bruynzeel te Zaandam gevestigd. Dit bedrijf breidde zich uit met de productie van allerlei geprefabriceerde artikelen voor de bouw. De ontwikkeling van dit bedrijf betekende vooral een concurrentie voor de ontwikkeling van de kapbalkenzagerij. Bruynzeel vervaardigde zijn deuren namelijk van buitenlands gezaagd hout. Tot die tijd werden deuren hoofdzakelijk gemaakt van hout dat hier ten lande uit kapbalken was gezaagd.

Literatuur:

  • Dr. A.C. Malcolm, De Houthandel van Nederland, Amsterdam 1930;
  • Dr. S. Hart, Geschrift en Getal blz. 71-92, Dordrecht 1976;
  • Dr. C.A. Schillemans, De Houtveilingen van Zaandam in de jaren 1655- l811, in Economisch-Historisch Jaarboek; 's-Gravenhage 1947;
  • P.J. Middelhoven, Hout en Trouw, Zaandijk 1975;
  • P.J. Middelhoven, De Amsterdamse Veilingen van Noord-Europees Naaldhout 1717-1808, in Economisch en Sociaal-Historisch Jaarboek deel 41, 's-Gravenhage.

Houtveilingen

Verkopingen van ongezaagd hout, de zogenoemde 'Houtbeurs`. De Zaanstreek - met name Zaandam en in mindere mate Westzaan - was een belangrijk gebied in de Hollandse houthandel. Tussen 1655 en 1811 vonden er in Zaandam honderden houtveilingen plaats; het belang van de Zaanse houtveilingen is - nationaal gezien - overigens beperkt gebleven. De verklaring waarom in Zaandam eigen houtveilingen werden gehouden is niet eenduidig. Volgens S. Hart was dit vooral ter bevoorrading van de eigen markt; de Zaanse scheeps-, molen-, en woningbouwers waren grote afnemers van het hout. Volgens Schillemans ontstonden de Zaanse veilingen echter ten gevolge van Amsterdamse protectionistische maatregelen; hout van Zaanse ondernemers mocht niet op de Amsterdamse veilingen verkocht worden.

De Zaandamse houtveilingen hadden plaats in en bij herbergen op de Dam, en soms bij makelaars thuis. In de eerste dertig jaar dat de veilingen werden gehouden (1655-1685) bedroeg het aantal houtveilingen in totaal 54. Tussen 1686 en 1704 waren er 206 veilingen; in de bloeiperiode, van 1705 tot 1724, werden er 513 veilingen gehouden en was Zaandam vermoedelijk de belangrijkste markt van het Rijnse hout in Holland; van 1725 tot 1744 waren er 375 veilingen; van 1745 tot 1780 296 veilingen; tussen 1781 en 1811 86 veilingen (cijfers ontleend aan Hart). Het topjaar was 1716, met 36 veilingen.

In Zaandam werd voor het overgrote deel Rijnlands hout geveild. Volgens Schillemans was Zaandam de houtstapel van Nederland, maar deze uitspraak lijkt dubieus. Er zijn altijd meer veilingen te Amsterdam dan te Zaandam geweest. Dit neemt niet weg dat de Zaandamse houtstapel van belang was voor de Hollandse houtmarkt. De Zaandamse Houtbeurs trok naast de eigen inwoners vooral Amsterdammers, Westzaners, Haarlemmers, Alkmaarders, Hoomers, Rotterdammers en Zaandijkers (in volgorde van belangrijkheid).

Zie ook: Economische geschiedenis geschiedenis: 2.6.2.

Literatuur:

  • S. Hart, een bijdrage tot de geschiedenis van de houthandel, in: De Zaende 1948;
  • C.A. Schillemans, De houtveilingen van Zaandam in de jaren 1655-1811, Den Haag 1947.

Houtverduurzaming

Het bewerken van hout ter bescherming tegen rot en of insektenvraat. In de natuur is alles er op gericht het afgestorven hout te vernietigen; op vochtige bodems wordt het door zwammen en insekten na verloop van kortere of langere tijd geheel afgebroken. Zachte houtsoorten zijn uiteraard het meest onderhevig aan dit afbraakproces. Relatief zachte houtsoorten zijn als bouwhout echter ook het goedkoopst. Wil men deze soorten meer duurzaamheid verlenen, dan moeten ze beschermd worden. De klassieke manier van oppervlakte-behandeling door teren, schilderen of carbolineren, is bij regelmatig onderhoud in de praktijk dikwijls voldoende. Er zijn echter ook toepassingen van de meer zachte houtsoorten die een extra behandeling vergen om een 'lange gebruiksduur te bereiken. Zo'n behandeling bestaat uit het al vóór de bewerking ongeschikt maken als voedingsbodem door er rot- en insektenwerende middelen in te persen. De stoffen die hiervoor worden gebruikt zijn creosoot-olie (steenkoolteerdistillaat), zogenaamde wolmanzouten (koper-chroom- of koper-chroom-arseen-zouten), middelen op basis van P.C.P. (pentachloor-phenol) of T.B.T.O. (tributyl-tinoxyde) en andere. Door een vakkundige behandeling met deze stoffen wordt de duurzaamheid aanzienlijk verlengd. In de Zaanstreek is Kan Palen Palen bv gespecialiseerd in houtverduurzaming. Het in 1880 opgerichte en aan de Oostzijde te Zaandam gevestigde bedrijf kampt echter met strenge voorschriften die ten gevolge van de aangescherpte milieu-eisen aan het gebruik van toegepaste (schadelijke) conserveringsmiddelen worden gesteld.

Houtwarenfabricage

In de Tweede Wereldoorlog ontstonden in de Zaanstreek bedrijfjes die speelgoed en gebruiksartikelen van hout maakten. Er was behoefte aan deze artikelen door het wegvallen van de import uit bv. Japan. De Zaanse houtwarenfabrikanten gebruikten voornamelijk afvalhout, later ook mijnhout als grondstof. Na de oorlog bleken er meer dan 100 zulke bedrijfjes te bestaan. J .C. Fermie, voorzitter van de afdeling Kleinbedrijf van de Kamer van Koophandel, nam heinitiatief tot het stichten van een vereniging: Verenigde Houtwarenfabrikanten Zaanstreek. In januari 1946 had de oprichting plaats. De actieve VHZ had toen 93 leden. Nog in 1946 werd een verkooptentoonstelling gehouden, gevolgd door acht halfjaarlijkse houtwarenbeurzen, die belangstelling trokken uit het hele land. Op de eerste beurs werden uitsluitend uit hout vervaardigde produkten getoond, later kwam daar bv. rubberballen en artikelen van kunsthoom bij. Er werd veel gedaan om de export te bevorderen, maar deze bleef beperkt. Al in 1949 werd vastgesteld dat een aantal leden hun bedrijf hadden gestaakt als gevolg van o.m. onvoldoende kapitaal en outillage. In 1950 telde de vereniging nog 40 leden. De uurlonen bedroegen 76 tot 88 cent, de werknemers kregen 6 vakantie- en 6 snipperdagen. In 1952 is gedurende een halfjaar een verkooptentoonstelling ondergebracht in het Holland Huis te Brussel. Thans (1991) zijn nog ongeveer 10 van de bij de oprichting der VHZ betrokken bedrijven over.

Huig bv, Drukkerij C

Grafische onderneming te Zaandam. Het bedrijf werd opgericht als drukkerij annex boek- en kantoorboekhandel aan de Oostzijde in juli 1902 door Cornelis Huig. Bij uitgever C. Huig te Zaandam werd in 1904 een kunstwerkje in het licht gegeven door Ds. C. B. Hylkema, doopsgezind predikant te Zaandam. Het is een bundel gedichten van de welbekende dichter en etser Jan Luyken (1640—1712), versierd met het portret van de dichter en een 19-tal reproducties van de oude etsjes. Het boekje is geheel in Oud-Hollandse stijl gedrukt.

In 1947 werden de boek- en kantoorboekhandel gesloten; de vrijgekomen ruimte werd door de drukkerij in gebruik genomen. In 1956 verhuisde de drukkerij naar de K. Kanstraat. In augustus 1985 werd dit bedrijfspand door brand grotendeels verwoest, waarna de drukkerij ruim een jaar lang was gevestigd in de Achtersluispolder. In september 1986 werd een vernieuwd en uitgebreid pand aan de K. Kanstraat in gebruik genomen.

Huig houdt zich bezig met de productie en levering van drukwerk op bestelling, met name handels- en reclamedrukwerk, formulieren, sets, bloks, briefpapier, enveloppen, folders, brochures, prijskaarten, boeken, reproducties, kalenders. catalogi, jaarverslagen; variërend in uitvoering van één tot zes kleuren. Vanaf 1960 maakte het bedrijf een begin met de overstap van boekdruk (hoogdruk) naar offset ( vlakdruk). Het toenmalige aantal van 55 werknemers nam nadien geleidelijk af. De juridische vorm werd gewijzigd van eenmanszaak via vennootschap onder firma en NV tot BV in 1972. Bij Drukkerij Huig waren in 1991 35 personen in dienst.

De eerste paal voor een nieuw bedrijfspand aan de Witte Vlinderweg 74 te Wormerveer werd geslagen op 24 mei 2013 door Stephan Knip. Drukkerij Huig, inmiddels opererend onder de naam Huighaverlag, heeft in 2017 100 personeelsleden in dienst die samen ruim 8700 orders. Stagiairs en scholieren die op snuffelstage willen, zijn van harte welkom.

Huisman’s IJzerhandel BV

Groothandel in ijzerwaren te Zaandam.

Het bedrijf ontstond in 1890 uit een bijverdienste van de meubelmaker Hendrik Huisman. Hij kocht in Amsterdam bij grossiers gereedschappen en verkocht die, eerst alleen aan zijn collega’s bij de Meufa, later ook aan plaatselijke timmerbedrijven. Aanvankelijk werkte hij vanuit een schuurtje aan de Parkstraat te Zaandam, later betrok hij een winkelpand in die straat. Aan de Schippersteeg tegenover de Westzijderkerk huurde hij een pakhuis voor de opslag van draadnagels.

In oktober 1918 werd het bedrijf omgezet in de nv Huisman's IJzer- en Houthandel, met als directeur C. de Vries en als aandeelhouder de aannemer D. Out die later ook commissaris werd. De houthandel werd na een paar jaar beëindigd. Het bedrijf bezorgde in deze jaren de goederen per handkar bij klanten in de hele Zaanstreek en Waterland.

Het groeiende bedrijf kreeg te kampen met ruimtegebrek en kocht daarom in 1924 het pand Westzijde 44, waarachter een flink houten pakhuis stond. De klantenkring bleef groeien; twee vertegenwoordigers reisden per trein en fiets heel Noord-Holland af. In mei 1925 kwam Willem Out, zoon van aandeelhouder D. Out in het bedrijf, enige jaren later zijn broer Dirk Out. De laatste kreeg in 1930 het beheer over een filiaal aan de Singel te Amsterdam.

Het inzakken van de bouwnijverheid tijdens de crisis van de jaren ’30 en de Tweede Wereldoorlog bezorgde het bedrijf een moeilijke tijd. Na de oorlog leefde de bouw weer op en brak ook voor Huisman’s IJzerhandel een nieuwe groeiperiode aan. In 1948 overleed D. Out sr. Hij had vrijwel alle aandelen van het bedrijf in zijn bezit, die werden geërfd door zijn vrouw en zijn zonen. Eveneens in 1948 werd het filiaal in Amsterdam afgestoten.

In 1953 werd een magazijn gebouwd tussen de winkel en het houten pakhuis, dat op zijn beurt in 1958 werd vervangen door een vier verdiepingen hoog magazijn.

De NV werd in 1972 omgezet in een BV. Vijf jaar daarna traden W. en D. Out terug uit zaken; zij werden opgevolgd door hun zonen D.W. Out en D. Out Wzn. Niet lang daarna werd de vestigingsplaats aan de Westzijde verlaten. De verkoop aan particulieren was steeds minder belangrijk geworden en ruimtegebrek belette het bedrijf aan de Westzijde verder te groeien. Eind 1980 werd verhuisd naar een nieuw gebouwd pand in de Achtersluispolder.

Huisman‘s IJzerhandel houdt zich in 1987 vrijwel volledig bezig met de groothandel in hang- en sluitwerk, gereedschappen en bevestigingsmaterialen. Bij het bedrijf waren in 1991 30 personen in dienst.

In 1998 besloot een aantal Nederlandse bedrijven in ijzerwarenhandel samen te werken op het gebied van marketing en verkoop. Belangrijkste reden was een doelgerichte servicestandaard richting landelijk- en regionaal werkzame bedrijven. Er werd een formule ontwikkeld waarin landelijke dekking aan een optimale prijs-kwaliteitverhouding moest worden gerealiseerd. Hieruit ontstond de franchiseformule Mastermate. Zeven familiebedrijven, waaronder Huisman's IJzerhandel maken in 2017 deel uit van de 35 Nederlandse Mastermate-vestigingen.

Huitema & Zoon bv, F

Eerst 'F. Huitema & Zoon metselbedrijf', vanaf 1976 'Tegelhandel en tegelzetbedrijf F. Huitema & Zoon bv', vanaf 1980 'Huitema Tegels en Sanitair' leveranciers van sanitair en bouwmaterialen, sinds 1910 gevestigd aan de Oostzijde 229 te Zaandam. Het bedrijf werd als metselarij opgericht door Foppe Huitema, afkomstig uit Oranjewoud (Fr.). Hij metselde met zijn personeel de Marvelofabrieken (Ahold) te Zaandam en het gemeentehuis van Koog. Gaandeweg werd het accent verlegd naar de tegelzetterij en de handel in tegels. In 1976 is de zaak omgezet in een bv. met als directeur Dirk Huitema, zoon van de oprichter.

In 1980 werd een nieuw bedrijfspand aan de Oostzijde betrokken. Vanaf die tijd werd de naam ook veranderd in Huitema Tegels en Sanitair BV. Het bedrijf richt zich vooral op de particuliere markt voor het leveren en aanbrengen van tegels, sanitair en vloerverwarming. De directie werd in 1980 gevoerd door H. Huitema en W.J.M. van Gelderen, er waren zes medewerkers aan het bedrijf verbonden.

Vele verbouwingen verder is sprake van een overzichtelijke showroom met de nieuwste collectie tegels voor de wand en vloer, een actueel sanitairaanbod en badkameropstellingen vol tips en trends. Hierbij wordt Huitema sinds 1995 terzijde gestaan door Ceramic Visions. Deze formule wordt verkocht door speciaal geselecteerde dealers, verspreid over heel Nederland. Deze dealers geven advies, leveren kwaliteit en bieden service rondom het totaalproduct tegel. Ceramic Visions voert een lijn van exclusieve Italiaanse en Spaanse topmerken.

Oprichter Foppe Huitema overleed op 28 mei 2015 op 79 jarige leeftijd.

Indeco-Coignet bv, Industriële Woningbouw

Voormalig bedrijf in de Achtersluispolder te Zaandam, gespecialiseerd in productie en installatie van betonnen bouwelementen. Indeco-Coignet werd in de zomer van 1964 geopend door Prins Bernhard. Het bedrijf maakte, volgens het zogenaamde 'Coignetsysteem', betonnen bouwelementen waarvoor in de jaren van woningnood een grote markt was. Een andere afdeling van Indeco functioneerde als bouwbedrijf. Het gebruikte de in de fabriek gemaakt bouwmaterialen voor het in systeem bouwen van flats.

Een half jaar na oprichting ontstond er reeds onrust onder de circa 120 Turkse arbeiders, werkzaam bij de woningfabriek. In de loop 11 januari 1965 verlieten zij als één man het werk. De arbeiders verlangden verhoging van de lonen, uitbetaling van reisurenvergoeding en enkele andere dringende verbeteringen. De lonen, die Indeco Coignet betaalde, bleken tientjes beneden het bedrag te liggen dat destijds bij de werving van de arbeiders in Turkije was voorgespiegeld. Ook de daarop volgende nacht ging de groep buitenlandse arbeiders tot staking over. De in Zandvoort woonachtige groep arbeiders verscheen niet op het werk.

De directie besloot daarop 57 van de stakende Turken te ontslaan en retour naar Ankara te sturen. Ankara weigerde echter het toestel landingsrechten te verschaffen waarop de gecharterde DC-4 met draaiende motoren nog voor de start rechtsomkeert maakte. De 57 werden tijdelijk ondergebracht in de Marechaussee-kazerne te Badhoevedorp. Aan de rel kwam de volgende dag een einde nadat de Turkse ambassadeur tijdens kantooruren de landingsrechten wist te regelen.

De grote vraag naar voorgefabriceerde bouwelementen en snel te bouwen woningen ten spijt kampte Indeco vanaf het vroegste begin met moeilijkheden. Met name de financiers - Kon. Ned. Mij voor Havenwerken te Amsterdam en Betonfabriek De Meteoor te De Steeg, de derde financier was S.A. Coignet te Parijs, moesten de eerste jaren grote financiële bijdragen leveren om de verliezen van Indeco, geschat op f 15 miljoen, te dekken.

Niettemin worden er plannen beraamd om een tweede vestiging van Indeco-Coignet in Weesp op te starten met het oog op de bouw van 6000 woningen in de Bijlmermeer. Het bestuur van Betonfabriek De Meteoor ziet later af van het plan om in de omgeving van Amsterdam een tweede fabriek te stichten af. Wel zal in Weesp een toeleveringsbedrijf voor de industriële woningbouw worden gevestigd, waarin De Meteoor voor 40 pet. deelneemt. Het zal op deze wijze mogelijk zijn de produktie van duizend woningen op te voeren tot vijftienhonderd per jaar. Dit werd gezegd op de jaarvergadering. De tevredenheid van de directie over de groei, de produktie en de ontwikkeling van het concern werd gedeeld door de aanwezige aandeelhouders.

In het derde levensjaar, 1967, is de directie van de Kon. Ned. Maatschappij voor Havenwerken zich directer gaan bemoeien met de leiding van de ernstig verliesgevende woningfabriek. De Raad van Bestuur van Indeco-Coignet belastte G. Mekking, directeur van Havenwerken, als gedelegeerd commissaris met de leiding over Indeco-Coignet.

Pas na vier jaar, in 1968, werd voor het eerst, onder leiding van de nieuwe directeur W.A.J. Nolen; een bescheiden winst gemaakt. Indeco was dat jaar met goede resultaten overgegaan op de productie van elementen voor een nieuw woningtype. Ook draaide het bedrijf in dat jaar voor het eerst met volle capaciteit; er werkten toen circa 450 personen en was de omzet f 48 mln.

De woningproductie beliep circa 1500 flatwoningen, die voornamelijk in de Amsterdamse Bijlmermeer en de Zaanstreek (Rooswijk, Wormer) werden gebouwd. Het bedrijf werd ingericht om ook elementen voor eengezinswoningen te kunnen produceren. In 1969 werd het aandelenkapitaal van Indeco belangrijk vergroot. Een meerderheidsbelang in het bedrijf werd verworven door het Nederhorst-concern, dat Havenwerken had overgenomen. In dat jaar brak op 10 december opnieuw een staking uit met een omstreden kerstgratificatie als inzet.

In 1973 verwierf Nederhorst ook de aandelen van De Meteoor en was het Nederhorstbelang tot 80% gegroeid. Indeco werkte toen al een aantal jaren met winst. In 1975 werd duidelijk dat het Nederhorst-concern in ernstige moeilijkheden verkeerde. Er werd bekend gemaakt dat de Ogem-groep en de Staat elk voor 50% zouden gaan deelnemen in de nog rendabel geachte onderdelen van de Nederhorstgroep; daartoe behoorde Indeco-Coignet. Nog in september 1977 leek de toekomst van Indeco rooskleurig. Ogem had een order van f 1,4 miljard in Saoedi-Arabië verworven en Indeco zou daarvan f 25 mln. aan opdrachten krijgen, hetgeen circa 160 manjaren werk garandeerde. In januari 1978 kondigde Ogem een reorganisatie aan: het bouwbedrijf van Indeco, dat de betonnen bouwelementen installeerde, zou losgekoppeld worden van de fabriek in de Achtersluispolder en fuseren met Muwi, Era uit de Ogem-groep.

De georganiseerde ondernemingsraadleden gingen januari 1978 in principe akkoord met de samenstelling van deze drie bouwbedrijven. De werknemers mochten er niet op achteruitgaan en de bestaande en toekomstige werkgelegenheid moest worden veiliggesteld, zo stelde de ondernemingsraad wel als voorwaarde. Muwi, vroeger Muijs en Winter, in Rotterdam 800 werknemers en Indeco-Coignet in Zaandam met 400 werknemers behoorden eerder tot het Nederhorst-concern, terwijl Era woningbouw in Rotterdam met 450 werknemers al langer een onderdeel van Ogem was. Ogem benadrukte in die periode dat de elementenfabriek in zelfstandige vorm ruim voldoende bestaansmogelijkheden had.

De order uit Saoedi-Arabië bleek echter zeer nadelig voor de fabriek uit te pakken. Weliswaar was de werkgelegenheid een jaar lang gegarandeerd, maar Indeco leed op de order een verlies van f 6,5 mln, waardoor de liquiditeitspositie ernstig werd aangetast. De Ogem-directie was niet bereid dit verlies over de totale order om te slaan, maar liet het volledig op het Zaandamse bedrijf drukken.

In juni 1978 werd de sluiting van Indeco aangekondigd; het bedrijf had op dat moment 132 personeelsleden. Op 6 juni hielden zij een korte staking. Het gemeentebestuur van Zaanstad drong er bij de rijksoverheid, nog altijd voor 50% aandeelhouder, op aan om Indeco nog anderhalf jaar open te houden (kosten f 2.3 mln.). In die periode kon worden uitgezocht wat de toekomst voor de elementenbouw was. Het Rijk weigerde. Eind november 1978 werd Indeco-Coignet gesloten.

Inmerc bv

Bureau voor projectontwikkeling van boeken en andere, voornamelijk grafische producties, gevestigd te Wormer. Onderdeel van de Mercurius-groep te Wormerveer. Inmerc werd in 1972 opgericht door de toenmalige directie van BV Kunstdrukkerij Mercurius-Wormerveer, in samenwerking met Klaas Woudt.

Opzet was de stichting van een servicebureau voor uitgevers en het bedrijfsleven. Dit ten behoeve van het maken van bijvoorbeeld gedenkboeken en verzorgen van promotionele uitgaven. Na aan het Zuideinde te Wormerveer te zijn begonnen met twee parttime krachten, breidde het bureau zich gaandeweg uit. Begin jaren '80 werd verhuisd naar een nieuw pand in Wormer.

Inmerc levert aan een groep cliënten de ideeën en de uitwerking daarvan voor complete boeken; zowel de research als het contracteren van een of meer gekwalificeerde auteurs, illustratoren en fotografen. Bovendien wordt de vormgeving in eigen huis dan wel door zelfstandige ontwerpers verzorgd en de technische realisatie begeleid. Hoewel deze boekproducties hoofdzaak zijn, houdt men zich daarnaast bezig met het bedenken van reclame-acties en -artikelen, voor bijvoorbeeld PTT, het Zuivelbureau en bank- en andere instellingen.

Toen in de jaren '70 en volgende de 'boeken van de maand' grote populariteit en forse oplagen behaalden, had Inmerc een opmerkelijk aandeel in de ontwikkeling daarvan. Ook werden boekenweekgeschenken en premieboekjes voor de kinderboekenweek bedacht en uitgevoerd. Eind tachtiger jaren was het vergelijkbare bedrijf Trendbook International uit Maarssenbroek met vijf medewerkers overgenomen en onder eigen naam tezamen met Inmerc voortgezet.

Uitgeverij Inmerc BV te Wormer staat in 2017 te boek als Postorderboekhandel.nl

Inpako bv

Verpakkings- en afwerkingsbedrijf te Assendelft. Inpako, aanvankelijk Inpaco, werd in 1962 door de voormalige bedrijfschef van Onrust & Hoorn, F. Bruins, begonnen. Met twee medewerkers verpakte hij in de voormalige klompenhal van Zaman aan de Oostzijde in Zaandam, rijst en gries voor Wessanen.

In 1967 verhuisde het bedrijf naar de voormalige Asmeta-fabriek aan de Dorpsstraat te Assendelft. In 1978 kwam een nieuw pand aan de W. Sijpesteijnstraat in Assendelft gereed. Inpako specialiseerde zich in handmatig en dus arbeidsintensief verpakkings-, afwerkings- en assemblagewerk. Het assembleren van luidspeakerboxen is één van de activiteiten.

Sinds de overname van Muskopak uit Wormer in 1988 heeft Inpako drie productielijnen: Inpako bv, Muskopak bv (machinehandel, Wormer) en Houtspecials bv (ontwikkeling van permanente displays).

In 1991 had men de beschikking over een pand van 6000 vierkante meter aan de Industrieweg te Assendelft en waren er 50 vaste medewerkers, 20 uitzendkrachten en 80 thuiswerkers in dienst.

Interlance Uitzendburo

Uitzendorganisatie, van 1971 tot de overname in 1979 gevestigd te Zaandam. In 1968 werd te Amsterdam Bureau Interlance opgericht, dat in november 1981 door Alexander A. Hinze (Aalsmeer 1941) werd overgenomen en als “Interlance Uitzendburo bv en “Interlance Jobs Office bv werd gevestigd aan de Peperstraat te Zaandam; het kantoor aan de Sarphatistraat te Amsterdam werd filiaal. De onderneming breidde zich snel uit en opende in vijf jaar een twintigtal vestigingen, onder meer te Breda, Hengelo, Utrecht, Arnhem, Zwolle, Rotterdam en Amsterdam. Interlance Uitzendburo bv en Interlance Jobs Office bv maakten beide deel uit van de grotere Hinze-organisatie, waartoe ook Interhostess bv (opleiding), Caral Automatisering bv, Caral Consulting bv (head-hunting) en Caral Administratie bv behoorden.

In mei 1979 trad Hinze terug als directeur. In oktober 1979 werd een overeenkomst gesloten met Vedior Holding, onderdeel van de Vendex-groep. Interlance had toen 38 vestigingen, waar circa 130 mensen in vaste dienst werkten. De overname door Vedior werd begin 1980 geëffectueerd. Aanvankelijk veranderde er weinig in de organisatie, maar in oktober 1982 verdween de naam Interlance (door samenvoeging met Uitzendburo Evro ontstonden Vedior l en II) en werd het hoofdkantoor uit Zaandam naar Almere verplaatst; het kantoor aan de Peperstraat werd een filiaal van Vedior Uitzendbureau bv.

Hinze werd commissaris van deze organisatie en richtte daarnaast Axis Holding bv, Axis Beheer bv en Axis Sport bv op. Interlance was van 1971 tot 1982 sponsor van volleybalclub Zaan'69, die tussen 1975 en 1980 bij de landelijke top hoorde. Het uitzendbureau verwierf hiermee (zeker in de Zaanstreek, maar ook daarbuiten) een grote naamsbekendheid. Zie: Volleybal

Jager, Hero de

Voormalige groothandel, im- en exportbedrijf en fabrikant van bakkerijgrondstoffen aan het Zuideinde in Koog. Hero de Jager begon in 1856 een kruideniers- annex drankwinkel en tapperij. Die groeide uit tot een grossierderij. Hero de Jager importeerde koloniale waren en bakkersartikelen. Het bedrijf had succes met de succesvolle invoer van amandelen en zuidvruchten (krenten, rozijnen en gedroogd fruit). Daarnaast importeerde men specerijen zoals kaneel, kruidnagelen, peper en nootmuskaat. In 1939 opende men een eigen fabriek van bakkerijgrondstoffen. Geproduceerd werden onder meer marsepein, moscovisch poeder, afdekgelei, spijs en ijspoeder. Kort na de Tweede Wereldoorlog had Hero de Jager 80 medewerkers. In 1942 werd de nog steeds bestaande tapperij gesloten. Vanaf 1958 richtte het bedrijf zich nog alleen op fabricage en groothandel. In dat jaar werd een depot in Utrecht gevestigd dat enkele jaren later overigens alweer gesloten werd. De concurrentie op het gebied van bakkerijgrondstoffen was in die tijd groot. Het personeelsbestand liep terug. Begin jaren '70 stond men voor de keuze zelfstandig verder gaan of op te gaan in een groter geheel. Eind 1973 werd Hero de Jager onderdeel van Bakels-Senor bv in Weesp, een van de grote bedrijven in deze sector. De vestiging op het Zuideinde werd in 1977 gesloten. Hero de Jager was een echt familiebedrijf. De oprichter werd na zijn overlijden in 1896 opgevolgd door het driemanschap Pieter, Cornelis en Klaas de Jager. Na hun overlijden, respectievelijk in 1946, 1953 en 1961 werd de zaak voortgezet door Hero de Jager, die in 1956 lid van de directie was geworden.

Jansens & Dieperink bv

Fabriek van aluminium silo's, tanks en dergelijke waaronder stemvorken. Aanvankelijk gevestigd aan het Prinsenpad en later op de voormalige scheepswerven van De Beer en de Zaanlandse Scheepsbouw Maatschappij aan de Vredeweg en Zuiddijk te Zaandam.

Het bedrijf werd opgericht in november 1946 te Landsmeer door de heren Jansens en Dieperink. De één was lasinstructeur bij Fokker, de ander werkmeester, beiden het ontvangen van wachtgeld moe. De vaklieden wilden vooruit, zagen geen toekomst in de Nederlandse vliegtuigbouw, en besloten hun ervaring met het verwerken van aluminium op andere wijze te gebruiken. Het bedrijfje verhuisde in 1947 naar Zaandam waar het gevestigd werd in de vroegere melkfabriek van Plooijer aan de Prinsenstraat. Zonder veel geld maar met vakkennis en doorzettingsvermogen. Een koperslager van de oude stempel ging met hen mee.

In 1948 boekten zij succes met zuivelwerktuigen waar in de na-oorlogse jaren grote vraag naar was. Melktanks van aluminium en roestvrij staal, geheel naadloos, vervaardigden zij in serie, kleintjes van 3000 zo wel als grote van 15.000 liter. Zij beheersten niet alleen het veelzijdige lassersvak tot in de perfectie, maar waren ook de enigen in Holland, die stemvorken fabriceerden. Duitse fabrieken waren door oorlogshandelingen uitgevallen, maar stemvorken moesten er, zolang er muziek werd gezongen en gespeeld, zijn. De eerste welluidende vork viel de opdrachtgever in de smaak. Een eerste klas, fraai vernikkeld werkstuk, bovenal een stemvork met een geluid, dat vele seconden natrilt. De firma ontvangt juni 1948 een order voor duizenden stemvorken. Een muzikale deviezenbron, vrijwel de gehele order werd geëxporteerd.

Nadien verhuisde het bedrijf naar de Vredeweg. In de jaren '70 specialiseerde Jansens & Dieperink zich in de fabricage van aluminium silo's voor de opslag van poeders voor de kunststofindustrie. De afzetmarkt vergrootte zich tot West- en Oost-Europa en daarna de VS, Canada, het Midden- en het Verre Oosten. In 1982 werd in verband met een grote order uit Saoedi-Arabië een deel van het voormalige complex van de Zaanlandse Scheepsbouw Maatschappij in gebruik genomen voor uitbreiding van de productiecapaciteit en opslag.

In 2007 verrees een nieuw kantoorpand aan de Zuiddijk 416 te Zaandam. Jansens & Dieperink groeide uit tot Nederlandse specialist in het ontwerpen, vervaardigen en op locatie assembleren van aluminium en RVS silo's, gravity blenders, Stanriv® vastgeschroefde silo's, droge bulk containers en zwaartekracht mengers. Van klein formaat tot bijzonder groot.

Door de zelfontwikkelde werkwijze met modulaire segmenten kunnen aluminium silo's en zwaartekracht mengers in elke maat op elke locatie ter wereld worden opgebouwd. Segmenten worden in de fabriek in Zaandam gereedgemaakt en getransporteerd naar klanten in de hele wereld. Op locatie worden flenzen van de segmenten met bouten aan elkaar bevestigd, waarna lassers de silo’s aan de binnenzijde dichtlassen. Het bedrijf is ISO-9001, TUV DIN EN 729-3 gecertificeerd en vertrouwd met de kwaliteitseisen en veiligheidsvoorschriften die in de internationale petrochemische industrie gelden.

Jong bv, de

Betonboringsbedrijf te Assendelft. Het bedrijf werd in 1965 door de heer H.G.A. de Jong opgericht als eenmanszaak en via nv in 1968 tot bv omgevormd. Het bedrijf houdt zich bezig met het boren en zagen van sparingen in beton, steen, asfalt e.d. , ten behoeve van aanleg van cv-installaties, ventilatie- en airconditioning systemen, kabelgaten, deur-, lift- en trap-openingen. Men is actief in de woningbouw, utiliteitsbouw, weg- en waterbouw. Opdrachtgevers zijn aannemers, rijksgebouwendienst, rijkswaterstaat, industrieën , woningbouwverenigingen. ministeries en dergelijke. Het bedrijf heeft naast Assendelft ook een vestiging in Westerhoven (NB). In 1991 waren in beide vestigingen samen 55 personen werkzaam.

Jonker bv

Loodgietersbedrijf te Zaandam. Het bedrijf werd opgericht in 1923 door J .N. Jonker en houdt zich thans bezig met het installeren van sanitair, water- en gasleidingen en afvoeren, alsmede dak-, lei en torenwerken. De juridische vorm werd omgezet van vennootschap onder firma in bv. Bij Jonker waren in 1987 55 personen in dienst.

Kaars Sijpesteijn

Ondernemersgeslacht in de 18e, 19e en 20e eeuw.

De belangen van de familie Sijpesteijn in de zeildoekfabricage werden geërfd van de familie Kaars. Jan Sijbrantsz. Kaars (1735-1812), zeildoekreder uit Krommenie, was gehuwd met Etje Pieters Kuyper (1736-1781), eveneens stammend uit een rolredersfamilie. Hun dochter Bregje Kaars (1775-1803) trouwde Hendrik Sijpesteijn (1773-1835), zoon van Willem Sijpesteijn (1739-1818) en de zeer vermogende Trijntje Streek. Deze Willem was afkomstig uit Nieuw Loosdrecht, werd onderwijzer en werd als zodanig in 1759 naar Assendelft beroepen, waar hij later onder andere secretaris werd van de Hoge Heerlijkheid en zelfs notaris. Hij was daarnaast geïnteresseerd in de rederij van de papiermolens De Dolfijn, De en De Bestevaer, De.

Hendrik en Bregje verhuisden van Assendelft naar Krommenie. Hij noemde zich gepatenteerd koopman en was onder andere mede-eigenaar van een smakschip. Zij hadden een zoon Willem aan wie grootvader Jan Kaars zijn aanzienlijke rolredersbelangen vermaakte. Onder voorwaarde dat Willem voortaan ook de naam Kaars zou voeren en zijn talen en boekhouden zou leren. Willem Kaars Sijpesteijn (1800-1855) huwde Comelia Verhagen (1805-1881) uit Beverwijk en werd een voornaam man in Krommenie.

→ Lees verder...

Kabel bv

Handelsonderneming in Zaandam op het gebied van geperforeerde metalen, non ferro metalen (roestvrij staal, aluminium, rood koper), ijzerwaren, gaas, zeven, filters enzovoort.

Kabel werd opgericht in 1869. Het bedrijf fabriceerde aanvankelijk houten en metalen handzeven voor de industriemolens. In 1885 werd het bedrijf overgenomen door de familie Hart. Sedertdien werd de directie gevoerd door vier generaties van deze familie. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde het ambachtelijke bedrijf in een handelsonderneming. De productie van industriezeven had sindsdienn meer in het kader van service-verlening aan klanten plaats.

In 1969 verhuisde het bedrijf van een pand aan de Oostzijde naar de Achtersluispolder, toen werkten er vijftien personen. In 1972 werd de fabriek overgenomen door Nationale Grondbezit (Nagron), kort daarna werd de juridische vorm van nv omgezet in bv. In 1973 werd de vestiging uitgebreid met een hal van duizend vierkante meter en met een winkel in ijzerwaren.

In 1979 werd een nieuw bedrijfsterrein aangekocht, eveneens in de Achtersluispolder, met een oppervlakte van 4000 vierkante meter. In 1984 werd de bedrijfsruimte aanzienlijk uitgebreid met een nieuwe hal van 3500 vierkante meter. Bij Kabel bv werkten toen inmiddels 45 personen. In 1989 was het aantal werknemers verder gegroeid tot 65.

Kabeltelevisie Zaanstad bv

Systeem voor het transporteren van beeld- en geluidsignalen tussen een centraal punt en op het systeem aangesloten ontvangsttoestellen, ontstaan vanuit de behoefte om de ontvangstkwaliteit te verbeteren en tevens om het ontsierend stadsaanzicht door allerlei particuliere antennes te laten verdwijnen. Vanaf 1962 werden er in Nederland enkele experimentele kabe In etten aangelegd. Vanaf de jaren '70 op grote schaal toegepast.

De eerste pogingen om in Zaanstad tot een kabe In et te komen dateren van 1974 bij het uitkomen van een ambtelijk advies, waarin voor aanleg werd gepleit. In de daaropvolgende jaren werden nog enige voorbereidingen gepleegd, maar bestuurlijk gebeurde er weinig. In 1978 werd aan het op dat moment nieuwe college van b en w opnieuw gevraagd de zaak ter hand te nemen. Dit leidde tot het uitbrengen van een aanbevelingsnota, die in 1980 werd aangenomen. Aanleg en beheer van het kabelnet werden aan het Gemeentelijk Elektriciteitsbedrijf Zaandam (GEB) opgedragen. Deze nog uit de tijd van de aparte Zaanse gemeenten stammende diensttak werd daartoe uitgebreid met enige kabeltechnici. De directie kwam in handen van de leiding van het Gasbedrijf Zaanstreek-Waterland, die op dat moment al als directie van het GEB optrad.

De eerste spade voor de aanleg ging op 31 maart 1981 de grond in. Men wilde in drie jaar de hele gemeente bekabelen. Dit doel werd op 7 februari 1984 bereikt. Op dat moment waren 46.000 woningen aangesloten. Het op dat moment aanwezige kabelnet met toebehorende versterkerapparatuur en dergelijke vertegenwoordigde een waarde van ruim 35 miljoen gulden. De lange voorgeschiedenis veroorzaakte dat Zaanstad een van de laatste gemeenten van een dergelijke omvang was, die een kabelnetwerk verkreeg. Daardoor viel het tarief wat hoger uit (er was op dat moment een vrij hoge rentestand).

Daarnaast was de lintvormige bebouwing in de streek oorzaak van een duurdere aanleg. Een voordeel was echter dat de meest moderne aansluittechniek kon worden toegepast. De PTT-toren in Wormer diende vanaf de aanvang als ontvangstpunt van de radio- en televisiesignalen uit Nederland, Duitsland en België. Signalen van satellietzenders werden met schotels opgevangen op een daarvoor gebouwd ontvangststation achter het politiegebouw in Wormerveer. Aanvankelijk werden 8 televisie- en 16 radiostations doorgegeven voor een tarief van 15 gulden per maand.

Het dagblad De Typhoon begon in 1985 met een kabelkrant, waarop lokaal nieuws met advertenties werd afgewisseld. In de loop van de daaropvolgende jaren werden enkele minder rendabele gebieden aangesloten. Eind 1989 beschikten zo`n 54.000 woningen - circa 90 procent van het totaal - over een aansluiting. Het zenderpakket was op dat moment uitgebreid tot 15 televisie- en 24 radio-stations voor een tarief van f 15,75 per maand. Daarnaast was een lokale omroep ontstaan en werd de mogelijkheid tot abonnee-televisie geboden. In totaal werd 1820 kilometer kabel gelegd en werden 2210 versterkerkasten gebouwd. De hierdoor ontstane infrastructuur bood ook voor de toekomst mogelijkheden voor tweerichtingsverkeer zoals bijvoorbeeld een bejaardenalarmeringssysteem, diverse vormen van pay-tv en teleshopping.

Kabeltelevisie Zaanstad (KTZ) was een besloten vennootschap. Hierdoor was het mogelijk voor de grote investeringen een beroep op de toenmalige WIR (Wet Investerings Regeling) te doen. De gemeente Zaanstad en de Zaanse woningbouwverenigingen hadden zitting in de Raad van commissarissen van KTZ. De Zaanse gemeenten Oostzaan, Wormer en Jisp vielen niet onder de KTZ. Oostzaan is sinds 1983 aangesloten op het net van Kabel Televisie Amsterdam (opgericht in 1977) met 29-radio en 20 televisiestations. Per 1 januari 1990 waren er in Oostzaan 2477 aansluitingen. Wormer (inclusief Oostknollendam) kreeg in 1982 een eigen Dienst Kabeltelevisie. In datzelfde jaar werd het net aangelegd.

In 1990 had Wormer 14 televisie- en 23 radiostations. Er waren 3956 aansluitingen (waarvan 203 met een beperkt pakket van alleen de Nederlandse en de Belgische zenders en De Typhoon-kabelkrant). Het net in Wormer is gekoppeld aan het net van Zaanstad. Jisp was toentertijd nog niet aangesloten op het kabelnetwerk.

J.A.S. de Reus.

Kakes bv, Bouwbedrijf

Bouwbedrijf in Zaandam. Het bedrijf werd opgericht op 18 november 1874 aan de Oostzijde te Zaandam door Cornelis Kakes, die aanvankelijk timmermansknecht en later timmerman-metselaar was in Marken-Binnen. Mede door de naweeën van de Frans-Duitse oorlog was het ondernemersklimaat ongekend slecht. Nochtans zette Cornelis door. Reeds een maand later werd de eerste employé in dienst genomen. Deze werd gevolgd door S. de Boorder, die vele jaren werkzaam bleef.

In het jaar 1876, toen het aantal arbeiders was toegenomen en werken van grotere omvang werden aangenomen, trad de enige zoon van de stichter, Jan Kakes, toe tot het bedrijf. Het jaar 1882 kenmerkte zich door de toevoeging van een metselbedrijf aan de timmerwinkel en toen de zaak een nog grotere vlucht maakte, trad de heer K. Kan als medefirmant op. Beide heren bouwden de loodsen en namen het graven van de kanalen aan voor de N.V. v.h. William Pont op het terrein dat heden ten dage de Muziekbuurt is.

Cornelis Kakes nam het dempen van het water, gelegen tussen Zilverpad en Geldelozenpad, aan zodat de Gedempte Gracht ontstond. Toen C. Kakes belangstelling voor de molen 'De Zeilenmaker' toonde, zette zijn zoon Jan het bouwbedrijf in 1895 onder eigen naam voort. Deze werkte met groot inzicht verder, verstevigde de kring van relaties met succes en kende een groot aantal medewerkers.

Jan overleed echter in 1909, liet een vrouw en acht kinderen achter. De oudste, Cornelis was achttien jaar. Weduwe Kakes droeg de zaken over aan haar zonen Cornelis en Reinder. Gesteund door hun moeder en het personeel kwam op zijn schouders de taak de zaak niet alleen in stand te houden, doch ook uit te breiden. Als achttienjarige werd onder zijn leiding de oliefabriek Orion gebouwd. Drie jaren nadien trad de tweede firmant, Reinder Kakes, als achttienjarige in de zaak.

Rond de eeuwwisseling bouwde het bedrijf aan het eind van de Zeemansstraat in Zaandam een aantal woningen voor Delftenaren, die waren overgeplaatst naar de Artillerie-inrichting Hembrug. In de daarop volgende jaren groeide Kakes uit tot een middelgroot bouwbedrijf.

In 1911, Cor Kakes was toen 20 jaar, werd het Havenkantoor geplaatst. De piepjonge directeuren voegden een architectenbureau aan het bedrijf toe en werkten, geleid door zakelijke feeling, met succes verder. Er werd veel en goed gebouwd; de Kunstharsfabriek in de Westzijde, de drukkerij van de N.V. Bolding en grote werken in Wormerveer, het Zaandamse politiebureau in 1914 gebouwd voor ƒ 14.172, en het fraaie Havenkantoor in Zaandam, dat onder architectuur van Gemeente-architect J.H. Doodhagen werd gebouwd voor somma van f 9.140,-.

Tijdens de watersnoodramp in 1916 werd Kakes ingeschakeld bij het herstel van woningen en fabrieksgebouwen. In de daaropvolgende jaren bleef het bouwbedrijf gestaag groeien door de woningbouw en bovenal de utiliteitsbouw. Van de honderden werken mogen zeker worden gemeld:

  • de fabrieken van de N.V. Albert Heijn, van de N.V.
  • Hille's Koekfabrieken,
  • fabrieken voor N.V. Verkade,
  • oliefabriek De Pijl te Wormerveer,
  • een kerk in Leiderdorp
  • een kerk in Noord-Scharwoude,
  • Ons Verpleeghuis Koog,
  • de Mico in Zaandam,
  • het politiebureau in Zaandam,
  • de fabrieken voor Zwaardemaker,
  • Orion,
  • de school Vissershop,
  • de school Hogendijk,
  • de gasfabriek,
  • de school aan de Herderinstraat,
  • de school aan de Ooievaarstraat,
  • de school aan de Gedempte Gracht,
  • het Weeshuis in Wormerveer,
  • een enorme lijst van fabrieken, kerken, boerderijen, woningen, kantoren, silo's en loodsen.

In 1950 kwamen Jan en Willem Kakes in de directie. Reinder stapte in 1956 uit en wijdde zich geheel aan het werk van taxateur-makelaar Reinder Kakes & Co. Dit werk nam een zo grote vlucht, dat afsplitsing van het bouwbedrijf noodzakelijk werd. Na zijn aftreden werd het bouwbedrijf van firma (1910) in een NV omgezet, naderhand volgde de omzetting in BV. Jan Kakes trad in 1969 uit de directie en stapte over naar de makelaardij. Willem Kakes bleef over.

Op 60-jarige leeftijd trad Willem Kakes terug en gaf hij de leiding over het bedrijf over aan zijn zoon Cornelis, 'Cees' (1955), als algemeen directeur en Klaas Ramaker (1940) als technisch directeur. Klaas Ramaker, als 22-jarige bij Kakes in dienst gekomen en was sinds 1985 bedrijfsleider. Begin 2001 is Klaas opgevolgd door Arie van der Lee en is hijzelf benoemd tot commissaris. Willem Kakes overleed in 2016.

November 1999 vierde Kakes het 125-jarig jubileum met relaties en medewerkers. Ter gelegenheid van het jubileum stond het bouwbedrijf drie maanden centraal in het Molenmuseum te Koog aan de Zaan waar de geschiedenis van het bedrijf uit de doeken werd gedaan. Kakes bouwde ondermeer het Saenredam College in Zaandijk, verzorgingshuis Mennistenerf, de Zaandamse papierwarenfabriek Hellema en vele andere beeldbepalende panden.

Het bouwbedrijf groeide in de 21e eeuw uit tot een middelgrote onderneming, met opdrachten uit Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht. Op 29 januari 2013 vroeg het Zaanse bouwbedrijf als gevolg van de malaise in de bouwsector haar faillissement aan. Met het Volendamse ontwikkel- en bouwbedrijf HSB Bouw BV kwamen curator en directies een doorstart overeen. Zo werd voorkomen dat 139 jaar kennis en ervaring in renovatie en onderhoud verloren gaat.

Bouwbedrijf Kakes werd samengevoegd met het eveneens doorstartende, op de renovatiemarkt gerichte, Deurwaarder Kleinbouw uit Warmenhuizen. Zowel Kakes als Deurwaarder had van vaste opdrachtgevers aansprekende projecten in haar portefeuille. Onder de naam Kakes-Deurwaarder vormt deze combinatie een zelfstandige werkmaatschappij binnen HSB Bouw.

Op De Buiging te Zaandam, de passage tussen Stadhuis en Gedempte Gracht boven de Provincialeweg, bouwde Kakes-Deurwaarder in 2015 in opdracht van de gemeente Zaanstad, vijf Zaanse huisjes waarin winkels en horeca zijn gevestigd.

Kakes-Deurwaarder is gehuisvest aan het Slobbeland 10 te Volendam.

Kakes & Co bv, Reinder

Makelaarskantoor in Zaandam. Het kantoor werd in januari 1958 als maatschap opgericht door Reinder Kakes en Wim van Velzen, als zelfstandige voortzetting van activiteiten, zoals taxatie van onroerende en roerende goederen, schaderegelingen (expertises) en makelaardij in onroerende goederen, die voorheen binnen het bouwbedrijf Kakes werden uitgevoerd. In 1963 trad W.L. Dorenbos tot de maatschap toe.

In 1972 werd een filiaal in Alkmaar gevestigd en per l januari 1976 werd het bedrijf met W. van Velzen en W.L. Dorenbos als vennoten, voortgezet als BV. In 1977 werd met het expertisebureau Jan Waal Gz. BV uit Amsterdam de maatschap Kakes Waal Expertise opgericht, gevestigd te Amsterdam. Binnen deze maatschap werden deelopdrachten uitgevoerd.

De werkzaamheden van Reinder Kakes & Co omvatten taxaties voor zeer veel doeleinden van onroerende en roerende goederen en machines, schaderegelingen aan opstallen, installaties, machines, goederen, inboedels, antiek en sieraden en dergelijke, alsmede bedrijfsschades, kwaliteitsopname van bouwwerken ten behoeve van assuradeuren en eigenaren, bedrijfshuisvesting, woningmakelaardij en voorts bemiddeling in financieringen.

Het kantoor is verder als onteigeningsdeskundige vaak betrokken bij de voorbereiding van overheidswerken, zowel in opdracht van (semi-)overheden en bedrijven als van particulieren. Het werkgebied omvat geheel Nederland met een accent op de Randstad en Noord-Holland. De woningmakelaardij omvat de lokale woningmarkten van de Zaanstreek en Groot-Alkmaar. Per 1 januari 1989 traden A.G.M. Komen en S. Wijte tot de vennootschap toe. Per 1 januari 1990 werd bureau Jan Waal te Amsterdam overgenomen en werd aldaar tevens een nevenvestiging van Reinder Kakes & Co gevestigd.

Bij de vennootschap werkten in 1991 54 personen. Zie ook: Makelaardij

Kalf Trans

Transportbedrijf. Aanvankelijk gevestigd in Westzaan, later aan de Rijshoutweg in Zaandam.

J. Kalf begon in 1936 aan het Zuideinde in Westzaan met één vrachtauto een transportbedrijf. De eerste jaren werd vooral voor Zaanse houthandels gereden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de wagens bij gebrek aan benzine aangedreven door houtgasgeneratoren. Na de oorlog breidde het bedrijf zich geleidelijk uit en groeide het aantal sectoren waarin vervoer plaats vond.

In het begin van de jaren zeventig specialiseerde Kalf zich in het vervoer van nucleaire stoffen en explosieven. Mede onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen werden deze activiteiten in de jaren tachtig afgebouwd. Ook in verband met overlast voor direct omwonenden en de B-weg status van het Zuideinde verhuisde het bedrijf in 1980 naar de Achtersluispolder, waar het de beschikking kreeg over een bedrijfsoppervlakte van 7000 vierkante meter (waarvan 4000 bebouwd), die later werd uitgebreid tot 10.000 vierkante meter.

Hier ging men zich ook met goederenopslag en distributie bezighouden, waartoe Kalf Goederen Terminal bv werd opgericht. Een gedeelte van het terrein in Westzaan bleef in gebruik als opslagruimte, terwijl een hal van 3000 vierkante meter als tennishal werd ingericht onder de vennootschap Kadi bv. Het wagenpark werd in de loop der tijd uitgebreid tot zo`n 25 stuks. Geografisch richt het bedrijf zich op Nederland, Duitsland, België, Frankrijk en vanaf 1981 ook op Engeland.

In de tweede helft van de jaren tachtig maakte het bedrijf via opschriften op enige wagens promotie voor de gemeente Zaanstad. In 1989 werd in de nabijheid van Brussel een depot opgericht met 20 wagens en een aantal loodsen. In 1991 had Kalf Trans 60 medewerkers en waren er 45 wagens in gebruik.

Kamer van Koophandel en fabrieken voor de Zaanstreek

De Kamer van Koophandel in 1991 bij de Prins Bernhardbrug te Zaandam

Door de wet ingesteld orgaan ter behartiging van de economische belangen van industrie, ambacht en dienstverlening. Aanvankelijke benaming Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Zaanland: op verzoek van de Kamer op l juli 1988 tot huidige naam gewijzigd.

→ Lees verder...

Kamphuys & Zonen, G

Voormalige houthandel met zagerijen in het Westzijderveld in Zaandam.

Gewerkt werd met de in 1912 verbrandde stoomhoutzaagmolen De Zwarte Bruinvis en vóór 1869 gesloopte De Ladder Jacobs, voortgekomen uit molens van die naam, zie aldaar. In 1921 fuseerde de firma met Th. van Loosbroek en Zoon; zie verder onder: Kamphuys Loosbroek en zie voorts: Houthandel en Houtzagerij

Kamphuys Loosbroek bv

Houthandel en oorspronkelijk een houtzagerij in Zaandam.

Het bedrijf werd in 1851 in het Westzijderveld gevestigd door de uit de omgeving van Alkmaar komende Gerrit Kamphuys. Het bedrijf werd later door zijn zonen en kleinzonen voortgezet. Tot de jaren twintig in de 20e eeuw was de voornaamste activiteit het zagen met molens van uit Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland geïmporteerde balken. Nadien werd ook gezaagd naaldhout uit Scandinavië en Rusland geïmporteerd.

Door een fusie met de firma Loosbroek in 1921 was inmiddels de nv Stoomzagerij en Houthandel v/h G. Kamphuys & Zonen en Th. van Loosbroek en Zoon tot stand gekomen. De houtzagerij en de groothandel werden in Zaandam geconcentreerd en de detailhandel in Oss. De houtzagerij in Zaandam werd in 1969 beëindigd en de detailhandel in Oss in 1981. In het begin van de jaren zeventig werd de nv omgezet in een bv. De aandelen kwamen in handen van Kamphuys Loosbroek Beheer, evenals de aandelen van het in 1941 opgerichte Loka.

Kamphuys Loosbroek bv - inmiddels in 1969 overgeplaatst naar een industrieterrein aan de Isaac Baarthaven in de Achtersluispolder - ging zich geheel concentreren op de import/groothandel in gezaagd naaldhout en groeide met een import van ruim 100.000 kubieke meter uit tot een van de leidende ondernemingen van deze branche.

Kan Palen

Houtverduurzamingsbedrijf in Zaandam.

Kan Heipalen werd opgericht in december 1896 door Klaas Kan Dz. (1841-1919) die had besloten om de handel in heipalen van wijlen Dirk Verlaan voort te zetten. Zoon Klaas Kan Kzn (1880-1946), zette de activiteiten van z'n vader voort. Uit deze activiteit groeide de exploitatie van bospercelen in binnen- en buitenland. Het bedrijf, aanvankelijk alleen aan de Westzijde gevestigd en na uitbreidingen vooral aan de Oostzijde, specialiseerde zich in heipalen en voorts in sorteringen hout voor de mijnen.

Door het sluiten van de mijnen in binnen- en buitenland werd na de Tweede Wereldoorlog deze activiteit steeds minder belangrijk. Bovendien ging men in de traditionele afzetgebieden van de houten heipalen steeds vaker over op het gebruik van betonnen funderingspalen. Aangezien tegelijkertijd in Gelderland steeds vaker houten heipalen werden gebruikt, overwoog de bedrijfsleiding het bedrijf te verplaatsen naar Gelderland.

Na overname van de installatie van een Amsterdams houtverduurzamingsbedrijf werd evenwel op een terrein van 1,2 hectare aan de Oostzijde in Zaandam een van de modernste houtverduurzamingsbedrijven van Nederland ingericht. Daarna was er een periode van gestage groei. In 1969 kon de derde brugkraan in gebruik worden genomen. In 1970 werd het bedrijf gesplitst en werden Kan Palen bv en Kan Houtverduurzaming bv opgericht. In 1972 werd als dochter Speelhout Industrie- en Handelsonderneming opgericht, die zich richtte op grote houten speelwerktuigen (zoals Indianendorpen en dergelijke). Later werd deze dochter verplaatst naar Zaltbommel.

In 1974 werd aan de Nusterweg 100 in Sittard een productiebedrijf geopend onder de naam 'Houthandel KAN-PALEN', voor het impregneren van hout. Op 16 oktober 1981 werd Gedeputeerde Staten van Limburg verzocht een hinderwetvergunning af te geven voor het uitbreiden en wijzigen van een inrichting voor de opslag van rondhout alsmede het sorteren schillen, afkorten, punten en gereedmaken van rondhout. Bij een forse reorganisatie heeft Kan Palen besloten het Sittardse bedrijf van de hand te doen. Het Limburgse bedrijf werd in september 1991 verkocht aan de firma A.P. van Doorn in Soest en wordt voortgezet onder de naam Centrale Houtverwerking Sittard.

Milieuproblemen

Vanaf het einde van de jaren zeventig werd het bedrijf geconfronteerd met milieuproblemen. In juli 1978 liep, door het onklaar raken van een tank, naar schatting circa 7000 liter creosootolie het riool in. De waterzuiveringsinstallatie in Zaandam aan de Barndegat raakte onklaar. Kan besloot hierop het bedrijf grondig te vernieuwen, onder andere door de aanleg van betonnen opvangbakken en een creosoteer-inrichting met een gesloten circuit (kosten 600.000 gulden).

In 1986 bleek dat het bedrijfsterrein sterk verontreinigd was, gesproken werd over 'de meest verontreinigde plek in Zaanstad'. De verontreiniging van bodem en grondwater dateerde vermoedelijk van vóór de bedrijfsvernieuwing. In 1988 werd, hangende een door de landsadvocaat aangespannen procedure, beslag gelegd op het vermogen van het bedrijf. De staat claimde tien miljoen gulden van Kan palen voor sanering van het bedrijfsterrein. Het beslag werd in oktober 1989 opgeheven, in ruil daarvoor zegde het bedrijf toe naar draagkracht bij te dragen aan de sanering.


In de Telegraaf van 17 maart 1990 komen de eigenaren Klaas en Jan Kan aan het woord: Met trillende handen haalt de Zaandammer Klaas Kan (52) zijn hinderwetvergunning uit 1962 uit de kluis. „De overheid wist in die tijd zelf ook niets over het milieu.“ Samen met zijn broer Jan (50) leidt Klaas het 20 man tellend houtimpregneerbedrijf 'Kan Palen' in Zaanstad. In december 1988 bezorgde de deurwaarder een onheilsboodschap van VROM. Of ze maar liefst 10 miljoen gulden op tafel wilden leggen voor de schoonmaak van hun vervuild bedrijfsterrein. Geld en tijd voor een jarenlange gerechtelijke procedure tegen vadertje Staat hadden ze niet. Ze bekenden schuld en troffen een schikking. „Kijk,” zegt Klaas Kan wijzend op een van de hinderwetvoorschriften van toen. „Hier staat het: '…als lege verpakkingen, die vergiftigde stoffen hebben bevat niet worden bewaard, verdient het aanbeveling deze direct tenminste een meter diep in de grond te begraven…'. Het ging dan om kwikzilverchloride, één van de giftigste stoffen ter wereld. Wij deden wat ons was opgedragen?“ Zuchtend: „Vervuild afval begraven was overheidsvoorschrift. De bodem was niet heilig in die dagen. Wij hebben ons ook nooit zorgen gemaakt over het op de grond sijpelen van druppeltjes creosootolie waarmee we het hout bewerken. Dat spul was nooit verdacht. Iedereen had het in zijn schuurtje staan.”

Verantwoordelijk

Zijn broer Jan vult aan: „We voelen ons niet schuldig, wel verantwoordelijk. Het gif zat er niet, wij hebben het erin gestopt. Daarom willen we helpen het op te ruimen. U moet het zo zien: wij zijn bonafide vervuilers, geen milieu-criminelen.“ VROM-milieujurist drs. Hugo von Meijenfeldt (34) glimlacht: „De Nederlandse ondernemers reageerden tot voor kort nogal schamper op onze dwingende schoonmaakvoorstellen. Ze dachten dat ze niks te maken hadden met wat zij en hun voorgangers tientallen jaren in de grond hebben laten sijpelen. 'Een erfenis, meneer' werd er dan gezegd. 'Een erfenis uit een tijd dat niemand nog wist dat er milieugevaarlijke stoffen bestonden.' Sinds de Hoge Raad klare taal sprak, zit de angst er goed in.” Hij gebaart: „Bedrijven zijn nu vaker geneigd in eigen beheer schoon te maken of treffen een schikkingsregeling met ons. Dat laatste gebeurt als ze failliet dreigen te gaan aan het ophoesten van de totale opruimkosten.“ Hugo von Meijenfeldt heeft nog bijna duizend dossiers in voorbereiding. Maandelijks gaan er vijf tot zeven onheilspellende brieven naar bedrijven. „We laten de directie van die bedrijven vervolgens verschijnen op het kantoor van de landsadvocaat in Den Haag. Dat maakt indruk. Vooral bij gesprekken met kleine bedrijfjes is het emotioneel. Die mensen hebben het meestal niet expres gedaan.” Hij aarzelt: „Maar ze hébben het wel gedaan.“

Schikking

Klaas Kan op kantoor in Zaanstad: „Het ministerie van Economische Zaken berekent hoeveel wij van die 10 miljoen kunnen aflossen. We hebben wat bezit dat we kunnen verkopen en anders moet het van de winst. De Staat wil ons niet kapot maken. We betalen naar draagkracht. Niettemin sta je door zo’n affaire wel met één been in het graf.” Broer Jan: „De kredietverzekeringsmaatschappij zegt het vertrouwen op, leveranciers fronsen hun wenkbrauwen, afnemers geloven er niet meer in en de werknemers voelen zich onzeker. Privé is het ook een nachtmerrie. Het valt nogal rauw op je dak als de deurwaarder zegt: 'In naam van de Koningin leg ik beslag op al uw bezittingen.' Ook je huis hoort daarbij.“ VROM-jurist Von Meijenfeldt: „Het 'de vervuiler betaalt'-principe is een keus geweest van de unanieme Tweede Kamer. Wij letten niet op de omvang van de verontreiniging of de grootte van het bedrijf. We gaan systematisch te werk. Iedereen komt aan de beurt. Gelijke monniken, gelijke kappen. Het gaat om het principe.”


Op 22 februari 1994 besloot Gedeputeerde Staten van Noord-Holland het vervuilde terrein volledig af te laten graven. De schoonmaakoperatie gaat meer dan tien miljoen gulden kosten. Het bedrijfsterrein van 2,2 hectare is vervuild met onder meer benzeen, creosootolie, dioxinen, fenol, minerale oliën, naftaleen, pentachloorfenol, schadelijke metalen en terpentine. Het ministerie van milieubeheer zal een deel van de kosten voor haar rekening nemen. De operatie moet medio 1996 beginnen, als het bedrijf Kan Palen weg is. Na de schoonmaak worden op het terrein huizen gebouwd.

Mogelijkheden tot verplaatsing werden onderzocht, voorts werd begonnen met de aanleg van een drainagesysteem en de bouw van een waterzuiveringsinstallatie. Het bedrijf (16 werknemers, 1991) heeft aangekondigd de Zaanstreek te zullen verlaten.

De Staat der Nederlanden heeft in oktober 2000 een vaststellingsovereenkomst gesloten met de 'Kan Groep' over een door haar te betalen bijdrage in de kosten van bodemsanering en over het op haar kosten treffen van tijdelijke bodem beschermende maatregelen.

Albert Keijzer Zaandam

Internationaal transportbedrijf gevestigd in Zaandam. Oorspronkelijk als bodedienst in 1920 opgericht door Albert Keijzer (1902-1972), die in de eerste tijd gebruik maakte van een hondenkar. Later stapte hij over op paard-en-wagen en in 1926 werd de eerste auto, een T-Ford, aangeschaft.

De eerste vrachtwagen uit 1926 ter hoogte van Plein 13 in Wormerveer.

De bodedienst werd na verloop van tijd overvleugeld door transport ten behoeve van de houtindustrie. Keijzer wordt na de Tweede Wereldoorlog als huisvervoerder van Bruynzeel deuren, keukens en kasten afhankelijk van de omzet die bij Bruynzeel wordt gerealiseerd. Na de komst van de eerste tankwagen, die overigens anderhalf jaar op zijn eerste lading stond te wachten, ging het snel, het tankvervoer werd steeds meer uitgebreid. Keijzer mocht voor Crok & Laan gaan rijden en ontstaat een probleem: er moet geïnvesteerd worden in tankwagens maar de levertijden zijn erg lang. Een probleem dat wordt opgelost door contante betaling van de trailer.

Albert Keijzer Transport biedt de mogelijkheid tank- en IBC containers te verwarmen tot 80 graden of op te stomen tot hogere temperaturen.

In dezelfde tijd komt het vervoer van droge bulk langzaam op. Keijzer ontwikkelt samen met Technisch Bureau Van der Molen een bulkwagen, waarmee vrachten suiker voor de CSM worden vervoerd. Na een aarzelend begin heeft het bulkvervoer zich bij Keijzer ontwikkeld tot een belangrijk onderdeel van het bedrijf. Een fors aantal auto’s van Keijzer vervoert dedicated voor de Suikerunie, helemaal in de huisstijl van deze belangrijke afnemer.

In 1972, twee jaar na het 50-jarig bestaan van de onderneming, komt oprichter Albert Keijzer te overlijden en komt de leiding van het bedrijf in handen van zijn zoon Ko Keijzer.

Albert Keijzer specialiseerde zich in het vervoer van en naar fabrikanten binnen Europa. Het wagenpark bestond in 2015 uit 140 trucks en 250 trailers. Deze laatste categorie onderverdeeld in huifopleggers voor het vervoer van karton, bulkopleggers voor het vervoer van droge stoffen zoals suiker, meel, kunstmest en granulaten, tankopleggers voor vervoer van diverse vloeistoffen zoals glucose, cacaoboter, vet, olie enz., en tankopleggers met ADR-keuring - gevaarlijke stoffen - voor het vervoer van diverse chemicaliën die in de loop der jaren steeds meer over de weg worden vervoerd. Albert Keijzer zorgt voor een strikt gescheiden transportlijn voor het vervoer van chemische stoffen. Een tak die in de loop der jaren sterk is gegroeid, maar ook weer in omvang is afgenomen doordat productie van bepaalde chemicaliën naar het buitenland is overgeheveld.

Albert Keijzer biedt meerdere op- en overslagdiensten. Naast palletopslag beschikt de transporteur over loodsen die HCCP goedgekeurd zijn voor de opslag van levensmiddelen. Er zijn diverse op- en overslaglocaties in de Zaanstreek en bij de grensovergang Hazeldonk.

De juridische vorm veranderde van eenmanszaak, via VOF en NV tot BV. De bedrijfsfinanciering geschiedt uit eigen middelen. Jaarlijks wordt in nieuwe wagens geïnvesteerd. Het bedrijf bezit een reinigingsinstallatie ten behoeve van het eigen wagenpark en dat van derden.

Het bedrijf telt in 2015:

  • circa 110 DAF trucks en 35 Mercedes trucks,
  • 66 geïsoleerde tankopleggers met 1,3 of 4 compartimenten;
  • 69 tankopleggers voorzien van een sanitaire, verwarmde rvs productpomp;
  • 15 geïsoleerde tankwagens voor vervoer van vloeibare ADR stoffen;
  • 72 silo-opleggers voor het vervoer van droge, losgestorte bulkproducten;
  • 38 schuifzeilopleggers voor volumevervoer;
  • 15 zelflossende bonenwagens met een transportband in de vloer;
  • 10 kiepchassis voor containervervoer.

De circa 130 chauffeurs worden vanuit de thuisbasis in Zaandam ondersteund door zo’n 15 kantoormedewerkers, 7 monteurs en 6 medewerkers van de tankreiniging.

Kenz Kraantechniek (Kenz Cranes) BV

Constructiebedrijf gespecialiseerd in het ontwerp, de fabricage en het onderhoud van offshore hef- en hijssystemen.

Kenz Kraantechniek is gevestigd aan de Voorzaan (Zuiddijk) in Zaandam. Het bedrijf ontstond in 1960, toen Jan Jacob Fleumer en Jan Fray in Wormer een constructiebedrijfje begonnen dat meteen na de oprichting de kranenbouw ter hand nam. Men kocht bijvoorbeeld gebruikte kranen en verbouwde deze voor 'burgergebruik' tot baggerkraantjes en hijsinstallaties op trucks.

Toen Jan Fray in 1965 om gezondheidsredenen uit de firma trad, was al ervaring opgedaan in het ontwerpen en bouwen van kranen. In 1967 volgt de verhuizing naar de J.J. Allanstraat 266 in Westzaan en de levering van één van de eerste telescoop kranen gebouwd in Nederland op een REO truck. Het bedrijf richtte zich nu op nieuwbouw (opdrachten van bijvoorbeeld Rijkswaterstaat en grote bouwondernemingen).

In 1972 is de vorming van de BV Kraantechniek Westzaan, en in 1977 de verhuizing naar de voormalige scheepswerf van Camminga aan de Zaan te Wormer, te groot voor Kraantechniek alleen en er werd een samenwerkingsverband aangegaan met Kramer & Zwart, een scheepsreparatiebedrijf te Westknollendam. Beide bedrijven verhuizen in 1977 naar de voormalige Jachtbouwwerf aan de Veerdijk in Wormer. In verband met de internationale herkenbaarheid werd de naam aangepast in “KENZ-KRAANTECHNIEK” BV (Kramer en Zwart = KENZ).

De offshore-markt is in 1980 betreden. Hiervoor werden speciale ontwerpen ontwikkeld. Binnen enkele jaren bestreek Kenz tachtig procent van deze markt. In 1981 volgt de eerste echte grote order voor vier echte Offshore kranen met 15 ton capaciteit was voor het toenmalige Placid, nu Gaz de France. In de offshore zijn de kranen van Kenz wereldwijd bekend.

Om de financiële basis te verruimen werd in 1986 een samenwerking aangegaan met Van Lint Staalbouw in Schagen. In 1983 nam A. Bakker, een van de directeuren, het gehele gecombineerde bedrijf over. Daarna werd Kenz verplaatst naar de nieuwbouwpanden op de huidige vestigingsplaats Zuiddijk 400 langs de Voorzaan. In 1988 leidde een bezoek van de firma Hägglunds uit Zweden ertoe dat de hele firma aan Hägglunds verkocht werd, echter in 1995 volgt er een Management Buy-Out door de toenmalige directie.

En met succes, de kranen werden groter en talrijker zodat de staalproductie in de hal in Zaandam niet meer mogelijk was en uitbesteed werd bij diverse staalbouwers in binnen- en buitenland. Vanaf die tijd werd er alleen nog maar geassembleerd, getest en afgeleverd. De naam Kraantechniek is met de verminderde activiteiten in de reparatie aan mobiele kranen echter niet meer in gebruikt.

In 2005 wordt de gehele intellectuele boedel van het Haarlemse Figee overgenomen uit het faillissement, de firma naam wordt Kenz-Figee BV maar in 2009 komt er een aparte BV voor Figee. Eind 2005 is Figee Crane Services overgenomen door GTI Zaandam.

De Kenz Figee Group is in 2016 voor 85% overgenomen door het investeringsbedrijf MeeMaken BV van Natasja Sesink en Roderik van Seumeren, oud-ceo van hijs- en zwaartransportbedrijf Mammoet. De overige 15% blijft in handen van het management van Kenz Figee, dat verklaarde blij te zijn met deze overname, niet alleen vanwege de lange termijn visie van MeeMaken BV, maar ook omdat er geloof in de synergie met de andere bedrijven binnen de groep. Robert de Rijcke, commercieel directeur van Kenz Figee Groep: “Wij geloven dat MeeMaken BV ons naar het volgende professioneel niveau gaat tillen.”

Knijnenberg Beheer bv

Grafisch bedrijf en boekhandels in Krommenie en Heemskerk.

Het bedrijf ontstond uit een boekbinderij, annex winkel, die op 17 november 1873 door Aart Knijnenberg werd begonnen. In 1902 begon zijn zoon Cornelis een drukkerij in de zaak van zijn vader. Het bedrijf groeide gestaag, zodat er in 1905 aan de Zuiderhoofdstraat 74 een nieuw pand in gebruik kon worden genomen.

In 1916 nam de zoon het bedrijf over en in 1924 werd een uitleenbibliotheek aan het bedrijf verbonden, die tot 1953 bleef bestaan. In de crisisjaren begon men met de uitgave van De Krommenieër (eind jaren zestig van de 20e eeuw overgedragen aan De Typhoon). Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd C. Knijnenberg opgevolgd door A. en S. Knijnenberg, die op hun beurt eind 1968 plaats maakten voor C. Knijnenberg Sz. (directeur grafische onderneming) en J. Knijnenberg Az. (directeur detailhandel). De juridische vorm veranderde in de loop der jaren van eenmanszaak via cv, fa en nv naar bv.

Eind 1968 ontstond A. Knijnenberg Beheer bv met als dochters Drukkerij A. Knijnenberg bv en Boek- en kantoorboekhandel A. Knijnenberg bv. Het hoofdkantoor was sinds 1972 gevestigd in een Zaans houten rijksmonument aan de Zuiderhoofdstraat 70. In 1973 startte men met de productie van boeken in rotatie-offset en in 1985 werd een drukkerij in Rijswijk met als specialisatie tijdschriften opgezet. In 1987 werd reclame en handelsdrukkerij Calff & Meischke te Amsterdam overgenomen.

In 1986 werd de oorspronkelijke boekwinkel aan de Heiligeweg verhuisd naar de Padlaan 1 (het zogenoemde 'Weversend', een voormalig grenen zeildoekpakhuis van de Zaanse familie Sijpesteijn). In 1988 werd een huurwinkelpand in Heemskerk betrokken. In 1987 startte het bedrijf met de levering van automatiseringssystemen voor het grafisch vakgebied en van diensten voor 'electronic publishing', wat leidde tot de overname van Texom in Hoofddorp.

Op 1 januari 1989 werden de werkmaatschappijen overgedragen aan een nieuw opgerichte vennootschap Knijnenberg bv. Het preferente aandelenkapitaal van de familie nam geleidelijk af. Verder vond financiering plaats met achtergestelde leningen via de Nationale Investeringsbank en andere typen bankfinanciering. Anno 1991 was Knijnenberg producent en leverancier van grafische producten en diensten met een omzet van ongeveer 44 miljoen gulden en 200 medewerkers, waarvan 90 in de Zaanstreek.

Koelemeijer bv, Gebr

Hoveniersbedrijf, tuincentrum en bloemboetiek in Wormer.

Het bedrijf bestond reeds in 1764. in welk jaar Joannes Culemeijer een bloeiend hoveniersbedrijfje bezat. Dit werd voortgezet door zonen en verdere nazaten onder de naam Gebr. Koelemeijer. In 1978 werd de vennootschap onder firma omgezet in een bv, in 1989 was deze nog steeds een familiebedrijf met drie broers Koelemeijer in de leiding.

Oorspronkelijk begon het bedrijf met de verkoop van tuinzaden en plantjes, alsmede het onderhoud van tuinen. Later werden de activiteiten uitgebreid met handel in heesters, bomen, vaste planten, zaden en andere groenvoorzieningen, verkoop van tuingereedschap, -meubelen, -decoraties, ophogen, bemestingsmateriaal.

In 1968 werd een tuincentrum in Zuidoostbeemster geopend en in 1979 een boomkwekerij in Hobrede. In 1984 werd een bloemboetiek aan de Dorpsstraat te Wormer geopend, terwijl in 1988 onder andere 700 vierkante meter kassen in Wormer werd gebouwd. In Wormer en Zuidoost-Beemster bezit het bedrijf acht hectare grond.

Bij Koelemeijer waren in 1991 52 personen in dienst.

Koffiebranderij

In de Zaanstreek was, naast een onbekend aantal kleinere, vier grotere koffiebranderijen gevestigd. Geen enkel bedrijf brandde koffie als hoofdactiviteit.

De Zaanse koffiebranderij werd beoefend door levensmiddelenhandels. De grotere koffiebranderijen waren die van Albert Heijn, Simon de Wit, Keg en Terwee. Als kleine koffiebrander is bijvoorbeeld kruidenier Ris bekend, die zijn winkel aan de Damstraat in Zaandam had.

Albert Heijn brandde in de 19e eeuw al koffie in Oostzaan in een washok en met een zogenoemde 'bolbrander' boven een open vuur. In 1899 beschikte het bedrijf over een 'stoom koffiebranderij'. In 1908 werd een voor die tijd zeer modern ingerichte branderij in Zaandam geopend. Sedertdien werd steeds koffie aan de Oostzijde gebrand. De naam werd in 1977 veranderd van Albert Heijn Produktiebedrijven bv in Marvelo bv.

Marvelo is een der belangrijkste koffiebranders in Nederland. Zie voorts Ahold. Marvelo is de enige overgebleven Zaanse kofñebrander. De zaken van Keg, Firma C. en Terwee (zie: Groothandel) zijn reeds geruime tijd verdwenen. Simon de Wit bleef koffie branden tot het midden van de jaren zestig. Nadien besteedde men de koffiebranderij uit. In 1972 werd de productie van koffie voor Simon de Wit overgenomen door Marvelo.

Zie ook: Economische geschiedenis geschiedenis 3.6.8.

Koster & Co, bv

Weverij in Wormer (Dorpsstraat 187).

Het bedrijf ontstond in 1887, toen Maarten Koster (1861-1948) een bestaande buullakenweverij overnam van de familie Van Kleef. Buullaken werd op handgetouwen geweven van eerste klas wolsoorten. Er werden de zogenoemde 'bulen' van gemaakt, zeer sterke zakken die in de olieslagerijen werden gebruikt. Tot omstreeks 1916 bleven de handgetouwen toegepast.

Doordat de oliefabrieken overschakelden op andere technieken (wringen en extraheren), veranderden ook de door de firma Koster vervaardigde producten. Men maakte sindsdien en tot omstreeks 1950 pers- en filterdoek met mechanische weefgetouwen, nog steeds voor de olieindustrie. Aangezien de Nederlandse (Zaanse) oliefabrieken als gevolg van de productie in de oorspronglanden een achteruitgang doormaakten, zocht de weverij omstreeks 1950 compensatie voor de teruglopende omzet door het weven van sisaltapijt, tot een getouwbreedte van 3.80 meter.

De opkomst van het 'getufte' tapijt dwong rond 1965 opnieuw tot een ingrijpende wijziging. Weverij Koster werd toen bandweverij. Dat wil zeggen dat sindsdien van synthetische garens band werd geweven tot een breedte van 30 cm. Dit zeer sterke band wordt bijvoorbeeld gebruikt voor hijswerktuigen, als stroppen enzovoort. Dit product (de smalste maat is 2,5 cm) wordt voor 60 procent in Nederland afgezet.

Het bedrijf, beginjaren negentig met twintig medewerkers, heeft als een der weinige overgebleven Zaanse textielfabrieken echter ook een belangrijke export, niet alleen naar Europese landen maar ook naar bijvoorbeeld Japan en Singapore. In 1983 zijn de aandelen van Koster bv verkocht aan de Finse bandweverij Inka. M. Koster, kleinzoon van de oprichter, was 40 jaar aan de weverij verbonden. De directie was beginjaren negentig in handen van J. Zwart.

Kox Beheer bv

Groothandel in verf in Wormerveer. Het bedrijf werd in januari 1921 als eenmanszaak opgericht door S.H. Kox aan het Noordeinde in Wormerveer onder de handelsnaam G. Kox en Zoon. In 1953 volgde omzetting tot nv. Tegelijkertijd werd Kox Beheer opgericht, met als werkmaatschappij G. Kox en Zn. De nv werd later in een bv omgezet.

Na 1953 voerde Kox uitsluitend een groothandel in verf en aanverwante artikelen (ook glas). Vóór die tijd fabriceerde het bedrijf ook verf en bezat het tevens een drogisterij. Het bedrijf richt zich op de professionele markt zoals bouwverven en autolakken en bedient verf- en behangspeciaalzaken.

Bij het bedrijf waren in 1991 26 personen in dienst en de omzet bedroeg 14 miljoen gulden. Eind 1989 kondigde het bedrijf aan dat de vestiging aan het Noordeinde verlaten zou worden. Er werd een nieuwe ruimte gebouwd op bedrijventerrein Molletjesveer in WestKnollendam.

Kraaijer

Kledingindustrie en -handel.

In 1913 begon Maarten Kraaijer Kz. als zelfstandig koopman met een huurfiets en een pakje monsters bedrijfskleding van derden. In datzelfde jaar werd een winkel geopend aan de Krommenieërweg in Wormerveer in vak-, werk- en waterdichte kleding. Tien jaar later, in 1923, werd de winkel verplaatst naar de Zaanweg (nr. 124). In 1966 werd het overige deel van dit pand aangekocht en werd de zaak verbouwd en uitgebreid. Het bedrijf bleef daar gevestigd tot augustus 1986.

In 1933 werd ook een speciaalzaak Kraaijer in regenkleding aan de Gedempte Gracht in Zaandam geopend. Deze zaak werd in de loop der jaren regelmatig uitgebreid. Een drietal naastliggende winkelpanden en een bedrijfspand werden in 1958 aangekocht en in 1974 ingrijpend gemoderniseerd. In 1979 werden deze panden aan een projectmaatschappij verkocht. De kledingzaken van Kraaijer hadden in de Zaanstreek vele jaren een grote bekendheid als speciaalzaken voor regenkleding en later ook als modezaken met de slogan 'regenweer is Kraaijer's weer'. Door de specialisatie in regenkleding werd Kraaijer reeds vanaf de jaren twintig leverancier aan eerst de Zaanse brandweerkorpsen en later aan een belangrijk deel van de Nederlandse brandweer.

Het bleef niet alleen bij bluskleding, maar ook uniformkleding en andere uitrusting (zoals helmen en laarzen) werden verkocht. Vanaf de jaren veertig maakte Kraaijer zelf oliegoederen in een pand aan het Zuideinde in Wormerveer. Later werd het pand Zaanweg 14 in Wormerveer aangekocht en werd de productie van beschermende kleding (brandweerkleding) ter hand genomen. Later werd ook in een voormalig schoolgebouw aan de Rozengracht te Zaandam een atelier gevestigd.

In 1940 werd de bedrijfsvorm naamloze vennootschap, later een besloten vennootschap. In 1983 werd Kraaijer Beheer bv opgericht, met de werkmaatschappijen Kraaijer Nederland bv en Kraaijer Mode bv. Kraaijer Nederland bv vestigde zich aan de Bruynvisweg in Wormer, waar functionele kleding en uitrustingen worden verkocht en geproduceerd. In 1987 kwam het aandelenkapitaal van Kraaijer Nederland bv in handen van de AaBe Fabrieken in Tilburg.

Krijt Krommenie bv

Groothandel in papier, karton, kunststoffen, zelfklevend materiaal en computergestuurde tekst- en lettersnijplotters.

Aanvankelijk gevestigd in Zaandijk, later in Krommenie en tegenwoordig aan de Industrieweg in Wormerveer. Het bedrijf is voortgekomen uit de in 1774 gestichte firma Jacob Honig & Zoonen, vanaf 1835 onder de firmanaam Jan Honig & Comp en vanaf 1947 Papiergroothandel Jac. Krijt Mzn v/h Jan Honig & Comp. (Zie ook Honig ondernemersgeslacht).

De huidige naamgeving dateert van 1970, bij de verhuizing van Zaandijk naar Krommenie. De laatste Honig-telg die het bedrijf leidde was Abraham Honig. Toen deze in 1947 stierf, telde het bedrijf vier personeelsleden waaronder de rechterhand van Honig, Jacob Krijt. Laatstgenoemde was in 1918 als kantoorbediendereiziger in dienst genomen. Testamentair werd bepaald dat Krijt tegen balanswaarde de zaak kon overnemen. Hij verkreeg hiervoor bij de Twentsche Bank in Zaandam een lening van 100.000 gulden.

De bedrijfsnaam werd tijdelijk veranderd in Papiergroothandel Jac. Krijt Mzn v/h Jan Honig & Comp. Het bedrijf richtte zich vooral op de boekbindersmarkt. Begin 1950 overleed Jacob Krijt. Hij werd door Maarten Krijt Jbz. opgevolgd. De firma groeide gestaag. Het personeelsbestand nam toe, verbouwingen werden verricht en panden gehuurd om goederen te kunnen opslaan. Het te verhandelen sortiment werd uitgebreid met artikelen voor de zeefdrukkersbranche, zoals wit beplakt zeefdrukkers(grijs)karton, grote formaten golfkarton en luxe soorten voor boekomslagen.

De omzet die in 1950 fl. 400.000 had bedragen steeg naar 1,2 miljoen gulden in 1960 en naar 6 miljoen in 1970. Als gevolg van de groei volgde in 1970 voor een bedrag van 630.000 gulden de aankoop van het Verblifa-complex aan de Prins Hendrikstraat/Vaartdijk in Krommenie. De bedrijfsnaam werd gewijzigd in Krijt Krommenie bv. Het artikelenpakket werd verder uitgebreid met o.a. kunststoffen en zelfklevend vinyl voor de reclame-industrie. Het bedrijf vergrootte ook zijn markt middels export.

→ Lees verder...

Krommenie

Voormalige zelfstandige gemeente in het noorden van de Zaanstreek, per 1 januari 1974 opgegaan in Zaanstad. Na Zaandam in omvang de tweede gemeente van de streek. De samenvoeging tot Zaanstad leidde in Krommenie tot veel protesten. Krommenie wenste deze niet en bepleitte samen met Assendelft een gemeente Krommenie-Assendelft. De rijksoverheid besliste evenwel anders. Krommenie zelf is feitelijk ook een samenvoeging van een aantal woonkernen. Naast Krommenie behoren ook het tot 1816 zelfstandige Krommeniedijk en een deel van de buurtschap Busch en Dam tot het dorp. Krommeniedijk, waar de buurtschap Krommeniehorn deel van uitmaakt, was tot 1816 zelfstandig. Vanaf 1729 was die zelfstandigheid overigens beperkt. In dat jaar werd de banne van Krommenie een ambachtsheerlijkheid en door Krommenie gekocht. Krommeniedijk wenste niet bij te dragen aan de koopsom van fl. 25.000,- en was sedertdien feitelijk al ondergeschikt aan Krommenie.

→ Lees verder...

Krommenieër, De

Nieuws- en advertentieblad, wekelijks verschijnend in een deel van Assendelft, Krommenie, West-Knollendam en Wormerveer-Noord. Daarnaast maandelijks in heel Assendelft en Westzaan-Noord in een oplage van 12.000, behorend tot de huis-aan-huisbladengroep van uitgeverij Midden-Noordholland bv.

De Krommenieër werd voor het eerst uitgegeven door de firma Knijnenberg in juli 1932 als een advertentieblad 'voor alle gezinnen en gezindten' (…) voorzien van een verhaal, anekdoten en korte artikelen. Deze formule bleef tot het verschijningsverbod in de Tweede Wereldoorlog gehandhaafd.

Na de oorlog kwam 'De Krommenieër van Knijnenberg' terug als 'Nieuws- en Advertentieblad', dat met een aantal correspondenten en een journalist G. Visser in vaste dienst werd gemaakt. Deze journalist en een technisch medewerker gingen in januari 1967 over naar Drukkerij Stuurman nv, die de uitgave-rechten verwierf. Het blad verscheen met vernieuwde kop, fotomateriaal en in een nieuwe kolombreedte, afgestemd op De Typhoon die ook bij Stuurman werd gedrukt. In deze periode werd het blad verspreid in Krommenie, Wormerveer-Noord en een deel van Assendelft.

Vanaf 1977 werd het blad geïntegreerd binnen de huis-aan-huisbladengroep van De Typhoon, die inmiddels deel uitmaakte van Damiate Holding bv en in Haarlem werd gedrukt. Ook het drukken van de Krommenieër werd naar Haarlem verplaatst. Het blad kreeg een zogenoemd 'weekendformaat' (als eerste binnen het concern) met gemoderniseerde kop en toegevoegde rode kleur. In 1986 werd het verspreidingsgebied eenmaal per maand uitgebreid met Assendelft en Westzaan-Noord. Besprekingen met de winkeliersvereniging Assendelft leidden in juni 1987 tot de opheffing van 'De Assendelver', het maandelijkse blad van deze vereniging. waarvan het nieuws vanaf die datum in De Krommenieër verscheen.

Het blad, waarvan directie, administratie en advertentieafdeling in het Typhoon-gebouw waren gevestigd, werd samengesteld door de redactie van Week-in-Week-uit, met behulp van plaatselijke medewerkers.

Kruiswijk, Willem

Zaandam 20 oktober 1936 - Zaandam 14 juni 1993

Architect BNA. Willem Kruiswijk vestigde zich na zijn opleiding aan de Academie van bouwkunst in Amsterdam als zelfstandig architect in Koog aan de Zaan. Hij ontwierp vele in en buiten de Zaanstreek gerealiseerde bouwwerken met een even persoonlijke als doordachte en verzorgde vormgeving.

Daaronder bevinden zich woningbouwprojecten. Bijvoorbeeld een aanvankelijk door velen bediscussieerde villa aan de ringdijk van de Enge Wormer, waarover tot in het buitenland is gepubliceerd. En de combinatie van sociale woningbouw met appartementen in de sociale sector dat aan de Zaan in Wormerveer-Noord is geprojecteerd. Maar ook bedrijfsgebouwen en winkelcentra. Zijn ontwerp voor een winkelcentrum in Volendam werd bekroond. Andere gebouwen buiten de Zaanstreek van zijn hand zijn een verpleeghuis in Heemskerk, het bondsbureau van de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie in Nieuwegein en een boerderij als ook het paviljoen in recreatiegebied Het Twiske.

Binnen de streek ontwierp hij bijvoorbeeld de raadszaal in het inmiddels gesloopte gemeentehuis aan de Bannehof, het kantoor van Koninklijke Tufton bv in Krommenie, de verbouwing van het Pontgebouw op Het Eiland in Zaandam (kantoor Medicopharma), een winkelcentrum in Wormer en woningen als ook een hotel aan de Zaan in Zaandijk tegenover de Zaanse Schans.

Begin jaren tachtig lanceerde hij het plan De Rooie Rug tot renovatie en overdekking tot winkelcentrum van de Gedempte Gracht in Zaandam. Hoewel dit opzienbarende ontwerp niet tot uitvoering kwam, het liep te vroeg vooruit op de ontwikkeling van het stadscentrum, droeg het in niet geringe mate bij tot de ook politieke bewustwording dat Zaanstad een meer stedelijke allure moet worden gegeven.

Kuyt Westzaan bv

Aannemingsmaatschappij in Westzaan, een van de belangrijke bouwers in de Zaanstreek. Kuyt Westzaan kwam voort uit Aannemingsmaatschappij J. Kuyt en Zoon, die in 1924 als eenmansbedrijf werd opgericht.

Na de oorlog groeide het familiebedrijf uit tot een omvangrijke bouwonderneming/aannemingsmaatschappij/ontwikkelingsmaatschappij. In de Zaanstreek bouwde het bedrijf onder meer het Zaanlands Lyceum, schouwburg De Speeldoos, zwembad De Slag, hotel-restaurant De Saense Schans, het politiebureau van Zaanstad, Westerspoor-Centrum en honderden woningen. Het moederbedrijf J. Kuyt en Zoon werd in 1961 in een nv omgezet en in 1972 in een bv.

Voorts ontstonden vanaf 1965 verscheidene dochterbedrijven:

  • Aannemingsbedrijf Westzaan bv,
  • Ontwikkelingsmaatschappij Westzaan bv,
  • bouwcombinatie Henselmans en Kuyt bv,
  • Aannemingsmaatschappij Kuyt Westzaan bv,
  • Staalconstructiebedrijf Dirksen Westzaan,
  • Ontwikkelingsmaatschappij Westzaan,
  • Bouwcombinatie Zaanstad bv (met de Wormerveerse Aannemings Maatschappij, (WAM) Aannemingsmaatschappij en Hondema bv),
  • Ontwikkelings- en Exploitatiemaatschappij G + K (met Van der Gragt , bouwbedrijf Van der bv) en
  • Westerspoor bv (met Van der Gragt en ontwikkelingsmaatschappij Apron).

Het aantal werknemers bij het totaal van deze bedrijven is wisselend. Bij Kuyt Westzaan werkten in 1976 15 personen en in 1989 85. De omzet in die jaren bedroeg respectievelijk 6 miljoen gulden en en 30 miljoen gulden.

Kwak & Van Daalen & Ronday bv

Drukkerij, Zeemansstraat 24, Zaandam. Opgericht in september 1985 door André van Daalen en Jaap Ronday, grafici die elkaar kenden vanuit een eerdere werksituatie en op eigen gelegenheid begonnen in de voormalige drukkerij Stuurman, Reinier aan de Zeemansstraat in Zaandam.

Uitgangspunt was de vervaardiging van kwaliteitsdrukwerk, waarbij de economische markt gevormd werd en wordt door reclamebureaus en -afdelingen van grote industrieën. Na een jaar werd een omzetgroei bereikt van 30 procent. In de eerste jaren werd in vijf drukpersen geïnvesteerd. De als bv opgezette onderneming financiert haar investeringen uit eigen middelen. In 1989 volgde de verhuizing naar een nieuw gebouwd en ingericht pand in de Zaandammer Polder. Bij het bedrijf waren in 1991 26 personen in dienst. De omzet bedroeg in 1990 circa 9,5 miljoen gulden.

Laco Gereedschappen BV

Gereedschaps-, instrumenten- en machine-onderdelenmakerij, technische handelsonderneming, detailhandel en verhuurbedrijf te Zaandam. Laco werd in 1945 opgericht door H.J. Lafeber, die in een schuurtje achter zijn woning aan de Burgemeester ter Laanstraat te Zaandam bijzonder gereedschap voor de scheepvaart, raffinaderijen en chemische industrieën vervaardigde.

De schuur bleek al snel te klein voor het bedrijfje van de oud-werknemer van de NDSM en verhuizingen volgden; eerst naar de Zaansteeg, daarna naar het Hanenpad, vervolgens naar de Hogendijk, allen te Zaandam, en in 1956 naar de Stationsstraat te Koog aan de Zaan. Aanvankelijk produceerde het bedrijfje vooral voor de eigen streek, maar met de onderneming groeide ook de afzetmarkt, totdat tenslotte ook werd geëxporteerd.

Het pand aan de Mauritsstraat

In 1966 betrok Laco een groot eigen pand aan de Mauritsstraat te Zaandam. De NV, sinds 1959, in 1973 volgde de omzetting in een BV, bleef ook daarna groeien. In 1971 waren er 30 werknemers. Produkten waren onder meer speciaalgereedschappen voor slagmoersleutels, gasafsluiters en hydraulische apparatuur voor tankers.

Eind jaren '70 werd Laco geconfronteerd met een toenemende vraag naar persluchtgereedschap. Tot dan toe had het bedrijf onderdelen voor de Amerikaanse firma Ingersoll-Rand gemaakt, die zich van de Nederlandse markt terugtrok. Laco nam de verkoop en verhuur over. Daartoe werd in 1980 Laco Handelsonderneming opgericht, die zich ook met de revisie en verkoop van tweedehands apparaten ging bezighouden. Het pand aan de Mauritsstraat werd te klein en in 1989 werd een nieuw pand in bedrijvenpark Westerspoor neergezet.

Het kleinschalige handelsbedrijf is uitgegroeid tot een grote gespecialiseerde onderneming die Laco tegenwoordig is, met vestigingen in Zaandam en Rotterdam. De klantenkring bestaat met name uit bedrijven in de industrie, mijn- en scheepsbouw, offshore, (petro)chemische, staal- en voedingsmiddelenindustrie, machine- en wagenparkonderhoud en (woning)bouw.

Landsaat bv

Banketbakkerij te Zaandam. De 21-jarige Jacobus Hermanus Nicolaaszn Landsaat (1887-1969) startte het bedrijf in 1908 als luxe broodbakkerij aan de Lage Horn. Vanwege het beurtelings toetreden van zijn zonen Jacobus (1909-1980) en Jan Hendrik (1919-1985) werd de eenmanszaak in de jaren '40 omgezet in een firma. De broodbakkerij werd verplaatst naar het Dampad 128, waar op bescheiden schaal ook koekjes werden gebakken. In 1945 volgde een uitbreiding met een banketbakkerij annex winkel en later snackbar aan de Zuiddijk. In de jaren vijftig runde Landsaat ook nog een snackbar annex automatiek, een trend die na enkele jaren overwaaide.

Daarna werden vestigingen aan de Rosmolenstraat, de Wandelweg te Wormerveer, de Rozengracht en de Witte de Withstraat te Amsterdam geopend. De filialen in Wormerveer en Amsterdam werden in de jaren '60 verkocht, de broodbakkerij aan het Dampad werd in die periode gesloopt. Na het uittreden van de heer Landsaat jr. in 1966 werd het bedrijf tot bv omgezet. De directie werd door de derde generatie, R.J. Landsaat gevoerd. De banketbakkerij aan de Zuiddijk vormde de hoofdvestiging van waaruit ook de winkel in de Rosmolenstraat werd bevoorraad. In 1991 waren bij het bedrijf 15 personen werkzaam, goed voor een omzet over 1990 van fl 1.000.000,-

Sinds 2002 is de zaak in handen van Raymond Timp en Frank van Bekkum. De naam Landsaat is behouden gebleven. Eind juni 2010 werd de pinautomaat bij het in 2004 geopende filiaal aan de Marktstraat in Wormerveer door zes gemaskerde personen gekraakt. ​Filiaalhouder Frank van Bekkum kon klanten pas half september ​weer welkom heten voor brood en banket. De brute overval, waarbij de voorgevel met een auto werd geramd, was de derde kraak in enkele jaren tijd.

Banketbakkerij Landsaat verkocht in september 2012 liefst 1550 gebakjes aan het Zaans Medisch Centrum. Het ziekenhuis deelde de taartjes uit aan patiënten en personeel om te vieren dat de bouw van een nieuw ziekenhuis definitief was waarop de eerste paal voor de nieuwbouw in 2014 kon worden geslagen.

Michael de Vries, met ervaring in de banketbakkerswereld als leerling bij Bolding, nam de winkels aan de Zuiddijk en Vrieschgroenstraat in Zaandam en aan de Marktstraat in Wormerveer, in 2006 geopend door Frank en Greta van Bekkum, in 2017 over. De oude vestiging op de Zuiddijk kende echter een behoorlijke terugval. Tevens was er sprake van ziekte en uitval onder de zeventien personeelsleden. Eind augustus 2018 sprak de rechtbank het faillissement uit over Landsaat Banketbakkerij 2.0 BV. De omzet bleek te gering voor de financieringslasten. Naar verwachting melden zich kandidaten voor voortzetting van de activiteiten.

Eind september 2018, op de 110e verjaardag van de bakkerij, kocht Jaap Landsaat als vierde generatie banketbakkers van de familie de winkels weer terug en werkte aan een plan om de banketbakkerij nieuw leven in te blazen.

LBU BV

Aannemer in grondwerk en ondergrondse werkzaamheden, zoals de aanleg van gas- en waterleidingen, rioleringen, beschoeiingen, en voorts ook bestrating; gevestigd te Krommenie.

LBU werd opgericht in 1977 als Leidingbouw Uitgeest BV. Het bedrijf vestigde zich op de Teresjkowastraat, terwijl het bedrijf statutair te Uitgeest werd gevestigd. In 1978 volgde de verhuizing naar de Hermesstraat te Krommenie, waar in 1983 een, deels in eigen beheer, nieuw bedrijfspand werd gebouwd. Het bedrijf was sinds 1980 gesplitst in de werkmaatschappijen Leidingbouw Uitgeest en LBU Elektrotechniek BV, die werden overkoepeld door LBU Beheer BV. LBU hield zich toen ook bezig met elektra, centrale verwarming, sanitair, dakbedekkingen en detailhandel. In 1986 waren er meer dan 100 werknemers. De activiteiten van LBU Beheer en LBU elektrotechniek werden in 1983 gestaakt en in LBU Installatietechniek BV ondergebracht. In 1987 ging men weer terug naar het oorspronkelijke dienstenpakket, de aanleg van leidingen en rioleringen. Sinds begin 1990 beschikte het bedrijf over de techniek om ondergrondse leidingen sleufloos en bestuurd aan te brengen. Bij LBU werkten in 1991 ongeveer 50 personen.

Leguit en Zonen nv

Meubelfabriek te Krommenie.

Het bedrijf werd opgericht omstreeks 1886 door Jacob Leguit en zijn zonen Cornelis en Jacob; later trad ook zoon Johan Wilhelm toe. Men startte een fabriekje van houten vogelkooien en ging later over tot fabricage van (eiken) meubelen. Het bedrijf was op verschillende adressen aan de Heiligeweg gevestigd. De firma werd in 1928 omgezet in nv Leguit en Zonen's Meubelfabriek. In de bloeijaren waren er 40 tot 50 mensen werkzaam, tijdens sommige hoogseizoenen oplopend tot 80.

In de jaren '60 vormde men samen met 'My Home' (Bakker) uit Zaandam de vof Leguit's Meubeltoonzalen, welke onderneming in 1972 geheel werd ingebracht in nv Leguit en Zonen's Meubelfabriek. Begin jaren '80 liepen de activiteiten terug en per 1 januari 1984 werd de onderneming opgeheven; de naam was inmiddels gewijzigd in Leguit Meubelen bv. Deze vennootschap zonder activiteiten is als rechtspersoon blijven bestaan.

C. van Dalsem

Liefde, Stoomoliefabriek De

Stoomoliefabriek De Liefde, in 1852 in Wormer gebouwd als eerste stoomgedreven fabriek van plantaardige olie in de Zaanstreek. De fabriek kwam in de plaats van de in 1851 gesloopte gelijknamige molen De Liefde, die ook De Vetpot werd genoemd. De Liefde stond aan de Zaan tegenover het noordelijk deel van de Wormerveerse Zaanweg . Elders in de encyclopedie wordt gesproken over de relatief late verstoming van de Zaanse industrie. De Liefde is daarvan een voorbeeld.

In 1858 werkten nog slechts drie Zaanse fabrieken met stoomkracht, waaronder De Liefde als enige oliefabriek, tegenover meer dan 300 windmolens. De productiecapaciteit van de vol-continu werkende Liefde was echter vele malen groter dan die van zelfs de grootste windoliemolen. In 1870 werkten er meer dan 30 mensen bij De Liefde; toen de fabriek daarna was uitgebreid op het belendende erf van molen De Visser was hij enige tijd de grootste machinale olieslagerij van het Europese continent.

Dat De Liefde niettemin in de jaren '40 is verdwenen heeft verschillende oorzaken. Er waren andere, meer moderne en meer profijtelijke technieken ontwikkeld (persen, wringen, op den duur ook extraheren), die de klassieke olieslagerij verdrongen. Belangrijker is echter dat de familie Prins die de fabriek had opgericht, geen nazaten had. Daardoor kwamen de belangen in nv Prins Oliefabrieken direct na 1922 in handen van de familie Laan. Jan Adriaan Laan (1881-1941) concentreerde de olie-industrie van zijn familietak in de moderne nv Oliefabriek De Toekomst te Wormerveer. De Liefde ging onder andere leiding voort, kreeg in de crisis (1929 en de jaren '30) vele klappen en staakte de productie in 1941.

Externe link

Stoomoliefabriek De Liefde op de website van De Wormerlander

Lionsclub Zaanstreek

Zaanse afdeling van de 'International Association of Lionsclubs', met als hoofdzetel Oak Brook, Illinois, USA. De Lionsclubs zijn ontstaan uit de zogenoemde 'frontierspirit' van de pioniers uit het westen van de Verenigde Staten. Uit een gevoel van saamhorigheid, hulpvaardigheid, gastvrijheid en interesse in de opbouw van een nieuwe samenleving vormden zich groepen mannen die zich bezighielden met problemen van 'good government' en 'citizenship'. Zij werden 'Lions of the West' genoemd. Deze groepen vormden de basis voor de latere Lionsclubs. Uit het bewustzijn dat de leden van die clubs een machtig potentieel zouden kunnen vormen in het belang van de gemeenschap in het algemeen, werd in 1917 in de VS besloten tot een landelijke organisatie. In de statuten en de erecode werd de nadruk gelegd op het bewijzen van diensten aan anderen, tot uitdrukking gebracht in het motto 'We serve'.

Na de Eerste Wereldoorlog breidde Lions International zich uit naar Canada en Zuid-Amerika. Na de Tweede Wereldoorlog volgde de uitbreiding naar Europa. In 1951 werd in Amsterdam de eerste Nederlandse club opgericht. De Lionsclub Zaanstreek werd opgericht op 24 februari 1951, als petekind van Lionsclub Het Gooi. Henk Stuurman, directeur van Technisch Bureau Stuurman bv (Wormer) en lid van de club Het Gooi was de initiatiefnemer. Op 1 juli 1989 telde de club 33 leden. Zij komen bijeen op de eerste en de derde donderdag van de maand. In 1989 trad de Lionsclub Zaanstreek op als peetclub voor de tweede Zaanse Lionsclub, De Banne, en in 1966 voor Lionsclub Velsen.

D.J. de Haan

Louwen Houtbewerking bv

Fabriek van houten speelgoed en strandstoelen, gevestigd te Nauerna Assendelft. Opgericht in 1928 door K. Louwen sr., die houten huishoudelijke artikelen zoals keukentrappen, strijkplanken en wasborden vervaardigde. Naderhand ging hij zich specialiseren in houten speelgoed en strandstoelen. Juridisch ontwikkelde het houtbewerkingsbedrijf zich van eenmanszaak tot bv.

In 1972 werd de winkel 'de Ossestal' gevestigd in een boerderij, vlakbij de werkplaats waar de oprichter eens begonnen was. In de winkel wordt houten speelgoed en sinds 1989 kinderkleding verkocht. Het bedrijf combineert fabricage en handel en richt zich op particulieren, detailhandel, scholen en speel-o-theken in geheel Nederland.

In fabriek en winkel werkten in 1991 6 personen.

Machine-industrie

Bedrijfstak, die zich bezig houdt met de vervaardiging van machines en apparaten (eigen producten, speciaal-machines), constructiewerk, reparaties en toelevering van (machine)onderdelen. In de Zaanstreek door 69 bedrijven in het zogenoemde 'klein metaal' uitgeoefend met een totaal van 1340 werknemers (excl *Artillerie Inrichtingen)

→ Lees verder...

Makelaardij

De werkzaamheden van een persoon zoals omschreven in artikel 62 van het Wetboek van Koophandel '…die, als zodanig beëdigd door de arrondissementsrechtbank, zijn bedrijf maakt van het verlenen van bemiddeling bij het tot stand brengen en het sluiten van overeenkomsten in opdracht en op naam van personen tot wie hij niet in een vaste betrekking staat, eventueel als beherend vennoot van een vennootschap of bestuurder van een rechtspersoon die dat bedrijf uitoefent'. Een makelaar was tot 2001 - Annemarie Jorritsma toenmalig minister van economische zaken schafte in dat jaar de titelbescherming en beëdiging af in het kader van de deregulering - een beëdigd tussenpersoon c.q. bemiddelaar.

Als zodanig is het al een oud en nu dus vrij beroep. In 1284 kreeg de stad Dordrecht het privilege van graaf Floris V om makelaars te benoemen, dit is thans de oudst bekende keur. Handel drijven door tussenkomst van een makelaar (veelal makelaars in producten) wordt vervolgens genoemd in het Groot Privilege van Maria van Bourgondië uit 1476 voor de steden Rotterdam en Middelburg. Voor Amsterdam is de oudste ordonnantie, die van 16 maart 1530, welke de makelaardij verbood aan allen die niet door het gerecht waren bevoegd verklaard.

Tegenwoordig moet een persoon, die makelaar wil worden voor wat betreft de makelaardij in onroerende goederen, beschikken over het diploma van de Stichting Vakexamen Makelaardij (voor de theoretische bekwaamheid). Daarnaast dient een vaktest afgelegd te worden in het gebied waarin hij zich wil vestigen tegenover een commissie van de Kamer van Koophandel (voor het aantonen van de praktische bekwaamheid in het bijzonder bij waardebepalingen) en moeten de nodige financiële en morele zekerheden aangetoond kunnen worden.

→ Lees verder...

Mandjes verwarming bv

Installatiebedrijf in Wormerveer. Het bedrijf werd opgericht in 1967 door P.A. Mandjes in Purmerend en werd eind 1969 verplaatst naar Wormerveer.

Mandjes verwarming, dat in 2011 failliet werd verklaard, was actief op het gebied van industriële warmte-, lucht- en koeltechnische installaties in velerlei vorm, utiliteitswerk (scholen, gymnastiekzalen, kantoren en woningbouw) en service-verlening.

In 1990 waren bij het bedrijf 70 personen in dienst en bedroeg de omzet ruim tien miljoen gulden. In dat jaar trad Mandjes uit en namen personeelsleden de aandelen over. In de 2011 bleek een faillissement onontkoombaar.

Medicopharma

Producent van en groothandel in medicijnen in Zaandam. Voorloper van Medicopharma, dat in 1991 failliet ging, was de farmaceutische onderneming Sanopharma, die in 1947 werd opgericht.

De aandeelhouders van deze nv droegen in 1952 de aandelen over aan de stichting Apotheek Hulp Artsen, die in september 1951 was opgericht. In 1955 werd de stichtingsvorm omgezet in een nv. De aandelen werden geplaatst bij de in de stichting deelnemende artsen. Door statutenwijziging werd in 1972 de naam gewijzigd in Medicopharma. Tot 1962 hield de vennootschap zich uitsluitend bezig met de productie van geneesmiddelen en de verkoop daarvan aan apotheekhoudende artsen. Daarna zijn de handelsactiviteiten uitgebreid door toevoeging van nieuwe producten.

→ Lees verder...

Meetpapier bv

Handelsonderneming in Wormer. In november 1970 in Wormerveer opgericht door bv Kunstdrukkerij Mercurius te Wormerveer en deel uitmakend van de Mercurius Groep Wormerveer bv.

Belangrijkste handelsproducten zijn diagramschijven, -stroken en -rollen voor elk zelfregistrerend instrument, alsmede vouwboekjes daarvoor. Verder de daarbij behorende registreerpennen, inktmaterialen, toebehoren voor computers en printers zoals diskettes, magneetbanden, magneetcassettes, printerpapier en computerpapier, tachograafschijfjes, telexrollen, -ponsbanden en -linten.

Bij Meetpapier werkten in 1991 vijftien personen.

Mercurius Groep Wormerveer bv

Bundeling van grafische bedrijven in Wormerveer, bestaande uit 12 werkmaatschappijen en twee participaties. De onderneming werd op l mei 1924 opgericht in Wormerveer als de N.V. Elektrische Handels- en Kunstdrukkerij en Labelindustrie Mercurius v/h C. Blank. Oprichters waren C. Blank, C. Woudt, D. Woudt en enkele familieleden.

In feite was de N.V. een voortzetting van de firma C. Blank. Het bedrijf was achtereenvolgens gevestigd in twee panden aan de Zaanweg, maar in 1928 werd in de Dubbele Buurt het uitgebrande pand van de daar gevestigde bioscoop aangekocht. De drukkerij is daarin nog steeds gevestigd. In 1933 verliet C. Blank de onderneming en begon zelf een drukkerij. De directie werd tot 1959 gevoerd door C. Woudt en vanaf 1959 door C. Woudt jr en D.J. Woudt.

De oorlogsjaren kwam Mercurius redelijk door, daarna begon een periode van uitbouw. Specialiteiten waren etiketten, reliëfdruk en drukwerk voor de bloembollen- en zaadhandel. Ook verwierf het bedrijf een reputatie als drukker van kunstreproducties en werd de speciale afdeling voor millimeter- en diagrampapieren sterk uitgebreid. Aan de Dubbele Buurt werden verscheidene uitbreidingen gerealiseerd, de laatste in 1969.

In 1971 werd de dochtermaatschappij Meetpapier bv bv opgericht en in 1972 Inmerc bv bv. uitgevers en ontwikkelaars van speciale grafische projecten. In 1978 werd de kalenderuitgeverij Kolff van Olphen bv te Amsterdam overgenomen, waarin de kalenderactiviteiten van Mercurius werden ondergebracht. Deze onderneming wijzigde de naam in Mercurius Kolff bv en na de overname van Uitgeverij Van Keulen bv in 's Gravenhage in 1980 in Mercurius van Keulen bv.

→ Lees verder...

Merk Minnesma bv, bouwbedrijf

Bouwbedrijf in Zaandam en aanvankelijk in Wormerveer. Het bedrijf werd opgericht in 1931 door metselaar-aannemer M.C. Minnesma.

In 1955 werd door de oprichter en zijn zoon M.C. Minnesma (de huidige directeur) een vennootschap onder firma opgericht, die in 1960 werd omgezet in een commanditaire vennootschap. De omzetting in NV had in 1971 plaats, weer later werd het bedrijf een BV.

In 1977 werd een samenwerkingsverband in de vorm van vof aangegaan met Bouwbedrijf van Braam BV in Zaandam. In 1988 werden een werkplaats en een opslagloods in Wormer in gebruik genomen. Het bedrijf is actief op het gebied van nieuwbouw-, burgerlijke- en utiliteitswerken, renovatie en nieuwbouw, restauratie-, verbouwings- en onderhoudswerkzaamheden.

Bij de combinatie Van Braam-Minnesma werkten in 1990 ongeveer 100 personen en bedroeg de omzet circa 35 miljoen gulden.

Meubelmakerij

Tak van nijverheid waarin fabrieksmatig of op ambachtelijke manier meubelen worden vervaardigd van hout, metaal, kunststof en combinaties hiervan. De producten zijn veelsoortig. Er worden o.a. opbergmeubels, zit- of ligmeubels, tafels, accessoires voor huiselijk gebruik gefabriceerd, als ook meubels bestemd voor kantoren.

Over de meubelfabricage in de Zaanstreek ontbreken publicaties en is - mede doordat enkele bedrijfsarchieven verloren gingen - feitelijk te weinig bekend. Zo zijn bijvoorbeeld van de in 1899 opgerichte en in 1932 geliquideerde Nederlandsche Meubel- en Houtwarenfabriek nv (Meufa) in Zaandam nog nauwelijks gegevens bekend, terwijl dit een relatief groot bedrijf is geweest. De Zaanse meubelindustrie omvatte in 1990 28 merendeels weinig omvangrijke bedrijven.

Twintig daarvan hebben de meubelmakerij als hoofdactiviteit, soms gecombineerd met de verkoop van elders vervaardigde meubelen. Andere bedrijven fabriceren ook of vooral halffabricaten. Enkele kleine meubelmakerijen zijn gespecialiseerd in de ambachtelijke vervaardiging van o.a. stoelen, tafels en kasten. In opdracht, naar tekeningen van bijvoorbeeld binnenhuisarchitecten. In totaal waren, sinds het eind van de 19e eeuw, wisselend van tenminste vijftig tot enkele honderden meubelmakers bij de productie betrokken.

Voordien was het aantal bedrijven in deze branche gering. In 1888 stonden in de Zaanstreek (exclusief Wormer en Jisp) slechts twee meubelmakerijen geregistreerd. De toename rond 1900 had verschillende oorzaken. Er ontstond een bredere belangstelling voor ambachtelijk vormgegeven meubelen, de productie van niet al te grote series was lonend. Ze werd nog niet door buitenlandse concurrentie bedreigd. En in de Zaanstreek was zowel de grondstof (hout in allerlei soorten en kwaliteiten) als vakmanschap in voldoende mate voorhanden.

→ Lees verder...

Meyn Machinefabriek bv

Machinefabriek en -handel in Oostzaan. Het bedrijf ontstond in 1959, toen P. Meyn sr. de smederij Buishand in Oostzaan overnam.

Hij begon met drie werknemers. Aanvankelijk hield het bedrijf zich bezig met de constructie en het onderhoud van landbouwwerktuigen in de Zaanstreek, later ook op het gebied van de toen nog primitief werkende pluimvee-industrie en de gehele voedingsmiddelenindustrie.

De omzet steeg nadien snel; nieuwe productlijnen werden toegevoegd, zoals computergestuurde weegtechnieken, procesbesturingstechnologie, visverwerkingslijnen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverwerkingslijnen, verwerkingsapparatuur voor wit en rood vlees, wild en gevogelte, visverwerkende- , groenten en aardappelindustrie en de benodigde industriële koel- en vries-installaties.

Deze activiteiten zijn ondergebracht in aparte werkmaatschappijen, die alle deel uitmaken van de MeynGroup. Het bedrijf houdt zich allereerst bezig met de productie en verkoop van apparatuur op voornoemde terreinen. Daarnaast vertegenwoordigt het een aantal binnen- en buitenlandse productiebedrijven van specialistische randapparatuur. Negentig procent van de productie wordt wereldwijd geëxporteerd.

Van 1972 tot en met 1976 werd in Oostzaan een ongeveer 15.000 vierkante meter fabriekshal en kantoorruimte gerealiseerd aan het Noordeinde. Later kwam daar nog 12.000 vierkante meter bij. Naast de hoofdvestiging in Oostzaan zijn bedrijfsonderdelen gesitueerd in Eindhoven, Katwijk, Ouderkerk aan de Amstel, Uden en Zaandam. In 1991 waren bij het gehele bedrijf 995 personen werkzaam, waarvan circa 495 in Oostzaan en 30 in Zaandam.

Het bedrijf Meyn is inmiddels (2010 ging de eerste paal de grond in) verhuisd naar het bedrijventerrein van Oostzaan. Mede op aandringen van de gemeente Oostzaan. Door de verplaatsing verdween een hoop verkeer, met name veel zwaar verkeer, uit het dorpscentrum. Op de locaties van Meyn aan beide zijden van het Noordeinde staan nu in totaal 115 woningen.

Meypro bv

De fabriek van Meypro aan de Zaan.

Productiebedrijf van bindmiddelen voor de levensmiddelen-, textiel- en papierindustrie. In 1951 gevestigd in de panden van de voormalige rijstpellerij De Phenix aan de Oostzijde en langs de Zaan te Zaandam.

De Meypro is een 'hydrocolloïden-fabriek', een bedrijf dat via een technisch procedé en met behulp van veel water natuurlijke grondstoffen oplost en vervolgens tot bindmiddelen indikt. Aanvankelijk werden de pitten van de Johannesbroodboom verwerkt, tegenwoordig bepaalt men zich tot guargom, gewonnen uit guarzaad. Deze zaden worden uit India en Pakistan geïmporteerd.

De oprichting in 1951 geschiedde door Meyerhans Produkten AG, gevestigd in Kreuzlingen, Zwitserland. Dit bedrijf werd in 1961 overgenomen door het Amerikaanse concern Steinhall. De naam Meyerhans - en dus ook Meypro bv - werd daarbij gewijzigd in Meyhall, onderdeel van het Franse staatsbedrijf Rhône Poulenc.

In de jaren zestig was de Meypro (nu Danisco geheten) een van de belangrijkste veroorzakers van de vervuiling van het Zaanwater, terwijl het bedrijf ook stankoverlast gaf. In 1971 zijn de meest milieu-onvriendelijke activiteiten echter naar Portugal verplaatst. Waren er begin jaren zeventig nog ongeveer 100 werknemers, dit aantal is daarna geleidelijk verminderd tot 40 (1991). In laatstgenoemd jaar werd de bouw van een grote, nieuwe fabriekshal aangekondigd.

Middelhoven

Ondernemersgeslacht, in de 16e eeuw door geloofsvervolging uit de omgeving van Sittard verdreven en na een zwerftocht via Antwerpen, Middelburg en Delfshaven in de Zaanstreek gekomen.

In 1660 vestigde Johan Dirkszoon Middelhoven zich in Zaandam en later Krommenie en vond daar aansluiting bij zijn doopsgezinde geloofsgenoten, onder wie hij ook als leraar werkte. Hij was de vader van een talrijk geslacht, dat zich bezighield met verschillende takken van handel, molenindustrie en rederijen.

In de 18e eeuw bestond de firma Jacob Middelhoven & Soonen, waarvan de firmanten zowel in Krommenie als in Zaandam werkten. Begin achttiende eeuw waren zij ook nog rolreders. De vrachtvaart op de Oostzee leidde tot het aanvoeren van gezaagd en ongezaagd hout. Vanuit Rusland en Zweden werden houtladingen gebracht naar andere landen, zelfs naar Spanje en Napels. Van daar werden dan weer producten van die landen naar Holland ingevoerd. Dat deze handel van niet geringe betekenis was, blijkt wel daaruit dat, toen in 1732 een kantoor van Jacob Middelhoven in Krommenie gebouwd werd, ter herinnering aan de eerste-steen-legging door zijn zoontje in de gevel een steen geplaatst werd met een pracht profiel en 'de Stadt Alicante' er in uitgehouden. Zij voerden bovendien rederij, zowel van 23 walvisvaarders als van vrachtschepen en hadden een eigen touwslagerij 'de Bonte Arend'.

Aan het einde der achttiende en in het begin der negentiende eeuw ging het rederijbedrijf sterk achteruit, De lijnbaan, de traankokerij en de kaarsenmakerij hadden toen geen reden van bestaan. Na de Franse tijd bewogen zij zich uitsluitend op het terrein van de houthandel en -zagerij.

In 1804 trouwde Jacob Middelhoven (1785-1846) met Grietje Stadlander, dochter van Hendrik Stadlander en Antje van Eijs, en richtte samen met zijn schoonmoeder de firma De Weduwe Stadlander & Middelhoven op. Waarbij de weduwe Stadlander de goederen van haar in 1820 overleden man inbracht, namelijk de molens De Veldvlieger, De Bijl, De Gekroonde Hoop bijgenaamd Het Rasphuis en het stuk land De Korf in het Oostzijderveld. Na de dood van Hendrik Stadlander, was de Zaanse tak der Stadlanders uitgestorven en sindsdien zijn de nakomelingen van Jacob Middelhoven de enige firmanten geweest.

De jongste zoon van Willem Middelhoven en Trijntje Visser, een broer van Jacob, die met zijn schoonmoeder zoals eerder vermeld De Weduwe Stadlander & Middelhoven stichtte, Willem Middelhoven (1790-1819) was ook houthandelaar en -zager met de molens De Grauwe Kieft, De IJsvogel, De Bark en De Bonsem. Hij was gehuwd met Sijtje van de Stadt, dochter van Engel van de Stadt en Guurtje Kroeger. Toen deze Willem zeer jong overleed, zette Sijtje de zaken voort onder firma Weduwe Willem Middelhoven.

Jacob werd werkend vennoot en kreeg naast de helft van de winst 420 gulden 's jaars 'voor zijn te doene moeite'. Later werd nog de molen De Zalm gekocht. Daarnaast zette Willem, Jacob's broer, de houthandel en -zagerij van hun vader voort. Na het overlijden van Grietje hertrouwde Jacob in 1840 met Hillegonda de Lange, die uit haar eerdere huwelijk twee dochters, Hillegonda en Trijntje, meebracht.

Trijntje trouwde later met Jacob's jongste zoon Gerrit. De zoons van Jacob en Grietje, Willem Middelhoven (1806-1888), gehuwd met Alida Ebmeijer, en Gerrit Middelhoven (1816-1846), gehuwd met Trijntje de Lange, stonden hun vader al vroeg bij. Toen in 1846 zowel Willems vader als zijn broer overleden werd hij enig firmant. Gerrits weduwe Trijntje was tot 1866 depositaire. Gerrit en Trijntje hadden geen kinderen.

Na haar overlijden werd deze firma beheerd door haar schoonzoon Cornelis de Koning, getrouwd met Guurtje Middelhoven. Hij liet molen De Bark slopen en vervangen door een stoomhoutzagerij. In 1879, resp. 1884 werden De IJsvogel en De Grauwe Kieft gesloopt. De zaken werden in 1892 tenslotte geliquideerd. De stoomhoutzagerij De Bark werd gekocht door Remmert Aten. Als nv Zagerij en Houthandel Remmert Aten werd dit bedrijf door diens zoons tot 1969 in stand gehouden.

→ Lees verder...

Van der Molen Production bv

Van der Molen Production bv, Tank- en apparatenbouw in Wormerveer, is onderdeel van het Duitse bedrijf Van der Molen GmbH in Augsburg. Directeur J. Staible van deze Duitse onderneming nam in 1979 het aandelenpakket over van het in financiële moeilijkheden verkerende bedrijf ARK Apparatenbouw aan de Nijverheidsstraat 7 in Wormerveer. Dit laatste bedrijf was voor 1975 gevestigd in Westknollendam. Staible stichtte de bv Van der Molen Production.

Het bedrijf houdt zich bezig met het vervaardigen van zogenoemde siroopkeukens voor de dranken- en limonade-industrie, te weten roestvrijstalen tanks, continu suikeroplosinstallaties, suikersilo's en transportsystemen. Er wordt wereldwijd geëxporteerd. De directie wordt gevoerd door J. Staible en B. Daenen.

In 1990 bedroeg de omzet circa f 3 mln. en in 1991 werkten er 15 personen.

Molenaar Papier bv

Fabricage- en handelsbedrijf van allerlei papier- en verpakkingsmaterialen aan het Weiver in Westzaan. Het bedrijf, dat in 2014 onder de naam Bakker en Molenaar verpakkingen failliet ging, produceerde bedrukte zakken, rollen en vellen voor bakkers, slagers, supermarkten, het productschap voor aardappelen, groente en fruit. En handelde in polyethyleen, dozen, luxe verpakkingen en zakjes voor fotolaboratoria. Het afzetgebied lag grotendeels op de binnenlandse markt met enige export naar België, West-Duitsland, Noorwegen en de Faröer-eilanden.

Het bedrijf werd in juni 1888 opgericht door Jelle Molenaar, die zich met een renteloos voorschot van 200 gulden in een houten schuurtje op het Weiver drie dagen per week bezighield met het handplakken van grijze puntzakjes. De overige dagen besteedde hij aan het per hondenkar afleveren van zijn producten. Hij was tot deze zelfstandige activiteit overgegaan nadat hij zijn baan als chef in een drukkerij had verloren, doordat hij in verband met zijn huwelijk een dag ongeoorloofd verlof had genomen.

In 1906 nam hij zijn zoon Gerard Nicolaas in het bedrijf op. In 1913 werd het eerste stenen gebouw geplaatst. Verdere uitbreiding volgde van 1918 tot 1920, waarbij een magazijn werd toegevoegd en een roldrukmachine en een eerste vrachtauto werden aangeschaft. De activiteiten waren inmiddels uitgebreid met de productie van worst- en rollade-touw, enveloppen, sigarenzakjes en closetrollen. In 1924 werd de juridische vorm nv en werd de directie door vader en zoon Molenaar en de schoonzoon van Jelle, Cornelis Veenis, gevormd.

De oprichter stierf in 1934 en zijn schoonzoon in 1940. Deze laatste werd door zijn zoon Wouter opgevolgd. In datzelfde jaar volgde verdere uitbreidingen. Er kwam een tweede magazijn en een nieuwe expeditieruimte. Men was inmiddels van boekdruk op anilinedruk overgeschakeld. In 1941 werd de nv omgezet in de commanditaire vennootschap (CV) Westzaansche Papierwarenfabriek v/h J. Molenaar. De oorlogsjaren waren moeilijk voor het bedrijf, dat op last van de bezetter in 1943 werd stilgelegd. Men was echter bijtijds in staat geweest om de machines te ontmantelen en tijdelijk te laten 'verdwijnen', waardoor de naoorlogse productie snel kon worden hervat.

→ Lees verder...

Molenindustrie

Productieve technische bedrijvigheid, uitgevoerd met molens. De Zaanstreek wordt met recht het oudste industriegebied ter wereld genoemd. Vanaf omstreeks 1600 ontwikkelde zich hier een opeenhoping van industriële bedrijvigheid van een tot dan ongekende veelzijdigheid en omvang. Tussen 1575 en 1875 zijn rond de Zaan ongeveer duizend molens gebouwd. Nu, zo'n honderd jaar later, zijn daarvan, naast een drietal polder-watermolens, slechts een dertiental industrie windmolens over.

Molens zijn niet voor het eerst in de Zaanstreek toegepast. Dat heeft ver buiten Nederland plaats gevonden. Vóór 1600 hebben elders zelfs al flinke groepen molens bestaan, zowel in en om steden als Gent en Antwerpen, als op het platteland als de Kallenberg in Frans Vlaanderen. Maar telde men ze daar op hoogtepunten bij tientallen, in de Zaanstreek telde men ze bij ettelijke honderden!

→ Lees verder...

Molen Chemie

Molen Chemie NV gevestigd aan de Industrieweg 27 te Wormerveer, was een groothandelaar, alsmede im- en exporteur van chemische producten. Het bedrijf werd opgericht in januari 1920 aan de Ringdijk te Wormer door J. de Boer Dzn en in januari 1965 overgedragen aan E.J. van der Molen te Krommenie. Het bedrijf was toen nog gevestigd in een molenschuur aan de Veerdijk te Wormer. Vijf maanden later, juni 1965, vond de inbreng in een NV onder de naam Molen Chemie plaats en werd het bedrijf verplaatst naar industrieterrein Molletjesveer te Wormerveer.

In 1972 volgde omzetting in BV. Molen Chemie BV ontwikkelde zich van kleine lokale handel in chemische producten voor de Zaanstreek tot een in het hele land opererende groothandel. Daarnaast richtte het bedrijf zich op de internationale ontwikkeling in de olie- en gasindustrie, met name op de exploratie-activiteiten op de Noordzee. In 1972 werd een onderneming opgericht onder de naam Molen Kjemi AS te Tananger (Noorwegen) en in 1976 een filiaal te Aberdeen, Schotland, waar evenals in Wormerveer voorraden werden aangehouden. Molen Chemie leverde producten voor de olie-industrie aan landen in het Midden Oosten, Noord- en West Afrika, het Verre Oosten en incidenteel Latijns Amerika.

De afdeling groothandel binnenland verzorgde de inkoop, opslag en distributie van basisgrondstoffen en chemische producten, zuren, logen en zouten, oplosmiddelen, gechloreerde Koolwaterstoffen (GKW's), additieven voor levensmiddelen en vaste stoffen.

Sedert 1974 maakte Molen Chemie deel uit van THV International te Rotterdam, een technische handelsonderneming. Tot het samengaan werd besloten in verband met ontwikkelingen in de chemicaliënhandel. THV International nam het gehele aandelenkapitaal van Molen Chemie over. Met de vakorganisaties was overleg gepleegd. De werkgelegenheid voor de werknemers zal niet worden aangetast, aldus THV International. THV International, waarin OGEM een meerderheidsbelang heeft, is een groothandel in bouwen, installatiematerialen, investeringsgoederen en consumentenartikelen. Het bedrijf telt ca. 6.500 personeelsleden.

In 2004 werd Molen Chemie ingelijfd bij het Duitse Solvadis dat, voortgekomen uit MG Chemiehandel, Klöckner Chemie en Chemag, zich bezig hield met opslag, distributie en marketing van chemicaliën. Na deze overname veranderde de naam in Quaron Wormerveer BV. Wegens overlappende werkzaamheden raakten zes van de circa twintig fulltime medewerkers na de overname door Quaron uit Zwijndrecht hun baan kwijt. Het bedrijf opereerde vanuit twintig vestigingen waaronder Wormerveer. Volgen Quaron paste de overname in de zomer in de strategie van de betrokken ondernemingen.

In 2009 kreeg de BV een boete opgelegd inzake verboden kartelvorming rond zwembadchloor. Molen Chemie werd verplicht 463.000 euro op te hoesten.

Enkele jaren na de overname verliet Quaron Wormerveer BV het industrieterrein Molletjesveer.

Ceralco B.V. gevestigd in Den Haag aan de Binkhorstlaan 167 was een werkmaatschappij van Molen Chemie BV.

Nagtegaal bv

Schildersbedrijf te Wormerveer, aanvankelijk gevestigd aan de Marktstraat, thans (na diverse verhuizingen) aan de Industrieweg. In 1921 nam P. Nagtegaal het schildersbedrijf van G. van Hilten als eenmanszaak over. Later nam hij zijn stiefzoon E. Kolder als firmant op en deze werd na het overlijden van Nagtegaal enig eigenaar. In 1974 werd de juridische vorm gewijzigd in bv en nam Kolder zijn zoon E.J. Kolder in de zaak op. Het bedrijf houdt zich bezig met behang- en schilderswerkzaamheden, alsook plaatsing en reparatie van glas en werkt voor particulieren, de industrie en in opdracht van pensioenfondsen en woningbouwverenigingen (onderhoud en renovatie). Het personeelsbestand varieert van 20 tot 25 personen. De omzet bedroeg in 1989 f 1,5 mln à f 2 mln.

Natuur in de Zaanstreek

Natuur is het totaal der levende organismen, inclusief hun onderlinge relaties. De betrekkingen van organismen (micro-organismen, planten, dieren en mensen) met hun omgeving vormen het studieterrein van de ecologie. In dit artikel wordt vanuit ecologisch standpunt een zo overzichtelijk mogelijke beschrijving gegeven van de natuur in de Zaanstreek. Zie ook: Landschap

→ Lees verder...

Nike Holland bv

Importeur van en groothandel in sportschoenen, sportkleding enzovoort te Zaandam. Het Amerikaanse merk Nike (naar de Griekse godin van de overwinning) was in de jaren '80 het meest trendsettende sportschoenenmerk ter wereld.

Nike werd in 1977 door reclame-man Michel Lukkien op de Nederlandse markt gebracht. Door het schokdempingssysteem werd het merk direct een succes. In de Amsterdamse Roeterstraat werd een depot ingericht. Ter bevordering van de verkoop werd Warming Up Sportpromotions opgericht, dat zich ook met organisatie van sportieve evenementen bezighield. Warming Up groeide, doordat in Amerika de ontwikkelingen voortgingen, maar ook doordat Nederland in de ban van 'jogging' kwam. Het bedrijf verhuisde begin 1983 naar een pand aan de Kleine Tocht te Zaandam. Kort daarop (1984) werd de sportpromotie in 'Warming Up Sportpromotions' en de import-groothandel in 'Warming Up Sports' ondergebracht. Naast de Nike-schoenen, worden Nike kleding, Kastle ski's, Oakley sportbrillen, Fusalp, Virage en Voltige skikleding en Smith skibrillen geimporteerd. Tot 1990 was Warming Up zelfstandig importeur. In juli van dat jaar werd het aandelenpakket overgenomen door Nike Inc. Bij Nike Holland waren per 1 mei 1991 35 werknemers in dienst.

Nohoma bv (Noordhollandsche Machinehandel bv)

In 1919 opgerichte handelsonderneming te Wormerveer, die zich bezig hield met import en verkoop van houtbewerkingsmachines, zoals schaafbanken, slotinlaatmachines, afkortzagen, vlak- en vandiktebanken en machines voor het maken van kozijnen en ramen. Het bedrijf produceerde niet zelf, maar importeerde uit voornamelijk West-Duitsland en Italie.

Afhankelijk van de wensen van de klant werden de machines eventueel aangepast. Het bedrijf leverde aan de aannemerij, timmerfabrieken, meubelindustrie, houtzagerijen en onderhoudswerkplaatsen van grote bedrijven. De laatste jaren is het assortiment verbreed door de levering van apparatuur op het gebied van verbrandingsinstallaties, afzuigsystemen en geluiddempende cabines. Door uitbreiding van deze laatste activiteiten werd in 1986 een op dit gebied gespecialiseerd bedrijf overgenomen. Activiteiten, zoals motverbranding en het ontwerpen van afzuigsystemen, afvalverspaningsapparatuur, briketteerpersen en recyclingsystemen zijn in dit dochterbedrijf Rema recycling bv opgenomen.

Ten behoeve van de diverse exportactiviteiten werd in 1984 Machinefabriek Nohoma Holland bv opgericht. In januari 1986 werd de Westbrabantse machinehandel te Hoeven, inclusief vertegenwoordigers en clientèle overgenomen. Hierdoor is een betere ontplooiing van de activiteiten in West-Brabant, Zeeland en het zuidelijk deel van Zuid-Holland bereikt. Nohoma heeft een vanuit Wormerveer geleide, door geheel Nederland gespreide, servicedienst met in 1991 acht buitendienstmonteurs. In 1991 waren ruim 40 mensen bij het bedrijf werkzaam.

Nomafa Noordhollandsche Margarinefabriek

Raffinaderij van plantaardige vetten en oliën, margarinefabriek enz. te Zaandijk, thans Friwessa.

De nv Noordhollandse Margarinefabriek Nomafa werd in 1930 opgericht door Gerbrand Vis Gz. (1881-1963), die eerder tevens directeur was van de in 1903 door zijn vader gestichte nv Zuivelmaatschappij De Kroon v.h. Gerbrand Vis Hz. Vanuit het pakhuis Kampen aan de noordzijde van de Zaandijker sluis, ontwikkelde zich een omvangrijk bedrijf, dat zich ook bezighield met de termijnhandel in oliën en vetten.

In 1966 kwamen de werkmaatschappijen Nomafa en Fricola nv voort uit de Noordhollandsche Margarinefabriek. Nomafa en Fricola hielden zich bezig met de raffinage van plantaardige oliën en vetten en met de fabricage van margarine, voor de verwerkende grote en kleine industrieën. In 1968 werd de werkmaatschappij Nomafa Grondstoffen nv opgericht, die zich bezighield met de handel in plantaardige en dierlijke vetten.

Koninklijke Wessanen in Amstelveen verwierf in oktober 1976 alle aandelen van Nomafa BV, Nomafa Grondstoffen BV en Fricola BV alsmede het 50 percent belang in de verkoopmaatschappij Friwesco. Alle bedrijven gevestigd in Zaandijk. De geldomzet beliep ruim 150 miljoen gulden per jaar; het aantal personeelsleden bedroeg 140. Er vielen geen ontslagen.

Nomafa's specialisatie betrof de veredeling van oliën en vetten voor de horecasector, alsmede de chocolade-, zoetwaren-, diervoeder- en oleochemische industrie. De markten beschikten volgens Wessanen over een goed groeipotentieel. De ondernemingen werden onder eigen naam en onder dezelfde leiding voortgezet binnen de organisatie van de cacao/oliesector van Wessanen. Risicospreiding en diversificatie binnen de voedings- en genotmiddelenindustrie stond centraal, waardoor de groeimogelijkheden van de cacao/oliesector in belangrijke mate werden bevorderd.

Toen Gerbrand Vis III zich uit zaken terugtrok deed hij het bedrijf over aan Wessanen, waarna de naam van het bedrijf Friwessa werd. In 1990 verkocht Wessanen Friwessa aan het Zweedse Karlshamn.

Ondernemerskring Zaanstreek, vereniging

Op l september 1986 ontstane vereniging, voortgekomen uit de VNO-kring Zaanland. De reden van oprichting was dat veel Zaanse bedrijven niet bij het VNO als centrale ondernemersorganisatie waren aangesloten. Doelstelling is 'het behartigen van de gemeenschappelijke bedrijfs- en sociaal-economische belangen van de leden in de ruimste zin van het woord, in het bijzonder in de Zaanstreek'.

De activiteiten van de vereniging omvatten:

  • het benoemen van negen leden van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor de Zaanstreek en het aanwijzen van leden voor andere relevante organisaties en commissies;
  • het zesmaal per jaar laten verschijnen van een Nieuwsbrief met actueel nieuws uit de regio, alsmede nieuws van de provinciale en landelijke overheid;
  • het organiseren van bijeenkomsten en bedrijfsbezoeken waarbij aspecten als management, financiën en personeelszaken aan de orde komen;
  • het voeren van periodiek overleg met vertegenwoordigers van de gemeentebesturen van Zaanstad, Wormer en Oostzaan.

Aangesloten bij de vereniging zijn kleine, grote en middelgrote bedrijven, alsook zelfstandige beroepsbeoefenaars, in totaal rond 15.000 personeelsleden omvattend.

De Corner

Ondernemerssociëteit De Corner werd in 1984 opgericht door de toenmalige voorzitter van voetbalvereniging ZVV, Wim Onrust met als doelstelling een ontmoetingsplaats voor Zaanse ondernemers te creëren. De bijeenkomsten vinden plaats in clubgebouw 'De Corner' van ZVV op sportpark Poelenburg. Allereerst benaderde Onrust ondernemers van het nabij gelegen industrieterrein Achtersluispolder; later werd de hele Zaanstreek zijn wervingsgebied en nam het aantal leden fors toe.

Op 11 oktober 1984 vond de eerste bijeenkomst plaats onder voorzitterschap van Onrust; toenmalig Typhoon-hoofdredacteur J. de Vries was de eerste gastspreker. Bij deze bijeenkomst waren 99 ondernemers aanwezig. Rond 1990 telde de sociëteit meer dan 300 leden, waaronder vrijwel alle grote en middelgrote Zaanse bedrijven. Het bestuur van 'De Corner' bestaat uit enkele ZVV-leden en vertegenwoordigers uit bedrijfsleven en ondernemersorganisaties.

Per jaar worden zo'n acht bijeenkomsten georganiseerd waar een gastspreker over een zo mogelijk actueel onderwerp een inleiding verzorgd, waarna discussie volgt.Traditioneel is de forum-discussie in januari onder de noemer 'Zaanse kringen', waar een aantal specialisten over een vooraf aangekondigd onderwerp discussiëren. De sociëteit laat ieder half jaar een programmamap met inhoudsoverzichten van de komende bijeenkomsten verschijnen. Naast deze informatieve activiteiten poogt de sociëteit ook een informele ontmoetingsplek te zijn waar ondernemers, genodigden als burgemeester en wethouders, gemeenteraadsleden , vertegenwoordigers van de Kamer van Koophandel en Fabrieken, enz. met elkaar van gedachten kunnen wisselen.

Als gevolg van de fusie tussen de voetbalverenigingen ZVV en ZFC vinden de bijeenkomsten in het nieuwe gebouw 'De Corner' op sportpark Hoornseveld plaats.

J. Lagerwey

Ondernemers-Adviescentrum, Stichting het (OAC)

Het OAC kwam voort uit het Zaans Borgstellingsfonds. Doelstelling is het verlenen van hulp aan ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf, gevestigd in het district van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor de Zaanstreek, die ook het secretariaat voert. De aan de ondernemers te verlenen hulp kan bestaan uit het geven van advies, het begeleiden door zowel (oud)-collega`s als externe deskundigen en het verlenen van financiële ondersteuning.

Tijdens een gesprek met de OAC-coördinator wordt nagegaan aan welke vorm van advies en/of begeleiding behoefte bestaat. In samenspraak met de betrokkene wordt naar een begeleider gezocht, die op de hoogte is van de betreffende problematiek. Later heeft een gesprek plaats tussen betrokkene, de coördinator en de begeleider. In deze adviessituatie zijn aan de inschakeling van het OAC geen kosten verbonden. Indien bepaalde werkzaamheden van meer langdurige aard moeten worden verricht zal mogelijk een vergoeding worden gevraagd. Dit wordt vooraf besproken.

Oosterbaan bv

Bedrijf voor stans-, plak-, verniswerk en verdere afwerking, aanvankelijk gevestigd te Zaandijk en thans aan de Industrieweg in Assendelft. Het bedrijf werd in januari 1947 opgericht door Sjoerd Oosterbaan als 'Cartonnagefabriek Oosterbaan en Tuyn c.v.', na 1951 alleen onder de naam 'Oosterbaan'. In 1960 verhuisde men naar een nieuwe fabriek te Assendelft met een oppervlakte van 1400 vierkante meter en in 1963 veranderde de naam in Cartonnagefabriek Oosterbaan nv. Van 1947 tot 1966 kenmerkte de onderneming zich als familiebedrijf onder eenhoofdige leiding.

Door de mechanisering in de kartonnage-sector schakelde men na 1964 van doosverpakkingen over op de afwerking van showcards, displays, mobiles, spelborden en mappen. Daarnaast hield men zich bezig met loon-, stans-, plak-, en verniswerk. Na 1968 volgden uitbreidingen in oppervlakte en machines, als gevolg van verdere mechanisering en automatisering. In 1969 veranderde de naam in Oosterbaan Showcards bv en vervolgens in januari 1984 in Oosterbaan bv.

Het bedrijf fungeert als laatste schakel in de keten opdrachtgever-reclamebureau-drukker-afwerker en werkt voornamelijk voor drukkerijen, reclamebureaus en grote bedrijven. Het huidige assortiment omvat naast voornoemde activiteiten de fabricage van promotionele verpakkingen, mailings en een uitgebreide serie standaard-producten. Het bedrijf beschikt over een aparte ontwerpafdeling. In 1989/'90 bedroeg de omzet f 9 mIn. bij een personeelsbestand van 58.

O+R Inktchemie

Drukinkt-industrie aan de Oostzijde te Zaandam, oorspronkelijk ook verffabriek. De verffabriek Oosterveld en Romijn werd aan het begin van de 20e eeuw opgericht in een voormalige cacaofabriek aan de Oostzijde. Nadat in 1974 de productie van verf werd overgedragen aan Sabel Paulussen bv, legde het bedrijf zich volledig toe op de productie van drukinkt; de naam van het bedrijf werd gewijzigd in O+R Inktchemie.

Het bedrijf, met een vestiging in de VS, ontwikkelde zich, mede door een geheel zelfontwikkeld revolutionair systeem van infrarood-drogende inkten, tot een vooraanstaande producent van inkten voor de hoog- en vlakdruk. Aan inkten worden, afhankelijk van de toegepaste druktechniek en de aard van het te bedrukken materiaal, zeer hoge eisen gesteld. De zeer toegenomen druksnelheid en het in vele gevallen geringe absorptievermogen van de zogenoemde 'drukdrager' (overwegend papiersoorten) vergen een vrijwel ogenblikkelijke droging, terwijl de geringe laagdikte van de opgebrachte inkt een grote kleurkracht noodzakelijk maakt.

Vooral sinds de jaren '60 is een enorme vooruitgang geboekt bij de ontwikkeling van offset-inkten, de offsetdruk werd de meest toegepaste techniek. O+R speelde hierbij een voortrekkersrol en groeide hierdoor van lokale inktfabriek uit tot een modern bedrijf dat ongeveer 40% van de productie exporteert. Bij de vervaardiging van drukinkten worden bindmiddelen, pigmenten en hulpstoffen gemengd en vervolgens nabewerkt op drie walsen of in moderne parelmolens, het zogeheten dispergeren. O & R stelde in de zestiger jaren een kleurenmengboek voor de grafische industrie samen

Sinds 1977 maakte O+R deel uit van het beursgenoteerde Van Wijk & Heringa (industrie, financiën en onroerend goed) die haar industriële groep, bestaande uit Nieaf, Van der Hoorn en Wouda, O+R Inktchemie en Demu, per 1 juli 1980 verkocht aan haar 60-pct-belang Industrieele Maatschappij in Bussum.

In 1988 onderhandelde de Industrieele Maatschappij over de verkoop van O+R Inktchemie aan de Amerikaanse Sun Chemical Corporation de grootste fabrikant van drukinkten en kleurpasta's voor de vervaardiging van drukinkt ter wereld. O+R Inktchemie zal zelfstandig blijven voortbestaan als onderdeel van de Europese organisatie van Sun. Eind april 1988 bereikt Industrieele Maatschappij overeenstemming over de verkoop. O+R Inktchemie bleef zelfstandig voortbestaan als onderdeel van de Europese organisatie van Sun Chemical met een Nederlandse vestiging in Lelystad.

O+R werkt met zelf-ontwikkelde bindmiddelen en beschikt daartoe over een eigen lakstokerij.

Bij het Handelsregister te Lelystad en te Zaandam zijn ter inzage gelegd de stukken als bedoeld in art. 314 lid 1 Boek 2 BW betreffende Sun Chemical Inks B.V., gevestigd te Lelystad, en O + R Inktchemie B.V., gevestigd te Zaandam. Tevens zijn de stukken als bedoeld in art. 314 lid 2 Boek 2 BW ter inzage neergelegd op het kantoor van Sun Chemical Inks B.V. Staalstraat 13 Lelystad en op het kantoor van O + R Inktchemie B.V., Oostzijde 253 Zaandam. Sun Chemical Inks B.V. heeft het voornemen bij bestuursbesluit tot fusie te besluiten.

O & R Holdings B.V. (de „verkrijgende vennootschap“), gevestigd te Zaandam, kantoorhoudende te Rotterdam en Sun Chemical B.V. (de „verdwijnende vennootschap”), gevestigd en kantoorhoudende te Zaandam, kondigen aan dat bij de Handelsregisters te Rotterdam en Zaandam, alsmede ten kantore van de vennootschappen te Rotterdam (Weena 618), Zaandam (Oostzijde 253) en Soest (De Beaufortlaan 28), zijn neergelegd de stukken als bedoeld in Artikel 314, lid 1, respectievelijk lid 2, Boek 2, Burgerlijk Wetboek. Het bestuur van de verkrijgende vennootschap is voornemens tot de fusie met de verdwijnende vennootschap te besluiten op de wijze als bedoeld in Artikel 331, Boek 2, Burgerlijk Wetboek. 22 april 1993

Sun Chemical O+R was lang gevestigd aan de Oostzijde 241-253 en verhuisde in 2004 naar de Rechte Tocht 2, 1507 BZ Zaandam.

Op den Velde bv, Jan

De Handels- en productieonderneming Op den Velde Groep bestaat uit de divisies Industrie en Staal, die een totaalpakket technische producten als transportbanden en aardolieproductenaan klanten in binnen- en buitenland aanbieden, gevestigd te Zaandam.

Het bedrijf werd op 22 juli 1921 opgericht door Jan Op den Velde, mede met hulp van de familie Verkade, die Jan honderd gulden leende als startkapitaal. Voordien was Jan bedrijfsleider was Sabel. Hij begon in het pand Westzijde 246 een handel in aardolie en nam ook de vervaardiging van drijfriemen ter hand. Ondanks de crisisjaren wist Jan het bedrijf op kleine schaal uit te bouwen.

Tijdens de oorlogsjaren lag het bedrijf stil en ging een deel van de familie op in het verzet. Jan Op den Velde zag kans de onderneming na de oorlog voort te zetten. Hij werd daarbij geholpen door één van zijn vijf zonen, Jan jr. In 1958 kwam ook zijn kleinzoon Hans het bedrijf versterken. Mede als gevolg van de introductie van de oliekachel en CV als warmtebron voor woningen en fabrieken, brak een periode van enorme groei aan. Op den Velde werd totaalleverancier voor de industrie en verlegde zijn werkterrein van de Zaanse regio naar heel Nederland.

De productie van transportbanden ten behoeve van de industrie werd verplaatst naar de Paltrokstraat te Zaandam, in 1989 uitgebreid tot 1700 vierkante meter; bovendien ontstonden vestigingen in Emmeloord en Rotterdam. In Emmeloord worden transportbanden van rubber gemaakt, terwijl in Zaandam en Rotterdam vooral kunststoffen als materiaal worden gebruikt.

De technische handelsonderneming en de handel in aardolie kregen eveneens een steeds grotere omvang; deze afdelingen waren gevestigd aan Westzijde 252-258. In 1991 waren er ruim 130 personen werkzaam. Het bedrijf verhuisde later naar de Hoofdtocht 1 in Zaandam en richt zich ook op de handel in technisch leder, pakkingmateriaal en drijfriemen, voorts heeft het een modern tankwagenpark. De financiering geschiedde steeds uit eigen middelen. De juridische vorm was aanvankelijk een commanditaire vennootschap, later nv en thans bv. J. Op den Velde telt in 2019 behalve de hoofdvestiging in Zaandam, vestigingen in Amsterdam, Beverwijk, Rotterdam, Alkmaar en Hoorn.

Ouwerkerk Export bv, PJ. van

Fabrikant van whirlpools en systemen daarvoor, sauna's en stoombaden. P.J. van Ouwerkerk begon als 20-jarige in 1966 een loodgietersbedrijfje te Zaandam. Deze eenmanszaak groeide uit tot een installatiebedrijf met thans (1991) ongeveer 20 werknemers, dat zich ging bezighouden met de aanleg van luxe zwembaden volgens eigen ontwerp. In 1980 werd de loodgieterij verkocht en richtte de onderneming zich geheel op het ontwerpen en produceren van luxe badsystemen. Afnemers zijn bijvoorbeeld bungalowparken, fitnesscentra en sauna's, alsook particulieren. Sinds 1990 wordt samengewerkt met een verwant bedrijf in de V.S. en is de export van eigen systemen groeiende.

Overtoom Zaandam bv

Bouwbedrijf te Zaandam. Het werd als eenmanszaak in 1903 opgericht door Jb. Overtoom. Nadien werd de onderneming omgezet in een firma, daarna in een nv en tenslotte in een besloten vennootschap. Directeur is J.S. Overtoom, kleinzoon van de oprichter. Overtoom Zaandam bv is actief op het gebied van utiliteitsbouw, renovatie en restauratie. Er zijn ongeveer 40 personen werkzaam (1990). Verplaatsing van het bedrijf naar de Achtersluispolder te Zaandam is aangekondigd.

Paardekoper Display

In Wormerveer op het industrieterrein Molletjesveer gevestigd bedrijf, waarin zogenoemde 'displays' (letterlijk: uitstallingen, showmateriaal voor reclame-doeleinden, bedoeld om producten in de detailhandel aantrekkelijk te presenteren) worden vervaardigd. De in de jaren '20 opgerichte onderneming heeft ongeveer 15 personen in dienst; men werkt voorts met een wisselend aantal uitzendkrachten (1990).

Partenrederij

Vorm van 17e-, 18e- en 19e-eeuwse bedrijfsvoering, waarbij het ondernemingskapitaal door tenminste twee personen was gestort. De eigenaars richtten daartoe een rederij op. De aandelen in het kapitaal werden 'parten' genoemd, de uit te keren winst werd naar rato van het aantal parten verdeeld. Bij een vergelijking met huidige ondernemingsvormen heeft de partenrederij nog het meeste weg van de besloten vennootschap.

Het is niet duidelijk of deze partenrederij als ondernemingsvorm uitsluitend een Zaans verschijnsel is geweest. In de economisch-historische literatuur komt het zelden voor; wanneer het genoemd wordt is dat echter steeds in verband met de Zaanstreek.

Evenmin is duidelijk wanneer voor het eerst sprake was van partenrederij en waarvoor men toen het bedrijfskapitaal bijeenbracht. De keuze van deze bedrijfsvorm kon verschillende redenen hebben. Zo zal bij de Zaanse walvisvaart, die zeer dikwijls in partenrederij is bedreven, het grote risico aanleiding zijn geweest om het kapitaal te spreiden. Het was veiliger bijvoorbeeld steeds een part in acht verschillende schepen te nemen dan acht parten van één schip.

In andere gevallen treffen we aan dat verschillende ondernemers een partenrederij oprichtten om gezamenlijk een toeleveringsbedrijf te financieren. Voorbeelden hiervan vinden we bij de Zaandamse overtoomrederij en bij de hennepkloppers te Krommenie, die in partenrederij door verschillende rolreders zijn gedreven. Ook bij de traankokerij leidden gezamenlijke belangen tot kapitaal-deelname in de vorm van parten.

Voor de hand liggend is dat bij oprichting van sterk kapitaal-intensieve bedrijven, de papiermolens bijvoorbeeld, de investering door een aantal personen werd bijeengebracht; in zulke gevallen werd eveneens dikwijls een partenrederij opgericht. Het kwam ook voor dat bij overlijden van de eigenaar de familieleden besloten het bedrijf voort te doen zetten door een 'zetbaas', de erfdelen konden dan als parten in een bestaande rederij worden ingebracht. Tenslotte was het mogelijk dat een bestaande onderneming in partenrederij werd omgezet bij de toetreding van een nieuwe firmant.

Grotendeels door achtereenvolgende vererving ontstonden soms ingewikkelde breuken om het bedrijfsaandeel aan te duiden. Zo kon een enkeling 1/1024 part in een molen bezitten. Aandelen van 1/128 part of 5/64 part, om maar enkele voorbeelden te noemen, komt men ook in de boeken tegen. Vererving speelde in de familiebedrijven inderdaad een grote rol bij het kapitaalbezit. Men kreeg daardoor ook belangen in ondernemingen van verschillende aard. Wellicht is dat een van de redenen waarom de welgestelde Zaankanters zich zo dikwijls kooplieden noemden: zij namen deel in zowel de houthandel als de scheepsbouw, zowel in de walvisvaart als de molenindustrie.

Het verkrijgen van kapitaal voor nieuw op te zetten bedrijven kostte in de Zaanstreek destijds waarschijnlijk ook minder moeite dan elders doordat de ondernemers in de streek elkaar kenden, meestal Doopsgezind waren en in vele gevallen elkaars verwanten. De partenrederij lag in deze situatie zelfs voor de hand. De hier genoemde, toch wel bijzondere, vorm van bedrijfsorganisatie en -financiering verdween in de eerste helft van de 19e eeuw geleidelijk. De oorzaak kan ten dele gezocht worden in de Franse tijd en de naweeën daarvan, waardoor vele bedrijven in moeilijkheden kwamen en verdwenen, anderzijds in de opkomst van de handelsbanken die bedrijfskapitaal op onderpand aanboden.

Elders in deze encyclopedie, zie bij Banken, is betoogd dat de Zaanse ondernemers nog lang onderlinge financiering van elkaars bedrijven toepasten, waardoor de oprichting van een Zaanse bank mogelijk onnodig werd geacht. Die onderlinge financiering had echter niet meer de vorm van de eerdere partenrederij, maar van onderhandse, vaak laagrentende leningen.

Pellerij

Naam van zowel bedrijfstak als de inrichting waarin dit bedrijf wordt uitgeoefend; het ontdoen van het kroonkafje, meestal dop (pel) genoemd, en de vruchtwand en zaadhuid van onder andere granen, zonder de korrel te breken. In de Zaanstreek is in vroeger eeuwen gerst gepeld, met gort als product. Gerst is niet eenvoudig te pellen, aangezien de dop is vergroeid met de korrel. Vanaf het midden van de 19e eeuw werd rijstpellerij belangrijk. De pellerij had een grote omvang in de Zaanstreek. Rond 1900 was de invloed van de Zaanse rijstpellerij zelfs wereldwijd. Een aantal grote panden langs de Zaan herinnert nog altijd aan deze bloeiperiode. Aan de Oostzijde te Zaandam staan nog de panden van de voormalige pellerij Kamphuys (thans huisvesting biedend aan Meypro nv), in Wormer aan de Veerdijk van de voormalige rijstpellerij Bloemendaal & Laan de panden Hollandia, Java, Saigon en Batavia, terwijl de panden van Lassie bv vroeger de rijst- en gortpellerij en havermoutfabriek Gebr. Laan huisvestten. In 1979 zijn de panden van de rijstpellerij De Unie van Wessanen gesloopt en enige jaren later verdwenen de gebouwen van de rijstpellerij Birma aan de Oostzijde te Zaandam.

→ Lees verder...

Pennzoil Overseas bv

Zaandamse vestiging van een Amerikaanse producent van smeer- en industriële reinigingsmiddelen.

De Zaandamse vestiging van Pennzoil kwam (na diverse naamswijzigingen ten gevolge van overnames, fusies e.d.) onder andere voort uit Albert Wijnberg Zaandam (AWZ) en is thans gevestigd in de Achtersluispolder. In november 1891 begon Albert Wijnberg aan de Westzijde in Zaandam een handel in patentolie en carbid, welk bedrijfje (met behoud van naam) in 1913 door D. van 't Kaar werd overgenomen. Het bedrijf presenteerde zich ook wel onder de naam “'Oliefabriek de Olijftak'. De naam Van `t Kaar zou 60 jaar aan het bedrijf verbonden blijven. Gedurende deze periode groeide het oliehandeltje tot een producent van een breed pakket smeermiddelen. In 1958 trad C. van der Vliet, tot dat tijdstip bedrijfsleider bij Verkade, tot de leiding toe.

Het terrein aan de Westzijde werd te klein en in 1961 vestigde het bedrijf zich als een der eerste ondernemingen op het industriegebied de Achtersluispolder. De naam werd gewijzigd in AWZ Smeermiddelentechniek. In 1971 ontstond samenwerking tussen AWZ, Americol (een Haagse handel in oliën en vetten) en een dochter van deze laatste, Chemicol. In 1972 werden de productie, de administratie en de verkoop in Zaandam samengebracht en in 1973 volgden voor circa f 2,5 mln. uitbreidingen, bouw van een nieuwe chemische fabriek en vernieuwing van technische installaties. In 1977 werden alle activiteiten onder de naam Americol bv gebundeld.

Het aandelenpakket was inmiddels in bezit gekomen van Nedlloyd en het bedrijf kon zich verder ontwikkelen. De maatschappij Pennzoil Product Comp. uit Houston (VS) zag in Nederland mogelijkheden voor de Europese markt en nam in april 1982 het aandelenpakket over. De naam van de Zaandamse vestiging veranderde in Pennzoil Overseas bv. De omzet in volume steeg met 60%. Het bedrijf groeide uit tot een producent van geavanceerde smeermiddelen op basis van minerale, synthetische en half-synthetische grondstoffen; een klein deel van de omzet bestaat uit handelsproducten die elders worden betrokken.Thans zijn er ook vestigingen in Duitsland en Belgie. Als proef voor de Europese markt startte het bedrijf in 1988 een zogenaamd 10 Minute Oil Change (olieverversings)station aan de Provincialeweg te Zaandam.

De belangrijkste producten zijn thans smeermiddelen en industriële reinigingsmiddelen voor de binnenlandse en buitenlandse markt. Bij het bedrijf in Zaandam waren in 1990 65 personen in dienst.

Peperstraat

Belangrijke doorgaande weg door het centrum van Zaandam-Oost, tussen de Beatrixbrug en de H. Gerhardstraat.

Ofschoon op geen enkele wijze meer als zodanig te herkennen was de Peperstraat een van de eerste paden in de Zaanstreek. Volgens een vermelding zou de Peperstraat al in 1622 een padreglement hebben gehad, indien juist is dit het oudst bekende padreglement. De Peperstraat moet al voor 1600 bebouwd zijn geweest. Aangezien wijn- en bierhandelaars hun kelders aan het pad hadden, stond het ook bekend als de Bierkay, terwijl voorts de naam Roosemareijnsteegh werd gebruikt. Rond de Peperstraat ontstond de Peperbuurt, dientengevolge werd het padreglement in 1693 en 1802 herzien. Eind jaren '50 begin jaren '60 van de 20e eeuw viel de buurt onder de slopershamer in verband met de doorbraak voor het verkeer naar de Beatrixbrug en Zaandam-West. De huidige straat, met winkels en bewoonde bovenverdiepingen en onder meer een belangrijk busstation, herinnert op geen enkele wijze aan oud-Zaandam. Einde 1989 kwamen vrijwel alle panden langs de Peperstraat in het bezit van de Zweedse beheersmaatschappij Lützen Properties bv.

Perk bv

IJzerhandel, gevestigd aan de Vredeweg te Zaandam.

Het bedrijf werd in 1835 opgericht door W. Perk, die op 22-jarige leeftijd aan het Zilverpad (de latere Gedempte Gracht) te Zaandam een winkeltje begon in onder andere spijkers en ijzeren potten. Om zijn waren te slijten, trok hij, voorzien van hoge hoed en reiszak met daarin monsterartikelen, te voet van de ene plaats naar de andere. Na 2 jaar werd zijn winkeltje te klein en vestigde hij zich aan de Westzijde ter hoogte van de latere HBS, waar hij ook pik (teer), breeuwwerk, hang- en sluitwerk, gereedschappen, scheepsbenodigdheden, ruw ijzer en vensterglas ging verkopen. In 1863 kocht hij de toenmalige herberg 'De drie Zwanen' op de Dam, welk pand in 1865 na een ingrijpende verbouwing werd betrokken. Twee jaar na deze verhuizing deed hij de zaak over aan zijn twee zoons: Frederik Hendrik en Hendrik. De naam van het bedrijf werd gewijzigd in Gebroeders Perk. Zij dreven de zaak 36 jaar en deden deze in 1903 over aan de zoons van Frederik Hendrik: Willem en Frederik Hendrik jr. De omzet rond de eeuwwisseling bedroeg circa f20.000 op jaarbasis. In 1904 werd het pand vergroot.

In juli 1911 woedde een zware brand op de Dam (zie: Branden), waarbij ook het Perkpand verloren ging. Een aangrenzend perceel werd gekocht en op de oude en nieuwe plaats verrees een groter pand, waar onder meer haarden, kachels en gasfornuizen werden verkocht. Ondanks de toezegging van het toenmalige gemeentebestuur, dat het Damplein, waarop alleen het Czaar Peter-standbeeld stond, een open plein zou blijven. werd binnen drie jaar daar toch gebouwd. De eens zo belangrijke plaats op de Dam als druk gebruikte oeververbinding tussen Zaandam-West en -Oost werd als gevolg daarvan in de loop der jaren een doodlopend straatje. In 1926 overleed de jongste firmant Frederik Hendrik Perk. Broer Willem zette de zaak voort en betrok in 1928 zijn zoon Frederik Hendrik (4e generatie) in de zaak. In 1929 bedroeg de omzet f 130.000. Als gevolg van de crisis was deze in 1933 gehalveerd. Frederik Hendrik ging in 1940 alleen verder. Rond de jaren '50 en '60 vonden honderden haarden en kachels hun weg naar bewoners van de Zaanstreek, het bedrijf had er zelfs een eigen reparatie-werkplaats en servicedienst voor. Leveranties aan de industrie kwamen veelvuldiger voor. In 1962 narm de hausse in de gasverwarmingsapparatuur af, de totale handel en service van verwarmingsapparatuur werd overgedaan aan loodgietersbedrijf J.N. Jonker te Zaandam.

Frederik Hendriks zoon Willem (vijfde generatie) kreeg in 1969 de leiding van het bedrijf. Hij kreeg te maken met de steeds verder doorgevoerde specialisatie als industriële leverancier. Huishoudelijke artikelen en seizoen-artikelen als tuingereedschap, meubilair en schaatsen moesten wijken voor industriële artikelgroepen (buizen, stalen profielen, balken en platen).

De omzetting in nv had in 1972 plaats, enige jaren later gevolgd door omzetting in bv. In 1975 bedroeg de omzet f 6,5 mln en waren diverse artikelgroepen naar een extern magazijn aan het Breedweer te Koog verplaatst. Eind 1978 nam W. Perk het aandelenkapitaal van zijn vader F.H. Perk over. Daarna werd een begin gemaakt met de verplaatsing van het bedrijf naar de Vredeweg in de Achtersluispolder te Zaandam, op het terrein van de voormalige Zaanlandsche Scheepsbouw Maatschappij. Daar verrees een nieuw pand, dat in 1980 in gebruik werd genomen. In 1985 - het bedrijf bestond toen 150 jaar- werd uitgebreid, het buitenterrein en de kraanbaan kregen een overkapping teneinde overdekt buiten te kunnen laden en lossen; een mobiele servicedienst voor onderhoud en service van lasapparatuur in geheel Noord-Holland werd begonnen. In 1987 en 1988 volgden verdere uitbreidingen, onder andere door aankoop van terrein en opstallen van Jansens en Dieperink, waardoor de oppervlakte op 10.600 vierkante meter werd gebracht. In 1989 werden de showroom en kantoorruimte uitgebreid. In 1990 bedroeg de omzet circa f 25 mln. en werkten ongeveer 50 personen bij het bedrijf.

Pielkenrood

Aanvankelijk smederij te Zaandijk; uit dit bedrijf kwamen Metaalwarenfabriek Pielkenrood bv en Pielkenrood Water Treatment (Holland) bv voort, beide hierna behandeld. Jacob Pielkenrood (1862-1938) was als meesterknecht werkzaam bij de Sociëteit der IJzersmederij te Zaandijk, een gemeenschappelijke onderhoudsdienst van de eigenaren van de plaatselijke molens. Door de steeds verdergaande teruggang van het molenbestand aan het einde van de 19e eeuw bood deze dienstbetrekking op den duur weinig perspectief. Toen zijn echtgenote een legaat van f 350 ontving, zag Pielkenrood mogelijkheden om voor zichzelf te beginnen. Een huisje aan het Langepad te Zaandijk werd gekocht en als grof- en kachelsmederij ingericht.

→ Lees verder...

Schoen, Pieter

Verfbedrijf te Zaandam, later omgedoopt tot Sigmacoatings, sinds 2008 onderdeel van PPG.

De familienaam Schoen kwam rond 1600 al op verschillende plaatsen voor en stamde vermoedelijk zelfs uit de 13e of 14e eeuw. In januari 1725 kreeg Jan Pietersz Schoen (ca. 1685-1765) een windbrief voor de verfmolen De Gekroonde Schoen. Jan Pietersz Schoen was een zoon van Pieter Jacobsz Schoen (1650-1719) en Harmetje Jacobs. Hij was gehuwd met Trijntje Claasdr. Zij hadden een zoon en twee dochters. De zoon, Claas Jansz Schoen (1718-1777) erfde de zaken, maar bleef ongehuwd. Hij adopteerde min of meer zijn jonge neef Pieter, zoon van zijn zuster Aafje Jansdr. Schoen (1720-1785) en Symon Claasz Vrouwes.

Deze Pieter Symonsz Vrouwes (1745-1807), eerst gehuwd met Trijntje Stoffels (†1789) en daarna met Aagje Louwerddr. van Elsland, erfde op zijn beurt de zaken van zijn oom Claas en noemde zich sindsdien Pieter Symonsz Schoen. Van zijn kinderen stierven de meesten jong. De onderneming ging over naar zijn zoon Simon Schoen (1774-1824), gehuwd met Trijntje Pondman en vervolgens naar hun zoon Pieter Schoen (1805-1946).

De zesde generatie werd gevormd door hun zoon Simon Schoen (geb. 1839. gehuwd met Madalena Keg, geb. 1836), die ter firma S. Schoen Pz werkte met de molens De Gekroonde Schoen en De Tromp. Hij gebruikte De Grauwe Hengst De De Krab en De Reinout voor loonwerk.

In 1888 besloot hij een houten pakhuis te bouwen in de tuin van zijn woonhuis aan de Oostzijde 39, dat de naam De Villa kreeg. In 1896 werd dit pand vervangen door het stenen pakhuis De Lelie, dat in 1898 samen met de belendende graanhandel van J. Buys verbrandde en vervolgens groter werd herbouwd. Het bedrijf handelde toen in verfhout, krijt, pijpaarde, duitse geeloker, marmer, curcumar, steenkoolpoeder, houtskoolpoeder, blauwsteen en pannenrood, terwijl men begon met de productie van plamuur en stopverf. In de verfindustrie deden zich in deze periode grote veranderingen voor. Tot dan was het altijd zo geweest dat de molens droge verfstoffen produceerden en deze aan de schilders verkochten; de schilders maakten vooral in de wintermaanden dan hun eigen verf.

Vanaf 1905 begon Pieter Schoen met de productie van gerede verven; tot dan was het bedrijf dus altijd producent van verfstoffen geweest en voorts vooral een verfstoffenhandel. Reeds aan het einde van de 19e eeuw was er zakelijk verkeer met bijvoorbeeld Roemenië en Egypte. Toen de productie van gerede verven werd begonnen, werd het karakter van de onderneming meer industrieel en groeide ook het personeelsbestand. In 1913 werd het complex aan de Oostzijde door een grote brand getroffen. Op de plek van een aangekocht huis en erf van W. Poel en van graanfactor C. Keg werd De Lelie herbouwd. Als aandrijving werd voor elektriciteit gekozen; Pieter Schoen was het eerste grote bedrijf dat op het net werd aangesloten. Bij De Lelie kwamen de pakhuizen De Regenboog, Albino en De Moor. In 1919 werd het graanpakhuis Ceres van Buys gekocht. In datzelfde jaar werd in het oliemolenpakhuis De Rode Vos in het Westzijderveld een lakfabriekje begonnen.

In 1929 volgde de bouw van een vijf verdiepingen tellende fabriek aan de Oostzijde; het eerste verdiepingen-gebouw in beton van Nederland. De productiemogelijkheden namen hierdoor sterk toe; de productie-omvang steeg daarna ook snel. Inmiddels was in 1917 de volgende generatie in het bedrijf gekomen: S.M. Schoen, P. Schoen Pzn en Ir. Murk Schoen. De Firma Pieter Schoen werd in 1927 omgezet in een NV tot voortzetting der zaken van Pieter Schoen & Zoon, ook zaken doende onder de naam Sigmarinefabriek en Lakindustrie Nederland. Deze lange naam werd pas in 1935 ingekort tot Pieter Schoen & Zoon NV. In deze periode was het bedrijf uitgegroeid van een onderneming met drie werknemers in 1898 tot 260 personeelsleden bij het begin van de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de oorlog werd op kleinere schaal doorgewerkt, totdat tenslotte de stroomtoevoer werd afgesloten.

De directie werd na de oorlog door de Politieke Recherche Afdeling1) beschuldigd van colloboratie met de Duitsers. De fabriek zou teveel verf hebben geleverd aan de bezetter. De Haarlemse kantonrechter sprak hen echter vrij.

Na de oorlog kende het bedrijf opnieuw een periode van forse groei. Ontwerper Clim Meijer voegde nieuwe kleuren aan het assortiment toe en in samenwerking met Forbo Krommenie en een behangspecialist werd een samenhang van verfkleuren met de rest van het interieur geïntroduceerd. Het bedrijf maakte zowel verven voor de doe-het-zelf-markt als voor specifiek gebruik. Met name in scheepsverven bouwde het bedrijf een grote naam op. In een kleine dertig landen werden, meestal in samenwerking met lokale afnemers, verffabrieken opgezet. In Zaandam werd research gaandeweg belangrijker, ten koste van de productie aldaar. In 1969 werd Pieter Schoen overgenomen door het Belgische concern Petrofina, in 1972 volgde de naamswijziging in Sigma Coatings. Pieter Schoen werd samengevoegd met Vettewinkel in Uithoorn en Varossieau in Alphen aan den Rijn; het hoofdkantoor werd gevestigd te Uithoorn.

Halverwege de jaren 90 ving de bouw van Zaanwerf aan, grotendeels gestapelde woningen in het kader van het Zaanoeverproject.

Sigma bood het complex aan de gemeente te koop voor één gulden.In 1999 volgde een fusie met het Britse verfbedrijf Kalon en werd de naam Sigmakalon. In 2008 nam het Amerikaanse concern PPG Sigmakalon over.

Externe link:

Pluimveeverwerkende industrie

Tak van industrie die zich bezig houdt met het fokken (vermeerderen, inclusief broeden) en verwerken van pluimvee (kippen, kalkoenen, eenden en ganzen), in de Zaanstreek voornamelijk in Oostzaan geconcentreerd. Het eendenfokbedrijf was tot de crisisjaren van belang in Westzaan en vooral in Oostzaan. Tussen 1865 en 1915 hield vrijwel elke Oostzaanse familie zich wel op enige wijze bezig met het fokken van eenden en/of kippen. Evenals in Westzaan gebeurde dit op de aan de sloten grenzende achtererven.

In 1865 werden er in Oostzaan 1576 kippen en 5216 eenden geteld. In 1893 waren die aantallen gegroeid tot respectievelijk 7070 en 10.144. De groei bleef voortgaan tot respectievelijk circa 16.500 en 20.000. Tijdens de Eerste Wereldoorlog en de crisisjaren nam de omvang van de pluimveestapels sterk af; na de Tweede Wereldoorlog werden vooral de verwerking van en de handel in pluimvee belangrijker. De basis van de huidige pluimveeverwerkende industrie lag dus bij kleinschalige (neven-) bedrijven. In de Zaanstreek kon men eieren, kuikens, legkippen- en eenden voor de slacht kopen. Het gebied Oostzaan-Landsmeer-Den Ilp was tot aan de crisisjaren het centrum van de Nederlandse pluimveehandel. Nadien verspreidde de tak zich over geheel Nederland, met name in de kop van Noord-Holland en op de Veluwe (Barneveld) ontstonden nieuwe centra.

De omvangrijke handel stimuleerde het ontstaan van een aantal nevenbedrijven, zoals het (markt-)poeliersbedrijf, de groot- en kleinhandel in eieren en de handel in voer. Opvallend in het Oostzaanse landschap was (naast de enorme hoeveelheid eendenkooien en kippenrennen) een aantal betonnen putten, die waren gevuld met kalkwater en werden gebruikt om de eieren in op te slaan. De eierhandel is voor een deel in de crisisjaren gesneuveld; ook een aantal poeliers verdween.

Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er steeds meer slachterijen in Oostzaan, die kuikens betrokken van de markten van Barneveld, Purmerend, Apeldoorn, Zwolle en Rotterdam. In de topjaren (rond 1955) waren meer dan 25 bedrijven in Oostzaan betrokken bij deze industrie. Tot midden jaren '70 zou Oostzaan het nationale centrum van de pluimveeverwerkende industrie blijven. Door verscherpte keuringen en ook bijvoorbeeld bedrijfsverhuizingen naar Brabant en de Veluwe nam het belang van de sector voor Oostzaan af. De kleine slachterijen die overbleven, groeiden echter uit tot grotere ondernemingen en gingen zich ook toeleggen op diepvries-producten.

In de jaren '80 bleven uiteindelijk drie grotere verwerkende bedrijven (in Oostzaan) en een broederij (in Westzaan) over in de Zaanstreek: Ruig en Zonen, Rep en Rozendaal, Schaft kuikenslachterijen bv en de broederij Rensen. Daarnaast woont er nog steeds een aantal poeliers in Oostzaan. Machinefabriek Meyn te Oostzaan is (mede) gespecialiseerd in apparatuur voor de pluimveeverwerkende industrie.

Bronnen:

  • J. de Boer, Het dorp Oostzaan, In: J.J. Schilstra, e.a.;
  • De Polder Oostzaan, Oostzaan 1979;
  • mondelinge informatie J. Ruig.

Pont-Meijer bv

Houthandel te Zaandam, bij Zaankanters beter bekend als NV Houthandel v/h William Pont, van welk bedrijf Pont-Meijer de voortzetting is. De in 1806 geboren William Pont richtte samen met Jacob Boot in 1828 te Edam de firma Jacob Boot & Comp. op. De 22-jarige Pont bracht een van zijn grootvader verkregen erfenis in. Zijn invloed in de kleine onderneming groeide geleidelijk, getuige enkele naamswijzigingen: van Jacob Boot & Comp, naar Firma Boot en Pont, vervolgens Pont & Boot en tenslotte Firma William Pont (1844).

Edam bood met zijn kleine zeehaven goede mogelijkheden voor rechtstreekse houtimport uit Rusland en de Scandinavische landen. Toen de stoomschepen groter werden, bood de Edamse haven echter geen mogelijkheden tot verdere expansie van de inmiddels gegroeide houthandel. De aanleg van het Noordzeekanaal, gereed in 1876, deed de Firma William Pont besluiten te verhuizen. De doorgraving van het Kattegat (1883) deed in Zaandam het Eiland ontstaan en bood een ideale vestigingsplaats aan diep vaarwater. De Zaandamse haven werd in 1885 door het graven van Zijkanaal G. toegankelijk.

Frederik Hendrik Pont, zoon van William en opvolgend eigenaar van de houthandel bracht de firma over naar het Eiland, een verhuizing die in 1888 was voltooid. De onderneming groeide daarna snel.

Enkele jaren vóór de Eerste Wereldoorlog volgde omzetting tot NV Houthandel v/h William Pont, bij welke gelegenheid het internationale vakblad 'The Timber Trade' schreef: 'De bekende Hollandse houtimporteur is bijna de grootste van de wereld'. William Pont voer toen al met een eigen rederij, met zeeschepen op voornamelijk Rusland.

De oorlog 1914-'18 bracht grote zorgen door stagnerende aanvoer. Haast rampzalig voor het bedrijf was de Russische Revolutie (1917), waardoor de in Rusland aanwezige voorraden werden geconfisqueerd. De NV moest drie zeeschepen verkopen om het verlies te compenseren en de liquiditeit op peil te houden.

Na de Eerste Wereldoorlog zette de groei zich voort. Er werd een aantal filialen opgericht, verspreid in ons land, met het oog op de niet geringe transportkosten naar de dikwijls kleine afnemers. Pont stichtte ook de destijds bekende kistenfabriek 'De Phoenix' in Halfweg, die lange tijd de slagzin 'Al een kist, krat of vat van de Phoenix gehad?' zou voeren.

De onderneming was tussen de beide Wereldoorlogen één der grootste houtafnemers van Rusland en importeerde balken en gezaagd hout uit Zweden en Finland. Op het Eiland werden steeds meer houtloodsen gebouwd. Pont had ruim honderd werknemers en stond toen bekend vanwege z'n goede lonen en sociale voorzieningen. In 1946 noemde C.J. Stelleman, havenmeester van Zaandam en verdienstelijk amateur-historicus, de NV v/h William Pont 'de grootste houtfirma van ons land'.

Het Eiland werd in 1960 door een brug met de Hogendijk verbonden, vanwege de opkomst van het wegtransport. De bouw van een groot en hoog kantoorpand waar ooit ook Medicopharma bivakkeerde gaf het Eiland een ander aanzien. Begin jaren '80 ging het bergafwaarts met houthandel Pont. Het bedrijf investeerde in andere activiteiten en leed grote verliezen op een speculatieve belegging in gronden in Maleisië. Een afschrijving van f 60 miljoen overleefde Pont niet. Sanering en gedwongen ontslagen bleek noodzaak. Het bedrijf werd overgenomen om als Pont-Meijer BV met ongeveer 40 werknemers te worden voortgezet.

In 1990 verhuisde de onderneming naar een terrein aan de Wim Thomassenhaven, grenzend aan het Noordzeekanaal. Door de overheid gestimuleerd vanwege de aanleg van de Dr. J.M. den Uylbrug. Verplaatsing van de houthandel, die grotendeels door zeeschepen wordt bevoorraad, leidde tot een aanzienlijke verlaging van de bouwkosten van de brug.

Porsius Scheepswerf bv

Sinds 1960 gevestigd in de Achtersluispolder en uitgegroeid tot één van de grotere werven in Zaandam; met zeer moderne bouwloodsen en hellingen toegerust. Specialiteit is het afbouwen en optuigen van grote elders gebouwde rompen. De zeer luxe zeil- en motorjachten zijn voornamelijk bestemd voor de export met name naar de Verenigde Staten. Daarnaast is de verbouw en reparatie van belang. Medio 1989 werd het bedrijf overgenomen door fa. Jongert uit Medemblik, er werkten toen tien personen.

Pouw Holding bv

Autobedrijf te Zaandam. Onder de holding vallen de werkmaatschappijen: Automobielbedrijven Pouw Zaanstad bv (1974), Pouw Schadebedrijf bv (1976), Pouw Lease bv (1979), Pouw Autorette bv (1984), Pouw Rent bv (1987) en Pouw Finance en Assurantie bv (1988).

De basis voor het bedrijf werd gelegd door A. de Jong, die in 1936 een garage aan de Esdoornlaan te Wormerveer opende. Na de Tweede Wereldoorlog, waarin het bedrijf rijwielen repareerde en tussen 1950 en 1952 een autorijschool werd gedreven, ontwikkelde zich een periode van geleidelijke groei. In 1957 volgde de opening van een service-station aan het Hof van Zaenden 230 te Zaandam onder de naam Garage de Jong. In 1960 werd De Jong uitgekocht en in 1974 nam J. Pouw het bedrijf over, dat toen ook zijn naam kreeg. Het bedrijf, dat toen een omzet van f 5 mln. behaalde en vestigingen had te Zaandam en Wormerveer, verkocht, onderhield en repareerde personenauto's van de merken Volkswagen, Audi en Porsche en bedrijfswagens van VW/MAN.

De vestigingen werden meermalen uitgebreid: die te Wormerveer in 1979 en die te Zaandam in 1978, 1984 en in 1988 volgde een verdubbeling. Samen verkochten beide vestigingen aan het einde van de jaren '80 circa 2200 auto's per jaar. In de jaren '90 zou een occasion- en schadebedrijf bij de Dr. J .M. den Uylbrug worden geopend. Bij Pouw Holding werkten in 1989 circa 100 personen; de verwachte omzet voor dat jaar bedroeg f 70 mln. Het financiële-dienstverleningsconcern SNS Groep in Den Bosch nam in 1994 het autoleasebedrijf Pouw Lease Nederland (PLN) over van Pouw Holding. In dat jaar werd Eef Muller benoemd tot bedrijfsdirecteur van automobielbedrijven Pouw Zaanstad.

In augustus 2008 werd Pouw Zaanstad overgenomen door Heron Zaanstad. Kort daarop verhuisde de onderneming naar een nieuwe vestiging aan de Kaarsenmakersstraat 1 te Koog aan de Zaan. Heron Auto telt vestigingen in Amsterdam, Enkhuizen, Purmerend en Zwaag.

Primus Ouwelfabriek bv

Ouwelfabriek te Zaandam oorspronkelijk gevestigd aan de Bleekersstraat en 0pgericht in 1916 door Jan Pel.

Jan Pel was van oorsprong timmerman, en richtte in 1916 een ouwelfabriek op. Hij had twee zoons en een dochter. De oudste zoon, Wijbrand werd geboren in 1889 en ging werken in de fabriek van zijn vader.
Vader en zoon kregen ruzie waarop Wijbrand zich terugtrok uit de fabriek en in 1929 een eigen fabriek begon: Zaano Ouwelfabriek2). Wijbrand was gehuwd met Greetje Groot. Tussen vader en zoon kwam het nooit meer goed, vader Jan overleed in 1940 en Wijbrand in 1942.

In 1935 fuseerde Primus met ouwelfabriek De Vrede en gingen verder onder de naam Primus Ouwelfabriek. In 1997 werd Zaano Ouwelfabriek overgenomen. In 2004 vestigde het bedrijf zij aan De Ambacht in Oostzaan, vlak bij de oprit A8.

Het bedrijf richtte zich onder leiding van Daniella Silvestri, die tot 2017 commercieel directeur was, op de internationale markt. Sinds 2017 is Wouter Smits commercieel directeur. Het bedrijf streeft naar voortdurende innovatie, zoals bijvoorbeeld het bedrukken van ouwel met eetbare inkt. Tachtig procent van de export is voornamelijk bestemd voor de Europese markt, maar ook Australië en de VS behoort tot het afzetgebied. In totaal exporteert het bedrijf naar 40 landen.

Sinds 2019 heeft Primus ook een webshop, onder de naam Primus.Direct, die zich richt op rechtstreekse levering aan de consument.

Externe links:

Website Primuswafer.com
Webshop van Primus

Prins, de

Hotel, cafe en restaurant te Westzaan, oorspronkelijk (waarschijnlijk gelijktijdig met de bouw van de eerste kerk van Westzaan) begonnen als herberg en paardestalling (uitspanning) onder eenhoofdige leiding. De herberg stond eerder bekend als 'Prins Mauritius' (begin 17e eeuw). Andere namen waren onder andere Prins Willem III (omstreeks 1685), De Koning William (1741), De Koning Frederik (1762) en De Bataaf tijdens de Franse Tijd. Daarna onder de huidige naam bekend.

In 1819 werd de herberg gekocht door Dirk Hendriksz Kopjes, tevens de eerste veldwachter van Westzaan. In die periode beschikte De Prins ook over een kolfbaan (zie: Kolven), die met een houten vloer kon worden afgedekt zodat in de zaal ook toneeluitvoeringen en andere evenementen gehouden konden worden. Een volgende eigenaar, Jan de Jager, richtte rond 1830 een biljartkamer in. De kolfbaan was rond 1870 nog aanwezig. Van oudsher fungeerde De Prins als centrum van het sociaal culturele leven in Westzaan. Vele (kleine) verenigingen maakten van de lokaliteit gebruik. Ook werden er grasverpachtingen en veilingen georganiseerd, terwijl jarenlang de bibliotheek van 't Nut in De Prins was gevestigd. Tevens was er een winkel waar men boeken en schrijfbehoeften, alsmede koffie en tabak kon kopen.

In 1916 nam Romke van der Werff het, op dat moment nog als café ingerichte, bedrijf over van Simon Grootes. Het bedrijf (als bv) staat nog steeds onder leiding van de familie Van der Werff ( rond 2016 de vierde generatie) . In 1950 was verbouwing van de oude cafezaal noodzakelijk als gevolg van verzakking door verrotte heipalen. Later werd aan de zaal een zogenaamde 'wintertuin”' gebouwd en het aantal hotelkamers uitgebreid. In 1973/74 kreeg de toneelzaal een ander aanzien en werden keuken en restaurant gemoderniseerd. Van eenmanszaak groeide De Prins uit tot een bedrijf met 20 medewerkers.
Zie ook: herbergen en Horeca.

PTT-Nederland NV

Sinds 1 januari 1989 de naamgeving van het voormalige Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie, de staat was rond 1990 aandeelhouder, met als werkmaatschappijen PTT-post BV en PTT-Telecommunicatie BV.

PTT-Nederland NV verschafte werk aan 100.000 werknemers in 1990 met in totaal 81.000 taken en is daarmee één van de grootste werkgevers van ons land. De PTT-Post BV omvatte vijf regiodirecties waaronder 167 bestuurscentra, veelal hoofdpostkantoren genoemd, ressorteren. Onder deze centra werkten 1463 postkantoren en 1121 postagentschappen met in totaal circa 4000 balie-werkplekken. De gemeenten Jisp, Oostzaan, Wormer en Zaanstad functioneerden onder de bestuurscentra Wormerveer en Zaandam. Ingaande 1991 werden beide centra samengevoegd tot één directie Zaanstad. De resultaat verantwoordelijk eenheid, zoals dit in PTT-jargon heette, ressorteerde onder de regio-directie Noord-West. Onder de hoofddirectie van PTT-Telecommunicatie fungeerden 13 district-directies. De telefoondienst in de Zaanstreek ressorteerde onder het telefoondistrict Amsterdam.

→ Lees verder...

Puddingfabricage

Industriële vervaardiging van puddingpoeder, met als belangrijkste grondstoffen mais of rijst.

Puddingpoeder wordt als merkartikel in kleinverpakking in de handel gebracht. In de Zaanstreek werd puddingpoeder voor het eerst gefabriceerd door nv Stijfselfabriek De Bijenkorf(zie: Honig), die in 1899 met de productie ervan begon, tegelijk met die van maizena. Daartoe werd later aan het Zuideinde in Koog de fabriek De Bij ingericht, die op den duur deel zou gaan uitmaken van Honig Merkartikelen. Na de teloorgang van het KSH-concern (1978) werd Honig Merkartikelen overgenomen door de CSM, Centrale Suiker Maatschappij. In De Bij wordt John Moirpuddingpoeder, alsmede bak- en cakemeel gefabriceerd. Een andere fabrikant van onder meer puddingpoeder is Crowny Food Industries bv Food Industries bv te Zaandam (Oostzijde), bij sommigen nog bekend onder de naam 'Onrust en Hoorn'.

Rederij

De scheepvaart heeft gedurende de 17e eeuw (maar ook later, tot zelfs ver in de 19e eeuw) grote hinder en schade ondervonden van de zeeroverij. De Duinkerker kapers waren berucht. De uit en naar Amsterdam en de Zaanstreek varende zeilschepen kozen zelfs dikwijls een route waarbij de vaart door het nauw van Calais werd vermeden. Men voer dan westelijk om Engeland en bleef ver van de Franse kust. Het is aardig dat in de Zaanse streektaal daaraan een uitdrukking bleef herinneren. Zaankanters zeiden, met de betekenis van ‘dat is een mijl op zeven’, ‘dat is bij Engeland om’. Het herinnert aan de omweg die zij met hun schepen moesten maken om de zeeroverij te ontwijken.

Tak van bedrijf, uitgeoefend door personen en/of ondernemingen die een of meer schepen uitrusten en gebruiken voor de vaart op zee. De binnenvaart is in dit artikel buiten beschouwing gelaten, zie daarvoor Beurtvaart binnenvaart.

Over de vroegere Zaanse rederijen zijn nauwelijks gegevens bekend. Er is geen literatuur over, archiefonderzoek is bij ons weten slechts spaarzaam verricht. Toch bestaat de indruk dat er gedurende twee lange periodes in ruime mate sprake moet zijn geweest van rederij-activiteiten. De eerste ligt tussen 1600 en 1795. Er wordt daarbij een verband verondersteld met de omvangrijke Scheepsbouw in de Zaanstreek gedurende de 17e en 18e eeuw. Daarbij neemt men algemeen aan dat de fluit-, kof- en andere zeilschepen door de werven weliswaar grotendeels op bestelling zijn gebouwd of anders direct na de bouw een koper vonden, maar dat de scheepsbouwers, meestal in samenwerking met Zaanse kooplieden, toch ook betrokken waren bij het uitreden van hun niet meteen verkochte schepen. Dit zou vooral een rol hebben gespeeld bij de Zaanse walvisrederij, zie ook: Walvisvaart. Daarnaast waren er ongetwijfeld kooplieden ook als zelfstandige reders actief. Verwezen wordt in dit verband naar het artikel Oostzeevaart; S.Hart inventariseerde de aantallen schepen die van het eind der 16e eeuw tot het jaar 1920 de Sont passeerden. Door dezelfde auteur zijn ook lijsten samengesteld met de namen van Zaanse commandeurs of kapiteins. Verondersteld mag worden dat deze commandeurs in een aantal gevallen bij de eigendom van hun schip betrokken zijn geweest, zoals dat ook bij de Oostzeevaart het geval was.

Dat de toenmalige rederij ook of zelfs vooral in de vorm van Partenrederij is bedreven ligt voor de hand; de investeringen waren omvangrijk en de risico's van de zeilvaart waren groot. Schipbreuken en gevallen van ernstige averij waren geen uitzondering; bij de walvisvaart zijn soms schepen tijdens de Zeeoorlogen door de Engelsen geconfisqueerd, terwijl bij de handelsvaart rekening moest worden gehouden met kapers (zie de margetekst). Een 18e-eeuwse walvisrederij was die van de firma Jan Rogge & Comp., zie bij geslacht Rogge. Het belangrijkste lid van dit geslacht was Adriaan Rogge, die in partenrederij onder meer een scheepvaartonderneming met acht koopvaarders heeft gedreven. De gegevens hierover zijn beperkt. Over de Zaanse rederij in de 17e en 18e eeuw is dus weinig of niets bekend. Uit verspreide bronnen weten we alleen dat er een Zaanse vloot is geweest, althans dat vele uit en op Zaandam varende schepen met een Zaanse kapitein voeren. De indruk bestaat dat een (groot?) deel van deze schepen eigendom van de Zaanse kooplieden is geweest. Of dat ook voor de beurtvaart overzee het geval was, is de vraag. Er waren in de 18e eeuw vanuit Zaandam geregelde diensten op de steden Hamburg, Bremen en Londen, terwijl ook de zoutvaart naar La Rochelle min of meer regelmatig plaats had.

Scheepsbouw en walvisvaart hebben gedurende de 17e eeuw en tenminste tot 1730 een belangrijke rol in de Zaanse economie vervuld. Daarna zette een neergang in; in 1795 was de walvisvaart geheel beëindigd, terwijl ook de grote scheepsbouw uit de streek was verdwenen. Van enige rederij zou pas na de Franse tijd weer sprake zijn.

De tweede periode van Zaanse rederij loopt van 1820 tot het begin van de jaren '80 van onze eeuw. Daarbij was er wel een zekere continuïteit in de rederij met betrekking tot de houtvaart. Houthandel Simonsz ging in 1820 als eerste de bevoorrading met een eigen schip zeker stellen. Daartoe werd het sloepschip De Hoop gekocht, een jaar later gevolgd door het smakschip De Onderneming. Beide schepen voeren naar de Oostzeehavens in Rusland, Finland en Zweden, uiteraard met het doel daar voor Zaandam bestemd hout te laden. Ze werden echter ook benut voor het transport van voedingsmiddelen (kaas, wijn, appelen, gerst; vooral Portugees zout, uit Lissabon). De Hoop bleef tot 1838 in de vaart, De Onderneming tot 1845. Het door Simonsz in 1832 aangekochte kofschip Zaandam werd al in 1839 van de hand gedaan. Andere Zaandamse houthandels die met een of meer schepen op de Oostzeelanden voeren waren Stadlander & Middelhoven en Dekker. De houthandelaren Simonsz en Dekker brachten voor gezamenlijke rekening de in 1860 gebouwde driemastbark Maria Catharina in de vaart; met dit schip van 755 ton voeren zij op Finland, waar het door Albert en Meindert Honig gekochte hout werd ingeladen. Vanaf 1880 kwam daar, ook voor gezamenlijke rekening, het barkschip Jacob Roggeveen bij. Deze driemastbark is niet alleen voor de houtvaart benut, maar voer ook een aantal malen naar de Verenigde Staten om vandaar ladingen tabak naar Holland te verschepen. De Maria Catharina is in 1882 verkocht voor de sloop, na het overlijden van houthandelaar Jan Dekker Jz. in 1887 werd ook de Jacob Roggeveen verkocht.

Stadlander & Middelhoven bezaten een aantal jaren, halverwege de 19e eeuw, een bark waarmee op Oostzeehavens werd gevaren. Bij aankoop was dit schip al 30 jaar oud. Andere Zaanse ondernemers die zich in de 19e eeuw met rederij hebben beziggehouden waren de zeildoekfabrikant Jan van Leijden Cz. uit Krommenie met twee schepen. Teewis Duyvis Jz. uit Koog met één schip en C.E. Smit, eveneens uit Koog, met één schip. Waren dit, zoals in die tijd gebruikelijk, kleine rederijen, op veel grotere schaal is een scheepvaartonderneming met zeewaardige zeilvaartuigen gedreven door de Krommenieër zeildoekfabrikeurs Willem, Brechtus en Pieter Hendrik Kaars Sijpesteijn. De omvang van hun vloot kan worden teruggevonden in de sinds 1858 verschenen uitgave 'Neerlands Vloot en Reederijen', waarin jaarlijks de gegevens van alle Nederlandse handelsschepen werden geregistreerd. Volgens de tiende jaargang had Brechtus Kaars Sijpesteijn vijftien schepen in de vaart met een gezamenlijke tonnage van 3.356 ton (1.774 last), terwijl voor rekening van Pieter Hendrik Kaars Sijpesteijn 10 schepen voeren (tezamen 2.139 ton, ofwel 1.131 last). In gezamenlijk bezit hadden zij daarenboven het grote fregat Staatsraad van Ewijk dat 749 ton mat. Dit was niet het grootste schip van de Kaars Sijpesteijns; Brechtus bezat ook het net iets grotere fregat Anthony van Hoboken, een driemaster van 754 ton. De broers B. en P.H. Kaars Sijpesteijn zetten met deze grote rederijen een door hun vader, Willem Kaars Sijpesteijn, genomen initiatief voort.

Inderdaad mogen de 19e-eeuwse rederijen van de gebroeders Kaars Sijpesteijn voor die tijd als bijna onwaarschijnlijk groot worden beschouwd. Klaas Woudt, die de gegevens over deze rederijen publiceerde, vergeleek de omvang van hun vloot met die van de andere Nederlandse reders en kwam tot de slotsom dat deze Krommenieër zeildoekfabrikanten veruit de grootste reders uit de jaren '60 en '70 van de 19e eeuw zijn geweest. De meeste reders bezaten één of hoogstens enkele schepen, er waren toen opvallend veel kapitein-eigenaars. Ook naar huidige begrippen is het getal van de op het hoogtepunt 28 grote zeewaardige schepen indrukwekkend; men moet zich anno 1990 indenken dat deze vloot bijna vergelijkbaar is met het totale aantal historische zeeschepen van de manifestatie 'Sail Amsterdam'.

De opkomende stoomvaart maakte een einde aan de rederijen van de gebroeders Kaars Sijpesteijn. Deze stoomvaart vergde zeer grote investeringen, die niet meer door particulieren konden worden opgebracht. Bovendien was Nederland relatief laat met de invoering van de stoomvaart, die in de 19e eeuw vooral vanuit Engeland concurreerde met de kleine Hollandse rederijen. De stoomschepen waren sneller en niet meer (of althans veel minder) afhankelijk van de weersomstandigheden, ze konden dientengevolge veel betrouwbaarder en regelmatiger het vrachtvervoer verzorgen. Langzamerhand werden ook steeds grotere stoomschepen gebouwd, waardoor de zeilschepen op lange trajecten niet meer tegen concurrerende prijzen konden varen. De houten schepen waren trouwens ook averij-gevoeliger dan de stalen schepen die voor de stoomvaart werden gebouwd. Het zal duidelijk zijn dat de gebroeders Kaars Sijpesteijn hun scheepvaartondernemingen niet uitsluitend voor het vervoer van hun zeildoek- (en olie)fabrieken hadden opgezet. Zij voeren wereldwijd, naar onze indruk vooral ook op Zuid-Amerika, met vrachten van allerlei aard. Hun kapiteins hadden een grote mate van vrijheid bij de verwerving van ladingen en de vaststelling van vaarroutes. Het was namelijk onmogelijk deze zaken centraal vanuit Krommenie te regelen; moderne communicatiemiddelen ontbraken nog en brieven met opdrachten en verzoeken aan of van de kapiteins waren dikwijls maanden onderweg. Opvallend is dat de Kaars Sijpesteijns overwegend kapiteins en bemanningsleden afkomstig van Schiermonnikoog monsterden. De schepen hadden overigens Amsterdam als thuishaven. In de hoofdstad, maar ook in de Zaanstreek, werd veelvuldig pakhuisruimte gehuurd om de te vervoeren of de vervoerde goederen op te slaan.

Met het verdwijnen van de scheepvaartondernemingen van de broers Kaars Sijpesteijn kwam er geen einde aan de Zaanse rederij. De houtvaart naar de Oostzeehavens is vanuit de Zaanstreek in bescheiden mate steeds voortgezet. Gegevens hierover konden (althans voor de periode tussen het eind van de 19e eeuw en de jaren '30 van de 20e eeuw) niet worden achterhaald. De grote houthandelaars bleven echter met eigen ondernemingen bij de houtaanvoer betrokken. Zie het hierover opgemerkte bij Pont-Meijer. In 1938 wist Jan Tavenier een aantal Zaanse houthandelaren te interesseren voor het voor gezamenlijke rekening in de vaart nemen van eigen schepen. Middelhoven, Pont en Simonsz verleenden medewerking, waardoor de Tilly en de Lena konden worden aangeschaft, kustvaarders van beide 400 ton. De onderneming werkte onder de naam Zeevaartmaatschappij Zaandam. De Tilly, genoemd naar de echtgenote van een directeur van Pont, week aan het begin van de Tweede Wereldoorlog naar Engeland uit. De Lena (die naar mevrouw Middelhoven was vernoemd) werd door de Duitsers in beslag genomen, maar is in 1944 door de Engelsen buit gemaakt. Na de oorlog kwamen beide schepen naar Zaandam terug, waarna Jan Tavenier de houthandels uitkocht. Zeevaartmaatschappij Zaandam werd toen een dochteronderneming van het Scheepvaartkantoor J. Tavenier bv. In totaal hebben tien schepen, met zes verschillende namen, voor Tavenier gevaren. Het waren: De Tilly (3x), De Bob T. (2x), De Jan Tavenier (2x), De Ank T., De Lena en De Jettie. Dit waren alle motorschepen, die onveranderlijk werden ingezet voor de houtvaart. Ondanks het voor de houtaanvoer wisselende en dikwijls ongunstige getij liet Tavenier nog in 1977 De Jan Tavenier van stapel lopen. Dit schip werd vier jaar later verkocht. In 1982 zijn alle activiteiten van rederij en cargadoorsbedrijf Tavenier wegens economische terugval stopgezet.

Hoewel Tavenier een goede relatie onderhield met William Pont nv, hield deze houthandel er lange tijd een eigen vloot op na. In 1951 had men bijvoorbeeld de volgende motorschepen in de vaart: Pavo (780 ton), Larix (720 ton), Ponto (720 ton) en Ponza (eveneens 720 ton). Daarnaast stond toen het veel grotere stoomschip Wilpo (2300 ton) bij Pont geregistreerd, had men kort tevoren het motorschip Joost verkocht en was een nieuw schip van 850 ton in aanbouw. Ook Pont werd echter tenslotte genoodzaakt zijn schepen af te stoten. Zo kwamen de Zaanse rederij-activiteiten in de jaren '80 alle tot een einde.

Zie ook: Economische geschiedenis 1.2.2., 3.9.2.

Ger Jan Onrust

Literatuur: K. Woudt, de geschiedenis van een Krommenieër familie-onderneming, Krommenie 1987; J. Rogge, Het geslacht Rogge te Zaandam, Koog 1948.

Reijne & Zonen bv

Groothandel in speelgoed en importeur van hobby en modelbouwartikelen in Krommenie. Het bedrijf is in 1903 geleidelijk ontstaan doordat de beurtschipper Huibert Reijne in zijn vrije tijd huishoudelijke artikelen ging maken van het krattenhout dat in zijn schip achterbleef. Uit deze bezigheid, hij maakte bijvoorbeeld mangelplanken en keukenrekken, groeide de houtwarenindustrie firma H. Reijne.

De beurtvaartonderneming werd opgeheven en Reijne bouwde samen met twee zoons het bedrijf uit tot een forse fabriek met onder meer een eigen zagerij. Er werden allerlei huishoudelijke voorwerpen, zoals trappen, droogrekken en boxen, gefabriceerd, maar ook bijvoorbeeld kinderstoelen, sleden en de vroeger bekende 'vliegende hollanders'. Door de bemoeienis met de speelgoedfabricage groeide voorts een importafdeling van speelgoederen waaronder Märklintreinen. De onderneming stond lang onder directie van C. Reijne Hz. en P.J. Avis.

In 1971 is de meubel- en houtwarenfabriek afgestoten en ging Reijne & Zonen verder als handelsonderneming, om uit te groeien tot landelijk belangrijke importeur van speelgoed en hobby-artikelen, onder directie van H.J. Avis.

Remidex Nederland bv

Handel in kantoormachines te Zaandam. Het bedrijf ontstond in oktober 1977 uit een afsplitsing van Sperry van de Remington kantoordivisie. Het hield zich bezig met import van en handel in Japan vervaardigde 'office-products' als kopieermachines, rekenmachines, computers, kassa's, afrekensystemen, electronische schrijfmachines en fax-apparatuur. Remidex was één van de belangrijkste importeurs van kantoormachines in Nederland. Remidex had in 1990 85 personen in dienst.

De bedrijfshistorie werd gekenmerkt door vele avonturen. In 1987 viel Remidex in handen van HCS Technologies. Later vond de toevoeging aan de Europese Infotec organisatie plaats. Gevolgd door de overname door de Amerikaanse mega-dealer organisatie 'Danka' en uiteindelijk, door samenvoeging met twee zusterbedrijven binnen de Danka organisatie, is het bedrijf in 1998 opgegaan in een nieuwe en grootschalige organisatie Danka Nederland waarvan de Europese activiteiten in 2006 zijn overgenomen door Ricoh. In Nederland heeft deze leverancier van kantoorapparatuur een vestiging in Woerden. Feitelijk kwam er in 1998 een definitief einde aan de Zaanse Remidex cultuur.

Rensen kuikenbroederij bv

Kuikenbroederij aan het einde van de Middel te Westzaan. ln een kuikenbroederij worden kippe-eieren uitgebroed tot eendagskuikens, die bestemd zijn voor de handel. Een deel van de bij Rensen te Westzaan uitgebroede kuikens wordt geleverd aan eigen kuikenmesterijen te Waarland en Dirkshorn. In Wijdenes bezit Rensen een opfokbedrijf voor moederdieren en een aanvoerlijn van broedeieren.

De voorgeschiedenis van het bedrijf begon in de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog, toen J.L. (Jo) Rensen op het land van zijn schoonouders aan het Weiver begon met het fokken van kippen. Dit deed hij naast zijn eigenlijke beroep: boerenknecht. Begin 1954 was de tijd rijp om deze activiteiten onder te brengen in een nv (later omgezet in een bv).

Het familiebedrijf groeide uit tot een van de voornaamste broederijen van Nederland. In 1954 was er een broedcapaciteit van 1000 eieren per week; in 1967 was de capaciteit 100.000 eieren; in 1973 200.000; in 1978 300.000; en sinds 1979 500.000 eieren per week. Tussen 1968 en 1977 was het bedrijf een onderdeel van het Wessanen concern, zonder dat de familie Rensen zich terugtrok. De groei van de capaciteit in 1979 was het gevolg van de aankoop van broederij de Meereboer te Beets. Het bedrijf gaf in 1990 werk aan 20 personen.

Vrachtverkeer wordt in eigen hand gehouden. Uit ongeveer tachtig procent van de eieren komt een levend kuiken. Deze worden afgezet in Nederland en voorts in West-Afrika en het Midden-Oosten.

Rep en Roozendaal bv

Pluimveeslachterij te Oostzaan (Noordeinde). De basis voor het bedrijf werd vlak na de Tweede Wereldoorlog gelegd door Jan Rep, die zich voornamelijk in de zomermaanden op het erf van zijn schoonmoeder aan de Dr. Scharffstraat (achter in de Kerkbuurt) bezighield met het mesten en slachten van kuikens. Uit deze eenmans-activiteit kwam een bedrijf voort dat in het midden van de jaren '60 een personeelsbestand van 40 personen had.

In 1962 ging Rep een overeenkomst aan met Ruig. Beide partners financierden 50 % van de nieuw opgerichte nv. In 1980 werd Ruig uitgekocht en werd de nieuwe naam: Rep en Roozendaal bv. Ofschoon na 1965 het personeelsbestand geleidelijk afnam, nam de productie in het in 1962 betrokken pand aan het Noordeinde toe. Door steeds verdergaande automatisering verliet in 1978 2½ miljoen kilo geslacht gewicht het bedrijf. In 1987 was dat gestegen tot 3½ miljoen kilo.

Rep en Roozendaal haalt de te slachten kuikens van vaste toeleveringsbedrijven uit Brabant en Noord-Limburg. Het vlees wordt voornamelijk geleverd aan poeliers, markthandelaren en slagers in Noord-Holland en sinds circa 1985 aan 'snijerijen' in het oosten van Nederland. Export vindt incidenteel plaats. Naast kuikens en delen van kuikens levert het bedrijf soepkippen en handelt het in buitenlandse, met name Franse, kipproducten. In 1983 werd er, mede onder invloed van de strenge Europese richtlijnen, fors geïnvesteerd in nieuwe koelcellen. In 1990 werkten er 32 personen bij het bedrijf.

Rep en Roozendaal kocht in 2004 de slachterij van het Storteboom-concern te Barneveld dat in 2003 failliet ging door de vogelgriep. Het bedrijf verhuisde daarmee van ‘geboortegrond’ Oostzaan naar Barneveld.

Begin 2006 dreigt een faillissement voor de pluimveeslachterij. Het bedrijf vroeg uitstel van betaling aan bij de rechtbank in Haarlem. Oorzaak was de gedaalde kipconsumptie uit angst voor vogelgriep bij de consument. Eind maart sloot Rep en Roozendaal haar deuren. Door het bankroet raakten veertig werknemers hun baan kwijt.

Directrice Trijnie Rep zegt in het blad Vleesmagazine tot november-december 2005 weinig last te hebben gehad van de perikelen rondom de vogelgriep. ‘Maar toen in Turkije mensen dood gingen, stopten ook de moslims met eten van pluimvee en de halalmarkt was voor ons juist heel belangrijk.’ Voor de overheid heeft Rep geen goed woord over: ‘Die steekt geen poot uit. In Den Haag zitten alleen maar vegetariërs die met de handen omhoog zitten te juichen dat onze sector omvalt.’

Reyne bv

Autobedrijf te Zaandam. Het bedrijf werd in 1968 opgericht door J. Reyne, die daarvóór ruim dertig jaar compagnon was van autobedrijf Boon & Reyne te Zaandam. Het houdt zich bezig met de verkoop van nieuwe en gebruikte auto`s, alsmede herstel en onderhoud daarvan. Bij Reyne waren in 1990 14 personen in dienst.

Riet, Boekbinderij-

Bindersbedrijf, aanvankelijk te Zaandam, thans onder deze naam te Krommenie.
De binderij werd in 1931 opgezet door P. Riet sr., die op de zolder van zijn woning begon met het repareren van boekjes en het inbinden van tijdschriften. Na de sluiting van de vroeger befaamde binderij Dikhooff (Gedempte Gracht, Zaandam) namen Riet's opdrachten snel toe, zodat hij van 1933 af een machinehal aan de Ooievaarstraat (22-26) kon inrichten en uitbreiden. Riet sr. overleed in 1963, waarna zijn bedrijf werd gesplitst. Zijn zoon P. Riet jr. richtte een onderneming op onder de naam Boekbinderij Zaandam (in 1990 gevestigd in Westzaan), terwijl zijn schoonzoons K.N. Zeulevoet en W.J. van Zeeventer zich onder de naam Boekbinderij Riet bv in Krommenie vestigden. Beide ondernemingen zijn sindsdien kleine maar goed-geoutilleerde afwerkingsbedrijven ten dienste van de grafsche industrie.

Rote Westzaan bv

Houthandel te Westzaan; oorspronkelijk was de naam Houthandel Rot, deze werd in 1945 om commerciële redenen gewijzigd in Rote Westzaan. Grondlegger van het bedrijf was Pieter Rot, die in 1886 met een van zijn vriend Jan Blaauw, later zijn oudste knecht, geleend tientje een handel in kachelhout en brandstoffen begon. Naderhand werd het een handel in brand- en timmerhout en weer later verdween het brandhout uit het assortiment, Vlak nadat hij begon verwierf de oprichter verscheidene stukken land en een houtloods.

In 1918 werden de terreinen en opstallen van de gestaakte houthandel Adriaan de Lange en Zonen in eigendom verkregen. Daarin was begrepen de stoomhoutzagerij De Huismus, gebouwd op de plaats waar in 1875 de molen De Huismus was afgebrand. De naam van de stoomhoutzagerij werd veranderd in De Adelaar. Een afbeelding van deze vogel siert sindsdien het handelsmerk van Rote Westzaan. In 1938 werd begonnen met een schaverij en een lijstenfabriek. Rond 1960 raakte het bedrijf geïnteresseerd in de houtvaart. Daartoe werd de coaster Westzaan gebouwd, maar door de komst van grotere schepen heeft deze coaster slechts twee jaar voor Rote gevaren. In die tijd werd voor circa f 3 miljoen geïnvesteerd.

In de jaren '60 vergrootte de tweede generatie de reikwijdte van de Zaanse onderneming, door de oprichting van verkooppunten in het land. In totaal werkten toen bij Rote Westzaan 275 mensen. Om de continuïteit van de onderneming veilig te stellen werd in 1973 een partnerschap aangegaan met de Engelse houthandel International Timber Corporation (ITC), die in 1982 fuseerde met het Engelse concern Montaque L. Meyer. Dat bedrijf stichtte Meyer International. Alle belangen in Nederland werden ondergebracht in Meyer Internationaal bv, van welke holding W.J. Rote directeur werd. In verband met de structurele teruggang van de Nederlandse bouwmarkt werden in 1983 de activiteiten van het bedrijf in Westzaan geconcentreerd op de westelijke Randstad als afzetgebied. De filialen buiten de Randstad namen de afzet regionaal over. In Westzaan werden 20 mensen ontslagen.

In 1984 volgde wederom een reorganisatie. Eveneens in 1983 besloten Rote Westzaan en De Zaanlandse/Van Dijk te Breda tot samengaan en werden de activiteiten op het terrein te Breda door Rote voortgezet. De houtactiviteiten van Rote Westzaan werden in 1986 weer onder één noemer gebracht, met Rote Westzaan aan de Overtoom als hoofdvestiging. Het bedrijf beschikte op dat moment ook over filialen te Arnhem, Breda, Den Haag, Eindhoven, Heemstede, Rotterdam en Westzaan, aan het Zuideinde, alsmede over de bouwmarktketen Bouwvaria voor de doe't-zelvers. Toen Rote Westzaan in juli 1991 door Pont Meijer werd overgenomen werkten er 165 personen.

Na 1996 kwam deze combinatie weer in Nederlandse handen. Het importbedrijf handelde onder de naam PontCentrop en groeide snel verder, vooral dankzij de handel in Russisch vuren- en grenenhout, waardoor het de grootste speler op de Nederlandse houtmarkt werd. De hardhoutactiviteiten werden afgebouwd en PontCentrop werd een pure naaldhoutspecialist en dat is het nog steeds. Met de verhuizing van het moederbedrijf van het Ponteiland naar de huidige locatie Zuiderhout in Zaandam ging ook PontCentrop mee en werden snel groeiende volumes naaldhout daar per schip en per as aangevoerd en gedistribueerd.

Het verbruik van versgezaagd Midden-Europees hout nam af en en werd vervangen door gedroogd Scandinavisch of Russisch hout. Hierdoor verminderden de activiteiten in Lienden en deze werden overgeheveld naar Zuiderhout. Vanaf 2010 zijn de activiteiten van de schaverij De Twee Gebroeders, die ook op het terrein in Zaandam gevestigd is, met die van ‘PontCentrop’ samengevoegd. Deze combinatie kreeg de naam Centrop Houtimport. Het bedrijf is nu uitgegroeid tot een breed georiënteerde naaldhoutgroothandel die gericht is op dagelijks levering van bewerkt en onbewerkt hout aan handel en industrie in Nederland, België en Duitsland.

Een vermoedelijk van rond 1900 daterende houtloods op het terrein van houthandel Pontmeyer, een provinciaal monument, verhuisde tot teleurstelling van vele Westzaners, in 2010 naar Industrieel Erfgoedpark De Hoop in Uitgeest. De houtloods is van architectuurhistorische waarde als vrijwel gaaf en karakteristiek voorbeeld van één van de oudste typen houtloodsen die in de Zaanstreek bewaard gebleven zijn;

  • vanwege de vrijwel gave hoofdvorm en detaillering;
  • vanwege het materiaalgebruik;
  • vanwege de gaaf bewaard gebleven constructie;
  • vanwege de historisch-functionele situering langs de Dijksloot te Westzaan.

Ruig en Zonen bv, M

Poeliersbedrijf te Oostzaan. Het bedrijf werd in 1884 gestart door Pieter Ruig, die naast koster en los werkman ook verkoper van eieren en kippen was. De Amsterdamse horeca vormde de speerpunt van de verkoop. In 1891 registreerde hij zich wegens de goede bedrijfsresultaten als koopman en verhuisde hij naar het Zuideinde. Waar hij een boerderij kon overnemen die schuin tegenover de huidige hoofdvestiging lag. Alweer een jaar later en wel op 10 mei nam hij zijn eerste boerenknecht in dienst.

Zoon Maarten Ruig, naamgever van het huidige bedrijf, zette de onderneming voort en besloot grootschaliger te werk te gaan. Maarten zette een aantal mesterijen op. De ongeveer acht werknemers hielden zich bezig met het mesten van varkens, het melken van koeien en het fokken van paarden. De zaak kon worden vergroot met behulp van hout uit de boedel van de in 1928 te Amsterdam gehouden Olympische Spelen. De mesterij groeide weliswaar goed, maar werd rond 1940 afgestoten om zich beter op de slachterij te concentreren.

Na de oorlog werd ook de slachterij opgeheven; kippen werden door loonslachtbedrijven aangeleverd. De handel in pluimvee en wild werd het voornaamste doel. De zaken namen een grote vlucht onder Jacob en Pieter, zonen van Maarten. Mede door productvernieuwing, het voortdurend aanpassen van productiewijze aan de sterk veranderende maatschappij en de toenemende welvaart in de jaren ’50 groeide het bedrijf flink. Rep en Ruig, het toenmalige Rep en Rozendaal werd in 1962 als zusterbedrijf aangetrokken, waarvan kippen betrokken werden. Beide partners financierden 50 % van de nieuw opgerichte NV. In 1980 werd Ruig uitgekocht.

De eerste winkel werd geopend in Amsterdam aan de Binnen Bantammerstraat, om vervolgens te verhuizen naar de Singel. Tevens introduceerde Ruig het opdelen van kip en in een later stadium nieuwe bereidings- en verpakkings-technieken. Eind 1949 overleed wildhandelaar en varkensmester Maarten Ruig op 66-jarige leeftijd. In de jaren ’50 en ’60 kwamen Maarten en Jan in de zaak.

Na het doorlopen van alle vakgebieden specialiseerde Maarten zich in productie en inkoop en nam Jan de commerciële werkzaamheden voor z'n rekening. In 1975 traden zij toe tot de directie en zetten het bedrijf voort met voortdurende ontwikkeling, waaronder de start van een eigen productiekeuken.

Ruig en Zonen groeide uit tot de grootste poelier van Nederland, die overwegend aan de horeca leverde. Kip bleef het belangrijkste product, maar haas, ree, rechtstreeks bij jagers in Zuid-Duitsland en Engeland ingekocht, fazant, patrijs uit Nederland, eend en ondersteunende producten als diepvries, vis en groente, aardappelproducten en salade-garnering, vormden ook een deel van het leveringspakket.

Totaal werd eind jaren '80 rond vijf miljoen kg vlees omgezet, waarvan filet het grootste aandeel had. Het bedrijf had iets meer dan 60 werknemers en een eigen winkel in Oostzaan. Sinds 1984 is een braadlijn in werking gezet, waar kip en gevogelte bewerkt worden tot direct te consumeren producten. Sindsdien organiseert het bedrijf jaarlijks een wedstrijd voor koks onder de naam Gouden Hert Trofee.

Sinds 1994 is Ruig als Freshpartner van Sligro gevestigd in verschillende zelfbedieningsvestigingen. Daarmee werd Ruig binnen Sligro/VEN verantwoordelijk voor de complete poelierafdeling. In 2008 is het aantal vestigingen uitgegroeid naar 31. Daarnaast worden de wild- en gevogelte-producten van Ruig geleverd via de Bezorgservice-groothandels.

Het hoofdkantoor is gevestigd in Oostzaan waar ook de productie is geconcentreerd. Alle wild- en gevogelte-producten worden, met inachtneming van de laatste vereiste keurings- en kwaliteitseisen, op ambachtelijke wijze bereid, ontbeend of tot porties verwerkt. Ruig is onder andere BRC gecertificeerd.

In 1997 is het wild- en gevogelte -assortiment aangevuld met de specialiteiten van Loustain. Dit bedrijf bracht in 1976 als eerste de originele Franse broodproducten op de Nederlandse markt. Loustain is door het specialistisch karakter een toevoeging die aansluit op het assortiment wild en gevogelte en de klantenkring.

Sinds 2008 is Ruig mede-initiatiefnemer van Bugs Organic Food waarmee eetbare insecten als voedsel op de Nederlandse markt wordt aangeboden. Naast voordelen als een nieuwe smaaksensatie en een hoge voedingswaarde in combinatie met weinig vet, dragen insectenproducten bij aan een verminderde milieubelasting.

Het door Ruig aangeboden geitenlamsvlees is afkomstig van een vijftal geitenboerderijen verspreid over verschillende regio’s in Nederland. De deelnemende geitenbedrijven huisvesten hun geiten in potstallen met stro en werken volgens een protocol waarin diergezondheid en dierwelzijn gewaarborgd zijn. Na de melkperiode krijgen de bokjes een mengsel van brok en ruwvoer uit de directe omgeving. De voeding van de bokjes wordt begeleid door dierenarts Geert Boink en voerfirma’s zodat het vlees een optimale smaak krijgt. De bokjes worden op het primaire bedrijf afgemest wat zorgt voor minder stress, minder transport en kilometers, minder medicijngebruik en een laag percentage uitval onder de dieren.

Michaël Ruig, zijn vader Jan en neef Wouter Ruig, de vijfde generatie die het familiebedrijf leidt, leveren medio 2016 wild en gevogelte aan groothandelaren, beheren een winkel in Oostzaan en braden, koken en roken het vlees in een eigen productiekeuken die zich richt op kant en klare gerechten zoals stoofpotjes. Dankzij de stijgende populariteit van dergelijk vlees worden geslachte dieren met alles erop en eraan minder gewaardeerd tijdens de kerstdis.

Sabel

Ondernemersgeslacht te Zaandam in de 19e en 20e eeuw. In 1867 kwam August Wilhelm Friedrich Zabel (1844-1917) in deze streken, zoon van Gottlieb Zabel en Henriette Jenz uit Mlijkovel Kosjesen in Polen. De Zabels waren begin 18e eeuw van Zweden naar Polen getrokken en August vocht voor Pruisen bij Koniggratz. Hij was op weg naar Amerika, maar kwam in Nederland andere Polen tegen, die door de crisis gedwongen waren te repatriëren. Hij besloot in Holland te blijven en vond werk als grondwerker bij de aanleg van het Noordzeekanaal. Met zijn technische aanleg bracht hij het vervolgens tot stoker, machinist en hoofdmachinist op de baggermolens.

Toen het kanaal klaar was trouwde hij en vestigde hij zich aan de Zaan. Hij vond een baan op een houtzagerij en leerde zichzelf in de avonduren lezen en schrijven. Daarna begon hij een rasecht familiebedrijf dat nooit meer dan drie aandeelhouders kende en er als NV nooit een commissaris op nahield.

In 1876 opende August Sabel een winkel in machinebehoeften, olie, kruidenierswaren en gedestilleerd. Overdag werken op de houtzagerij en 's avonds bedienen in de winkel was niet vol te houden en daarom zegde hij zijn baan op. Hij bouwde zijn zaak verder uit en werd agent van Pfaff naaimachines en importeur van gereedschapsmachines. In 1886 kwam een fabrieksgebouw aan de Westzijde gereed.

Was August Sabel toch vooral een handelsman, zijn zoon Teunis Sabel (1874-1936) breidde de fabricage sterk uit. Hij werd in 1902 enig firmant en wist door enorme werkkracht, degelijke handel en wandel en openhartig optreden veel respect af te dwingen. Hij was actief betrokken bij de Centrale Ambachtsschool van de Zaanstreek, de technische school die later naar hem werd vernoemd.

→ Lees verder...

Samas-Groep nv.

(Groot)handelsonderneming en producent van voornamelijk de kantoorinrichting en -uitrusting betreffende artikelen, gevestigd te Maarssen, Utrecht. De Samas-groep kwam voort uit het aanvankelijk te Zaandijk en later te Zaandam gevestigde Aspa bv. Ook Assenburg bv (fabrikant van stalen meubelen, eerdere naam Asmeta) maakt deel uit van deze beursgenoteerde onderneming.

Begin oktober 2000 gaven kantoorinrichters Ahrend en Samas aan te willen fuseren. Daarmee werd de combinatie marktleider in Europa op het vlak van kantoorinrichting. De aandeelhouders van Ahrend reageren positief.

De nieuwe onderneming zou de naam Ahrend-Aspa dragen, een jaaromzet van ruim 1,5 miljard euro genereren en circa 8200 werknemers tellen. De beurswaarde bedroeg op dat moment ruim 400 miljoen euro. Om de fusie te bekostigen werd een eenmalige voorziening van 25 miljoen euro getroffen.

Bestuursvoorzitter J. de Mos van Samas zou de hoogste man worden, terwijl J. Koenders van Ahrend met pensioen ging. Tot voorzitter van de raad van commissarissen werd J. Pennings benoemd, de voormalige bestuursvoorzitter van kopieerfabrikant Océ. ,,Iedereen wordt van deze fusie beter“, stelde Koenders in een toelichting. ,,We hebben er gedurende negen maanden uitermate goed naar gekeken.''

Maar het wat tweeslachtige offensief verpieterde. Aartsrivaal Buhrmann, marktleider in de verkoop van kantoorartikelen in de VS had eveneens soortgelijke Europese ambities en deed een 50 procent hoger tegenbod op Ahrend én Samas. Een groep beleggers met ongeveer de helft van de aandelen van Samas wilde iets anders dan een fusie met Ahrend. En er meldde zich een onverwachte vijfde partij, die zelfs een concreet bod zei te overwegen: Stonehaven, een gelegenheidscombinatie van twee grote beleggers in Ahrend, die al ruim 33 procent van de aandelen meende te bezitten. Stonehaven bundelde de belangen in Ahrend van twee familiebeleggers, HAL (familie Van der Vorm) en Egeria (C&A familie Brenninkmeijer). Volgens de laatste meldingen had HAL bijna 22 procent van de Ahrend-aandelen en Egeria 5 procent. Hoeveel geld Stonehaven wilde bieden was onduidelijk, al zou Ahrend dat volgens een insider wel weten. Zoals Ahrend ook op 7 november 2000 al een brief ha gekregen en daar op 9 november op had geantwoord, zonder daar de buitenwereld over te informeren.

Dat iemand aan het kopen was op de effectenbeurs was kenners niet ontgaan. De omzetten in aandelen Ahrend waren hoger dan gewoonlijk, evenals bij Samas. Al kochten deze beleggers, zeggenschap konden zij niet krijgen. Bij Ahrend én Samas was het stemrecht op aandelen in handen van stichtingen die in naam onafhankelijk zijn, maar in de praktijk doorgaans niet tegen het bestuur van de onderneming stemden. En twee weken eerder gaven beide ondernemingen ook nog eens aparte aandelen uit aan weer andere stichtingen, die een overname door een derde partij moesten verijdelen.

In de ochtend van 29 november 200 liepen koersen van Buhrmann, Ahrend én Samas licht op, een signaal dat marktpartijen ook niet wisten wat de afloop is. Mocht Buhrmann bijvoorbeeld een bod van Stonehaven willen overtreffen, dan moet zij of extra eigen aandelen uitgeven of extra geld lenen. Dat zijn geen koersopdrijvende argumenten.

Schaft kuikenslachterijen bv

Voormalige pluimveeslachterij te Oostzaan. De grondslag voor het bedrijf werd in 1963 gelegd door Klaas Schaft. De voormalige werknemer van slachter Rep ging voor zichzelf slachten in een pand aan het Zuideinde. Het bedrijf groeide geleidelijk. Midden jaren '70 werd het verplaatst naar de Kerkbuurt en werd het bedrijf een besloten vennootschap. Een paar jaar later waren er meer dan tien werknemers. Die werkten al niet meer met de hand, zoals Schaft begonnen was. De machines waar zij mee werkten werden begin jaren '80 vervangen door een computer-gestuurde lopende band.

Schaft leverde kuikens en kuikenproducten, alsmede in het (kerst-) seizoen kalkoenen. De afnemers kwamen voornamelijk uit Amsterdam, de rest van Noord-Holland en Gelderland. Er werd geleverd aan poeliers, marktkooplui, supermarkten, slagerijen en snijerijen. De 15 werknemers verwerkten per dag (vier dagen in de week) ongeveer 10.000 kuikens. Gemiddeld werd per maand 275 ton levend gewicht omgezet.

Het bedrijf kreeg moeilijkheden met het handhaven van de strenge EG-milieunormen. Het ging in 1989 failliet, toen het de investeringen voor verbetering niet kon opbrengen.

Schavemaker Transport bv

Transportbedrijf, aanvankelijk te Assendelft, in 1982 verhuisd naar Beverwijk omdat de locatie in Assendelft te klein werd en omdat men op dat moment de Hoogovens als grootste klant had. Men heeft ook vestigingen in Polen en Slowakije. Het bedrijf werd in 1966 opgericht door H.C. Schavemaker als eenmanszaak en houdt zich vanaf het begin bezig met internationaal transport. Het bedrijf groeide in 1991 naar een personeelsbezetting van 40 man. De juridische vorm werd omgezet in bv.

→ Lees verder...

Scheepsbouw

Nijverheid, het produceren (en/of repareren) van vaartuigen. Dit kunnen houten, metalen, betonnen en/of kunststof schepen zijn, zowel voor de binnen- als voor zeevaart. De bouw van bijvoorbeeld booreilanden wordt ook tot de scheepsbouw gerekend; deze sector is echter nooit in de Zaanstreek bedreven. De Jachtbouw heeft zich ontwikkeld tot een zelfstandige bedrijfstak. Vaartuigen zijn voor de bewoners van het waterrijke Holland altijd van groot belang geweest. Archivarisch of archeologisch bewijs voor het gebruik van schepen in de Zaanstreek in de Middeleeuwen of daarvoor is echter niet geleverd.

Ofschoon bewijs daartoe ontbreekt, kan de scheepsbouw waarschijnlijk voor een lange periode de belangrijkste tak van nijverheid in het Noorderkwartier worden genoemd. Op verscheidene plaatsen waren in de 16e eeuw scheepswerven aanwezig. De belangrijkste plaats in die tijd was Edam, waar honderden personen hun werk in de scheepsbouw vonden. Evenals in Amsterdam (en later Zaandam) was de bouw direct verbonden met de houthandel en de houtzagerij. Dat resulteerde in 45 werven te Edam in 1561. Na terugval in de jaren van de Spaanse 'troubel' (met name 1572-1576), bloeide de scheepsbouw daarna weer op en bereikte zij haar hoogtepunt rond 1600. Concurrentie van andere plaatsen, maar vooral de verzanding van de aanvaarroute naar de haven, deed het belang van de nijverheidstak aldaar tenslotte afnemen. Edam was weliswaar de voornaamste scheepsbouwplaats in deze periode, maar ook in omringende dorpen en steden werden schepen gebouwd, zoals in Hoorn, Enkhuizen, Amsterdam, Haarlem en De Rijp.

In Wormer en Jisp bouwde men kleinere schepen en repareerde men uit die plaatsen uitgerede haringbuizen. Alle deze genoemde plaatsen zouden naderhand aan belang inboeten ten gunste van Oost- en Westzaandam, Scheepsbouw kreeg in de 17e en 18e eeuw een centrale plaats in de Zaanse economie. In samenhang met deze nijverheid ontstonden Houthandel, Houtzagerij, Beschuitbakkerij, Zeilenmakerij, Walvisvaart, kuiperij, Mastenmakerij, Ankersmederij, Beeldsnijderij, Touwslagerij enzovoort.

Honderden Zaankanters vonden direct of indirect hun bestaan in de scheepsbouw. De opbloei van de sector was een belangrijke bepalende factor in de bevolkingsgroei van de 17e en 18e eeuw, terwijl de teloorgang van de scheepsbouw mede de bevolkingsdaling van het einde van de 18e en het begin van de 19e eeuw veroorzaakte.

→ Lees verder...

Schenker, De

Schilderij (2013) naar een potloodtekening die in 1927 gepubliceerd is in het Gedenkschrift ter gelegenheid van het 10-jarige bestaan van de Wormerveersche Middenstands Vereniging. Er werd slechts bij vermeld 1859, Zuideinde, gezien vanaf de molen De Samson. Links achter het schip staat pakhuis “Roo-Duit”, daarachter het Weeshuis en molen “De Schenker” verderop staat molen “De Eenhoorn”. Bron: atelier “Boog 13” Wormer, Gerrit J. Schenk

In 1639 wordt “een erffgen Saendijcx tusschen Wormerveer en die Saendijck” verkocht aan Jan IJsbrantsz. Eddes, een molenmaker uit Uitgeest. Deze bouwt op dit erf, dat binnendijks lag, een woonhuis en later een molentje.

Op 3 maart 1672 verkoopt Eddes het woonhuis en de molen aan Jan Dircksz. Schenk, die met de molen een “schilpsant- en bickstienmaelder” gaat beginnen. Een molen die schelpzand en biksteen vermaalt en later ook potas. Zie Aschnagotie.

Snel nadat Jan Dircksz. Schenk de molen had overgenomen, dook de naam “De Schenker” op, deze naam komt het meest voor maar ook worden de namen “Het Ruimpje”en “Het Schilpruimpje” in de stukken genoemd.

De molen werd in 1727 afgebroken en vervangen door een grote bovenkruier die tot 1877 heeft gewerkt. In dat jaar werd de molen afgebroken en werd op deze plaats cacaofabriek “De Ruiter” door de firma W.J. Boon & Comp. gebouwd.

Uit de eerst bekende gegevens blijkt dat de molen op een erf aan het Zuideinde van het dorp Wormerveer stond. Dit wordt nog eens bevestigd op de eerste kadastrale kaart die tussen 1812 en 1832 van Wormerveer werd gemaakt. Hij stond tussen de molens “De Samson” en “De Eenhoorn”, twee oliemolens aan het Zuideinde ter hoogte waar nu het pand zeepziederij “De Adelaar” staat. Zie “Jan Dekker

Literatuur:

  • Zaanse verhalen 2009, Ron Couwenhoven
  • Wormerveer langs weg en Zaan, Jan Aten

Schipper Zaandijk bv

Groothandel in glas, porselein en aardewerk te Wormer, aanvankelijk onder andere gevestigd te Westzaan en aan de Lagedijk te Zaandijk. Het bedrijf werd in 1865 door J. Schipper als een handel in galanterieën te Westzaan begonnen, nadat hij eerder als marskramer met een hondekar, en later met een trekschuit handel dreef in lampeglazen, aardewerk, borden, kommen en lampetstellen. Rond 1900 werd de groothandel opgezet voor met name de Zaanstreek, Waterland en het gebied rond Alkmaar.

Vanaf 1936 richtte het bedrijf zich op de gehele Nederlandse markt. De juridische vorm veranderde van vof, via firma naar bv. De bedrijfsfinanciering geschiedt via eigen vermogen en verstrekt bankkapitaal. Na 1950 ontstond een grote omzetstijging. Het personeelsbestand groeide naar zo`n 50 personen. In 1976 verhuisde het bedrijf naar Wormer waar men op een gebied van 20.000 vierkante meter een magazijn, toonkamer en kantoorruimte betrok. Dit vergde een investering van f 5,5 mln. Het bedrijf importeert glas, aardewerk en porselein uit de hele wereld. Het richt zich op de binnenlandse markt voornamelijk op de groothandel, grootwinkelbedrijven, supermarkten, detailhandel en op de relatiegeschenkensector en exporteert naar de VS, Canada, Antillen en Suriname.

Bij het bedrijf waren in 1990 42 personen werkzaam.

Schipper Kaas bv

Kaasgroothandel en producent van rook- of smeltkaas sinds 1908, gelegen aan de Westzanerdijk te Zaandam, op de grens met Westzaan. Bij gebrek aan troonopvolgers in 2011 ingelijfd bij Logistiek concern A-ware Food Group uit Lopik.

Op deze locatie waren in de 17e-eeuw diverse buitengaatse scheepswerven gevestigd ten behoeve van de walvisvaart op Groenland en de Straat Davis. De drie grootste scheepswerven behoorden omstreeks 1685 tot halverwege de 18e eeuw toe aan het Zaanse geslacht Ouwejan, gespecialiseerd in de bouw van walvisjagers. Veel Westzaners ging in die tijd op walvisvangst. Vanaf eind 18e eeuw speelde het terrein en het bijbehorende vastgoed de rol van goederen-opslagplaats.

Schipper Kaas werd opgericht door Daniël Schipper, aanvankelijk in de boerderij van zijn vader. Vrij vlot daarna werd ook zijn broer Anton aan de zaak toegevoegd. En dus werden onder de naam 'Gebr. D. & A. Schipper' Edammer en Goudse kazen verkocht vanuit het pakhuis 'Wisselvalligheid'. Het pakhuis dateerde uit 1788, ooit als tweedehandsje opgekocht in Oostzaandam. Ondanks haar verhoogde vloeren om het water tegen te houden ging echter in vlammen op in 1921, waarna nieuwbouw volgde. Het bedrijf groeide daarna steeds voort.

→ Lees verder...

Schoemaker bv, Jan

Cacaoboterfabriek en cacao-extractiebedrijf (voorzover bekend het eerste ter wereld) te Zaandam opgericht in 1923. Grondleggers van het bedrijf waren de gebroeders Jan en Piet Schoemaker, die in juni 1923 begonnen met de in- en verkoop van granen, zaden en peulvruchten; zij werkten voornamelijk op de Amsterdamse beurs. Al snel gingen zij zich ook bezig houden met de verwerking van cacao-afval. De zogenaamde leeggeperste cacaopulp, waarvan cacao-koeken werden gemaakt, bevatte nog ca. 25 % cacao-boter. De broers kochten de pulp op, om in gehuurde molens, door verwrijving tussen de molenstenen en het opnieuw slaan van de koeken, nog een deel van de boter vrij te maken. In 1923 hadden zij daarvoor een aantal molens in bedrijf. In de resterende cacao-schilfers bleef echter nog altijd 10-12 % boter achter. Geïnspireerd door de olie-industrie experimenteerden de broers om via oplosmiddelen ook dit restant uit de schilfers te halen, te extraheren.

→ Lees verder...

Schollee BV, A

Bouwbedrijf te Wormerveer. Het bedrijf werd in 1934 opgericht door Anton Schollee en houdt zich bezig met onderhoud, verbouw en nieuwbouw en fabriceert voor deze werkzaamheden kozijnen, ramen en dergelijke. De juridische vorm is na firma en NV omgezet in BV. Directeur en enig aandeelhouder in 1990 was P.M. Koelemeijer. In 1990 waren 14 personen bij Schollee BV werkzaam.

Externe link:

Website Schollee BV

Schwabe BV, Dr. Willmar

Dr. Willmar Schwabe BV, fabriek van homeopathische geneesmiddelen, aanvankelijk gevestigd te Zaandam, in 1981 verplaatst naar Alkmaar. De basis voor het bedrijf werd in maart 1899 gelegd toen apotheker drs. F. van Dijk van de Hertenapotheek, gevestigd aan de Westzijde 152 te Zaandam, de Nederlandse vertegenwoordiging kreeg van de fabriek in homeopathische geneesmiddelen firma Dr. Willmar Schwabe te Leipzig.

In 1903 verhuisde Van Dijk de apotheek naar het adres Westzijde 118. In 1910 werd de vertegenwoordiging van Schwabe omgezet in een filiaal. Van Dijk begon nu ook met de bereiding van de homeopathische geneesmiddelen van Dr. Willmar Schwabe. In 1914 was er behoefte aan meer ruimte en werd het pand Westzijde 116 gekocht. Daarna volgden de bouw van een apart pakhuis en in 1945 een aan- en verbouw, waardoor het pakhuis met Westzijde 118 een geheel vormde.

Na de Tweede Wereldoorlog werd het bedrijf een zelfstandige Nederlandse NV, later omgezet in BV. Het in de oorlog verbroken contact met het inmiddels naar Karlsruhe overgeplaatste Duitse bedrijf werd hersteld en tussen beide bedrijven bleef een nauwe samenwerking bestaan, op het gebied van research en know-how. In 1965 werd het in Den Haag gevestigde bedrijf Homeopathie Voorhoeve NV overgenomen en naar Zaandam overgeplaatst. Sindsdien verzorgt deze inmiddels in een BV omgezette vennootschap de aflevering van homeopathische geneesmiddelen van beide bedrijven onder de gezamenlijke merknaam VSM Geneesmiddelen BV (VSM: Voorhoeve-Schwabe-Merk).

Oorspronkelijk was het bedrijf te Zaandam gespecialiseerd in de bereiding van homeopathische geneesmiddelen uit planten, dierlijke grondstoffen en mineralen. Na de overname van Voorhoeve concentreerde Schwabe zich ook op de fytotherapeutica, de productie van geneesmiddelen uit plantaardige grondstoffen. Gebrek aan ruimte deed zich in 1978 gelden. In Westknollendam werd een bedrijfshal gehuurd voor productie en opslag. Ook dat bleek onvoldoende te zijn. Zaandam bood geen verdere uitbreidingsmogelijkheden, zodat in 1979 het besluit viel in Alkmaar een nieuw complex te bouwen met daarbij de aanleg van een kruidentuin van 5.000 vierkante meter. Dit vergde een investering van f 6 miljoen gulden. De nieuwe bedrijfsruimten werden in 1981 in gebruik genomen.

Schwabe houdt zich bezig met de productie van homeopathische en fytotherapeutische geneesmiddelen en richt zich uitsluitend via officiële farmaceutische kanalen op de Benelux. Via voorlichting aan medische studenten, artsen en andere belangengroepen heeft Schwabe er mede toe bijgedragen, dat de homeopathie in ons land bekendheid heeft gekregen. Bij VSM-Alkmaar waren in 1991 circa 190 personen in dienst.

Seignette bv, Aannemingsmaatschappij J

Aannemingsbedrijf te Assendelft met verschillende gespecialiseerde 'dochters'. Het bedrijf werd in 1960 opgericht door Jan Seignette, die zich in loondienst verhuurde bij boeren in de wijde omtrek voor werkzaamheden als maaien, hooien en balen persen; daarnaast had hij een melkwijk. Hij begon voorts met het aanleggen van rioleringen en duikers. Dit werk werd steeds belangrijker. Seignette kwam in contact met het grond-, weg- en waterbouwbedrijf der firma Bosland, waarmee hij in 1965 een fusie overeenkwam.

Hierdoor werd hij specialist in de aanleg, het onderhoud en de verbetering van wegen, bestratingen beschoeiingen enz. en het uitvoeren van grond- en graafwerk. Na aanzienlijke investeringen in 1972 kon het bedrijf een belangrijke bijdrage leveren aan de aanleg van het recreatiegebied Spaarnwoude, de Floriade te Amsterdam en de Hemspoorbaan. Ook realiseerde het veel rioleringswerk voor Zaanstad. In 1982 was Seignette uitgegroeid tot een bedrijf met 125 werknemers. Verdere groei maakte een andere organisatie-structuur noodzakelijk. In 1985 werd Seignette Assendelft Beheer bv opgericht, met drie werkmaatschappijen: Aannemingsmaatschappij Seignette bv (met 170 werknemers in 1991), Seignette Transport bv (15 werknemers in 1991) en Seignette Groen bv. speciaal voor onderhoud en aanleg van beplantingen.

In 1990 werd aannemingsbedrijf D. Cornelissen overgenomen, een bedrijf met 20 werknemers te Zwanenburg, gespecialiseerd in sloop- en saneringswerk. Een belangrijke opdracht was de aanleg van de Floriade, die in 1992 te Zoetermeer werd geopend. Voorts werkt men vooral voor gemeentes in West- en Midden-Nederland. Het bedrijf beschikt over uitgebreid materieel, waaronder 35 graafmachines. In 1990 trad oprichter J.C.M. Seignette uit de directie. Het bedrijf had in dat jaar een omzet van f 50 mln. In 1991 werd begonnen met de bouw van een groot, nieuw bedrijfspand aan de Zaandammerweg te Assendelft.

In 1998 liet Heijmans Infrastructuur en Milieu BV blijken belangstelling te hebben voor Seignette. Dick Ruinaard, meerderheidsaandeelhouder, had toen zijn pakket in de etalage gezet. De voorwaarden dat het personeel kon blijven, dat het management mocht blijven zitten en dat onder eigen naam kon worden doorgewerkt, wilde Heijmans graag accepteren. Want behalve dat Seignette een aardige aanvulling op Heijmans' activiteiten vormde, kwam het werkgebied van de gww-aannemer precies overeen met de witte vlek binnen de Heijmans-organisatie. Seignette heeft zijn werkgebied altijd beperkt gehouden tot een straal van 100 kilometer rond Assendelft. De grens waar de activiteiten van Heijmans zo ongeveer stopten. Logisch daarom dat de Brabantse bouwonderneming voor Seignette wel in de buidel wilde tasten.

Vrijwel gelijktijdig met de ingebruikname van het nieuwe kantoorpand eind april 2001, vierde gww-aannemingsbedrijf Seignette in Assendelft het veertigjarig bestaan. In de sector neemt de dochter van Heijmans Infrastructuur en Milieu een bijzondere positie in. Geen enkel collega-bedrijf heeft dermate veel materieel in eigendom en voert zoveel werk in eigen beheer uit als Seignette.

Seignette liet tussen 1990 en 2000 een enorme groei zien. Vooral te danken aan moeder Heijmans, die in 1998 haar kans schoon zag om de Zaanse aannemer over te nemen. Mede dankzij die overname schoot de omzet van Seignette omhoog van 123 miljoen naar een slordige 140 miljoen gulden.

De onderneming telt zo'n 350 medewerkers op de loonlijst en de balans vermeldt miljoenen aan materieel. Seignette bezit meer dan 35 graafmachines en tientallen dumpers. Het resultaat van een onderzoek onder 110 opdrachtgevers leidde tot tevredenheid over de geleverde kwaliteit en betrokkenheid die bij Seignette wordt ervaren. Groot grondwerk, beschoeiingen, sloopwerk, bestratingen of aanleg van groenvoorzieningen, vrijwel alles kan de Zaanse onderneming aannemen. Versterking

Het onlangs betrokken nieuwe kantoor is ruim, erg ruim. Is dit een stille verwijzing naar toekomstige ambities tot groei? Directeur Lok is er duidelijk over: “We willen verder werken aan een stevige basis onder onze organisatie. We zijn niet gericht op verdere expansie. Nóg groter worden betekent, nóg meer stafleden, nóg meer personeel en veel meer werk binnen halen. Dat zou een onaanvaardbare druk met zich meebrengen. Nee, laten we maar een beetje in deze schaalgrootte blijven denken. Nu, in het jaar 2001, voelen we ons gelukkig.”

Shebi-Kemi bv

Eerst Naarden-Kemi, later Sheby-Kemi onderdeel van het Unilever-concern. N.V. Chemische Fabriek Naarden en het Finse Kemi Oy besluiten in 1961, in samenwerking met Union Bag-Camp Paper Corporation, V.S., tot de bouw van een fabriek voor gefractioneerde tall-olie (een bij-product van cellulose bereiding uit naaldhout dat onder andere een rol speelt bij het maken van papier) op het terrein van Naarden-dochteronderneming Jan Dekker aan de Hogeweg te Wormerveer. In 1964 opende de fabriek.

In 1962 besluit de raad van bestuur de productie van de fabriek Naarden-Kemi te verhogen. Hiervoor heeft de vennootschap meer middelen nodig. Derhalve zijn 500 aandelen van nominaal ƒ 1000 tegen een redelijke koers ondershands geplaatst. De directie is over deze transactie zeer tevreden.

1963: Jan Dekker N.V., waarvan de resultaten, iets achter bleven bij 1961, zal in het lopende boekjaar, mede in verband met aan Naarden Kemi N.V. te verlenen diensten, - circa f 600.000,- vorig jaar 1137.000,- investeren. In verband met de strenge winter houdt ‘Naarden Kemi’ N.V. ermee rekening dat het tall-olie fractioneringsbedrijf circa drie maanden later gereed zal zijn dan gepland was.

Al snel, tijdens het proefdraaien van de fabriek, moest de fabriek kort sluiten wegens stankoverlast. Ook in de jaren nadien kwam het bedrijf vaak in opspraak door verontreiniging. Het bedrijf loosde verontreinigd water in de Zaan .Ook zouden er gaten in nylonkousen ontstaan in nylonkousen, wat echter nooit is bewezen

Een jaar later, 1979, ziet het bedrijf de verkoop van drukinktharsen bedreigd vanwege sterke concurrentie door harsen met een minder schadelijke samenstelling. Over het samenvoegen van de beide laboratoria van Unilever tot één vestiging in Vlaardingen lopen, nog onderhandelingen met vakbonden en ondernemingsraden.

Simonsz & Zoon., Houthandel nv v/h H

Houtzagerij en houthandel te Zaandam; in 1965 na een fusie omgezet in Simonsz Weeteling en in 1981 na een fusie in Simonsz & Middelhoven. De houthandel werd gesticht door Johannes Simonsz (1790-1870), eerst gehuwd met Anna Maria Ebmeijer (gest. 1833) en daarna met de welgestelde burgemeestersdochter Aafje Dekker (gest. 1886), zoon van Hendrik Simonsz (1758- 1827) en Elisabeth Rijger (1760-1795). Johannes Simonsz had eerst een levensmiddelenhandel, voerde een rederij en probeerde zelfs een Maatschappij van Scheepsbouw op te zetten, hetgeen geen blijvend succes werd. In 1832 besloot hij olieslager te worden en kocht hij de molen De Vogelstruis en in 1839 De Witte Duif. Zijn oudste zoon Johannes Simonsz (1818-1887), gehuwd met Christine Hermine Nellius (1822-1855), werd houthandelaar te Montfoord. Voor zijn tweede zoon Hendrik Simonsz (1824-1888), eerst gehuwd met Guurtje Kroeger (1822-1855) en daarna met Grietje Ebmeijer (1830-1884) kocht hij in 1842 de houtzaagmolen Het Lusthof.

Deze Hendrik werd de eerste generatie Zaandamse houthandelaars. Diens zoon Johannes Simonsz (1853-1937), gehuwd met Helena van de Stadt (1853-1928), zette de zaken voort. Het houtbedrijf kocht voor sloop of voor overplaatsing bestemde molens De Rust van het Vaderland, De Gekroonde Liefde, De Acht Gebroeders, De Blauwe Arend en De IJpenboom, en voorts houtloodsen, balkensloten en de houtkoperij van Thomas Bramer, met panden genaamd Zweden en Noorwegen. Nieuw gebouwd op de houtwerf werd de molen De Nachtegaal J. Simonsz maakte in 1875 een reis naar Petersburg in Rusland om persoonlijk zijn houtleveranciers te ontmoeten en werd zelfstandig rondhout-importeur. Zijn broer Klaas Simonsz (geb. 1855), gehuwd met Jannetje Buys, werd houthandelaar te Vianen.

In 1872 werden een stoommachine van 16 pk en een ketelhuis aangeschaft; de Stoomhoutzagerij De Onderneming ontstond. De productiecapaciteit van de stoommachine was ongeveer gelijk aan die van een molen. Dat bleek onvoldoende. In 1881 kwam een stoommachine van 100 pk in bedrijf. Ten behoeve van zijn vijf kinderen zette J. Simonsz in 1913 de firma om in nv Houthandel v/h H. Simonsz en Zoon. Naast directeur H.J. Simonsz werd de als jongste bediende begonnen Alb. Buys Jz. in de directie opgenomen. J. Simonsz werd commissaris. Tweemaal werd het bedrijf door brand verwoest (1901 en 1905) en weer herbouwd. In 1932 kwam de klant Appel Hout- en Bouwmaterialen nv te Den Bosch in betalingsproblemen. Met name door toedoen van H.J. Simonsz. die door spreiding de toekomst van het bedrijf wilde veilig stellen, nam Simonsz Appel over. Een volgende uitbreiding had plaats in 1936 toen de werf Doesburgh met daarop de molen De Vlijt (toen reeds als fabriek ingericht) werd overgenomen.

Simonsz kwam de Tweede Wereldoorlog redelijk door. De laatste maanden van de oorlog waren echter moeilijk, aangezien tussen januari en mei 1945 de houthandel als 'Wehrmachtslager' werd aangewezen en een Duitse bezetting kreeg. Na de oorlog werden de activiteiten weer open verder uitgebouwd. In 1951 werd op het bedrijfsterrein een kisthoutfabriek opgericht; een 'hobby' van de in 1950 tot directeur benoemde J. Simonsz (hij bleef tot 1979 in functie, keerde daarna door het plotseling overlijden van zijn opvolger, nog voor een korte periode terug). In 1958 nam Simonsz voor 1/3 deel in de oprichting van een betonmortelcentrale bij Appel in Den Bosch. Een fusie in 1971 was de oorzaak van naamsverandering en wijziging in de constructie van het bedrijf. Dat jaar werd gefuseerd met het eenmans-bouwbedrijf J. Weeteling in Zaandam, op een terrein bij de gasfabriek (hoek huidige Vincent van Goghweg/Westzijde).

Opgericht werd N.V. Bouwstoffen Weeteling, de handelsnaam werd Simonsz Weeteling. De oude uit 1913 stammende nv werd het moederbedrijf (holding). Bouwstoffen Weeteling nam alle zaken en het personeel over. Uitgangspunt bij deze verandering in de structuur was dat het houtbedrijf de leveringen op lange afstand wilde inperken en voor de Zaanstreek en omgeving in (ook andere) bouwmaterialen wilde gaan handelen. In 1981 fuseerden de Zaanse vestigingen van houthandel Simonsz Weeteling te Zaandam en houthandel De Wed. Stadlander & Middelhoven bv te Wormerveer tot Simonsz & Middelhoven Bouwspecialiteiten bv. Het besluit in 1981 om Simonsz Weeteling en Stadlander & Middelhoven te doen fuseren werd genomen als gevolg van de moeilijke situatie in de Nederlandse houthandel. Bij Simonsz Weeteling werkten op dat moment 20 mensen; bij Stadlander & Middelhoven werkten 27 mensen. Vijftien personeelsleden werden na de fusie ontslagen. De nieuwe naam werd Simonsz & Middelhoven Bouwspecialiteiten bv. Vestigingsplaats werd het terrein van Stadlander & Middelhoven in Wormerveer. Het jaar daarop werd Tegelhandel J. van Erp bv te Schijndel, welke in 1978 was overgenomen, verkocht. Dochteronderneming Appel Hout- en Bouwmaterialen nv te Den Bosch ging in 1984 failliet.

In 1985 fuseerde Simonsz & Middelhoven met Houthandel Donker & Schipper. Zie voorts onder Houthandel v/h P. Donker & Zn.nv.

Simonsz & Middelhoven Bouwspecialiteiten bv

Houthandel te Wormerveer, ontstaan uit een fusie van de houthandels v/h H. Simonsz & Zoon te Zaandam en de Wed. Stadlander & Middelhoven bv te Wormerveer, in 1985 opgegaan in Donker & Middelhoven).

Smit Expeditie bv

Expeditiebedrijf te Zaandam; oorspronkelijk beurtvaart-, later wegvervoers- en op- en overslagbedrijf. Uit het familie-archief blijkt dat Cornelis Arisz. Smit in 1770 al goederen vervoerde. Als stichtingsjaar wordt echter 1797 aangehouden, toen Aris Cornelisz Smit, de tweede zoon van voornoemde Cornelis Arisz., vanaf Koog een beurtveer op Alkmaar begon. Een jaar eerder had zijn oudere broer Hendrik Cornelisz het beurtveer op Amsterdam van zijn vader te Oostzaandam overgenomen. Opeenvolgende generaties Smit voeren met zeilschepen, deels in vennootschap met J.M. Kat. Later ging men op motorvaart over.

In de Franse tijd waren de economische omstandigheden zeer moeilijk maar de schipperij van Smit wist zich te handhaven getuige onder ander het consent dat Cornelis Hendrikz. Smit (3e generatie) in die tijd kreeg, een in het Frans gesteld vergunningsbewijs. Het veer op Amsterdam, dat vanaf 1875 in dienst werd gehouden onder de naam Gebrs. Smit, was het belangrijkste deel van het bedrijf en kende onder Hendrik en Cornelis Smit Azn. (4e generatie) in het laatste kwart van de 19e eeuw een grote bloei. Bij het 100-jarig bestaan onder A. Smit Hzn. en A. Smit Czn. (5e generatie) nam het beunvaartbedrijf onder gelijksoortige ondernemingen in de Zaanstreek een vooraanstaande plaats in.

Na de Eerste Wereldoorlog kwam het wegvervoer sterk tot ontwikkeling. Smit bleef echter trouw aan de eeuwenoude vervoerswijze over het water. Gerard Smit Azn. (6e generatie), die het veer op Amsterdam leidde, werd ook beurtvaartagent. Zijn jongste broer Nico, die het beurtveer op Alkmaar leidde en ook een aantal scheepsagenturen had, begon daarnaast in de jaren '30 ook als agent voor autolijndiensten op te treden. Laatstgenoemde activiteit is in de daarop volgende jaren een steeds belangrijker deel gaan uitmaken van het bedrijf en is van grote betekenis geweest voor de latere ontwikkelingen. Door het vroegtijdige overlijden van Nicolaas Smit Azn. kwam diens zoon Arian Smit Nzn. (7e generatie) reeds jong aan de leiding. In de jaren '60 nam hij een aantal vanouds gevestigde beurtvaartondernemingen over en voegde onder andere het beurtveer van Gebrs. Smit op Amsterdam samen met zijn Koogse (beurt)bedrijf onder de naam A. Smit Expeditie.

De eerste eigen vrachtauto werd in 1962 aangeschaft en in 1967 werd een dochteronderneming te Enschede opgericht onder de naam A. Smit International. Dit bedrijf richtte zich vooral op het internationale vervoer. De energiecrisis in de jaren '70, de snelle opkomst van zeecontainers en het wegvallen van Amsterdam als stukgoed- en rederijhaven waren er de oorzaak van, dat kort na het 175-jarig bestaan in 1972, de binnenschepen werden verkocht en de Zaanoever in Koog werd verlaten. Op het industrieterrein in de Achtersluispolder te Zaandam werd begin 1975 een nieuwe vestiging gestart, waar het bedrijf zich, naast het wegvervoer, ging toeleggen op de opslag en distributie van hoogwaardige producten.

Na deze radicale omschakeling groeide het bedrijf gestaag: het besloeg in 1989 een oppervlakte van 32.000 vierkante meter, waarvan ruim 15.000 vierkante meter was bebouwd met modern geoutilleerde op- en overslagloodsen. Smit houdt zich bezig met vervoer, opslag. overslag en distributie van hoogwaardige producten uit de voedings- en genotmiddelenindustrie, de grafische- en verpakkingsindustrie en electronica. Het werkgebied is West-Europa met het accent op de distributie binnen 24 uur van gepalletiseerde deelzendingen in de Benelux.

De juridische vorm is via eenmanszaak, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap en nv tenslotte bv geworden: Smit Beheer bv, met als werkmaatschappijen Smit Expeditie bv te Zaandam en Smit International bv te Enschede. Daar er zich geen nieuwe (8e) generatie aandiende voor de opvolging van Arian Smit Nzn werd het volledige aandelenpakket van Smit beheer bv op 1 juli 1990 verkocht aan het transportbedrijf Pakhoed te Rotterdam. Het wagenpark bestond in 1990 uit 35 trekkende voertuigen; er waren toen 50 personen bij het bedrijf werkzaam.

Literatuur:

D. Kerssens, Beurt om Beurt.

Sollas Holland bv

Machinefabriek met verscheidene vestigingen, onder meer te Wormer, waar het bedrijf ontstond. Voorloper van het bedrijf was de nv Machinefabriek De Verwachting die op 25 augustus 1948 werd gevestigd aan de Veerdijk te Wormer.

De aanvankelijke activiteiten bestonden uit het verrichten van reparaties en het maken van speciale apparatuur voor de Zaanse industrie. Al snel ging men zich toeleggen op ontwikkeling, productie en verkoop van apparaten en machines voor het verpakken van producten, speciaal in folies. De afzet van de verpakkingsmachines vindt plaats in farmaceutische-, cosmetische-, levensmiddelen-, en grafische industrie. In 1974 werd De Verwachting omgezet in bv machinefabriek Verwachting. ln 1979 volgde omzetting in de holding Verwachting met als werkmaatschappij Sollas Holland bv.

In de loop der tijd werden verkoopkantoren gesticht in Duitsland, Frankrijk, de VS en Canada. In 45 overige landen is het bedrijf via een agentschap vertegenwoordigd. In 1965 werd een nieuwe productie-eenheid in Oldenzaal gebouwd.

In 1979 werden de oude fabrieksgebouwen aan de Veerdijk te Wormer vervangen door een nieuw gebouwd pand aan de Bruynvisweg. In 1984 werd een machinefabriek met 20 werknemers in het Duitse Metzingen overgenomen.

De bedrijfsfinanciering geschiedt voor een deel uit ingehouden winsten en jaarlijks wordt ongeveer f 500.000 aan ontwikkeling van nieuwe producten besteed. De omzet steeg vanf 113.000 in 1949 tot ca. f 35 mln. in 1990. Het personeelsbestand nam toe van 2 tot 190.

SPI Standbouw Produkties Internationaal bv

Standbouwbedrijf te Assendelft. Het bedrijf werd opgericht in 1959 als dochteronderneming van Bureau Haven Vormgeving en Publiciteit te Krommenie en ging in 1972 als zelfstandige bv verder, met dochteronderneming SPI Systeemform GmbH te Würzburg (Duitsland). Het bedrijf houdt zich bezig met de produktie van onderdelen bestemd voor tentoonstellingen en tentoonstellingsstands en kwam als eerste met een bouwsysteem voor standbouw. Veel van de werkzaamheden worden op contractbasis uitgevoerd. Per 1 januari 1987 werd de bv opgeheven en vervangen door Beheer bv. Het personeel (twaalf mensen) werkte in meerderheid onder eigen naam zelfstandig door. Directeur Frans Haven ging verder als zelfstandig interieurtentoonstellingsarchitect.

Spits Beheer bv

Beheersmaatschappij te Zaandam, met als werkmaatschappijen Autospits BV, Rentaspits BV en Reklaspits BV. In 1926 begon de Zaandammer Albert Spits (1904-1996) een wagenmakerij in de Houtrakpolder aan de overzijde van het Noordzeekanaal, tegenover de Nauernasche Polder. In 1931 ontwikkelde Spits een platte boerenwagen, smal voor zwaar vervoer en breed voor licht vervoer, met een onderdoordraaiend 'voorstel'. Zijn ontwerp was succesvol, talrijke boeren lieten hun wagens door Spits ombouwen. Vervolgens ontwikkelde Spits een sorteer- en leescombinatie voor pootaardappelen, met een lengte van ongeveer 18 meter.

Als proef ontwierp en bouwde hij een vorstvrije aardappelhut, met een capaciteit van circa 5000 hl. Inmiddels was Spits ook carrosserie-bouwer geworden. In 1936 werd het bedrijf in verband met verbreding van het Noordzeekanaal uit de Houtrakpolder verplaatst naar de Westzanerdijk 265 te Zaandam.

Na de oorlog groeide het carrosserie-bedrijf, maar daarnaast werden ook kantoorkasten naar eigen ontwerp vervaardigd. Het bedrijf hield zich, toen het wagenpark in Nederland groeide, steeds meer bezig met het herstel van autoschades. Als carrosserie-bouwer verdween Spits naar de achtergrond.

In 1961 werd een nieuwe plaatwerkerij gebouwd, in 1966 stond een nieuwe spuiterij in de steigers en in 1970 een nieuwe eindmontagehal. Het bedrijf, uitgegroeid tot een onderneming met circa 40 medewerkers werd in 1967 omgezet in nv Autospits. Een jaar later zag autoverhuurbedrijf Rentaspits het licht, en in 1972 volgde de oprichting van Reklaspits BV. Deze onderneming hield zich bezig met (auto)belettering, lichtreclame, decoraties, bewegwijzering en zeefdruk. Eind jaren zeventig en begin jaren tachtig groeide het bedrijf gestaag en werden o.a. Luchthaven Schiphol, Floriade, Albert Heijn, Miro’s, Alberto’s en AC restaurants voorzien van alle mogelijke reclamevormen. Hiervoor werd een pand aan de Aris van Broekweg te Zaandam aangekocht.

Autospits-Rekreatie, gestart in 1976 met de verkoop en verhuur van (vouw)caravans, boten en accessoires, werd geen succes en na twee jaar beëindigd. In 1976 werden Autospits en Rentaspits ondergebracht in een pand aan de Paltrokstraat te Zaandam, in dat jaar werd ook Spits Beheer BV opgericht, met daaronder de werkmaatschappijen. In 1982 volgde de aankoop van ruim 10.000 vierkante meter grond van Houthandel Simonsz, aan de Provincialeweg te Zaandam. In een nieuw gebouwd pand waarmee een investering van circa f 2 mln was gemoeid, werden daar alle activiteiten ondergebracht. In 1991 waren ruim 70 personen bij de drie werkmaatschappijen in dienst; de geconsolideerde omzet bedroeg circa f 8 mln.

In 1989 werd Autospits BV overgenomen door Care Schadeservice gevestigd aan de Schellingweg 11 te Zaandam. Care Autoschade sloot op 9 januari 2017 haar deuren vanwege een faillissement waarbij veertien medewerkers hun baan verloren. Het familiebedrijf Martin Schilder Groep nam de failliete boedel over waarmee vier van de ontslagenen weer aan de slag konden bij het bedrijf.

De groei van Reklaspits was in 2004 nog niet ten einde en volgde een verhuizing naar een locatie aan de Industrieweg 59 te Wormerveer in een 2400 vierkante meter groot bedrijfspand met ca. 40 medewerkers. Reklaspits verzorgt alle facetten voor Formulestyling, Bewegwijzering & Lichtreclame, van advies & ontwerp tot en met productie, installatie en het onderhoud. Door een projectmatige, klantgerichte en innovatieve aanpak, eigen productie en montage wordt een hoge kwaliteit in combinatie met korte doorlooptijden gerealiseerd.

Het bedrijf heeft inmiddels de (re-)styling op haar naam staan van landelijke winkelketens als de C1000 supermarkten, DA drogisterijen en Gall & Gall, het Albert Heijn-hoofdkantoor in Zaandam, het Atrium in Amsterdam, Capgemini, Fortis, KPN, Kluwer en het Schuitema-hoofdkantoor langs de A1 bij Amersfoort. Ook overheidsinstanties als de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag en diverse ministeries weten de weg dankzij Reklaspits te vinden. Wie rondloopt in Batavia-stad of het Koninklijk Theater Carré, kijkt op de borden van Reklaspits. In onderwijs- en zorginstellingen zoals het Spaarne Ziekenhuis in Haarlem, Sanquin, het Slotervaart- en het VU-ziekenhuis wordt de weg gewezen via de borden en verwijzingen van Reklaspits.

In 2008 volgt certificatie volgens ISO 9001 en VCA-normen. Per 1 januari 2009 nam de Sens Groep uit het Drentse Dalen een 100 % belang in de branchegenoot Reklaspits. Met behoud van eigen naam en identiteit boden de verschillende bedrijven hun activiteiten gecombineerd aan. Dat gebeurde onder de paraplu van het moederbedrijf, de Sens Groep.

Een management buy-out, eind 2011, zorgde er voor dat Reklaspits in Wormerveer weer op eigen benen kwam te staan. Het betrof een management buy-out door het bestaande management, bedrijfsleider Edwin de Groot en hoofd productie en planning René Roding. De overname door de Sens Groep liep niet zoals verwacht op het gebied van synergie. De buy-out was een verrassende wending na de bedrijfsovername door de Sens Groep. Leo Sens kocht in 2009 verschillende bedrijven aan, waaronder Reklaspits. Een stuk synergie dat hij voor ogen had, kwam niet van de grond.

De Sens Groep focuste zich hoofdzakelijk op retail, terwijl Reklaspits zich toespitste op lichtreclame en bewegwijzering, met retail als zijtak. In de praktijk kwam Reklaspits als bedrijf niet goed tot haar recht. Daarom werd besloten om op eigen benen verder te gaan. De bedrijfsovername bracht geen merkbare veranderingen met zich mee. Inhoudelijk veranderde er niets. Alleen de aandelen veranderden van eigenaar.

In 2013 volgt een besluit tot certificeren volgens MVO prestatieladder trede 3.

Reklaspits is in 2016 uitgeroepen tot ‘Best Presterende Werkgever in de categorie ‘Signbranche’. Daarmee is zij automatisch genomineerd voor de Nationale Business Succes Award 2016.

Stadlander en Middelhoven bv, De Wed

Voormalige houthandel te Zaandam, opgericht in 1804 door Antje van Eys, weduwe van H. Stadlander en haar schoonzoon J.B. Middelhoven. Zij begonnen het bedrijf op een terrein aan de Oostzijde te Zaandam, later bekend als het Land van Middelhoven, als voortzetting van de activiteiten van de overleden koopman H. Stadlander. Ook diens kaarsenmakerij en smeer-smelterij werden nog enkele jaren voortgezet.

Stadlander bezat in 1778 reeds houtzaagmolen De Jonge Kat. Hij kocht in 1786 De Goede Hoop, in 1789 De Bijl en De Veldvlieger en deed De Jonge Kat van de hand. Tenslotte kocht hij in 1794 De Valk. De weduwe Stadlander overleed in 1820. Het bedrijf werd nadien door Middelhovens voortgezet.

In de jaren rond 1870 ging Stadlander & Middelhoven S & M ook over tot het importeren van kapbalken uit landen rond de Oostzee. Voor het zagen beschikte S & M over vier molens in het Oostzijderveld en over twee molens in het Westzijderveld. In 1911 kreeg het bedrijf de beschikking over een eigen balkenhaven aan de overzijde van de Gouw. Er werd al gebruik gemaakt van een deel van de Balkenhaven in de zeehaven van Zaandam, waar een hectare water was gehuurd. Tussen 1911 en 1926 werd S & M meerdere keren gemoderniseerd. Belangrijk was een uitbreiding van het werfcomplex in 1926, toen het Nieuwe Land werd gekocht en als werf ingericht. Een dubbelspoor voerde over een ophaalbrug daarheen, voor de aanvoer van hout uit de zagerij.

In het begin van de jaren '20 werd de structuur gewijzigd in een importerend moederbedrijf met een aantal verkooppunten in het land. Reeds in 1918 was te Arnhem de Zaanlandse Houthandel opgericht. Daarna volgden de Zaanlandse Houthandel te Breda, Mulder's Houthandel te Medemblik, de overname in 1934 van de nv Groninger Houthandel J. Beishuizen en in 1935 de vorming onder eigen naam van de Afdeling Amersfoort. Tot 1930 had de aan- en afvoer van hout uitsluitend over water plaats, daarna kwam de afvoer per auto langzaam op gang.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog had het bedrijf te kampen met een sterk verminderende houtvoorraad. In die periode werd onder meer triplex-surrogaat voor Linoleum Krommenie later Forbo Krommenie) verkocht, dat bij dit bedrijf was vervaardigd. De loodsen deden dienst als opslagplaatsen. Het kantoor te Arnhem ging tijdens De Slag bij Arnhem verloren.

Na de oorlog herstelden de zaken zich. In 1973 had de oprichting van het verkoopbedrijf Stadlander en Middelhoven Hout plaats; in datzelfde jaar werd Kroonenberg Bouwstoffen bv (plaatmaterialen en bouwstoffen) te Zaandam overgenomen. In 1977 verhuisde Stadlander & Middelhoven naar het Industrieterrein te Wormerveer. In 1981 fuseerde Stadlander & Middelhoven met Simonsz Weeteling te Zaandam tot Simonsz & Middelhoven, buiten dit samenwerkingsverband bleven de vestigingen van beide bedrijven buiten de Zaanstreek.

Stadt, van de

Ondernemersgeslacht in Zaandam, vanaf het begin van de 18e eeuw actief in met name de houthandel. Vele leden van de familie van de Stadt waren actief in houtzaken. Eén familiebedrijf, Engel van de Stadt & Zoonen, is zeven generaties van vader op zoon vererfd.

Deze houthandel is terug te voeren tot de broers Jan Simonsz van de Stadt (1707-1751), eerst gehuwd met Adriaantje Willems Bosman (overleden 1729) en daarna met Trijntje Pieters Al (1709-1759) en Huybert Simonsz van de Stadt (1711-1783), gehuwd met Sijtje Engels van Arendsen (1715-1790). Hun vader Simon Huybertsz van de Stadt (1678-1732) was waterschipper, hetgeen inhield dat hij schepen en houtvlotten over het IJ versleepte.

Jan Simonsz van de Stadt erfde vader's kwakschip De Quak en nam later het waterschip De Koe over. Bovendien was hij actief als walvisreder: tussen 1740 en 1751 reedde hij negen walvisvaarders uit. Daarnaast was hij, samen met zijn broer Huybert, ook houtkoper. Na Jan's overlijden zette zijn weduwe Trijntje Al de zaken samen met Huybert voort. In 1752 sloten zij een contract voor het sleepbedrijf en in 1756 voor de houthandel, waarin ook de opvolging door hun zoons werd geregeld.

Jan en Trijntje hadden twee zoons: Simon Jansz van de Stadt, gehuwd met Aagje Jans Pigge (1730-1800) en Pieter Jansz van de Stadt (geb. 1746), gehuwd met Margaretha Goudswaard (1744-1784). Zij waren beiden voorbestemd om in de houthandel van hun vader te gaan. Simon ging naar Hamburg om daar de commissiehandel te behartigen, maar Pieter werd door zijn schoonvader overgehaald in diens houthandel en mastenmakerswerf in Amsterdam te komen. Simon overleed nog voor zijn oom Huybert, zodat alle zaken bij diens tak terecht kwamen.

Huybert en Sijtje hadden een zoon: Engel van de Stadt. Hij kwam zijn vader in zaken helpen. Huybert ging zich voornamelijk met het slepersbedrijf bezig houden, terwijl hij de houtzaken meer en meer aan zijn zoon overliet. Op het laatst werden deze zaken ook formeel gescheiden en na Huybert`s dood heeft weduwe Sijtje de sleperszaken geliquideerd.

Engel van de Stadt (1746-1819) was driemaal getrouwd, eerst met Neeltje Duyn (1747- 1768) dochter van een snuifmolenaar, toen met Maritje Thopas (1746-1777) dochter van een houtkoper met wie hij naar het Kattegat in Oostzaandam verhuisde en tenslotte met Guurtje Kroeger (1750-1827) dochter van een peller en loodwitmaler. Alle drie echtgenotes waren welgesteld en hielpen zijn financiële positie aanzienlijk versterken. Hij was in de eerste plaats handelsman en reder, maar daar profiteerden zijn houtzagerijen ook van. Na zijn tweede huwelijk werd hij gaandehouder op de houtzaagmolen De Bakker, die in 1787 afbrandde maar direct weer werd herbouwd en door hem werd verkocht. Daarnaast had hij aandeel in De Fok en kocht hij de houtwerven De Notenboom en Vreed en Rust. De houthandel werd sterk uitgebreid tot Viborg, Frederikshaven en Narva en anderzijds op Spanje. Hij bevrachtte vaak rechtstreeks van Viborg op Cadiz. Ondanks de moeilijke tijden deed hij zeer goede zaken en kreeg hij nog vijf andere molens in bedrijf: De Witte Ster, De Huisman, De Snoek, De Jonge Beer en De Engel.

Engel van de Stadt was daarnaast zeer actief als reder, hoewel zijn schepen later onder vreemde vlag voeren vanwege de Franse overheersing. Zoals veel Zaankanters was hij een overtuigd patriot en had hij zelfs een aandeel in de kaapvaart onder de Bataafse Republiek. De Bataafse Kaaprederij werd opgericht, waarvan Engel directeur werd. Deze rederij werd een jaar later al weer geliquideerd. De resultaten waren te gering, de verliezen te groot. Zo werd in 1804 tijdens een zeegevecht bij Noorwegen met een Engels fregat een schade opgelopen van f 200.000.

Bovendien was Engel van de Stadt zeer betrokken bij het openbare leven. Hij was schepen, lid der vroedschap en burgemeester alsook kapitein van de Eerste Compagnie Vrijwilligers toen de Engelsen en Russen landden in Noord-Holland. Ook na het vertrek der Fransen bleef hij actief en was hij bijvoorbeeld als één der 600 aanzienlijken des lands betrokken bij het ontwerp van de nieuwe grondwet in 1814. Tenslotte werd hij ook weer president-burgemeester van Zaandam. De dochter van Engel en Guurtje trouwde de houtkoper Willem Middelhoven (1790-1819) en de drie zoons Claas, Huybert en Cornelis kwamen allen in de zaak van hun vader.

Claas van de Stadt (1782-1852), eerst getrouwd met Neeltje Noomen en daarna met Hillegonda Ida Holst (1789-1856) werd in 1805 deelgenoot, maar trad in 1814 uit de zaak om houtkoper in Amsterdam te worden.

Huybert van de Stadt (1786-1844), gehuwd met Guurtje Zwaardemaker (1792-1868), kwam in 1813 in de firma (die vanaf dat moment 'Engel van de Stadt en Zoonen' zou heten), in 1814 gevolgd door zijn broer Cornelis van de Stadt (1793-1857), eerst gehuwd met Maartje Corver (1794-1827) en daarna met Cornelia Hendrika Geukema (1794-1853). Na de dood van hun vader zetten Huybert en Cornelis samen de zaken voort en voegden aan de al in bezit zijnde houtzaagmolens nog Het Vergulde Hert, Het Bruine Schaap en De Boendermaker toe. Kort na het overlijden van hun moeder gingen de beide broers echter in 1828 uit elkaar.

Huybert verkreeg drie houtzaagmolens, De Bakker, De Jonge Beer en De Engel, alsook pelmolen De Bootsman, terwijl Cornelis de overige vijf houtzaagmolens kreeg toegewezen. De zaken van Huybert bleven steeds bij elkaar, maar de zaken van Cornelis werden tussen zijn vele zonen versnipperd (zie hierachter). Huybert stond er dus sedert 1828 alleen voor met de firma Engel van de Stadt en Zoonen. Hoewel hij niet zulke goede jaren als zijn vader meemaakte, bleef hij desondanks een welgesteld man. Naast de houtzaken dreef hij samen met zijn broer Cornelis nog een zeerederij onder firma H. & C. van de Stadt met vier schepen en liet hij in 1826 zelfs een nieuw kofschip bouwen van 500 ton; dat was in 23 jaar niet voorgekomen aan de Zaan. Bouwer was de door Johannes Simonsz opgerichte Maatschappij tot Scheepsbouw, een werf die overigens geen lang leven was beschoren.

Evenals zijn vader was Huybert actief in het openbare leven; hij werd burgemeester van Zaandam en lid van Provinciale Staten. Toen hij overleed had hij een volwassen dochter Guurtje (1813-1860), getrouwd met houtkoper Dirk Nomen (1813-1862), twee volwassen zonen, Jan en Engel, benevens vier minderjarige kinderen, te weten Sijtje, Huybert, Neeltje en Hillegonda Ida. De oudste zoon Jan nam het familiebedrijf over.

Zoon Engel van de Stadt (1818-1859), gehuwd met Maria Christina van Heyningen (1819-1901), werd peller met De Phoenix en de jongste zoon Huybert van de Stadt (1826-1872), gehuwd met Jenneke van Wessem (1827- 1864) werd zelfstandig houtkoper en zager met De IJsvogel, De Kruiskerk (die een stoommachine kreeg), De Vlijt, De Bonsem, De Smid, De Liefde en De Vergulde Hoorn. Aangezien Huyberts enige zoon op 14-jarige leeftijd overleed, werden zijn zaken geliquideerd.

Jan van de Stadt (1816-1871), gehuwd met Alida Mats (1816-1882) zette zijn vaders firma voort en wist de ontstane teruggang wegens ziekte van zijn vader op te vangen en de zaak weer tot bloei te brengen. Hij liet De Jonge Beer slopen en vervangen door een nieuwe molen, die in 1857 door brand werd verwoest, maar weer werd opgebouwd. De handel in grenen en vuren herstelde zich, maar die in eiken bleef moeizaam verlopen. In 1866 liet hij daarvoor speciaal de molen De Tijd bouwen, die uitsluitend eikehout zaagde; de omzet werd daardoor flink vergroot. Spoedig kwamen zijn vier zoons Huybert, Jacob, Jan en Cornelis hem assisteren. De laatste overleed echter al op 24-jarige leeftijd. Na het overlijden van haar man bleef Alida Mats deelgenoot met haar zoons.

Huybert van de Stadt (1838-1907), gehuwd met Maria Wilhelmina Helderman (T 1865), was van 1871 tot 1906 lid der firma, na het overlijden van zijn broers Jacob en Jan een tijd als enig firmant. Hij stierf kinderloos.

Jacob van de Stadt (1840-1898), gehuwd met zijn nicht Elisabeth van de Stadt (1845-1917), specialiseerde zich in de verwerking van hardhout, met De Tijd als wagenschotzager. In 1873 werd de stoomzagerij De Engel opgericht en werd De Bakker verkocht. In 1887 werd De Tijd stilgezet; nadien werd de kleine stoomzagerij Het Bosch gebruikt voor eikehout. Ook Jacob en Elisabeth hadden geen kinderen. Jan van de Stadt (1842-1885), gehuwd met Barbara Martina Schiers (1849-1928, dochter van Jan Schiers en Trijntje Vis), was een ijverig lid der firma die veel nieuwe connecties aanbracht. Daartoe werd een nieuwe firma opgericht: de 'Firma Jan van de Stadt jr & Co', met als firmanten Huybert, Jacob en Jan, met als doel de zakenrelaties uit te breiden met nieuwe afnemers. Deze firma werd in 1904 opgeheven.

Zijn zoon Jan van de Stadt (1878-1973) gehuwd met Maartje Schenk (1880-1937, dochter van Klaas Schenk en Trijntje Duif) kwam in 1895 als volontair in dienst bij zijn ooms Huybert en Jacob. Na het overlijden van Jacob verleende oom Huybert hem procuratie. In 1905 trok Huybert zich terug uit zaken en deed de zaken over aan zijn neef Jan en diens broer Huybert van de Stadt (geb. 1884), eerst gehuwd met Adriana Maria Cornelia Saverijn en daarna met Agathe Anne Blans, terwijl ook de toenmalige reiziger J. Voogd als deelgenoot werd opgenomen. In 1923 trokken Huybert en J. Voogd zich terug en ging Jan alleen verder.

In 1910-'11 was achter het station van Zaandam een geheel nieuwe stoomhoutzagerij gebouwd, die de twee kleinere en ver van elkaar afliggende zagerijen verving. De Eerste Wereldoorlog bracht eerst vooruitgang, later ernstige terugslag. Jan van de Stadt nam in 1931 zijn zonen Jan Huybert, Nicolaas Johan en Gerard Anton als deelgenoten op in de toen gevormde naamloze vennootschap. Jan werd zelf met zijn zoons Nico Jan en Gerard Anton directeur der nv. terwijl Jan Huybert commissaris werd. President-commissaris werd E.G. Duyvis Tz en later diens zoon T. Duyvis EGz. Jan was ook president-commissaris en medeoprichter van E.G. van de Stadt Scheepswerf nv en van 1941-'48 van de nv Houtbewerkingsbedrijf 'Primus'. Hij was tevens heemraad van de Polder Westzaan en hoogheemraad van Uitwaterende Sluizen van West-Friesland en Kennemerland.

In de jaren '30 maakte het houtbedrijf een moeilijke tijd door. Loonschaverij De Prins van Oranje van de gebr. De Vries dreigde failliet te gaan; de houthandels Van de Stadt, Donker en P. Schipper Gzn. namen, elk voor een derde, de aandelen over. Jan van de Stadt werd president-commissaris. In 1941 mocht De Prins van Oranje op last van de bezetter niet meer zo heten. Toen werd de naam Primus gekozen. De werkgelegenheid bleef goeddeels gehandhaafd door overschakeling van import op aankoop van stammen uit de binnenlandse bossen. Door gebruik te maken van stoommachines, gestookt met zaagsel en afvalhout bleef de zagerij draaien. Vlak na de oorlog werd met de stoommachines stroom opgewekt voor de gemeente Zaandam.

Jan Huybert van de Stadt (1901 -1989), gehuwd met Antoinette Clasine de Boer (geb. 1900) kwam eerst in de firma van zijn vader, werd in 1923 procuratiehouder en in 1931 deelgenoot met zijn broers. Op verzoek van zijn schoonvader Hendrik Jacob de Boer werd hij in 1936 belast met de leiding van Zaans Veembedrijf H. de Boer Jz. en in 1950 werd hij benoemd tot directeur van nv Dekker's Houthandel. Daarnaast was hij commissaris bij EG. van de Stadt Scheepswerf NV.

Nicolaas Johan van de Stadt (1878-1984) werd in 1922 in de zaak opgenomen en werd in 1936 directeur der nv. Hij was dijkgraaf van de Polder Westzaan. Zijn zoon Jan Nico van de Stadt (geb. 1930) kwam later in de directie; hij was voorzitter van de Kamer van Koophandel en Hoogheemraad van Uitwaterende sluizen.

Gerard Anton van de Stadt (geb. 1904), gehuwd met Petronella Lampe (geb. 1909) werd naar Engeland gestuurd om speciaal het vak van fijne houtsoorten te leren. Ook hij kreeg in 1928 procuratie, werd in 1931 deelgenoot en in 1936 directeur. Hij was sedert 1949 lid van het Hoogheemraadschap Uitwaterende Sluizen West-Friesland en Kennemerland. De jongste twee zoons van Jan van de Stadt en Maartje Schenk voelden zich meer tot de scheepvaart aangetrokken.

Huybert van de Stadt (geb. 1907), gehuwd met Johanna Houtman werkte voor de Holland-West-Afrikalijn en stichtte in 1934 een handel in scheepsartikelen 'De Brouwer & v.d. Stadt'.

Ericus Gerhardus van de Stadt (geb. 1910), gehuwd met Elisabeth Schuddeboom, volgde de MTS-Scheepsbouw te Haarlem en richtte in 1933 EG. van de Stadt Scheepswerf op, met welk bedrijf hij zich specialiseerde in het ontwerpen en het bouwen van jachten (zie: Van de Stadt & Partners). Nadat in 1962 Jan van de Stadt na 67 jaar uit het bedrijf was getreden, werd in 1966 de Houthandel E. van de Stadt en Zoonen nv overgenomen door Intradur Dwarsligger- en Hardhouthandel nv te Den Haag. Directeur G.A. van de Stadt trok zich terug. In 1967 trad N.J. van de Stadt als directeur af. Hij werd opgevolgd door J.N. van de Stadt. In de daarop volgende jaren volgde het samengaan van Van de Stadt met houtzagerij Endt; in 1970 werd een nieuw bedrijfscomplex onder de naam Van de Stadt en Endt v.o.f. in de Achtersluispolder in gebruik genomen. In 1971 voegde het bedrijf Herngreen te Alphen zich bij het Zaanse bedrijf. Intradur verhuisde in 1974 van Den Haag naar Zaandam. Het jaar daarop werd J.N. van de Stadt algemeen directeur. In 1979 volgde de verandering van Van de Stadt en Endt v.o.f in Houthandel Van de Stadt bv.

Nadat Cornelis van de Stadt (1793-1857) zijn zaken in 1828 van die van zijn broer Huybert scheidde, zag hij ondanks de moeilijke tijden kans zijn deel der houtzaken tot grote bloei te brengen, zelfs grotere bloei dan die van Huybert's deel. In 1838 liet hij in Zaandam de kapitale houtzaagmolen De Vrede bouwen, verbrand in 1848, maar weer opgebouwd. Voorts kocht hij de paltrok De Jonge Arnoldus en hij werd zodoende een der grootste houtzagers in de Zaanstreek in het tweede kwart van de 19e eeuw. Hij moest echter zijn zaken verdelen over acht zoons.

Twee van hen werden pellers: Pieter van de Stadt (1823-1849), gehuwd met Maria Magdalena Keg (1823-1866), met de pelmolen Het Kuiken en Augustinus Aemilius Cornelis (Gus) van de Stadt (1834-1862) met de molen De Twee Gebroeders. Zoon Adriaan van de Stadt (1817-1873), gehuwd met Neeltje Smit (1817-1863) werd evenals zijn schoonvader Evert Smit olieslager met Het Ooster Kattegat en later (uit de nalatenschap van zijn schoonvader) met De Oude Dekker en De Koe.

De overige vijf zoons gingen in houtzaken, maar de meeste van deze firma's hadden een kort bestaan.

  • Cornelis van de Stadt (1818-1875), gehuwd met Antje ten Kate (1820-1891), werkte met De Witte Ster maar liquideerde al in 1864.
  • Willem van de Stadt (1836-1866), gehuwd met Elisabeth Latensteijn (1837-1917), kreeg De Jonge Arnoldus, maar kwam jong te overlijden, waarna zijn zaak niet werd voortgezet.
  • De oudste zoon Engel van de Stadt (1813-1875), gehuwd met Maria Magdalena Keg (1823-1866), weduwe van zijn jongere broer Pieter, kreeg De Stuurman, maar staakte zijn zaken in 1868.
  • De houthandel van Klaas van de Stadt (1827-1875), gehuwd met Christine Kohne (1829-1853), die De Vrede kreeg, is na zijn dood ook niet voortgezet.
  • De enige zoon wiens houtzaken nog door latere generaties werden geleid was Huybert van de Stadt (1825-1884), gehuwd met Helena Kohne (1824-1903), die oorspronkelijk De Huisman en De Boendermaker kreeg van zijn vader. Hij dreef zijn zaken onder eigen naam en was een der eerste Zaanse zagers die gebruik ging maken van een stoommachine.

In 1870 werd de stoomhoutzagerij De Morgenster gebouwd, die in 1880 echter verbrandde. Besloten werd toen zowel De Boendermaker als De Huisman te slopen en te vervangen door een geheel nieuwe stoomzagerij, die eveneens De Morgenster werd genoemd en in 1881 in werking kwam. Na zijn overlijden ging zijn weduwe aanvankelijk met haar zoons Huybert van de Stadt (1860-1928), gehuwd met Jansje Latenstein van Voorst (1861-1935) en Johan Herman van de Stadt (1858-1935) een vennootschap aan. In 1885 gingen deze zoons samen verder met de firma Huybert van de Stadt, die echter in 1915 werd ontbonden.

Vijf stamboomtakken van de Familie van de Stadt.

Stadt & Partners, E .G . van de

In 1974 door E.G. van de Stadt opgerichte vennootschap van jachtontwerpers. Eerder had Van de Stadt zich ook met de bouw van jachten beziggehouden. maar zijn werf was in 1973 door `Dehler Jachtbouw BV overgenomen. zie aldaar. De bv Van de Stadt & Partners en de al eerder gevormde bv Van de Stadt Jachtontwerpers verhuisden van de Zuiddijk in Zaandam naar de Zaanw eg in Wormerveer en later als een bv (Partners) naar de Industrieweg aldaar. Vanaf het begin van de jaren '60 waren er tussen de Scheepswerf van de Stadt en enkele Japanse werven contracten geweest over de bouw van zeiljachten naar ontwerp van Van de Stadt. Als gevolg van taalmoeilijkheden en de grote afstand bleek geregeld contact niet realiseerbaar en werd een Japanner. Katsunori Ohashi. in Zaandam totjachtontwerper opgeleid. Daarna volgde de oprichting van Van de Stadt en Ohashi te Tokio. w aarin Van de Stadt Jachtontw'erpers een meerderheidsbelan g hebben. Het bedrijf is niet alleen in watersportkringen in Europa. maar ook in Noord- en ZuidAmerika. Australie en het Verre Oosten bekend. onder de naam 'Van de Stadt Design'.

Stam, Martinus Joännes

Wormerveer 1 juni 1886 - 1957

Aannemer-architect te Wormerveer. Martinus Stam was de zoon van Dirk Maartenszoon Stam (1855-1925). Tijdens zijn studie aan de Technische Hochschule te Stuttgart voor civiel-ingenieur en architect legde hij zich vooral toe op de studie van het jonge vak betontechniek. In Nederland teruggekeerd ijverde hij met Kapt. der Genie P.W. Scharroo in 1915 voor de bouw van een betonfabriek in Utrecht die echter in Maastricht zou komen. Na samenwerking met zijn vader van 1910 tot 1917 ging hij zelfstandig verder als aannemer-architect, waarbij hij zich vooral toelegde op het ontwerpen en uitvoeren van volledig betonnen bedrijfsgebouwen.

Als architect was hij zijn tijd ver vooruit met een rationele maar tevens fraaie vormgeving. Van 1920 tot 1924 was hij werkzaam bij wederopbouwprojecten in Noord-Frankrijk, van 1924 tot 1928 directeur der Algemene Beton en Aannemings Maatschappij te Den Haag en van 1928 tot 1950 leidde hij een eigen architecten- en ingenieursbedrijf in Rotterdam en Den Haag. Voor de nv Chocoladefabrieken nv Chocoladefabrieken v.h. J. Pette Hz, later Boon BV bouwde hij direct na de Eerste Wereldoorlog een tweetal bedrijfspanden in gewapend beton aan de Marktstraat en langs het Krommenieërpad, waarbij de vloeren ondersteund werden door zogenoemde paddestoelkolommen.

Deze toen zeer moderne constructie paste hij tevens toe bij de bouw in 1920-1921 van het pakhuis Mercurius voor de nv Koninklijke Pellerij Mercurius v.h. Gebroeders Laan aan de Veerdijk te Wormer.

Stam & Zn. bv, Jb

Bouw- en aannemersbedrijf te Wormerveer. Het bedrijf werd opgericht in 1890 door Jb. Stam te Oostknollendam. Hij werd in 1944 opgevolgd door zijn zoon S. Stam. die in 1966 door zijn zoon J.J.P. Stam werd opgevolgd. Het bedrijf werd in 1955 verplaatst naar Wormerveer, het kantoor naar Wormer, en houdt zich bezig met activiteiten op het gebied van utiliteitsbouw (fabrieken en scholen), onderhoud. renovatie en nieuwbouw. Bij Stam & Zn. waren in 1991 25 personen in dienst.

Stoel van Klaveren, bouwstoffen bv

In 1971 door fusie van firma Stoel Bouwstoffen te Alkmaar en het Zaandamse bedrijf Van Klaveren ontstaan bedrijf, met in 1991 acht vestigingen van bouwmaterialen, vijf bouwmarkten en vier betonmortelcentrales in Noord-Holland, waaronder te Zaandam en Wormerveer.

Bouwmaterialenhandel Van Klaveren werd in augustus 1920 gestart als firma door Johannes en Pieter van Klaveren. Zij voeren als schipper vanaf 1905 op de Zaan en transporteerden o.a. schelpen, dakpannen, steen en buizen. Broer Leendert was zand- en grindschipper. Als voorloper van het bedrijf kan beschouwd worden de Zaanlandsche Zand- en Grindhandel, met als postadres het café van Jansen op de Hogendam.

Door onenigheid traden de Van Klaveren's in 1920 uit en vestigden zij zich als handelaren in zand, grind, puin en sintels en als commissionairs in bouwmaterialen. In 1922 werd de akte van oprichting van de firma Gebroeders van Klaveren opgesteld. Door grote bouwactiviteit in de jaren na de Eerste Wereldoorlog kwamen er veel opdrachten. Schippers werden aangenomen en er kwamen schuiten bij.

Eind jaren '20 werd het transport van duinzand op dekschuiten als bedrijfsactiviteit toegevoegd. Hiervoor werd in 1930 een aparte exploitatiemaatschappij opgericht en door firma Haak in opdracht tien dekschuiten gebouwd. Het bedrijf breidde uit met terreinen aan de Nieuwe Zeehaven, die van de gemeente werden gehuurd. Het bedrijf breidde het assortiment uit, het 'nieuwe' bouwmateriaal beton werd in het assortiment opgenomen. In 1924 verscheen een cementschuur op het Blauwe Zand. Het bedrijf nam allerlei soorten werk aan, van het dempen van sloten tot het ophogen van terreinen.

De crisisjaren werden hard gevoeld, de verhandelde hoeveelheid duinzand bedroeg halverwege de jaren '30 ongeveer een tiende deel van die van 1930. In 1936 trad Pieter van Klaveren uit. Ook de oorlogsperiode was moeilijk. Leendert, de oudste zoon van Pieter, kwam om. Als represaille voor de februaristaking moest het bedrijf wegens 'onregelmatigheden te Zaandam' een boete betalen en werden de schepen gevorderd. In 1941 werd de juridische vorm v.o.f met als vennoten Arie van Klaveren en Cornelis Tanger. Na de oorlog volgde de opbouw waarin het Zaandamse bedrijf een belangrijk aandeel had. Er ontstonden naast Zaandam vestigingen in Wormerveer en in Schagen. In 1958 werd samen met Stelling Bouwmaterialen te Wormerveer en NBM te Zaandam de Zaanse Betonmortel Centrale bv (ZBC) opgericht.

In december 1971 volgde de fusie met het Alkmaarse bedrijf Stoel tot Stoel van Klaveren Bouwstoffen bv. Directeur werd de oud-directeur van Van Klaveren de heer PM. van den Broecke.

Bronnen: bedrijfsarchief W.F. Stoel (gemeente-archief Alkmaar), C. Tanger, De vrouw Margaretha, een kwart eeuw handel in bouwmaterialen (1920-1945).

Stoomkracht

Aandrijfmiddel van machines; in de Zaanstreek stapten de industrieën in de tweede helft van de 19e eeuw massaal op stoomkracht over. Het ontstaan van stoomfabrieken in de Zaanstreek. Door de eeuwen heen heeft de mens geprobeerd om de spierkracht, nodig bij het in beweging krijgen van werktuigen, door andere krachten te vervangen. De meest voor de hand liggende manier was het gebruiken van dierkracht in de vorm van rosmolens, ossewagens en hondekarren. De mens leerde echter ook de elementen wind, water, vuur en aarde te temmen en ze zo voor de beweging van zijn werktuigen en voertuigen te gebruiken. Stromend water werd eerst gebruikt om via waterwielen werktuigen aan te drijven. Later werd met behulp van turbines de energie van stromend water in arbeidsvermogen omgezet.

De toepassing van windkracht beleefde waarschijnlijk haar hoogtepunt in de 18e eeuw in het winderige Noordhollandse land. Vuurmachines werden voor het eerst in Engeland in de 18e eeuw op kleine schaal toegepast. Het duurde bijna driekwart eeuw voor de vuurmachines, later stoommachines geheten, het gebruik van windkracht gingen verdringen. In 1850 schreef het departement Wormerveer van de Maatschappij ter bevordering van de Nijverheid een prijsvraag uit om een moddermolen (baggermolen) op windkracht te ontwerpen. Velen zullen hierin een bewijs zien van de behoudzucht van de Zaanse industriëlen. Niets is minder waar. Drie bestuursleden van het departement hadden toen reeds een stoomfabriek of waren in voorbereiding van de bouw van zo'n fabriek. Het algemene beeld van de 19e eeuw is dat van Jan Salie en Oom Stastok. De windmolen is daarin het symbool van romantisch conservatisme en de stoommachine het symbool van de vooruitgang. Dit beeld blijkt niet te kloppen. Om deze bewering te staven wordt hier uitvoeriger ingegaan op het ontstaan van de stoommachine in Engeland.

De eerste vuurmachines van Savery en Newcomen waren pompen om mijnen, waarin steenkool en erts gewonnen werden, droog te houden. Aan het einde van de 18e eeuw waren er verschillende constructeurs die verbeterde vuurmachines maakten; de bekendste is James Watt. Hun verbeteringen leidden tot een sterk toegenomen rendement van het brandstofgebruik. Door het hanteren van een soort kamwielmechaniek of een krukas kon een heen-en-weer gaande beweging in een draaiende beweging worden omgezet. De eerste toepassing van een vuurmachine voor de aandrijving van werktuigen was het oppompen van water naar molenvijvers van watermolens zodat die te allen tijde over voldoende water konden beschikken. Later kon de stoommachine zelf de centrale as van een fabriek aandrijven. Er was in Engeland aan het eind van de 18e eeuw al een uitgebreide textielindustrie ontstaan met behulp van waterkracht.

Het gebruik van water stond echter steeds meer ter discussie. Er was een belangentegenstelling tussen de watermolenaars en de schippers. Er was water nodig voor de bevloeiing van akkers, voor de drinkwatervoorziening in de snel groeiende steden, en bovendien voor de industrie. Stoomkracht bood fabrikanten een uitweg uit dit dilemma. Daarnaast werd de vestigingsplaats van fabrieken nu niet meer afhankelijk van snelstromend water. De vestigingsplaats werd nu bepaald door de beschikbaarheid van steenkool, goede aan- en afvoerwegen, de nabijheid van een markt of een grondstoffenhaven. Ook in Engeland zou het een halve eeuw gaan duren voor de meerderheid van de textielfabrieken van stoomkracht was voorzien.

Tot ver in de 19e eeuw ging de ontwikkeling van de watermolentechniek door. De fabriek was al ontstaan voor de invoering van de stoomkracht. Het waren werkplaatsen waar de watermolen de centrale krachtbron was voor spin- en weefmachines. Vroege toepassingen van de stoommachine vonden plaats in hoogovens voor het aandrijven van blaasbalgen en in mijnen voor het aandrijven van hijsmachines. De stoommachine van James Watt werd door Fulton gebruikt om een boot voort te stuwen. De cylinder dreef via een balans een krukas met twee waterwielen aan. Deze methode was vanaf 1807 een groot succes. De scheepsstoommachine werd steeds verder ontwikkeld, maar tot het einde van de 19e eeuw werden er nog nieuwe zeegaande zeilschepen gebouwd, met name in Schotland en Engeland. Blijkbaar hadden beide vormen van voortstuwing hun eigen toepassingsgebied. De keuze om geen stoomvoortstuwing te gebruiken was vaak op rationele overwegingen gebaseerd. Vanuit deze achtergrond kijken we nu naar de Nederlandse en Zaanse ontwikkeling.

In 1788 werd voor het eerst in Nederland een Newcomen stoommachine voor polderbemaling gebruikt. De eerste toepassing van stoom op grote schaal was bij de pompen voor het marine-droogdok in Hellevoetsluis. De eerste fabriek in Nederland met een stoommachine was een Schiedamse branderij in 1797. Pas in 1807 volgde bij een Amsterdamse koperpletterij de tweede fabrieksstoommachine. Door de Franse overheersing had Nederland een ernstige financiële en technische achterstand opgelopen. De Zaankanters hebben waarschijnlijk voor het eerst met stoom kennis gemaakt toen in 1816 het Engelse stoomschip (ss) 'Defiance` het IJ opstoomde. De volgende kennismaking was in 1825. Door een overstroming van de Zuiderzee was de Wijde Wormer onder water komen te staan. Deze polder werd toen door drie verplaatsbare stoompompen drooggepompt. Vanaf 1827 werd er tussen Amsterdam en Zaandam een stooombootdienst onderhouden door het s.s. 'Mercurius'.
De eerste stoomfabriek in de Zaanstreek was de blauwselfabriek van Avis in Westzaan in 1833.

→ Lees verder...

Sturm bv

Aannemings- en handelsbedrijf te Zaandam. Het bedrijf werd als nv opgericht in maart 1962 door W. J. Sturm. De bedrijfsvorm werd later omgezet in bv. Het bedrijf houdt zich bezig met grond-. weg- en waterbouwkundige werken. verhuur van en handel in daartoe benodigde materialen en het verrichten van hiermee verband houdende werkzaamheden. Bij Sturm waren in 1991 25 personen in dienst.

Stuurman Cacao bv

Cacaomassafabriek te Koog, opgericht in 1908, in 1979 overgenomen door Gerkens Cacao Industrie. Het bedrijf werd opgericht in maart 1908 door Jan Stuurman Dzn te Koog aan de Zaan. Het hield zich oorspronkelijk bezig met fabricage van en handel in cacaoboter, -poeder en -massa. De oorspronkelijke naam Firma J. Stuurman Dz. werd in april 1940 gewijzigd in nv Cacaohandel en Industrie v/h J. Stuurman Dzn, in januari 1959 in Stuurman Cacao nv en in november 1972 in Stuurman Cacao BV. In 1979 werd het bedrijf overgenomen door Gerkens Cacao Industrie bv. Vanaf 1986 produceert het alleen nog cacaomassa als toelevering voor Gerkens. Bij Stuurman Cacao waren in 1985: 50 personen in dienst. Zie voorts: Cacao-industrie.

Swart Installatietechniek BV

Elektrotechnisch bureau te Zaandam. Het bedrijf werd in 1953 in Koog opgericht door C. Swart als firma onder naam. In 1955 verhuisde Swart Elektrotechnisch Bureau BV naar de Oostzijde 383 in Zaandam, waar een woning annex winkel en werkplaats werden betrokken in huur van papierfabriek Hellema. In 1963 werd het bedrijf verplaatst naar Corn. van Uitgeeststraat, waar een pand van firma Hazet werd gehuurd. De winkelverkoop van lampen en elektrische huishoudelijke apparaten werd gestaakt en men richtte zich in het vervolg uitsluitend op installatiewerkzaamheden.

In 1980 verhuisde Swart naar een voor eigen rekening gebouwd pand aan de Oostzijde 397 te Zaandam. Het bedrijf houdt zich bezig met de aanleg van licht- en krachtstroominstallaties, datanetten en telefooninstallaties, inbraak- en brandbeveiligingsinstallaties, besturings- en zwakstroominstallaties, alsmede met handel in elektro-technische materialen. De juridische vorm veranderde in 1970 in NV in 1972 in BV en in 1990 als werkmaatschappij van B. Swart Beheer BV. Het arbeidsbestand ontwikkelde zich geleidelijk en bedroeg in 1990 32 man.

In 2010 verhuisde het bedrijf naar een groter pand aan de Rigakade in Amsterdam om verdere groei te kunnen realiseren. Vanaf 2011 werd de naam gewijzigd in Swart Installatietechniek BV om beter te kunnen aansluiten bij de huidige kernactiviteiten.

Swart Installatietechniek is specialist in uitvoering van complexe projecten op maat. Werkzaamheden vinden plaats in scholen, kantoren, winkels, utiliteit, industrie, (semi)overheid en bij netbeheerders van elektriciteit en gas. In het proces van ontwerp tot realisatie staat samenwerking met de klant centraal via een vaste contactpersoon, waardoor communicatielijnen kort zijn.

Medewerkers volgen in een eigen instructielokaal opleidingen en instructies van specialisten op het gebied van communicatie, veiligheid en technische ontwikkelingen. Swart werkt volgens de KOMO Certificeringen van de BRL 6000, is VCA gecertificeerd en de technici zijn BEI en VIAG gecertificeerd. Daarnaast is Swart aangesloten bij Uneto-VNI en worden de Algemene Leveringsvoorwaarden Installerende Bedrijven (ALIB 2007) gehanteerd.

Swart Vicomte bv

De bakkerij van Swart Vicomte aan de Westzanerdijk omstreeks 1940

Van oorsprong twee onafhankelijke banketfabrieken te Zaandam en Westzaan, vanaf 1956 samengevoegd tot één bedrijf, aanvankelijk onder de naam Swart & Zn BV, na de fusie met Enkhuizer banket BV in 1986 onder de huidige naam.

In 1904 startte Thijs Swart een banketbakkerij in de Prinsenstraat. In 1919 ging hij samen met zijn neef een vennootschap onder firma aan. Bakkerij De Twee Trommels. De naamgeving was afgeleid van de wijze waarop in die jaren de koek werd verkocht. Men ventte de koek langs de deur uit met een houten juk, aan beide zijden voorzien van een koekblik.

De vof werd in 1934 omgezet in een NV. In de oorlogsjaren overleden de stichter en zijn zoon. Het voortbestaan van het bedrijf kwam in gevaar, daar de kleinzonen te jong waren om de zaak over te nemen. Voor de leiding werd een procuratiehouder benoemd. De bevriende familie Schoemaker-Roem stak geld in het bedrijf en kwam in het bezit van het totale aandelenpakket. Het bedrijf beschikte in deze periode over drie staalbandovens en produceerde zo'n 40 soorten koekjes.

→ Lees verder...

Theobromine

Wit en bitter smakend purine-derivaat3), gebruikt in de farmaceutische industrie als voornaamste ingrediënt van de zogenoemde 'plaspillen`. Theobromine wordt gewonnen uit cacaodoppen. De slechte oplosbaarheid van het kostbare product wordt vervolgens verbeterd door combinatie met organische zuren. Het is na de Tweede Wereldoorlog, tot in de jaren '80, vervaardigd in een pand van Jan Dekker bv (De Adelaar) te Wormerveer, door een productie-afdeling van de Chemische fabriek Naarden.

Toornend Orthopedie Service bv

Orthopedisch bedrijf te Amsterdam, met productiebedrijf te Zaandam. Toornend Orthopedie werd opgericht in 1970 en beschikte in 1990 over vijf verkoopfilialen. 45 van de ongeveer 60 werknemers waren werkzaam in het in 1989 aan de A. van Broekweg te Zaandam gevestigde productiebedrijf.

Daar werd uitsluitend orthopedisch (aangepast) schoeisel gemaakt, dat wordt voorgeschreven door specialisten en grotendeels betaald door ziekenfondsen en ziektekostenverzekeraars. De (bedrijfs-lopleiding tot orthopedisch schoenmaker vergt ongeveer 6 jaar.

Tot + Beers bv

Bedrijf in de elektrotechniek en de meet- en regeltechniek, gevestigd te Zaandam. Het bedrijf werd opgericht in 1945 door elektromonteur Klaas Beers (1906-1962) en ankerwikkelaar Klaas Tot (1918-2000), die begonnen op de zolder van het huis van Tot aan de Savornin Lohmanstraat te Zaandam. Het duo kende elkaar al jaren, werkten samen bij het Zaandamse installatiebedrijf Redelaaren en hielden ook in de oorlogsjaren contact met elkaar. Het beginkapitaal bedroeg twee keer f 40.

→ Lees verder...

Touwen & Co bv

Teer-, bitumen- en verfindustrie te Zaandam; aanvankelijk te Meppel en Amsterdam. Het bedrijf werd opgericht in 1885 door schipper Jentinus Touwen, die in Meppel, aanvankelijk vanaf zijn schip en later vanuit een nabijgelegen pand, handel ging drijven in 'kache1-, machine- en smeerkolen, briketten, sponturf en lange turf, klompen, borstelwerk en huishoudelijke artikelen'. Rond 1905 was het bedrijf uitgebreid tot een grossierderij in brandstoffen, carbolineum en asfalt-dakpapieren. Met een hondekar bezocht de oprichter smeden en timmerlieden in omliggende plaatsen om zijn waren te slijten. Zijn vrouw dreef de winkel en verkocht ook kruidenierswaren. In 1909 werd zoon Klaas in de zaak opgenomen.

Tussen 1909 en 1921 werd de winkel aan de kant gedaan en kreeg de zaak meer het karakter van een groothandel in brandstoffen en teerproducten. Dit resulteerde in 1921 in de verkoop van de afdeling brandstoffen en de vestiging van de afdeling teerproducten te Amsterdam, aanvankelijk aan de Westzaanstraat, later op het Realeneiland. L. Touwen werd in de zaak opgenomen, waarbij de naam veranderde in Firma Touwen & Co. De firma werd in 1933 omgezet in nv en later in bv. In 1933 traden J. en K. Touwen uit de zaak. L. Touwen werd commissaris. Directeur N. Touwen trad in 1965 in dienst van het bedrijf. Kort na de omzetting in nv werd overgegaan tot het fabriceren van hout-, ijzer-. steen- en betonbeschermingsproducten.

Na de Tweede Wereldoorlog werd voor de afdeling bitumenproducten een pand op het Prinseneiland gekocht. In 1953 kon het bedrijf de hand leggen op het pand 'De Drie Gekroonde Haringen' aan de Vierwindenstraat te Amsterdam. In 1968 werden de aandelen van Touwen 8e Co overgenomen door Nebiprofa (Nederlandse Bitumenproducten Fabrieken) bv te Hendrik Ido Ambacht, een fabrikant van rioleringsverven en afdichtingsmaterialen. In het begin van de jaren '70 werd te Rotterdam een bestaand teer- en bitumenbedrijf overgenomen, dat als filiaal dienst ging doen. Dit filiaal werd medio 1985 opgeheven, waarna de activiteiten door Touwen Zaandam werden voortgezet.

In 1984 verhuisde het bedrijf naar Zaandam waar een deel van de voormalige Koek- en Beschuitfabriek Hille aan de Oostzijde werd gekocht en betrokken. In 1986 werd de totale productie-afdeling door een brand verwoest; dit leverde een schade op van f 3 mln. Het pand werd geheel herbouwd en in 1987 weer in gebruik genomen. Touwen & Co bv houdt zich bezig met zowel fabricage van als handel in alle voorkomende teer-, bitumen en verfproducten. Het bedrijf richt zich landelijk voornamelijk op de Doe-Het-Zelfmarkt, maar gedeeltelijk ook op de professionele markt: scheepswerven, aannemers, schilders en dergelijke. Bij het bedrijf waren in 1990 35 personen in dienst en de omzet bedroeg f 12 mln.

Tenco

Tufton bv, Koninklijke

In 1981 opgerichte fabriek voor de vervaardiging van 'getuft' tapijt volgens een bijzonder procédé. Daarbij worden nylongarens gebruikt die een 'pool' vormen op een pvc-onderlaag. Het product is in hoge mate slijtvast, heeft een groot vuil-opnemend vermogen, laat geen stof of vocht door naar de onderliggende vloer en kan snel en eenvoudig worden gereinigd. Om deze redenen wordt het veel toegepast in openbare ruimten en gebouwen, winkels enz.

Tufton is in zekere zin een voortzetting of afsplitsing van de textielfabriek VETO (Verenigde Textiel- en Oliefabrieken), onder welke naam in 1948 de veel oudere weverij P.H. Kaars Sijpesteijn was verenigd met de eveneens oudere oliefabrieken De Vrede en Crok & Laan. Deze bedrijven waren bezit van en werden bestuurd door de familie Kaars Sijpesteijn. Aan het Vlietsend te Krommenie zette de VETO de weverij-activiteiten voort. Zoekend naar mogelijkheden tot continuering werd in 1955 de eerste tuft-machine aangeschaft. Terwijl de weverij van zeildoek en andere doeksoorten moest worden beëindigd, bood de vervaardiging van getuft tapijt voldoende mogelijkheden voor een verdere ontwikkeling. Daartoe werd Tufton bv opgericht, terwijl de VETO werd geliquideerd. Onder directie van achtereenvolgens ir. J. Willink, drs. R. Dieters en P. de Jong groeide Tufton (dat aanvankelijk slechts kleine slaapkamerkleedjes e.d. produceerde) uit tot een fabriek van brede banen tapijt.

De productie wordt afgezet in binnen- en buitenland. Tufton bv is marktleider in Europa en vestigde met het oog op de groei van de afzet kantoren in Remscheid (Duitsland), Harrogate (Engeland) en Brussel. In 1987 werd het predikaat 'Koninklijke' aan Tufton verleend, aangezien het bedrijf - als feitelijke voortzetting van de bedrijven der familie Kaars Sijpesteijn - in genoemd jaar vierde dat in 1812 de weverij-activiteiten door deze familie waren begonnen.

Tuinbouw

Het bedrijf van het telen van consumptiegewassen, zoals groenten en fruit. Meestal wordt ook het kweken van bloemen hiertoe gerekend, terwijl het onderhoud van siertuinen bij niet-tuinbouwers eveneens tot de tuinbouw behoort. Van de totale oppervlakte cultuurgrond in Nederland (ongeveer 2 miljoen hectare) wordt door de tuinbouw circa zes procent ingenomen. De intensieve tuinbouwproductie zorgt voor een belangrijke bijdrage aan de export.

De Zaanstreek is geen tuinbouwgebied, de grond is daartoe ongeschikt. Slechts de teelt van bloemen onder glas wordt, met name in Assendelft, door enkele bedrijven uitgeoefend, zie Corn. Bak bv en K. Schoone Orchideeen bv. Betreft dit kaskwekerijen, de teelt 'op de koude grond' is vrijwel te verwaarlozen. Wel zijn de tegenwoordige tuincentra - als leveranciers van planten, heesters, bomen en allerlei tuinbenodigdheden aan particulieren van belang. Zij kwamen na de groei van de 'doe-het-zelf-markt' voor tuiniers tot ontwikkeling, als vervolg op de vroegere tuinmansbedrijven of tuinderijen. Er zijn verschillende kleine tuincentra in de streek gevestigd, elk met enkele personeelsleden. Daarvan groeide het bedrijf der Gebr. Koelemeijer uit tot een landelijk bekend centrum, door de kassen en modeltuinen die in de jaren '80 als dependance van de Wormerse hoofdvestiging in de Beemster zijn gerealiseerd.

Typhoon, Dagblad voor de Zaanstreek

Dagblad, oorspronkelijk illegaal verzetsblad, aanvankelijk uitgegeven door De Typhoon bv te Zaandam, later door uitgeversmaatschappij Midden Noord-Holland, Damiate Holding Haarlem. Het eerste exemplaar van De Typhoon verscheen op 12 oktober 1944 en werd uitgebracht door de Rooms Katholieke Centrale, RKC, zie ook: Tweede Wereldoorlog. De makers kwamen allen uit de illegaliteit. Het idee van een Zaanse illegale krant kwam van Jan Vos, verzetsnaam: P. Groen, die eerder in Brabant bij een illegaal blad betrokken was geweest. Doel was een regelmatige berichtgeving te verzorgen en de lezers tot verzet te stimuleren.

→ Lees verder...

Uitgeverij

De uitgeverij van boeken is in de Zaanstreek nooit van groot belang geweest. Wel is in de loop der tijd door Zaanse drukkerijen een aantal regionale uitgaven in de handel gebracht. Vooral actief waren de firma's:

Deze bedrijven beschouwden het uitgeven van boeken over de streekhistorie als nevenactiviteit waartoe zij 'aan hun stand verplicht' waren.

Zowel drukkerij Meijer als Kunstdrukkerij Mercurius te Wormerveer richtten afzonderlijke dochterondernemingen op voor de productie van boeken, resp. Meijer Pers, gevestigd in Amsterdam, inmiddels opgeheven en Inmerc bv bv te Wormer.

Beide ondernemingen moeten in hoofdzaak worden beschouwd als packagers, bedrijven die weliswaar boeken produceren en ontwikkelen, maar daarna de gehele oplagen aan uitgeverijen of andere instellingen doorverkopen. Zo heeft Meijer Pers een ruim aantal titels vervaardigd voor de provincie Noord-Holland, hoogheemraadschappen, gemeenten en bedrijven. Op vergelijkbare wijze werkt ook de in 1983 te Wormerveer opgerichte Stichting Uitgeverij Noord-Holland, die sindsdien een aantal belangrijke titels over de Zaanstreek het licht deed zien.

In de jaren '70 en '80 dreef Klaas Woudt te Zaandijk uit liefhebberij een vrije-tijdsuitgeverij, waarin ongeveer 30 merendeels literaire geschriften zijn uitgegeven. Eveneens uit liefhebberij begon J. Leguijt te Westzaan in 1979 de uitgeverij Amor Vincit Omnia, die inmiddels ruim 30 boekjes en kalenders betreffende de Zaanstreek liet verschijnen. Volledigheidshalve zij vermeld dat de firma J. Heijnis Tsz., van omstreeks 1900 tot 1960 een uitgeverij ten dienste van het amateurtoneel exploiteerde, waarin meer dan 400 titels verschenen die vele malen herdrukt werden.

Dezelfde firma ontwikkelde begin jaren '60 een klein literair fonds, enkele tientallen titels van onder meer Vestdijk, Buddingh, Mulisch en Wolkers, maar had daarmee te weinig succes om op dezelfde weg voort te gaan. Voorts is Molenaar's Muziekcentrale nv te Wormerveer sinds vele jaren actief als uitgever van bladmuziek voor hafabra-orkesten, terwijl de familie Zwart in Koog jarenlang een uitgeverij dreef met betrekking tot de orgelcomposities van Jan Zwart.

Vaargeul Zaan

Ten behoeve van de scheepvaart kunstmatig op diepte gehouden geul in de Zaan. Voor de economische ontwikkeling van de Zaanstreek was de diepte van de Zaan steeds van groot belang. Vooral in het verleden, toen zeilschepen tegen wind in laverend over de waterweg moesten kunnen, was ook de breedte van de geul van belang.

Regelmatig werd er door de verschillende Zaanse gemeenten van gedachten gewisseld over de percentages van de bijdragen én over de breedte en diepte van de vaargeul die noodzakelijk was om het alsmaar in omvang toenemende scheepvaartverkeer in goede geulen te geleiden.

In 1915 werd het boezemwater voor gemeenschappelijke rekening van Zaandam, Koog, Zaandijk en Wormerveer op geregelde diepte van 3 meter met een vaargeul van 3.60 M. gebracht. Dat kostte toen ƒ 160.000. Bij onderlinge overeenkomst werd besloten dat de Kamer van Koophandel zou bijdragen ƒ 20.000 van de ƒ53.237 die er voor de gemeenten overbleven, na de subsidies van Rijk en Provincie. De Wormerveerse fabrikanten namen ƒ 10.000 voor hun rekening, zodat Wormerveer ten slotte nog slechts ƒ 3253 te betalen had.

In 1926 werd er door de schippers en de directie van de Alkmaar Packet herhaaldelijk geklaagd over de vele ondiepten en hinderlijke banken in de Zaan. Het uitdiepen van de vaargeul en 't verwijderen van enkele hinderlijke banken zou ƒ 85.600 moeten kosten, waarvan Zaandam en Wormerveer ieder 40 %, De Koog 12 %, Zaandijk en Wormer ieder 4 % zouden betalen volgens het oude contract van 1915. Intussen zijn de toestanden in deze zin verandert, dat Wormer geacht moet worden meer bij te dragen, daar het met 33 Ha. wateroppervlak tegen 39 voor Wormerveer hoge inkomsten trekt uit de forensenbelasting van de Wormerveerse fabrikanten, wier fabrieken op Wormers grondgebied staan. De gemeente Wormerveer wil nu tot een billijke regeling komen en zal daarvoor een bespreking houden met de andere Zaangemeenten, daar zij een bijdrage van ƒ 34.240 zou moeten betalen terwijl Rijk en Provincie niet meer genegen zijn subsidies te verlenen.

De raad van Wormerveer dacht, dat 14 % voor Wormer met zijn 3662 inwoners en 30 % voor Wormerveer met 8650 inwoners een betere verhouding zou zijn. Komt men niet tot een vergelijk in deze, dan bestond het plan om ieder maar voor eigen gebied te laten zorgen, wat dan voor Zaandam met 83 Ha wateroppervlak wat duurder dan 40 % van de onkosten zou worden, doch voor Wormer veel duurder dan de 4 % van voorheen, terwijl Wormerveer dan ongeveer 20 % der totale kosten zou hebben te betalen of de helft van hetgeen, waarvoor het nu zou moeten opkomen.

Na een peiling van de vaargeul in de Zaan, april 1937, waaruit bleek dat ruim 130.000 M2 grond uit de vaargeul verwijderd moet worden om de vereiste diepte in de vaargeul te verkrijgen, stelden B. en W. van Zaandam aan de gemeenteraad voor tot uitdieping over te gaan. De kosten werden geraamd op ongeveer ƒ 100.000. Krachtens een regeling tussen de gemeenten Zaandam, Wormerveer, Koog aan de Zaan, Zaandijk en Wormer, komt 40 % van de kosten voor rekening van Zaandam. De werkzaamheden werden uitgevoerd door Fa. Gebr. Dikkerboom & Sybrandij uit Oudehaske (Fr.)

November 1954 wilde het Zaanse bedrijfsleven haar concurrentiepositie voor naar schatting 12,5 miljoen gulden verbeteren door de tien kilometer lange Zaan vijf meter diepte te geven, de vaargeul te verbreden tot veertig meter en de vijf bruggen en sluizen te vernieuwen of te verdiepen.

Vakverenigingen

Organisaties van werknemers, met het doel tot gezamenlijke positieverbetering te geraken. Andere namen voor vakvereniging zijn vakbeweging, arbeidersverenigingen, werknemersverenigingen en vakcentrales. De arbeidersbeweging is van grote invloed geweest op de politieke bewustwording.

De Nederlandse en daarmee de Zaanse vakverenigingen werden aanvankelijk gekenmerkt door een grote mate van versplintering en vervolgens door een proces van fusies. Dit leidde tenslotte (op 1 januari 1976) tot het samengaan van het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) met het Nederlands Katholiek Vakverbond (NKV) tot de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV), dat hierdoor de grootste centrale van vakverenigingen in ons land werd.

→ Lees verder...

VAW Nederland bv

Onderdeel van de Vereinigte Aluminium Werke AG (in Bonn). Gevestigd in Zaandam in 1978 met als doel het zelfstandig bewerken van de Nederlandse markt voor alle VAW AG aluminium producten en het verlenen van service.

Als vestigingsplaats werd gekozen voor het pand aan de Provincialeweg waar op dat moment Bolding Verpakkingen - sinds 1969 onderdeel van VAW - gevestigd was. In de aanvangsfase werd voor drie miljoen gulden geïnvesteerd in de bouw en inrichting van een magazijn. De belangrijkste producten zijn: geprofileerde platen voor het bekleden van daken, gevels en plafonds; platen en banden; profielen; aluminium constructies ter vervaardiging van patrijspoorten; folie en buizen.

In 1990 verhuisde het bedrijf van de Provincialeweg naar de Rijshoutweg in Zaandam. In dat jaar bedroeg de omzet ongeveer 80 miljoen gulden en werkten er 16 personen bij de Zaandamse vestiging.

Veenis bv

Garagebedrijf aan de Dorpsstraat in Assendelft.

Het bedrijf werd in 1965 door C. Veenis opgericht als handel in nieuwe en gebruikte personenauto's en het onderhoud daarvan. In 1971 werd de oorspronkelijke eenmanszaak omgezet in een bv. In 1977 werd het garagebedrijf uitgebreid met een tankstation. Bij Veenis waren in 1991 15 personen in dienst.

Veer Karton

Karton-industrie aan de Industrieweg in Assendelft, opgericht in 1956 door Willem van 't Veer. Veer Karton houdt zich bezig met de fabricage van vier- en zespunts geplakte dozen voor met name (banket)bakkerijen en de industrie.

Geografisch richt het bedrijf zich voornamelijk op de landen van de Europese Gemeenschap. De juridische vorm veranderde van eenmanszaak, via nv tot bv. Bij het bedrijf waren in 1990 86 personen in dienst.

Velde, Hans op den

Zaandam, 17 oktober 1936 - Zaandam, 21 december 2017

Johannes (Hans) op den Velde speelde als voorzitter een rol in de successen van het dames-waterpoloteam van Nereus dat, ook dankzij zijn zakelijke aanpak, in de jaren ’80 en ’90 verschillende landstitels en zelfs Europacup-zeges mocht vieren. Parallel daaraan was hij ook de drijvende kracht achter de Stichting Topwaterpolo KNZB die de bond extra financiële impulsen gaf voor deelname aan buitenlandse toernooien waar men zelf geen budget voor had.

Met name door ervoor te zorgen dat het 'nationale' bad in Zeist, dat de KNVB destijds wilde sluiten, nog jarenlang open bleef, leverde hij een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van talloze waterpolotalenten en prestaties van de nationale teams. En daarmee droeg hij ook een cruciaal steentje bij aan het grootste succes van het Nederlandse waterpolo: de gouden medaille van de dames op de Olympische Spelen van 2008.

Daarnaast ondersteunde hij na de fusie tussen ZFC en ZVV vele jaren de vereniging Hellas Sport, zowel privé als zakelijk, als directeur van de Op den Velde Groep. Hans op den Velde was tevens voorzitter van de Rotary Regio Zaanstreek-Waterland.

Veldhuizen Transport BV, H

Transportbedrijf in Zaandam, gevestigd aan de Diederik Sonoyweg 7 te Zaandam.

Het bedrijf werd opgericht in 1923 als Eerste Dagelijkse Zaanlandse Auto Besteldienst (EDZAB) en kreeg later de huidige naam. Het bedrijf richt zich op transport en distributie in en naar Nederland, België, Frankrijk en Duitsland. De juridische vorm veranderde van eenmanszaak naar BV in 1975. De omzet, die in de beginperiode lag op 6000 gulden per jaar steeg naar 8,5 miljoen gulden in 1990. Bij het bedrijf waren in 1990 60 personeelsleden werkzaam.

Externe link: H. Veldhuizen Transport BV

Verblifa (Verenigde Blikfabrieken)

Voormalig blikbedrijf in Krommenie, tot stand gekomen bij een fusie in 1912. De samenstellende bedrijven, Woud & Schaap en Verwer Blikfabrieken waren in strikte zin geen echte familiebedrijven. Beide waren opgericht aan het einde van de 19e eeuw, toen Zaanse bedrijven meer behoefte kregen aan blik als verpakkingsmiddel.

In 1888 begon de toen nog minderjarige Cornelis Woud onder aansprakelijkheid van zijn vader een blikslagerij. Hij werd vanaf 1889 financieel gesteund door Jacob Schaap, kleinzoon van de eigenaar van de fabriek waar de vader van Cornelis werkte. Deze Jacob Schaap zag de zeildoekfabricage afkalven. In 1780 waren er nog 24 ondernemingen geweest, maar in 1891 was dat aantal tot vijf gedaald: Sijpesteijn, Van Leyden, Schaap, Van Eeden en Planteyd. Van deze vijf restten er in 1901 nog maar twee.

In 1889 werd de Zaanlandsche Blikfabriek Fa. W. Woud Cz opgericht. Toen Cornelis 21 jaar werd, volgde de nieuwe vennootschap Zaansche Blikfabriek fa. Woud & Schaap, die verhuisde naar Krommenie waar als gevolg van de grote werkloosheid goedkope arbeidskrachten te krijgen waren. Vakbekwaam personeel moest echter van buiten worden aangetrokken. Cornelis Woud leidde voor zijn blikfabriek de lokale krachten zelf op. In 1891 had hij 23 personen aan het werk, in 1896 was dat aantal gestegen tot 50.

De bussen dienden er voor de merkartikelen fraai uit te zien. Het schilderwerk werd uitbesteed aan de Zaankanter C. Verwer. Deze was in 1885 begonnen als schilder, lak- en vernisstoker. Hij had in 1889 de beschikking gekregen over een geheim procedé voor het maken van zeer goed conserverende vernis. Sedert 1890 was hij zich gaan concentreren op het decoreren van bussen met lak- en schilderwerk. Toen de zaken aantrokken en kapitaal voor investeringen nodig was, zorgde de zeildoekfabrikant W. Kaars Sijpesteijn dat het benodigde kapitaal door familie en kennissen werd bijeengebracht.

In 1892 werd opgericht de nv tot Exploitatie van Verwer's Vernis en Stoommetaaldrukkerij. Het was duidelijk dat Woud & Schaap en Verwer elkaar prachtig over en weer aanvulden, maar ieder wilde directe klantenbinding en dat verhinderde samenwerking. Beide bedrijven groeiden hard en toen de familie Schaap de financiële behoefte niet meer kon bijhouden, zocht men ook daar naar steun van Zaanse ondernemers. Een commanditaire vennootschap werd opgericht waarin Dirk van Leyden, Jan Schaap, R.A. Laan, Klaas de Boer en Lourens Rempt, laatstgenoemden waren burgemeesters van respectievelijk Krommenie en Wormer, en tal van andere familieleden en kennissen deelnamen.

→ Lees verder...

Verenigde Automobielbedrijven Zaandam bv

Garagebedrijf in Zaandam. Het bedrijf werd opgericht in januari 1920 door C. Poel, W. Perk en C. Steemeijer onder de naam nv Zaanlandse Automobielhandel & Garage Onderneming v/h C. Steemeijer.

De activiteiten bestaan uit handel (verkoop van auto's, onderdelen, motorbrandstoffen), reparatie en leasing. De juridische vorm veranderde van nv via bv in een holding met vestigingen in Zaandam, Krommenie, Wormer, Alkmaar, Heerhugowaard en Uitgeest. Sinds 1923 is het bedrijf de officiële Ford dealer in Zaandam en vanaf 1928 in Alkmaar.

Het is in 1948 vijfentwintig jaar geleden, dat de N.V. v.h. C. Steemeijer als dealer voor Ford-automobielen optrad. Dat was in 1923, toen de heren Molenaar en Poel de zaak van wijlen de heer C. Steemeijer voortzetten en dit de burgers van Zaandam door middel van een reclamebiljet bekend maakten. Dit biljet bevatte o.a. de volgende zinsneden, die als aanbevelingen moesten dienen : „De garage, thans electrisch verlicht, biedt stalling aan vijftien auto's, waarvan momenteel tien plaatsen zijn bezet. Ook motor- en gewone rijwielen kunnen worden geborgen. Wij belasten ons gaarne met het toezicht op en het onderhoud van de wagen, terwijl wij zullen trachten steeds enige buitenen binnenbanden voor u in reserve te houden“. Dat schreef men in het jaar 1923 toen door middel van de N.V. v.h. C. Steemeijer de eerste T-Fords uit de garage rolden.

Als ooit een auto in het middelpunt van spottende belangstelling heeft gestaan, dan is het de T-Ford geweest. In Holland werd dit blikken product van wijlen Henri de Grote nooit anders dan een rijdend benzineblik genoemd. In Amerika had de „vierpitter” de naam „Thin-Lizzy“ ofwel „blikken Liesje”. Deze blikken Liesjes rolden door de wereld. Met zeildoekkappen, die men op zomerse dagen kon opvouwen, met dunne wielen en af en toe kuren, die de chauffeurs vertwijfeld naar het hoofd deden grijpen. In cabarets en moppenbladen werden de auto's van Ford bespottelijk gemaakt en ook Louis Davids bleef niet achter. „Zijn olieman die een Fordje had opgedaan“, wordt zelfs nu nog als gevraagde gramofoonplaat gedraaid.

Maar Henry Ford lachte, uitgaande van de stelregel : „Het hindert niet wat de mensen van je zeggen, als er maar over je gesproken wordt !” Daarom tuften de T-Fords, die bijna onsterfelijk leken te functioneren, ook door de Zaanstreek. Soms met twee emmers zand op de treeplanken, want zo'n ding mocht eens in brand vliegen. Maar meer dan thans, nu de auto een kostbaar gebruiksvoorwerp is geworden, was in die dagen het autorijden een liefhebberij. Een auto was een bezit, dat door de familie werd vertroeteld. Na iedere reis werden eventuele deukjes en onreinheden weggewerkt.

Het instappen voor de reis was een gebeurtenis waar de buren voor naar buiten kwamen. Vader zette zich met een zeker decorum achter het stuur, na eerst met veel krachtsinspanning de slinger te hebben rondgedraaid en greep dan vakkundig de gashandles, die op het stuur waren aangebracht. Onder gejuich en gewuif van de achterblijvenden zette de zaak zich in beweging. Op weg naar verre landen, naar de bollenvelden of het strand. Fietsers stapten af om de stofspuitende auto te laten passeren, kinderen, in vroeger dagen gewaarschuwd voor paardenwagens, renden hun huis in. Want er kwam een auto aan.

De auto's stonden in Antwerpen. Voordat de auto's in Zaandam arriveerden, moest er nogal wat gebeuren. Want in Antwerpen stond de Fordfabriek. De auto's werden niet gebracht, die moesten worden gehaald. Een feest voor hen, die dit karwei mochten opknappen. Naar gelang bestellingen waren binnengekomen, reisde een ploegje monteurs met de trein naar de Scheldestad en aanvaardde in optocht de weg terug. Later moesten de wagens uit Rotterdam worden gehaald. Anno 1948 is er geen aardigheid meer aan, want de Fordfabriek in Amsterdam ter hoogte van de Hembrug ligt bijna naast de deur.

Na de T-Ford kwam de A Ford. Een omwenteling op automobielgebied, die later, in 1932, door de V 8 zou worden voortgezet. Met de V 8 kwamen de acht-cylinders. Zo reden duizenden Fords, huilbuien op wielen en „sleeën“, waarin men wegzinkt in de luxueuze bekleding, de garage uit. Er reed in ‘48 nog een Ford van het jaar 1928 op de weg. Bereden door directeur Poel, die niet wil scheiden van de oude maar nog steeds goedlopende wagen, die nog in staat is zijn maximale tachtig kilometer per uur te halen, en die de Custom 1949 er voor cadeau geeft.

De N.V. Albert Heijn nam de eerste Ford van de N.V. v.h. C. Steemeijer, die het dealerschap van Ford nog niet bezat, af. Dat was op 4 september 1920. Veertien dagen later was er slechts een ruïne van deze op massieve achterbanden rijdende, hobbelende Ford-vrachtwagen over. De Gooise stoomtram greep de auto in de flank. De eerste Ford in de geschiedenis van het dealerschap betrof een touringwagen met vijf wielen, één als reserve, voor de prijs van ƒ 1356,54. De kopers waren de heren Onrust en Hoorn, fabrikanten van puddingpoeder.

Bij het bedrijf waren in 1990 in de Zaanstreek 65 personen werkzaam en in de regio Alkmaar 55 personen. De totale omzet in 1990 bedroeg circa 85 miljoen gulden.

Zes samenwerkende Ford-dealers in Noord-Holland, waaronder Verenigde Automobielbedrijven Zaandam gaan per 1 april 2009 onder één naam verder: Dekkerautogroep. De dealers werkten al vele jaren samen binnen de Steemeijer Holding. Directeur-eigenaar Dekker koos voor de naam Dekkerautogroep. De integratie moet resulteren in schaalvergroting, met voordelen voor de klanten en de efficiency van de ondernemingen. Evert Overtoom, namens de directie van de nieuwe dealergroep belast met de dagelijkse leiding. “Afgezien van de nieuwe naam op de gevels en op onze visitekaartjes en publiciteitsuitingen vindt de synergie vooral ook achter de schermen plaats. Ieder bedrijf kan nu het totale bestand aan gebruikte auto's aanbieden. Ook vinden dezelfde acties plaats en kunnen bij grote drukte in de werkplaats medewerkers elkaar helpen.” Ford Alkmaar zal fungeren als centraal punt voor de Dekkerautogroep.

Dekkerautogroep Zaandam, vanouds met een showroom aan de Westzijde en werkplaats annex magazijn aan de Zeemansstraat, verhuist eind 2014 naar een nieuw gebouw aan de Stormhoek. De scheiding tussen showroom-verkoop en werkplaats bleek geen gelukkige situatie maar het was ook niet onoverkomelijk.

Bron: o.a. De Typhoon, 1948-11-06

Verffabricage

Belangrijke sector in de Zaanse economie, reeds vroeg in de 17e eeuw aanwezig. Aanvankelijk produceerden de Zaanse verfmakers uitsluitend de verfstoffen en werd de verf door de schilders zelf gemengd. Vanaf het begin van de 20e eeuw werd in toenemende mate gerede verf gefabriceerd. In de tweede helft van de 20e eeuw nam de omvang van Zaanse verfmakerij af en verdwenen de meeste Zaanse bedrijven, of verloren zij hun zelfstandigheid.

→ Lees verder...

Verkade Fabrieken nv, Koninklijke

Vooraanstaand bedrijf in de levensmiddelenindustrie in Zaandam. Zie ook: Verkade, ondernemersgeslacht.

Verkade werd opgericht op 2 mei 1886 als Stoom Brood- en Beschuitfabriek 'De Ruyter', der firma Verkade & Comp Zaandam door E.G. Verkade, die toen reeds 51 jaar was. Hij zette het bedrijf op om zijn zonen een toekomstmogelijkheid te bieden. Eerder had hij een patent-oliefabriek aan de Oostzijde, die in 1875 door brand verloren ging. Daarna hield hij zich tien jaar bezig met de handel in granen en zaden.

Het idee om een broodfabriek te beginnen haalde hij uit een alfabetisch handboek van Nederlandse Vennootschappen. Broodfabrieken waren omstreeks 1870 ontstaan in de steden, op het platteland ontbraken ze. Volgens Verkade moest een fabrikant die productie en distributie grootschaliger aanpakken om ook op het platteland goedkoper te kunnen leveren dan de bakkers. Hij koos voor de Zaanstreek, omdat men daar door de invoer uit Amsterdam al redelijk bekend met fabrieksbrood was.

Op een aangekocht terrein aan de Westzijde ('aan weg en Zaan') liet hij een nieuw pand bouwen, waarin een stoommachine werd geplaatst. De Ruyter begon met vijftien werklieden, waaronder een chef-bakker. Van hem moest het vakmanschap komen, de oprichter wist niets van bakken.

De productiecapaciteit van de broodfabriek was van het begin af aan van dien aard, dat de Zaanstreek alleen als afzetgebied te klein zou zijn. Al in 1887 was er een filiaal in Amsterdam, dat later in een depot werd omgezet. In 1904 had het bedrijf eigen broodwinkels in Den Helder, Alkmaar, Schagen, Beverwijk, IJmuiden, Purmerend, Hoorn, Medemblik en Anna Paulowna, en depots verspreid over de Zaanstreek en in Landsmeer, Noord-Scharwoude, Oosthuizen en Koedijk. Er ging een landelijk netwerk ontstaan van agenten ('grossiers'), vooral voor koek en beschuit.

Fabrieksuitbreidingen en -verbouwingen hadden plaats in in 1887, 1890, 1894, 1897, 1898, 1900, 1903 en 1904.

→ Lees verder...

Vermij, Ton

Zaandam 1946

Tonny René (Ton) Vermij, bestuurslid van het KNOV, de Kamer van Koophandel en Winkeliersvereniging Zuiddijk, Centrummanager Zaandam, vestigde zich als grossier en winkelier in automaterialen aan de Zuiddijk, trad in 1972 toe tot het bestuur van de Winkeliersvereniging Zuiddijk, waarin hij verscheidene functies vervulde. Vanaf 1979 was hij in het Koninklijk Nederlands Ondernemers Verbond actief, onder meer als lid van het landelijk hoofdbestuur.

In 1980 kwam hij in het bestuur van de Kamer van Koophandel, waarvan hij ondervoorzitter werd. Voorts was hij bestuurslid van de Samenwerkende Kamers van Koophandel (vanaf 1983), bestuurslid van de Stichting Zaanstad Promotion (vanaf 1980), voorzitter van de Stichting Ondernemers Advies Centrum (vanaf 1984) en bestuurslid van het Sociaal Economisch Overlegorgaan Noord-Holland (1985-1989). In april 1990 werd hij als eerste 'Centrummanager Zaandam' benoemd.

Vetim bv

Verwarmings- en Technische Installatie Maatschappij in Zaandam.

Vetim bv is een voortzetting van VTIM, dat in de jaren vijftig van de 20e eeuw begon als een aparte verwarmingsafdeling van het installatiebedrijf Fris. In 1972 werd het overgenomen door Sterel en Wechgelaar, welk bedrijf op zijn beurt twee jaar later werd overgenomen door het Amerikaanse concern Westinghouse.

Het ging hierna bergafwaarts met VTIM. In 1983 waren nog 40 van de oorspronkelijk 100 werknemers over en was het bedrijf verliesgevend. Westinghouse wilde van het bedrijf af. Dankzij bemiddeling van de vakbonden ontstond de mogelijkheid het bedrijf voort te zetten met het personeel als eigenaar. De schulden werden gesaneerd en het aandelenpakket werd voor één gulden overgenomen door de Stichting VTIM, die de moedermaatschappij werd van het nieuwe Vetim. Vijf afgevaardigden van het personeel vormen zowel de ondernemingsraad als het bestuur van de stichting VTIM.

Bij Vetim waren in 1991 35 personen in dienst.

Vetira Romance Aerosols BV

Afvulbedrijf van aerosols (spuitbussen), dat bij oprichting was gevestigd te Koog aan de Zaan, later aan de Westzijde, daarna aan de Sluispolderweg te Zaandam. Het bedrijf werd opgericht in 1948 onder de naam nv Chemische Industrie Vetira door H.J. Boon uit Zaandijk. Begonnen met een kapitaal van ƒ 4000, richtte men zich op de verkoop van vitamineconcentraten voor veevoeder, verpakte bestrijdingsmiddelen voor land- en tuinbouw en vervaardiging en verhandeling van diergeneesmiddelen. De exploitatie van een aerosol-afvulstation vormde in de loop der jaren de hoofd-activiteit van de onderneming. De omzet van Vetira liep uit tot tientallen miljoenen op jaarbasis.

IJlings weggevluchte arbeiders vreesden op 10 maart 1954 het ergste voor twee van hun collega's, toen een bus verdelgingstabletten in de chemische fabriek Vetira te Koog aan de Zaan door verhitting in brand was geraakt. De verstikkende rookwolken, die zich snel in hun werkruimte verspreidden, leidden er toe dat de twee laatste arbeiders geen hand voor ogen meer konden zien en op de tast moesten proberen zich naar buiten te begeven. Zij slaagden hier op het nippertje in.

Aankomst blusboot De Weer. Bron Gemeentearchief Zaanstad

Donderdagmorgen 18 februari 1960 brak brand uit op de tweede verdieping van de Chemische fabriek Vetira aan de Westzijde. Tien leden van het hoofdzakelijk uit vrouwen bestaande personeel liepen ernstige brandwonden op. Een werkneemster sprong in haar angst uit de bovenverdieping en kwam in de Zaan terecht. Zij werd door omstanders op het droge gebracht. Het houten fabriekspand raakte grotendeels vernield.

De ontploffing ontstond doordat, bij afwezigheid van de chef, een niet terzake kundig personeelslid een gastoestel wilde aanzetten. Er schoot een steekvlam op waarna de tweede verdieping vlam vatte. Belendende percelen werden onmiddellijk ontruimd. Ontploffende gasflessen deden de naburige panden op hun grondvesten trillen. De GGD had handenvol werk om de gewonden naar de ziekenhuizen te vervoeren. Na enkele uren hard werken was het vuur bedwongen.

De schade bedroeg ƒ 300.000, welk bedrag door de verzekering werd gedekt. De vuurzee bracht onverwachte gevolgen met zich mee. De nylonkousen van honderden dames raakten door ontsnapte chloorverbindingen zodanig aangetast, dat er eerst kleine gaten en daarna grote ladders in vielen. Zelfs dames die op honderden meters afstand naar de brand keken, keerden met geschonden kousen huiswaarts. Sommigen verzochten bij de politie om schadevergoeding.

→ Lees verder...

Vis Pz, nv Lakfabriek en Export Maatschappij v/h Jacob

Voormalig bedrijf in Zaandijk, dat zich tot 1980 heeft bezig gehouden met de fabricage van en handel in standolie, lakken, vernissen, aangemaakte verven, siccatieven en krijt, alsmede patentolie en fijne olieën.

De onderneming ontstond in 1856, toen Jacob Vis Pz. (1828-1888) voor 6500 gulden oliemolen De Koe in het Zaandamse Oostzijderveld van zijn moeder kocht. Waarschijnlijk door de ongunstige ligging deed hij deze molen na korte tijd van de hand, waarna hij enkele jaren werkte met Het Jonge Vool in Wormerveer.

Toen hem door een oom de gunstig gelegen oliemolen De Oude Wolf, buitendijks aan Zaan en Kalverringdijk, tegenover Zaandijk werd gelegateerd, zette hij hiermee zijn bedrijf voort. Hij sloeg lijn- en raapolie en handelde niet alleen daarin, maar ook in specerijen, thee en wijn. De handel was aanvankelijk van groter belang dan de olieslagerij, doordat Vis door contacten in Duitsland een groeiende export van lijnolie wist te ontwikkelen.

Naar eigen zeggen was hij de eerste Zaanse olie-exporteur. Hij verkocht ook olie van verschillende fabrieken, en zou al spoedig door anderen worden nagevolgd. Deze export vond plaats naar buitenlandse verffabrieken, omdat ook daar de schilders steeds meer overgingen op het gebruik van fabrieksmatig gemengde verven. Mede gedwongen door de exporterende concurrenten ging hij grote aandacht besteden aan de kwaliteit van de eigen productie van patentolie, fijne oliën, lakken en vernissen, die in De Oude Wolf en in een fabriek in Zaandijk naast het pakhuis Livomo werden gefabriceerd.

Het productiepakket breidde zich verder uit met stopverf, aangemaakte verven, machine-olie, spijsolie, siccatieven en gemalen krijt. Eén en ander veroorzaakte steeds toenemende groei van de opstallen en het personeelsbestand. Een grote brand in 1882 vertraagde deze ontwikkeling nauwelijks.

Na het overlijden van Jacob Vis Pz. in 1888 werden de zaken voortgezet door zijn zoon Jan Marinus Vis (1856-1918). Deze was al heel jong een verfhandel en stopverffabriek begonnen in Andemach, Duitsland, onder de naam Weissheimer & Vis. Samen met zijn naaste medewerkers M.H. Fust, G.M. Snuif en H. Velthuys Wz, die later in de directie zouden worden opgenomen, bracht hij het bedrijf tot verdere bloei. Van de bereisde Jan Marinus Vis werd gezegd dat hij een groot talenkenner was. Hij gold ook als een verdienstelijk dichter. Daarnaast was hij succesvol in zaken.

Fabrieksbranden in 1904 en 1912 maakten nieuwbouw noodzakelijk. Er verrezen moderne installaties, waarin grote aandacht aan kwaliteitsverbetering van de producten werd gegeven. In 1908 werd het bedrijf omgezet in een NV.

In de Eerste Wereldoorlog had het op export gerichte bedrijf het moeilijk, maar spoedig daarna volgde verdere groei. In 1929 werd een nieuwe blekerij gebouwd, voorts werd de lakstokerij vernieuwd en werd een laboratorium aan het bedrijf toegevoegd, terwijl ook buitentanks verrezen en de magazijnen werden vergroot.

De directeuren G.M. Snuif en N.L.H. Fust overleden in respectievelijk 1939 en 1944. Na de Tweede Wereldoorlog bestond de directie uit hun zoons, J.G. Snuif en J.H. Fust. W. Velthuys werd tot adjunct-directeur benoemd. De research kreeg een steeds toenemende betekenis in de voortdurend naar kwaliteitsverbetering strevende onderneming.

De naoorlogse concurrentie en schaalvergrotingen in de Verffabricage lieten ook de meer dan honderdjarige Lakfabriek en Export Maatschappij v/h Jacob Vis niet onberoerd. Nadat het bedrijf in 1973 was omgezet in een BV werd het twee jaar later overgenomen door het grote Amerikaanse olie-concern Cargill.

Vijf jaar daarna volgde sluiting. De panden aan de Kalverringdijk, door een ontploffing en brand buiten gebruik geraakt, zijn na jarenlang verval uiteindelijk in 1990 gesloopt. Het kantoor en laboratoriumgebouw aan de Lagedijk in Zaandijk kwamen in handen van de Stichting VIS, een idealistisch-charitatieve instelling die tracht inwoners van derdewereldlanden ambachtelijk te scholen.

Vlaar en Zonen bv, P.

Fabriek van en handel in enveloppen in Krommenie en Groningen.

Het bedrijf werd opgericht in Zaandam in 1926 door Pieter Vlaar, als groothandel in grafisch papier en in papierwaren. In 1945 veranderde de naam in P. Vlaar & Zonen en werd de juridische vorm vennootschap onder firma, later gewijzigd in bv. In 1945 vestigde Vlaar zich ook in Groningen. Beide bedrijven hielden zich bezig met de handel in papier en papierwaren, waarbij de handel in enveloppen een steeds grotere plaats verwierf.

In 1963 begon Vlaar met de fabricage van enveloppen. Fabricage van en handel hierin zijn thans (1991) de enige bedrijfsactiviteiten. De gezamenlijke productie bedraagt jaarlijks ongeveer 600 miljoen enveloppen. In augustus 1971 werden de gebouwen en terreinen van de Verenigde Blikfabrieken (Verblifa (Verenigde Blikfabrieken)) in Krommenie gekocht en werd het bedrijf daarheen verplaatst.

In 2004 nam Vlaar Keiren in Venlo, producent van onder meer speciale verpakkingsenveloppen, over. In de drie vestigingen werkten in totaal zo'n 140 medewerkers.

In 2009 verloren tien medewerkers van enveloppenfabriek Vlaar hun baan als gevolg van een reorganisatie. In 2010 volgt eveneens een ontslagronde waarbij elf medewerkers hun baan verliezen.

Vlaar Enveloppen blijkt in april 2018 failliet. Het bedrijf met totaal 45 personeelsleden, dat ook een vestiging heeft in Groningen, had al een aantal reorganisaties achter de rug. De enveloppenproducent lag al jaren onder vuur vanwege de groeiende digitalisering waardoor minder brievenpost werd verstuurd, dus werd de vraag om enveloppen minder.

De maand daarop neemt het Rotterdamse Dortland en van Beem de activiteiten van het failliet verklaarde Vlaar Enveloppen over. De vestiging in Krommenie werd gesloten; productielocatie Groningen blijft in afgeslankte vorm open. Lees verder over het verloop van de overname op Blokboek.com

Vooruit, Scheepswerf bv

Scheepswerf en voormalige Coöperatieve Vereniging. Scheepswerf te Zaandam (en oorspronkelijk Koog); aanvankelijk actief in de reparatie en bouw van dekschuiten, later uitgebreid met binnenvaartschepen, sleepboten, tankers, baggermaterieel, rijksvaartuigen, woonboten, visserijschepen, tjalken en klippers. De scheepswerf werd opgericht in juni 1921 als Coöperatieve Vereniging Scheepswerf Vooruit u.a. door een groep van ongeveer twintig mensen, die een associatie hadden gevormd. Deze samenwerkingsvorm was aan het einde van de Eerste Wereldoorlog in Frankrijk zeer populair en waaide naar ons land over.

Doelstelling van de initiatiefnemers was 'door gezamenlijk bedrijven te stichten, samen lief en leed te delen, samen de winst te delen, een voorbeeld te zijn voor de maatschappij'. Elke deelnemer moest een inleggeld van f 200 betalen en verder een contributie van een kwartje. Was er werk, dan werd er verdiend; was er geen werk, dan stond de verdienste stil en moesten de deelnemers werk in fabrieken zoeken. Op een terrein aan de Sluissloot te Koog (waar nu de Leeghwaterstraat is) werd begonnen met de bouw van twee roeiboten, van beschuitblikken, op de Zaandamse markt gekochte spanten en door de echtgenote van een van de oprichters in haar fornuis heet gemaakte klinknagels. Na aanvankelijk vooral reparatieopdrachten voor boerenpramen en dekschuiten begon het bedrijf later ook met de bouw van deze schepen.

De Coöperatieve Vereniging bleek een succes te zijn. Er werd concurrerend gewerkt, waardoor de werf in de jaren '30 de meeste dekschuiten in de regio Amsterdam/Zaanstreek bouwde. Afnemers waren met name Zaanse houthandelaren, Amsterdamse kolenhandelaren en houtfactorbedrijven. Om grotere schepen te kunnen bouwen, maar ook gedwongen door klachten over geluidsoverlast, werd het bedrijf in 1936 verplaatst naar een terrein aan de Zuiddijk te Zaandam, gelegen aan de Voorzaan, nabij het Noordzeekanaal. Daar werd een nieuwe scheepswerf gebouwd met twee sleehellingen, een wagenhelling, loods, verfmagazijn en vier woonhuizen. Een forse investering, mogelijk gemaakt door de winsten 'binnenshuis' te houden en zodoende een kapitaal op te bouwen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog viel de productie terug en hield het personeel zich bezig met het vervaardigen van andere producten, zoals kachels en carbidlampen, om deze tegen etenswaar te kunnen ruilen. Ook werden wel schepen voor verzetsdoeleinden voorzien van een dubbele bodem. Na de oorlog telde de Coöperatieve Vereniging nog zes leden. Men begon nu personeel aan te nemen, waarmee de coöperatieve gedachte afbrokkelde; omstreeks 1970 volgde tenslotte de omzetting in een bv.

In de jaren '50 legde het bedrijf zich ook toe op de bouw en later ook de reparatie en verlenging van visserijschepen. Door het toenemend aantal reparatieopdrachten werden de bedrijfsterreinen aanzienlijk uitgebreid. Ook kwamen er een grote reparatiehelling en een bouwloods bij. Begin 1991 beschikte Scheepswerf Vooruit over twee hellingen en twee dokken, waar per jaar gemiddeld 300 schepen werden gerepareerd, onderhouden, of verlengd. Verder werden per jaar, afhtankelijk van de grootte, twee tot drie schepen gebouwd. Bij Vooruit waren in 1991 30 personen in dienst.

Vries, J.W. de

Aanvankelijk boek- en kunsthandelaar, in 1924 medevennoot in de firma K. Blees Gzn aan de Westzijde in Zaandam, later onder meer directeur van kantoorinrichtingsbedrijf Blees bv. Daarnaast vervulde De Vries een groot aantal organisatorische functies:

  • Omstreeks 1930 als secretaris betrokken bij de herleving en groei van de Zaandamse Winkeliers Vereniging
  • Mede-oprichter en bestuurslid van de Stichting Midza Combinatie Zaandam.
  • Bestuurslid, later plaatsvervangend voorzitter en tenslotte erelid van de vereniging Centrale Technische School Zaandam.
  • Secretaris van het Instituut voor Middenstandsopleidingen,
  • Bestuurder (penningmeester) van de Stichting De Typhoon,
  • Secretaris van de inkoopvereniging Neco (in 1983 erelid),
  • Mede-initiatiefnemer van de Zaandamse Braderie,
  • Lid van de Kamer van Koophandel,
  • Mede-oprichter van de Stichting Contactraad voor de Zaandamse Middenstand

Zakelijk-organisatorisch heeft De Vries, afgezien van de ontwikkeling van boekhandel Blees tot middelgroot kantoorinrichtingsbedrijf, een belangrijke rol gespeeld bij de naoorlogse omvorming van de verzetskrant De Typhoon, in 1945 een stichting zonder middelen en know-how, tot een goed geoutilleerd krantenbedrijf waarvan hij enige tijd directeur was.

VSM Geneesmiddelen bv.

(VSM: Voorhoeve-Schwabe-Merk), zie Dr. Willmar Schwabe bv.

VTIM

Verwarmings- en Technische Installatie Maatschappij bv. zie: Vetim bv.

VTZ bv (Verhuis- en Transportkombinatie Zaanstad/Utrecht)

Transportonderneming te Zaandam, voortgekomen uit de Zaanse bedrijven Greuter-Eggenhuizen en Nijboer (beide hierna beschreven), waarbij het Utrechtse bedrijf Elberts in 1985 toetrad. Greuter-Eggenhuizen transport b.v. was een in 1930 door H. Greuter te Beemster gestart bedrijf. Om klandizie te suggereren werd aanvankelijk met lege kisten op een laadbak gereden. Na enige tijd trad broer Cor tot het bedrijf toe; deze ging in 1931 een “zusterbedrijf in Schagen leiden. In 1937 volgde de overname van de Auto Expeditiedienst Zaandam-Amsterdam van J.J. Boots. In 1938 werd een bedrijfspand met woonhuis aan de Dorpsstraat te Assendelft gebouwd. In 1953 werd de firma Couwenhoven te Westzaan overgenomen, waarmee het vervoer te water aan de activiteiten werd toegevoegd, onder andere dat van Molenaar's Kindermeel. In oktober 1966 volgde omzetting in v.o.f., met de toetreding van de heren J.A. Greuter en A.M. Eggenhuizen en werd de bedrijfsnaam Expeditie- Verhuis- & Transportonderneming Fa. H. Greuter. In 1966 werd het bedrijfsterrein door aankoop van 2300 vierkante meter grond vergroot; dit deel werd als parkeerterrein ingericht. In juni 1975 trad firmant I.A. Greuter uit en werd de v.o.f. in een bv onder de naam Greuter-Eggenhuizen Transport omgezet. In 1978 werd, als gevolg van een toenemende behoefte aan opslagruimte, het bedrijf naar het industrieterrein te Assendelft verplaatst. In 1979 volgde de fusie met H.Nijboer Verhuis en Transportbedrijf b.v. gevestigd te Zaandam. Dit bedrijf werd in 1928 opgericht door A.J. van der Hoeven. In 1953 kwam H. Nijboer sr. in dienst en gezamenlijk werkten zij met een doorgezaagde T-Ford waarop een bak was gemonteerd. Een tweede vrachtauto werd aangeschaft en men ging verder onder de naam 'Van der Hoeven en Nijboer verhuizingen en transporten v.o.f. In 1967 trad Van der Hoeven uit en werd hij commanditair vennoot. H. Nijboer jr. werd mede-directeur en onder de naam H. Nijboer en Zoon werden de activiteiten voortgezet. In 1968 werd een deel van de Zwaardemakerfabrieken aan de Oostzijde te Zaandam aangekocht en als garage, opslagruimte en werkplaats ingericht. Dit pand zou in 1977 in vlammen opgaan. In 1972 maakte het bedrijf als eerste gebruik van een zogenaamde verhuislift bij de verhuizing van de Sociale Dienst van Zaandam. In 1976 trok Nijboer sr. zich terug en werd de zaak onder de naam H. Nijboer Verhuizingen en transporten v.o.f. voortgezet. In datzelfde jaar werd het transportbedrijf Tempo uit Haarlem overgenomen. In 1977 volgde omzetting in bv. In 1978 werd een vestiging geopend in Utrecht, waar de activiteiten werden overgenomen van Expeditiebedrijf firma Gebr. Van Zanten te Beusichem en van H.N. van Dongen. In 1979 volgde de fusie met Greuter Eggenhuizen. aanvankelijk onder de naam NE transport. Greuter Eggenhuizen richtte zich op vervoer en opslag voor de meubel- en papiersector; Nijboer hield zich bezig met verhuizingen, transport van levensmiddelen en ongeregeld vervoer. In 1981 werd een deel van het Simonszcomplec aan de Provincialeweg te Zaandam gekocht. in 1982 werd het betrokken en werd de naam veranderd in VTZ. In 1985 verzorgde VTZ de verhuizing van patiënten en materiaal van het Zaandamse Johannesziekenhuis naar De Heel te Zaandam. Tevens werd in dat jaar het Utrechtse bedrijf P.J . Elberts bv overgenomen, gespecialiseerd in verhuizingen voor overheids- en semi-overheidsinstanties. In 1987 verwierf het bedrijf 4400 vierkante meter opslagruimte aan de Aris van Broekweg te Zaandam in de voormalige panden van machinefabriek Sombroek. De verhuiscombinatie houdt zich bezig met bedrijfs- en particuliere verhuizingen: meubel-, project-, en levensmiddelentransport, distributie en opslag van goederen. De financiering geschiedt uit eigen vermogen en bankfinanciering; geïnvesteerd is in onroerend goed en regelmatige uitbreidingen van het rijdend materieel. Geografisch gezien richt VTZ zich op de Randstad, Noord-Holland en Midden-Nederland. Vanaf oktober 1989 wordt de directie gevoerd door de heer W.A. Pieters. In 1990 beschikte het bedrijf over 40 vrachtwagens met een laadvermogen van 500 ton. De omzet in dat jaar bedroeg f 7,5 mln. en er waren 70 medewerkers bij de Zaanse vestiging in dienst.

Waagmeester bv Zaandam

Elektrotechnisch adviesbureau en toeleveringsbedrijf te Zaandam. In juli 1942 is het bedrijf als N.C. Waagmeester & Zn opgericht door Piet Waagmeester samen met zijn vader en zijn broer Kees. Het bedrijf was gevestigd op de Dam in Zaandam met gloeilampen, van fietslampjes tot schijnwerperlampen, als belangrijk product. Daarnaast werden koolborstels, theelichtjes en op den duur allerlei huishoudelijke apparaten, wit- en bruingoed en installatiematerialen aan de man gebracht.

Na de oorlog werd het assortiment uitgebreid met elektrische apparaten en elektrotechnische installatiematerialen. De afname geschiedde voornamelijk door elektrotechnische installateurs en detailhandelaren. In 1947 werd een oude boerderij aan de Vinkenstraat als magazijn in gebruik genomen. In 1960 volgde een verhuizing naar een nieuw pand aan de Mauritsstraat in Zaandam.

De juridische vorm veranderde van firma, via NV tot Waagmeester Elektro BV in 1972. In 1974 werd de verkoop van witgoed en overige huishoudelijke apparatuur afgestoten en schakelde men compleet over op de technische sector, waarbij het zwaartepunt kwam te liggen op het adviseren van en leveren aan elektrotechnische installatiebedrijven, zelfinstallerende industrieën en overheidsinstellingen in Noord- en Zuid-Holland.

In 1981 overleed Piet Waagmeester als gevolg van een langdurige ziekte. Gerrit Verweel, reeds langer procuratiehouder en adjunct directeur, nam het roer tot 1984 over en zette de ingeslagen weg voort met een extra accent op het onderwerp techniek. Daarna namen Karel Engelenberg en Jacq v.d. Schaaf, als interim team, de directie op zich. De weg naar de industriële klant werd definitief ingeslagen.

Vanaf 1985, bij het aantreden van Hans Koek, werd naast lichttechniek nog meer aandacht besteed aan industriële technieken en werd tot een concept van marktbenadering van klanten en producten gekomen. Deze gaat uit van een klantendoelgroep waarbij naast installateurs, de industrie en industrie-gerichte bedrijven een belangrijk aandeel in aandacht en omzet zijn. Kennis, communicatie en informatie zijn naast de traditionele logistiek de thema’s waarmee de markt benaderd werd.

Burgemeester Ruud Vreeman opende op 16 december 2004 het nieuwe Waagmeester bedrijfspand gevestigd aan de Ronde Tocht 36 in Zaandam.

Het leveringsprogramma omvatte: elektrotechnische installatiematerialen; verlichtingsarmaturen en lichtbronnen; besturingscomponenten zoals industriële besturingscomputers (PLC°s); software ten behoeve van de PLC-technieken, pneumatiek-componenten en de exclusieve import voor Nederland van gebouwbeheersystemen (homesystems). In 1990 bedroeg de omzet f 12 miljoen en waren 30 medewerkers bij het bedrijf in dienst.

Onder de naam Elauma Waagmeester bundelden in 2011 Elauma en Waagmeester hun krachten. Elauma Waagmeester telt filialen in Den Haag, Barendrecht en Zaandam.

Elauma Waagmeester is lid van de Imagro groep, opgericht in 1961 als onafhankelijke groothandelsgroep in Nederland met tien elektrotechnische groothandelaren en 18 verkoopkantoren. Door een gezamenlijk artikelbestand en dito inkoopafspraken worden afnemers door heel Nederland geleverd tegen concurrerende condities. De Imagro groep is aangesloten bij Imelco, de Europese groep van onafhankelijke Elektrotechnische groothandelaren.

Wacker-Chemie Nederland bv

Verkooporganisatie voor chemische grondstoffen, gevestigd aan de Zaanweg te Wormerveer. Het bedrijf werd opgericht in januari 1972 door Wacker-Chemie GmbH te München en handelsonderneming Jan Dekker, Adriana Anna (Ada) bv te Wormerveer. Deze laatste fungeerde al tientallen jaren als vertegenwoordiger van de Duitse onderneming in Nederland. Wacker-Chemie Nederland is een volledige dochter en fungeert als verkoop- en handelsorganisatie in Nederland. Het assortiment omvat kunststoffen, zoals (vele soorten) pvc, polyvinylacetaat. siliconen, organische chemicaliën en tal van andere industriële grond- en hulpstoffen. Geografisch gezien richt men zich op de Nederlandse markt; het bedrijf bestrijkt de gehele industrie. De juridische vorm is vanaf de oprichting bv. Bij het bedrijf waren in 1991 15 personen werkzaam.

Wakker Kitchemie bv

Fabriek van voeg- en beglazingskitten te Wormer. Het bedrijf werd gestart in 1932 door Willem Wakker (1902-1989), die aan de Enge Wormerringdijk onder de naam Wakkers Verfindustrie nv begon met de productie van verven, vernissen, lakken, stopverven en welpasta's. In de oorlogsperiode werd door het ontbreken van de nodige halffabricaten overgeschakeld op de productie van behangverf op basis van houtvezels, afkomstig van een houtmalerij van een broer van Wakker. In 1955 werd zoon ing. Antoni Dirk Wakker in de directie opgenomen.

In 1971 staakte het bedrijf de verfproductie en specialiseerde men zich in het vervaardigen van vooral voeg- en beglazingskitten, zoals siliconen-, polysulfide- en butyleenkitten. De naam werd gewijzigd in Wakker Kitchemie, de juridische vorm werd bv.

In 1989 werd het bedrijf overgenomen door Den Braven Saelants uit Oosterhout en sindsdien fungeert het, met behoud van eigen naam, als dochteronderneming. De productie bestaat thans voornamelijk uit elastische afdichtingskitten. Wakker richt zich in hoofdzaak op de Nederlandse markt en fungeert ook als toeleveringsbedrijf voor bedrijven, die het uit Wormer afkomstige product exporteren. Een jaar na het overlijden van zijn vader overleed Antoni Dirk Wakker in 1990. Bij Wakker Kitchemie waren in 1991 ongeveer 10 personen werkzaam.

WAM

Cooperatie van aannemers te Wormerveer. zie: Wormerveerse Aannemings Maatschappij, (WAM) Aannemings Mij bv.

Wastora bv

Grootwinkelbedrijf in beeld-, geluids- en elektrische huishoudelijke apparatuur, met vestigingen in Zaandam, Alkmaar, Den Helder. Haarlem en Beverwijk. Het bedrijf kwam voort uit de op 1 juli 1948 door de broers Klaas en Cees Molenaar opgerichte groothandel in elektrische artikelen Electrozaan. Deze was eerst gevestigd te Zaandijk, later te Koog en te Amsterdam. In 1953 namen de Molenaars de radiowinkel van P. Heij aan de Westzijde 51 over en vestigden daar Wastora (WASmachines, STOfzuigers en RAdio's), waar zij alles verkochten 'waar een stekker aan zat'.

Vestigingen aan de Zuiddijk te Zaandam en aan de Marktstraat in Wormerveer en Weert zouden volgen. Het bedrijf kreeg landelijke bekendheid door twee miljoen goedkope Bico-wasmachines te slijten. Kort daarna kon het bedrijf een grote hoeveelheid goedkope Zanussi-koelkasten uit Italië importeren. Door een warme zomerperiode kreeg dit product grote aftrek. Lees ook: Het BICO-cabaret door Ruud Meijns.

Begin jaren '60 ontstond een samenwerking met Simon de Wit om samen met de Molenaars een wasserette-keten op te zetten. De beide broers werden in de directie van Simon opgenomen met als taak het stichten van 50 wasserettes door het hele land. Simon de Wit besloot in oktober 1964 haar dochterbedrijf Wastora drastisch in te krimpen. Van de acht bestaande winkels werden die in Arnhem, Putten, Soest en Den Haag afgestoten. De reden voor de inkrimping werd gezocht in het feit dat de op te heffen zaken onvoldoende rendabel bleken. De overige filialen, waarvan er één in Haarlem en drie in de Zaanstreek waren gevestigd, bleven bestaan. Na dit besluit traden de broers Cees en Klaas Molenaar af. Over het beleid in de afgestoten Wastora-zaken zouden geschillen zijn ontstaan met de Simon de Wit-directie. Naar de mening van de broers waren deze zaken voldoende rendabel om ze in bedrijf te laten. Tot de opheffing werd echter toch besloten.

De spanningen binnen de dochterondernemingen begonnen al toen Simon de Wit gedwongen werd Italiaanse ijskasten uit de premiesektor te nemen, omdat de tussenhandel de leverancier Zanussi met een boycot dreigde. Deze ijskasten werden ingekocht door de N.V. Wastora. Ze bleken zo'n groot succes, ook vanwege de kwaliteit dat de fabriek de order nauwelijks aankon, totdat de tegenaktie kwam van de detailhandel. Van directiezijde werd vernomen dat men dóór ging met saneren door onrendabele afdelingen waaronder de zelfbedieningswasserijen van het bedrijf. Deze sanering had niets uit te staan met het aftreden van directeur Simon de Wit. Welingelichte kringen bleven echter volhouden dat dit aftreden verband hield met het afspringen van de onderhandelingen met een Engelse onderneming. Op 31 januari 1966 besluit de directie ook de verliesgevende elektrotechnische groothandel Elektro-Zaan en Wastora te verkopen.

In 1973 werd Molenaar Holding gesticht met als maatschappijen: Wastora (detailhandel, 1953), Molenaars Handels Onderneming (MHO), groothandel in Nederland en Duitsland voor de import van audio/video en elektrisch gereedschap uit het Verre Oosten en Oost-Europa, handelsonderneming Remo cv (1971) voor im- en export van schoenen, handelsondernemingen Miller cv in Nederland en België in een joint venture met SHV (Makro), inmiddels in 1990 samen met Remo geheel door SHV overgenomen en Assumo bv (Assurantie Molenaar, 1972), een algemeen verzekeringskantoor voor in aanvang bedrijf en personeel en later ook consument, serviceverlening, hypotheken en leningen. Bij het concern waren in 1990 164 personen in dienst, waarvan 53 bij de vestiging in Zaandam.

→ Lees verder...

Week in-Week uit

Was een wekelijks op donderdag huis aan huis verspreid blad, als voortzetting van de eerdere wekelijkse huis aan huis-verspreiding van dagblad De Typhoon. Het eerste kennismakingsnummer verscheen in De Typhoon van 30 november 1976. Het eerste zelfstandige nummer verscheen op 16 december 1976. Week in-Week uit was een uitgave van Uitgeversmaatschappij Midden Noord-Holland bv (eerder: De Typhoon bv).,een werkmaatschappij van Damiate Holding te Haarlem.

Wegvervoer

Het vervoer van personen of goederen over de (land)weg. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen goederenvervoer, personenvervoer, woon-werkvervoer, sociaal vervoer en recreatie-vervoer. In de Zaanstreek was het wegvervoer lange tijd van ondergeschikt belang. Feitelijk streefde het vervoer over land pas in de 20e eeuw het watervervoer voorbij. In de jaren `3O van de 20e eeuw kwam bijvoorbeeld pas de aansluiting op het provinciale wegennet tot stand.

De ontwikkeling van het Zaanse wegvervoer hangt (vanzelfsprekend) ten nauwste samen met de ontwikkeling van de economie en van de infra-structuur. Door de bestrating van de doorgaande lokale wegen kon in de jaren '20 een uitgebreid net van busdiensten ontstaan. Ongeveer in dezelfde tijd ontstonden de eerste bedrijven die zich professioneel bezig hielden met het vervoer van goederen op de weg. Ook bedrijven die zich al langer met het vervoer over water bezig hielden (zie: Beurt- en binnenvaart) gingen zich (mede) op het wegvervoer richten. De Zaanse industrie produceerde niet alleen voor de eigen markt. Goederen moesten in de wijde omgeving en zelfs het buitenland worden afgezet.

Met name voor bederfelijke goederen was het belangrijk dat de distributie vlot verliep. Het waren met name de levensmiddelenbedrijven die zich de eerste vrachtauto's aanschaften. Een moeilijkheid bij de ontwikkeling van het wegvervoer in de Zaanstreek was de aanwezigheid van het Noordzeekanaal. Tot de opening van de Coentunnel (en later ook weer daarna) was de Zaanstreek berucht om haar files.

In de Zaanstreek zijn in de loop der jaren tientallen gespecialiseerde vervoersbedrijven ontstaan.

Werkgeversverenigingen

Belangenorganisaties van werkgevers de feitelijke tegenhangers van werknemersverenigingen of vakbonden. Tengevolge van centralisatie waren er rond 1990 zeven landelijke werkgeversorganisaties overgebleven. Daarvan hebben het Verbond van Ned. Ondernemingen (VNO) en het Koninklijk Nederlands Ondernemers Verbond (KNOV) in de Zaanstreek een aanzienlijk aantal leden. Alle andere hierna te bespreken organisaties zijn in voornoemde organisaties opgegaan, danwel opgeheven.

→ Lees verder...

Wessanen nv, Koninklijke

Houdstermaatschappij met groot aantal werkmaatschappijen in binnen- en buitenland. Door middel van de werkmaatschappijen produceert en verhandelt Wessanen voedingsmiddelen. Het hoofdkantoor van het oorspronkelijk volledig Zaanse bedrijf is gevestigd in Amstelveen; in Wormerveer is een vestiging. Wessanen is een der grootste ondernemingen in Nederland.

Wessanen is één van de bedrijven die ontstonden door de activiteiten van de familie Laan. Het bedrijf werd gevestigd in 1765 toen Adriaan Wessanen (1724-1799) en Dirk Laan (1744-1791) een compagnonschap aangingen met het doel zekere negotie in mosterd-, canary- en andere zaden ten name van hun comparanten in compagnie te doen. De hier bedoelde zaadhandel was een voortzetting van de reeds rond 1730 aan het Zuideinde te Wormerveer gevestigde handel in zaden van Claas Pietersz van Zaanen. Adriaan Wessanen verliet het bedrijf in 1789, hij kreeg zijn aandeel en een jaargeld.

Dirk Laan zette de zaken voort. Toen hij in 1791 overleed, kreeg zijn neef Remmert de leiding van het bedrijf. Leden van de familie Laan zijn daarna lange tijd in de leiding van Wessanen gebleven. Aanvankelijk was Wessanen louter een handelsonderneming. De eerste stap op het industriële pad werd gezet met de aanschaf van de mosterd- en poedermolen De Tuinman te Wormerveer, tegen het einde van de 18e eeuw.

Later ging de onderneming zich steeds meer op industrieel terrein bewegen, toen windmolens werden aangekocht te Wormerveer en Wormer:

In de eerste helft van de 19e eeuw werd tevens de pakhuisruimte aanzienlijk uitgebreid en werden ook nog molens, soms voor lange tijd, gehuurd. Door de aanschaf van windmolens werd het pakket handelsgoederen van Wessanen aanzienlijk uitgebreid. Naast de oorspronkelijke handel in oliehoudende zaden handelde het bedrijf nu ook in gort uit de pelmolens, olie, voornamelijk voor verlichtingsdoeleinden en veekoeken uit de oliemolens, kaas, nauw verbonden met de niet onbelangrijke kaasmarkt te Wormerveer, zie: Kaashandel, rijst, via zwager Jan Vis en granen via schoonvader Jan Avis.

Wessanen groeide zo uit tot een bedrijf met afnemers en leveranciers tot in de verste uithoeken van Europa. Een nieuwe belangrijke industriële ontwikkeling was de bouw van Stoomoliefabriek De Tijd in 1857, op de plaats van de afgebroken windmolen De Witte Bijl aan de Noorddijk te Wormerveer. Ruim drie jaar later verrees naast deze oliefabriek de Stoommeelfabriek De Vlijt. Wessanen was met deze fabrieken, zeker naar Zaanse begrippen, een van de ondernemingen die reeds vroeg van wind- op stoomkracht overstapten.

In 1872 werd de Stoomrijstpellerij De Unie aan de Veerdijk gebouwd, hetgeen aanleiding was tot het afstoten van de gehuurde en eigen pelmolens. Het definitieve einde van het gebruik van windkracht viel echter pas in 1904, toen oliemolen Het Fortuin, waarmee de industriële activiteiten van Wessanen ooit écht waren begonnen, werd verkocht. De producten kaas en fijne zaden werden in 1891 afgestoten. De handel in fijne zaden werd overgenomen door de firma G.J. van Gelder & Zonen.

Wessanen fabriceerde en verhandelde in die periode nog uitsluitend meel, bloem, rijst, olie en veekoeken. In 1912 bracht Wessanen het eerste consumentenproduct op de markt. Havermout, later gevolgd door margarine in 1920, in 1929 beëindigd en cacao in 1920. In 1913 werd Wessanen het predikaat Koninklijke verleend; datzelfde jaar werd besloten, teneinde de structuur van de onderneming praktischer te maken, tot de oprichting van de nv Verenigde Fabrieken v/h Wessanen en Laan. Nog datzelfde jaar werd die naam gewijzigd in Koninklijke Fabrieken v/h Wessanen en Laan en later in het eenvoudigere Wessanen's Koninklijke Fabrieken.

In 1938 werd begonnen met de productie van samengestelde diervoeders in de daartoe omgebouwde oliefabriek De Pijl aan de Noorddijk, die toen Mengvoederfabriek De Ster ging heten. Tot het midden van de jaren '50 van de 20e eeuw was Wessanen een nog voornamelijk typisch Zaanse onderneming, met in Wormerveer meelfabriek De Vlijt, oliefabriek De Tijd, mengvoederfabriek De Ster, een centraal laboratorium en een kantoor. In Wormer rijstpellerij De Unie, vanaf 1952 graanvlokken- en veembedrijf en cacaofabriek De Mooriaan. In New Orleans bezat Wessanen sinds 1947 een rijstpellerij, die later werd afgestoten.

Nadien werd Wessanen snel steeds meer internationaal van karakter. De uitvinding in 1954 van een procedé om magere melkpoeder te verrijken met melkvreemde vetten zette deze ontwikkeling in. Een deel van oliefabriek De Tijd werd toen omgebouwd tot kunstmelkfabriek. In 1960 kwam de productie van dit nieuwe veevoeder op gang in Duitsland. Een jaar later bouwde Wessanen zelf een fabriek in België, gevolgd door fabrieken in Frankrijk 1961, Italië 1965, 1967 en 1974 en Spanje in 1971.

Ook in Nederland werden de belangen uitgebreid.

  • In 1958 werd het diergeneesmiddelenbedrijf Aesculaap in Boxtel overgenomen,
  • in 1985 verkocht aan Medicopharma te Zaandam.
  • Daarna volgde de aankoop van de cacao- en chocoladebedrijven van Nicolet te Krommenie en Nicolaas Wit in Zaandijk 1962;
  • het cacao en chocoladebedrijf Delicia in Tilburg en
  • het diervoederbedrijf Jan van Heeswijk te Veghel in 1963;
  • de meelfabriek De Korenschoof te Utrecht in 1970;
  • Bakkerij Winkel te Beverwijk en
  • De Graaf's Bakkerijen te Bunschoten in 1972;
  • de Vleesbedrijven N.V.C. te Almelo, Winterswijk, Bornerbroek, Emmerich en Rotterdam,
  • de zuivelbedrijven Lijempf te Leeuwarden en Van Heel te Kampen en
  • de meelfabriek Weert te Weert in 1973;
  • het Zaandijkse oliën en vettenbedrijf Nomafa, herdoopt in Friwessa,
  • de kaasbedrijven van Baars te Schoonrewoerd en Bodegraven,
  • het zuivelbedrijf De Vijfheerenlanden te Schoonrewoerd in 1976;
  • Latensteijn Meel te Rotterdam en Latensteijn Zetmeel te Nijmegen in 1978;
  • de zuivelfabriek Salland te Salland in 1981.

In deze tijd verwierf Wessanen ook haar eerste vestiging in de Verenigde Staten: Marigold Foods te St. Paul/Minneapolis. Verder bouwde Wessanen in deze periode nieuwe faciliteiten voor tarwe-opslag in Wormerveer in 1967, cacao- en cacaobonen te Wormer in 1972 en 1979; melkpoeder te Kampen in 1973, 1978 en 1983; diervoeders te Meppel en chocoladeproducten te Tilburg in 1974; maisproducten te Weert in 1975; melkpoederproducten te Leeuwarden in 1976; opslag en expeditie van speciaalvetten te Zaandijk en kindervoedingen in Griekenland in 1979; meel en bloem te Rotterdam in 1980.

Bij de bestaande bedrijven van Wessanen werden technische en technologische verbeteringen doorgevoerd, zoals sterke vergroting van de kaasbedrijven in Schoonrewoerd, de bouw van een nieuw silo/reinigingscomplex Europa voor de Wormerveerse meelfabriek De Vlijt, op de plaats van de uit 1912 stammende graansilo Rusland en de ombouw van het Nijmeegse tarwezetmeelbedrijf.

In 1978 zette Wessanen definitief vaste voet op Amerikaanse bodem. Na Marigold Foods wist Wessanen belangen te verwerven in onder meer de zuivelbedrijven

Ook werden bedrijven aangetrokken op het gebied van gezondheidsvoeding onder meer:

De kunstmelk-activiteiten die voor Wessanen tegen het einde van de jaren '70 over hun hoogtepunt heen raakten, leefden op in 1980 toen te Ixonia USA een nieuwe fabriek voor deze producten werd gebouwd. De rijstpellerij te Wormer sloot haar poorten in 1952 en nadat het graanvlokkenbedrijf was overgeplaatst naar Weert, werden de gebouwen verkocht en gesloopt. De cacao- en chocoladefabrieken van Nicolet te Krommenie en Nicolaas Wit te Zaandijk gingen in 1969 dicht, datzelfde jaar sloot ook de meelfabriek De Korenschoof te Utrecht.

Afgestoten werden onder meer:

  • de rijstpellerij te New Orleans in 1958;
  • de kunstmelkbedrijven in Spanje in 1973, Nederland in 1979, Frankrijk in 1980 en Italië in 1986;
  • de cacaofabriek De Mooriaan te Wormer;
  • Bakkerij Winkel te Beverwijk in 1982;
  • het kindervoedingbedrijf in Griekenland in 1983;
  • de Nederlandse Vleesbedrijven van N.V.C. in 1987;
  • Mengvoederbedrijf De Ster te Wormerveer, in 1990 overgedaan aan Brokking Beheer te Utrecht;
  • Friwessa te Zaandijk, in 1990 verkocht aan het Zweedse bedrijf Karlshamns AB.

Het hoofdkantoor van Wessanen werd in 1976 in Amstelveen gevestigd. In 1986 werd bekend gemaakt dat het bedrijf een vijf jaar eerder gebouwd kantoorpand in het Houtveld te Zaandam zou verlaten. De aandelen van de onderneming staan genoteerd op de beurzen van Amsterdam vanaf 1959, Londen vanaf 1984, Basel, Genève en Zürich vanaf 1986, Frankfurt en Düsseldorf vanaf 1987. In 1988 werd Wessanen aan de Amsterdamse Optiebeurs genoteerd. Bij Wessanen waren in 1989 ruim 6000 personen in dienst van wie 4500 buiten Nederland. De omzet over 1990 bedroeg ruim f 3,6 miljard; de winst was f 87,8 mln. In de Zaanstreek was toen nog uitsluitend Wessanen Meel bv actief.

Wessem, Corver van

Ondernemersgeslacht in de 19e en 20e eeuw te Zaandam.

Jan Carel van Wessem (Tiel, 14 maart 1799- Zaandam, 18 juni 1864), zoon van de Tielse koopman Adrianus van Wessem en Jenneke van de Heuvel, gehuwd met Maartje Corver (1801-1884), dochter van Cornelis Corver en Aaltje Ebmeijer. J.C. was raadslid en wethouder van Zaandam van 21 maart 1847 tot 18 juni 1864, houthandelaar en oliefabrikant, hij werkte met De Grote Korf te Zaandam. Hij werd een voornaam man in deze streek, was lid van Provinciale Staten en de Eerste Kamer der Staten-Generaal en voorzitter van de Kamer van Koophandel Zaanland en dijkgraaf van de Polder Westzaan. Hij was tevens Ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw. Jan Carel en Maartje Corver hadden drie zoons die hem in zaken opvolgden: Adrianus, Cornelis en Jan Carel.

→ Lees verder...

Westerspoor

Bedrijvengebied te Zaandam, eind jaren '80-begin jaren '90 westelijk van de spoorlijn aangelegd, bestaande uit Westerspoor Noord (handel), Westerspoor Centrum (kantoren) en Westerspoor Zuid (bedrijvenpark).
In Westerspoor Centrum (10 ha.) staan onder meer het Stadskantoor van Zaanstad en het kantoor van Vezeno Schadeverzekeringen nv. Het Novicentrum (een winkelcentrum voor volumineuze detailhandel) beslaat een groot deel van Westerspoor Noord. In Westerspoor Zuid (circa 65 ha.) zijn onder meer gevestigd: Aspa bv, Remidex Nederland bv, Nike Holland bv, Medicopharma en het distributiecentrum van Aldi. Door Ahold werd in Westerspoor een kantoor voor de raad van bestuur en de stafdiensten gebouwd. Daarnaast kocht Ahold 30 ha. grond in Westerspoor aan voor de vestiging van een distributiecentrum, Marvelo, de groentecentrale en de slagerij.

Westinghouse bv

Bedrijf op het gebied van elektrische industrialisatie, onderdeel van het Amerikaanse Westinghouse Electric Comp, later van Internatio Müller; oorspronkelijk Sterel en Wechgelaar. In 1914 begonnen D. Sterel en D.J.H. Wechgelaar een eigen bedrijf, waarmee zij leidingen en lichtpunten aanlegden. In de Oostzijde openden zij een winkel, waarin zij voornamelijk lampen verkochten.

In 1938 werd besloten het installatiewerk bij particulieren en middenstanders af te stoten en sedertdien legde het bedrijf zich toe op bedrijven en schepen. In 1945 werd verhuisd naar een loods op het terrein van de Artillerie Inrichtingen. Nadien namen de activiteiten` mede door de komst van de elektronica, snel toe.

In 1954 werd verhuisd naar een groter complex aan de Cornelis van Uitgeeststraat 1 in Zaandam. Het bedrijf had toen 200 werknemers en filialen te Amsterdam (scheepsbouw), Delft en Hilversum. In 1964 werd Fris installatiebedrijf overgenomen en bewoog het bedrijf zich mede op het terrein van verwarming en airconditioning. In 1965 werden de belangen van Sterel en Wechgelaar gebundeld en ontstond Sterwech. Samenwerking met een Frans bedrijf leidde in 1966 tot Controle et Applications Sterwech (CAS).

In 1972 volgde de overname door het Amerikaanse Westinghouse Electric Corp te Pittsburgh; Zaandam werd de hoofdvestiging. In 1978 werd de naam van het Zaanse bedrijf omgezet in Westinghouse. In het begin van de jaren '80 werd Vetim bv afgestoten. In 1990 werd het bedrijf, dat toen een omzet had van circa f 75 miljoen, en verspreid over tien vestigingen circa 500 werknemers telde, van wie 200 in Zaandam, overgenomen door Internatio Müller nv te Rotterdam.

Westinghouse zal haar activiteiten voortzetten onder de naam Van Rietschoten & Houwens Zaandam en onderdeel vormen van de sector elektrotechniek van Internatio Müller. Westinghouse heeft vestigingen in Zaandam, Hilversum, Delft, Harderwijk en Groningen. Verder behoren Control Systems te Zaandam, Analyser Systems te Sint Maartensdijk, Safety Systems te Zoetermeer en Analyser Products te Zoetermeer tot de onderneming.

Reeds in 1991 werd bekend gemaakt dat Internatio Müller zich op termijn uit de installatietechniek zou terugtrekken. Het Rotterdamse concern leed over 1991 een verlies van 120 miljoen gulden, tegen een winst van 2,6 miljoen gulden het jaar daarvoor.

Verlies, vooral veroorzaakt door voorzieningen en boekverliezen bij de verkoop van ondernemingen en tegenvallers bij installatiewerkzaamheden op fregatten voor de Koninklijke Marine, Dat maakte de tweekoppige raad van bestuur van Internatio-Müller op 19 februari bekend. Mr. G.J. Doeksen, waarnemend voorzitter van de raad van bestuur sinds het vertrek van voorzitter drs. M. Thomassen eind vorig jaar, noemde 1991 een overgangsjaar. Over 1992 verwachtte hij een krachtig herstel dat zich zal uiten in een duidelijk positief resultaat.

Het verlies bij circa 3 miljard gulden omzet van Internatio-Müller was opgebouwd uit drie componenten. Op de gewone bedrijfsuitoefening verloor het concern 25 miljoen gulden. Zonder de financiële gevolgen van de ontwikkeling en installatie van automatiseringssystemen voor de acht M-fregatten voor de marine, zou het resultaat positief zijn geweest. Met de order is een bedrag van bijna zevenhonderd miljoen gulden gemoeid. Installatiebedrijf Van Rietschoten & Houwens Defensiesystemen in Rotterdam werd verantwoordelijk gehouden voor de problemen bij de schuiten.

Het verlies op gewone bedrijfsuitoefening werd ook nog eens belast met een verlies van ruim 20 miljoen gulden van de inmiddels verkochte bedrijven. De bedrijven uit de metaalverwerkende VIM-groep, Dru, De Etna, leden verliezen van enkele miljoenen. Buitengewone lasten ter waarde van 90 miljoen gulden zijn dé tweede component waaruit het verlies bestaat. Dit bedrag is opgebouwd uit reorganisatie-voorzieningen en boekverliezen op verkochte bedrijven.

April 1991 maakte Internatio-Muller bekend twee kernactiviteiten af te stoten: handel en installatietechniek. Sinds april 1991 verkocht Internatio-Müller 32 werkmaatschappijen met een jaaromzet van 600 miljoen gulden en 2.300 personeelsleden. Toch bleef de omzet van Internatio-Müller gelijk aan 1990. Het totaal aantal werknemers bedroeg 10.000. De overige vijf miljoen gulden verlies werden veroorzaakt door deelnemingen. Containeroverslagbedrijf ECT, waarin Internatio-Müller een belang van 44 procent heeft, is voor een belangrijk deel verantwoordelijk. Over 1991 leed ECT een verlies van 9 miljoen gulden.

Wijngaardens Fabrieken bv, Van

Fabriek van onder meer Zaanse mayonaise te Zaandijk. Het bedrijf werd in 1929 opgericht door J. van Wijngaarden en was oorspronkelijk gevestigd aan de Halstraat en later aan de Oostzijde te Zaandam, onder de naam Zaanlandse Oliehandel. In september 1932 werd aan de Lagedijk 270/272 te Zaandijk het pand De Kanarie gekocht. Hier werd een langzame, maar gedegen groei doorgemaakt tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

De oorlogsjaren en ook de periode daarna, toen eetbare olie op de bon was, betekenden een financiële aderlating voor het bedrijf. Toch werden de activiteiten weer opgenomen en kwam de eerste nieuwbouw tot stand. Daarin werd begonnen met de fabricage van eetbare oliën en Zaanse mayonaise. Ook werd de eerste blaasmachine aangekocht voor de vervaardiging van plastic flessen voor de eetbare oliën. In 1968 werd het bedrijf overgenomen door J.J. van Wijngaarden te Wormerveer en T. van Wijngaarden te Zaandijk.

Na augustus 1972 ging het bedrijf voort onder de naam Van Wijngaardens Fabrieken bv. Verdere uitbreidingen hadden plaats in 1969, op het toen nog beschikbare terrein, in het jaar 1977 in een nieuw gebouw met kelder in de Zaan en 1982 na afbraak van de molenschuur en nieuwbouw op die plek. Het bedrijf beschikte in 1986 over vijf blaasmachines en een spuitgietmachine voor de fabricage van plastic flessen, potten en deksels ten behoeve van de eigen producten. Verder zijn er tubes- en pottenvulmachines.

De afzet is voornamelijk gericht op Nederland. De beschikbare ruimte was in 1986 geheel bezet, waardoor op korte termijn export moeilijk werd geacht. Bij Van Wijngaarden werkten in 1991 28 personen. In de extra drukke perioden mei-juni-juli en november-december worden part-time krachten aangetrokken.

Wijtenkamp, P

Houtfactorij en expeditiebedrijf. Het bedrijf is opgericht in 1895 door Pieter Wijtenkamp (1861-1948), die van oorsprong balkenvlotter was en vanaf 1895 zelf van opdrachtgevers (zagerijen) werkzaamheden, zoals balkenvlotten en sorteren, aannam.

Voor deze werkzaamheden nam hij bootwerkers in dienst, die per karwei werden aangenomen. Later toen er ook gezaagd naaldhout werd aangevoerd werden ook de buitenboordwerkzaamheden bij het lossen van zeeschepen aangenomen (binnenboord gebeurde dit door de stuwadoor). Het buitenboordwerk (houtfactorswerk) bestond uit het laden in binnenschip of op dekschuit van het gezaagde naaldhout en het brengen van de geladen dekschuiten naar de houtwerven in met name het Westzijderveld. Eerst ging dat met mankracht, later kwamen er sleepboten.

In de periode na 1945 had het bedrijf acht sleepboten. Toen in de jaren '30 ook het vervoer van hout per vrachtwagen ging plaats vinden, werden bij Wijtenkamp ook vrachtwagens aangeschaft. Dit waren trekkers met opleggers, speciaal voor houtvervoer. Het hout werd vanaf de werven in het Westzijderveld per dekschuit gebracht naar bekende laadplaatsen als de Abrahamsloot, de Prins Hendrikkade, het Blauwe Zand etc., en daar op vrachtwagens geladen.

In 1939 beschikte het bedrijf over 12 trekkers en 20 opleggers. Gedurende de oorlog zijn alle vrachtwagens en opleggers door de Duitsers gevorderd. In deze periode werd ook een dertigtal dekschuiten door de Duitsers weggehaald.

Na de oorlog kwam het bedrijf tot grote bloei. Er werd veel hout aangevoerd voor de wederopbouw. Het lossen van schepen vond toen uitsluitend plaats te Zaandam: balken in de Nieuwe Zeehaven (waar ook de vlotterij was gevestigd) en gezaagd naaldhout in de Oude Zeehaven.

Met de verplaatsing van de houtbedrijven van het Westzijderveld naar de Achtersluispolder werden zagerijen gesloten en kwam de balkenaanvoer tot een eind, zodat ook het balkenvlotten verviel. Aangezien ook de afvoer vanuit de zeeschepen naar de houtwerven verviel kwamen in korte tijd deze houtfactorswerkzaamheden te vervallen. Samen met anderen heeft Wijtenkamp Houtcentrum, bv opgericht, dat zijn werkzaamheden in de Achtersluispolder uitvoert. Wijtenkamp heeft nog een korte periode als sleepdienst voortbestaan, maar in de jaren '80 is het bedrijf beëindigd.

Winkel bv

Automobiel- en garagebedrijf te Zaandam voor personen- en bedrijfswagens. Garage Winkel werd in 1934 opgericht te Hoorn als Autobedrijf Van der Linden en Winkel en hield zich aanvankelijk uitsluitend met reparaties bezig. Na de oorlog werd de onderneming in een nv omgezet en werd men dealer van Vauxhall-personenauto's en Bedford- en Daf-bedrijfswagens. Toen in 1961 de Bedford-dealer voor de Zaanstreek, Jan Does, overstapte naar Daf, opende Van der Linden en Winkel een filiaal te Zaandam voor verkoop, reparatie en onderhoud van Bedfords en Vauxhalls. In 1966 werden het Hoornse en Zaandamse bedrijf verzelfstandigd en ging de Zaandamse vestiging voort onder de naam Winkel nv (vanaf 1973: bv). Men bleef de Oude dealerschappen houden tot de opdoeking van Vauxhall (1974) en Bedford (1985). Van 1974 tot 1987 was Winkel dealer van Mazda, en vanaf 1987 van Volvo. Voor Bedford kwam het dealerschap van Mercedes-Benz- bedrijfswagens in de plaats De veranderingen ten spijt bleef het werknemersbestand stabiel (circa 30)', de geschatte omzet in 1991 bedroeg eircaf 18 mln.

Wit bv, Bouwbedrijf Maarten de

Bouwbedrijf te Zaandam, gevestigd aan de A. van Broekweg. Het bedrijf werd begonnen in 1943 door Maarten de Wit, die op de nominatie stond tewerkgesteld te worden in Duitsland. Hij leende f 500 en kocht een handkar. De eerste jaren verrichtte hij klein reparatiewerk en maakte hij linealen en bordewaskwasten. Na de oorlog vestigde het bedrijf zich aan de Zeemansstraat en in 1962 volgde de verhuizing naar de Aris van Broekweg. De terugval in de bouw in de jaren '70 werd deels opgevangen doordat het bedrijf voor eigen risico ging bouwen. Daarnaast werd in opdracht gebouwd, met name uitbreidingen en nieuwbouw van fabriekspanden waren een belangrijke activiteit.

In de Zaanstreek bouwde Maarten de Wit bijvoorbeeld de bejaardencentra Het Erasmushuis en De Meerpaal te Zaandam, de libertaire school te Zaandijk, de bedrijfspanden van drukkerij Meijer te Wormerveer en Tot + Beers te Zaandam. appartementencomplex De Dikkert en sporthal De Vang, beide te Zaandam. Voorts was het bedrijf betrokken bij de stadsvernieuwing in de Russische Buurt en de bebouwing van het voormalige Scado-terrein. beide te Zaandam. en de aanleg van bedrijvenpark Start te Wormerveer, terwijl buiten de streek bedrijfs- en kerkgebouwen en bejaardencentra tot stand kwamen.

Wit, firma Nicolaas

Firma Nicolaas Wit, voormalige cacao- en chocoladefabriek te Zaandijk, later onder de naam Nicolet-Krommenie BV te Krommenie. Het bedrijf werd in 1932 opgericht door Nicolaas Wit (1911-1961), die enige jaren later zijn broer Hendrik Wit (1913-1989) bij de zaak betrok. Nicolaas Wit werd een NV met drie directeuren, want ook vader Klaas Wit, voormalig adjunct-directeur van Cacao de Zaan en later mede-eigenaar van cacaofabriek Wittenburg, werd in de leiding opgenomen.

In 1941 werd een nieuw bedrijfspand van twee etages gebouwd, dat na de oorlog tot vier etages is verhoogd. In 1954 werd begonnen met de bouw van een cacaofabriek in Krommenie, waarnaar vervolgens de gehele productie werd verplaatst, onder wijziging van de naam in Nicolet-Krommenie. In 1962 volgde overname door Wessanen's Koninklijke Fabrieken NV. Door concentratie der cacao- en chocolade-activiteiten heeft dit concern Nicolet BV in 1969 gesloten. Er werkten toen ongeveer 125 personen.

Witco

Fabriek in wasprodukten te Koog. eerder bekend als Jonk. Het bedrijf werd opgericht in oktober 1933 als firma N. Jonk Hzn te Purmerend. De heer Jonk was eerder werkzaam geweest bij een naar Voorburg vertrekkend bedrijf dat wassen produceerde. Contacten met S. Kaper te Zaandijk. eigenaar van een agentuur in wassen, leidden tot de oprichting van het bedrijf, met Kaper en Jonk als oprichters. Al snel werd de bedrijfsruimte in Purmerend te klein en in 1939 verhuisde men naar Koog waar de in 1934 afgebrande en weer opgebouwde cacaofabriek Hollandia van Kamphuis en Oly in het Westzijderveld werd betrokken. Op deze plaats. schuin achter station Koog-Zaandijk. stond eerder oliemolen De Wezel, Jaap. Aanvankelijk bestonden de werkzaamheden uit de raffinage van wassoorten voor het gebruik in poetsmiddelen. carbonpapier. cosmetica en andere produkten. In de jaren `50 ontstond ook handel in paraffine en ging men zich toeleggen op de fabricage van minerale wassen voor verpakking. kaaswas ten behoeve van de zuivelindustrie en speciale anticorrosie toepassingen. Ook thans (1991) zijn dat nog de belangrijkste eindprodukten. Daarnaast wordt op kleine schaal handel gedreven in enkele speciale produkten. waaronder kunstharsen. In april 1960 werd het bedrijf door een uitslaande brand grotendeels verwoest en ontstond een schade van circa f 4 mln. Herbouw van de fabriek. kantoor en laboratorium volgde en van de gemeente Koog werd toestemming verkregen om de Wezelstraat aan te leggen. waardoor het Westzijderveld werd ontsloten en het bedrijf per auto bereikbaar werd. De herbouw vergde een jaar. waarin Jonk voor de produktie gedeeltelijk bij andere bedrijven ruimte kreeg. Een daarvan was de Nederlandse Rafñnaderij van Petroleumproducten (NRP) te Haarlem. Dit bedrijf nam een gedeelte van het aandelenpakket van Jonk over. ln 1968 verkocht NRP al haar belangen aan Witco Corporation uit New York, welk bedrijf in 1969 de rest van het aandelenpakket van Jonk overnam. Dit leidde in de jaren '70 tot een volledige integratie. Het bedrijf is nu een van de produktie-locaties van Witco. Andere zijn gevestigd te Amsterdam en Haarlem. De juridische vorm veranderde van vof, via nv tot thans bv. Belangrijke investeringen vonden plaats in de jaren 1960-`61 als gevolg van de brand en in het begin van de jaren `80 door de aanschaf van koelmachines, waardoor het produktieproces werd verbeterd. Geografisch gezien richt het bedrijf zich op Nederland (25 %), EG-landen (65 %), rest van Europa (6 %) en Amerika, Afrika, Azië en Australië. De huidige directie wordt gevoerd door de zoon van een der oprichters, C.N. Kaper. De omzet in 1990 bedroeg f 20 mln. en in dat jaar waren 55 personen bij de Koogse vestiging in dienst.

Wit, Simon de

Winkelketen opgericht door Simon de Wit, oorspronkelijk begonnen te Wormerveer met huis-aan-huis verkoop, later met winkels door het hele land. In 1972 opgegaan in Albert Heijn.

Het eerste winkeltje van Simon de Wit. Foto: Freek Engel Jbz. Gemeentearchief Zaanstad

De eerste aanzet tot het bedrijf werd gegeven door Simon de Wit, die woonde aan de Dubbele Buurt in Wormerveer. Na het overlijden van zijn vader kreeg hij, twaalf jaar oud, de zorg over het gezin. Zijn moeder kocht aanvankelijk van Koos Fortuin, de eigenaar van het kaaspakhuis waar haar man gewerkt had enkele kazen die zij aan stukken sneed en die de jeugdige Simon huis-aan-huis moest uitventen. Van diezelfde Fortuin leende Simon later f 30,- om een winkeltje te beginnen. Foto's uit een ver Simon de Wit-verleden

Hij begon met een aantal kazen uitgestald voor een raam in de woonkamer die later werd ingericht als winkel. Op de gevel van het winkeltje, met de achterzijde aan de Zaan gelegen, kwam ten behoeve van de langsvarende schippers een bord te staan met als opschrift Spekvet en sigaren. Na een paar jaar werd de gebrekkige winkelbehuizing in de ouderlijke woning verruild voor een pand aan de Zaanweg 101 te Wormerveer, waar Simon samen met zijn zuster een winkel in kruidenierswaren begon.

In 1880 werd de winkel verplaatst naar Zaanweg 96. Van een beurtschipper hoorde Simon de Wit dat in Amsterdam de prijzen voor kruidenierswaren aanmerkelijk hoger waren dan in Wormerveer. Dat was aanleiding voor hem tot de stichting in 1888 van het eerste filiaal aan de Laurierstraat in Amsterdam. Naderhand verplaatst naar de Weesperstraat in Amsterdam. Een jaar daarna bezat Simon de Wit al filialen aan de Marktstraat te Wormerveer, de oude Dam te Zaandam en het Rapenburg te Amsterdam. In 1900 waren er reeds dertig filialen en een magazijn te Zaandam.

In 1916 werd de firma Simon de Wit opgericht, met als firmanten Simon de Wit, Maarten de Wit, zoon en Jacob Keijzer, schoonzoon van de oprichter. Simon de Wit overleed in 1934. In 1936 werd de firma omgezet in een nv, met als directeuren M. de Wit, Jb. Keijzer en J. Keijzer. Datzelfde jaar werd ook een stichting gevormd om de oudedags- en gezinspensioenen van de mannelijke personeelsleden te regelen. Weer later (1939) werd een personeelsvertegenwoordiging (De Kern) voor het contact tussen personeel en directie in het leven geroepen. De oorspronkelijke naam De Kern werd naderhand gewijzigd in Contactcommissie.

→ Lees verder...

Woestenburg en Van der Meer bv

Machine- en apparatenfabriek te Zaandam. Het bedrijf werd in 1947 opgericht en kreeg de naam van de twee oprichters. Vanaf het begin van de jaren '70 werd de directie door J. Woestenburg alleen gevoerd, tot hij in 1985 overleed. Het bedrijf is gevestigd aan de Houthavenkade te Zaandam, waar in 1970 een nieuw kantoorpand in gebruik werd genomen. Dit werd verlaten nadat het bedrijf in 1990 het leeggekomen grote pand (7500 m2) van vertrekkend buurman Tot + Beers had aangekocht.

Het bedrijf houdt zich onder meer bezig met de vervaardiging van onderdelen voor waterzuiveringen, machineframes en pijpleidingen, alsmede constructiewerk in staal en roestvrijstaal en ketelbouw. Midden 1990 werd bekend gemaakt dat onderhandelingen werden gevoerd over overname van de aandelen door de Hollandse Constructie Groep (een werkmaatschappij van de Hollandse Beton Groep). Bij Woestenburg & Van der Meer waren toen circa 130 werknemers in dienst.

Woningcorporaties

Verzamelnaam van wettelijk erkende woningbouwverenigingen en woningstichtingen. Deze instellingen houden zich bezig met het bouwen, beheren, verhuren en exploiteren van woningen.

In de Zaanstreek vond in Krommenie op 18 december 1907 de oprichting plaats van de eerste woningbouwvereniging: de Vereniging tot de bouw van woningen De Volkswoning. In de jaren daarop groeide het aantal woningcorporaties gestaag. Uit vorenstaande benamingen blijkt reeds, dat voor woningcorporaties twee rechtsvormen bestaan: de vereniging en de stichting.

Een kenmerkend verschil tussen een vereniging en een stichting is, dat een vereniging leden en een algemene ledenvergadering kent en de stichting niet. Een vereniging bestaat uit leden, die gezamenlijk een doel nastreven. Een stichting is een instantie, die met een vermogen een bepaald doel tracht te verwezenlijken. Beide vormen kennen statuten. De doelstelling van de woningcorporaties wordt in het algemeen als volgt in de statuten omschreven: Uitsluitend werkzaam te zijn op het gebied van de volkshuisvesting. Zij doen dit zonder winstoogmerk. Dit artikel wordt meestal niet verder ingevuld dan met de vermelding van het gebied waarin de corporatie werkzaam is.

Aanvankelijk werden de werkzaamheden van de woningcorporaties door de bestuurders verricht. Naarmate de corporaties groter werden, met name in de jaren '60 en '70 van de twintigste eeuw, werden de corporaties, mede onder invloed van de Woonruimtewet 1947, steeds meer bedrijfsmatig van organisatie, met een directeur en/of administrateur aan het hoofd van de werkorganisatie. In de jaren zestig verschenen zo hier en daar in de Zaanstreek kantoorgebouwen voor diverse corporaties.

Het ontstaan van de woningcorporaties begon met de invoering van de Woningwet in 1901. Aanleiding tot deze wet en de gelijk aangenomen Gezondheidswet was de abominabele en ongezonde huisvesting van veel arbeiders, die in de tweede helft van de 19e eeuw door de armoede op het platteland en de opkomende industrialisatie naar de steden waren getrokken. De Woningwet was het sluitstuk van jarenlange kritiek op de slechte huisvesting en van de druk uit de arbeidersbeweging en de particuliere organisaties om die situatie te verbeteren.

Tegelijkertijd was de Woningwet een nieuw begin. In de wet was vastgelegd dat overheidssteun en garanties gegeven werden voor bouwinitiatieven van particuliere organisaties of instellingen. Voorwaarde daarbij was dat uitsluitend in het belang van de volkshuisvesting, dus zonder winstoogmerk, werd gewerkt. Dergelijke instellingen konden van de minister het predikaat toegelaten instelling krijgen. Meteen na de instelling van deze wet ontstonden de eerste toegelaten instellingen, de woningcorporaties.

Tot het jaar 1918 werden in de Zaanstreek de volgende corporaties opgericht:

  • Goed Wonen, Wormerveer, in 1986 overgenomen door De Volkswoning Krommenie;
  • De Woning, Koog aan de Zaan, in 1970 samengevoegd met de Cooperatieve Vereniging voor Volkshuisvesting, onder de naam van Algemene Woningbouwvereniging Koog aan de Zaan;
  • Goed Wonen, Assendelft;
  • Zaandams Volkshuisvesting, Zaandam, voorheen Leo XIII, Zaandam;
  • Goed Wonen, Zaandam; voorheen De Arbeid, Wormerveer;
  • Sint Antonius, Wormerveer;
  • Woningvereniging Westzaans Belang, Westzaan;
  • Woningstichting Patrimonium Zaanstreek Waterland, Zaandam;
  • Zaandijk, Zaandijk;
  • Oostzaanse Volkshuisvesting, Oostzaan;
  • Wormer, Wormer;
  • Algemene Woningbouwvereniging, Jisp;
  • De woningbouwverenigingen Koog aan de Zaan en Zaandijk fuseerden per 1991 tot de Algemene Woningbouwvereniging Zaanstad.

De oprichters van deze woningcorporaties hadden het in de beginjaren van hun bestaan niet gemakkelijk. Het was in die tijd zeer moeilijk om arbeiders ervan te overtuigen. dat iets dergelijks kans van slagen had. Zij hadden er geen vertrouwen in, dat zoiets groots voor arbeiders bereikbaar was.

Tevens vormden de uit de 19e eeuw stammende liberale denkbeelden aanvankelijk een hindernis voor de uitvoering van de woningwet. Vooral de grond- en huiseigenaren, die hun belangen bedreigd zagen, boden felle tegenstand. Maar ondanks deze problemen slaagden de Zaanse woningcorporaties erin, mede dankzij het doorzettingsvermogen van de eerste bestuurders, in de jaren vanaf 1909 kleine eengezinswoningen voor arbeiders te bouwen.

De gemiddelde huurprijs voor die woningen bedroeg ongeveer f 4 per week. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zakte de woningbouw ineen als gevolg van prijsstijgingen en materiaalschaarste. Hierdoor nam de toch al bestaande woningnood nog meer toe. Dit leidde er zelfs toe, dat het toenmalige gemeentebestuur van Zaandam moest overgaan tot de bouw van houten noodwoningen.

In een manifest uit 1917 leverden de woningcorporaties bij monde van de inmiddels opgerichte Landelijke Centrale van Woningcorporaties kritiek op het overheidsbeleid. Er werd een diepgaand onderzoek verlangd naar de wijze waarop het bouwen van woningen kon worden bevorderd.

Om de huren op een aanvaardbaar peil te houden, voerde de overheid in hetzelfde jaar een Huurwet in. Het jaar daarop werd als noodmaatregel de Woningnoodwet ingesteld. Tot het jaar 1921 gaf de bouw van woningen door corporaties een lichte stijging te zien. Na dat jaar viel, mede als gevolg van beperkende maatregelen van overheidswege, een daling van de bouw van woningwetwoningen door woningcorporaties te constateren. Dit werd mede veroorzaakt doordat particuliere bouwondernemers meer steun van de overheid kregen dan de woningcorporaties.

Als gevolg van de crisistijd ontstond er leegstand; de huren van woningwetwoningen gaven een voortdurende stijging te zien. Het verzet hiertegen uitte zich tussen 1932 en 1936 in huurstakingen. Nadat in 1934 bij wetswijziging een terugbetalingsplicht voor genoten bijdragen werd uitgevaardigd, werden de woningcorporaties na een korte bloeitijd gedegradeerd tot louter beheersinstanties, die financieel stevig in de greep van de overheid zaten.

In de jaren daarop volgde een lichte stijging van het aantal gebouwde woningwetwoningen. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was deze opleving slechts van korte duur. Als gevolg van materiaalschaarste, schaarste aan transportmogelijkheden en gebrek aan mankracht kwam de woningproductie vlak na de oorlog moeilijk op gang. Door de overheid werden enkele wederopbouwbesluiten genomen. De bouw van systeemwoningen werd gestimuleerd. Ondanks deze maatregelen bleven de woningbouwprogramma's ver achter bij de enorme woningbehoefte.

In de jaren '50 trad, mede onder invloed van de Woonruimtewet 1947, een structuurverandering op bij de woningcorporaties. Zij werden meer bedrijfsmatig van organisatie, met een directeur en/of administrateur aan het hoofd. Halverwege de jaren '50 deed de middelhoogbouw, 3 of 4 bouwlagen, op ruime schaal zijn intrede. De corporaties bevonden zich in die tijd door een financiële afhankelijkheid ten opzichte van de gemeente in een bevoogde positie.

In de jaren daarop werd een grotere bewegingsvrijheid voor de corporaties bepleit. Er werd, onder andere via Commissie De Roos in 1964, voorgesteld woningcorporaties naast woningwetwoningen andere woningen te laten bouwen, enige reserves te vormen, gunstige leningen te verstrekken en ze bij het bouwen van woningen voorrang te verlenen boven de gemeenten. Dit heeft onder andere geleid tot een sterke groei van met name de woningcorporaties. Deze ontwikkeling liet ook in het beheer, in de organisatie van onderhoud en administratie haar sporen na. Tevens werd de financiële ruimte voor de woningcorporaties aanzienlijk vergroot door het laten vallen van de in 1934 vastgestelde terugbetalingsplicht van rijksbijdragen.

In deze periode wijzigde het voorzichtige wederopbouwbeleid in een expansief bouwbeleid: snelle opvoering van bouwcapaciteit en arbeidsproductiviteit. Dit betekende een geweldige verzwaring van de rol van de woningcorporaties. Door het Besluit Geldelijke Steun Volkshuisvesting 1966 kreeg de woningcorporatie een grotere vrijheid bij de exploitatie van haar bezit.

In de jaren '60 en '70 groeide het aantal nieuwe woningen in Zaanstad gestaag. Denk hierbij vooral aan de wijken Poelenburg, Peldersveld, Hoornseveld en Kalf in Zaandam. Tot het takenpakket van de woningcorporaties behoort naast het bouwen, het onderhouden van woningen. Het uitgangspunt van het onderhoudsbeleid is de wettelijke plicht van de verhuurder om te zorgen voor een ongestoord woongenot van de huurder. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen klachtenonderhoud, mutatieonderhoud en grootonderhoud.

  • Klachtenonderhoud is het niet-geprogrammeerde onderhoud. Het wordt uitgevoerd nadat bewoners om reparatie hebben verzocht.
  • Mutatie-onderhoud is niet van te voren gepland. Het wordt uitgevoerd bij een wisseling van huurders.
  • Grootonderhoud is het op lange termijn voorziene onderhoud, dat gebaseerd is op de verwachte levensduur van bepaalde elementen.

Het stoelt tevens op een systematische inventarisatie van het woningbestand en een goede registratie van het dagelijks onderhoud.

Naast deze soorten onderhoud doet het begrip renovatie zich voor. Van renovatie of woningverbetering wordt gesproken als we het hebben over een doelgerichte verhoging van de oorspronkelijke gebruikswaarde van de woning, zowel woontechnisch als bouwtechnisch. Enkele voorbeelden daarvan zijn:

  • het vergroten van de woning;
  • het wijzigen van de indeling;
  • het aanbrengen van isolatie of
  • het aanpassen van sanitaire ruimten.

Dit laatste nu werd aan het eind van de jaren '70 actueel, ook in de Zaanstreek. De financiële overheidsregelingen werden in die tijd in snel tempo verruimd. Hierdoor werd het mogelijk, dat de woningcorporaties zelf voortrekker werden van de renovatie.

In de jaren die daarop volgden, kon men op diverse plaatsen in de Zaanstreek renovatieprojecten aantreffen. Voor de bewoners betekende dit veel ongemak, tweemaal verhuizen is uiteindelijk geen pretje. De bewoners werden namelijk tijdens de uitvoering van de werkzaamheden tijdelijk elders gehuisvest. Maar om verdergaande verkrotting van de bestaande woningen tegen te gaan, was renovatie een noodzakelijke ingreep.

Begin 1980 was het overgrote deel van de vooroorlogse woningvoorraad verbeterd. Hierna werd door een aantal woningcorporaties begonnen met verbeteringen uit te voeren aan het na-oorlogse bezit. Voor deze onderhoudswerken dienden de woningcorporaties hun opgebouwde reserves weer aan te spreken, daar slechts de helft van de exploitatietekorten door de overheid gefinancierd werd. Doordat de verbeteringskosten stegen en de kwaliteitseisen steeds hoger werden, werd renovatie bijna onbetaalbaar.

De financiële positie van de Zaanse woningcorporaties was halverwege de jaren '80 van dien aard, dat bij enkele Zaanse woningcorporaties tot 1990 een vermindering van de Algemene Bedrijfs Reserve met 25 % zou plaats hebben. Dit werd enerzijds veroorzaakt door de verslechtering van de onderhoudssituatie van vele naoorlogse woningen, waardoor het plegen van onderhoud onvermijdelijk was en anderzijds door subsidie-bezuinigingen bij het ministerie. De woningcorporaties in de Zaanstreek houden zich ook bezig met het verhuren van woningen.

Werd vóór 1985 de helft van het aantal leegkomende woningen door de corporaties aan haar leden toegewezen en de andere helft door de gemeente aan haar woningzoekenden, sinds 1985 worden alle vrijkomende woningen door de corporaties toegewezen aan ingeschreven woningzoekenden. Een en ander geschiedt door middel van een urgentiebepalend puntensysteem, dat deel uitmaakt van de woonruimteverordening van Zaanstad. In Zaanstad is sinds 1985 een uniform toewijzingssysteem van kracht, hetgeen inhoudt, dat door alle corporaties in Zaanstad bij het toewijzen van woningen dezelfde normen gehanteerd worden.

Zie ook: Woningbouw

C.A. van Diepen

Literatuur: Woningbouwcorporatie Bondgenoot of tegenstander?, LOS/LOBH 1979.

→ Lees verder...

Wormerveerse Aannemings Maatschappij, (WAM)

Coöperatie van aannemers te Wormerveer. De coöperatie werd op 20 april 1920 opgericht door acht voor zichzelf beginnende timmerlieden onder de naam 'Zaanse Coöperatieve Bouwersbond. Vanaf de oprichtingsdatum tot 1940 werden steeds grotere bouwwerken in zowel woning- als utiliteitsbouw uitgevoerd in het gehele land. In de oorlogsjaren kwam het bedrijf voor een groot deel stil te liggen, maar direct na 1945, mede als gevolg van de toen heersende woningnood, volgde een stormachtige ontwikkeling.

In 1947 werd de naam gewijzigd in nv Wormerveerse Aannemings Maatschappij (later in bv omgezet). Jongere vennoten traden toe. Alleen al in de Zaanstreek werden duizenden woningen gerealiseerd, doch ook daarbuiten zijn grote werken uitgevoerd. De bedrijfsfinanciering geschiedde en geschiedt nog steeds met eigen kapitaal. Door de in de jaren '80 teruglopende markt in de sociale woningbouw (huurwoningen) richt het bedrijf zich sindsdien ook op utiliteitsbouw, premie- en verkoopwoningen en renovatie en groot onderhoud in opdracht van woningcorporaties. In 1991 waren 40 medewerkers in dienst.

Woud en Schaap

Blik-emballagebedrijf, aanvankelijk te Zaandijk en later te Krommenie, in 1912 opgegaan in de Verblifa (Verenigde Blikfabrieken) Cornelis Woud begon in mei 1888 met een knecht een blikslagerij in Zaandijk, hij werkte toen onder meer voor Verwer. Door de groeiende vraag naar blikken emballage-artikelen had het bedrijf groeimogelijkheden. Daarom besloot Woud in juni 1889 samen te gaan met Jacob Schaap, die de uitbreidingen kon financieren. Woud werd technisch leider, terwijl Schaap zich met administratie en boekhouding belastte en bovendien trachtte de klantenkring uit te breiden.

Het bedrijf werd in oktober 1889 overgebracht naar de Padlaan te Krommenie. Na mislukte fusiebesprekingen met Verwer besteedden Woud en Schaap het lakken en decoreren uit bij Bekkers in Dordrecht; het bedrijf hield zich zelf nog uitsluitend bezig met de vervaardiging van blikwerk. Maar in de jaren 1897 en 1898 hadden Woud en Schaap hun inrichting voor het bedrukken en lakken van blik zodanig uitgebreid, dat zij deze werkzaamheden zelf, volkomen onafhankelijk van andere ondernemingen, konden uitvoeren. Aangezien Verwer in 1897 zijn blikslagerij geheel modern inrichtte, waren de twee bedrijven te Krommenie, die nog afnemers van elkaar waren geweest, nu concurrenten. De naam van het bedrijf van Woud en Schaap was al in 1889, toen Cornelis Woud meerderjarig was, veranderd in 'NV Zaanlandsche Blikfabrieken v/h Woud en Schaap`.

Tot 1907 groeide het bedrijf van Verwer aanzienlijk sneller dan dat van Woud en Schaap, mede doordat Verwer met zijn winstgevende methode van vernisbereiding gemakkelijker vermogen kon aantrekken. Na een langdurig arbeidsconflict bij Verwer in 1907 streefde het bedrijf van Woud en Schaap dat van Verwer voorbij. Doordat de conjunctuur terugliep en de totale Nederlandse blikproductie sterk was gegroeid, was omstreeks 1911 het aanbod van blik gelijk geworden aan de vraag. Bij verdere productievergroting kon de markt bedorven worden. Maar beide blikemballage-fabrieken in Krommenie hadden uitbreidingsplannen. Verwer opende in 1912 een nieuwe fabriek in Utrecht, waarin ook een goed uitgeruste drukkerij-afdeling werd ondergebracht, en Woud en Schaap hadden, naast een overname van de fabriek van A.C. Vis te Weesp, ook een werkplaats in Amsterdam gebouwd.

De lasten voor beide ondernemingen waren evenwel hoog. Verwer had, met een aandelenkapitaal van f 800.000, twee obligatieleningen van in totaal f 158.000 en een bankschuld van ruim f 300.000, terwijl het bedrijf van Woud en Schaap, met een aandelenkapitaal van f 500.000, een bankschuld van f 108.000 en een obligatielening van f 138.000 had uitstaan. Met deze hoge lasten zou het voor beide bedrijven moeilijk zijn om het voor eventuele nieuwe uitbreidingen benodigde vermogen te verkrijgen. Daarom kwamen Verwer en Woud en Schaap in het begin van 1912 bijeen om besprekingen te voeren, met het doel een einde aan de concurrentie te maken; men streefde naar een fusie. Na langdurig overleg kwamen zij tot overeenstemming: op 23 september 1912 werd de Verblifa (Verenigde Blikfabrieken) opgericht.

Woudt, Klaas

Koog aan de Zaan, 13 mei 1923 - 19 december 2012

Uitgever, publicist, bestuurder van een groot aantal verenigingen en stichtingen. Klaas Woudt was in de Tweede Wereldoorlog betrokken bij de oprichting, de redactie en de vervaardiging van het tijdschrift Zaans Groen. Kort daarna publiceerde hij enkele toneelstukken en een bekroonde verhandeling over boekverzorging (Thiemefonds 1950). Hij richtte met Johan Schwencke en Adriaan Morriën het bibliofiele uitgeverijtje Getijden Pers op. Hij dreef de kleine boekdrukkerij Heijnis, waaraan een toneelfonds en later een literaire Uitgeverij verbonden waren. Woudt maakte deel uit van de redactieraad van het literaire tijdschrift van de Vijftigers, Podium, stichtte een in vrije tijd gedreven uitgeverij voor het werk van debutanten, Klaas Woudt uitgever bv, en was betrokken bij de oprichting van Stichting Uitgeverij Noord-Holland.

Klaas Woudt maakte deel uit van enkele tientallen stichtings- en verenigingsbesturen, waaronder instellingen voor de regionale en provinciale gezondheidszorg, kruiswerk en kraamzorg. Hij hield honderden lezingen over de streektaal om Zaankanters wat meer streekbewust te maken en verzorgde samen met zijn zoon Jan Pieter Woudt de eindredactie van de Encyclopedie van de Zaanstreek die als onmisbare basis voortleeft in deze Zaanwiki.

Van zijn publicaties, enkele tientallen boeken, zijn voor de Zaanstreek van belang de bewerkte en aangevulde herdruk van Gerrit Jacob Boekenoogen De Zaanse Volkstaal uit 1971, Deer hoor ik je gedachten over de Zaanse streektaal uit 1984 en enkele kleinere studies over hetzelfde onderwerp en een viertal bedrijfs-gedenkboeken, te weten:

  • Blees aan de Westzijde, samen met voormalig gemeentearchivaris van Zaandam, Jaap Zonjee, Zaandam 1983;
  • Honderd jaar machinebouw aan de Zaan over Machinefabriek P.M. Duyvis te Koog, 1984;
  • Honderd jaar Verkade, Zaandam 1987 en
  • Van Canefas tot Coral, de geschiedenis van een Krommenieër familie-ondememing over Tufton bv en het geslacht Kaars Sijpesteijn, Krommenie 1987.

Voorts begeleidde hij auteurs, waarvan enkele afkomstig uit de Zaanstreek, bij boekopdrachten en bewerkte hij de manuscripten van een aantal boeken over de Zaanstreek. In 1984 kreeg hij de Cultuurprijs van de gemeente Zaanstad.

Lees ook:

Zaanbouw BV

Bouw- en handelsbedrijf in Zaandam. Het bedrijf werd in 1969 begonnen door J. Kuyt jr. in Westzaan, onderging een gestage groei en werd in 1972 overgeplaatst naar een nieuw eigen pand aan de Daam Schijfweg te Zaandam.

De groei van het bedrijf duurde voort tot 1980. Dat jaar werd het bedrijf getroffen door een terugval, maar in 1984 trad weer herstel in. Zaanbouw werd begonnen als een NV en is in 1991 een Beheer BV, met Zaanbouw als werk-bv in de bouw en Taanman & Does BV, in 1986 overgenomen, als handels-BV in rondhout en geïmpregneerd hout. Belangrijkste activiteit is utiliteits-bouw in heel Noord-Holland. De financiering geschiedt uit eigen middelen. Bij Zaanbouw BV werkten in 1991 10 personen.

Zaanlandia Blik bv

Blikfabriek in Krommenie. Het bedrijf werd in 1907 opgericht door Franciscus Wilhelmus Kriek. Na aanvankelijk als voormansoldeerder bij het bedrijf Woud en Schaap in Krommenie te hebben gewerkt, begon hij dat jaar zelfstandig als ketellapper.

Met een complete soldeerinrichting op zijn handkar ging hij de huizen langs om potten en pannen te repareren. Enige jaren daarna begon hij in een schuurtje naast zijn huis onder andere sigarenkisten en paraplubakken te maken. In 1919 begon hij in een fabriekje aan het Vermaningpad met het fabriceren van verfbussen en koekblikken, speciaal gericht op de Zaanse verf- en koekindustrie. Het bedrijf werd in 1931 een naamloze vennootschap en de naam werd gewijzigd in nv Blikfabriek Zaanlandia v/h F.W. Kriek. De juridische vorm werd begin 1970 gewijzigd in BV.

Al kort na het begin stapte de fabriek steeds meer van het handmatig vervaardigen van producten over op het halfautomatisch fabriceren van blikverpakking. Gedurende de Tweede Wereldoorlog maakte Zaanlandia Blik, mede gedwongen door gebrek aan blik, tijdelijk kartonnen deksels, onder andere bestemd voor jampotten. Na de oorlog werd weer volledig overgegaan tot de productie van blikverpakking, terwijl ook het assortiment werd uitgebreid.

Begin 1970 werd een deel van het nabijgelegen terrein van de voormalige (Verblifa (Verenigde Blikfabrieken)) aangekocht en in 1983 werd de productie van het Amsterdamse bedrijf Langeveld overgenomen. In 1987 volgde overname van de oudste blikfabriek van Nederland, die van Wed. J. Bekkers uit 1824, van Thomassen-Drijver-Verblifa in Wehl, waar sindsdien de luxe blikverpakkingen worden gefabriceerd. In 1988 werd Van Kooten Blikindustrie in Groningen overgenomen en naar Krommenie verplaatst. In datzelfde jaar zorgde een nieuwe toegangsweg van de Nauernasche Vaart naar het einde van de Vermaningstraat voor een betere bereikbaarheid van de fabriek.

Zaanlandia Blik richt zich met blikverpakkingen van allerlei aard, uitgezonderd conservenbussen, op de Nederlandse markt en heeft veel afnemers in de Randstad. Het bedrijf maakt met name kleinere series en bussen in speciale uitvoeringen. De productie van grote series bussen, die in de miljoenen aantallen lopen, wordt overgelaten aan de grote fabrieken op dit gebied. Bij het bedrijf waren in 1991 38 personen in dienst.

Zie ook: Blikindustrie en Economische geschiedenis geschiedenis 3.7.1.

Zaanlandia Leesmappen bv

Verhuurbedrijf van leesportefeuilles aan particulieren en instellingen. Het bedrijf is opgericht in 1951 door J.J. Broerse in Zaandam. Deze stopte in 1961 met zijn activiteiten en verkocht zijn zaak aan de toenmalige directeur P.M. Hooijschuur, die de firma in 1981 omzette in Zaanlandia Leesmappen bv.

Na een moeilijke beginperiode, waarin werd gewerkt vanuit een garagebox in Zaandam, kwam via een reorganisatie van het aangeboden leespakket aan de abonnees, de groei in het bedrijf. In 1967 werd het eerste bedrijfspand gebouwd, aan het Breedweer in Koog. Zes jaar later was Zaanlandia weer uit het pand gegroeid en werd de eerste fase gebouwd van de huidige vestiging aan het Breedweer. In 1976 werd dit gebouw verdubbeld.

In 1985 waren hier kantoren, de productie-afdeling, magazijnen en een overdekte garage. Het wagenpark telde dat jaar circa 25 auto's. Het verspreidingsgebied voor de leesportefeuilles bestond aanvankelijk uit de Zaanstreek, maar werd later tot geheel Noord-Holland uitgebreid. Het aanbod is in de loop der jaren van tien tijdschriften tot ruim dertig titels gegroeid, van waaruit diverse portefeuilles zijn samengesteld. De omzet bedroeg in 1991 ruim vijf miljoen gulden. Er werkten toen 40 personen bij het bedrijf.

Zaanlandse Schoenhandel bv

Het in 1964 opgeleverde pand van De Zaanlandse schoenhandel aan de Westzijde

Schoenhandel, geruime tijd gevestigd in Zaandam en Wormerveer met nog eens acht filialen elders in Noord-Holland. De Zaanlandse Schoenhandel werd opgericht door Anne de Vries, zoon van een Friese barbier en schoenmaker uit Wolvega, en diens vrouw Martha Kuitert.

Zij waren aan het eind van de 19e eeuw onafhankelijk van elkaar naar Amerika geëmigreerd, waar zij elkaar ontmoetten en zich verloofden. Toen de berichten uit Nederland gunstiger werden, keerden zij samen terug en huurden zij aan de Zaandamse Westzijde een pand in 1899) waar zij een schoenenzaak begonnen. In 1907 werd voor 14.000 gulden een groot herenhuis aan de Westzijde gekocht, waarin winkel, hoofdkantoor en expeditiecentrum tot 1988 bleven gehuisvest.

In 1912 werd in Hoorn een filiaal geopend, in 1934 in Alkmaar. Na de oorlog werden vestigingen geopend, soms onder een andere naam, in Wormerveer, Amsterdam, Beverwijk, Heemskerk, Heerhugowaard, Den Helder en Purmerend. De directie werd later overgenomen door de drie zonen van Anne de Vries en Martha Kuitert en later weer door hun zonen en een neef. In 1988 werd verhuisd naar een pand aan de overkant van de Westzijde en werd de naam gewijzigd in De Vries Schoenen.

Rechts Westzijde 42 waar Walraven van Hall woonde

Bekend werd gemaakt dat het bedrijf, met name door te hoge personeelskosten, medio 1986 had het bedrijf circa 130 personeelsleden, in moeilijkheden verkeerde. Later werd de naam omgezet naar 'Nimco Pilot Store', de belangrijkste aandeelhouder, een schoenenfabriek in Gelderland. De winkel aan de Westzijde te Zaandam werd begin 1991 gesloten, Nimco in Wormerveer bleef toen nog open.

Walraven van Hall, landelijk belangrijk als leidend financier van het Nationaal Steunfonds en daarom één van de meest gezochte verzetsstrijders in Nederland huurde ooit het huis aan de Westzijde 42, dat stond op de plaats waar later het pand van de Zaanlandse Schoenhandel zou verrijzen. Hij woonde er van maart 1940 tot 12 februari 1945. Zijn vrouw bleef er tot 3 november 1952 wonen. Anna Maria Honig, weduwe van Sijne Jacob van der Goot verkocht het huis op 30 mei 1952 aan koopman Jan de Vries, directeur van de NV Zaanlandsche Schoenhandel. In 1964 werd Westzijde 42 gelijktijdig met Westzijde 40 gesloopt. Op dezelfde plaats kwam een geheel nieuw maar foeilelijk pand winkelpand te staan, gebouwd voor de NV Zaanlandse Schoenhandel.

In 1984 verscheen een 45 pagina's tellend boekwerk genaamd 'De geschiedenis van de Zaanlandse Schoenhandel vanaf de oprichting op 23 otober 1899 tot heden“ door Anne en Piet de Vries.

Zaanlandse Verpakkings Industrie bv

Papierwarenbedrijf en grafische industrie in Koog aan de Zaan (Stationsstraat), voortzetting van de Zaanlandsche Stoomdrukkerij aldaar. De Zaanlandsche Stoomdrukkerij werd op 1 oktober 1881 opgericht door Evert Nicolaas Smit Ez. (1860-1914) en was voor de Zaanstreek vooral van belang door de uitgave van de Nieuwe Zaansche Courant.

De naam van het bedrijf werd, nadat Evert en Willem Smit als zoons van de oprichter tot de directie waren toegetreden, in 1904 gewijzigd in nv Zaanlandsche Stoomdrukkerij v/h E.N. Smit Ez. In 1925 richtte deze de nv Zaanlandsche Uitgeversmaatschappij v/h EN. Smit Ez. te Zaandam op, als uitgeverij van het Nieuwsblad De Zaanlander. Ook het in diepdruk vervaardigde en rijk geïllustreerde weekblad 'De Zaan' werd door deze uitgeverij verspreid, alsmede het landelijke Handelsbelangen.

Door de persoonlijke belangstelling van de heren Smit werd in De Zaanlander steeds veel aandacht gegeven aan de Zaanse geschiedenis. De artikelen van bijvoorbeeld Pieter Boorsma, Sipke Lootsma en W.P. Tip werden na plaatsing in de krant vaak in boekvorm uitgegeven. Naast de vervaardiging van de krant ontwikkelde zich een afdeling handelsdrukwerk en vooral een afdeling verpakkingen met als latere langdurige specialisatie de productie van koffie- en theezakken.

Als een van de eerste bedrijven nam 'de Zaanlandsche' hiervoor een moderne diepdruk rotatiemachine in gebruik. Nadat de productie van de in hoogdruk vervaardigde kranten om technische en economische redenen was gestaakt - De Zaanlander werd ondergebracht bij de Verenigde Noordhollandse Dagbladen, de redactie naar Wormerveer verplaatst - ging het bedrijf zich geheel toeleggen op de verpakkingsindustrie.

Sinds 1986 is de Zaanlandse Verpakkingsindustrie een werkmaatschappij van Zaanlandse Beheer bv te Haarlem. Bij het bedrijf waren in 1991 15 personen werkzaam.

Zaanlandse Zakkenhandel

De nv Zaanlandse Zakkenhandel K. de Boer Jz. werd opgericht op l maart 1928, toen Klaas de Boer Jz. (1883-1972) uittrad als medewerker van de Fa. de Boer & Cote Koog. Het bedrijf werd gevestigd in de voormalige celluloidfabriek Hollandia van A.N. Honig aan het Hellingpad in Koog aan de Zaan. Dit pand werd echter in 1930 weer verlaten na de aankoop van een groter pand, het pakhuis Europa aan de Jan Bestevaerstraat.

In 1937 kwam de zoon van Klaas, Jan Willem (1917), in de zaak. In 1941 werd het pand Asia naast de Kogersluis aangekocht van de NBM, waardoor men ook kon vervoeren over water (De Zaan). De voornaamste taak van de zakkenhandel bestond toen uit het kopen van leeggekomen zakken van grondstoffen van de Zaanse fabrieken (zoals lijnzaad, grondnoten, mais en cacao), deze te reinigen, te repareren en eventueel van een merk te voorzien voor de koper, die de zakken dan weer gebruikte voor zijn eindproducten, zoals veevoeder, granen, kunstmest, gepelde rijst, soda en zout.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam de handel nagenoeg stil te liggen door gebrek aan aanvoer van grondstoffen. Zakken werden toen op statiegeld gesteld en het werk was voornamelijk het reconditioneren van deze zakken voor de Rijksbureaus in Den Haag, voor Zaanse en Groninger gortpellers en voor melkpoederfabrieken in het hele land. Na de oorlog herleefde de handel en kwam ook de import uit Engeland en de Scandinavische landen weer op gang. Er werden toen ook nieuwe zakken geïmporteerd uit België, India en Pakistan.

De kopers waren voornamelijk Zaanse bedrijven, maar ook werd veel aan collega's verkocht waarvoor wekelijks de beurzen van Amsterdam en Rotterdam werden bezocht. In 1951 werd bij het bestaande pand Asia een geheel nieuw pand gebouwd aan de Zaan, dat naar het oorsprongland van jute Bengalen werd genoemd. Achter het in 1949 in bezit gekregen pand Grutterij aan het Sluispad werd in 1964 een nieuwe loods neergezet, terwijl nog in 1967 naast de sluis een nieuwe drukkerij werd gebouwd.

De werkzaamheden van het bedrijf waren inmiddels gewijzigd. De handel in gebruikte zakken werd gestopt. Naast het leveren van nieuwe zakken van papier, kunststoffen en ook nog altijd jute, werd het bedrukken hiervan de voornaamste activiteit. Ook worden zakken van afnemers in voorraad gehouden en na bedrukking geleverd als een extra vorm van dienstverlening.

In 1963 trok K. de Boer zich op 80-jarige leeftijd terug en in 1977 werd J.A.E. Verkade (1942), schoonzoon van J.W. de Boer, mededirecteur. In 1972 werd de nv omgezet in een bv, terwijl in 1982 de zaak werd gesplitst in K. de Boer Jz. Beheer bv en bv Zaanlandse Zakkenhandel. Laatstgenoemde bv ging toen over in handen van J.A.E. Verkade. J.W. de Boer trad af als directeur en werd commissaris. Eind 1989 ging ook de Beheer bv over naar J.A.E. Verkade. Bij beide bv's werkten toen 10 personen.

Zie ook: Zakkenhandel.

Zaano Ouwelfabrieken bv

Ouwelfabriek in Zaandam. Het bedrijf werd opgericht op 3 juli 1929 door Wijbrand Pel en groeide nadien gestaag. In 1973 volgde de verplaatsing van de Prins Hendrikstraat naar de Achtersluispolder.

Het bedrijf houdt zich bezig met de productie van ouwels in alle soorten en maten en richt zich zowel nationaal als internationaal op de groothandel en de koek- en de snoepindustrie. De juridische vorm is bv. Er wordt gewerkt met eigen en vreemd kapitaal. Bij het bedrijf werkten in 1991 20 personen.

→ Lees verder...

Zaans Veem bv

Veem-factorsbedrijf in Zaandam.

De historie van het Zaans Veem gaat terug tot omstreeks 1820. Jac. Jz. de Boer was toen gaandehouder van pelmolen De Boerenjonker in het Oostzijderveld in Zaandam. Hij stierf in 1825, terwijl zijn bedrijf door de watersnood onbereikbaar was en stil lag. Hij dreef zijn zaken met zijn zoons Jan Jbz. (1796-1860) en Hendrik Jbz (1800-1863). De laatste zette in 1830 de firma voort onder eigen naam: firma H. de Boer Jbz., commissie-handelaar en korenfactor.

In 1859 gaf hij zijn zoon Jacob (1837-1913) handelingsbevoegdheid. Zijn jongere broer Jan (1844-1906), makelaar in onroerende goederen, trad later tot de firma toe. De broers hielden kantoor in Koog. In 1870 werd het pakhuis Bedachtzaamheid (later Odessa), op het Broodkorfspad in Koog aan de Zaan gekocht. De firma bezat ook de pakhuizen Groote Kaar, Kleine Kaar en Rotterdam, aan het begin van 't Kalf en kocht in 1900 het pand Nieuwe Schuur (naast Odessa). Ook bezat men een paar zaadtjalken.

Toen Jan de Boer Hz. in 1906 overleed, werden de zaken voortgezet door Jacob's zoon Hendrik Jacob de Boer (1873-1937). Deze stichtte met zijn neef Hendrik Jz. (1876-1941) opnieuw de firma H. de Boer Jbz. Zij dreven ook handel in zakken en cacao. De jongere broer van Hendrik Jz., Klaas de Boer Jz. (1883-1972), werkte op hun kantoor. In die tijd nam de opslag van koopmansgoederen gestaag toe. Tot die opslag behoorden oliën van bijvoorbeeld lijn- en raapzaad, in oliebakken onder de pakhuizen.

Kort voor de Eerste Wereldoorlog werden op het Ameland in Zaandam de pakhuizen Big, Beer en Zeug aangekocht als ook Oude Ketel op 't Kalf en Vereeniging te Zaandijk. In 1917 werd J. Stuurman Dz. commanditaire vennoot. De opslagmogelijkheden werden uitgebreid en gemoderniseerd door de bouw van de panden Insulinde, Japan, Akyab en West-Indië, allen aan 't Kalf.

→ Lees verder...

Zaanse Betonmortel Centrale bv (ZBC)

In 1958 in Zaandam opgericht bedrijf, door Van Klaveren Bouwmaterialen nv en Stelling Bouwmaterialen nv. beide uit Wormerveer, alsmede de NBM uit Zaandam. Deze drie bedrijven zijn inmiddels samengesmolten onder de naam Stoel Van Klaveren Bouwstoffen bv.

Vóór die oprichting leverden deze beide bedrijven afzonderlijk zand, grint en cement aan alle bouwbedrijven, die op het bouwwerk zelf met een stationaire betonmolen het product betonmortel maakten. Een studie leerde in 1957, dat een betonmortelcentrale slechts exploitabel zou zijn als er slechts één in Noord-Holland boven het Noordzeekanaal zou komen en dan centraal gelegen, bijvoorbeeld in Alkmaar. Daar is dan ook de eerste centrale gebouwd en een half jaar later al de tweede in Zaandam: de ZBC.

De ZBC leverde de eerste kubieke meter betonmortel op 19 februari 1959 en wel voor het te bouwen woonhuis van de aannemer Maarten de Wit aan de Prinsenhofstraat in Westzaan. De omzet heeft zich in volume ontwikkeld van 10.000 kubieke meter in het eerste jaar tot een productie van 67.000 kubieke meter in het topjaar 1970. Toen werden de Eraflats en het viaduct in Koog gebouwd. Eind jaren tachtig werd er ongeveer 45.000 kubieke meter per jaar geproduceerd. In geld uitgedrukt betekent dat een omzet van circa zes miljoen gulden per jaar.

De juridische vorm was aanvankelijk nv, maar werd in 1972 bv. De financiering geschiedt voornamelijk met eigen vermogen en een gering krediet van de Nederlandse Middenstandsbank voor topomzetten vlak voor de bouwvakvakantie. In 1969 werd een nieuwe betonmortelcentra1e gebouwd alsmede een nieuwe kraan in gebruik genomen. Deze hadden in 1986 circa 1 miljoen kubieke meter betonmortel verwerkt. De markt van ZBC ligt uitsluitend bij de beroepsmatige verwerker, de bouwers in de Zaanstreek. Er worden geen leveranties verricht aan particulieren en evenmin aan aannemers buiten de Zaanstreek.

De directie wordt gevoerd door bouwmaterialenhandel Stoel Van Klaveren Bouwstoffen bv, die haar oorsprong vindt in Alkmaar (1850) en Zaandam (1920). Bij de Zaanse Betonmortel Centrale waren in 1991 15 personen in dienst.

Zaanse Gezinsbode, De

Uitgave van Weekmedia, een dochter van de Perscombinatie NV in Amsterdam, met een kantoor te Purmerend. Het blad werd in het leven geroepen door J.L.F. Post, mede-directeur/eigenaar van drukkerij en uitgeverij De Kennemer in Beverwijk.

Het eerste exemplaar van dit huis-aan-huis nieuws- en advertentieblad verscheen op 14 oktober 1955 in een oplage van 24.000 stuks in de gemeenten Zaandam, Koog, Zaandijk, Wormerveer, Wormer, Krommenie en een deel van Assendelft. Tot het begin van de jaren zeventig van de 20e eeuw werden advertenties van bedrijven buiten de Zaanstreek geweigerd. De uitgaven van De Kennemer kwamen per l juli 1976 in handen van Perscombinatie nv in Amsterdam, uitgeefster van de dagbladen Het Parool, Volkskrant en Trouw.

De weekbladen werden ondergebracht in Weekmedia bv. Weekmedia geeft enige tientallen lokale weekbladen uit in de regio Groot-Amsterdam. De Zaanse Gezinsbode is er één van en verschijnt sinds 1987 elke dinsdag huis-aan-huis in Zaandam, Westzaan, Koog, Zaandijk, Wormerveer, Krommenie, Wormer, Jisp, Assendelft, Oostzaan, Oost- en Westknollendam en Marken Binnen.

Het kantoor is gevestigd in Purmerend. De Zaanse Gezinsbode verschijnt in 1991 in een oplage van 64.700 stuks en kent een personeelsbestand van vijf personen.

Het archief van de gemeente Zaanstad heeft verschillende edities van de Gezinsbode in haar archief ter inzage.

Zaanse Ondernemersdag

De stichting Zaanse Ondernemersdag is op 6 februari 1989 opgericht op initiatief van de Zaanse Ondernemers Sociëteit De Corner, Vereniging Ondernemerskring Zaanstreek (OZ), Koninklijk Nederlands Ondernemers Verbond (KNOV) district Zaanstreek, Maatschappij voor Nijverheid en Handel (MNH) departement Zaanstreek, Kamer van Koophandel en Fabrieken voor de Zaanstreek en gemeente Zaanstad.

Het bestuur, onder voorzitterschap van Peter Wierenga, wordt in 2017 gevormd door afgevaardigden van De Maatschappij, de Zaanse Ondernemers Sociëteit De Corner, Junior Kamer Zaanstreek, gemeente Zaanstad en ZON, het Zaans Ondernemers Netwerk.

In de loop der jaren heeft de Zaanse Ondernemersdag zich ontwikkeld tot een interactief netwerkevenement. Doelstelling daarbij is het ondernemerschap in een zo breed mogelijk perspectief te plaatsen. De Ondernemersdag vormt een brug tussen bedrijven en instellingen in de Zaanstreek en landelijke ontwikkelingen, meningen en visies. Jaarlijks wordt de Zaanse Ondernemingsprijs uitgereikt evenals sinds 2008 de Zaanse Startersprijs.

Zaanstroom, nv Stoomvisscherij Maatschappij

Visserijmaatschappij, begonnen in 1913 onder directie van P.J. Dil, Joh. Dil en S. Uff. De maatschappij begon met drie van anderen overgenomen stoomtrawlers: Zaanstroom I IJM.110, Zaanstroom II IJM.171 en Zaanstroom III IJM.188.

In 1914 kwam de Zaanstroom IV IJM.197 in de vaart. De Zaanstroom III werd na oktober 1916 met twaalf bemanningsleden als vermist opgegeven. Kort daarna kwam de Zaanstroom VI IJM.167 van de helling en werden de Rotterdam IJM.50 en de Dordrecht IJ M.52 aangekocht. De Rotterdam werd in november 1919 met elf bemanningsleden als vermist opgegeven.

Kort daarna kwam de Zaanstroom VII IJM.50 gereed, welk schip in 1925 weer werd verkocht en kort daarna verging. De Zaanstroom II liep bij slecht weer in januari 1920 op de rotsen bij Flamborough. De bemanning werd gered. De Zaanstroom VI werd verkocht in 1921, de Zaanstroom I en de Zaanstroom IV werden opgelegd in 1930 en verkocht voor de sloop in 1935. De Dordrecht werd opgelegd in 1934, waarmee de Maatschappij ophield te bestaan.

Zanen bv

Autobedrijf in Zaandam. Het bedrijf werd opgericht door W.C. Zanen en J. Mey, die op 4 december 1945 garage Arriba aan de Smidslaan in Zaandijk overnamen.

Deze garage was eigendom van C. van der Woude, die daarvóór eigenaar was geweest van cacaofabriek Arriba aan de Lagedijk in Zaandijk. Nadat deze cacaofabriek failliet was gegaan, begon Van der Woude een garagebedrijf, aanvankelijk onder de naam 'Eerste Zaansche School voor Autorijden'. Omdat Mey en Zanen geen vestigingsvergunning hadden, bleven zij onder de naam 'Garage Arriba' doorwerken tot in 1947.

Toen werd opgericht de vof 'Automobielbedrijf Mey en Zanen'. Het bedrijf had toen twee monteurs en twee leerling-monteurs en verkreeg voor Zaanstreek/Waterland het dealerschap voor Renault. In 1949 werd van fa. J. de Boer een pand aan de Lagedijk in Zaandijk gehuurd. Dit pand deed aanvankelijk alleen dienst als autostalling, maar toen enige jaren later meer ruimte ontstond door een aanbouw aan de achterzijde kon de ruimte in gebruik worden genomen voor serviceverlening. Het pand aan de Smidslaan werd in 1953 gesloopt en vervangen door een nieuwe garage.

Het aantal werknemers was in die tijd toegenomen tot 10 personen. In 1961 werden de oude stalhouderij met woonhuis en achteraanbouw gesloopt. Op deze plek verrees een nieuwe garage annex showroom als hoofdvestiging van het bedrijf. Aan de Guisweg werd in 1965 een pand gebouwd waarin een autowasautomaat werd geplaatst. Van de gemeente Zaandam werd in 1965 7000 vierkante meter grond in het Peldersveld aangekocht, waar in 1969-1970 een garage werd gebouwd. De vof was toen al omgezet in een bv. In 1975 trad J. Mey uit. Het bedrijf werd onder de naam Autobedrijf Zanen bv voortgezet.

Medio 1991 werd het tankstation vernieuwd en werd de benzine niet langer maatschappijgebonden, maar als vrije pomp verkocht. Bij het bedrijf waren in 1991 22 personen in dienst. In 1995 werd Zanen overgenomen door Garagebedrijf Frank Mol vof.

Zeilmakerij

Bedrijfstak van ambachtelijke aard, in de Zaanstreek al beoefend in de 17e eeuw, mogelijk eerder.

Zeil- of zeilenmakers sneden en naalden in kleine werkplaatsen de zeilen voor de vele schepen, die in de Zaanstreek werden gebouwd of waren gestationeerd. Zij werkten voor de zeezeilvaart en de binnenschipperij. Verder vervaardigden zij dekzeilen en molenzeilen. Van dit ambacht zijn - wellicht doordat de bedrijven te kleinschalig waren - nauwelijks gegevens overgeleverd. Verondersteld mag echter worden dat er honderden arbeidskrachten bij betrokken waren.

Zie ook: Economische geschiedenis geschiedenis 2.5.6.

Een van de laatste Zaanse zeilmakerijen is die van de firma M. Dekker Jz. (thans Dekker Watersport bv) in Zaandam. Dit bedrijf is in 1866 gesticht door Marcus Dekker, die aanvankelijk alleen molenzeilen vervaardigde. Hij ging daarvoor met een roeiboot naar de molens in het veld om ter plekke de maten op te nemen. Ook handelde hij in goederen van zeildock en andere artikelen voor de scheepvaart, die hij opkocht bij de Marinewerf in Den Helder.

Zijn vrouw ('poe Dirkje') hield zich bezig met het naaien van vlaggen. Alle werkzaamheden werden verricht in een woning op het Dampad. Later werd naast het woonhuis een werkplaats gebouwd. In 1894 kwam zoon Marcus in de zaak, daarna zoon Jan. Deze twee broers leidden de zeilmakerij tot 1920, waarna Jan's zoon Gerardus (Gé) Dekker de zaak voortzette. In 1946 werd diens zoon Jan in de firma opgenomen.

In de loop der jaren breidde de firma Dekker zich uit. Naast de zeilmakerij ontstond een afdeling dekkledenverhuur en in de jaren zeventig een handel (winkel) in watersportbenodigdheden. Op de Rozengracht was in 1906 al het pand 'Beekema' neergezet, dat in 1914 met twee verdiepingen werd verhoogd. In 1968 is in verband met de stadssanering de werkplaats aan het Dampad naar het gebouw 'Beekema' overgebracht, waar de zaken nog steeds worden gedreven.

In 1983 droeg Jan Dekker het bedrijf over aan Arend Bloem. Deze heeft Dekker Watersport bv inmiddels uitgebreid met o.a. een grote kanoafdeling. Het bedrijf voert een groot assortiment in watersportartikelen.

Zon, Wim

Zaandam, 6 juli 1929 - Koog aan de Zaan, 27 april 1987

Willem Cornelis (Wim) Zon, Architect HBO-BNA en stedenbouwkundige SHO-BNS in Koog aan de Zaan en Amsterdam. Wim Zon bouwde in Koog aan de Zaan het laboratorium voor nv Oliefabrieken T. Duyvis Jz. aan de Schipperslaan en enkele woonhuizen aan de Museumlaan. In Zaandam werd een complex woonhuizen in Zaanse trant, met hout beklede gevels, gerealiseerd aan de Hogendijk, hoek Havenstraat.

In opdracht van Zaanse aannemers ontwierp hij voor de Zaanstreek licht geconstrueerde woningen in Westzaan, Krommenie en Zaandam aan De Weer en maisonnettes en flats in het Kogerveld.

Als stedenbouwkundige leidde hij in Amsterdam het bureau voor ruimtelijke ordening Zonpartners bv met ongeveer 50 medewerkers en nevenvestigingen in Amersfoort en Arnhem. Stedenbouwkundige plannen werden ontwikkeld en uitgevoerd voor ongeveer 20 gemeenten in Gelderland en Noord-Holland. Voor Amsterdam werd het bestemmingsplan Westelijke Grachtengordel gemaakt en voor de gemeente Hoorn het plan voor de wijk Kersenboogerd, dit in samenwerking met het bureau ir. F.J . Zandvoort.

Wim Zon was betrokken bij de zogenoemde welstandcommissies in verschillende gemeenten. Hij was vice-voorzitter van de Nationale Stichting De Nieuwe Kerk Amsterdam. Voorts was hij korte tijd raadslid voor D'66 in Zaandam en als zodanig lid van de Ontwikkelingsraad. Tot zijn overlijden nam hij als lid van de redactieraad deel aan de gedachten-ontwikkeling, die tot realisatie van de Encyclopedie van de Zaanstreek leidde.

Zwart-Milieu

Transport- en verwerkingsbedrijf van afval in Zaandam.

Het bedrijf werd opgericht als bodedienst in 1930 te Zaandam door J. Zwart. Later werden nog twee broers in het familiebedrijf opgenomen. In 1963 werd begonnen met transport en vervoer van containers en ging het bedrijf zich ook toeleggen op het inzamelen, vervoeren en verwerken van huishoudelijk, bedrijfs-, bouw- en sloopafval, dat tot de voornaamste activiteit zou gaan uitgroeien. De bodedienst werd in 1979 opgeheven, waarmee de laatste bodedienst vanuit de Zaanstreek op Amsterdam verdween.

In 1989 werd het bedrijf, samen met zo'n vijftig Nederlandse afvalverwerkers, onder de vlag van het Amerikaanse concern Browning-Ferris Industries Inc te Houston toegevoegd aan dochtermaatschappij Browning-Ferris Industries BV, BFI, gevestigd te Renkum onder de naam Zwart-Milieu. De juridische vorm veranderde in BV. Bij het bedrijf waren in 1991 circa 55 personen in dienst.

Zwart Beheer bv

Autobedrijf in Wormerveer en Zaandam.

Het bedrijf werd opgericht in 1922 door D. Zwart onder de naam Eerste Wormerveersche Auto Centrale (EWAC). Het was daarmee het eerste bedrijf in de Zaanstreek, dat zich op onderhoud en reparatie van de toen nog nauwelijks aanwezige auto's in de Zaanstreek richtte. Al snel richtte Zwart zich ook op het vervoer van personen.

Met de automobielbedrijven Fonteyn (Wormer), Gesink & Zn., W (toen Auto Centrale Zaanstreek geheten, Koog) en Kaat en Wezel (Koog) werd in 1924 de Maatschappij tot Exploitatie van Autobussen (MEA) opgericht. Deze maatschappij onderhield van 1924 tot begin jaren vijftig de geregelde busdiensten in de Zaanstreek en was daarmee de voorloper van de Enhabo (zie: Streekvervoer).

In 1929 werd een pand aan Plein 13 in Wormerveer gekocht. Verkoop van benzine, het taxibedrijf, ziekenvervoer en reizen per touringcar werden voor de Tweede Wereldoorlog nog toegevoegd aan de activiteiten. Met elf andere reisbureaus werd het Centraal Bureau voor Touringcarwezen (Cebuto NV) opgericht. In 1932 werd Zwart dealer van Opel, als eerste bedrijf in de Zaanstreek dat een dealerschap verkreeg en als een van de eerste drie Opel-dealers in Nederland. Aangezien Opel onderdeel van het General Motors-concern was, werd Zwart ook agent van andere auto's van GM zoals Buick, Chevrolet en Bedford.

Na de schade die het bedrijf in de Tweede Wereldoorlog opliep, groeide het uit tot een bedrijf dat in Zaandam een tweede en derde grote vestiging kreeg. Organisatorisch kwam Zwart Beheer BV tot stand. Twee dochtermaatschappijen, Automobielbedrijf en Garage Zwart BV en Auto Zaanstad BV vormen het bedrijf, dat ook auto's ging verhuren en het BMW-agentschap kreeg.

Zie ook: Autobedrijven

1)
een instelling die onderzoek deed naar mensen en instellingen die tijden de oorlog 'fout' waren
2)
Bron: Hanneloes Pen, Een gegeven leven. Atlas Contact, 2015
  • lijst_economie.txt
  • Laatst gewijzigd: 2016/04/24 13:02
  • door jan